Nazaten Graven van Holland I

 

Het graafschap Holland was een graafschap waarvan het gebied uiteindelijk ongeveer overeenkwam met de provincies Noord- en Zuid-Holland zonder de Zuid-Hollandse eilanden en met de eilanden Terschelling, Vlieland, Urk en Schokland, die later zijn overgeheveld naar andere provincies. Datzelfde geldt voor het Land van Heusden en Altena dat vanaf 1813 behoort bij de provincie Noord-Brabant. Van een ‘graaf van Holland’ is voor het eerst sprake rond 1100 als graaf Floris II van Holland zich graaf van Holland noemt. Met de dood van Jan I in 1299 stierf diens dynastie: het “Hollandse Huis” uit en sindsdien waren de graven van Holland steeds afkomstig van buiten het graafschap: achtereenvolgens het huis Avesnes (Henegouwen), het huis Wittelsbach (Beieren), het huis Valois (Bourgondië) en het Habsburgse huis.

De Gerulfingen waren de familie van de eerste graven van West-Frisia en Holland en Zeeland. De naamgever was Gerulf I.  Deze dynastie staat ook bekend als het Hollandse Huis en eindigde met de dood van Jan I van Holland in 1299.

 

Dirk I Graaf van Holland

Dirk I

1. Dirk I
Geboren circa 875 , overleden Andernach 5 oktober 939. Hij was een Friese graaf die vanaf ongeveer 896 het bewind voerde over een aantal gebieden in de kuststreek van West-Frisia, het latere graafschap Holland. Hij was  een zoon van de West-Friese graaf Gerulf (Zie Koningen der Friezen nr. 8b). Dirk erfde van graaf Gerulf het gezag over Kennemerland en Rijnland. Van hem is bekend dat hij de Westfrankische koning Karel de Eenvoudige steunde bij een opstand van zijn vazallen. Als dank hiervoor kreeg hij van Karel op 15 juni 922 te Bladel de kerk van Egmond met alle daarbij behorende goederen.
Hij was getrouwd met Gerberga van Hamaland ( geboren rond 912 , overlijdensdatum onbekend)  Zij was een dochter van Meginhard IV graaf van Hamaland.
Zoon:

  • Dirk II (Volgt 2)

 

Dirk II graaf van Holland

Dirk II

2. Dirk II
Geboren ca. 932, overleden te  Egmond op 6 mei 988. Hij was een Friese graaf (comes Fresonum), die tussen 965 en 988 het feitelijke bewind voerde over het graafschap West-Frisia, dat het gehele kustgebied besloeg tussen de Oosterschelde en het Vlie en bestond uit de gouwen: Masaland, Kinhem en Texla. Het formele leenschap beruste bij de Utrechtse bisschop.
Hij was de zoon van Dirk I van Holland en Gerberga van Hamaland.
Als schoonzoon van Arnulf I van Vlaanderen wist hij zich op te werpen als graaf van Gent.
Dirk II was gehuwd met Hildegard van Vlaanderen (geboren ca. 936, overleden 10 april 990), dochter van graaf Arnulf I van Vlaanderen (Zie Graven van Vlaanderen nr. 3) en Aleidis van Vermandois. Kinderen uit het huwelijk:

  • Arnulf (Gent, 951-993), ook wel Arnulf Gandensis genoemd (Volgt 3)
  • Egbert (952-994), aartsbisschop van Trier
  • Erlindis (953-1012), zou volgens de legende genezen zijn van blindheid.

 

 

Arnulf van Holland

Arnulf van Gent

3. Arnulf
Geboren Gent ca. 951, overleden bij Winkel, 18 september 993. Hij was een Friese graaf (comes Fresonum). Hij bestuurde van 988 tot 993 een graafschap in West-Frisia, dat later Holland genoemd zou worden. Omdat hij in Gent geboren was, werd hij ook wel Arnulf van Gent (Gandensis) genoemd. Tevens volgde hij zijn vader ook op als graaf van Gent.

In 983 vergezelde Arnulf de Duitse koning Otto II en diens zoon Otto III op hun reis naar Verona en Rome. Omstreeks 988 volgt hij zijn vader op als graaf en erft diens bezittingen.
Als graaf slaagde hij er zijn grondgebied verder naar het zuiden uit te breiden. In West-Frisia kreeg hij te maken te maken met opstanden van de Friese bevolking. De bewoners kwamen in opstand tegen zijn grafelijk gezag vanwege de ingrijpende maatregelen die hij doorvoerde.
Hij was niet alleen een van de meest machtigste leenheren van het Ottoonse huis in het gebied tussen de Rijn en de Schelde, hij had ook goederen van de Franse kroon in leen. Omdat hij evenals zijn vader een aanhanger van de Ottonen was kwam hij in conflict met de Franse koning Hugo Capet. Deze verwoeste Arnulfs gebied en ontnam hem zijn Franse bezittingen.
Graaf Arnulf probeerde zijn gezag ook naar het noorden verder uit te breiden, in het gebied van de West-Friezen tussen de Rekere en het Vlie. Hij viel met zijn leger in 993 dit gebied binnen. Bij Winkel werd hij verslagen en sneuvelde op 18 september in de strijd. Zijn vrouw Liutgard (ook gespeld: Luitgardis) kon daarop alleen met hulp van koning Otto III het graafschap voor haar zoontje bewaren. Arnulf is met diverse andere familieleden begraven in de toenmalige Abdij van Egmond en werd later heilig verklaard.
Hij was getrouwd met Lutgardis van Luxemburg ( geboren ca. 960, overleden 14 september na 1005) was een dochter van Siegfried van Luxemburg (Zie Graven van Luxemburg nr. 1) en Hedwig van Nordgau.  Ze hadden de volgende kinderen:

  • Dirk III van Holland, Volgt 4.
  • Siegfried van Holland (985-1030), die huwde met Thetburga (985-)
  • Adelina van Holland (± 995 – ± 1045) (Volgt Graven van Holland nr. 11.4)
  • Walbert van Gent, burggraaf van Gent  ± 970 – ± 1030 (Volgt Burggraven van Gent nr. 1)

Dirk III van Holland

4. Dirk III
Geboren circa 982, overleden 27 mei 1039. Zoon van Arnulf van Gent en Lutgardis van Luxemburg.
Dirk III, bijgenaamd Hierosolymita, was een Friese graaf. Hij was van 993 tot 1039 graaf van het latere graafschap Holland en kortstondig graaf van Gent.
Dirk III’s vrouw heette Othelhilde van Saksen (geboren ca. 985 – Quedlinburg, overleden op  9 maart 1043/44). Over haar afkomst bestaat geen zekerheid. Als zij een dochter van hertog Bernhard I van Saksen was, dan trouwde haar zoon Floris met zijn volle nicht. Als vader wordt ook wel Bernard I van Brandenburg, de markgraaf van de Noordmark, genoemd.

Dirk was actief in de ontginning van moerassen door gronden te verpachten aan Friezen die het in cultuur brachten, maar die wilde gronden werden door de bisschoppen van Utrecht als hun gebied beschouwd. Rond 1015 koloniseerde Dirk zo de Riederwaard. Bovendien bouwde hij een burcht in Vlaardingen, waarschijnlijk op de plek waar zich nu de Grote Kerk bevindt, waar het riviertje de Flarding (tegenwoordig de Vlaardingse haven) uitmondde in de Merwede (tegenwoordig de Nieuwe Maas). Vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die langs kwamen varen, onderweg van Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen. Deze kooplieden én ook bisschop Adelbold van Utrecht riepen daarom de hulp in van de Duitse keizer. De keizer gaf in 1018 zijn neef Dirk de opdracht om zijn vesting te ontruimen. In plaats van zijn leenheer te gehoorzamen, verschanste Dirk zich op zijn burcht en de keizer kon nu niet anders dan een leger op hem af sturen. Dit leger, onder leiding van hertog Godfried de Kinderloze, bestond uit een vloot met troepen uit Utrecht, Keulen en Luik.

Op 29 juli 1018 kwam het tot de Slag bij Vlaardingen. Het laatste stuk naar de burcht moest via land worden afgelegd, wat lastig ging omdat het gebied vol met sloten en dijken lag. Het duurde niet lang voor het leger van Godfried vastliep en noodgedwongen moest terugkeren naar hun schepen om een andere route te zoeken. Op de terugweg liep het leger echter in hinderlaag van de troepen van Dirk. Godfried maakte met zijn leger een tactische terugtrekkende beweging, waarop iemand uit het Friese kamp riep dat de voorste gelederen verslagen waren en de hertog op de vlucht sloeg. Hierop raakten de troepen van Godfried zo in paniek dat velen in volle wapenuitrusting de rivier in sprongen, in een poging de schepen te bereiken. Andere kwamen vast te zitten in het moeras. Dirk maakte direct gebruik van de paniek en het machtige leger van de hertog werd volledig in de pan gehakt. Godfried werd hierbij gevangengenomen.

In de 12e-eeuwse Annalen van Egmond staat Dirk III vermeld met de bijnaam Hierosolymita, de Jeruzalemganger. Dat duidt erop dat hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land heeft gemaakt.

Tijdens zijn graafschap wist Dirk zijn gebied uit te breiden richting het oosten. Deze uitbreiding ging ten koste van het bisdom Utrecht. De uitbreiding bestond onder meer uit het gebied ten zuidoosten van Alphen, tussen Zwammerdam en Bodegraven. In 1017/1018 zou Dirk ook nog een oorlog tegen de Friezen hebben gevoerd. Nadat de keizer in 1024 kinderloos overleed, steunde Dirk Koenraad II in diens strijd om de opvolging. Na het overlijden van Dirk III, ging zijn vrouw terug naar Saksen, waar zij op 31 maart 1044 overleed. Dirk III is begraven in de Abdij van Egmond. Othilde werd begraven in Quedlinburg.
Uit het huwelijk van Dirk met Othelhilde werden vier kinderen geboren:

  • Dirk IV was een Friese graaf. Vanaf 1039 volgde hij zijn vader Dirk III op als graaf over de gebieden die later bekend zouden staan als het graafschap Holland. Hij sneuvelde nabij Dordrecht op 13 januari 1049. Dirk was nog jong, ongehuwd en kinderloos. Hij werd opgevolgd door zijn broer Floris I.
  • Floris I (Volgt 5)
  • Bertrada, die trouwde met Diederik II van Katlenburg
  • Swanhilde, die trouwde met Emmo van Loon (Zie Graven van Loon nr. 1)
  • Hedwig, die trouwde met Diederik van Este van Wachtendonck (Zie Heren van Wachtendonck nr.5)

 

Floris I van Holland

Floris I

5. Floris I 
Geboren circa 1025, Nederhemert, 28 juni 1061.  Zoon van Dirk III en Othelhilde van Saksen.
Hij was een Friese graaf die van 1049 tot 1061 het bewind voerde over de gebieden die later bekend zouden worden als het graafschap Holland. Hij volgde zijn broer Dirk IV op.
Maar moest aanvankelijk vluchten. De relatie met de keizer en de bisschoppen bleef slecht. Floris raakte in conflict met de keizer over de tol op de Merwede (vermoedelijk bij Vlaardingen, dus stroomafwaarts van de huidige Merwede). Bovendien probeerde hij zijn bezit in het rivierenland uit te breiden en kwam daardoor in conflict met bisschop Willem van Cuijk. Regentes Agnes gaf in 1058 bisschop Willem van Cuijk van Utrecht, Hendrik II van Leuven, Wichard van Gelder, Anno II aartsbisschop van Keulen, Diederik bisschop van Luik en Egbert I van Meißen, de markgraaf van Friesland (Friesland en Groningen), opdracht om Floris tot de orde te roepen. De eerste echte slag werd in 1061 uitgevochten bij Oudheusden. Floris was zwaar in de minderheid en had daarom het slagveld met grote aantallen valkuilen voorbereid. Zo raakten zijn tegenstanders in grote verwarring en werd een groot aantal direct al buiten gevecht gesteld. Floris wist daarna de slag eenvoudig te winnen. De volgende slag vond op 28 juni 1061 plaats bij Nederhemert. Floris viel de troepen van Keulen, Brunswijk en Cuijk aan en wist ze snel te verjagen. De Friezen gingen vervolgens rusten in de schaduw van de bomen langs de Maas. Herman van Cuijk, burggraaf van Utrecht, hergroepeerde zijn troepen en overviel de nietsvermoedende Friezen. Floris werd samen met honderden van zijn mannen gedood. Floris was gehuwd met Geertruida van Saksen. Zij was de dochter van Bernhard II van Saksen (Zie Hertogen van Saksen II nr. 5) en Eilika van Schweinfurt.
Kinderen van Floris en Geertruida waren:

  • Dirk V van Holland (1054-1091)(Volgt 6)
  • Floris, jong overleden te Luik, waar hij mogelijk heen was gestuurd voor zijn opvoeding
  • Bertha van Holland (ca. 1058-1094), gehuwd met Filips I van Frankrijk (Zie De Capetingers nr. 11)
  • Adelheid (1045-1085), gehuwd met Boudewijn I van Guînes (Zie Graven van Guînes nr. 8)

Dirk V van Holland

Dirk V

6. Dirk V
Geboren in 1054, overleden op 17 juli 1091. Hij was graaf van Holland, zoon van Floris I en Geertruida van Saksen.
Toen Floris sneuvelde, was Dirk nog minderjarig en zijn moeder trad op als regentes. Bisschop Willem I van Utrecht maakte van deze situatie gebruik om het Rijnland en het Kennemerland te annexeren. Deze annexatie werd formeel bevestigd door keizerin Agnes van Poitou, de regentes van Duitsland. Van Dirks graafschap bleven alleen de meest noordelijke en zuidelijke gebieden over. Zijn moeder besefte dat Dirk een sterke bondgenoot nodig had en ze trouwde in 1063 met Robrecht I van Vlaanderen (Zie Graven Vlaanderen nr. 8c), de broer van de graaf Boudewijn VI van Vlaanderen. Die gaf zijn aanspraken in Vlaanderen op (ten gunste van zijn neef Arnulf III van Vlaanderen) en wijdde zich aan zijn Friese belangen. Daaraan ontleent hij in Vlaanderen zijn bijnaam “de Fries”. Dirk ontving Vlaanderen ten oosten van de Schelde en de eilanden ten westen van de Schelde (o.a. Walcheren), als apanage.
Robrecht en Boudewijn wisten het Rijnland en Kennemerland weer terug te veroveren maar de keizer gaf hertog Godfried III van Lotharingen van Neder-Lotharingen opdracht om de bisschop te verdedigen. Godfried werd op 26 februari 1076 vermoord in Delft of Vlaardingen, volgens de overlevering werd hij toen hij zijn behoefte deed, van onderen dodelijk verwond. Toen bisschop Willem een paar maanden later ook overleed, verzamelde Dirk een Vlaams leger en probeerde opnieuw zijn graafschap te heroveren. De nieuwe bisschop Koenraad verschanste zich in het kasteel van IJsselmonde. De gevechten werden beslist doordat Dirk het kasteel kon veroveren: Koenraad sloot vrede en gaf daarbij het Rijnland en Kennemerland terug aan Dirk.
Dirk was getrouwd met Othelhildis van Saksen (geboren ca. 1065, overleden 18 november 1120).
Kinderen uit dit huwelijk:

  • Floris II (Volgt 7)
  • Mathilde

Floris II van Holland

Floris II van Holland

7. Floris II van Holland
Geboren ca. 1085 , overleden 2 maart 1122. Zoon van Dirk V en Othelhildis van Saksen.
Floris II, bijgenaamd de Vette of de Dikke, was de eerste Friese graaf die zich niet langer graaf van Frisia noemde, maar graaf van Holland: “Florentius comes de Hollant”.
Omstreeks 1108 trouwde Floris II met Petronella, dochter van Diederik II van Lotharingen, de hertog van Opper-Lotharingen en een halfzus van de Rooms-Duitse koning Lotharius III van Supplinburg.  Floris II beëindigde het conflict met bisschop Burchard van Utrecht, waarschijnlijk door hem in 1101 als leenheer te erkennen. In ruil daarvoor ontving hij van de bisschop het Rijnland (gouw) in leen en kreeg van hem de titel graaf van Holland. Floris II is de eerste die zo werd genoemd, daarvoor werd zijn domein nog als het graafschap Friesland aangeduid.
Floris verwierf grote rijkdom door de ontginning van de veengebieden in het Rijnland en door tolheffing op de grote rivieren, met name bij Vlaardingen waar in die tijd de Lek, Waal en Maas samen in de Noordzee uitmondden. Hij heeft zijn bijnaam waarschijnlijk aan deze rijkdom te danken. Floris heeft tijdens zijn bewind diverse houten kerken vervangen door kerken van tufsteen. Floris en Petronella kregen de volgende vier kinderen:

  • Dirk VI (Volgt 8)
  • Floris de Zwarte (geboren ca. 1115, overleden 1133) kwam tweemaal in opstand tegen zijn oudere broer, Dirk VI. De eerste maal werd hij gesteund door zijn moeder Petronilla, Andries van Cuijk (de bisschop van Utrecht) en de rooms-koning, zijn oom Lotharius III. In 1131 werd het conflict bijgelegd, waarna Floris zich korte tijd graaf van Holland mocht noemen. In augustus 1131 kwam Floris opnieuw in opstand. Ditmaal steunde zijn moeder hem niet en moest hij uitwijken naar het gebied van de West-Friezen die tegen Dirk VI in opstand waren gekomen. Zij boden Floris de heerschappij over geheel West-Friesland en ook de Kennemers schaarden zich achter hem. De broedertwist werd in augustus 1132 door tussenkomst van Lotharius bijgelegd. In 1133 werd Floris de Zwarte nabij Utrecht vermoord.
  • Simon, kanunnik te Utrecht
  • Hedwig († 1132), non

Daarnaast had Floris II een buitenechtelijke dochter:

Dirk VI van Holland

Dirk VI van Holland

8. Dirk VI van Holland
Geboren circa 1114, overleden bij Utrecht, 5 augustus 1157. Zoon van Floris II van Holland en Petronella van Lotharingen.
Hij was graaf van Holland vanaf 1122, aanvankelijk onder het voogdijschap van zijn moeder.
Omstreeks 1125 huwde hij met Sophia van Rheineck, dochter van Otto van Rheineck en Geertruid van Northausen. Door dit huwelijk kwam het graafschap Bentheim in handen van de graven van Holland. Sophie overleefde haar man met ruim 19 jaar. Ze stierf in 1176 tijdens een bedevaart in Jeruzalem. Samen kregen ze de volgende kinderen:

  • Dirk (ca. 1138 – 1151), begraven te Egmond
  • Floris III, graaf van Holland (Volgt 9a)
  • Otto, graaf van Bentheim (Volgt 9b)
  • Boudewijn, bisschop van Utrecht
  • Dirk, bisschop van Utrecht
  • Sophia († na 1202), abdis van Rijnsburg
  • Hadewig († Rijnsburg, 28 augustus 1167) non te Rijnsburg
  • Geertruid († op 13 augustus)
  • Petronilla († 5 december)

Floris III van Holland

Floris III van Holland

Holland kaart

Klik op de afbeelding voor een vergroting

9a. Floris III van Holland
Geboren circa 1140, overleden 1 augustus 1190. Hij was graaf van Holland. Hij was een zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck. In 1157 volgde hij zijn vader op als graaf van Holland. Vanaf 1161 was hij in onderhandeling of in oorlog met de West-Friezen. De West-Friezen verwoestten Alkmaar tot twee keer toe, Floris plunderde en verwoestte op zijn beurt Schagen, Winkel  en Niedorp. Toen Floris in 1184 zelfs Texel en Wieringen veroverde, gaven de West-Friezen op. Er werd een vrede gesloten waarbij de West-Friezen 4000 zilveren marken moesten betalen. Floris kwam in 1165 in conflict met de bisschop van Utrecht over de aanleg van een dam in de Oude Rijn bij Zwammerdam. Ook maakte de bisschop aanspraak op de heerschappij over West-Friesland. Keizer Frederik I van Hohenstaufen besliste in Utrecht dat het gezag en de inkomsten van West-Friesland tussen de graaf en de bisschop moesten worden verdeeld.
In het zuiden stelde Floris een tol in bij Geervliet. Deze tol was vooral gericht op de scheepvaart tussen Vlaanderen en de Rijn, en graaf Filips van de Elzas van Vlaanderen oefende zoveel druk uit op Floris dat die de tol weer ophief. In 1166 stelde Floris de tol opnieuw in. Filips verzamelde een leger en trok naar het noorden, en wist Floris gevangen te nemen. In 1167 moest Floris het Verdrag van Brugge (1167) sluiten wat hem verplichtte de tol weer op te heffen en de opperheerschappij van Vlaanderen over Zeeland erkende. Op rijksniveau was Floris een trouwe bondgenoot van de Duitse keizer Frederik Barbarossa. In 1158 en van 1176 tot 1178 nam hij deel aan de expedities van Frederik naar Italië. Hij werd daarvoor ruim beloond: in 1177 kreeg hij de status van rijksvorst, in 1178 werd zijn broer Boudewijn van Holland bisschop van Utrecht en in 1179 gaf Frederik definitieve goedkeuring aan de tol van Geervliet. Floris nam ook deel aan de Derde Kruistocht en was daarin een van de aanvoerders van Frederik.
Floris III huwde op 28 september 1162 met Ada van Schotland, de zuster van de Schotse koning Malcolm IV en een dochter Hendrik van Schotland, prins van Schotland en graaf van Huntingdon (Volgt Koningen van Schotland nr. 12).
Floris en Ada kregen de volgende kinderen:

  • Dirk VII,  Hij volgde zijn vader op nadat die in 1190 was overleden tijdens de Derde Kruistocht.
  • Mechteld, geboren 1167 (Volgt Graven van Holland XI-10). Zij was gehuwd met Arnold van Berg-Altena.
  • Willem, die door opstand het graafschap verwierf ten koste van zijn nicht Ada (Volgt 10)
  • Floris, geestelijke
  • Hendrik
  • Boudewijn († 19 juli 1204)
  • Robert
  • Beatrijs
  • Elisabeth († 27 augustus van een onbekend jaar)
  • Ada (Volgt Graven van Holland nr. XIV nr. 10), getrouwd met Otto II van Brandenburg.
  • Margaretha († na 1203), gehuwd met Diederik V van Kleef (Zie Graven van Kleef nr. 7a)
  • Hedwig († 13 juli van een onbekend jaar), begraven te Haarlem
  • Agnes († 22 april 1228), abdis van de abdij van Rijnsburg.

9.b. Otto van Holland
Geboren circa 1140 – overleden 1208/09. Hij was graaf van Bentheim. Hij was een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck. Van zijn grootmoeder van moederskant, Geertruid van Northeim, erfde hij het graafschap Bentheim.
Otto begeleidde zijn moeder naar het Heilige Land in 1173. In 1187 werd hij genoemd als burggraaf van Coevorden. Otto nam deel aan de derde kruistocht, samen met zijn broer Floris III van Holland. In 1196 streed hij tegen de burggraaf van Coevorden. Otto steunde zijn neef Willem I van Holland in diens geslaagde poging om de macht over Holland te verwerven, ten koste van Ada van Holland (gravin).
Otto was gehuwd met Alveradis van Arnsberg (ca. 1160 – 1230), erfdochter van Malsen, dochter van Godfried I van Cuijk (1100-1167). Zij kregen de volgende kinderen:
– Egbert, vermoord ca. 1210
– Boudewijn I van Bentheim (Volgt Graven Bentheim nr. 10a), opvolger van zijn vader
– Otto, 1203 bisschop van Münster
– Gertrud († 1240), kanunnikes te Freckenhorst, 1219 abdis van Metelen
– Marina, gehuwd met Ricolt van Ochten
– Agniese, gehuwd met Willem van Teylingen. (Volgt Heren van Teylingen en Brederode nr. 1)

Willem I van Holland

Willem I van Holland

10. Willem I
Geboren circa 1175, overleden 4 februari 1222. Hij was graaf van Holland.  Hij was de tweede zoon van graaf Floris III en Ada van Schotland en hij bracht zijn jeugd door bij de familie van zijn moeder in Schotland. In 1189 begeleidde Willem zijn vader bij de Derde Kruistocht. Zijn vader overleed in 1190 tijdens de kruistocht en zelf werd Willem tijdens zijn terugtocht in Frankrijk gevangengenomen. Hij keerde in 1191 in Holland terug en raakte in onmin met zijn oudere broer Dirk VII die zijn vader Floris III als graaf van Holland was opgevolgd. Willem zocht daarom steun bij de opstandige Friezen. Omdat Dirk op dat moment niet weg kon uit Zeeland stuurde hij zijn vrouw Aleid met een leger naar West-Friesland. In november 1195 kwam het tot een treffen tussen Aleid en haar zwager Willem. Aleid wist het treffen naar haar hand te zetten door de leiders van Niedorp en Winkel om te kopen. Uiteindelijk werd de ruzie tussen beide broers bijgelegd, en kreeg Willem het bestuur over het graafschap Midden-Friesland.

Hendrik de Kraan, heer van Kuinre, hield plundertochten in Midden-Friesland. Willem nam wraak en vernietigde de Kuinderburcht. Hendrik was leenman van Dirk van Holland, bisschop van Utrecht en oom van Willem en Dirk VII. Dirk VII koos in dit conflict de kant van zijn oom en liet Willem door Hendrik van Kuinre gevangennemen. Willem ontsnapte echter en vluchtte naar Otto I van Gelre, een tegenstander van Dirk VII. In 1197 trouwde Willem te Stavoren met Aleid van Gelre, de dochter van zijn gastheer.
Dirk VII overleed in 1203. Zijn dochter Ada was zijn enige erfgenaam. Zijn weduwe Aleid liet haar onmiddellijk trouwen met Lodewijk II van Loon. Willem maakte ook aanspraken op de opvolging in Holland en zo ontstond de Loonse oorlog. In het begin had Willem de overhand en wist hij Ada gevangen te nemen en Lodewijk en Aleid te verjagen uit Holland. Hij zond Ada naar koning Jan zonder Land van Engeland, ter bewaring.
Lodewijk vormde in 1204 een sterk bondgenootschap met de bisschoppen van Utrecht en Luik, en de graven van Vlaanderen, Namen, Ahr en Berg. Met deze steun kon Lodewijk bijna het gehele graafschap Holland terug veroveren. Maar het lukte Lodewijk niet om zijn bondgenoten te behouden en in 1205 en 1206 kon Willem stukje bij beetje zijn verloren gebieden weer terugwinnen. In 1206 werd een vrede gesloten waarbij Holland werd verdeeld: Willem kreeg Zeeland en het zuidelijke deel van Holland (met name de Groote of Hollandsche Waard), en Lodewijk kreeg het noordelijk deel Holland – de rivier de Maas vormde vermoedelijk de grens. In de praktijk kreeg Willem het snel voor het zeggen in het hele graafschap Holland en heeft Lodewijk geen poging meer ondernomen om hier iets aan te veranderen. In 1213 erkende keizer Otto IV van Brunswijk Willem als graaf van geheel Holland.
Willem I huwde in 1197 te Stavoren met Aleid van Gelre, dochter van Otto I van Gelre (Zie Graven van Gelre nr. 7). Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren:

  • Floris IV, opvolger van zijn vader (Volgt 11)
  • Otto, bisschop van Utrecht (Volgt Graven van Holland  XVII nr. 11)
  • Willem, 1238 overleden tijdens een toernooi
  • Ada, abdis van Rijnsburg
  • Ricardis († 3 januari 1262) (Volgt Graven van Holland X nr. 11)

Willem huwde voor een tweede maal met Maria van Brabant, weduwe van Duitse keizer Otto IV. Dit tweede huwelijk is kinderloos gebleven.
Verder had Willem nog een buitenechtelijke dochter bij Jutta van Pumbeke:

Floris IV van Holland

Floris IV van Holland

11. Floris IV van Holland
Geboren 24 juni 1210, overleden Corbie, 19 juli 1234) was van 1222 tot 1234 graaf van Holland. Hij was de zoon van Willem I van Holland en Aleid van Gelre. Floris trouwde met Machteld van Brabant, weduwe van Hendrik VI van Brunswijk en was een dochter van hertog Hendrik I van Brabant (Zie Hertogen van Brabant nr. 7) en Mathilde van Boulogne  (Zie Graven van Boulogne nr. 12). Op 5 november 1214 maakte zijn vader samen met Hendrik I van Brabant een huwelijksverdrag op waarin werd overeengekomen dat vanaf de dag van het huwelijk van Floris, zijn vader, graaf Willem elk jaar 500 Hollandse ponden zal betalen aan Machteld, de dochter van Hendrik van Brabant. Het geld zou komen uit de inkomsten die Willem I had uit een groot aantal stukken grond, waaronder de Riederwaard. Het huwelijk werd voltrokken op 6 december 1224 te Antwerpen. Hij volgde zijn vader op in 1222. De eerste paar maanden, tot hij op zijn twaalfde verjaardag meerderjarig verklaard werd, stond hij onder voogdij van graaf Boudewijn van Bentheim. Floris IV breidde zijn gebied uit met het Land van Altena. Floris nam deel aan de expeditie tegen Drenthe in 1227, die mislukte in de slag bij Ane, en aan de oorlog tegen de Stedingers in 1234.
Floris overleed tijdens een toernooi te Corbie, Frankrijk, op 19 juli 1234. Volgens een romantische overlevering maakte Floris grote indruk op Mathilde II van Boulogne die hem een liefdesbrief stuurde; haar man Filips Hurepel, die ook deelnam aan het toernooi, kon dit niet over zijn kant laten gaan en stak Floris dood. Floris werd begraven in de Abdij van Rijnsburg.
Floris en Machteld kregen de volgende kinderen:

  • Willem II, opvolger van zijn vader, tegenkoning van Duitsland (Volgt 12a)
  • Floris de Voogd, regent van Holland
  • Aleid van Holland, gehuwd met Jan van Avesnes, regentes van Holland na overlijden van Floris (Volgt 12b)
  • Margaretha (1234 – 1276), gehuwd met Hermann I von Henneberg-Coburg.
  • Hendrik
  • Machteld

 

Graaf Willem II van Holland, Roomskoning.

12a. Willem II van Holland
Geboren in februari 1227, overleden Hoogwoud, 28 januari 1256. Hij was graaf van Holland en Zeeland (1234-1256) en koning van het Heilige Roomse Rijk (1248-1256).
Willem II was de zoon van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant. Op zevenjarige leeftijd volgde hij zijn vader op, toen deze in 1234 bij een toernooi in het Noord-Franse Corbie om het leven kwam. Een broer van zijn vader, eveneens Willem geheten, en later Otto, bisschop van Utrecht (ook een broer van zijn vader), werden regent. Als graaf van Holland vormde hij een sterk bondgenootschap met Brabant tegen Vlaanderen. In 1247verpandde hij Nijmegen aan de graaf van Gelre. Nijmegen is een Gelderse stad gebleven omdat het pand nooit is ingelost. Willem nam het besluit om zijn hoeve in ‘Haga’ om te bouwen tot een kasteel van waaruit hij efficiënt zijn gebieden kon besturen. Daarmee begon de functie van Den Haag als bestuurscentrum.
Rond 1250 nam Willem het initiatief voor de aanleg van het westelijk gedeelte van de huidige Schielands Hoge Zeedijk (vanaf de Schie bij Schiedam via Kralingen, Capelle aan den IJssel, Nieuwerkerk aan den IJssenaar en Moordrecht tot de Gouwe bij Gouda). Na zijn dood in 1256 werd het werk onder het bestuur van zijn zuster Aleid van Holland voltooid. In navolging van Brabantse steden gaf hij Haarlem (1245), Delft (1246), ‘s-Gravenzande (1246) en Alkmaar (1254) stadsrechten. Alleen ‘s-Gravenzande is later niet uitgegroeid tot een grote stad. In 1248 werden de stadsrechten van Zierikzee door hem bevestigd en uitgebreid. Dat deed hij ook, in 1254, met de Middelburgse stadsrechten uit 1217.

Wapen van Willem II als Rooms-koning

Na de dood van tegenkoning Hendrik Raspe was Hendrik II van Brabant de belangrijkste kandidaat om hem op te volgen. Hendrik weigerde maar stelde zijn jongere neef Willem voor als koning. Op 3 oktober 1247 werd Willem op 20-jarige leeftijd door de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz en Trier tot koning van Duitsland uitgeroepen. Paus Innocentius IV steunde de keuze van Willem op 8 november 1247. Willem benoemde een onderkoning voor Noord-Italië en kreeg de steun van Bourgondië. In 1248 veroverde Willem Kaiserswerth, Dortmund en Aken. Op 1 november 1248 werd Willem in Aken gekroond door de aartsbisschop van Keulen. Willem was tegenkoning van Koenraad IV, die op gezag van zijn vader Keizer Frederik II al in 1237 op negenjarige leeftijd tot koning van Duitsland was gekozen.

De macht van Willem was eigenlijk beperkt tot het Rijnland en Zwaben. Dankzij de diplomatieke inspanningen van de paus kreeg Willem in 1252 steun van de Noord-Duitse vorsten en steden. Op 25 januari 1252 werd dit bezegeld door het huwelijk van Willem met Elisabeth van Brunswijk. De belangrijkste afspraken waren:

  • Brandenburg kreeg zeggenschap over Lübeck;
  • het hertogdom Saksen kreeg het recht om de bisschoppen van Lübeck, Ratzeburg en Schwerin te benoemen;
  • Brunswijk, Brandenburg en Saksen kozen Willem formeel tot koning op 25 maart 1252.

Willem verloor echter in 1252 de steun van de aartsbisschoppen van Mainz en Trier over respectievelijk een feodale opvolgingskwestie en een conflict over tolrechten. Na de dood van Koenraad IV in 1254 gaven veel steden hun steun echter aan Willem, in ruil voor behoud van hun privileges.

De graven van Holland hadden Zeeland in leen van Vlaanderen. Omdat Zeeland in Duitsland lag, hadden de (Franse) graven van Vlaanderen het op hun beurt weer in leen van de Duitse koning. Willem gebruikte zijn positie als Duitse koning om Zeeland te onttrekken aan Vlaanderen. Dit leidde in 1253 tot de Slag bij Westkapelle, waar Vlaanderen werd verslagen door een bondgenootschap van Holland, Brabant en Henegouwen.

Als gevolg van deze ontwikkelingen deed Margaretha II van Vlaanderen haar aanspraken op Henegouwen over op Karel van Anjou. Willem steunde zijn zwager Jan van Avesnes tegen Karel en kwam uiteindelijk in 1254 met Lodewijk IX van Frankrijk tot een regeling die Jan het graafschap Henegouwen liet behouden. De aartsbisschop van Keulen had echter partij gekozen tegen Jan van Avesnes en begon onderhandelingen met Ottokar II van Bohemen om hem tot tegenkoning uit te roepen.

Graaf Willem II zakt door het ijs bij Hoogwoud en wordt gedood door de West-Friezen, 1256. (Gravure door J. Kaiser, naar een tekening van H. Craeyvanger, 1284)

Willem II voerde verschillende oorlogen tegen de Westfriezen. Tijdens de veldtocht tegen de Westfriezen zakte hij op 28 januari 1256 bij Hoogwoud door het ijs van het Berkmeer. De Westfriezen vonden hem in machteloze positie en doodden hem. Toen ze doorhadden dat ze de koning hadden gedood, werd Willem begraven onder de haardplaat van een boerderij in Hoogwoud. Pas in 1282 wist zijn zoon, graaf Floris V, zijn stoffelijk overschot terug te vinden, maar niet zonder slag of stoot: Hoogwoud werd geplunderd en de bevolking werd voor een groot deel uitgemoord door de Hollanders. Willem II werd begraven in de Abdij van Middelburg.
Willem II van Holland was getrouwd met  Elisabeth van Brunswijk.  Geboren circa 1235,  overleden op 27 mei 1266. Zij was een dochter van de Welfische hertog Otto I van Brunswijk en Mechtildis van Brandenburg (Zie Graven van Holland XIV nr. 12)
Zoon:

  • Floris V van Holland (Volgt 13a)

 

 

Aleid van Holland

Standbeeld van Aleid van Holland

12b. Aleid van Holland 
Geboren 1228, overleden 1284, ook bekend als Aleid(a) van Avesnes, was gravin van Henegouwen. Aleid was een dochter van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant. Zij trouwde met Jan van Avesnes om het bondgenootschap van haar broer Willem II van Holland met Jan te bevestigen.  Hij was een zoon van Burchard van Avesnes (Zie Heren van Avesnes nr. 8) en Margaretha van Constantinopel (Zie Graven van Vlaanderen en Henegouwen nr. 14).
Na de dood van Jan (1257) werd Aleid regentes van Henegouwen voor haar zoon Jan II van Avesnes. Na de dood van haar broer Floris de Voogd (1258, Willem was al overleden) werd ze ook regentes van Holland voor Floris V van Holland (tot 1263). Onder druk van tegenstanders moest ze in 1263 haar functie als regent van Holland neerleggen en het graafschap verlaten. Floris werd in 1266 twaalf jaar oud en volwassen verklaard, en hij stond Aleid in 1268 toe om terug te komen naar Holland. In 1272 kocht zij van Dirk II van Wassenaer al diens rechten te Schiedam. Zij was de stichtster van Huis te Riviere in Schiedam, het oudste en destijds op één na grootste slot in het Graafschap Holland. In 1991 werd in Schiedam een standbeeld, de vrouwe Aleida voor haar opgericht.
Aleid trouwde op 9 oktober 1246 met Jan van Avesnes. Er zijn zeven kinderen uit het huwelijk geboren:

  • Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299) (Volgt 13b)
  • Boudewijn (leefde nog in 1299)
  • Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdiaken van Leuven, bisschop van Metz (1283).
  • Gwijde, bisschop van Utrecht (Volgt Graven van Holland IX nr. 13c).
  • Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
  • Floris, stadhouder van Zeeland en vorst van het vorstendom Achaea (1255-1297).
  • Johanna (ovl. 1304), abdis van Flines.

 

Floris V van Holland

13a. Floris V van Holland
Geboren te Leiden op 24 juni 1254, overleden vermoord te Muiderberg op 27 juni 1296.
Bijgenaamd der keerlen god (god van de kerels, van de gewone man), was graaf van Holland en Zeeland en vanaf 1291 liet hij zich ‘heer van Friesland’ noemen, ofschoon hij alleen in West-Friesland feitelijke macht uitoefende. Floris V was de zoon van Willem II van Holland en Elisabeth van Brunswijk.

Floris V was de zoon van graaf Willem II, die tevens rooms-koning was. Via zijn bet-overgrootmoeder Ada van Schotland was hij verwant met het Schotse koningshuis. Bij zijn politieke optreden probeerde hij gebruik te maken van deze connectie.

Op tweejarige leeftijd werd hij graaf van Holland en Zeeland. Zijn vader was een half jaar daarvoor gedood door de West-Friezen. Zijn oom, Floris de Voogd, nam voogdij over hem op zich. Zijn tante Aleida van Henegouwen nam kort daarna voogdij over na de dood van Floris de Voogd (maart 1258). Zijn ridderlijke opvoeding kreeg hij tussen 1261 en 1266 waarschijnlijk van Albert van Voorne, de burggraaf van Zeeland. Op Voorne kwam Floris in contact met Jacob van Maerlant, die er in dezelfde periode verbleef. Op twaalfjarige leeftijd, in 1266, werd de jonge Floris officieel meerderjarig verklaard, en op 14-jarige leeftijd trad hij in het huwelijk met Beatrix van Vlaanderen, de dochter van Gwijde van Dampierre.

Uiteindelijk wist hij het aanzien van Holland enorm te vergroten. Een groot deel van de huidige buitengrenzen van Noord- en Zuid-Holland samen is toen vastgesteld.

Floris V wordt gevangen genomen tijdens een valkenjacht.

Het ging fout toen Floris zijn Engelse bondgenoot Eduard I in 1296 wegens een conflict over de wolhandel aan de kant zette ten gunste van de Franse bondgenoot Filips IV. Het verhaal gaat dat de Engelse koning enkele ontevreden edelen zou hebben gevraagd hem gevangen te nemen. Tijdens een valkenjacht – volgens sommige geschiedschrijvers bij de Egelshoek – werd Floris gevangen genomen door Gijsbrecht van Amstel, Herman VI van Woerden, Willem van Zaanden, Arent van Benschop, Gerard van Craayenhorst, Willem van Teylingen en Gerard van Velsen.
Toen de edelen met hun gevangene op 27 juni 1296 het Muiderslot verlieten met Van Velsen en enkele schildknapen voorop als verkenners, kwamen ze bij Muiderberg een groep Gooilanders uit Naarden tegen die Floris in levenden lijve kwamen opeisen. Hierop reed Gerard van Velsen terug, trok zijn zwaard en doodde graaf Floris. Floris was weerloos doordat in zijn mond een handschoen was gepropt, zijn handen en voeten vastgebonden en zijn vingers gekloofd of gespleten waren. Toen Van Velsen zijn zwaard trok, steigerde het paard van schrik, waardoor Floris door de eerste zwaardslag zijn beide handen verloor en zijdelings van het paard viel. Van Velsen liep op Floris toe en bleef op hem insteken, gevolgd door twee anderen. Vervolgens namen de ontvoerders de vlucht. Floris werd naar het buitenverblijf Florisberg te Muiderberg gebracht, waar hij bezweek aan de toegebrachte 22 steekwonden.

Uit zijn huwelijk met Beatrix werden de volgende kinderen geboren:

  • Dirk, op jonge leeftijd overleden.
  • Floris, op jonge leeftijd overleden.
  • Willem, op jonge leeftijd overleden.
  • Otto, op jonge leeftijd overleden.
  • Willem, tweede kind met deze naam, op jonge leeftijd overleden.
  • Floris, tweede kind met deze naam, op jonge leeftijd overleden.
  • Beatrix, op jonge leeftijd overleden.
  • Machteld, op jonge leeftijd overleden.
  • Elisabeth, op jonge leeftijd overleden.
  • Margaretha (-na 1284). Zij was 5 juli 1281 verloofd met Alfons van Engeland (1273-1284). Hij was een zoon van Eduard I van Engeland en Eleonora van Castilië.
  • Jan I van Holland, zijn opvolger. (1284 – 1299) Hij stierf echter al op 15-jarige leeftijd. Met diens dood kwam een einde aan het Hollandse Huis.

Floris had bovendien de volgende buitenechtelijke kinderen:

  • Witte van Haemstede, zijn moeder was Anna van Heusden, dochter van Jan van Heusden en Aleid van Arberg
  • Catharina van Holland (Volgt Nazaten Graven van Holland XIII nr. 13), gehuwd met Zweder de Rover van Montfoort (Volgt Heren van Montfoort nr.5a)
  • Gerard (- voor 28 juli 1327)
  • Willem
  • Alida
  • Pieter
  • mogelijk Dirk

13b. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk, Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg, dochter van Hendrik V van Luxemburg (Zie Graven van Luxemburg nr. 8) en Margaretha van Bar (Zie Graven van Bar nr. 8a). Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland (Volgt 14).
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

 

14. Willem de Goede
Geboren 1287, overleden Valencijn, 7 juni 1337.
Hij was, van 1304 tot aan zijn dood, als Willem I van Henegouwen graaf van Henegouwen, en als Willem III van Holland graaf van Holland en Zeeland.

Voordat hij zijn vader opvolgde nam hij als zeventienjarige deel aan de Slag bij Zierikzee in 1304 tegen het graafschap Vlaanderen.Hij volgde in 1304 zijn vader, graaf Jan II van Avesnes, op als graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland en zette de strijd met de Vlaamse erfvijanden met wisselende hevigheid voort tot de Vrede van Parijs (6 maart 1323), waarbij de graaf van Vlaanderen van alle leenheerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde afzag. Inmiddels had hij zich weten op te werpen tot de feitelijke meester in het Sticht Utrecht, terwijl hij verderging met zijn macht over Friesland uit te breiden.Willem was legeraanvoerder van het Franse leger tijdens de Slag bij Kassel in 1328. Het Franse leger versloeg de Vlamingen onder Nicolaas Zannekin toen zij rebelleerden tegen hun graaf Lodewijk I van Nevers.Onder de vorsten van de Nederlanden gold Willem als de invloedrijkste bondgenoot, door huwelijksallianties of op andere wijze. Zo wordt hij wel de schoonvader van Europa genoemd. Lodewijk IV van Beieren, die zijn verkiezing tot Rooms-koning mede aan Willem te danken had, trad in 1324 in het huwelijk met diens dochter Margaretha, terwijl de jongere dochter Johanna aan de Gulikse troonopvolger, Willem van Gulik, werd uitgehuwelijkt. Eduard III kon zich met zijn hulp van de Engelse troon meester maken en huwde zijn derde dochter, Filippa van Henegouwen, op 29 mei 1328.Hoewel Willem in 1305 in het huwelijk was getreden met Johanna van Valois, een nicht van koning Filips IV van Frankrijk (ze was een dochter van Filips broer Charles van Valois[1] en zuster van de latere koning Filips VI van Frankrijk), belette hem dit niet als vertegenwoordiger van de Engelse vorst op te treden bij pogingen om de vorsten in de Nederlanden tot een anti-Franse coalitie over te halen. Zijn streven naar pacificatie in het binnenland bezorgde hem bij latere geschiedschrijvers zijn bijnaam. Tijdens zijn regering werden de tresorie en de kanselarij doeltreffend ingericht, terwijl de effectiviteit van de grafelijke raad toenam.Zijn broer Jan van Beaumont had een groot deel van de graafschappen in bezit: naast bezittingen in Henegouwen bezat hij uiteen liggende gebieden ‘van Tholen tot Texel, van Beverwijk en Wijk aan Zee tot Gouda en Schoonhoven’.Willem beschouwde zich als principe in regno suo, als keizer in zijn eigen rijk. Op grond daarvan nam hij het recht zijn onderdanen te mogen edelen.
Naast erfelijke adelsverheffing verleende Willem ook welgeborenschap voor het leven, zoals in 1325 aan Hein Andriesz. en enkele verwanten. Dit soort verleningen van adelsbrieven had meer te maken met de schotvrijdom die eraan gekoppeld was.
Willem huwde op 19 mei 1305 met Johanna van Valois. Dochter van Karel van Valois (Zie Capetingers nr. 18) en Margaretha van Anjou (Zie Koningen van Napels nr. 3). Johanna was een zuster van koning Filips VI van Frankrijk. Na Willems dood trad Johanna in het klooster te Fontenelle, waar zij in 1342 overleed. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend:

  • Jan (1306-1316)
  • Margaretha (1310-1356) (Volgt 15a)
  • Filippa (1314-1369), in 1328 gehuwd met koning Eduard III van Engeland (1312-1377)
  • Johanna, (1315-1374) (Volgt 15b)
  • Willem IV, (1317-1345) graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen, 1336 gehuwd met Johanna van Brabant
  • Agnes, overleden na 1327
  • Isabelle (1323-1361), in 1354 gehuwd met Robert van Namen (1323-1391), heer van Beaufort-en-Argonne
  • Lodewijk (1325-1328)

Willem had een bastaardzoon bij een jonkvrouw uit het Brabantse geslacht De Moor:

  • Jan Aelman (omstreeks 1320-1389), ridder

 

15a. Margaretha van Beieren
Ook wel Margaretha van Holland en Henegouwen genoemd. Geboren op 24 juni 1310, overleden te Le Quesnoy op 23 juni 1356. Zij was gravin van Holland en Zeeland (1345-1354) en Henegouwen (1345-1356). Zij was een dochter van Willem III van Holland en Johanna van Valois. Ze trouwde op 26 februari 1324 in Keulen met Hertog Lodewijk de Beier (Zie Hertogen van Beieren nr. 14).
In 1328 kroonde de paus Lodewijk en Margaretha tot keizer en keizerin.
Margaretha werd gravin in 1345 nadat haar broer Willem IV van Holland kinderloos sneuvelde in de Slag bij Warns. Margaretha’s tweede zoon, de latere graaf Willem V van Holland, was de rechtmatige troonopvolger, maar was nog te jong. Tussen aanhangers van Margaretha en aanhangers van Willem V braken in 1349 conflicten uit, die de geschiedenis in zouden gaan als de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De eerste slagen werden in het voordeel van de aanhangers van Willem V beslist, waarna Margaretha in 1354 afstand deed van haar macht in Holland en Zeeland. Na haar overlijden erfde Willem V ook Henegouwen.
Margaretha en Lodewijk hadden tien kinderen:

  • Margaretha (1325-?)
    • ∞ 1351 Stefan van Kroatië, Dalmatië en Slovenië (1332-1353), (zoon van koning Karel I Robert van Hongarije, Huis Anjou)
    • ∞ 1358 graaf Gerlach van Hohenlohe (?-1387)
  • Anna (1326-1361)
    • ∞ 1339 hertog Johan I van Beieren (1329-1340)
  • Lodewijk VI van Beieren (1328-1365)
    • ∞ 1352 prinses Cunigonde van Polen (1334-1357)
    • ∞ 1360 prinses Ingeborg van Mecklenburg (1340-1395)
  • Elisabeth van Beieren (1329-1402) (Volgt 16)
    • ∞ Dirck Engelbrechtsz van Cranenburg
  • Willem V van Holland (1330-1389)
    • ∞ 1352 prinses Machteld van Derby en Lincoln (Huis Lancaster) (1339-1362)
  • Albrecht van Beieren (1336-1404)
    • ∞ 1353 prinses Margaretha van Brieg en Silezië (1336-1386)
    • ∞ 1394 prinses Margaretha van Kleef en Mark (1375-1412)
  • Otto V van Beieren (1346-1379)
    • ∞ 1366 prinses Catharina van Bohemen (1342-1395), (dochter van keizer Karel IV)
  • Beatrix van Brandenburg (1344-1359)
    • ∞ 1356 Erik XII van Zweden (1339-1359)
  • Agnes (1345-1352)
  • Lodewijk (1347-1348)
 

15b. Johanna van Holland
Geboren in 1315, overleden in 1374. Dochter van Willem III van Holland en Johanna van Valois.
In 1334 huwde zij met graaf, vanaf 1356 hertog Willem I/VI van Gulik. Overleden 1361. Zoon van Gerard VII van Gullik (Zie Graven van Gulik nr. 11) en N.N. van Kessel.
Kinderen:

  • Richardis (1314-1360), in 1330 gehuwd met hertog Otto IV van Beieren (1307-1334) en met graaf Engelbert III van Mark(-1391)
  • Gerard (-1360)
  • Filippa (-1390), in 1357 gehuwd met graaf Godfried III van Heinsberg-Looz (-1395)
  • Johanna, in 1352 gehuwd met graaf Willem I van Isenburg, graaf van Wied (-1383)
  • Willem II van Gulik (1325-1393) (Volgt Hertogen van Gulik nr. 13).
  • Isabella (-1411), gehuwd met graaf Jan van Kent (1330-1352)

 

16. Elisabeth van Beieren
Geboren 1329, overleden in 1402. Dochter van Margaretha van Beieren, gravin van Holland en Henegouwen en van keizer Lodewijk de Beier (Zie Hertogen van Beieren nr. 13).
Zij huwde 1e met Dirck Engelbrechtsz van Cranenburg. Zoon van Engelbert I van Cranenburg.
Kinderen:

  • Dieric van Cranenburch
  • Aechte van Cranenburg .
  • Engelbert II van Cranenburg  …. – 1421(Volgt Heren van Cranenburg nr. 4)
  • Johanna van Cranenburch  ± 1345 – ….
  • Joannes van Cranenburch  ± 1345 – ….

Zij huwde 2e met  Cangrande II della Scala op 22 november 1350 te Verona.
Zij huwde 3e met Ulrich Iv van Wurttemberg op 26 april 1362 te Donauworth, Duitsland.
Zoon uit het laatste huwelijk:

  • Everhard III ‘de Milde’ van Wurttemberg  > 1362-1417

 

Terug naar:

Nazaten Graven van Holland

 

14 februari 2015

14 februari 2015