Gouda

 

Gouda  is een stad en gemeente in de provincie Zuid-Holland in Nederland.

Binnenstad van Gouda in vogelvlucht

De stad ligt in het stedelijk gebied de Randstad en is in inwonertal de 48e gemeente van Nederland en de 12e gemeente van Zuid-Holland. De gemeente telt 71.916 inwoners (30 april 2017, bron: CBS) op een grondgebied van 16,92 km². Gouda heeft een regiofunctie binnen het Groene Hart, waar het qua inwoners de op één na grootste gemeente is (na Alphen aan den Rijn, dat als afzonderlijke stad overigens iets kleiner is).

Gouda ligt bij de samenvloeiing van de rivieren de Gouwe en Hollandse IJssel. Mede dankzij de binnenvaart over deze rivieren groeide Gouda in de middeleeuwen uit tot een belangrijke stad. In 1272 kreeg de stad stadsrechten en aan het eind van de middeleeuwen was Gouda uitgegroeid tot de vijfde stad van Holland. In de binnenstad is nog altijd een groot aantal historische en monumentale gebouwen te vinden, waarvan het Stadhuis en de Sint-Janskerk waarschijnlijk de beroemdste zijn. De stad staat daarnaast bekend om zijn Goudse kaas, die in de zomer verhandeld wordt op de donderdagse toeristische kaasmarkt. Ten slotte geniet Gouda bekendheid door de fabricage van kaarsen, pijpen, Gouds plateel, stroopwafels en de jaarlijkse Kaarsjesavond.

Gouda, aangeduid als Ter Gouw, op een gravure uit 1674

Gouda werd lange tijd aangeduid onder andere namen als Golde, Die Goude, Ter Goude en Tergouw, alle verwijzend naar de rivier de Gouwe. De Gouwe werd in 1139 voor het eerst vermeld in een oorkonde, onder de Latijnse naam Golda. Hierin werd gesproken over ‘nieuwe ontginningen aan de Gouwe’: nove culture juxta Goldam. Een oorkonde uit 1178 spreekt van terram quandam juxta Goldam, ‘zeker land aan de Gouwe’. Over de herkomst van de naam Gouwe bestaan meerdere theorieën, maar geen daarvan staat onomstotelijk vast. De naam zou afgeleid kunnen zijn van de algemene benaming ‘gouw(e)’ voor een rivier met een weg erlangs. Volgens een andere theorie zou de naam slaan op de gouden gloed die het water van de Gouwe, ooit een veenstroom, heeft gehad. ‘Golda’ zou kunnen zijn voortgekomen uit het Germaanse ‘gulda’ (goud) + ‘ahwõ’ (natuurlijke waterloop in zeekleigebied). Deze gloed werd dan veroorzaakt door het veen dat door het heldere water zichtbaar was.De tot dan toe gebruikelijke naam Golde werd in de middeleeuwen vervormd tot Goude of Ter Goude. In middeleeuwse Latijnse teksten werd de naam geschreven als Gouda, waarmee zowel de rivier als de stad kon worden bedoeld. Mede dankzij humanisten en de geschiedschrijving wist de Latijnse benaming uiteindelijk de naamsvorm ‘Ter Goude’, die nog lang in gebruik was, te vervangen. Tegenwoordig is Gouda de enige stad in Nederland die zowel officieel als in de volksmond met de Latijnse naamsvorm wordt aangeduid.

Kaart van Gouda in 1652 door Blaeu

 

Ondanks het grote aantal producten dat sterk verbonden is met Gouda, heeft de stad geen alom bekende bijnaam. Soms wordt gesproken over de Kaasstad, refererend aan de Goudse kaas, maar deze bijnaam is niet enkel aan Gouda voorbehouden. Een andere bijnaam is de Gouwestad, naar de rivier waaraan Gouda zijn naam en bestaan te danken heeft. Deze naam komt onder andere terug in de naam van de regionale televisiezender RTV Gouwestad. Waddinxveen, dat ten noordwesten van Gouda ligt en zich eveneens langs de Gouwe bevindt, wordt weleens aangeduid als het Gouwedorp.

Gouwenaars worden ook wel Kaaskoppen genoemd, een spotnaam die ook wel voor Alkmaarders en Nederlanders in het algemeen wordt gebruikt. Deze benaming vindt mogelijk zijn oorsprong in Stolwijk en zou niet zijn afgeleid van de kaas zelf, maar aan kaasvaten die door zogeheten koppendraaiers werden vervaardigd. Bij conflicten werden deze kaasvaten als helm op het hoofd gezet.

Rond het jaar 1000 was het gebied waar nu Gouda ligt drassig en bedekt met een moerasbos, met daarin kleine riviertjes, zoals de Gouwe. In de 11e en 12e eeuw begon men met het ontginnen van veen ten oosten en westen van de stad en langs de oevers van de Gouwe. In 1143 werd de naam Gouda voor het eerst vermeld in een oorkonde van de graaf van Holland.

In de 13e eeuw werd het riviertje de Gouwe door een kanaal verbonden met de Oude Rijn en de monding in de Hollandse IJssel werd uitgebreid tot een haven. Aan de rand van de stad verrees in de 14e eeuw het kasteel van Gouda, dat de haven moest beschermen. Door deze ontwikkelingen ontstond een vaarroute, die werd gebruikt voor handel tussen Vlaanderen en Frankrijk met Holland en het Oostzeegebied. In 1272 verleende Graaf Floris V stadsrechten aan Gouda, dat inmiddels een belangrijke plaats geworden was.

Het kasteel van Gouda was een laatmiddeleeuws machtscentrum in Gouda, van waaruit het gebied rond de ingang van de Haven werd beheerst.

De Haven is, waarschijnlijk nadat deze iets in westelijke richting was verlegd, de uitmonding van de rivier de Gouwe in de Hollandsche IJssel. Vanaf de IJssel gezien lag het kasteel rechts van de huidige Havensluis, met de zuidelijke muren als onderdeel van de stadsmuren, vrijwel tot in het water van de rivier.

Zicht op Gouda aan de Hollandse IJssel met rechts het kasteel door Frans Hogenberg ca. 1573

 

In 1361 en 1438 richtten stadsbranden grote schade aan in de stad. Zo zouden bij de stadsbrand van 1438 slechts vier huizen gespaard zijn gebleven. Na de verovering van Gouda door de Geuzen op 21 juni 1572 werd het kasteel van Gouda in 1577 gesloopt, om het zo niet in handen te laten vallen van de Spanjaarden bij een eventuele herovering. Het is echter maar de vraag of dit de daadwerkelijke reden van de afbraak was, of dat de Goudse bevolking de oorlog aangreep om zich van het kasteel en zijn eigenaar te verlossen. De definitieve afbraak van het kasteel werd pas in 1808 voltooid, toen de Chartertoren werd gesloopt. Nog voordat het kasteel volledig was gesloopt, verrees ter hoogte van de vroegere binnenplaats op de fundering van het kasteel een molen. Nadat deze molen in 1831 was afgebrand, werd deze een jaar later vervangen door de molen ’t Slot, die nog altijd overeind staat.

In het laatste kwart van de 16e eeuw had Gouda ernstige economische problemen. In de eerste helft van de 17e eeuw krabbelde de stad weer op en tussen 1665 en 1672 kende de stad zelfs een tijd van grote vooruitgang en bloei. Toen in het rampjaar1672 echter de Hollandse Oorlog uitbrak kende de stad opnieuw een economische terugval. Hoewel de economie na 1700 nog eenmaal opveerde, zou de terugval uiteindelijk tot ver in de 19e eeuw duren. In 1673 werd Gouda voor de vierde en ergste maal getroffen door de pest. De epidemie kostte 2.995 mensen het leven, ongeveer 20% van de bevolking. Bovendien kreeg Gouda te maken met opstandige boeren uit de omgeving, die in juni 1672 het stadhuis 24 uur lang bezetten.

In de 19e eeuw werden de stadsmuren van Gouda gesloopt; de laatste stadspoort werd in 1854 afgebroken. In deze periode had Gouda ook te maken met cholera-epidemieën, de eerste uitbraak was in 1832 een feit. Onder andere dankzij het aanleggen van een riolering en een waterleidingnet wist men de ziekte aan het eind van de 19e eeuw terug te dringen. Rond diezelfde tijd begon Gouda ook eindelijk te profiteren van het betere economische klimaat. Bedrijven als de Stearine Kaarsenfabriek en de Goudsche Machinale Garenspinnerij hadden hierin een belangrijk aandeel. In 1855 werd het station Gouda in gebruik genomen aan de nieuwe spoorlijn Utrecht – Rotterdam. Vijftien jaar later volgde ook de spoorverbinding met Den Haag. In het begin van de 20e eeuw, begon de stad met uitbreiden buiten de singels. De wijken Korte Akkeren, Kort Haarlem en Kadebuurt werden in de eerste helft van deze eeuw gebouwd.

In de Tweede Wereldoorlog was Gouda door zijn strategische ligging aan water-, auto- en spoorwegen een doelwit van bombardementen door de geallieerden. In 1944 werd het station getroffen tijdens zo’n bombardement, dat bedoeld was om de spoorweg te vernietigen die Den Haag en Rotterdam verbindt met Utrecht. In het totaal vielen er bij de bombardementen in Gouda 45 doden. Van de Goudse Jodenwerden er 328 vermoord tijdens de bezetting, slechts 40 overleefden de Holocaust.

Na de bezetting breidde Gouda zich verder uit en werden de wijken Oosterwei, Bloemendaal en Goverwelle gerealiseerd. In 1940 werd met de demping van de Nieuwehaven een begin gemaakt met het dichten van de grachten in de binnenstad. Na de Tweede Wereldoorlog werden ook de Raam, het Nonnenwater, de Naaierstraat en de Achter de Vismarkt gedempt. Mede door de protesten vanuit de burgerij en de veranderde inzichten bij stedenbouwkundigen werd echter niet verdergegaan met het dempen van de historisch waardevolle stadsgrachten. In 1977 verdween de wekelijkse varkensmarkt, de grootste in Nederland, uit de stad. De wekelijkse kaasmarkt op donderdag bleef alleen als toeristisch fenomeen gehandhaafd. Het huidige hoofdstation is gebouwd in 1984, maar het gebied rond het station, de Spoorzone, wordt anno 2015 onder handen genomen. Tevens breidt de stad na de realisering van Goverwelle in de jaren 80 en 90 weer uit met de wijk, Westergouwe.

Topografische gemeentekaart van Gouda 2016

Gouda ligt in het oosten van de provincie Zuid-Holland en is onderdeel van de metropoolregio Randstad. De gemeente heeft goede verbindingen met de grote steden binnen en buiten de Randstad, maar ligt toch in een natuurlijk, landelijk gebied: het Groene Hart. Bij Gouda komen de Hollandse IJssel en de Gouwe samen. In de omgeving van Gouda liggen de drie grote steden Den Haag, Rotterdam en Utrecht. De stad maakt deel uit van het COROP-gebied Oost-Zuid-Holland en ligt in het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Gouda kent vier buurgemeenten. In het noordoosten en langs de Reeuwijkse plassen grenst de gemeente aan Bodegraven-Reeuwijk. In het noordwesten is de A12 de scheidslijn tussen Gouda en Waddinxveen. In het zuidwesten, grenzend aan Zuidplas, ligt een van de weinige stukken landelijk gebied die binnen de gemeentegrenzen van Gouda vallen. In het zuiden grenst Gouda aan de gemeente Krimpenerwaard.

Wijkindeling van Gouda

De binnenstad van Gouda ligt op een kleiige ondergrond. Een groot deel van de stad ligt op een zachte veengrond. Deze slappe bodem zorgt ervoor voor dat delen van de stad door inklinking voortdurend verzakken. Maatregelen om deze verzakkingen tegen te gaan kosten de stad veel geld en hebben van Gouda zelfs lange tijd een Artikel 12-gemeente gemaakt.

Gouda wordt grotendeels omringd door natuur, in de vorm van weilanden en polders. De Krimpenerwaard, gelegen ten zuiden van de stad, grenst nagenoeg direct aan de Binnenstad. Aan de westkant ligt de droogmakerij de Zuidplaspolder. Hieronder valt ook het gebied binnen de gemeentegrenzen ten westen van de Gouwe: daar liggen de buurtschappen Broek, Broekhuijzen en Thuil en daar bestaat het landschap nog voornamelijk uit weiland. De te ontwikkelen woonwijk Westergouwezal hier verandering in brengen. Met Westergouwe breidt Gouda zich uit tot aan de grens met Moordrecht, onderdeel van de gemeente Zuidplas.

Gouda ligt aan twee grote rivieren: aan de zuidkant grenst de stad aan de Hollandse IJssel en ten westen van de stad ligt de Gouwe.

Met name in het verleden hebben beide rivieren een grote rol gespeeld in de geschiedenis van Gouda en de vaarverbindingen tussen Vlaanderen en Nederland. Die verbinding door de binnenwateren werd binnen doer of binnen dunen genoemd en was een veilig alternatief voor de route over de Noordzee. De schepen voeren door de binnenstad van Gouda en moesten daar niet alleen tol betalen, maar zorgden met hun aanwezigheid ook voor bedrijvigheid in de stad. Hoewel het belang van Gouda en de vaarverbinding in de loop der eeuwen afnam, kreeg de scheepvaart met steeds meer problemen te maken. De wachtduur voor het passeren van de sluizen en de grootte van de schepen maakten een omlegging van de route noodzakelijk. In 1936 werd daartoe het Gouwekanaal in gebruik genomen. Het scheepverkeer hoeft sindsdien niet meer via de Havensluisof de Mallegatsluis door de binnenstad te varen, maar kan gebruikmaken van de Julianasluis in het Gouwekanaal.

De Gouwe en de Hollandse IJssel zijn beide populaire rivieren voor de beroepsvaart en de pleziervaart. Fysiek vormen de twee rivieren ook de begrenzing van de stad: de bebouwing houdt vooralsnog nagenoeg op buiten deze wateren. Het spoorverkeer tussen Gouda en het westen van het land maakt bij het oversteken van de Gouwe gebruik van de twee Gouwespoorbruggen.

Het wapen van Gouda voert een schild met twee maal drie zespuntige sterren. Het werd op 24 juli 1816 officieel door de Hoge raad van Adel met de volgende heraldische terminologie bevestigd:
“Het schild … van keel (rood), beladen met enen Pal van zilver en vergezeld ter weerszijde van drie zespuntige sterren van Goud, staande in de zin van den Pal. Het schild gedekt met een kroon met vijf fleurons alles van goud en omgeven van een doornenkrans. Voorts vastgehouden door twee klimmende Leeuwen in hunne natuurlijke verwen en onder hetzelfde het oude motto: ‘per Aspera ad Astra’.

Het wapen vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in het wapen van de familie Van der Goude. Enkele leden van deze familie waren in de 14e eeuw Schouten van de stad. Jan van de Goude (1375-1411) voerde als wapen in keel een dwarsbalk van zilver vergezeld van onder en van boven van drie sterren van goud. Het stadswapen is een gespiegelde versie van het familiewapen.[1]Op het oudst bekende stadszegel, uit 1389, komt al een wapen voor met een paal. De paal is aan weerszijden vergezeld van een zespuntige ster. Ook is een gedeeltelijke afdruk van een zegel uit 1321 bekend met één zespuntige ster, maar niet zeker is of het hier om een stadszegel gaat.De spreuk “Per aspera ad astra” komt niet eerder voor dan 1691 en wordt pas na 1750 standaard. De spreuk, vertaald met ‘door de doornen naar de sterren’ wordt door de schrijver van de Goudse stadsgeschiedenis De Lange van Wijngaerden toegeschreven aan Gerard Traudenius, rector van de Latijnse school in 1617. Of dit juist is wordt betwijfeld, omdat de spreuk pas in 1691 werd gebruikt. Geselschap veronderstelt, dat de toenmalige burgemeester en voorheen hoogleraar te Harderwijk, Johan van der Does, de mogelijke auteur zou kunnen zijn van de spreuk op het stadswapen.
Bron: Wikipedia – Gouda

Voorouders van mij uit Gouda: het geslacht Thoen van Souburgh (vanaf circa 1440 tot 1450).

Mijn zonen zijn in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda geboren (resp. 1985, 1989).
Mijn vader is in 1998 in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda overleden.

Terug naar:

Dorpen en Steden

  facebook        

© zaterdag 28 oktober 2017