Nazaten Graven van Anjou

 

Anjou is de naam van een oude Franse provincie, die overeenkomt met het huidige departementMaine-et-Loire rond de stad Angers (regio Pays de la Loire).
De provincie Anjou en de stad Angers danken hun naam aan de Gallische stam Andécaves. Gedurende de Middeleeuwen verwerd het gebied tot een graafschap, later promoveerde het tot een hertogdom, nog later werd het een Franse provincie.
De streek staat bekend om zijn wijnen.

Voorafgaand aan de graven van Anjou:

Karel de grote postzegel2

Karel de Grote

1. Karel de Grote
Geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748, overleden Aken, 28 januari 814.
Hij komt uit het geslacht der Karolingen.
Hij was vanaf 9 oktober 768 koning der Franken en vanaf 25 december 800 keizer van het Westen. 

Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte (Zie Karolingen nr. 5) en Bertrada van Laon (Zie De Merovingen nr. 12).  Uit zijn relatie met zijn bijvrouw Regina had hij de volgende kinderen:

  • Drogo (17 juni 801 – 8 december 855), vanaf 818 geestelijke, in 820 Abt van Luxeuil, vanaf 823 bisschop van Metz, vanaf 834 aartsbisschop en aartskapellaan
  • Hugo (Volgt 2)

2. Hugo
Geboren 802/806 – overleden 14 juni 844. Zoon van Karel de Grote en zijn bijvrouw Regina.
Hugo werd in 818 door Lodewijk de Vrome, zijn halfbroer, gedwongen in het klooster in te treden. Hij werd monnik in Charroux (818), abt van Saint-Quentin (822-823), abt van Lobbes, abt van Saint-Bertin(836), abt van Noaillé. Hij was ook aartskanselier van Lodewijk de Vrome (834-840).Hij sneuvelde in een veldslag tussen Karel de Kale en Pepijn van Aquitanië.
Bij een zekere Regina had hij een dochter:

  • Petronelle d’Auxerre, Gravin van Anjou (Volgt 3)

3. Petronelle d’Auxerre, Gravin van Anjou.
Geboren 825 – overleden 845. Dochter van  Hugo, Aartskanselier van het Keizerrijk en Regina.
Getrouwd met Tertullus de Gâtinais, Seneschalk van Anjou.
Kind:

  • Ingelger, vice-graaf van Anjou (Volgt 4).

4. Ingelgerius (voor 845 – 888) was een zoon van Tertullus, paltsgraaf van de Gâtinais, en van Petronella, dochter van Hugo, zoon van Karel de Grote en Regina . Hij werd door Karel de Kale in 870 tot burggraaf van Orléans en prefect van Tours aangesteld. Na een succesvolle verdediging tegen de Vikingen werd hij ook benoemd tot vice-graaf van Anjou. Hij huwde in 878 met Adelheid, een dochter van Godfried I van Gâtinais.
Ingelgerius is begraven in de kerk van St Martin te Châteauneuf-sur-Loire.
Hij werd de vader van:

  • Fulco I (Volgt 5).

Graven van Anjou

Anjou

Anjou

5. Fulco I van Anjou (geboren 888 – overleden 942) was een zoon van Ingelgerius en van Adelheid van Gâtinais. Hij werd in 898 door Robert van Parijs gedelegeerd tot burggraaf van Angers en Tours. Hij was voortdurend in conflict met Bretagne en de Vikingen. In 907 veroverde hijNantes, en liet zich vanaf 908 graaf van Nantes (en Anjou) noemen. In 908 moest hij wel Tours afstaan en in 914 werd Nantes door de Vikingen veroverd. In 919 moest hij zijn aanspraken op Nantes opgeven ten gunste van Bretagne.
Fulco breidde wel zijn bezittingen rond Anjou sterk uit en noemde zichzelf in 929 in een akte graaf van Anjou. Hij was ook lekenabt van Saint-Aubin te Angers en een tweede abdij die in aktes wordt vermeld als “Sancti Lizinni”. Fulco is begraven in de kerk van Saint Martin te Châteauneuf.
Fulco was gehuwd met Roscilla, vrouwe van Loches, Villanstrans en Les Hayes. Uit dit huwelijk zijn geboren:

  • Ingelgerius, 927 gesneuveld tegen de Vikingen.
  • Gwijde, bisschop van Soissons.
  • Fulco (909-958) (Volgt 6), gehuwd met Gerberga van Maine (913-952).
  • Roscilla, gehuwd met Alain Barbetorte, graaf van Nantes en hertog van Bretagne.
  • Adelheid, gehuwd met Wouter I van Amiens, Valois en Vexin.


6. Fulco II van Anjou, bijg. de Goede, (geboren ca. 909 – overleden 11 november 958) was graaf van Anjou van 942 tot 958.
Fulco voerde veel oorlog met Bretagne en Normandië. Hij was een bondgenoot van Hugo de Grote en een tegenstander van de graven van Blois. Fulco verloor Saumur aan Theobald de Bedrieger van Blois maar won Méron van Willem III van Aquitanië. Uiteindelijk sloot hij vrede met Normandië en trouwde in 954 met Richildis van Blois, de weduwe van Alain II, de hertog van Bretagne. Zij was de zuster van Theobald van Blois en dit beëindigde hun vijandschap. Fulco bestuurde Nantes als graaf voor zijn stiefzoon Drogon. Hij zou een ontwikkeld man zijn geweest met een voorliefde voor poëzie.

Hij was een zoon van graaf Fulco I van Anjou en Roscilla van Loches. Hij huwde in zijn eerste huwelijk met Gerberga van Orléans (ca. 920 – voor 952),  dochter van vice-graaf Godfried van Orléans. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Godfried (-987), graaf van Anjou (Volgt 7a)
  • Guy van Anjou (ovl. voor 995), vanaf 975 bisschop van Puy.
  • Adelheid (Volgt 7b)
  • Drogo (ovl. 998), opvolger van Guy als bisschop van Puy.

7a. Godfried I van Anjou, bijgenaamd “grauwhemd” (grisegonelle), (938 – Marçon, 21 juli 987) was een zoon van graaf Fulco II van Anjou en Gerberga van Orléans.

Godfried was graaf van Anjou van 958 tot 987. Hij zette de politiek van zijn familie door en richtte zich op overheersing van het graafschap Nantes en uitbreiding in de richting van Poitou. Godfried organiseerde de verdediging van zijn graafschap tegen Normandië, door de bouw van kastelen waar hij burggraven benoemde. Hij nam in 962 deel aan de campagne van koningLotharius van Frankrijk en Theobald I van Blois tegen Normandië. Deze liep echter slecht af en Normandië kreeg de macht over Nantes waarna Godfried ook een verdediging tegen Nantes moest organiseren. Ook in 962 maakte Godfried een pelgrimstocht naar Rome.

In 966 verwierf Godfried het recht om de abt van Saint-Aubin van Angers te benoemen. Hij veroverde in 970 de steden Loudun en Mirebeau in Poitou maar werd uiteindelijk verslagen door Willem IV van Aquitanië. In 978 begon hij vijandelijkheden met Odo I van Blois. Godfried werd door zijn tweede huwelijk in 979 graaf van Chalon-sur-Saône. In 981 bracht hij Conan I van Bretagne een zware nederlaag toe bij Conquereuil, na een conflict over de benoeming van de graaf van Nantes. Godfried was daarmee op het toppunt van zijn macht: hij was seneschalk van Frankrijk en zijn tante Adelheid trouwde in 983 met de kroonprins Lodewijk(V) de Doeniet.

Na een jaar scheidde Lodewijk alweer van Adelheid, die ongeveer 20 jaar ouder dan haar man moet zijn geweest. Voor Godfried was dit aanleiding om een van de felste tegenstanders van de koning te worden. In 984 nam hij de graaf van Nantes gevangen omdat hij Lotharius als zijn leenheer had gehuldigd. Godfried bouwde vervolgens enkele kastelen in het graafschap Nantes en liet de graaf pas na een jaar weer vrij. In 985 verbond Godfried zich met Hugo Capet, tegen de koning. Zij belegerden in 987 het kasteel van Marçon, een leengoed van Blois, waarbij Godfried echter de dood vond.

Tijdens zijn bewind verzamelde Godfried bezittingen in het hele westen van Frankrijk, van Vermandois tot Auvergne. Hij steunde de invoering van de benedictijner leefregels in kloosters. Godfried is begraven in de Saint-Martin te Châteauneuf.

Godfried was in zijn eerste huwelijk gehuwd met Adelheid van Meaux (934 – 974), dochter van Robert I van Meaux en Adelheid (ca. 928 – na augustus 987), zelf dochter van Giselbert van Chalon en Ermengarde. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Ermengarde van Anjou (932-992), gehuwd met hertog Conan I van Bretagne
  • Fulco III van Anjou (ca. 965/970 – 1040). (Volgt 8)
  • Godfried (ovl. na 974)
  • Gerberga (982-), die huwde met Willem, (978-), een zoon van Arnold I van Angoulême.

In zijn tweede huwelijk (979) trouwde Godfried met Adelheid van Chalon, weduwe van Lambert I van Chalon. Zij kregen een zoon:

  • Maurice, gehuwd met een dochter van Amalrik van Saintes. Vader van Godfried en Otger.

Er is onduidelijkheid over beide echtgenotes van Godfried. Sommige bronnen stellen dat ze dezelfde persoon waren, of zusters.

7b. Adelheid (overleden 1026).
Dochter van Fulco II van Anjou en Gerberga van Orléans.
Zij huwde met:

  1. Steven van Brioude, graaf van Gévaudan
  2. Raymond (V) van Toulouse
  3. 982 Lodewijk V van Frankrijk, gekroond tot koningin van Aquitanië, gescheiden 984 wegens leeftijdverschil en vestigde zich in Arles
  4. Willem I van Provence, tegen het advies van de paus. Hij was een zoon van Bosso II van Arles en van Constance van Provence (ca. 925 – ca. 964), dochter van Karel van Vienne en Theutberga van Troyes. Hij volgde zijn vader in 968 op als graaf van Provence.  Adelheid was in 993 regentes voor haar zoon, bestrijdt opstandelingen, 1018 regentes voor haar kleinzoon. Ze deed meerdere schenkingen aan de abdij Saint-Victor.
    Uit het huwelijk met Willem I van Provence:

    • mogelijk Odila (976-1032), gehuwd met Miron-Laget van Sisteron en daarna met Laugier van Nice, met wie ze vijf kinderen kreeg
    • Willem II
    • Constance (986/987 – 1032) (Volgt Graven van Provence nr. 4b), in 1000 gehuwd met Robert II van Frankrijk
    • Ermengarde, gehuwd met Robert I van Auvergne (Volgt Graven van Auvergne nr. 6).

8. Fulco III van Anjou (972 – Metz, 21 juni 1040), na zijn dood ook wel Nerra genoemd om hij een donker uiterlijk zou hebben gehad), was vanaf 21 juli 987 tot zijn dood meer dan vijftig jaar later Graaf van Anjou.

Fulco III was de grondlegger voor de Angevijnse macht. Hij was pas vijftien toen hij zijn vader opvolgde. Hij had een gewelddadig, maar ook vroom karakter. Hij was in staat daden van grote wreedheid te begaan, maar kon daar ook berouw over tonen.Zijn beruchtste daad beging hij in het jaar 1000 toen hij zijn eerste vrouw (en nicht) Elisabeth van Vendôme in haar trouwjurk in Angers op de brandstapel zette, nadat hij haar van overspel met een geitenhoeder had beschuldigd. In 999 had hij al tevergeefs getracht van haar te scheiden omdat ze hem geen mannelijke nakomelingen had gebaard, en nu was hij vrij om een andere vrouw te huwen. Een paar dagen na de dood van Elisabeth werd Angers door vuur verwoest, wat door de bevolking en door Fulco zelf als een straf van God werd gezien. Als boetedoening maakte hij in 1002 een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Hij zou dit met nieuwe redenen herhalen in 1007, 1008 en 1038, ook bouwde hij de abdij van Beaulieu-lès-Loches. Als een resultaat wordt in de geschiedenisboeken het onderstaande over hem gezegd:

Fulco van Anjou, plunderaar, moordenaar, rover, en zweerder van valse eden, een werkelijk angstaanjagend karakter van duivelse wreedheid, stichtte niet een, maar twee belangrijke abdijen. Deze Fulco werd gedreven door een tomeloze passie, met een karakter dat twee kanten op kon gaan. Wanneer hij ook maar het minste geschil met een buurman had, wierp hij zich op diens land, verwoestte, plunderde, verkrachtte en doodde hij; niets kon hem tegenhouden, nog wel het minst de geboden van God . . .
Een van de strijdlustigste vechters van de middeleeuwen.

In 990, drie jaar nadat hij zijn vader had opgevolgd, kwam Fulco in conflict met zijn buren. Zijn zwager Conan I van Bretagne veroverde Nantes en in reactie daarop stichtte Fulco het Kasteel van Langeais, een van de eerste stenen kastelen. Ook hield Fulco plundertochten in de gebieden van Odo I van Blois maar werd verdreven door diens vazal Gelduin van Saumur. Op 27 juni 992 versloeg hij in de Slag bij Conquereuil Conan I van Bretagne. Conan had het het slagveld goed voorbereid met grachten en valkuilen en wist de aanvallen van Fulco aanvankelijk gemakkelijk af te slaan, maar moest zich overgeven toen hij dodelijk gewond was geraakt. Fulco won hiermee de stad Nantes terug. Odo van Blois belegerde in 995 Langeais maar kon met hulp van koning Hugo Capetworden verdreven. Na de dood van Odo in 996 viel Fulco Tourainebinnen maar moest zich terugtrekken na ingrijpen door Robert II van Frankrijk, die met Odo’s weduwe was getrouwd. Na de dood van Elisabeth ging Fulco als boetedoening op een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Gelduin van Saumur profiteerde van zijn afwezigheid en plunderde Anjou en bouwde midden in Fulco’s gebieden het kasteel van Pontlevoy.

Fulco veroverde in de volgende jaren de Mauges op Poitou. In 1007 stichtte hij de abdij van Beaulieu-lès-Loches. In diezelfde tijd vermoordde Fulco de paltsgraaf Hugo van Beauvais, een vazal van de jonge Odo II van Blois, tijdens een koninklijke jachtpartij. Als boetedoening vertrok Fulco in 1008 weer op een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Odo gebruikte zijn afwezigheid om een aantal kastelen te veroveren. Op de terugreis kwam het schip van Fulco in een zware storm terecht en na zijn behouden thuiskomt stichtte hij een abdij gewijd aan Nicolaas van Myra, de beschermheilige van de zeevaarders.

Fulco sloot een bondgenootschap met koning Robert om samen de steeds toenemende macht van Odo van Blois te weerstaan. Op 6 juli 1017 versloeg hij Odo in de Slag om Pontlevoy, en liet alle gevangen ter dood brengen. In 1025 voerde hij een verrassingsaanval uit op het kasteel en de stad Saumur, en liet de stad afbranden. Toen de kerk met de relikwieën van de heilige Florentius ook in brand vloog zou hij hebben uitgeroepen: “Sint-Florentius, laat U zelf toch verbranden. Ik zal voor U in Angers een beter tehuis bouwen.” Toen het vervoer van de relikwieën van de heilige naarAngers echter moeilijk bleek, verklaarde Fulco dat Florentius een landelijke boerenpummel was die ongeschikt was voor het stadsleven, en zond hij de relikwieën terug naar Saumur. Fulco steunde vanaf 1031 koning Hendrik I van Frankrijk in het conflict met zijn broer en zijn moeder.

In 1034 droeg Fulco het bestuur over aan zijn zoon Godfried II van Anjou en trok opnieuw naar het Heilige Land, samen met Robert van Normandië. Robert overleed tijdens deze tocht maar Fulco kwam heelhuids weer thuis en moest Godfried met geweld dwingen om het bestuur aan hem terug te geven. Vervolgens veroverde Fulco het kasteel van Saint-Aignan (Loir-et-Cher) op Blois.

Fulco gaf opdracht tot de bouw van bijna honderd gebouwen, kastelen, donjons, en abdijen, waaronder Château-Gontier, Loches (in steen gebouwd), en Montbazon. Hiermee probeerde hij de bescherming van zijn gebied, dat zich uitstrekte van Vendôme naar Angers en daarvandaan naar Montrichard, zeker te stellen. Fulco III overleed in 1040 teMetz, op de terugreis van zijn vierde bedevaart naar het Heilige Land. Hij ligt begraven in de kapel van zijn klooster bij Beaulieu.

Fulco Nerra was een zoon van graaf Godfried I van Anjou en diens eerste echtgenote Adelheid van Meaux. Hij huwde tweemaal: met Elisabeth, dochter van Burchard I van Vendôme, en in 1000 met Hildegarde (ovl. 1046).
Uit het eerste huwelijk:
  • Adelheid (990-1032) , die in 1023 met Bodo van Nevers in het huwelijk trad.Uit het tweede huwelijk:
  • Godfried Martel
  • Ermengarde van Anjou (1018-1076) geboren.Via Ermengarde was hij een voorvader was van Godfried Plantagenet en de Plantagenetkoningen van Engeland.

9. Ermengarde van Anjou (Anjou, genaamd Blanca of Blanche, (1018 – Fleurey-sur-Ouche, 18 maart 1076) was een dochter van graaf Fulco III van Anjou en van Hildegarde van Anjou. Zij huwt in 1035 met Godfried II van Gâtinais. Uit dit huwelijk:

  • Hildegard
  • Godfried III van Anjou
  • Fulco IV van Anjou (Volgt 10).

    Na de dood van haar man hertrouwde zij met Robert I van Bourgondië, bij wie zij de moeder werd van:
  • Hildegarde (1049-), in 1067 gehuwd met Willem VIII van Aquitanië.

Robert en Ermengarde werden samen “op schandelijke wijze” (volgens de eigentijdse kronieken) vermoord in de kerk van Fleury Sur Ouche. Ermengarde werd begraven in Saint-Seine-l’Abbaye.

Na de dood van haar broer Godfried II van Anjou, volgden haar zoons Godfried III en Fulco IV hem op als graaf van Anjou.

Fulco IV van Anjou10. Fulco IV van Anjou, bijgenaamd de Norse
(Anjou, 1043 – Angers, 4 april 1109) was de tweede (en jongste) zoon van Ermengarde van Anjou en Godfried II van Gâtinais.

Fulco en zijn broer Godfried waren erfgenamen van hun oom Godfried II van Anjou, die beiden in 1060 tot ridder sloeg. Godfried II overleed korte tijd later, Fulco nam het bestuur over Saintonge op zich en zijn broer Godfried kreeg  hetgraafschap Anjou. De broers wisten in 1062 een aanval van Aquitanië af te slaan. Daarna streden ze onderling om de macht. Fulco wist Godfried in 1067 te verslaan maar moest hem onder druk van de kerk vrijlaten. In 1068 nam hij hem opnieuw gevangen, nu definitief. Door deze strijd gingen Saintogne en Gâtinais verloren, Fulco was alleen nog heer over Anjou en over Tours.

Het bestuur van Fulco concentreerde zich verder op het handhaven van zijn gezag over de lagere adel, en op het conflict over de macht in Maine (provincie)met Normandië. Fulco moest toestaan dat zijn vazallen steeds meer macht verwierven en zelfs kastelen bouwden zonder zijn toestemming. In Maine wist hij echter, met hulp van Bretagne, te bereiken dat een graaf werd geïnstalleerd die hem gunstig gezind was. In 1096 gaf hij opdracht om een geschiedenis van Anjou te schrijven. Zijn zoon Godfried (IV) kwam in 1103 in opstand en dwong Fulco om de macht met hem te delen.

Fulco was gehuwd met:

  1. Hildegarde de Beaugency (ovl. voor 1070), dochter van Lancelin II van Beaugency
    1. Ermengarde (1067-1147), gehuwd (1089) met Willem IX van Aquitanië, gescheiden 1090, gehuwd met Alan IV van Bretagne
  2. (ca. 1070) Ermengarde van Bourbon, dochter van Archimbald IV van Bourbon, verstoten 1075, hertrouwd met Willem van Jaligny
    1. Godfried (IV) (gesneuveld, Candé, 19 mei 1106) overleden voor zijn vader, verloofd met Eremburge van Maine
  3. Orengarde de Châtellailon, dochter van Isambart van Châtellailon, verstoten 1080, werd een non
  4. (Mantia) van Brienne, dochter van Wouter I van Brienne, verstoten 1087
  5. Bertrada (1070-1117), dochter van Simon I van Montfort, gescheiden 1092 nadat ze in bigamie was gaan leven metFilips I van Frankrijk.
    1. Fulco V, de jonge, opvolger van zijn vader (Volgt 11)

Fulco V van Anjou

Fulco V van Anjou

11. Fulco V de Jonge ook wel Fulco I van Jeruzalem
Geboren 1091 – overleden Jeruzalem 12 november 1143) was een zoon van graaf Fulco IV van Anjou en Bertrada van Montfort. Hij was graaf van Anjou van 1109 tot 1129 en koning van Jeruzalem van 1131 tot 1143, via zijn tweede huwelijk, met Melisende van Edessa. Hij trad daarom af als graaf van Anjou.

Fulco werd opgevoed aan het hof van koning Filips I van Frankrijk, de tweede echtgenoot van zijn moeder. In 1106 sneuvelde zijn halfbroer Godfried tijdens een opstand tegen hun vader. Fulco werd daardoor de erfgenaam van Anjou. In 1109 overleed zijn vader en werd Fulco graaf van Anjou. In hetzelfde jaar trouwde hij met Ermengarde van Maine (die eerst met Godfried was verloofd), wat hem de controle gaf over het naburige graafschap Maine. Fulco was een vreedzaam en bemind landsheer die zich erop richtte om zijn gezag binnen zijn graafschappen te versterken. Hij onderwierp over de jaren stelselmatig zijn opstandige vazallen en perkte de macht van de steden in. Fulco was een tegenstander van Hendrik I van Engeland, de hertog van Normandië, en steunde koning Lodewijk VI van Frankrijk. Fulco gaf actieve steun aan de opstanden vanWillem Clito tegen Hendrik. In reactie daarop viel Hendrik in 1112 Maine binnen maar Fulco kon deze aanval afslaan. Fulco steunde Lodewijk tegen Theobald IV van Blois. In 1119 liet Fulco zijn dochter trouwen met William Adelin, de erfgenaam van Hendrik. Een echt bondgenootschap tussen Hendrik en Fulco kwam niet tot stand omdat William snel overleed.

In 1120 bezocht Fulco het Heilige Land. Hij ontwikkelde daar een sterke band met de Tempeliers. Na zijn terugkomst in Frankrijk werd Fulco een belangrijke begunstiger van deze orde. In 1123 trouwde hij zijn dochter Sybille met Willem Clito maar dat huwelijk werd snel door de paus ongeldig verklaard. In 1127 kon hij zijn zoon Godfried laten trouwen met Mathilde van Engeland, dochter van Hendrik en weduwe van keizer Hendrik V. Hierdoor werd Fulco een bondgenoot van Hendrik.

Boudewijn II van Jeruzalem had geen mannelijke troonopvolgers en had zijn dochter Melisende aangewezen als erfgename. Boudewijn wilde haar laten trouwen met een ervaren bestuurder en legeraanvooerder, met goede contacten in Europa. Fulco bezat die kwaliteiten en was ook nog eens een weduwnaar. Hij wilde wel toestemmen, maar wel onder zijn voorwaarden: hij wilde gelijkwaardig koning zijn met Melisende en eiste Akko en Tyrus als zijn persoonlijk bezit. Boudewijn stemde daarin toe. Fulco stond zijn zetel van graaf van Anjou af aan zijn zoon Godfried en vertrok voorgoed naar Jeruzalem, waar hij op 2 juni 1129trouwde met Melisende. Datzelfde jaar nam hij deel aan een expeditie naar Damascus die door zware regenval was gedwongen om zonder strijd terug te keren.

In 1131 moest hij optreden tegen zijn schoonzuster Alice van Antiochië, die weduwe was geworden van Bohemund II van Antiochië. Zij wilde uit eigen naam het vorstendom besturen en niet als regentes voor haar dochter. Ze sloot een verbond met Pons van Tripoli en Jocelin II van Edessa en zocht zelfs steun bij Zengi, de moslim krijgsheer in Aleppo. In 1132 trok Fulco naar het noorden. Na korte gevechten met de troepen van Pons, onderwierp hij Antiochië. Alice werd verbannen en Fulco werd regent van Antiochië.

In Jeruzalem was inmiddels een openlijke partijstrijd ontstaan tussen Fulco en Melisende. Beiden zagen zichzelf als de eigenlijke “koning” en probeerden de eigen positie te versterken ten koste van de ander. Fulco benoemde zijn vertrouwelingen uit Anjou op belangrijke posities. De eerste generatie kruisvaarders en hun kinderen kozen daarom partij voor Melisende. Een van de prominenten uit het kamp van Melisende was Hugo van Le Puiset. Fulco beschuldigde hem in 1134 van verraad en overspel met Melisende. Hugo verschanste zich daarop in Jaffa (stad) en wist met hulp van de emir van Ashkelon een leger van Fulco te verslaan. Na bemiddeling door de patriarch van Jeruzalem verzoenden Hugo en Fulco zich. Maar toen in 1136 Hugo het doelwit was van een mislukte moordaanslag, werd Fulco daarvoor verantwoordelijk gehouden. Die bleef echter volhouden niet de opdracht tot de aanslag te hebben gegeven. De opinie aan het hof was nu echt tegen Fulco en de partij van Melisende greep de macht. Fulco en Melisende verzoenden zich politiek en persoonlijk met elkaar, en kregen als gevolg daarvan enige tijd later ook een tweede zoon.

Jeruzalems noordelijke grens baarde grote zorgen. Fulco was tot regent van het vorstendom Antiochië benoemd door Boudewijn II. Als regent had hij het huwelijk tussen Constance I van Antiochië en Raymond van Poitiers gearrangeerd. Constance was een dochter van Bohemund II van Antiochië en diens vrouw Alice. De grootste zorg was echter de snelle opmars van de Zengi-dynastie uit Mosoel, die een bedreiging vormde voor de christenstaten.

In 1137 werd Fulco verslagen tijdens de slag bij Barin, maar hij sloot al snel een verbond met Mu’in ad-Din Unur, de vizier van Damascus, die ook dreiging ondervond van de Zengiden. Fulco veroverde het fort van Banias, waardoor de noordelijke grens aan het meer van Tiberias veilig was.

Fulco versterkte ook het koninkrijk aan de zuidelijke grens. Zijn persoonlijke bode Paganus bouwde het kasteel Kerak langs een route die leidde naar de Rode Zee. Fulco had de leiding over de bouw van Blanche-Garde, Ibelin en andere (burcht)versterkingen, gebouwd in het zuidwesten van het rijk om de Fatimiden van Egypte in de gaten te houden en hun macht in te perken. Zij gebruikten Ascalon om overvallen uit te voeren op het koninkrijk.

In 1137 en 1142 arriveerde de Byzantijnse keizer Johannes II Komnenos in Syrië in een poging om Byzantijnse controle over de kruisvaardersstaten te verkrijgen. Johannes’ aankomst werd echter verhinderd door Fulco, omdat deze nooit een uitnodiging had gekregen om de keizer te ontmoeten in Jeruzalem.

In 1143 toen de koning en koningin op vakantie waren in Akko, kwam Fulco om het leven tijdens een jachtpartij. Zijn paard struikelde waarop Fulco viel en zijn hoofd verdrukt werd door het lijf van het paard. Hij werd teruggebracht naar Akko waar hij bewusteloos bleef en na drie dagen dood verklaard werd. Hij werd begraven in de Heilige grafkerk te Jeruzalem. Omdat hun huwelijk met een conflict startte, toonde Melisende zowel in privé als publiekelijk haar verdriet. Fulco werd overleefd door zijn zoons Godfried V van Anjou, van zijn eerste vrouw, en Boudewijn III en Amalrik I.

De geschiedschrijver Willem van Tyrus beschreef Fulco als volgt: ‘een man die roodblond was als Koning David, trouw, zachtaardig en vriendelijk, een ervaren krijgsheer met veel geduld en wijsheid in militaire zaken’.

Fulco was een briljant bestuurder. Zijn bestuurlijke hervormingen in Anjou, op het gebied van administratie en financiële huishouding, werden het voorbeeld voor alle feodale heren in West-Europa. Hij was een goede leider en militair maar stond erom bekend dat hij geen gezichten of namen kon onthouden. Hij was echter niet de sterke koning die de kruisvaarders nodig hadden om de kruisvaardersstaten politiek en militair structureel te versterken. Het jaar na zijn dood hadden de kruisvaarders hun eerste tegenslag en viel Edessa.

Fulco was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Ermengarde van Maine (Eremburga), bij wie hij de volgende kinderen kreeg:

  • Alice/Isabella (ca. 1110 – Abdij van Fontevraud, 1154), trouwde (Lisieux, juni 1119) met William Adelin en nam daarbij de naam Mathilde aan. Willem verdronk bij het vergaan van het White Ship en Alice werd na verloop van tijd non en later abdis (1150) te Fontevraud.
  • Sybille van Anjou (1105-1167), die huwde in 1123 met hertog Willem III van Normandië en later in 1239 graaf van Vlaanderen Diederik van de Elzas
  • Godfried V van Anjou (Volgt 12)
  • Eli II van Maine.

Uit het huwelijk met Melisende kreeg hij twee zonen, die later allebei koning van Jeruzalem zouden worden:

  • Boudewijn III
  • Almarik I.

Godfried V van Anjou

Godfried V van Anjou

12. Godfried V van Anjou
(24 augustus 1113 – Château-du-Loir, 7 september1151), bijgenaamd de Schone (Frans: Le Bel) en Plantagenet (omdat hij vaak een takje brem – in Latijn planta genista – op zijn hoed droeg). Hij was graaf van Anjou (provincie), Touraineen Maine (provincie) en hertog van Normandië. Godfried speelde een belangrijke rol in de opbouw van de macht die zijn zoon Hendrik in staat zou stellen om koning van Engeland te worden. De dynastie die toen aan de macht kwam wordt het Huis Plantagenet genoemd, naar Godfrieds bijnaam.

Godfried was de oudste zoon van graaf Fulco V van Anjou en Ermengarde van Maine. Door het huwelijk van zijn ouders waren Anjou, Touraine en Maine verenigd en zo was een belangrijke feodale staat ontstaan in het westen van Frankrijk. Voor Hendrik I van Engeland was Fulco een belangrijke buurman geworden. Toen Hendriks dochter Mathilde weduwe werd (ze was getrouwd met keizer Hendrik V), arrangeerde Hendrik het huwelijk van Mathilde (25 jaar oud) met Godfried (bijna zestien). Godfried werd op 10 juni 1128 door Hendrik in de kathedraal van Rouen tot ridder geslagen en het paar trouwde op 17 juni 1128 in de kathedraal van Le Mans.

Mathildes broer William Adelin was eerder getrouwd geweest met Adelheid, een zuster van Godfried, maar hij was in 1120 zonder kinderen overleden. Het huwelijk van Godfried en Mathilde was dus een herbevestiging van de band tussen Engeland/Normandië en Anjou.

Plantagenet

Wapen Plantagenet

Toen Godfried door Hendrik tot ridder werd geslagen kreeg hij van Hendrik een wapen, met gouden leeuwen op een blauw veld. Godfrieds zoon Hendrik II zou dit aanpassen en er twee gouden leeuwen op een rood veld van maken. Dit is nog steeds deel van het wapen van Normandië. Godfrieds kleinzoon Richard zou daar een derde gouden leeuw aan toevoegen (voor Aquitanië). Zo ontstonden de drie gouden leeuwen op een rood veld in het wapen van Engeland.

 

Het volgende jaar hertrouwde Fulco met Melisende van Jeruzalem en verliet Frankrijk om koning van Jeruzalem te worden. Godfried was volgens eigentijdse schrijvers knap, rossig, joviaal en een uitstekende ridder, maar met een koud en egoïstisch karakter. Hendrik had inmiddels Mathilde tot zijn erfgename benoemd omdat zijn enige zoon al in 1120 was verdronken en zijn tweede huwelijk kinderloos bleef. Toen Hendrik in 1135 overleed trok Mathilde naar Normandië om haar erfenis op te eisen maar toen Stefanus van Blois zich van de Engelse troon meester maakte, werd hij ook in Normandië als hertog erkend.

Mathilde liet zich haar erfenis niet zomaar afnemen en bezocht in 1139 haar moeder in het kasteel van Arundel bij de Engelse zuidkust, met een gezelschap van 140 ridders. Dit was het begin van een lange periode van oorlog in Engeland tussen Stefanus en Mathilde. Godfried bemoeide zich niet met de strijd in Engeland maar veroverde vanaf 1142 Normandië in kleine stapjes. In 1144 riep hij zich namens zijn vrouw uit tot hertog van Normandië. In 1149 deden Godfried en Mathilde afstand van Normandië ten gunste van hun zoon Hendrik.

Godfried had in zijn graafschappen met verschillende opstanden van edelen te maken. De belangrijkste opstand begon in 1145 en daar nam zijn broer Eli ook aan deel. Eli zou ontevreden zijn geweest omdat hij van mening was dat hij Maine zou moeten erven (hun vader was eind 1143 overleden). Godfried sloot Eli op en liet hem pas vrij in 1151. Eli was toen ziek en overleed korte tijd later.

Godfried werd getroffen door een plotselinge koorts, op zijn doodsbed deed hij een aantal schenkingen en hij overleed dezelfde dag. Godfried werd begraven in de kathedraal van Le Mans.

Godfried en Mathilde kregen de volgende kinderen:

  • Hendrik II van Engeland, koning van Engeland en hertog van Normandië (Zie Koningen van Engeland nr. 24)
  • Godfried II van Maine, korte tijd erfgenaam van Anjou, Touraine en Maine, tot zijn dood;
  • Willem van Poitou.

Daarnaast had Godfried de volgende buitenechtelijke kinderen:

  • Hamelin (ca. 1129 — 1202), earl van Surrey (graafschap) door zijn huwelijk met Isabel van Warenne;
  • Maria (ovl. 1216), abdis van Shaftesbury Abbey;
  • Emma, gehuwd met prins Dafydd ab Owain Gwynedd.

Bron: Geni

Teksten uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Terug naar:

Graven en Gravinnen

handtekening 2016

31 juli 2016