Heren van Gaasbeek

 

Het Land van Gaasbeek (ligt in het tegenwoordige België) ontstond uit de bekommernis van de hertogen van Brabant om aan de westkant van hun hertogdom een heerlijkheid te creëren die in staat was om mogelijke aanvallen vanuit de naburige graafschappen Vlaanderen en Henegouwen op te vangen. Dit gebeurde in de eerste helft van de 13e eeuw en kwam neer op de samenvoeging van een aantal parochies die voorheen onder het kapittel van Nijvel ressorteerden en een aantal dorpen waar de hertog van Brabant de hogere jurisdictie in leen had gegeven aan de heer van Gaasbeek.

Kasteel van Gaasbeek

Kasteel van Gaasbeek

Het land van Gaasbeek werd in 1236 toegewezen aan Godfried van Leuven, zoon van hertog Hendrik I van Brabant. Godfried van Leuven wordt ook beschouwd als de bouwheer van het kasteel van Gaasbeek (ca. 1240).
Door vererfenis verviel het aan Willem IV van Horne, hij was de achterkleinzoon van Godfried van Leuven. Willem werd in 1343 opgevolgd door zijn zoon Gerard II van Horne, die sneuvelde in de slag bij Warns (bij Stavoren in 1345). Daarna kwam Gaasbeek in bezit van Gerards zuster Johanna van Horne, die gehuwd was met Gijsbert III van Abcoude, heer van Wijk bij Duurstede.

8. Godfried van Leuven
Geboren in 1209, overleden op  21 januari 1253. Hij was de eerste heer van Gaasbeek en de bouwheer van het kasteel van Gaasbeek. Hij was ook heer van Herstal en van Baucignies.
Godfried was een zoon van hertog Hendrik I van Brabant (Zie Graven van Leuven nr. 7) en Mathilde van Boulogne. De hertog van Brabant creëerde het land van Gaasbeek om het hertogdom te verdedigen tegen het graafschap Henegouwen. Als heer van Gaasbeek werd hij opgevolgd door zijn zoon Hendrik.

Hij was eerst gehuwd met Adelheid Berthout. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Zijn tweede huwelijk was met Maria van Oudenaarde, dochter van Arnoud, Heer van Oudenaarde en Pamele en zijn vrouw Alix de Rosoy. Zij hadden vijf kinderen:

  • Hendrik van Leuven (Volgt 9).
  • Arnoud van Leuven (overl. 22 juni 1287), trouwde met Isabella van Breda, Vrouwe van Breda en Schoten, dochter Hendrik IV, Heer van Breda en Schouten.
  • Gerard van Leuven, Heer van Gaesbeeck. Provost in Nijvel.
  • Godfried van Leuven, Provost in Nijvel.
  • Johanna van Leuven-Gaasbeek (1238-1291), getrouwd met Dietrich van Heinsberg, zoon van Hendrik Graaf van Sponheim, Heer van Blankenburg en Löwenburg, en Agnes van Heinsberg.

9. Hendrik van Leuven-Gaasbeek
Overleden in 1285. Zoon van Godfried van Leuven-Gaasbeek en Maria van Oudenaarde.
Hij trouwde met Isabella van Beveren, dochter van Dirk IV van Beveren, Burggraaf van Dixmuiden en Marguerite de Brienne-Ramerupt.
Dochter:

  • Johannna van Leuven-Gaesbeeck (Volgt 10).

10. Johanna van Leuven-Gaesbeeck
Zij was vrouwe van Gaasbeek. Zij was de dochter van Hendrik van Leuven en Isabella van Beveren.
Zij trouwde in 1302 met Gerard I van Horne. Geboren in 1270, overleden 1331.
Hij was de zoon van Willem II van Horne (Zie Heren van Horne nr. 7a) en Agnes van Perwijs.
Hij was heer van Horn, het Land van Altena, Perwijs en Herlaar en ook was hij heer van Heeze en Oost-Barendrecht.
Gerard I was in 1318 de gastheer van een groep edelen die een conflict tussen de graaf van Holland en de hertog van Brabant moesten beslechten. Het ging daarbij om het bezit van het Land van Heusden. Dirk van Kleef verklaarde op deze vergadering dat hij dit land in leen had van de hertog van Brabant.
In het jaar 1321 verkocht hij de heerlijkheid Oost-Barendrecht aan Jan Gillisz. Oem, baljuw van Zuid-Holland.
Zij kregen de kinderen:
– Margaretha van Horne (1302)
– Willem IV van Horne (1305) (Volgt 11).
Na de dood van Johanna hertrouwde hij in 1316 met Irmgard van Kleef.
Hun kind was:
– Dirk van Horne (1320)

11. Willem IV van Horne
Geboren in 1302, overleden in 1343.
Hij was de zoon van Gerard I van Horne en Johanna van Leuven-Gaesbeeck
Hij was heer van Horn, Altena, Loon op Zand en Gaasbeek. Ook was hij heer van Heeze.
Hij was een belangrijk diplomaat die een rol speelde bij het weerleggen van de beschuldiging dat hertog Reinoud II van Gelre zowel het koningspaar van Frankrijk als de hertog van Normandië en de Raad van de koning wilde vergiftigen. Willem V zat samen met de graaf van Holland, de hertog van Brabant en de graaf van Vlaanderen in een onderzoekscommissie, die uiteindelijk deze beschuldiging ontzenuwde. In 1342 gaf hij de heerlijkheid Heeze aan zijn zoon Gerard II.

Willem IV is in 1315 gehuwd met Oda van Putten en Strijen (1295 – voor 1336). Zij was een dochter van Nicolaas III van Putten heer van Putten (1265-1311) en Aleida vrouwe van Strijen (1270-1316).
Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:
Johanna van Horne (1320-1356) (Volgt 12).
Gerard II van Horne (1320-1345)
Oda van Horne (1320-1353), gehuwd met Jan II van Polanen heer van Polanen, Lek en Breda
Aleid van Horne (1320-)
Elisabeth van Horne (1326-1360). Zij trouwde op 20 november 1353 met Johan II van Arkel heer van Heukelom (1310-1373). Hij was een zoon van Otto II van Arkel, heer van Asperen, Heukelom, Vuren, Lingenstein, Acqoy, Ten Goye en Hagestein (1270-1345 en Agathe van der Leck (1285-).

Willem IV is in 1336 gehuwd met Elisabeth van Kleef-Hülchrath, dochter van Dirk Loef III van Kleef en Machteld van Voorne. Hun kinderen waren:
– Willem V van Horne (1335)
– Dirk Loef van Horne (1336). Hij gaf rond 1357 opdracht tot de bouw van Slot Loevestein.
– Elisabeth van Horne (1339). Zij trouwde ca. 1359 met Hendrik van Diest (1345-1385).
– Arnold II van Horne (1339)

12. Johanna van Horne (1320 – 4 juli 1356)
Zij was de dochter van Willem IV van Horne en Oda van Putten en Strijen en ze was vrouwe van Gaasbeek (1345-1356).
Na de voortijdige dood van haar broer Gerard II van Horne werd zij erfvrouwe van Heeze.
Zij huwde in 1349 met Gijsbrecht van Abcoude, heer van Duurstede.
Hun kinderen waren:
– Zweder van Abcoude (1350), heer van Gaasbeek (Volgt nr. 13).
– Willem van Abcoude (1350), heer van Duerstede
– Jan van Abcoude (1350)
Heeze kwam na haar overlijden aan haar broer Dirk Loef van Horne

wapen van Zuylen van Abcoude13. Sweder III van Abcoude
Geboren circa 1350, overleden  te Radda, Toscane , Italië op  22 of 23 april 1400. Zoon van Gijsbrecht van Abcoude (Zie Heren van Abcoude nr. 8) en Johanna van Horne (Zie Heren van Horne nr. 10).
Hij was heer van Gaasbeek, Putten en Strijen. Hij was een tegenstander van Everaard t’Serclaes.
Hij was de zoon van Johanna van Horne, vrouwe van Gaasbeek, en van Gijsbrecht III van Zuylen van Abcoude, heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede. Hij werd heer van Gaasbeek bij de dood van zijn moeder tot 1376, toen hij deze Brabantse heerlijkheid aan zijn broer Willem liet, om het bestuur in de erflanden van zijn vader over te nemen. In 1381 ruilden de twee broers hun bezittingen.
Zweder wenste zijn macht in het hertogdom Brabant uit te breiden tot de meierij van Rode. De hertog was dit wel genegen, maar de schepenen van de stad Brussel, onder leiding van Everaard t’Serclaes, kwamen hiertegen in het geweer, omdat zij hierin een te grote machtsconcentratie zagen.
Op Witte Donderdag 1388 werd t’Serclaes door de bastaardzoon van Zweder, Willem van Kleef, overvallen en verminkt; hij stierf kort daarna. De verontwaardiging bij de Brusselse bevolking was groot. Het Kasteel van Gaasbeek werd belegerd en in brand gestoken. Zweder was toen al weggevlucht.
Zweder bleef echter het vertrouwen genieten van de hertogin Johanna van Brabant en kon al snel beginnen met de heropbouw van het kasteel. Hij stierf als pelgrim in Toscane.
Hij was getrouwd met Anna van Leiningen.
Zij hadden de volgende kinderen:
– Jacob van Gaesbeeck (Volgt 14).
– Jolanda van Abcoude (….-1443), huwde Hubert III van Culemborg
Bastaardzoon:
– Willem van Kleef

Jacob van Gaesbeeck14. Jacob van Gaesbeeck ook genaamd Jacob van Abcoude
Geboren rond 1390 – overleden te Brussel op 6 februari 1459. Hij was een zoon van Zweder van Abcoude  en Anna van Leiningen.
Hij was heer (baron) van Gaasbeek, Abcoude, Putten, Strijen en Coelhorst. Tevens was hij stadhouder van Holland, erfmaarschalk van Henegouwen, raadsheer van het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland, en een van de rijkste edelen van de vroege 15e eeuw in Holland en Brabant.
Na de dood van zijn vader stond hij aanvankelijk onder de voogdij van zijn oom Willem van Abcoude, die heer was van Abcoude en Wijk bij Duurstede. Na diens dood in 1407 slaagde hij er met de steun van de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim in Willems erfgenamen, met name diens schoonzoon Jan I van Brederode, uit te schakelen en zelf heer te worden van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Jacob trad in dienst van zijn leenheer, hertog Jan IV van Brabant. Tijdens het beleg van Dordrecht stond hij aan de zijde van diens echtgenote Jacoba van Beieren. Toen deze zich van de hertog van Brabant liet scheiden werd hij juist haar tegenstander en trouw aanhanger van Jan VI van Beieren, zelfs tegen zijn leenheer, de bisschop van Utrecht, in.

In 1425 stelde Jan IV hem aan als ruwaard van Holland en Zeeland, aanvankelijk samen met Willem van Egmond, later samen met Frank van Borssele, en werd ermee belast de opstand van Jacoba te onderdrukken. Hij belegerde Schoonhoven, maar dit mislukte. Hij werd in 1426 zelf belegerd in Haarlem door Jacoba’s troepen, maar dit werd verijdeld met een vredesverdrag. Hetzelfde jaar steunde hij de Utrechtse bisschop Zweder van Culemborg tegen concurrerend bisschop Rudolf van Diepholt, wat uitmondde in het beleg van Amersfoort waarbij de Eemmond bezet wordt. Jacob werd namens Filips de Goede raadsheer in Holland en, samen met Roeland van Uitkerke, stadhouder van dit gewest. In 1430 werd Filips de Goede ook hertog in Brabant en werd Jacob van Gaasbeek kort drossaard van Brabant en vervolgens raadsheer-kamerling.Financiële problemen en juridische kwesties vullen de laatste periode van zijn leven. In 1433 eist Jacob enkele schadevergoedingen die hij tegoed had van de familie Culemborg. Zijn gerechtelijke procedure om Eindhoven en andere heerlijkheden van de familie van zijn tweede vrouw in handen te krijgen, is zeer geldverslindend. Uit geldnood leende hij 100.000 nobelen van Jan van Horne, met Gaasbeek als onderpand. In 1434 werd Jan van Horne eigenaar van Gaasbeek. In het Utrechts schisma steunde hij Walraven van Meurs tegen de officiële bisschop Rudolf van Diepholt. Bij een poging tot aanslag op deze werd hij gevangengenomen. De prijs voor zijn vrijheid was het afstaan van zijn bezittingen in het bisdom Utrecht: Abcoude en Wijk bij Duurstede.Uiteindelijk verkocht hij in 1456 ook zijn Hollandse heerlijkheden Strijen en Putten aan Filips de Goede en andere domeinen aan Anton van Bourgondië.
Jacob trouwde met Johanna van Ligne. Zij hadden één zoon, Antoon, die vroeg stierf (1411-1429).
Hun zoon werd vrij streng opgevoed door zijn vader: op een dag toen de jongen niet recht op zijn paard zat gaf Van Gaasbeek hem een klap in zijn gelaat waardoor de jongen van zijn paard viel en daarbij overleed. Hij hertrouwde in 1417 met Margaretha van Schoonvorst, een dochter van Koenraad van Schoonvorst, heer van Elslo. Dit huwelijk bleef kinderloos.
Zoon:
– Antoon 1411 – 1429
Bastaardzoon:
–  Burgher van Gaesbeeck  (Volgt Genealogie van Gaesbeeck nr. 1).