Schiedam

Schiedam is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De gemeente maakt deel uit van de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag.

Schiedam is gelegen tussen Rotterdam en Vlaardingen, oorspronkelijk aan de Schie en later ook aan de Nieuwe Maas. Per 30 april 2017 had de gemeente 77.833 inwoners (bron: CBS). De stad is vooral bekend om haar jenever, de historische binnenstad met grachten, en de hoogste windmolens ter wereld.

De geschiedenis van de stad Schiedam gaat terug tot de 13e eeuw. Nabij de monding van de Schie werd rond 1230 door de heer van Wassenaar en/of heer Dirk Bokel van ambacht Mathenesse een dam aangelegd om het polderland te beschermen tegen het zeewater. In 1247 kreeg Aleid van Holland ( 1228 – 1284) bij haar huwelijk met Jan van Avesnes (1218 – 1257) het oostelijke deel van de dam (en het poldertje) als bruidsgeschenk. In 1275 werden stadsrechten verleend door vrouwe Aleid van Holland, de zuster van graaf Willem II van Holland (1227 – 1256).

Ruïne van “Huis te Riviere”, met daar naast een standbeeld van Aleid van Holland.

In Schiedam staat een ruïne van het oudste bekende rechthoekige kasteel in het graafschap Holland. Huis te Riviere (ook wel genoemd Huis Mathenesse of Slot Mathenesse) is  gebouwd door Aleid van Holland in 1262 en stond in Schiedam ; restanten zijn te vinden aan de Broersvest in Schiedam.
De naam “Huis te Riviere” verwijst naar de naam van de polder die Aleid van Holland in 1260 van Dirk van Bokel kocht.
Restanten van de donjon, die deel uitmaakte van dit kasteel, zijn vandaag de dag te zien in het centrum van Schiedam naast het Schiedamse stadskantoor aan de Broersvest. De ruïne is niet te bezichtigen, maar kan wel vanaf de openbare weg bekeken worden.

 

De achttiende eeuw was Schiedams Gouden Eeuw: de stilgevallen drankimport uit Frankrijk maakte de opkomst van de Schiedamse jeneverstokerij mogelijk. Vanuit tientallen branderijen en distilleerderijen werd Schiedamse jenever over de hele wereld geëxporteerd. De jeneverindustrie gaf Schiedam de bijnaam ‘Zwart Nazareth’. De bedrijfstak is inmiddels grotendeels verdwenen, maar zes molens bepalen nog het stadsbeeld: Molen De Walvisch, Molen De Drie Koornbloemen, Molen De Vrijheid, Molen De Noord, Molen De Nieuwe Palmboom en de in 2011 opnieuw gebouwde Molen De Kameel, de hoogste molens ter wereld. Ook herinnert een groot aantal voormalige branderijen aan de branderstijd. In één van deze branderijen, gevestigd aan de historische Lange Haven is sinds 1996 het Jenevermuseum gevestigd.

In 1941 werd de gemeente Kethel en Spaland geannexeerd, waardoor er ruimte was voor grootschalige woningbouw ten noorden van Schiedam. Hier liggen nu de wijken Tuindorp, Kethel, Groenoord, Woudhoek en Spaland.

Windmolens te Schiedam

De meeste culturele voorzieningen in Schiedam bevinden zich in de binnenstad. Zo is er het Stedelijk Museum Schiedam, bekend om haar grote collectie CoBrA-kunst, het Nationaal Jenevermuseum waar nog regelmatig gestookt wordt en Museummolen de Nieuwe Palmboom waar nog gedraaid en gemalen wordt. Inmiddels wordt er gewerkt aan een nieuwe Museummolen in molen De Walvisch. Naar verwachting wordt het museum in 2018 opgeleverd. Andere musea zijn de Nationaal Coöperatie Museum Schiedam / ’t Winkeltje en het Borrelmuseum.

Naast de musea zijn er vele kunstenaars en hun ateliers te vinden in de stad. Ook kent de stad een aantal mooie galeries. In de jaren ’70 kende Schiedam een bijzonder gunstig cultureel klimaat en ook vandaag de dag leeft de creatieve sector nog met inmiddels ook veel grafisch en ruimtelijke ontwerpers. In 2016 werd nog het nieuwe theatergezelschap De Stokerij opgericht.

In de voormalige Korenbeurs naast de Dam is tegenwoordig de eerste groene bibliotheek van Nederland gevestigd. In het Wennekerpand, een voormalig distilleerderij, zijn diverse culturele instellingen ondergebracht. Onder meer het filmhuis Wenneker Cinema en de kleine zaal van het Theater aan de Schie waarvan de hoofdlocatie aan het Stadserf te vinden is. Naast haar musea en culturele centra kent Schiedam een groeiend aantal terugkerende evenementen en festivals.

 

Het wapen van Schiedam is sinds het op 24 juli 1816 aan de gemeente toegekend werd niet meer veranderd. Sindsdien is de gemeente meermalen gefuseerd, desondanks heeft het het wapen in ongewijzigde vorm behouden.

De leeuw op het wapen is de leeuw van Henegouwen, Schiedam verkreeg stadsrechten van Aleid van Holland , weduwe van Jan I van Avesnes en zus van graaf Willem II van Holland en Zeeland.

De beschrijving van het wapen van Schiedam luidt als volgt: “Van goud, beladen met een klimmende leeuw van sabel, eene cotisse van keel en zilver brocherende over het geheel. Het wapen gedekt met eene kroon van drie fleurons van goud en zes paarlen.”De achtergrond van het schild is geel met daarop een klimmende leeuw (staand op de achterpoten) welke geheel zwart is. De kroon, van goud met drie bladeren en zes parels lijkt veel op een gravenkroon, maar is in feite een oude Franse markiezenkroon.De gemeente Schiedam heeft het aantal blokken op de schuinbalk op 11 vastgelegd. In de linkerbovenhoek is het eerste blok rood.
In het jaar 1275 verkrijgt Schiedam stadsrechten, daarmee gepaard komt ook het recht om een stadswapen en stadszegels te voeren. Op een oorkonde, uit 1286, vermeld de stad Schiedam dat zij geen zegel heeft, in 1306 heeft Schiedam wel een zegel, hierop staat een stadsaanzicht. In dit aanzicht staan drie poorten met elk drie gekanteelde torens. In de rechterbovenhoek staat een schuin geplaatst schild met op dat schild een leeuw afgebeeld. In hoeverre de leeuw op het oudste zegel al werd afgedekt door een geblokte schuinbalk is niet bekend. Het is wel mogelijk omdat de zoon van Aleid, Floris van Henegouwen, haar heeft opgevolgd als heer van Schiedam. Floris heeft als persoonlijk wapen de leeuw van Henegouwen gevoerd met over de leeuw een geblokte dwarsbalk. Omdat het stadszegel onder het bewind van Floris is gesneden kan aangenomen worden dat zijn wapen in het stadswapen is overgenomen. In een zegel dat gebruikt is van 1390 tot 1600 is in ieder geval wel een leeuw met daarvoor een geblokte schuinbalk gebruikt.De gebruikte kleuren staan sinds het eerste wapen vast, de leeuw is altijd zwart en de achtergrond is altijd goud. Dit zijn namelijk de kleuren van Henegouwen. De balk kent echter verschillende vormen en met name het aantal blokken verschilt sterk. Het aantal blokken varieert tussen de 7 en 17, soms zijn de witte blokken niet aanwezig waardoor de schuinbalk een ladder vormt. Daarnaast is de dikte van de balk ook niet vastgelegd, daardoor kunnen de blokken niet altijd goed onderscheiden worden. Ook de kroon kent een aantal verschijningsvormen, een kroon met 5 parels komt het meeste voor.Er zijn een aantal zegels bekend met daarop een of meer schildhouders. Op een zegel uit 1748 staat het wapen met twee omziende (van het wapen weg kijkende) leeuwen en in de Franse tijd had het stadswapen een adelaar als schildhouder. Deze adelaar zat als het ware op het wapen. De burgemeester vroeg in 1815 het wapen aan, hij heeft in de aanvraag niet gevraagd om schildhouders, daarom zijn deze ook niet bij het wapen gevoegd. Zegels zonder schildhouder zijn overigens in de minderheid.
Voorouders van mij te Schiedam:

  • Aleid van Holland
    Geboren in 1228, overleden in  1284, Zij was gehuwd met  van Jan I van Avesnes (1218 – 1257) en zus van graaf Willem II van Holland en Zeeland (1227 – 1256). Zij bouwde Huis te Riviere (ook wel genoemd Huis Mathenesse of Slot Mathenesse) te Schiedam.  Vrouwe Aleid van Holland verleende in 1275 stadsrechten aan Schiedam.
  • Goesewijn Jansz Saij van der Lede
    Geboren circa 1320, overleden circa 1421. In 1334 had hij samen met zijn oom Heynric  een deel van het grafelijk domein aan de Schie in pacht, oftewel hij was “beleend” te Schiedam. Dat belenen gaf hem de naam “van der Lede” of “van der Lee”. In 1347 en 1351 treedt hij op als leenman van de Heer van Mathenesse. Goesewijn was een zoon van Jan Dirksz Zay.
  • Dirck Zaij Goeswijnsz van der Lede
    Geboren circa 1350, overleden circa 1425. Beleend met de Spieringhoeck. Baljuw van Schiedam, schout van Katwijk.
    Hij werd op 13 juli 1380 aangesteld tot rentmeester van Wassenaer. Hij ontving van zijn schoonvader een jaarrente van 30 pond Hollands. Zoon van Goesewijn Jansz Saij. Hij was gehuwd met Katrijn van Wassenaer. Geboren circa 1370, bastaarddochter van Dirk III Wassenaer, burggraaf van Leiden, ambachtsheer van Katwijk en Valkenburg.

Terug naar:

http://johnooms.nl/dorpen-en-steden/

  facebook        

© 28 februari 2018