Heren van Egmont

 

Het Huis Egmont (ook wel Egmond) ontstond in een abdij in Egmond, de Sint-Adelbertabdij, die gesticht werd door Dirk I, graaf van Holland. Het huis van Egmont is een adellijk geslacht voortgekomen uit de advocati (voogden) van de abdij. Als stamvader kan Radboud van Egmont (870) worden genoemd.

Er zijn nog drie andere takken van het geslacht: Egmont van Merenstein (tot 1559), Egmont van Kenenburg (tot 1703) en Egmont van Nijenburg (tot 1747).

De oorsprong van dit Hollandse geslacht ligt in het feit dat de leden van het huis optraden als voogd en dus beschermer van de abdij van Egmond. De ligging van de abdij en het gebied van de heren van Egmont in het uiterste noorden van het graafschap Holland zorgde ervoor dat de leden uit het huis Egmont betrokken werden bij de strijd van de graaf met de West-Friezen. Deze strijd zorgde voor verliezen, maar droeg uiteindelijk door aanhoudend succes bij aan de opkomst van het huis Egmont als een vooraanstaande familie in de Nederlandse geschiedenis.Voor hun steun aan de graven van Holland werden de Egmonds beloond met verschillende bezittingen in het veroverde West-Friesland, zoals de heerlijkheid Warmenhuizen en Harenkarspel, die geruild werd met Floris de Voogd voor de heerlijkheden Oudkarspel, Oterleek en de heerlijkheid Spanbroek. In 1283 werd Willem II van Egmont door Floris V van Holland benoemd tot heer van Egmont. Vanaf dit moment waren de Egmonds niet meer ondergeschikt aan de abdij, maar aan de graaf van Holland.Door een goede huwelijkspolitiek en erfenissen weten de Egmonds de bezittingen in de Nederlanden steeds verder uit te breiden, waardoor ze een van de rijkste families van de Nederlanden worden. Zo erfde Jan I van Egmont in 1363 door zijn huwelijk met de dochter van Arnold van IJsselstein (Zie Heren van IJsselstein nr. 8) de Baronie IJsselstein. Ook voor bewezen diensten krijgt het huis Egmont de nodige besittingen toegewezen. Zo krijgt Arnold van Egmont in 1398 de heerlijkheid Ameland in zijn bezit voor bewezen diensten aan de Graaf van Holland. Als het Huis van Arkel in 1428 uitsterft komt ook een deel van diens bezittingen aan het huis Egmont. Het huis Egmont speelde een grote rol in de Hoekse en Kabeljauwse twisten waar ze aan de zijde van de Kabeljauwen vechten.

 

Egmont wapen

Egmont

 

1. Radbout I van Egmont (overleden 792), was de laatste Friese Koning en werd de eerste heer van Egmont.
De naam van zijn vrouw is onbekend.
Kinderen:

  •  Garbrant I  (overleden 845), tweede heer van Egmond.
  • Wolbrant I van Egmont (overleden 868), derde heer van Egmond. (VOLGT 2.)

2. Wolbrant I van Egmont (overleden 11 december 868), derde heer van Egmond. Zoon van Radbout I van Egmont.
Volgens Antonius Hovius, monnik van de abdij van Egmond en vanaf 1561 abt van Echternach † 1568, die de geschiedenis van de heren van Egmont optekende in zijn “Chronica van de Edele welgeborene Heeren ende Baroenen van Egmond”  kwam Wolbrant van Egmont, een zoon van Radbout I, de laatste koning van het Friese rijk,  in 843 in opstand tegen de aanstelling door de keizer van diens neef Dirk van Aquitanië (zie ook Nazaten van de koningen van Aquitanië nr. 5) als graaf van Frisiae-Occidentalis (het huidige Noord- en Zuid-Holland alsmede Utrecht).
De keizer kwam er in 864 aan te pas om vrede te stichten. De uitkomst was dat Dirk van Aquitanië de heerschappij over Frisiae-Occidentalis mocht behouden maar hij diende wel Wolbrant een schadeloosstelling van maar liefst 6000 Frankische franken te betalen omdat deze kon aantonen dat Pepijn en Karel Martel zijn vader toezeggingen hadden gedaan. Verder mocht Wolbrant Egmond met de tien omliggende dorpen behouden. Tijdens zijn verblijf in Frisiae-Occidentalis kreeg de keizer het bericht dat de Bertoenen (Normandiërs) zijn gebied waren binnengevallen. Wolbrant trok met de keizer ten strijde en wist de Bertoenen te verdrijven. De keizer was hem hiervoor zo dankbaar dat hij zijn 15 jaar oude dochter Lucretia uithuwelijkte aan Wolbrants zoon Radbout. Wolbrant verbleef nog enige tijd aan het hof van de keizer waar hij op 11 december 868 door jaloerse edelen werd vermoord. Hij werd begraven te St. Denis.
Gehuwd met een onbekende vrouw.
Uit dit huwelijk:

  •  Radbout II van Egmond (Volgt 3).

3. Radbout II van Egmont (overleden 4 augustus 919), vierde heer van Egmond. Zoon van Wolbrant I van Egmont.
Hij was gehuwd met Lucretia der Franken  (geboren ca. 850 – overleden 884), dochter van Karel de Kale  (Zie Stamreeks Karel de Grote XXIII nr. 3) en Ermentrudis van Orléans (Zie Graven van Orléans nr. 4).
Hij was de laatste Friese troonpretendent.
Uit zijn huwelijk met Lucretia:

  • Dodo I van Egmont (overleden 977) (Volgt 4).

4. Dodo I van Egmont (geboren 884 – 21 mei overleden 977), vijfde heer van Egmond. Zoon van Radbout II en Lucretia der Franken.
Hij vocht mee in de strijd tegen de Saracenen (Moren). Zijn woonverblijf was het rondeel te Egmond op de Hoef. Hij huwde met Kornelia van Brunswijk (overleden 21 december 982).
Kinderen uit dit huwelijk:

  • Walengier van Egmont (Volgt 5)
  • Antonia van Egmont, getrouwd met de heer van der Lede.

5. Walengier I van Egmont (overleden 2 januari 1016), zesde heer van Egmond. Zoon van Dodo I van Egmont en Kornelia van Brunswijk.
Hij stichtte het dorp Egmond aan Zee. Mogelijk was dit al door vissers bewoonde nederzetting. Hij bouwde er een kerkje ter ere van St. Anna en zo verkreeg deze nederzetting de dorpsstatus. Hij trouwt 1e met Katharina, de dochter van de hertog van Gloucester. Nadat hij haar op 27 augustus 1004 op overspel betrapte, doodde hij haar en haar minnaar en begroef beiden in het bos naast het slot op de Hoef, dus in ongewijde grond. Hij woonde op het rondeel te Egmond op de Hoef. Trouwt 2e met Helena van Brandenburg (overleden 22 juli 1027).
Kind uit het eerste huwelijk:
– Ghibert (door zijn vader in een klooster geplaatst, later domproost te Utrecht).
Kind uit het huwelijk met Helena van Brandenburg:
Dodo II van Egmont (VOLGT 6.)

6. Dodo II van Egmont (overleden 10 maart 1074), zevende heer van Egmond. Zoon van Walengier I van Egmont en Helena van Brandenburg.
Toen zijn vader in 1016 overleed, was Dodo II waarschijnlijk nog minderjarig omdat zijn moeder als Amazone en in manskleren aan met hem meevocht vocht tijdens de inval van de Westfriezen in Kennum. Hij was gehuwd met Appolonia van Limburg (Zie Graven van Limburg nr. 2c), dochter van Walram I van Limburg en Jutta van Luxemburg. Uit dit huwelijk:
– Beerwout I van Egmont, (VOLGT 7.)
– Perinne (Petronella) van Egmont, getrouwd met de graaf van Kormond (Clermont ?).
– Oktrude (Geertruida) van Egmont, getrouwd met de heer van Lomerveld.

7. Beerwout I van Egmont (geboren ca. 1050 – overleden 1096), achtste heer van Egmond.
Beerwout had een belofte aan de abt Stephanus van Gendt, hoeder van de abdij van Egmond gedaan om met de Eerste Kruistocht mee te gaan, om zo de zonde van zichzelf en zijn voorvaderen te doen vergeten. Bij terugkomst had de abt zijn pacht van zes tienden tot heerlijkheid laten verklaren en tevens de erfrechten schriftelijk vast laten leggen. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Beerwout II van Egmont.
Hij was gehuwd  met Eleonora van Oostervant, mogelijk een zuster van Anselm I, graaf van Oostervant, erfburggraaf van Valenciennes en heer van Ribemont. Zij overleed op 3 juni 1091.

Kinderen uit dit huwelijk:
– Barwout II van Egmont, (VOLGT 8.)
– Steven van Egmont, vijfde abt van Egmond ( overleden op 3 januari 1105).

*

8. Beerwout II van Egmont (geboren circa 1094 – overleden 1158) negende heer van Egmont. Zoon van Beerwout I en Eleonora van Oostervant. Beerwout zette het werk van zijn vader Beerwout I van Egmont voort door de eerste Donjon te bouwen bij het slot aan de Hoeven. Hij mag dan ook als eerste bewoner genoemd worden van het slot. Beerwout lag diverse keren in conflict met de naburige abdij over betalingswijzen, om het dispuut te doorbreken werd Beerwout zelf tot rentmeester benoemd van de abdij.
Hij was getrouwd met Rosemunde van Vlaanderen (overleden 1 oktober 1114), dochter van Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen (Zie Graven van Vlaanderen nr. 8c) en Geertruida van Saksen (Zie Hertogen van Saksen II nr. 6), met wie hij minstens twee zonen kreeg:
– Allard van Egmont (1130 – 1160) opvolger. (Volgt 9)
– Dodo van Egmont (geboren 1131 – 26 november 1200) Na het sneuvelen van zijn broer Aelbert in 1168 tot aan zijn dood zaakwaarnemer van zijn minderjarige neef Wouter I. Dodo III wordt dan ook de tiende heer van Egmond genoemd.
– Werenbout van Egmont, stamvader van de heren Utenhage. Hij sneuvelde samen met zijn vader in 1114.

9. Allard van Egmont (geboren 1130 – Schoorl, 1168),  was ridder en elfde heer van Egmont.
Zijn vader Berwout II was begonnen met de bouw van een kasteel, Slot op den Hoef, ook Kasteel Egmond genoemd. Na zijn vaders dood bouwde Allard verder aan het slot. In 1168 trok Allard samen met andere Hollandse edelen ten strijde in een strafexpeditie tegen de West-Friezen, in naam van Graaf Floris III van Holland. Hij verbrandde het kasteel van Schagen. Bij Schoorl werden de Hollanders in een hinderlaag gelokt door de West-Friezen. Negen ridders, waaronder Allard, sneuvelden. Allard was gehuwd Met Antonia van Henegouwen, dochter van Boudewijn IV van Henegouwen (Zie Nazaten van Henegouwen nr. 11) en Aleidis van Namen.
Met haar kreeg hij minstens twee zonen:
– Wouter van Egmont (1145 – 1208).(VOLGT 10)
– Allard van Egmont (1150 – 12??), hij werd heer van Buren (Volgt Heren van Buren nr. 10)

Kasteel_Egmond_1638

Kasteel Egmond

10. Wouter I van Egmont (ook wel Beerwout III) (geboren ca.1145 – Egmond aan den Hoef – overleden 13 september 1208) was twaalfde  heer van Egmond.
Hij was een zoon van Allard van Egmond en Antonia van Henegouwen. Hij was aanwezig bij een grondschenking (de Albrandswaart, nabij Putten) aan de Abdij ter Duinen, Dirk VII van Holland is hierbij als getuige aanwezig. Wouter streed onder Willem I van Holland in de Loonse Oorlog (1204 – 1205) tegen Lodewijk II van Loon. Tijdens deze oorlog werd zijn Kasteel Egmond verwoest waarna hij samen met Allard Baniaert, heer van Beverwyck een aantal Kennemerse divisies leidde, hij kreeg tijdens deze periode de bijnaam De kwade. Na de oorlog begon hij aan de wederopbouw van zijn kasteel. Hij bleef net zo als zijn voorvaderen in conflict over betalingswijzen met de Abdij van Egmond, die hem als bijnaam Kwade Wouter gaven.
Wouter huwt met Mabelia van IJsselmonde, waarmee hij de volgende krijgt:
– Aarnout van Egmont.
– Gerard I van Egmont (overleden 1217) dertiende heer van Egmond, stamvader van het geslacht van Egmont-Merenstein
– Wouter II van Egmont veertiende heer van Egmond
– Willem I van Egmont (1180 – 1234) (VOLGT 11a)
– Halewine van Egmont (VOLGT 11b) 
– Sybrant van Egmont.
– Dochter, gehuwd met Dirk Bokel (Zie Heren Bokel nr. 1)

11a. Willem I van Egmont (ca.1180 – Elbe, 17 mei 1234) was vijftiende heer van Egmont.
Hij was een zoon van Wouter van Egmont en Mabelia van IJsselmonde. Hij werd op 28 augustus 1215 tot rentmeester of voogd van de Sint-Adelbertabdij benoemd, dit deed hij tot 1221. Hij liet in 1227 een kapel bouwen bij het slot aan de hoeven. Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV, was even als zijn vader, advocatus der abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, zodat hij blijkbaar de leenheerschappij der abten erkende, al twistte hij ook langdurig met hen over rechten, die hij aan zichzelf ontleende. In het voorjaar van 1234 trok hij mee met Floris IV van Holland als vazal om de stedingers een halt toe te roepen, in een van de veldslagen nabij de Elbe werd Willem gedood. Zijn lichaam werd teruggebracht en begraven in het slotkapel in Egmond aan den Hoef.
Willem was gehuwd met Badeloch van Amstel- IJsselstein, waarmee hij minstens een zoon had:
Maria van Egmont, jong gestorven.
– Gerard II van Egmont (VOLGT 12)

11b. Halewine van Egmont.
Dochter van Wouter I Van Egmont en Mabelia van IJsselmonde.
Zij huwde 1e  met Bartholomeus van Voorne van Naaldwijk. Geboren 1170. Zoon van Dirk I van Voorne (Zie Heren van Voorne nr. 4). en een dochter van Unarch van Nadelwick, Heer van Naaldwijk.
Hij was een heer uit het adellijke geslacht Van Voorne.
Hij werd door zijn broer Hendrik van Voorne beleend met goederen te Naaldwijk die waren ingebracht door hun moeder. Hij bewoonde het Kasteel Ravesteyn te Heenvliet. Waarschijnlijk is hij tussen 1215 en 1220 overleden.
Kinderen:
– Hugo I van Naaldwijk (1195- ….) (Volgt Heren van Naaldwijk 6a).
– Bartholemeus van Naeltwijck van Maerlant (1215 – ….) (Volgt Heren van Naaldwijk 6b).

Zij huwde 2e met Arend van Teylingen. Heer van Rijswijk. Hij was een zoon van Willem van Teylingen (Zie Heren van Teylingen nr. 1) en  Agniese van Bentheim (Zie Graven van Bentheim nr. 10c).

Kinderen:

  • Dirk I van Rijswijk van Teylingen
  • Florentia van Rijswijk van Teylingen, getrouwd met Filips II van Wassenaer 
  • Bertha van Rijswijk van Teylingen, getrouwd met Dirk I van Wassenaar (Volgt Heren van Wassenaar nr. 3) 
  • Lubbert I van Rijswijk van Teylingen

12.Gerard van Egmont (Latijn: Ghearardus de Egmundus), (Egmond aan den Hoef, ca. 1200 – Candia, 25 december 1242), zestiende heer van Egmont.

Gerard was een zoon van Willem I van Egmont en Badeloch van Amstel- IJsselstein. Hij volgde in 1234 zijn vader op als heer van Egmont.
Gerard was een vroom man, hij liet de slotkapel wijden door de abt van Egmond in 1229 en ondernam tweemaal een tocht naar het Heilige Land. Bij zijn terugtocht in 1242 overleed hij in Candia op het eiland Kreta.
Gerard was gehuwd met Elisabeth van Montfoort (overleden 12 mei 1262), dochter van Hendrik de Rovere, burggraaf van Montfoort.
Van Gerard zijn twee kinderen bekend:
– Willem II van Egmont (VOLGT 13).
– Sophia van Egmont, gehuwd met Jacob van der Woude, heer van Warmond.

13. Willem II van Egmont (geboren ca. 1235 – overleden 20 maart 1304) was zeventiende heer van Egmont. Willem was een zoon van Gerard van Egmont en Elisabeth van Montfoort. Hij volgde in 1242 zijn vader op als heer van Egmond. Omdat hij op dat moment nog niet meerderjarig was, stond hij tot 1248 onder gezag van een regent, zijn achterneef Wouter “Stoutkind” van Egmont. Willem was gehuwd met Ada van Brederode (zie: Heren van Teylingen en Brederode nr 3.b).
In 1258 stond hij de ambachtsheerlijkheden Oterleek, Oudorp, Oudkarspel, Spanbroek en Wadeweij af aan Floris de Voogd, oom van graaf Floris V van Holland, in ruil waarvoor hij het heerlijkheid Warmenhuizen in leen kreeg. Hij breidde zijn gebied ook uit door aankopen, onder meer van Huisduinen. Hij nam in 1282 deel aan een veldtocht van Floris V naar Friesland.
Na de moord op Floris V in 1296 begeleidde hij de nieuwe graaf Jan I van Holland op een tocht naar Engeland, waar Jan ging trouwen met een dochter van de Engelse koning.
Zijn vrouw Ada overleed in 1297 en zijn zoon Gerard in 1300. Bijgevolg werd hij na zijn overlijden in 1304 als heer van Egmont opgevolgd door zijn kleinzoon, Willem III.
Het echtpaar had twee kinderen:
– Gerard (II) (1260?-1300) (Volgt 14a), gehuwd met Elisabeth van Strijen.
– Halewina (Volgt 14b), gehuwd met Hendrik van Cuyck, burggraaf van Leiden.

*

14a. Gerard II van Egmont (overleden op 18 mei 1300, dus vóór zijn vader.) Hij is dus formeel geen heer van Egmond geworden alhoewel hij wel in de reeks als achttiende heer wordt opgenomen. Hij was een zoon van Willem II van Egmont en Ada van Brederode.
Hij was gehuwd met Elisabeth van Strijen (Strienen) die op 16 december 1297 overleed. Zij was een dochter van Willem II van Strijen (Zie Heren van Strijen nr. 4) en Elisabeth van Arkel (Zie Heren Van Arkel nr. 15b).
Kinderen uit dit huwelijk:
– Willem III van Egmont 19e heer van Egmond. Hij overleed op 3 juli 1312. Hij was getrouwd met Margaretha van Blanckenhem die in 1312 overleed. Zij waren kinderloos.
– Wouter III van Egmont  (VOLGT 15)
– Nikolaas van Egmont, getrouwd met Elisabeth van Heemskerk.
– Jan van Egmont. Aleid van Egmont, overleden in 1311. Zij was getrouwd met Jacob van Lichtenberg, overleden in 1304.
– Sophia van Egmont, overleden in 1309 en getrouwd met heer van Warmond.
– Gerard van Egmont. Een aantal bastaardtakken pretenderen van Gerard III van Egmont af te stammen.

14b. Halewina van Egmont, (overleden 12 januari 1319), gehuwd met Hendrik van Cuyck, burggraaf van Leiden.
Kinderen:
–  Alverardis Bertha van Cuijck (1280-1310) erfdochter van Leiden. (Volgt Heren van Cuijck nr. 17b.) .
–  Dirk van Cuijck (1290-1339), gehuwd met Jusitina de Gouwer van Koudekerke (1290-1350), burggraaf van Leiden.

15. Wouter III van Egmont
Geboren circa 1283, overleden 3 september 1321. Hij was de 20e heer van Egmont.
Hij is een zoon van Gerard van Egmont en Elisabeth van Strijen.
Wouter werd Heer van Egmont, toen zijn oudere broer Willem III stierf zonder nakomelingen, op 2 juli 1312.
Onder zijn bewind werden de relaties van het huis met de Egmond abdij genormaliseerd. In 1315 begon hij met 60 man uit zijn gelederen een militaire expeditie naar Vlaanderen. Vóór 1310 trouwde hij met Beatrijs van der Doirtoghe (Zie Heren van Doortoge nr. 4c).
Kinderen:

  • Jan I van Egmont (< 1310 – 1369) opvolger (Volgt 16)
  • Wouter
  • Ida van Egmont (geboren 1317), zij was gehuwd met Willem van der Duyn (Zie Heren van der Duyn nr. 1). Zoon van Jan van den Doortoge (Zie Heren van den Doortoge nr. 4b). Willem was schout van Zevenhuizen en heemraad van Schieland.
  • Sofia (* c.  1319 )
  • Gerald / Gerrit ( c.  1320 – c.  1397 )

 

16. Jan I van Egmont (geboren vóór 1310 – overleden 28 december 1369)
Hij was heer van Egmont, heer van IJsselstein, baljuw van Kennemerland (1353-1354) en stadhouder van Holland.
Hij was een zoon van Wouter II van Egmont en Beatrijs van Doortogne. Hij wordt in 1328 voor het eerst genoemd als hij deelneemt in de Slag bij Kassel, en  graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelt om de graaf van Vlaanderen tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen. Jan krijgt door middel van huwelijk de heerlijkheid IJsselstein toegewezen en erft dit als zijn schoonvader Arnold van IJsselstein in 1363 overlijdt. In 1343 werd hij met anderen aangewezen om, tijdens de afwezigheid van de graaf, het land te besturen. Hij krijgt in 1344 de burcht Nuwendoorn (bij Eenigenburg) bij zijn bezittingen toegewezen. Van Egmont neemt deel aan de derde veldtocht van Willem IV van Holland naar Pruisen en is ook betrokken bij het Beleg van Utrecht in 1345 maar ontkomt (is blijkbaar niet aanwezig) aan de noodlotige slag bij Warns (1345). Hij is in de volgende jaren een belangrijke schakel in de politiek van Holland.

Jan is in 1350 een van de hoofdondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte die de Hoekse en Kabeljauwse twisten zou inluiden. Hij is aanwezig bij de Slag bij Naarden (1350) en vocht ook mee bij de Slag bij Zwartewaal, ook wel de Slag op de Maas genoemd. Jan van Egmont werd vervolgens naar Engeland gestuurd om te bemiddelen in het geschil tussen Margretha van Beieren en Willem V van Holland, dit wordt echter niet opgelost. Hij vervolgt (terug in Nederland) met een krijgstocht tegen de burgers van Bunschoten, hervatte, na de winter van 1356 de oorlog door het kasteel van Nyevelt op last van de graaf te belegeren, na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog tot een einde kwam. In 1356 wordt hij door Willem V van Holland tot stadhouder benoemd van het gebied boven de Maas, dit stadhouderschap oefende hij uit tezamen met zijn broer Gerrit. Hij neemt, nadat Willem V krankzinnig is verklaard, zitting in de ministriaal van Albrecht van Beieren, bij wie hij in 1358 als raad voorkomt. In 1359 tekent hij als een der hoofdmannen der Kabeljauwse partij de zoenbrief met Delft (1359); tot zijn dood vindt men hem in de omgeving van de graaf. Hij werd in de kerk te IJsselstein begraven.

Jan I huwde met Guyote van IJsselstein, bij wie hij minstens twaalf kinderen had:

  • Willem van Egmond (Slot Egmond op de Hoef te Egmond-Binnen, 1332-1410), heer van Zevenhuizen en Zegwaard en schout van Delft, trouwde met Machteld van Hemert (Nederhemert, 1345-)
  • Arend heer van Egmond (ca. 1340-1409), opvolger (Volgt 17a)
  • Jan van Egmond (-1360), was gehuwd met Johanna van Raaphorst
  • Gerrit van Egmond
  • Albrecht van Egmond, kanunnik te Utrecht
  • Beatrix van Egmond, was gehuwd met Gijsbert heer van Vianen (1320-1391
  • Baerte van Egmond, was gehuwd met Gerard I van Culemborg
  • Maria van Egmond (-ca. 1384), trouwde met Philips IV van Wassenaer
  • Catharina van Egmond (Volgt 17b).
  • Antonia van Egmond, abdis te Den Bosch
  • Elisabeth van Egmond
  • Griete van Egmond.

 

17a. Arend van Egmond (geboren ca. 1340 – overleden 9 april 1409) was heer van Egmond, Heer van IJsselstein, van Zegwaard en militair.
Hij was de oudste zoon van Jan I van Egmond en Guyote van IJsselstein. Van Egmond zat vanaf 1372 in de ministriaal van Albrecht van Beieren. Hij nam in 1396 deel aan de veldtochten tegen de West Friezen en kreeg in 1398 de heerlijkheden van Ameland en De Bilt toebedeeld. Van Egmond kreeg het bevel over de Hollandse troepen die Friesland moesten stabiliseren. Hij leefde in onmin met graaf Willem VI van Holland vanwege zijn Kabeljauwse gezindheid.

Van Egmond huwde met Jolanda van Leiningen. Geboren in 1352, overleden op 24 april 1434 te ’s Gravenhage.
Dochter van Frederik VII van Leiningen-Dagsburg (Zie Graven van Leiningen II nr. 6) en Jolanda van Gulik-Bergheim.
Kinderen:

  • Jan II, Heer Van Egmond (ca. 1385-1451), opvolger (Volgt 18).
  • Willem van Egmond (ca. 1387-1451)

17b. Catharina van Egmond
Geboren rond 1338.  Dochter van Jan I van Egmont en Guyotte van Amstel.
Zij huwde met Bartholomeus van Raephorst. Zoon Dirk van Raephorst en Machteld van Outshoorn (Zie Heren van Outshoorn nr. 4).
Overleden in het jaar 1406.
Kinderen:
– Adriaan van Raephorst  …. – 1473
– Dirk van Raephorst
– Beatrix van Raephorst
– Magtelt van Raephorst 1406 – 1439 (Volgt Heren van Raephorst nr. 7)

18. Jan II van Egmont ook wel Jan met de bellen (1385-1451) was heer van Egmont en IJsselstein, ambachtheer van Breul, voogd van Gelre (voor zijn zoon Arnold van Egmont).

Hij was een zoon van Arend van Egmont en Yolanda van Leiningen. Jan wordt voor het eerst vermeld in 1405, als hij wordt gevraagd voor een bijeenkomst in Hagestein. Hij volgt zijn vader op in 1409 als heer van Egmont. Jan II van Egmont werd ook wel Jan met de bellen genaamd, wat sloeg op de belletjes op zijn harnas. De man was een vurige Kabeljauw en dus een vijand van Willem VI en Jacoba van Beieren. Hij verloor zijn landgoederen in de Arkelse oorlog en maakte zich na de dood van Willem VI meester van IJsselstein.In het voorjaar van 1417 verraste Jacoba van Beieren met behulp van Hollandse en Stichtse troepen hem, met het beleg van IJsselstein. Na een kort beleg werd bij het verdrag bepaald dat alle muren en poorten geslecht moesten worden en de komende 13 jaren geen ommuuringen mochten worden gebouwd en daarbij moest Jan II van Egmont de gravin Jacoba erkennen onder vernederende voorwaarden. Jan II is daarna naar Brabant gevlucht, waar hij met mede Kabeljauwse ballingen in het najaar het beleg van Gorinchem begon. Hij wist te ontsnappen nadat zijn medebroeders verslagen waren binnen Gorinchem. Voor zijn zoon Arnold voerde hij het voogdschap als hertog van Gelre. Jan van Egmont was van 1423 tot 1433, regent van het hertogdom Gelre. Om dit te mogen doen, sloot hij een onderpand af voor de leningen verstrekt aan Jan van Beieren en Filips van Bourgondië. Daarvan kreeg hij de heerlijkheid Leerdam. Hij was gehuwd met Maria van Arkel, dochter van Jan V van Arkel (Zie Heren van Arkel nr. 21) en Johanna van Gulik.
Door het huwelijk tussen Jan en Maria, verkregen ze van Reinoud IV van Gelre 6000 franse kronen als huwelijksgift.
Kinderen:
– Arnold (-1473), Hertog van Gelre (door erfenis)
– Willem (1412-1483) (Volgt 19).
19. Willem van Egmont (26 januari 1412 – Grave, 19 januari 1483) was heer van Egmond, IJsselstein, Schoonderwoerd en Haastrecht en stadhouder van Gelre. Willem was een zoon van Jan II van Egmont en een jongere broer van Arnold van Egmont, hertog van Gelre. Willem die in 1444 van zijn broeder de heerlijkheid Mechelen had gekregen, moest deze in 1459, nadat er een twist was ontstaan over de rechtmatigheid van het bezit, overlaten aan de maarschalk van Brabant, Jan heer van Wesemael, die Mechelen bij zijn dood (1462) aan Karel de Stoute naliet. Hij ging met zijn broers samen met een groot gevolg naar het Heilige land(1458-1464) en werd op deze reis te Rome door paus Pius II plechtig ontvangen. Hoewel hij in 1452 tot raadsheer bij het Hof van Holland was benoemd, verbleef hij meestal in Gelre, waar hij zijn broer steunde in zijn conflicten met diens zoon Adolf van Egmont. Nadat Adolf zijn vader had opgesloten, voerde Willem de pro-Bourgondische partij aan.Toen de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 de macht in Gelre verwierf, benoemde hij Willem tot stadhouder. Deze voelde zich echter te oud voor het ambt. Later zou zijn gelijknamige zoon eveneens stadhouder worden van Gelre. In 1477 nam Maria van Bourgondië Willem op in haar Grote Raad. Heer Willem was in 1478 op het kapittel te Brugge ridder van het Orde van het Gulden Vlies gemaakt.Willem was op 22 januari 1437 in het huwelijk getreden met Walburga van Meurs, vrouwe van Baer en Lathum, dochter van Frederik van Meurs en Engelberta van Kleef. Uit het huwelijk werden, naast vier dochters, ook drie zonen geboren, die allen belangrijke functies zouden bekleden in dienst van het Bourgondisch-Habsburgse huis:
  • Jan III graaf van Egmont, stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland
  • Frederik van Egmont, graaf van Buren
  • Willem van Egmont jr., stadhouder van Gelre
  • Anna van Egmond (1440 – 1 september 1462), trouwde op 14 augustus 1459 met Bernard van Bentheim (1435 – 28 november 1476), graaf van Bentheim
  • Elisabeth (?-1539), trouwde met Gijsbrecht van Bronckhorst
  • Walburgia van Egmond, non te Renkum
  • Margaretha, trouwde met Johan van Merode en na diens dood met Godert Torck

Naast de kinderen uit zijn huwelijk had van Egmont nog meerdere kinderen bij verschillende vrouwen:
– Nicolaas van Egmond, werd gevangen op het Valkhof 1478-1481 tezamen met zijn halfbroers Frederik en Willem.
– Hendrik van Egmond (- voor 1511), wiens moeder  Aleid van Kreijnck, vrouwe van Baeck  was.
– Baertgen van Egmond (1430 – 1508) , wiens moeder  Aleid van Kreijnck (Zie Genealogie Kreijnck nr. 4), vrouwe van Baeck  was (Volgt 20).
– Frederik van Egmond
– Hendrika van Egmond, zij trouwde met Willem van Tuyl van Bulckesteijn (-1449).

20. Baertgen van Egmond
Geboren rond 1430, overleden 1508 te Naaldwijk. Bastaarddochter van Willem van Egmont en  Aleid van Kreijnck, vrouwe van Baeck  * (dochter van Hendrick van Kreijnck en Agnes van Baeck).
Uit het volgende blijkt dat zij tot een tak van de familie Egmond behoort: Op de eerste plaats is haar man en later ook haar zoon rentmeester van de abdij van Egmond. Daarnaast blijkt één van hun kleinkinderen het van Egmondwapen te voeren en wel Jacob Willemsz. van Dorp, schepen en burgemeester van ‘s-Gravenhage. Hij zegelt met een gevierendeeld wapen, waarvan het eerste en vierde kwartier het familiewapen weergeven, nl. in zwart drie rood getongde zilveren leeuwekoppen. Het derde kwartier in goud een zwarte dwarsbalk en een in twee rijen van rood en zilver geschaakt Sint Andrieskruis over alles heen (Van IJsselsteijn). Het tweede kwartier geeft het Van Egmondwapen weer: gekeperd van goud en rood van twaalf stukken.
Zij was gehuwd met Bartholomeus Hendriksz van Dorp. Geboren rond 1440, overleden op 16 mei 1520 te Den Haag. Zoon van Hendrik Bertelmeesz van Dorp.
Kerkmeester te Naaldwijk 1475, rentmeester van de Abdij van Egmond, schepen van ´s Gravenhage 1510, 1515, 1517, leenman van Hontshol.
Kinderen:
– Willem Bartholomeusz Meesen  ± 1471 -….
– Machteld Bartholomeusd van Dorp (Dorpius)  ± 1475-1524 (Volgt Genealogie van Dorp II nr. 8).
– Martinus Bartholomeusz van Dorpius  1485-1525.
(* Bron: Genealogie Baars)

 

Bronnen o.a: Heren en Graven van Egmont

Stamboom Heren van Egmont

Terug naar:

Heren en Vrouwen van…

 

handtekening 2015

1 maart 2015