Woerden

Woerden rond 1550

Woerden  is een stad en gemeente in het westen van de Nederlandse provincie Utrecht, in het oosten van het Groene Hart. De gemeente bestaat uit de kernen Woerden, Harmelen, Kamerik en Zegveld. De gemeente Woerden heeft 51.622 inwoners (30 april 2017, bron: CBS) en de stad Woerden heeft 36.310 inwoners (1 januari 2014).

Woerden stamt uit de Romeinse tijd, toen rond 41 n.Chr het castellum Laurium op deze plek werd gesticht, op een natuurlijke hoogt. Dit castellum was een legerplaats langs de noordgrens van het Romeinse Rijk, die gevormd werd door de Rijn, tegenwoordig de Oude Rijn. Laurium is in gebruik geweest tot omstreeks 270. Er is een aantal Romeinse schepen in Woerden gevonden, en een replica wordt sinds 2009[2] gebruikt voor rondvaarten.

Tussen 719 en 722 verbleef Bonifatius in Woerden om te prediken. Rond het jaar 795 werd Woerden Wyrda genoemd.

Gaandeweg de Middeleeuwen begon Woerden vanaf de 12e eeuw meer versterkt te worden (een slot, wallen, grachten). Rond 1160 liet Godfried van Reenen, de bisschop van Utrecht, een versterking bouwen bij de nederzetting Worden (soms ook Worthene genoemd) aan de Oude Rijn. De versterking had tot doel om tegengas te geven tegen de expansiedrift van de graaf van Holland. De stad had een houten kerk, die in 1202 afbrandde.

De Heren van Woerden had het bezit had over Woerden en omstreken in de periode 1165 – 1304. Het huidige wapen van Woerden, een geel vlak met drie zwarte ruiten, werd in 1277 erkend als wapen voor Herman van Woerden.

Het water in Woerden werd beheerd door het Groot Waterschap. Dit bestond vanaf 1226 en maakte dat Woerden onafhankelijk was van het Hoogheemraadschap Rijnland. De stad en omgeving waren voor de afwatering echter wel volledig afhankelijk van dat hoogheemraadschap. Pas in 1995 fuseerde het Groot Waterschap met Rijnland tot De Stichtse Rijnlanden.

Woerden kreeg op 12 maart 1372 stadsrechten van hertog Albrecht van Beieren.

Kasteel van Woerden

Het Kasteel van Woerden is tussen 1407 en 1415 als burcht gebouwd door hertog Jan van Beieren, heer van Woerden.
Het kasteel is vierkant van vorm, heeft een ophaalbrug en drie ronde en een rechthoekige toren. De slotgracht is lange tijd gedempt geweest, maar het kasteel ligt nu weer grotendeels door water omgeven op een schiereilandje in de singel, naast de veel later gebouwde Sint-Bonaventurakerk.

De eerste bron over de bouw van het kasteel dateert van 1415, maar daaruit blijkt dat de bouw dan al ver gevorderd is. Er moet ook al eerder een kasteel in Woerden hebben gestaan, want bij de opdracht tot de bouw wordt verwezen naar een ander “Steenen Huys”. Vermoedelijk heeft dat kasteel aan de westkant van Woerden gelegen, ter verdediging van Utrecht tegen Holland. Het huidige kasteel is gebouwd in opdracht van de graaf van Holland ter verdediging tegen de bisschop van Utrecht en ligt daarom aan de oostkant van de stad. Het kasteel heeft vele bestemmingen gehad. Behalve als verdedigingswerk, (militaire) gevangenis (tot 1872), hospitaal en opvangkamp voor Ambonezen, was het kasteel tot 2002[bron?] in gebruik als centraal kledingmagazijn van het Ministerie van Defensie.
In de Franse tijd liet de Bataafse Republiek er onder andere oud-raadpensionaris Laurens Pieter van de Spiegel, de feministe Etta Palm, en Willem Bentinck en Stefanus Jacobus van Langen opsluiten.

In 1501 werd het stadhuis gebouwd en in 1755 de stellingmolen De Windhond. Deze gebouwen bestaan nog steeds.
Andere monumentale gebouwen zijn: het Arsenaal (1762), de Pastorie (1672), Petruskerk(1673), het Kruijthuis (1784), de Kazerne (1790), het Klooster (1899), de watertoren (1906), de Lutherse kerk (1646) en de Sint-Bonaventurakerk (1892), die met zijn hoge naaldspits van verre het stadsgezicht domineert.

Vestingstad Woerden

De Woerdense priester Jan de Bakker was de eerste in de Noordelijke Nederlanden, die om zijn van de rooms-katholieke kerkleer afwijkende prediking in 1525 ter dood werd gebracht op de brandstapel. De godsdiensttwisten waren in Woerden aanvankelijk beperkt. Echter, de katholieke hertog Erik van Brunswijk, die door Filips II benoemd was tot Heer van Woerden, onderdrukte in september 1566 op hardhandige wijze pogingen om de Lutherse eredienst in te voeren in de Petruskerk. In 1575-1576 volgde het Beleg van Woerden. Tijdens dat beleg vond het Wonder van Woerden plaats, waardoor de hongerende bevolking weer te eten had. Woerden, dat zich in 1572 aan de kant van de Opstand schaarde, werd door de Spanjaarden belegerd: de stad houdt stand en de Spanjaarden breken hun beleg na een jaar op.

Omstreeks 1600 kreeg de stad naast de omwalling, ommuring en gracht een extra versterking in de vorm van een ravelijn en vier bastions, die grotendeel werden gebouwd op de hoekpunten van de bestaande stadsmuur.[1]

De stad had tot tweemaal toe zwaar te lijden onder de Fransen. De eerste keer was in het rampjaar 1672. Woerden was toen onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. De slag bij Kruipin vond plaats in de nacht van 11 oktober op 12 oktober 1672 bij het Fort Kruipin. De Fransen bezetten de stad gedurende een jaar, gedurende welk jaar zij een schrikbewind uitvoerden, waarbij vele gebouwen werden verbrand, waaronder de Petruskerk, en archieven werden vernietigd.

Op een kaart uit 1725 is te zien dat een tweede gracht rondom de stad is aangelegd. Tussen de binnen en buitengracht is een onbebouwd verdedigingsveld.

De tweede maal dat de stad te lijden had van de Fransen was in 1813, aan het einde van de Franse Tijd, toen de bevolking iets te vroeg de kant van de prins van Oranje koos, namelijk toen de Franse soldaten zich nog in de stad bevonden. De Fransen namen hiervoor op een afschuwelijke manier wraak, door op 24 november de stad zwaar te plunderen en vele burgers te vermoorden. Bij deze slachtpartij, bekend als de Ramp van Woerden, werden 28 burgers gedood en raakten 37 gewond.

In 1855 wordt Woerden aangesloten op het Nederlandse net van spoorwegen. De vestingstatus van Woerden werd in 1874 opgeheven, maar het Defensie-eiland werd nog tot 1999 door het ministerie van Oorlog gebruikt. In 1885 werd de kaasmarkt opgericht. Woerden heeft dan elke militaire betekenis verloren, zodat in de periode 1883-1912 de wallen en muren gesloopt konden worden. De waterwerken resteren echter nog wel in het Woerdense stadbeeld. De katholieken komen weer helemaal terug in de stad en bouwen in 1892 de Bonaventura kerk en in 1899 een klooster.[10]

In 1950 werden in Woerden drie kampen ingericht om ongeveer 600 Molukkers op te vangen. Dit leidde tot het “vlagincident” waarbij rijksambtenaren de Molukse vlag, die naast de Nederlandse vlag hing, hetgeen als onwenselijk werd gezien, neerhaalden en over de grond sleurden. Relletjes dreigden, maar die werden gesust. De Molukkers konden niet terugkeren naar Indonesië en bleven in Nederland. Het laatste Woerdense kamp werd in 1967 afgebroken.

In 1960/61 werd de Oude Rijn gedempt, die tot dat moment door de Rijstraat stroomde.

In volgende jaren groeide de stad en werden aan alle kanten grote uitbreidingen gemaakt, waarbij ook archeologische vondsten gedaan werden. In 1978 werd het eerste van 6 Romeinse en middeleeuwse schepen in Woerden gevonden. In 2003 werd bij de bouw van een parkeergarage het schip laatste gevonden, een vrachtschip.

In 2012 werd een spatha gevonden, een met zilverdraad versierd Frankisch zwaard uit de 8e eeuw van 90 cm lengte.

Van 1814 tot 1989 was Woerden onderdeel van de provincie Zuid-Holland.

De gemeente Woerden is ontstaan uit de oorspronkelijke stad Woerden, waaraan zijn toegevoegd:

  • in 1964 (delen van) de gemeenten Barwoutswaarder, Rietveld en Waarder
  • in 1989 het grootste deel van de gemeente Kamerik (ontstaan in 1857 uit de gemeenten Kamerik en de Houtdijken, Kamerik Mijzijde, ‘s-Gravesloot, Teckop), de gemeente Zegveld en een klein deel van de gemeente Nieuwkoop
  • in 2001 de gemeente Harmelen, met als toevoegingen de gemeenten Indijk (1820), Gerverscop (1857) en een deel van Veldhuizen (1954).

Op 29 oktober 2009 sprak de gemeenteraad van Woerden unaniem uit positief te staan tegenover aansluiting van Kockengen bij de gemeente Woerden, naar aanleiding van een referendum in Kockengen, waarbij een groot deel van de bevolking zich uitsprak voor aansluiting bij Woerden. Desondanks maakt Kockengen sinds 1 januari 2011 deel uit van de gemeente Stichtse Vecht, zoals de rest van de voormalige gemeente Breukelen. De minister van Binnenlandse Zaken stelde pas over de indeling van Kockengen te willen praten wanneer ook Woerden zelf weer bij een herindeling betrokken zou raken.

Topografische gemeentekaart van Woerden, december 2016

Woerden ligt in het oosten van het Groene Hart van Holland, de groene zone omsloten door de Randstad. Buiten de bebouwing bestaat Woerden voor een groot deel uit weilanden en akkers. De gemeente Woerden is omringd door de gemeenten (met de klok mee, begin noord) De Ronde Venen, Stichtse Vecht, Utrecht, Montfoort, Bodegraven-Reeuwijk en Nieuwkoop.

Wapen van Woerden

Het wapen van Woerden is het gemeentelijke wapen van de Utrechtse gemeente Woerden. Het wapen werd op 24 juli 1816 door de Hoge Raad van Adel in gebruik door de gemeente bevestigd. Op 28 september 1989 is het gebruik herbevestigd. Voor 1989 behoorde Woerden tot de provincie Zuid-Holland.

Rond 1160 liet Godfried van Reenen, de bisschop van Utrecht, een versterking bouwen bij de nederzetting Worden (soms ook Worthene genoemd) aan de Oude Rijn. Dit om de landelijk expansiedrift van de graaf van Holland tegenval te kunnen bieden. De bisschop benoemde een kastelein of beheerder van het slot, die zich vanaf 1165 als heer van Woerden benoemde. De heer hoefde in mindere mate verantwoording af te leggen aan de bisschop, waardoor hij veel vrijheden kende en macht vergaarde, al bleef het wel een leenschap van het bisdom. In 1296 werden de Heren van Woerden uit hun ambt gezet vanwege een samenzwering tegen Floris V. Het oudste zegel van Woerden dateert uit 1277 en vertoont 3 ruiten. Op een wapenbord uit de kapittelkerk van St. Marie in Utrecht en het wapenboek Gelre wordt het wapen afgebeeld als in goud drie ruiten van keel (rood), voor Herman van Woerden. In 1372 verkreeg Woerden stadsrechten.De oudst bekende afbeelding van het stadswapen dateert echter van 1575. Het wapen vertoont een in twee rijen schuinrechtsgeruite dwarsbalk, vergezeld van 3 ruiten. De oudste gekleurde afbeelding dateert van 1596 in een glas in de St. Janskerk te Gouda. Hierop wordt het afgebeeld van goud met 3 ruiten van azuur (blauw) en een dwarsbalk met twee rijen ruiten. In 1642 komt voor het eerst het wapen in het zegel van de stad, dat tot in de negentiende eeuw dezelfde afbeelding heeft behouden. Het met een vijfbladige kroon gedekte schild vertoont 3 rijen ruiten in de balk en het schild wordt gehouden door 2 omziende leeuwen. De vergezellende ruiten zijn van azuur. Het wapen is echter met zwarte ruiten in gebruik bevestigd.

De beschrijving luidt als volgt:
“Van goud beladen met een geëchequeteerde fasce van lazuur en zilver van 3 tieres en verzeld van 3 lozanjes van sabel, staande 2 en chef en 1 en pointe. Het schild gedekt met eene kroon en vastgehouden door 2 leeuwen, alles van goud.”
De leeuwen zijn omziend, de kroon heeft 3 bladeren en 2 x 3 parels. De heraldische kleuren zijn lazuur (blauw), zilver (wit), sabel (zwart) en goud (geel).
Bron: Wikipedia – Woerden

Zie ook:

Heren van Woerden

Terug naar:

Dorpen en Steden

  facebook        

© zondag 12 november 2017