Nazaten Graven van Holland I

Het graafschap Holland was een graafschap waarvan het gebied uiteindelijk ongeveer overeenkwam met de provincies Noord- en Zuid-Holland zonder de Zuid-Hollandse eilanden en met de eilanden Terschelling, Vlieland, Urk en Schokland, die later zijn overgeheveld naar andere provincies. Datzelfde geldt voor het Land van Heusden en Altena dat vanaf 1813 behoort bij de provincie Noord-Brabant. Van een ‘graaf van Holland’ is voor het eerst sprake rond 1100 als graaf Floris II van Holland zich graaf van Holland noemt. Met de dood van Jan I in 1299 stierf diens dynastie: het “Hollandse Huis” uit en sindsdien waren de graven van Holland steeds afkomstig van buiten het graafschap: achtereenvolgens het huis Avesnes (Henegouwen), het huis Wittelsbach (Beieren), het huis Valois (Bourgondië) en het Habsburgse huis.

De Gerulfingen waren de familie van de eerste graven van West-Frisia en Holland en Zeeland. De naamgever was Gerulf I. Er zijn hypotheses die veronderstellen dat hij afstamde van de Friese koning Radboud († 719). Deze dynastie staat ook bekend als het Hollandse Huis en eindigde met de dood van Jan I van Holland in 1299.

 

Dirk I Graaf van Holland

Dirk I

1. Dirk I
Geboren circa 875 , overleden Andernach 5 oktober 939. Hij was een Friese graaf die vanaf ongeveer 896 het bewind voerde over een aantal gebieden in de kuststreek van West-Frisia, het latere graafschap Holland. Hij was waarschijnlijk een zoon van de West-Friese graaf Gerulf. Dirk erfde van graaf Gerulf het gezag over Kennemerland en Rijnland. Van hem is bekend dat hij de Westfrankische koning Karel de Eenvoudige steunde bij een opstand van zijn vazallen. Als dank hiervoor kreeg hij van Karel op 15 juni 922 te Bladel de kerk van Egmond met alle daarbij behorende goederen.
Hij was getrouwd met Gerberga van Hamaland ( geboren rond 912 , overlijdensdatum onbekend)  Zij was een dochter van Meginhard IV graaf van Hamaland.
Zoon:

  • Dirk II (Volgt 2)

 

Dirk II graaf van Holland

Dirk II

2. Dirk II
Geboren ca. 932, overleden te  Egmond op 6 mei 988. Hij was een Friese graaf (comes Fresonum), die tussen 965 en 988 het feitelijke bewind voerde over het graafschap West-Frisia, dat het gehele kustgebied besloeg tussen de Oosterschelde en het Vlie en bestond uit de gouwen: Masaland, Kinhem en Texla. Het formele leenschap beruste bij de Utrechtse bisschop.
Hij was de zoon van Dirk I van Holland en Gerberga van Hamaland.
Dirk II was gehuwd met Hildegard van Vlaanderen (geboren ca. 936, overleden 10 april 990), dochter van graaf Arnulf I van Vlaanderen (Zie Graven van Vlaanderen nr. 3) en Aleidis van Vermandois. Kinderen uit het huwelijk:

  • Arnulf (Gent, 951-993), ook wel Arnulf Gandensis genoemd (Volgt 3)
  • Egbert (952-994), aartsbisschop van Trier
  • Erlindis (953-1012), zou volgens de legende genezen zijn van blindheid.

 

 

Arnulf van Holland

Arnulf van Gent

3. Arnulf
Geboren Gent ca. 951, overleden bij Winkel, 18 september 993. Hij was een Friese graaf (comes Fresonum). Hij bestuurde van 988 tot 993 een graafschap in West-Frisia, dat later Holland genoemd zou worden. Omdat hij in Gent geboren was, werd hij ook wel Arnulf van Gent (Gandensis) genoemd. In 983 vergezelde Arnulf de Duitse koning Otto II en diens zoon Otto III op hun reis naar Verona en Rome. Omstreeks 988 volgt hij zijn vader op als graaf en erft diens bezittingen.
Als graaf slaagde hij er zijn grondgebied verder naar het zuiden uit te breiden. In West-Frisia kreeg hij te maken te maken met opstanden van de Friese bevolking. De bewoners kwamen in opstand tegen zijn grafelijk gezag vanwege de ingrijpende maatregelen die hij doorvoerde.
Hij was niet alleen een van de meest machtigste leenheren van het Ottoonse huis in het gebied tussen de Rijn en de Schelde, hij had ook goederen van de Franse kroon in leen. Omdat hij evenals zijn vader een aanhanger van de Ottonen was kwam hij in conflict met de Franse koning Hugo Capet. Deze verwoeste Arnulfs gebied en ontnam hem zijn Franse bezittingen.
Graaf Arnulf probeerde zijn gezag ook naar het noorden verder uit te breiden, in het gebied van de West-Friezen tussen de Rekere en het Vlie. Hij viel met zijn leger in 993 dit gebied binnen. Bij Winkel werd hij verslagen en sneuvelde op 18 september in de strijd. Zijn vrouw Liutgard (ook gespeld: Luitgardis) kon daarop alleen met hulp van koning Otto III het graafschap voor haar zoontje bewaren. Arnulf is met diverse andere familieleden begraven in de toenmalige Abdij van Egmond en werd later heilig verklaard.
Hij was getrouwd met Lutgardis van Luxemburg ( geboren ca. 960, overleden 14 september na 1005) was een dochter van Siegfried van Luxemburg (Zie Graven van Luxemburg nr. 1) en Hedwig van Nordgau.  Ze hadden de volgende kinderen:

  • Dirk III van Holland, Volgt 4.
  • Siegfried van Holland (985-1030), die huwde met Thetburga (985-)
  • Adelina van Holland (± 995 – ± 1045) was een dochter van Arnulf van Gent en Lutgardis van Luxemburg. Zij huwde een eerste maal met Boudewijn II van Boulogne (Volgt Graven van Boulogne nr. 6.) en werd de moeder van Eustaas I van Boulogne. Zij huwde een tweede maal met Engelram I van Ponthieu, nadat die Boudewijn had gedood.

Dirk III van Holland

Dirk III

4. Dirk III
Geboren circa 982, overleden 27 mei 1039. Zoon van Arnulf van Gent en Lutgardis van Luxemburg.
Dirk III, bijgenaamd Hierosolymita, was een Friese graaf. Hij was van 993 tot 1039 graaf van het latere graafschap Holland.
Dirk III’s vrouw heette Othelhilde van Saksen (geboren ca. 985 – Quedlinburg, overleden op  9 maart 1043/44), waarschijnlijk een dochter van hertog Bernhard I van Saksen en Hildegard van Stade.

Dirk was actief in de ontginning van moerassen door gronden te verpachten aan Friezen die het in cultuur brachten, maar die wilde gronden werden door de bisschoppen van Utrecht als hun gebied beschouwd. Rond 1015 koloniseerde Dirk zo de Riederwaard. Bovendien bouwde hij een burcht in Vlaardingen, waarschijnlijk op de plek waar zich nu de Grote Kerk bevindt, waar het riviertje de Flarding (tegenwoordig de Vlaardingse haven) uitmondde in de Merwede (tegenwoordig de Nieuwe Maas). Vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die langs kwamen varen, onderweg van Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen. Deze kooplieden én ook bisschop Adelbold van Utrecht riepen daarom de hulp in van de Duitse keizer. De keizer gaf in 1018 zijn neef Dirk de opdracht om zijn vesting te ontruimen. In plaats van zijn leenheer te gehoorzamen, verschanste Dirk zich op zijn burcht en de keizer kon nu niet anders dan een leger op hem af sturen. Dit leger, onder leiding van hertog Godfried de Kinderloze, bestond uit een vloot met troepen uit Utrecht, Keulen en Luik.

Op 29 juli 1018 kwam het tot de Slag bij Vlaardingen. Het laatste stuk naar de burcht moest via land worden afgelegd, wat lastig ging omdat het gebied vol met sloten en dijken lag. Het duurde niet lang voor het leger van Godfried vastliep en noodgedwongen moest terugkeren naar hun schepen om een andere route te zoeken. Op de terugweg liep het leger echter in hinderlaag van de troepen van Dirk. Godfried maakte met zijn leger een tactische terugtrekkende beweging, waarop iemand uit het Friese kamp riep dat de voorste gelederen verslagen waren en de hertog op de vlucht sloeg. Hierop raakten de troepen van Godfried zo in paniek dat velen in volle wapenuitrusting de rivier in sprongen, in een poging de schepen te bereiken. Andere kwamen vast te zitten in het moeras. Dirk maakte direct gebruik van de paniek en het machtige leger van de hertog werd volledig in de pan gehakt. Godfried werd hierbij gevangengenomen.

In de 12e-eeuwse Annalen van Egmond staat Dirk III vermeld met de bijnaam Hierosolymita, de Jeruzalemganger. Dat duidt erop dat hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land heeft gemaakt.

Tijdens zijn graafschap wist Dirk zijn gebied uit te breiden richting het oosten. Deze uitbreiding ging ten koste van het bisdom Utrecht. De uitbreiding bestond onder meer uit het gebied ten zuidoosten van Alphen, tussen Zwammerdam en Bodegraven. In 1017/1018 zou Dirk ook nog een oorlog tegen de Friezen hebben gevoerd. Nadat de keizer in 1024 kinderloos overleed, steunde Dirk Koenraad II in diens strijd om de opvolging. Na het overlijden van Dirk III, ging zijn vrouw terug naar Saksen, waar zij op 31 maart 1044 overleed. Dirk III is begraven in de Abdij van Egmond. Othilde werd begraven in Quedlinburg.
Uit het huwelijk van Dirk met Othelhilde werden vier kinderen geboren:

  • Dirk IV was een Friese graaf. Vanaf 1039 volgde hij zijn vader Dirk III op als graaf over de gebieden die later bekend zouden staan als het graafschap Holland. Hij sneuvelde nabij Dordrecht op 13 januari 1049. Dirk was nog jong, ongehuwd en kinderloos. Hij werd opgevolgd door zijn broer Floris I.
  • Floris I (Volgt 5)
  • Bertrada, die trouwde met Diederik II van Katlenburg
  • Swanhilde, die trouwde met Emmo van Loon (Zie Graven van Loon nr. 1)
  • Hedwig, die trouwde met Diederik van Este van Wachtendonck (Zie Heren van Wachtendonck nr.5)

 

Floris I van Holland

Floris I

5. Floris I 
Geboren circa 1025, Nederhemert, 28 juni 1061.  Zoon van Dirk III en Othelhilde van Saksen.
Hij was een Friese graaf die van 1049 tot 1061 het bewind voerde over de gebieden die later bekend zouden worden als het graafschap Holland. Hij volgde zijn broer Dirk IV op.
Maar moest aanvankelijk vluchten. De relatie met de keizer en de bisschoppen bleef slecht. Floris raakte in conflict met de keizer over de tol op de Merwede (vermoedelijk bij Vlaardingen, dus stroomafwaarts van de huidige Merwede). Bovendien probeerde hij zijn bezit in het rivierenland uit te breiden en kwam daardoor in conflict met bisschop Willem van Cuijk. Regentes Agnes gaf in 1058 bisschop Willem van Cuijk van Utrecht, Hendrik II van Leuven, Wichard van Gelder, Anno II aartsbisschop van Keulen, Diederik bisschop van Luik en Egbert I van Meißen, de markgraaf van Friesland (Friesland en Groningen), opdracht om Floris tot de orde te roepen. De eerste echte slag werd in 1061 uitgevochten bij Oudheusden. Floris was zwaar in de minderheid en had daarom het slagveld met grote aantallen valkuilen voorbereid. Zo raakten zijn tegenstanders in grote verwarring en werd een groot aantal direct al buiten gevecht gesteld. Floris wist daarna de slag eenvoudig te winnen. De volgende slag vond op 28 juni 1061 plaats bij Nederhemert. Floris viel de troepen van Keulen, Brunswijk en Cuijk aan en wist ze snel te verjagen. De Friezen gingen vervolgens rusten in de schaduw van de bomen langs de Maas. Herman van Cuijk, burggraaf van Utrecht, hergroepeerde zijn troepen en overviel de nietsvermoedende Friezen. Floris werd samen met honderden van zijn mannen gedood. Floris was gehuwd met Geertruida van Saksen. Zij was de dochter van Bernhard II van Saksen (Zie Hertogen van Saksen II nr. 5) en Eilika van Schweinfurt.
Kinderen van Floris en Geertruida waren:

  • Dirk V van Holland (1054-1091)(Volgt 6)
  • Floris, jong overleden te Luik, waar hij mogelijk heen was gestuurd voor zijn opvoeding
  • Bertha van Holland (ca. 1058-1094), gehuwd met Filips I van Frankrijk (Zie De Capetingers nr. 11)
  • Adelheid (1045-1085), gehuwd met Boudewijn I van Guînes (Zie Graven van Guînes nr. 8)

Dirk V van Holland

Dirk V

6. Dirk V
Geboren in 1054, overleden op 17 juli 1091. Hij was graaf van Holland, zoon van Floris I en Geertruida van Saksen.
Toen Floris sneuvelde, was Dirk nog minderjarig en zijn moeder trad op als regentes. Bisschop Willem I van Utrecht maakte van deze situatie gebruik om het Rijnland en het Kennemerland te annexeren. Deze annexatie werd formeel bevestigd door keizerin Agnes van Poitou, de regentes van Duitsland. Van Dirks graafschap bleven alleen de meest noordelijke en zuidelijke gebieden over. Zijn moeder besefte dat Dirk een sterke bondgenoot nodig had en ze trouwde in 1063 met Robrecht I van Vlaanderen (Zie Graven Vlaanderen nr. 8c), de broer van de graaf Boudewijn VI van Vlaanderen. Die gaf zijn aanspraken in Vlaanderen op (ten gunste van zijn neef Arnulf III van Vlaanderen) en wijdde zich aan zijn Friese belangen. Daaraan ontleent hij in Vlaanderen zijn bijnaam “de Fries”. Dirk ontving Vlaanderen ten oosten van de Schelde en de eilanden ten westen van de Schelde (o.a. Walcheren), als apanage.
Robrecht en Boudewijn wisten het Rijnland en Kennemerland weer terug te veroveren maar de keizer gaf hertog Godfried III van Lotharingen van Neder-Lotharingen opdracht om de bisschop te verdedigen. Godfried werd op 26 februari 1076 vermoord in Delft of Vlaardingen, volgens de overlevering werd hij toen hij zijn behoefte deed, van onderen dodelijk verwond. Toen bisschop Willem een paar maanden later ook overleed, verzamelde Dirk een Vlaams leger en probeerde opnieuw zijn graafschap te heroveren. De nieuwe bisschop Koenraad verschanste zich in het kasteel van IJsselmonde. De gevechten werden beslist doordat Dirk het kasteel kon veroveren: Koenraad sloot vrede en gaf daarbij het Rijnland en Kennemerland terug aan Dirk.
Dirk was getrouwd met Othelhildis van Saksen (geboren ca. 1065, overleden 18 november 1120).
Kinderen uit dit huwelijk:

  • Floris II (Volgt 7)
  • Mathilde

Floris II van Holland

Floris II van Holland

7. Floris II van Holland
Geboren ca. 1085 , overleden 2 maart 1122. Zoon van Dirk V en Othelhildis van Saksen.
Floris II, bijgenaamd de Vette of de Dikke, was de eerste Friese graaf die zich niet langer graaf van Frisia noemde, maar graaf van Holland: “Florentius comes de Hollant”.
Omstreeks 1108 trouwde Floris II met Petronella, dochter van Diederik II van Lotharingen, de hertog van Opper-Lotharingen en een halfzus van de Rooms-Duitse koning Lotharius III van Supplinburg.  Floris II beëindigde het conflict met bisschop Burchard van Utrecht, waarschijnlijk door hem in 1101 als leenheer te erkennen. In ruil daarvoor ontving hij van de bisschop het Rijnland (gouw) in leen en kreeg van hem de titel graaf van Holland. Floris II is de eerste die zo werd genoemd, daarvoor werd zijn domein nog als het graafschap Friesland aangeduid.
Floris verwierf grote rijkdom door de ontginning van de veengebieden in het Rijnland en door tolheffing op de grote rivieren, met name bij Vlaardingen waar in die tijd de Lek, Waal en Maas samen in de Noordzee uitmondden. Hij heeft zijn bijnaam waarschijnlijk aan deze rijkdom te danken. Floris heeft tijdens zijn bewind diverse houten kerken vervangen door kerken van tufsteen. Floris en Petronella kregen de volgende vier kinderen:

  • Dirk VI (Volgt 8)
  • Floris de Zwarte (geboren ca. 1115, overleden 1133) kwam tweemaal in opstand tegen zijn oudere broer, Dirk VI. De eerste maal werd hij gesteund door zijn moeder Petronilla, Andries van Cuijk (de bisschop van Utrecht) en de rooms-koning, zijn oom Lotharius III. In 1131 werd het conflict bijgelegd, waarna Floris zich korte tijd graaf van Holland mocht noemen. In augustus 1131 kwam Floris opnieuw in opstand. Ditmaal steunde zijn moeder hem niet en moest hij uitwijken naar het gebied van de West-Friezen die tegen Dirk VI in opstand waren gekomen. Zij boden Floris de heerschappij over geheel West-Friesland en ook de Kennemers schaarden zich achter hem. De broedertwist werd in augustus 1132 door tussenkomst van Lotharius bijgelegd. In 1133 werd Floris de Zwarte nabij Utrecht vermoord.
  • Simon, kanunnik te Utrecht
  • Hedwig († 1132), non

Daarnaast had Floris II een buitenechtelijke dochter:

Dirk VI van Holland

Dirk VI van Holland

8. Dirk VI van Holland
Geboren circa 1114, overleden bij Utrecht, 5 augustus 1157. Zoon van Floris II van Holland en Petronella van Lotharingen.
Hij was graaf van Holland vanaf 1122, aanvankelijk onder het voogdijschap van zijn moeder.
Omstreeks 1125 huwde hij met Sophia van Rheineck, dochter van Otto van Rheineck en Geertruid van Northausen. Door dit huwelijk kwam het graafschap Bentheim in handen van de graven van Holland. Sophie overleefde haar man met ruim 19 jaar. Ze stierf in 1176 tijdens een bedevaart in Jeruzalem. Samen kregen ze de volgende kinderen:

  • Dirk (ca. 1138 – 1151), begraven te Egmond
  • Floris III, graaf van Holland (Volgt 9a)
  • Otto, graaf van Bentheim (Volgt 9b)
  • Boudewijn, bisschop van Utrecht
  • Dirk, bisschop van Utrecht
  • Sophia († na 1202), abdis van Rijnsburg
  • Hadewig († Rijnsburg, 28 augustus 1167) non te Rijnsburg
  • Geertruid († op 13 augustus)
  • Petronilla († 5 december)

Floris III van Holland

Floris III van Holland

Holland kaart

Klik op de afbeelding voor een vergroting

9a. Floris III van Holland
Geboren circa 1140, overleden 1 augustus 1190. Hij was graaf van Holland. Hij was een zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck. In 1157 volgde hij zijn vader op als graaf van Holland. Vanaf 1161 was hij in onderhandeling of in oorlog met de West-Friezen. De West-Friezen verwoestten Alkmaar tot twee keer toe, Floris plunderde en verwoestte op zijn beurt Schagen, Winkel  en Niedorp. Toen Floris in 1184 zelfs Texel en Wieringen veroverde, gaven de West-Friezen op. Er werd een vrede gesloten waarbij de West-Friezen 4000 zilveren marken moesten betalen. Floris kwam in 1165 in conflict met de bisschop van Utrecht over de aanleg van een dam in de Oude Rijn bij Zwammerdam. Ook maakte de bisschop aanspraak op de heerschappij over West-Friesland. Keizer Frederik I van Hohenstaufen besliste in Utrecht dat het gezag en de inkomsten van West-Friesland tussen de graaf en de bisschop moesten worden verdeeld.
In het zuiden stelde Floris een tol in bij Geervliet. Deze tol was vooral gericht op de scheepvaart tussen Vlaanderen en de Rijn, en graaf Filips van de Elzas van Vlaanderen oefende zoveel druk uit op Floris dat die de tol weer ophief. In 1166 stelde Floris de tol opnieuw in. Filips verzamelde een leger en trok naar het noorden, en wist Floris gevangen te nemen. In 1167 moest Floris het Verdrag van Brugge (1167) sluiten wat hem verplichtte de tol weer op te heffen en de opperheerschappij van Vlaanderen over Zeeland erkende. Op rijksniveau was Floris een trouwe bondgenoot van de Duitse keizer Frederik Barbarossa. In 1158 en van 1176 tot 1178 nam hij deel aan de expedities van Frederik naar Italië. Hij werd daarvoor ruim beloond: in 1177 kreeg hij de status van rijksvorst, in 1178 werd zijn broer Boudewijn van Holland bisschop van Utrecht en in 1179 gaf Frederik definitieve goedkeuring aan de tol van Geervliet. Floris nam ook deel aan de Derde Kruistocht en was daarin een van de aanvoerders van Frederik.
Floris III huwde op 28 september 1162 met Ada van Schotland, de zuster van de Schotse koning Malcolm IV en een dochter Hendrik van Schotland, prins van Schotland en graaf van Huntingdon (Volgt Koningen van Schotland nr. 12).
Floris en Ada kregen de volgende kinderen:

  • Dirk VII,  Hij volgde zijn vader op nadat die in 1190 was overleden tijdens de Derde Kruistocht.
  • Mechteld, geboren 1167 (Volgt Graven van Holland XI-10). Zij was gehuwd met Arnold van Berg-Altena.
  • Willem, die door opstand het graafschap verwierf ten koste van zijn nicht Ada (Volgt 10)
  • Floris, geestelijke
  • Hendrik
  • Boudewijn († 19 juli 1204)
  • Robert
  • Beatrijs, gehuwd met  Herbaren van der Woert (Volgt Heren van der Woerdt nr. 6)
  • Elisabeth († 27 augustus van een onbekend jaar)
  • Ada, getrouwd met Otto II van Brandenburg, kinderloos en keerde na de dood van haar man in 1205 terug naar Holland.
  • Margaretha († na 1203), gehuwd met Diederik V van Kleef (Zie Graven van Kleef nr. 7a)
  • Hedwig († 13 juli van een onbekend jaar), begraven te Haarlem
  • Agnes († 22 april 1228), abdis van de abdij van Rijnsburg.

9.b. Otto van Holland
Geboren circa 1140 – overleden 1208/09. Hij was graaf van Bentheim. Hij was een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck. Van zijn grootmoeder van moederskant, Geertruid van Northeim, erfde hij het graafschap Bentheim.
Otto begeleidde zijn moeder naar het Heilige Land in 1173. In 1187 werd hij genoemd als burggraaf van Coevorden. Otto nam deel aan de derde kruistocht, samen met zijn broer Floris III van Holland. In 1196 streed hij tegen de burggraaf van Coevorden. Otto steunde zijn neef Willem I van Holland in diens geslaagde poging om de macht over Holland te verwerven, ten koste van Ada van Holland (gravin).
Otto was gehuwd met Alveradis van Arnsberg (ca. 1160 – 1230), erfdochter van Malsen, dochter van Godfried I van Cuijk (1100-1167). Zij kregen de volgende kinderen:
– Egbert, vermoord ca. 1210
– Boudewijn I van Bentheim (Volgt Graven Bentheim nr. 10a), opvolger van zijn vader
– Otto, 1203 bisschop van Münster
– Gertrud († 1240), kanunnikes te Freckenhorst, 1219 abdis van Metelen
– Marina, gehuwd met Ricolt van Ochten
– Agniese, gehuwd met Willem van Teylingen. (Volgt Heren van Teylingen en Brederode nr. 1)

Willem I van Holland

Willem I van Holland

10. Willem I
Geboren circa 1175, overleden 4 februari 1222. Hij was graaf van Holland.  Hij was de tweede zoon van graaf Floris III en Ada van Schotland en hij bracht zijn jeugd door bij de familie van zijn moeder in Schotland. In 1189 begeleidde Willem zijn vader bij de Derde Kruistocht. Zijn vader overleed in 1190 tijdens de kruistocht en zelf werd Willem tijdens zijn terugtocht in Frankrijk gevangengenomen. Hij keerde in 1191 in Holland terug en raakte in onmin met zijn oudere broer Dirk VII die zijn vader Floris III als graaf van Holland was opgevolgd. Willem zocht daarom steun bij de opstandige Friezen. Omdat Dirk op dat moment niet weg kon uit Zeeland stuurde hij zijn vrouw Aleid met een leger naar West-Friesland. In november 1195 kwam het tot een treffen tussen Aleid en haar zwager Willem. Aleid wist het treffen naar haar hand te zetten door de leiders van Niedorp en Winkel om te kopen. Uiteindelijk werd de ruzie tussen beide broers bijgelegd, en kreeg Willem het bestuur over het graafschap Midden-Friesland.

Hendrik de Kraan, heer van Kuinre, hield plundertochten in Midden-Friesland. Willem nam wraak en vernietigde de Kuinderburcht. Hendrik was leenman van Dirk van Holland, bisschop van Utrecht en oom van Willem en Dirk VII. Dirk VII koos in dit conflict de kant van zijn oom en liet Willem door Hendrik van Kuinre gevangennemen. Willem ontsnapte echter en vluchtte naar Otto I van Gelre, een tegenstander van Dirk VII. In 1197 trouwde Willem te Stavoren met Aleid van Gelre, de dochter van zijn gastheer.
Dirk VII overleed in 1203. Zijn dochter Ada was zijn enige erfgenaam. Zijn weduwe Aleid liet haar onmiddellijk trouwen met Lodewijk II van Loon. Willem maakte ook aanspraken op de opvolging in Holland en zo ontstond de Loonse oorlog. In het begin had Willem de overhand en wist hij Ada gevangen te nemen en Lodewijk en Aleid te verjagen uit Holland. Hij zond Ada naar koning Jan zonder Land van Engeland, ter bewaring.
Lodewijk vormde in 1204 een sterk bondgenootschap met de bisschoppen van Utrecht en Luik, en de graven van Vlaanderen, Namen, Ahr en Berg. Met deze steun kon Lodewijk bijna het gehele graafschap Holland terug veroveren. Maar het lukte Lodewijk niet om zijn bondgenoten te behouden en in 1205 en 1206 kon Willem stukje bij beetje zijn verloren gebieden weer terugwinnen. In 1206 werd een vrede gesloten waarbij Holland werd verdeeld: Willem kreeg Zeeland en het zuidelijke deel van Holland (met name de Groote of Hollandsche Waard), en Lodewijk kreeg het noordelijk deel Holland – de rivier de Maas vormde vermoedelijk de grens. In de praktijk kreeg Willem het snel voor het zeggen in het hele graafschap Holland en heeft Lodewijk geen poging meer ondernomen om hier iets aan te veranderen. In 1213 erkende keizer Otto IV van Brunswijk Willem als graaf van geheel Holland.
Willem I huwde in 1197 te Stavoren met Aleid van Gelre, dochter van Otto I van Gelre (Zie Graven van Gelre nr. 7). Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren:

  • Floris IV, opvolger van zijn vader (Volgt 11)
  • Otto, bisschop van Utrecht
  • Willem, 1238 overleden tijdens een toernooi
  • Ada, abdis van Rijnsburg
  • Ricardis († 3 januari 1262)

Willem huwde voor een tweede maal met Maria van Brabant, weduwe van Duitse keizer Otto IV. Dit tweede huwelijk is kinderloos gebleven.
Verder had Willem nog een buitenechtelijke dochter bij Jutta van Pumbeke:

  • Jutta van Holland (geboren circa 1219, overleden 1270). Zij was gehuwd met Nicolaas I van Borselen (Volgt Heren van Borselen nr. 2)

Floris IV van Holland

Floris IV van Holland

11. Floris IV van Holland
Geboren 24 juni 1210, overleden Corbie, 19 juli 1234) was van 1222 tot 1234 graaf van Holland. Hij was de zoon van Willem I van Holland en Aleid van Gelre. Floris trouwde met Machteld van Brabant, weduwe van Hendrik VI van Brunswijk en was een dochter van hertog Hendrik I van Brabant (Zie Hertogen van Brabant nr. 7) en Mathilde van Boulogne  (Zie Graven van Boulogne nr. 12). Op 5 november 1214 maakte zijn vader samen met Hendrik I van Brabant een huwelijksverdrag op waarin werd overeengekomen dat vanaf de dag van het huwelijk van Floris, zijn vader, graaf Willem elk jaar 500 Hollandse ponden zal betalen aan Machteld, de dochter van Hendrik van Brabant. Het geld zou komen uit de inkomsten die Willem I had uit een groot aantal stukken grond, waaronder de Riederwaard. Het huwelijk werd voltrokken op 6 december 1224 te Antwerpen. Hij volgde zijn vader op in 1222. De eerste paar maanden, tot hij op zijn twaalfde verjaardag meerderjarig verklaard werd, stond hij onder voogdij van graaf Boudewijn van Bentheim. Floris IV breidde zijn gebied uit met het Land van Altena. Floris nam deel aan de expeditie tegen Drenthe in 1227, die mislukte in de slag bij Ane, en aan de oorlog tegen de Stedingers in 1234.
Floris overleed tijdens een toernooi te Corbie, Frankrijk, op 19 juli 1234. Volgens een romantische overlevering maakte Floris grote indruk op Mathilde II van Boulogne die hem een liefdesbrief stuurde; haar man Filips Hurepel, die ook deelnam aan het toernooi, kon dit niet over zijn kant laten gaan en stak Floris dood. Floris werd begraven in de Abdij van Rijnsburg.
Floris en Machteld kregen de volgende kinderen:

Wapen van Willem II

Wapen van Willem II, als Rooms-Koning

  • Willem II, opvolger van zijn vader, tegenkoning van Duitsland.  Op zevenjarige leeftijd volgde hij zijn vader op. Een broer van zijn vader, eveneens Willem geheten, en later Otto, bisschop van Utrecht (ook een broer van zijn vader), werden regent.
    Op 3 oktober 1247 werd Willem op 20-jarige leeftijd door de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz en Trier tot koning van Duitsland uitgeroepenPaus Innocentius IV steunde de keuze van Willem op 8 november 1247.  Op 1 november 1248 werd Willem in Aken gekroond door de aartsbisschop van Keulen.
    Willem II voerde verschillende oorlogen tegen de Westfriezen. Tijdens de veldtocht tegen de Westfriezen zakte hij op 28 januari 1256 bij Hoogwoud door het ijs van het Berkmeer. De Westfriezen vonden hem in machteloze positie en doodden hem. Toen ze doorhadden dat ze de koning hadden gedood, werd Willem begraven onder de haardplaat van een boerderij in Hoogwoud. Pas in 1282 wist zijn zoon, graaf Floris V, zijn stoffelijk overschot terug te vinden.
Floris V van Holland

Floris V van Holland

De zoon van Willem II was Floris V  (geboren Leiden 24 juni 1254, overleden Muiderberg, 27 juni 1296), bijgenaamd “der keerlen God” (God van de boeren), was graaf van Holland en Zeeland en vanaf 1291 liet hij zich ‘heer van Friesland‘ noemen, ofschoon hij alleen in West-Friesland  feitelijke macht uitoefende.  In opdracht van deze graaf werd het Muiderslot in het laatste kwart van de 13e eeuw gebouwd. Floris werd in 1296 vermoord in de buurt van het Muiderslot en liet een minderjarige zoon achter: Jan I ( geboren 1284, overleden Haarlem 10 november 1299) was graaf van Holland, maar hij overleed al in 1299. Met hem stierf  het Hollandse Huis uit. Jan I van Holland werd opgevolgd door Jan II van Avesnes (zoon van Aleid van Holland en Jan I van Avesnes).

  • Floris de Voogd, regent van Holland. Hij verving graaf Willem II van Holland in Holland en Zeeland, toen deze zich als Rooms-koning in Duitsland bevond. Na Willems dood was hij voogd over graaf Floris V. Hij wordt soms aangeduid als “Florentius tutor”.
  • Aleid van Holland, gehuwd met Jan van Avesnes, regentes van Holland na overlijden van Floris de Voogd (Volgt 12)
  • Margaretha  (1234 – 26 maart 1276), gehuwd met Hermann I von Henneberg-Coburg (1224-1290)
  • Hendrik
  • Machteld

Aleid van Holland

Standbeeld van Aleid van Holland

12. Aleid van Holland 
Geboren 1228, overleden 1284, ook bekend als Aleid(a) van Avesnes, was gravin van Henegouwen. Aleid was een dochter van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant. Zij trouwde met Jan van Avesnes om het bondgenootschap van haar broer Willem II van Holland met Jan te bevestigen.  Hij was een zoon van Burchard van Avesnes (Zie Heren van Avesnes nr. 8) en Margaretha van Constantinopel (Zie Graven van Vlaanderen en Henegouwen nr. 14).
Na de dood van Jan (1257) werd Aleid regentes van Henegouwen voor haar zoon Jan II van Avesnes. Na de dood van haar broer Floris de Voogd (1258, Willem was al overleden) werd ze ook regentes van Holland voor Floris V van Holland (tot 1263). Onder druk van tegenstanders moest ze in 1263 haar functie als regent van Holland neerleggen en het graafschap verlaten. Floris werd in 1266 twaalf jaar oud en volwassen verklaard, en hij stond Aleid in 1268 toe om terug te komen naar Holland. In 1272 kocht zij van Dirk II van Wassenaer al diens rechten te Schiedam. Zij was de stichtster van Huis te Riviere in Schiedam, het oudste en destijds op één na grootste slot in het Graafschap Holland. In 1991 werd in Schiedam een standbeeld, de vrouwe Aleida voor haar opgericht.
Aleid trouwde op 9 oktober 1246 met Jan van Avesnes. Er zijn zeven kinderen uit het huwelijk geboren:

  • Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299) (Volgt 13a)
  • Boudewijn (leefde nog in 1299)
  • Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdiaken van Leuven, bisschop van Metz (1283).
  • Gwijde, bisschop van Utrecht (Volgt Graven van Holland IX nr. 13b).
  • Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
  • Floris, stadhouder van Zeeland en vorst van het vorstendom Achaea (1255-1297).
  • Johanna (ovl. 1304), abdis van Flines.

Jan II van Avesnes

Jan II van Avesnes

13. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk, Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg, dochter van Hendrik V van Luxemburg (Zie Graven van Luxemburg nr. 8) en Margaretha van Bar (Zie Graven van Bar nr. 8a). Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland (Volgt 14 a).
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

  • Simon (ovl. 1356), heer van Bruyelle
  • Willem Cuser (Volgt 14b)
  • Hendrik
  • Aleid (Volgt 14c)
  • Ida

    Willem III van Holland

    14a. Willem de Goede
    Geboren 1287, overleden Valencijn, 7 juni 1337) was, van 1304 tot aan zijn dood, als Willem I van Henegouwen graaf van Henegouwen, en als Willem III van Holland graaf van Holland en Zeeland.

    Voordat hij zijn vader opvolgde nam hij als zeventienjarige deel aan de Slag bij Zierikzee in 1304 tegen het graafschap Vlaanderen.Hij volgde in 1304 zijn vader, graaf Jan II van Avesnes, op als graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland en zette de strijd met de Vlaamse erfvijanden met wisselende hevigheid voort tot de Vrede van Parijs (6 maart 1323), waarbij de graaf van Vlaanderen van alle leenheerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde afzag. Inmiddels had hij zich weten op te werpen tot de feitelijke meester in het Sticht Utrecht, terwijl hij verderging met zijn macht over Friesland uit te breiden.Willem was legeraanvoerder van het Franse leger tijdens de Slag bij Kassel in 1328. Het Franse leger versloeg de Vlamingen onder Nicolaas Zannekin toen zij rebelleerden tegen hun graaf Lodewijk I van Nevers.Onder de vorsten van de Nederlanden gold Willem als de invloedrijkste bondgenoot, door huwelijksallianties of op andere wijze. Zo wordt hij wel de schoonvader van Europa genoemd. Lodewijk IV van Beieren, die zijn verkiezing tot Rooms-koning mede aan Willem te danken had, trad in 1324 in het huwelijk met diens dochter Margaretha, terwijl de jongere dochter Johanna aan de Gulikse troonopvolger werd uitgehuwelijkt. Eduard III kon zich met zijn hulp van de Engelse troon meester maken en huwde zijn derde dochter, Filippa van Henegouwen.Hoewel Willem in 1305 in het huwelijk was getreden met Johanna van Valois, een zuster van koning Filips VI van Frankrijk, belette hem dit niet als vertegenwoordiger van de Engelse vorst op te treden bij pogingen om de vorsten in de Nederlanden tot een anti-Franse coalitie over te halen. Zijn streven naar pacificatie in het binnenland bezorgde hem bij latere geschiedschrijvers zijn bijnaam. Tijdens zijn regering werden de tresorie en de kanselarij doeltreffend ingericht, terwijl de effectiviteit van de grafelijke raad toenam.Willem beschouwde zich als principe in regno suo, als keizer in zijn eigen rijk. Op grond daarvan nam hij het recht zijn onderdanen te mogen edelen. De bekendste adelsverheffing door Willem III is die van Gerard Aleswijnsz. († 1354/55), waarvan een ‘echte’ adelsbrief is overgeleverd. Gerard was griffier van de Kanselarij, en protegé van de graaf en had 1/16de portie in de herbedijking van de Zwijndrechtse Waard en kreeg het deel dat onder de naam Rijsoord bekend was toegewezen. Gerard was niet ‘welgeboren’ maar stamde uit een Leids poortersgeslacht. Voor het verkrijgen van de ambachtsheerlijke rechten op Rijsoord was een adellijke titel onontbeerlijk. Op 1 mei 1332 adelde Willem Gerard en zijn zoon Allewijn naar Zeeuws recht, en verkocht hen de heerlijkheid op afbetaling, wat na acht jaar in 1340 geheel was voldaan. Door deze adelsverheffing ontstond een nieuw adellijk geslacht dat zich Van Rijsoirde noemde.Naast erfelijke adelsverheffing verleende Willem ook welgeborenschap voor het leven, zoals in 1325 aan Hein Andriesz. en enkele verwanten. Dit soort verleningen van adelsbrieven had meer te maken met de schotvrijdom die eraan gekoppeld was.Van Willem III is een ererede opgenomen in de indrukwekkende reeks van het wapenboek Gelre. Ereredes zijn korte gedichten waarin de heraut een overzicht geeft van de eervolle wapenfeiten van tijdens het leven van een ridder met afbeelding van zijn wapen. Enkele anderen in deze reeks zijn Willem II/VII van Gulik en Reinoud I van Valkenburg.
    Willem huwde op 19 mei 1305 met Johanna van Valois, dochter van Karel van Valois (Zie Capetingers nr. 18) en een zuster van koning Filips VI van Frankrijk. Na Willems dood trad Johanna in het klooster te Fontenelle, waar zij in 1342 overleed. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend:

    • Jan (1306-1316)
    • Margaretha (1310-1356), in 1324 gehuwd met keizer Lodewijk de Beier (1282-1347)
    • Filippa (1314-1369), in 1328 gehuwd met koning Eduard III van Engeland (1312-1377)
    • Johanna, (1315-1374)(Volgt 15a)
    • Willem, (1317-1345) graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen, 1336 gehuwd met Johanna van Brabant
    • Agnes, overleden na 1327
    • Isabelle (1323-1361), in 1354 gehuwd met Robert van Namen (1323-1391), heer van Beaufort-en-Argonne
    • Lodewijk (1325-1328)

    Willem had een bastaardzoon bij een jonkvrouw uit het Brabantse geslacht De Moor:

    • Jan Aelman (omstreeks 1320-1389), ridder

     

     

     

     

    14b. Willem Cuser (geboren Schoten, ca. 1290, overleden 13 januari 1355) werd rond 1290 geboren als bastaardzoon van Jan II van Avesnes, de toenmalige Graaf van Henegouwen en Ymoete. Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteel Tollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw van Amstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ‘onse neve’. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.

    Hij trouwde met Ida van Oosterwijk en werd vader van:

  • Meijne Cuser (overleden op 23 augustus 1350 te Delft, gehuwd met heer Claas van Swieten)
  • Koenraad Cuser (Volgt 15a) , heer van Oosterwijk, Amstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch.
    Hij trouwde voor de tweede keer met jonkvrouw Mechteld van Heemstede.14c. Aleid van Henegouwen is geboren omstreeks 1293 in Avesnes, buitenechtelijke dochter van Jan II van Avesnes (13), graaf van Holland en Henegouwen en Ymoete. Aleid is overleden na dinsdag 12-06-1351, ongeveer 58 jaar oud. Aleid:
    (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1312 met Wolfert II van Borselle, 38 of 39 jaar oud.
    (2) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, vóór zondag 21-10-1317 met Otto van Buren | van Arkel | van Asperen.
    (3) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op zondag 02-01-1327 in Lijftocht met Jan Herpertsz van Foreest  (Zie ook Heren van Foreest nr. 3) (geboren ca. 1289  Naalwijk, overleden omstreeks 1345), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, en leenman van de “Baten” onder Koudekerk aan den Rijn. Jan van Foreest werd geboren als zoon van Herpert van Foreest (genoemd 1278 – overleden 1283) uit het geslacht Foreest. De naam van zijn moeder is onbekend.
    Een zoon uit het laatste huwelijk was:
  •  Herpert van Foreest. VOLGT 15c.

    15a. Johanna van Holland (1315-1374) was een dochter van graaf Willem III van Holland en Johanna van Valois. Zij huwde met Willem VI van Gulik en werd de moeder van:

    • Richardis (1314-1360), in 1330 gehuwd met hertog Otto IV van Beieren (1307-1334) en met graaf Engelbert III van Mark(-1391)
    • Gerard (-1360)
    • Filippa (-1390), in 1357 gehuwd met graaf Godfried III van Heinsberg-Looz (-1395)
    • Johanna, in 1352 gehuwd met graaf Willem I van Isenburg, graaf van Wied (-1383)
    • Willem II van Gulik (1325-1393) (Volgt 16a)
    • Isabella (-1411), gehuwd met graaf Jan van Kent (1330-1352).

     

    15b. Coenraad Cuser (geboren ca. 1327, overleden 1407), heer van OosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en SchoterboschBaljuw van Amstelland 1368/70, baljuw Rijnland 1380/83, 1397 houtvester van Holland, 1400 kastelein van Teilingen en raad van hertog Albrecht, verbannen 1403. Zoon van Willem Cuser (14a.) en Ida van Oosterwijk)
    Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. “Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen – onder wie de graaf van Oostervant [de latere Willem VI, zoon van graaf Albrecht] – werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen.
    Hij was getrouwd met Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten.
    Kinderen:

  • Willem Cuser
  • Ida Cuser  (Volgt 16b).


    Foreest 2

    Van Foreest


    15c. Herpert van Foreest 
    (genoemd 1334, overleden Haarlem, 1367), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen te Haarlem en lid van de hoge vierschaar onder graaf Willem V van Holland. Zoon van Aleid van Henegouwen en Jan van Foreest. Hij was getrouwd met een onbekende vrouw.
    Uit dit huwelijk o.a.: 

  • Jan van Foreest (Volgt 16c) 

    – 16a.  Willem II van Gulik
    Geboren circa 1327, overleden 13 december 1393. Hij was de tweede Hertog van Gulik en de zevende Willem uit het huis Gulik. Hij was een zoon van Willem VI van Gulik en Johanna van Holland-Henegouwen.
    Willem huwde in december 1362 met Maria van Gelre (1328 – november 1397) (Zie Hertogen van Gelre nr. 12), een dochter van Reinoud II van Gelre. Zij hadden drie kinderen:

    • Willem (1364-1402), als Willem I hertog van Gelre en vanaf 1393 als Willem III hertog van Gulik. Hij overlijdt kinderloos.
    • Reinoud (1365-1423), opvolger van zijn broer. Ook hij overlijdt kinderloos.
    • Johanna ( -1415) (Volgt  Hertogen van Gulik nr. 14)

     

    16b. Ida Cuser
    Geboren circa 1355. Dochter van Coenraad Cuser (15b.) en Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten. Zij trouwde ca. 1370 met Jan van Foreest (16c), heer van Middelburg, Foreest enz. 1367, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overl. (Haarlem?) 1413, zoon van Herpert van Foreest en NN. Kinderen:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem ,   overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) (Volgt Heren van Foreest nr. 6).
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433)

     

     


    16c. Jan van Foreest
    (genoemd 1367 – Haarlem, 1413), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout van Oudewater en (hoog)heemraad van Rijnland.  In 1367 volgde hij zijn vader op in diens Rijnlandse heerlijkheid. Hij trouwde rond 1370 met Ida Cuser (16b), dochter van Koenraad Cuser van Oosterwijk en Clemeyns Gerrit Boelendochter, vrouwe van Sloten. 
    Kinderen van Jan en Ida:

  • Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem
  • Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,  overleden 1410
  • Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433
  • Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428 (Volgt Heren van Foreest nr. 6)
  • Herbaren Van Foreest,   geboren circa 1380
  • Willem Cuser van Foreest,  geboren circa 1374, overleden 1410
  •  Adriaan van Foreest,   geboren 1370, overleden circa1430

 

Nazaten Graven van Holland

 

14 februari 2015

14 februari 2015