Nazaten Graven van Limburg

Graven en Hertogen van Limburg

Het hertogdom Limburg ontstond bij het uiteenvallen van het hertogdom Neder-Lotharingen in de 10e en 11e eeuw. Het omvatte voornamelijk het land van Eupen. De eerste bekende heer was Frederik van Luxemburg, ca. 1056. Zijn schoonzoon Walram I, graaf van Aarlen (1061-1082) bouwde de burcht Limburg in het dal van de Vesder. Diens zoon Hendrik I werd ook hertog van Neder-Lotharingen, waardoor de hertogstitel op Limburg overging.

De hertogen van Limburg oefenden grote invloed uit in het Duitse Rijk, vooral bij de Investituurstrijd, waarbij Hendrik I een grote rol speelde. De Limburgse hertogen bezaten verschillende leengoederen in aangrenzende landen. Limburgse lenen waren onder andere te vinden in Monschau, Bütgenbach, Sittard en Heerlen. Reeds in 1155 wordt het Land van ‘s-Hertogenrade met het hertogdom Limburg verbonden in een personele unie.

Na het huwelijk van Walram III van Limburg met zijn tweede echtgenote Eremesinde werd deze in 1214 graaf van Luxemburg. In 1221 werd hij hertog van Limburg in opvolging van zijn vader. Hij overleed vijf jaar later en werd bijgezet in de abdij van Rolduc die in 1104 gesticht was in het land van ‘s-Hertogenrade.

Limburg

Limburg

1. Walram I van Limburg of Walram Udo (geboren ca. 1030 – overleden 1082) was vanaf 1061 de eerste graaf van Limburg die met zekerheid genoemd kan worden. Tevens was hij graaf van Aarlen en voogd van de abdij van Sint-Truiden. Walram wordt soms beschouwd als bouwheer van het slot Limburg, doch deze mening is vooralsnog niet verenigd kunnen worden met het feit dat bedoelde burcht zich in 1085 nog in handen bevond van paltsgraaf Herman II van Lotharingen.
Walram was zoon van Walram van Aarlen (ca.991 – 1052) en de kleinzoon van Hendrik van Worms (970 – 991) en van Adela, dochter van Diederik I van Lotharingen. Hij huwde met Jutta, dochter van Frederik van Luxemburg, Hertog van Neder-Lotharingen en Gerberga van Boulogne.
Zijn zoon Hendrik I (Volgt 2), die hem opvolgde als graaf van Limburg, zou in 1101 hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van Antwerpen worden, mede dankzij de verwantschappen via zijn moeder en grootmoeder.
Kinderen:
–  Henry I van Limburg,  graaf van Limburg (volgt 2a)
–  Koenraad van Merum, graaf van Merum (Volgt 2b)
–  Henri d’Arlon, hertog van Neder-Lotharingen.
–  Appolonia van Limburg (Volgt 2c)

2a. Henry I (Hendrik) van Limburg, (geboren ca. 1070 –  overleden 1119)
Hij was de oudste zoon van Walram I van Limburg en Jutta van Luxemburg, dochter van Frederik (II) van Luxemburg, hertog van Neder-Lotharingen.
Hendrik volgde in 1082 zijn vader op als graaf van Limburg. Hij verzette zich in 1094 tegen de benoeming van Arnold I van Loon als voogd van Sint-Truiden voor de bezittingen in het prinsbisdom Metz. Zelf werd Hendrik in 1095 benoemd tot paltsgraaf van Neder-Lotharingen. Hij volgde zijn hertog Godfried van Bouillon in de Eerste Kruistocht en keerde daarna naar huis terug.
In 1101 werd hij benoemd tot opvolger van Godfried als hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van het markgraafschap Antwerpen. Zijn bestuur wordt vooral herinnerd omdat hij de schenking van tienden door Godfried aan Antwerpse kerken, ongedaan maakte. In 1106 moest Hendrik zijn functie opgeven omdat hij trouw bleef aan de afgezette keizer Hendrik IV na de coup van diens zoon, de latere keizer Hendrik V. Hertog Hendrik werd zelfs gevangengezet maar wist te ontsnappen.
In 1108 nam Hendrik paltsgraaf Siegfried gevangen die een complot tegen Hendrik V zou hebben beraamd. Hierdoor kwam Hendrik terug in de gunst van de keizer. Maar in de volgende jaren koos ook Hendrik de kant van de tegenstanders van de koning. Hij vocht mee met de Lotharingse edelen die in 1114 de keizer versloegen bij Andernach. In 1115 was hij een van de aanvoerders van de Lotharingse troepen die de Saksen hielpen tegen de keizer in de slag bij Welfesholz, waar de keizer opnieuw werd verslagen. Op de terugweg veroverden de Lotharingers Münster (stad), en verwoestten ze de palts van Dortmund en een aantal kastelen. In Mainz werd vervolgens een wapenstilstand bemiddeld. Daarna zijn geen bijzonderheden over Hendrik bekend.
Hendrik was getrouwd met Adelheid van Pottenstein (ca. 1080 – 13 augustus 1106). Zij was een achternicht van keizerin Bertha van Savoye, wat ongetwijfeld een invloedrijke steun betekende bij de benoemingen die Hendrik verkreeg. Hendrik en Adelheid kregen de volgende kinderen:

  • Walram II (Volgt 3a)
  • Agnes (ovl. 1136), gehuwd met Frederik van Putelendorf (twee zoons en een dochter) en daarna met Walo van Veckenstedt
  • Adelheid (ovl. 6 februari ca. 1145, begraven in Sint-Michael te Bamberg), gehuwd met Frederik van Werl-Arnsberg (ca. 1075 – 1124; een dochter), daarna Kuno van Horburg (geen kinderen) en daarna Koenraad van Dachau (een zoon: Koenraad, hertog van Merano).
  • Mathilde, gehuwd met Hendrik van Namen, graaf van La Roche. Zij kregen een dochter Mathilde van La Roche (Volgt Graven van Namen nr. 7b)
  • Hendrik II van Limburg

2b. Koenraad van Merum (geboren 1068 – overleden 1142)
Graaf van Merum. Hij was een zoon van Walram I van Limburg en Jutta van Luxemburg.
Hij was gehuwd met Heilwig van Roode, dochter van Arnoud Boudewijn van Heusden en Heilwig van Malsen.
Kinderen:
– Aleydis van Merum
– Rutger van Merum (Volgt 3b.)
– Alverade van Merum

2c. Appolonia van Limburg.
Zij was een dochter van Walram I en Jutta van Luxemburg.
Zij was gehuwd met Dodo II van Egmont (overleden 10 maart 1074), zevende heer van Egmond. Zoon van Walengier I van Egmont en Helena van Brandenburg.
Kinderen:
– Beerwout I van Egmont, (Volgt Heren van Egmont nr. 7).
– Perinne (Petronella) van Egmont, getrouwd met de graaf van Kormond (Clermont ?).
– Oktrude (Geertruida) van Egmont, getrouwd met de heer van Lomerveld.

3a. Walram II, bijgenaamd Paganus (de Heiden) (geboren ca. 1085 – overleden 16 juli 1139)
Hij was een zoon van hertog Hendrik I van Limburg en van Adelheid van Pottenstein. Zijn bijnaam heeft hij waarschijnlijk te danken aan een late doop.

Hij was van 1118 tot 1139 als Walram II hertog van Limburg in opvolging van zijn vader. Hij was ook hertog van Neder-Lotharingen van 1128 tot 1139, ter vervanging van Godfried I van Leuven, die zichzelf niettemin oorkondelijk als hertog van Neder-Lotharingen bleef beschouwen. Walram werd in 1128 hoe dan ook door de Duitse keizer het hertogelijk gezag toegekend (inbegrepen de Markgraafschap Antwerpen als ambtsleen). Het jaar daarop, in 1129, werd hij ook voogd van Duisburg.

Zijn zoon Walram werd graaf van Aarlen. Hij werd in het hertogdom Limburg opgevolgd door zijn zoon Hendrik II van Limburg, die later ook het graafschap Aarlen van zijn broer zou overnemen.

Op 16 juli 1139 blies Walram II zijn laatste adem uit. Nog vóór 9 februari 1140 bevestigde Koenraad III Godfried VI als hertog van Neder-Lotharingen, die al op 25 juni 1139 het hertogschap daadwerkelijk uitoefende.

Walram II droeg de volgende titels: graaf van Aarlen in 1115, graaf van Wassenberg en Limburg in 1119 en hertog van Neder-Lotharingen in 1128. Voorts was hij markgraaf van Antwerpen en rijksvoogd van Duisburg.

Walram was in 1110 getrouwd met Jutta van Gelre (ca. 1095 – 1151), dochter van graaf Gerard I van Gelre (Zie Graven van Gelre nr 4). Zij hadden volgende kinderen:

  • Hendrik II van Limburg (Volgt 4a).
  • Gerard van Wassenberg, gehuwd met Elisabeth, vader van Gerard
  • Beatrix (ca. 1115 – ovl. 12 juli na 1164), gehuwd met graaf Rupert I van Laurenburg (Volgt Graven van Nassau)
  • Walram III van Aarlen (ovl. ca. 1146) graaf van Aarlen van 1139-1146
  • een dochter (ovl. ca. 1150), gehuwd met graaf Egbert van Tecklenburg

3b.  Rutger van Merum (overleden 1212).
Zoon van Koenraad van Merum en Heilwig van Roode.
Hij was gehuwd met Aleydis van Horne, dochter van Walter van Bemelen.
Kind:
– Hadewich van Merum (Volgt 4b)

 

4a. Hendrik II van Limburg (ca. 1110 – Rome, 1 augustus 1167) was hertog van Limburg en graaf van Aarlen.
Hendrik was zoon van Walram II. Na de dood van zijn vader (1139) verloor hij het conflict met Godfried II van Leuven om de functie van hertog van Neder-Lotharingen, die zowel door Walram als door Godfrieds vader was bekleed. Hendrik erfde dus alleen het graafschap Limburg, maar noemde zichzelf wel hertog. In 1147 erfde hij het graafschap Aarlen van zijn broer Walram. Hendrik vocht nog een oorlog uit met Hendrik I van Namen en nam deel aan de Italiaanse campagnes van Frederik I van Hohenstaufen. Hij overleed in Italië ten gevolge van de pest.
In 1136 huwde Hendrik met Mathilde van Saffenburg (ca. 1113 – 2 januari 1145), erfdochter van het Land van Rode. Door dit huwelijk werd Kerkrade Limburgs. Zij kregen twee kinderen:

  • Hendrik III van Limburg (Volgt 5a).
  • Margaretha van Limburg (1135-1172), zij huwde in 1155 met Godfried III van Leuven (Zie graven van Leuven nr.6)

Hendrik en Mathilde zijn begraven in de abdij Rolduc.

Hendrik hertrouwde met Laureta van Vlaanderen. Dit huwelijk werd na twee jaar ontbonden en ze kregen geen kinderen.

4b. Hadewich van Merum (geboren ca. 1171 – overleden 1235).
Dochter van Rutger van Merum en Aleydis van Horne.
Zij was gehuwd met Albert van Cuijk, burggraaf van Utrecht.
Kinderen:
– Hendrik III van Cuijk
– Willem van Cuijk
– Dirk van Cuijk (Volgt Heren van Cuijk nr.15)

5a. Hendrik III van Limburg (de Oude,  geboren ±1131 – overleden 21 juni 1221, abdij Rolduc) was een zoon van Hendrik II van Limburg en Mathilde van Saffenberg. In 1167 volgde hij zijn vader op als hertog van Limburg.

Hendrik trouwde met Sophie van Saarbrücken (±1132 – na 1214), een dochter van Simon I van Saarbrücken en Mathilde van Sponheim. Waarschijnlijk was ze zijn tweede vrouw, want oorkondes lijken erop te wijzen dat Gerard een stiefzoon van Hendrik was, m.a.w. uit een vorig huwelijk van Sophie kwam. Hendriks (stief)kinderen waren:

  • Hendrik van Wassenberg (1180-1202), gehuwd met Sophia van Gelre
  • Walram III van Limburg (1221-1226), graaf van Luxemburg en heer van Monschau en La Roche (Volgt 6)
  • Adelheid, gehuwd met Fastre van Ghoer, heer van Corswarem, Berlo en Frexin
  • Gerard I van Wassenberg-Horne (1202-1212) en mogelijk van Horne (of was dit de naam van een kasteel te Herve?), gehuwd met Beatrix van Meerheim bij Keulen
  • Mathilde van Limburg
  • Jutta van Limburg, gehuwd met Gosewijn IV van Valkenburg
  • Isolda van Limburg, gehuwd met Dirk I van Valkenburg
  • Frederik van Lummen, gehuwd met N. van Lummen
  • Simon van Limburg, prins-bisschop van Luik
Kwartierstaat Walram III van Limburg

Kwartierstaat Walram III van Limburg

6. Walram III van Limburg ( geboren 1180 – overleden 2 juli 1226)
Hij was een zoon van Hendrik III van Limburg en Sophie van Saarbrücken.
Samen met zijn tweede echtgenote Eremesinde wordt hij in 1214 graaf van Luxemburg. In 1221 wordt hij hertog van Limburg in opvolging van zijn vader. Zijn grafzerk ligt in de abdijkerk van Rolduc.

Hij was een eerste maal gehuwd met Cunegonde Lotharingen (-1214), dochter van Ferry I van Lotharingen. Hun kinderen waren:

  • Sophie, gehuwd met graaf Frederik van Altena-Isenberg. Hij werd de stamvader van het Duitse geslacht Limburg later de tak Limburg-Stirum en de tak Limburg-Broich.
  • Mathilde, gehuwd met graaf Willem III van Gulik (zoon van Everhard van Hengenbach en Judith van Gulik).
  • Hendrik IV (1195-1247), hertog van Limburg en graaf van Berg door huwelijk.
  • Jutta van Limburg (geboren 1200 – overleden 1248) (Volgt 7a)
  • Walram (-1242), heer van Monschau.

In 1214 huwde hij Ermesinde II van Namen en hun kinderen waren:

  • Catharina (-1255), in 1229 gehuwd met hertog Mattheus II van Lotharingen(-1251).
  • Hendrik V van Luxemburg (1216-1281) (Volgt 7b)
  • Margaretha
  • Gerard (-1276), graaf van Durbuy,
  • Dochter (Volgt 7c), gehuwd met Willem van Kessel, graaf van Kessel.

7a. Jutta van Limburg.
Dochter van Walram III van Limburg en Cunegonde van Lotharingen.
Zij was gehuwd met Boudewijn I van Bentheim (overleden 1247/48), een zoon van Otto I van Bentheim en Alveradis van Cuijk-Arnsberg.
Hij was van 1209 tot zijn dood graaf van Bentheim.
Dochter:
– Catharina van Bentheim (Volgt Graven van Bentheim nr. 3).

7b. Hendrik V van Luxemburg (1221 – Mainz, 24 december 1281), bijgenaamd de Blonde, zoon van Walram III van Limburg en Ermesinde II van Luxemburg, was van 1247 tot 1281 graaf van Luxemburg. Hij was van 1256 tot 1263 tevens graaf van Namen. Hij huwde in1240 met Margaretha, dochter van Hendrik II van Bar, en werd de vader van:

  • Hendrik VI (1252-1288)
  • Walram (-1288), stamvader van de tak Luxemburg-Ligny
  • Filippa (1252-1311) (Volgt Graven van Luxemburg nr. 9), in 1270 gehuwd met Jan II van Avesnes (1247-1304), graaf van Henegouwen en van Holland (Zie Graven van Holland nr. 13)
  • Margaretha
  • Johanna (-1310), abdis van Clairefontaine
  • Isabella (1247-1298), in 1264 gehuwd met graaf Gwijde van Dampierre van Vlaanderen (1225-1304).

Bij zijn huwelijk kreeg hij van zijn schoonvader, de heerlijkheid Ligny. In 1263 verkocht hij Namen aan zijn schoonzoon Gwijde. Ook vergezelde hij de Franse koning Lodewijk IX bij diens kruistocht in 1270. Na zijn dood werd Hendrik V opgevolgd door zijn zoon Hendrik VI.

7c. N. van Limburg
Zij was een dochter van Walram III van Limburg en Ermesinde II van Namen.
Zij was gehuwd met Willem van Kessel, zoon van Hendrik IV van Kessel (Zie Graven van Kessel nr. 5) .
Hij volgde zijn vader in 1232 en had nauwe betrekkingen met de graaf van Gelre.
Kinderen uit het huwelijk:
– Hendrik V van Kessel, verkoopt door geldgebrek zijn graafschap aan Reinald I graaf van Gelre.
– Katharina van Kessel (Volgt  Graven van Kessel nr. 6).

————————————————————————————————————————————————————————————————–

Wapen Provincie Limburg

Limburg-nl-wapen.svg

Wapen van de provincie Limburg

 

Koning Willem III verleende Limburg bij Koninklijk Besluit van 27 december 1886 een wapen.
In het Limburgse provinciewapen zijn de wapens van de vier voornaamste vorstendommen opgenomen waarvan delen, tot de komst van de Fransen in 1794, behoorden tot de tegenwoordige provincie Limburg. Het wapen van Limburg is een afspiegeling van de staatkundige wordingsgeschiedenis van deze provincie.

De volledige beschrijving van het schild is als volgt:
(NB: bij een heraldische wapenbeschrijving gaat men uit van de drager van het wapenschild.)

kwartier Valkenburg

Kwartier Valkenburg

Het eerste kwartier (rechtsboven); in een zilveren veld staat een rode leeuw met dubbele staart met goud gekroond en met gouden klauwen. Het is ontleend de Valkenburgse leeuw van het wapen van het Land van Valkenburg.
Zie heren van Valkenburg.

Kwartier Gulik

Kwartier Gulik

Het tweede kwartier (linksboven); in een gouden veld een ongekroonde, zwarte leeuw, met rode tong en rode klauwen. De leeuw is ontleend aan het oude wapen van Gulik-Kleef-Berg van het Hertogdom Gulik.

Kwartier Horne

Kwartier Horne

Het derde kwartier (rechtsonder); op een gouden ondergrond drie horens van rood met zilveren banden. Dit kwartier is ontleend aan het oude het wapen van Horne van de heerlijkheid en de later graafschap Horn.
Zie heren van Horne

Kwartier Gelre

Kwartier Gelre

Het vierde kwartier (linksonder); in een blauw veld een gouden leeuw met dubbele staart, een rode tong en een kroon en klauwen van goud. Dit is de Gelderse leeuw uit het wapen van Gelderland van het Hertogdom Gelre.
Zie graven van Gelre

Hartschild Limburg

Hartschild Limburg

Over deze vier zogenaamde ‘kwartieren’ heen ligt een hartschild. Hierop staat in een zilveren veld een rode leeuw met gouden kroon en klauwen, afkomstig van het oude wapen van het hertogdom Limburg.

Zie Graven en Hertogen van Limburg

 

 

Het hele schild is bedekt met een hertogenhoed of –kroon.

 

 

Zie ook Wapenfeiten  ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van het wapen van de Provincie Limburg.