Vrije Heerlijkheid Buren

De Vrije heerlijkheid Buren, later verheven tot graafschap, in de huidige provincie Gelderland, maakte tot 1714 in principe geen deel uit van de Verenigde Provinciën maar was er in de praktijk wel grotendeels afhankelijk van.
De Vrije heerlijkheid Buren ontstond in het jaar 994 doordat het graafschap Teisterbant werd opgedeeld. De heerlijkheid werd bestuurd door de Heren van Buren. Hun familiewapen werd ook het wapen van de heerlijkheid en de hoofdstad Buren. De heerlijkheid bestond oorspronkelijk uit de vestingstad Buren, stadsrechten in 1395 verkregen van ridder Allard van Buren, Asch en Erichem, maar door verwerving, oorlog en huwelijken kwamen er nog een aantal dorpen bij, waardoor de heerlijkheid in omvang groter werd. Op het einde bestond de heerlijkheid uit: de voorgenoemde plaatsen en Beusichem, Zoelmond, Buurmalsen en Tricht.

Huis Buren 1612

In de heerlijkheid stond ook een kasteel, Huis Buren.
Het kasteel was westelijk gelegen van het stadje Buren. Het kasteel was één van de grootste kastelen in Nederland.
De oudste vermelding van het kasteel stamt uit 1298. Otto, de heer van Buren, en zijn zoon Allard moesten het huis afstaan aan Reinoud I van Gelre, Graaf van Gelre. Zij mochten op het kasteel blijven als leenmannen van de graaf en later de hertog van Gelre.
Na een machtswisseling in de 15e eeuw door het Huis van Egmont werd het kasteel nog verder uitgebreid maar weer zwaar beschadigd in 1575 nadat de Spanjaarden de stad overnamen. Vanaf 1630 werd het kasteel door prins Frederik Hendrik gerestaureerd. Na het overlijden van Frederik Hendrik werd het kasteel niet meer bewoond en raakte het in verval.
Het kasteel werd in 1804 door de regering voor afbraak verkocht. Vandaag de dag staat er slechts een monument op de plek waar vroeger de brug naar de voorburcht was.

Elisabeth van Buren © Rijksmuseum

In de 15e eeuw liep de opvolging tweemaal langs de vrouwelijke lijn. Elisabeth van Buren huwde Gerard II van Culemborg, en hun dochter Aleida van Culemborg trouwde met Frederik van Egmond. Sindsdien was het Huis Egmont de heersende familie in Buren.

In 1498 werd Buren door keizer Maximiliaan I verheven tot een graafschap. Later wilde keizer Karel V Buren nog verheffen tot een hertogdom, maar Maximiliaan van Egmond antwoordde hierop: “Liever een rijke graaf, dan een arme hertog” en dus bleef Buren een graafschap.

 

 

Graafschap Buren, door Blaeu in 1665

Willem van Oranje en Anna van Buren

Willem van Oranje trouwde in 1551 met de erfdochter Anna van Egmont, gravin van Buren. Daarmee kwam toen het graafschap Buren aan het Huis Oranje-Nassau. Sindsdien voeren leden van dit huis tevens de titel graaf van Buren.

Maria, het derde kind van Willem van Oranje en Anna van Egmond, stichtte in 1612 het weeshuis van Buren, dat 350 jaar lang als zodanig heeft dienstgedaan. Daar is het Museum der Koninklijke Marechaussee gevestigd.

Wapen van Willem van Oranje, met daarin een schild van Buren.

Het ten dele nog door een wal en muren omgeven plaatsje is tot beschermd stadsgezicht verklaard.
Met de komst van de Bataafse Republiek hielden de graafschappen op te bestaan. Het hoofd van het Huis Oranje-Nassau (onze Koning Willem-Alexander) voert echter tot op de dag van vandaag de titel graaf/gravin van Buren en Leerdam.
De Oranjes gebruiken soms de schuilnaam Van Buren als ze incognito willen zijn. Laatstelijk gebeurde dat bij de Elfstedentocht van 1986, waaraan de toenmalige prins Willem-Alexander meedeed onder de naam W.A. van Buren.

 

Heren van Buren

Voorouders van Anna van Egmont

  facebook       

© 9 mei 2018