Nootdorp

 

 

Het dorp Nootdorp in 1793, Nederlandsche Stad- en Dorp- Beschrijver

Gemeente Nootdorp rond 1868, door J. Kuijper. 1600 inwoners.

Nootdorp is een dorp in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het ligt vlak bij Den Haag, Pijnacker en Delft. Nootdorp was tot 1 januari 2002 een zelfstandige gemeente. Om financiële redenen en om annexatie door Den Haag, dan wel Delft, voor te zijn, fuseerde Nootdorp met Pijnacker. Het grootste deel van de Vinex-locatie Ypenburg was oorspronkelijk Nootdorps grondgebied. Dit ging in het jaar 2002 gedeeltelijk over naar de gemeente Den Haag.

De eerste keer dat we een vermelding vinden van Nootdorp is in 1281, wanneer men spreekt over de Noitdorper wech (=veilige weg, tussen het afgegraven veenland). Vermoedelijk is die Nootdorperweg dezelfde als de huidige Veenweg. In het veenrijkegebied, werd aan weerszijden van de Noitdorper wech turf gestoken, die vooral bestemd was voor Die Hage, maar ook voor Delft en de abdij van Loosduinen. In 1303 wordt de eerste priester aangesteld voor de bewoners aan de Noitdorper wech, die dan korter wordt aangeduid als Noetdorp. Het kerkdorp bestond bestuurlijk geruime tijd uit de twee heerlijkheden: Nieuwveen en Hoogeveen. Eerst in 1724 is er sprake van de heerlijkheid Nootdorp, die toen uit “’s graven boezem werd onttrokken”. De heerlijkheid Nootdorp bestond toen naast die van Hoogeveen en Nieuwveen. Kerkelijk vormden zij gedrieën wel één parochie. (De Graaf van) Den Haag was vanaf het begin ook heer van Nieuwveen. De meeste turfwas bestemd voor de bewoners van Het Binnenhof. Tot ver in de 18de eeuw is Nootdorp een boerendorp gebleven. Halverwege de 18de eeuw had het zo’n 300 inwoners. Honderd jaar later was dat aantal verdubbeld. Het bevolkingsregister van 1870 telt 707 inwoners, waarvan 350 mannen en 357 vrouwen. Wat godsdienst betreft zijn er 373 katholieken en evenveel protestanten, waaronder 331 Nederlands-hervormden.Na de Tweede Wereldoorlog is de gemeente gaan groeien. Er werd begonnen met het bouwen van de Groene Singel, een ontwerp van architect en stedenbouwkundige S.J. van Embden. Daarna werd in de jaren 60 Plan West gebouwd, verrees in de jaren zeventig de wijk Vrouwtjesland en in de jaren 80 is de Wijk achter het Raadhuis opgetrokken. In de jaren 90 zijn ook alle kassen aan de Veenweg en de Kerkweg verplaatst naar tuindersgebied Noukoop. Eind jaren 90 is verder nog de wijk Nieuweveen gebouwd. In 2002 werd de bouw van Winkelcentrum De Parade voltooid. Dit verrees op de plek waar vroeger de Korte Baan Draverijen werden gehouden, de Nootdorpse Drafbaan.
De naam Nootdorp is samengesteld uit de woorden ‘noot’ en ‘dorp’. Over de betekenis van het eerste deel ‘noot’ kan het volgende worden gezegd. Het Middelnederlandse woord ‘noot’ komt in alle oudere Germaanse talen voor, zoals in het Oud-hoogduits nôz, het Angelsaksisch neát, het Oud-noordsch naut, het Zweeds nöt, het Oud-fries nât, het hedendaagse Noord-Fries nut, het Deens nöd, het Engels neat. De nog oudere oorsprong van het woord ligt in het Gotisch werkwoord niutan, ons ge-nieten, waartoe ook nut behoort. De oorspronkelijke betekenis van het woord ‘noot’ was: datgene wat het land voortbrengt om te leven. De hedendaagse termen ‘nood’, ‘noodzaak’, ‘nodig’, ‘nuttig’ verwijzen hier nog naar. In de middeleeuwen had het woord ‘noot’ een tweeledige betekenis: het kon duiden op de producten van het land, dus graan, gras maar ook hout en turf. Het woord werd in sommige streken ook gebruikt als aanduiding voor ‘vee’. Om onderscheid te maken tussen de gewone landopbrengsten en het vee ziet men in middeleeuwse geschriften het woord ‘noot’ ook in verbinding gebracht met ‘quic’ (levend; rechtstreeks verwant met de hedendaagse woorden kweek en kweken en kwiek, in de betekenis van levendig). Zo ontstond het woord quekenoot als aanduiding voor levende have. Aangenomen kan worden dat het begrip ‘noot’ in de naam Nootdorp slaat op de eerste betekenis: land(bouw)product. De huidige Langelandse weg heette vroeger Notweg of Nootweg. Ook in enkele andere plaatsen in Nederland komen we die term ‘noot’ nog tegen in straatnamen, zoals de Notweg in Bergen en de Nootweg in Loosdrecht. Over de betekenis van de aanduiding ‘nootweg’ kan nog het volgende worden vermeld. In een oorkonde van 1401 wordt aan een zekere Coen van Oosterwijk de vrijheid verleend om het land buiten de Zeeburg tussen Amsterdam en Ypesloot te bedijken, en daarbij werd aan ieder veroorloofd, ‘in zijn landen lanen te legghen tot aen de Zeeburch, om zijn noote uyt ende in den landen te voeren.’ Uit deze zin kan worden opgemaakt dat het woord ‘noot’ omstreeks 1400 ook zonder het voorvoegsel ‘queke’ de betekenis van vee heeft gekregen. De meest voorkomende betekenis in Nederland van het begrip Nootweg of Notweg is dus de weg waarover men vee verplaatst.

Het tweede deel ‘dorp’ heeft sinds 1200 in Nederland geen betekeniswijziging ondergaan: het is een verzameling van huizen. Het woord zelf is al veel ouder en komt in vergelijkbare klanken ook terug in veel Germaanse talen. Taalkundigen wijzen in dit verband ook op het verband met het woord ‘terp’, een kunstmatige verhoging van plaggen. Voor Nootdorp geldt dat verband wel heel speciaal. De oudste bekende schriftelijke vastlegging van Nootdorp dateert uit 1281 (Noitdorp). Omdat er tot ongeveer 1700 geen officiële schrijfwijze bestond, is de naam Nootdorp in oudere stukken opgeschreven op de wijze waarop de schrijver de naam verstond. Dit heeft tot veel verschillende schrijfwijzen geleid: Noitdorp, Noetdorpe, Noittorpe, Notdorp etc.

Wapen Pijnacker (1816 – 2001)

Het wapen van Nootdorp werd op 24 juli 1816 door de Hoge Raad van Adel per Koninklijk Besluit aan de Zuid-Hollandse gemeente Nootdorp toegekend. In 1832 kwamen de gemeenten Hoogeveen in Delfland, Nieuwveen in Delfland en Stompwijk bij de gemeente Nootdorp. Omdat de eerste twee geen wapen voerden en Stompwijk gedeeltelijk bij Nootdorp gevoegd werd, werd het wapen niet aangepast. Het wapen bleef tot 1 januari 2002 in gebruik door de gemeente Nootdorp. Na de fusie met Pijnacker tot de gemeente Pijnacker-Nootdorp is het wapen opgegaan in het nieuwe gemeentewapen.

De blazoenering voor het wapen van Nootdorp luidde als volgt:
“Van lazuur, beladen met 2 geaffronteerde slangen, staande en pal, alles van goud.”  Het wapen is in de rijkskleuren uitgevoerd en toont twee gouden slangen op een blauw veld. De slangen staan opgericht en met de hoofden naar elkaar toe.
In de 17e een 18e eeuw werd het wapen gevoerd zoals het in 1816 door de Hoge Raad van Adel aan de gemeente Nootdorp werd toegekend. In welke kleuren het wapen gevoerd werd is echter niet bekend.Voor het ontstaan van het wapen zijn twee mogelijke verklaringen:

  • Het zijn eigenlijk palingen want die komen vrij veel voor in de omgeving, probleem is alleen dat in de 17e eeuw nog geen watergebieden in de omgeving waren.
  • Het Hoogheemraadschap van Delfland voerde rond 1711 een wapen waarin een van de schildhouders een spiegel vasthield waarop twee kronkelende slangen stonden. Deze symboliseerden voorzichtigheid die het hoogheemraadschap moet betrachten rondom de waterspiegel.

Bron: Wikipedia – Nootdorp

Voorouders van mij uit Nootdorp:
Klerck (1600) en  Groenheide (1655).

Terug naar:

Dorpen en Steden

  facebook        

© vrijdag 20 oktober 2017