Nazaten Graven van Boulogne

 

Graafschap Boulogne (Nederlands: Bonen of Beunen) lag in het noordwesten van Frankrijk en is sinds Franse revolutie in 1789 een deel van het departement Pas-de-Calais. De hoofdplaats was het stadje Bonen of Boulogne-sur-Mer.

Het gebied maakte oorspronkelijk deel uit van de pagus Flandrensis (Vlaanderen), maar kwam al vroeg in handen (1212) van de Franse koning en werd sindsdien de onder-provincie Boulonnais genoemd, soms ook het Boonse. De naam Boulonnais wordt nog gebruikt voor de streek rond de plaatsen Boulogne-sur-Mer, Desvres, Samer,Audresselles en Ambleteuse.
Boulogne werd onderdeel van het kroondomein en de provinciePicardië vanaf 1477.

Vervolg uit het Huis van de Graven van Vlaanderen
-
Boudewijn II

Boudewijn II van Vlaanderen

2. Boudewijn II van Vlaanderen (geboren ca. 865 – overleden 10 september 918), de Kale, was van 879 tot 918 graaf van Vlaanderen en van 896 tot 918 graaf van Boulogne.
Hij was een zoon van Boudewijn I van Vlaanderen en Judith van West Francië, dochter van Karel de Kale (Zie: Stamreeks Karel de Grote I nr. 3)
Zijn bijnaam was een bewuste verwijzing naar zijn grootvader Karel de Kale en onderstreepte dat Boudewijn een afstammeling van Karel de Grote was, wat in die tijd nog een factor van politiek belang was.
In 884 huwde hij Ælfthryth van Wessex (ook Aelftrud of Elfrida) (Wessex, 868 – 7 juni 929), dochter van Alfred de Grote, koning van Engeland van 871 tot 899, en van Ealhswith van de Gaini. Boudewijn en Aelftrud kregen de volgende kinderen:
– Arnulf I de Grote, graaf van Vlaanderen. (Zie Graven van Vlaanderen nr. 3.) 
– Adalolf (of Adelulf, Aethelwulf) (geboren ca. 895 – overleden 13 november 933), graaf van Boulogne en van Terwaan, lekenabt van Sint-Bertinus. (VOLGT 3.)

– Ealswid
– Ermentrude

Boulogne

Boulogne

3. Adalolf I van Boulogne (ca. 880 – 13 december 933), ook Æthelwulf, was de tweede zoon van graaf Boudewijn II van Vlaanderen en van Ælfthryth van Wessex (Zie Stamreeks Karel de Grote III nr. 5.)
Hij volgde zijn vader in 918 op als graaf van Saint-Pol, Boulogne en Terwaan. Tevens werd hij lekenabt van de Abdij van Sint-Bertinus. Hij onderhandelde in 924 voor Hugo de Grote diens huwelijk met Edith, halfzuster van koning Æthelstan. Adalolf nam deel aan een veldslag bijFalkenberge waarbij een leger Vikingen werd verslagen. Volgens de overlevering is Adalolf door zijn eigen zwijnenhoeder gedood. Adalolf is begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent).
Na de dood van Adalolf annexeerde zijn broer Arnulf I van Vlaanderen zijn gebieden en ging daarbij voorbij aan de aanspraken van de vermoedelijk nog jonge zoons van Adalolf. Dertig jaar later konden zij door een opstand hun gebieden terugwinnen.
Adalolf was vader van:
– onbekende zoon, gesneuveld in de opstand tegen Arnulf van Vlaanderen in 962.
– Arnulf II van Boulogne (overleden 971) (VOLGT 4.)
– Boudewijn (-973), onechte zoon van Adalolf, geadopteerd door Arnulf I van Vlaanderen na Adalolfs dood. Na de dood van Arnulf I regent van Vlaanderen voor de minderjarige Arnulf II van Vlaanderen. Boudewijn maakte van zijn positie gebruik om zich te benoemen tot graaf van Kortrijk.

4. Arnulf II van Boulogne (overleden 971) was een zoon van graaf Adalolf.
Hij was graaf van Boulogne van 964 tot 971, na het overlijden van zijn oom Arnulf I van Vlaanderen (Zie graven van Vlaanderen nr. 3).
Zijn zoon Arnulf III van Boulogne volgde hem op. (VOLGT 5.)

5. Arnulf III van Boulogne,  (ca. 940 – 990) was een zoon van graaf Arnulf II van Boulogne. Hij was graaf van Boulogne, Ternaasland (in engere zin) en Terwaan van 971 tot 990, in opvolging van zijn vader. Het totale gebied werd aangeduid als Ternaasland (in ruimere zin).
Hij was gehuwd met Adela. Bij zijn dood werden zijn bezittingen verdeeld onder zijn drie zonen:
– Boudewijn kreeg Boulogne. (VOLGT 6.)
– Arnulf kreeg Ternaasland (in engere zin).
– een derde zoon kreeg Terwaan.
Ook had Arnulf III een dochter:
– Mathilde, zij was gehuwd met Ardolf I van Guînes, (Zie Graven van Guînes nr. 2)

6. Boudewijn II van Boulogne (ca. 975 – 1033) was een zoon van graaf Arnulf III van Boulogne.
In 990 volgde Boudewijn zijn vader op als graaf van Boulogne, Saint-Pôl, Guînes, Lens en lekenabt van de abdij van Sint-Bertinus. Boudewijn trouwde met Adelheid van Holland. Hij maakte gebruik van de minderjarigheid van Boudewijn IV van Vlaanderen om een onafhankelijke positie te verwerven, wat later resulteerde in een voortdurende vijandschap tussen de twee Boudewijns. In 1017 vochten Boudewijn en zijn broer Arnulf tegen Vlaanderen, waarbij Arnulf werd gedood. Boudewijn werd in 1033 gedood door Engelram I van Ponthieu die door Boudewijn was beledigd. Engelram trouwde vervolgens met Adelheid.
Boudewijn en Adelheid waren ouders van Eustaas I van Boulogne. (VOLGT 7.)

7. Eustaas I , bijg. à l’Oeil, (ca. 1005 – 1049) was een zoon van Boudewijn II van Boulogne en Adelina van Holland. Hij volgde zijn vader op als graaf van Boulogne, Saint-Pol, Guînes en Lens, en als lekenabt van de abdij van Sint-Bertinus. Hij is begraven in Samer.

Hij was gehuwd met Mathilde van Leuven, dochter van Lambert I van Leuven. Zij hadden de volgende kinderen:

8a. Eustaas II van Boulogne  (Frans: Eustache; ca. 1020 – ca. 1088) was de oudste zoon van Eustaas I van Boulogne en Mathilde van Leuven.
Eustaas trouwde in 1036 met Godifu, dochter van koning Ethelred II van Engeland en weduwe van Drogo van Vexin. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Na het overlijden van Godifu, hertrouwde Eustaas met Ida van Verdun. In 1048 steunde hij de opstand van zijn schoonvader Godfried II van Lotharingen tegen keizer Hendrik III. In 1049 verzoenden de opstandelingen zich met de keizer en Eustaas erfde in datzelfde jaar het graafschap Boulogne van zijn vader. In 1051 bezocht hij Engeland en raakte zijn gevolg in Dover in gevechten verwikkeld. In 1054 erfde Eustaas ook het graafschap Lens (Frankrijk) van zijn broer Lambert.
Eustaas nam deel aan de invasie van Engeland en de slag bij Hastings in 1066. Hij was blijkbaar een grote investeerder in de expeditie want hij werd door Willem de Veroveraar beloond met grote bezittingen in Engeland, vooral in Essex. In 1067 probeerde hij het kasteel van Dover in handen te krijgen en werd door Willem bestraft met het verlies van zijn Engelse bezittingen. Na een verzoening met Willem kreeg hij het grootste deel echter weer terug. Volgens het Domesday Book had hij een persoonlijk inkomen uit zijn bezittingen van 610 ponden per jaar. Daarmee was Eustaas de op-een-na rijkste van de Engelse baronnen. In Boulogne was hij de eerste graaf die munten liet slaan. Deze macht en rijkdom zou het graafschap Boulogne nog generaties lang een factor van betekenis maken in Engeland en Frankrijk.

Eustaas en Ida kregen de volgende kinderen:

Daarnaast had Eustaas nog enkele buitenechtelijke kinderen:

  • mogelijk Willem
  • Godfried, (ovl. na 1100), gebruikte de naam “van Boulogne”, 1086 heer van Coton, neemt deel aan de Eerste Kruistocht en wordt in 1100 in Palestina vermeld, getrouwd met Beatrix van Mandeville, dochter van een grootgrondbezitter. Zijn kinderen en kleinkinderen zijn bekend als grondbezitters of geestelijken.
  • Hugo

8b. Lambertus van Boulogne
Geboren rond 1030 – overleden in 1054. Graaf van Lens en Aumale. Zoon van Eustaas II van Boulogne en Godifu van Engeland.
Hij is getrouwd met Adelheid van Normandië in het jaar 1053.
Dochter:

  • Judith van Lens (van Boulogne) (Volgt 9b)

9a. Eustaas III van Boulogne (geboren ca. 1058 – overleden Rumilly (Pas-de-Calais, na 1125) was graaf van Boulogne en door erfenis één van de rijkste edelen van Noord-Frankrijk en Engeland. Eustaas volgde in 1087 zijn vader op als graaf van Boulogne en erfde van hem ook grote bezittingen in Engeland, die zijn vader had verworven als dank voor zijn bijdragen aan de Normandische verovering van Engeland. Eustaas liet zelfs eigen munten slaan in York (Engeland). Eustaas was een zoon van Eustaas II van Boulogne en Ida van Verdun. Hij huwde in 1102 met Maria van Schotland, de dochter van koning Malcolm III van Schotland.
Eustaas en Maria hadden een dochter:

  • Mathilde van Boulogne (VOLGT 10), die huwde met koning Stefanus van Engeland.

9b. Judith van Lens (van Boulogne)
Geboren rond 1050. Dochter van Lambertus van Boulogne en Adelheid van Normandië.
Zij is getrouwd met Waltheof II van Northumbria.
Als weduwe verloofd met Simon van Senlis maar ze vluchtte om niet te hoeven trouwen. Als straf ontnam Willem de Veroveraar al haar bezittingen. Simon zou met haar dochter Maud trouwen.
Dochter van Judith en Waltheof II:

Mathilde van Boulogne

Mathilde van Boulogne

10. Mathilde van Boulogne (geboren ca. 1105 – overleden Castle Hedingham, 3 mei 1151) was een dochter van Eustaas III van Boulogne en Maria van Schotland. Mathilde was koningin van Engeland. Mathilde was erfdochter van het graafschap Boulogne en grote bezittingen in Engeland en Normandië. Koning Hendrik I van Engeland bemoeide zich daarom persoonlijk met haar huwelijk en liet haar trouwen met zijn neef Stefanus van Blois. Na het overlijden van Hendrik in 1135 maakte Stefanus zich meester van de Engelse troon. Mathilde was daar niet bij aanwezig, zij verbleef hoogzwanger in Boulogne. Op 22 maart 1136 werd ze in de Westminster Abbey tot koningin gekroond.
Mathilde en Stefanus hadden de volgende kinderen:
– Boudewijn, ca. 1136 op ongeveer 10-jarige leeftijd overleden te Londen en begraven in de priorij van Aldgate.
– Eustaas
– Willem
– Mathilde, als peuter met Pasen 1136 verloofd met Walram IV van Meulan maar ca. 1140 op ongeveer 6-jarige leeftijd overleden en begraven in de priorij van Aldgate.
– Maria (VOLGT 11)

11. Maria van Boulogne (geboren 1136 – overleden Montreuil, 1182) was een dochter van koning Stefanus van Engeland en Mathilde van Boulogne. Zij was gravin van Mortain en Boulogne. Maria werd op jonge leeftijd door haar ouders in een klooster geplaatst. Later werd ze non in de abdij van Romsey en daar werd ze in 1155 tot abdis gekozen. Toen haar laatste broer in 1159 overleed, erfde ze het graafschap Boulogne en de grote bezittingen in Engeland die daarbij hoorden. Voor koning Hendrik II van Engeland was ze nu te belangrijk om in het klooster te laten en hij liet haar in 1160 trouwen met Mattheüs I van de Elzas, een zoon van de graaf van Vlaanderen, Diederik van de Elzas. Dit leidde tot een langdurig conflict met de paus waarin Maria en Mattheus uiteindelijk moesten toegeven. Het paar scheidde in 1170 en Maria werd non in het klooster van Saint-Austrebert (nabij Montreuil). Maria en Mattheus waren de ouders van:
– Ida, erfgename van Boulogne
– Mathilde van Boulogne (VOLGT 12)

12. Mathilde van Boulogne (geboren 1161/1165 – Leuven, 16 oktober 1210) (ook wel bekend als Mathilde van de Elzas of Mathilde van Lotharingen) was gehuwd met Hendrik I van Brabant, de hertog van Brabant, vóór 30 maart 1180. Mathilde was een dochter van Maria van Engeland, gravin van Boulogne (Marie de Blois) en Mattheüs I van de Elzas, door huwelijk graaf van Boulogne (Matthias I). Ze werd begraven in de Sint-Pieterskerk te Leuven. Mathilde en Hendrik kregen de volgende kinderen:

machteld van Brabant

Machteld van Brabant

13. Machteld van Brabant (geboren ±1200 – overleden 1267) was een dochter van hertog Hendrik I van Brabant en Mathilde van Boulogne. In 1212 trouwde zij met Hendrik VI van Brunswijk, de Welfische paltsgraaf van de Rijnpalts, die in 1214 overleed. Dit huwelijk was kinderloos. In 1224 trouwde zij met de Hollandse graaf Floris IV (11). Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:
– Willem II, opvolger van zijn vader, (tegen)koning van Duitsland.
– Floris de Voogd, regent van Holland.
– Aleid van Holland (VOLGT 14), gehuwd met Jan van Avesnes, regentes van Holland na overlijden van Floris.
– Margaretha  (1234 – 26 maart 1276), gehuwd met Herman I van Henneberg-Coburg (1224-1290).
Na de dood van Floris IV in 1234 kwam ze in conflict met haar zwager Willem over het regentschap. In 1235 werd met hulp van de aartsbisschop van Keulen een regeling getroffen waarbij Willem regent van Holland werd.
Na de meerderjarigheid van haar zoon Willem II trok zij zich terug op haar bezittingen in het Westland. Ze woonde in ‘s-Gravenzande en gaf die plaats stadsrechten. Ze stichtte daar ook een kerk en begijnhof. Machteld werd begraven in het cisterciënzer klooster in Loosduinen, dat zij in 1230 samen met haar man had gesticht. Dit ondanks dat ze in een akte van 1244 had aangegeven dat zij en haar dochters in de abdij van Affligem moesten worden begraven.

Aleid van Holland

Aleid van Holland


14. Aleid van Holland 
 (geboren 1228, overleden 1284), ook bekend als Aleid(a) van Avesnes, was gravin van Henegouwen. Aleid was een dochter van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant. Zij trouwde met Jan van Avesnes om het bondgenootschap van haar broer Willem II van Holland met Jan te bevestigen. Na de dood van Jan (1257) werd ze regentes van Henegouwen voor haar zoon Jan II van Avesnes. Na de dood van haar broer Floris de Voogd (1258, Willem was al overleden) werd ze ook regentes van Holland voor Floris V van Holland (tot 1263). Onder druk van tegenstanders moest ze in 1263 haar functie als regent van Holland neerleggen en het graafschap verlaten. Floris werd in 1266 twaalf jaar oud en volwassen verklaard, en hij stond Aleid in 1268 toe om terug te komen naar Holland. In 1272 kocht zij van Dirk II van Wassenaer al diens rechten te Schiedam. Zij was de stichtster van Huis te Riviere in Schiedam, het oudste en destijds op één na grootste slot in het Graafschap Holland. In 1991 werd in Schiedam een standbeeld, de vrouwe Aleida voor haar opgericht.
Aleid trouwde op 9 oktober 1246 met Jan van Avesnes. Er zijn zeven kinderen uit het huwelijk geboren:
– Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299). VOLGT 15.
– Boudewijn (leefde nog in 1299)
– Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdiaken van Leuven, bisschop van Metz (1283).
– Gwijde, bisschop van Utrecht.
-Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
– Floris, stadhouder van Zeeland en vorst van het vorstendom Achaea (1255-1297).
– Johanna (ovl. 1304), abdis van Flines.

Jan II van Avesnes

Jan II van Avesnes

15. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk, Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg. Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland.
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

  • Simon (ovl. 1356), heer van Bruyelle
  • Willem Cuser (geboren 1290 in Schoten), gehuwd met Ida van Oosterwijk, vrouwe van Oosterwijk, en met Machteld van Heemstede. VOLGT 16a (IIA)
  • Hendrik
  • Aleid, getrouwd met Wolfert II van Borselen, daarna met Otto III van Buren uit het Huis Buren. En huwde als derde met Jan Herpertsz. van Foreest. VOLGT 16b (IIB)
  • Ida
    Cuser

    Wapen van Willem Cuser

    16a. Willem Cuser (geboren Schoten, ca. 1290, overleden 13 januari 1355) werd rond 1290 geboren als bastaardzoon van Jan II van Avesnes, de toenmalige Graaf van Henegouwen en Ymoete. Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteel Tollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw van Amstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ‘onse neve’. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.

    Hij trouwde met Ida van Oosterwijk en werd vader van Meijne Cuser (overleden op 23 augustus 1350 te Delft, gehuwd met heer Claas van Swieten) en Koenraad Cuser (17a) , heer van OosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch.
    Hij trouwde voor de tweede keer met jonkvrouw Mechteld van Heemstede.

    16b. Aleid van Henegouwen is geboren omstreeks 1293 in Avesnes, buitenechtelijke dochter van Jan II van Avesnes (13), graaf van Holland en Henegouwen en Ymoete. Aleid is overleden na dinsdag 12-06-1351, ongeveer 58 jaar oud. Aleid:
    (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1312 met Wolfert II van Borselle, 38 of 39 jaar oud.
    (2) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, vóór zondag 21-10-1317 met Otto van Buren | van Arkel | van Asperen.
    (3) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op zondag 02-01-1327 in Lijftocht met Jan Herpertsz van Foreest (geboren ca. 1289  Naalwijk, overleden omstreeks 1345), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, en leenman van de “Baten” onder Koudekerk aan den Rijn. Jan van Foreest werd geboren als zoon van Herpert van Foreest (genoemd 1278 – overleden 1283) uit het geslacht Foreest. De naam van zijn moeder is onbekend.
    Een zoon uit het laatste huwelijk was Herpert van Foreest. VOLGT 17b.


    17a. Coenraad Cuser
    (geboren ca. 1327, overleden 1407), heer van OosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en SchoterboschBaljuw van Amstelland 1368/70, baljuw Rijnland 1380/83, 1397 houtvester van Holland, 1400 kastelein van Teilingen en raad van hertog Albrecht, verbannen 1403. Zoon van Willem Cuser (14a.) en Ida van Oosterwijk)
    Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. “Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen – onder wie de graaf van Oostervant [de latere Willem VI, zoon van graaf Albrecht] – werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen.
    Hij was getrouwd met Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten en hadden een zoon Willem Cuser en een dochter Ida Cuser . VOLGT 18a.

    Foreest 2

    Van Foreest


    17b. Herpert van Foreest 
    (genoemd 1334, overleden Haarlem, 1367), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen te Haarlem en lid van de hoge vierschaar onder graaf Willem V van Holland. Zoon van Aleid van Henegouwen en Jan van Foreest. Hij was getrouwd met een onbekende vrouw. Uit dit huwelijk o.a.: Jan van Foreest. VOLGT 18b.


    18a. Ida Cuser
    (geboren ca. 1355, overleden ….), dochter van Coenraad Cuser (15a.) en Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten. Zij trouwde ca. 1370 met Jan van Foreest (18b), heer van Middelburg, Foreest enz. 1367, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overl. (Haarlem?) 1413, zoon van Herpert van Foreest en NN. Kinderen:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem ,   overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433).


    18b. Jan van Foreest
    (genoemd 1367 – Haarlem, 1413), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout van Oudewater en (hoog)heemraad van Rijnland.  In 1367 volgde hij zijn vader op in diens Rijnlandse heerlijkheid. Hij trouwde rond 1370 met Ida Cuser, dochter van Koenraad Cuser van Oosterwijk en Clemeyns Gerrit Boelendochter, vrouwe van Sloten. Kinderen van Jan en Ida:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433)

    Foreest 2

    Van Foreest

    19.  Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren). Dochter van Jan van Foreest en Ida Cuser.
    Zij was gehuwd met Vranck Lambrechts van der MEER, schepen van Delft in 1434, 1436 en 1437, geboren circa 1374 te Haarlem, overleden na 1438, begraven te Delft. Hij was een zoon van Lambrecht van TOL (van der MEER) en Alijd van HODENPIJL.
    Uit dit huwelijk:
    – Arent Vrancken van der Meer, geboren circa 1397 te Delft.
    Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te Delft. (Volgt Genealogie van der Meer nr. 5).
    – Geertruida van der MEER, geboren circa 1400, overleden 1479-1485.  Gehuwd (1) voor 1442 met Jacobs Claesz, overleden voor     1442. Gehuwd (2) 1442 met Symon Dammasz van Overvest, schepen van Delft (1440/1457/1464/1466), veertiggraad van Delft      hoofdman van het gilde St.Johan Evengelist (1453), geboren circa 1420, overleden 1479. Familiewapen in groen drie staande        zilveren schapen, zoon van  Dammas Sijmons van Overvest.

     –

    Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

handtekening 2015

27 februari 2015