Nazaten graven van Holland III

 Uit het huis van de graven van Holland
Bertha van Holland

Bertha van Holland

III.6. Bertha van Holland (geboren rond 1058 – overleden Montreuil-sur-Mer, 1094) was de dochter van de graaf Floris I (I.5) en van Geertruida van Saksen, en de stiefdochter van Robrecht I van Vlaanderen, die tevens haar voogd was. Ze was getrouwd met koning Filips I van Frankrijk (Zie de Capetingers nr. 11). In 1092 werd ze verstoten omdat Filips zijn zinnen had gezet op de mooie en jonge Bertrada van Montfort en moest ze het hof verlaten. Bekend is dat Filips vond dat Bertha te dik was geworden. In 1094 is ze overleden in een klooster in Montreuil-sur-Mer. Zij was de moeder van:

  • Constance (1078- 14 september 1126)
  • Lodewijk VI (1 december 1081 – 1 augustus 1137), volgde zijn vader op als koning van Frankrijk. (Volgt III.7)
  • Hendrik (geboren in 1083, jong gestorven)

 

 

Lodewijk de Dikke

Lodewijk de Dikke


III. 7. Lodewijk VI, volledig: Lodewijk Theobald, de Dikke, (geboren Parijs, eind 1081 – Château de la Douye te Béthisy-Saint-Pierre, 1 augustus 1137) was koning van Frankrijk van 29 juli 1108 tot 1137. Zijn bijnaam was letterlijk bedoeld, Lodewijk was dik en werd bij zijn leven al “de Dikke” genoemd. Lodewijk werd geboren in Parijs als zoon van Filips I van Frankrijk en Bertha van Holland (III.6.).
Lodewijk werd opgevoed in de abdij van Saint-Denis, samen met zijn latere raadsman Suger. In 1092 werd hij benoemd tot graaf van de Vexin en de steden Mantes-la-Ville en Pontoise. Dit plaatste hem in het front tegen Normandië/Engeland. Zijn vader verstootte zijn moeder om te kunnen trouwen met Bertrada van Montfort, wat leidde tot een politieke crisis in Frankrijk. De jonge Lodewijk bleef zo veel mogelijk weg van het hof. In 1097 neemt hij deel aan de verdediging van de Vexin tegen Willem II van Engeland en in 1098 werd hij tot ridder geslagen.
Ondanks de pogingen van zijn stiefmoeder om haar zoons koning te laten worden, werd Lodewijk in 1100 door zijn vader als erfgenaam aangewezen. In dat jaar maakte hij een reis naar Londen. Een poging van Bertrada om hem daar gevangen te laten nemen mislukte. Op de terugweg werd een aanslag op Lodewijk door een geestelijke verijdeld. In 1101 werd Lodewijk benoemd tot graaf van de Vermandois. Zijn vader was toen al zo verzwakt dat Lodewijk in feite al als koning regeerde. Hij werd in 1101 vergiftigd maar werd genezen door een joodse arts.
In 1104 verzoende Lodewijk zich met Betrada. En hij verloofde zich met Lucienne de Rochefort, een verwante van Bertrada. In 1107 zou Lodewijk de verloving laten verbreken, met een te nauwe bloedverwantschap als excuus. In 1106 accepteerde Lodewijk dat Hendrik I van Engeland Normandië veroverde, waardoor Engeland en Normandië weer een verenigd rijk werden.
Filips overleed op 29 juli 1108. Lodewijk was formeel zijn erfgenaam maar zijn positie werd bedreigd door zijn stiefbroers.
Lodewijk werd op 3 augustus 1108 in grote haast te Orléans tot koning gekroond. De kroning kon niet in Reims (de gebruikelijke plaats voor de kroning van Franse koningen) plaatsvinden omdat die stad door een conflict over de bisschopsfunctie onder een interdict viel. Bovendien werd de stad gecontroleerd door Lodewijks halfbroer Filips en diens bondgenoot Theobald IV van Blois. Er waren nauwelijks grote vazallen of kerkvorsten aanwezig bij de kroning. De geldigheid van de kroning werd tevergeefs aangevochten door zijn halfbroers. Betrada besloot daarna om zich terug te trekken in een klooster. Guy van Rochefort (de vader van Lucienne) kwam echter in opstand. Lodewijk veroverde zijn kasteel in Gournay-sur-Marne. Guy stierf en zijn partij werd nu aangevoerd door Hugo van Crécy, die zich weer verbond met Hugo van le Puiset. En omdat Hugo van le Puiset de fout maakte om de gebieden rond Chartres te plunderen, koos Theobald van Blois de kant van Lodewijk. Met de steun van Theobald kon Lodewijk zich handhaven, maar het gebied dat hij daadwerkelijk onder controle had was niet groter dan de regio rond Parijs, Orléans en Senlis. De rest van Frankrijk werd geregeerd door edelen die feitelijk onafhankelijk waren.
Lodewijk trouwde op 28 maart 1115 in de Notre-Dame van Parijs met Adelheid van Maurienne, wat al aangaf dat zijn ambities tot in het zuiden van Frankrijk reikten. In 1119 steunde hij de keuze van paus Calixtus II en kwam daarmee in conflict met keizer Hendrik V. In 1124 trok Hendrik V met een leger naar Frankrijk. Het lukte Lodewijk met de steun van Theobald van Blois en de hertog van Aquitanië om een groot leger op de been te brengen. De legers ontmoetten elkaar bij Metz en vanwege de onverwachte sterkte van het Franse leger besloot Hendrik om van strijd af te zien en zich terug te trekken.
Lodewijk trouwde op 28 maart 1115 in de Notre-Dame van Parijs met Adelheid van Maurienne, wat al aangaf dat zijn ambities tot in het zuiden van Frankrijk reikten. In 1119 steunde hij de keuze van paus Calixtus II en kwam daarmee in conflict met keizer Hendrik V. In 1124 trok Hendrik V met een leger naar Frankrijk. Het lukte Lodewijk met de steun van Theobald van Blois en de hertog van Aquitanië om een groot leger op de been te brengen. De legers ontmoetten elkaar bij Metz en vanwege de onverwachte sterkte van het Franse leger besloot Hendrik om van strijd af te zien en zich terug te trekken.
Lodewijk en Adelheid kregen de volgende kinderen:

  • Filips (1116-1131)
  • Lodewijk VII (1120-1180), volgde zijn vader op als koning van Frankrijk. (Volgt III.8)
  • Hendrik (1121-1175), aartsbisschop van Reims
  • Robert I van Dreux (ca. 1123-1188) (Volgt Graven van Dreux nr. 1)
  • Constance (ca.1124-1176), gehuwd met Eustaas IV van Boulogne, daarna met Raymond V van Toulouse
  • Peter (1126 – 1183), door huwelijk met Elizabeth van Courtenay (Zie Heren van Courtenay nr. 5), werd hij heer van Courtenay
  • Filips (1131-1161) , bisschop van Parijs

 

 

Lodewijk VII de Jongere

Lodewijk VII de Jongere

III.8. Lodewijk VII de Jongere
Geboren  in 1120. overleden te Parijs op 18 september 1180. Hij was koning van Frankrijk van 1137 tot 1180.
Lodewijk was de tweede zoon van Lodewijk VI van Frankrijk en Adelheid van Maurienne. Hij was daarom voorbestemd voor een geestelijk ambt en werd opgevoed door de abt Suger van St. Denis, de belangrijkste adviseur van zijn vader. In 1131 overleed zijn oudere broer door een ruiterongeluk en nu werd Lodewijk de kroonprins. Hij werd op 15 oktober 1131 gezalfd en tot medekoning gekroond. Er was nog een complot om Lodewijk te vervangen door zijn jongere broer Robert maar dat werd verijdeld.
In 1137 overleed hertog Willem X van Aquitanië zonder mannelijke erfgenamen. Hij benoemde zijn oudste dochter Eleonora van Aquitanië tot zijn opvolger en verzocht Lodewijk VI om haar belangen te beschermen en een goede huwelijkskandidaat voor haar te vinden. Voor Lodewijk VI was dit een politiek wonder: het hertogdom Aquitanië met de bijbehorende graafschappen en steden was de grootste, rijkste en machtigste feodale staat van Frankrijk. Controle over Aquitanië zou de koning de kans geven om geheel Frankrijk werkelijk aan zijn gezag te onderwerpen – Lodewijk VI en zijn voorouders hadden alleen werkelijk macht over het gebied rond Parijs en Orléans gehad en de grote feodale vorsten vonden zichzelf gelijkwaardig aan de koning.
Lodewijk VI besloot binnen een dag dat Eleonora met Lodewijk zouden moeten trouwen. Lodewijk trok samen met Suger, Theobald IV van Blois en Roeland I van Vermandois, met een gevolg van 500 ridders, naar Bordeaux. Op 25 juli trouwden Lodewijk en Eleonora daar in de kathedraal. Bij het huwelijk werd echter overeengekomen dat Lodewijk geen macht over Aquitanië zou krijgen maar dat alleen Eleonora hertogin van Aquitanië zou zijn. Pas een eventuele zoon zou de functies van hertog van Aquitanië en koning van Frankrijk werkelijk verenigen.
Kort na het huwelijk overleed Lodewijk VI en volgde Lodewijk hem op.
Het huwelijk van Eleonora en Lodewijk was stukgelopen, en ze hadden nog geen mannelijke erfgenaam geproduceerd. De oude abt Suger verzette zich echter uit alle macht tegen een scheiding. Toen die in 1152 overleed, werd de scheiding al snel uitgesproken (11 maart 1152) op grond van te nauwe bloedverwantschap (in die tijd het gangbare excuus voor een scheiding).
Lodewijk VII trouwde 1e met Eleonora van Aquitanië (gescheiden in 1152). Eleonora was de dochter en erfgename van hertog Willem X van Aquitanië (Zie Hertogen van Aquitanië nr. 11) en Eleonora van Châtellerault.
Uit dit huwelijk twee dochters:

  • Maria (Volgt III.9), gehuwd met Hendrik I van Champagne.
  • Alix, gehuwd met Theobald V van Blois.

Lodewijk VII trouwde 2e in 1154  met Constance van Castilië.
Ze kregen twee dochters:

  • Marguerite, getrouwd met Hendrik van Maine.
  • Alys, verloofd met Richard Leeuwenhart, vermoedelijk maîtresse van Hendrik II van Engeland, verloofd met Jan zonder Land maar uiteindelijk getrouwd met Willem II van Ponthieu.

Lodewijk VII trouwde 3e  met Adelheid van Champagne. Geboren rond 1140, overleden in 1206. Dochter van Theobald IV van Blois en Mathildis van Sponheim-Karinthië.
Zij kregen de volgende kinderen:

  • Filips II, opvolger van zijn vader  (Volgt de Capetingers nr. 11)
  • Agnes, getrouwd (1180) met de jonge keizer Alexios II Komnenos, daarna (1183) met de usurpator Andronikos I Komnenos, later minnares van Theodorus Branas (commandant van Adrianopel) en in 1204 met hem getrouwd.

 

III.9. Maria van Frankrijk
Geboren omstreeks 1145 – Fontaines-les-Nones (bij Meaux), overleden op 11 maart 1198. Zij was de oudste dochter van Lodewijk VII van Frankrijk en van diens eerste echtgenote Eleonora van Aquitanië. Maria trouwde in 1164 met Hendrik I van Champagne. Zijn rijkdom stelde haar in staat om in navolging van haar moeder een schitterende hofhouding te voeren.

Maria was regentes tijdens de reis van Hendrik naar Jeruzalem (1179/1180) en regentes na zijn overlijden. Ze verloofde zich in 1183 met Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, maar die verloving werd korte tijd later verbroken. In 1187 nam haar zoon Hendrik het bestuur over maar in 1190 trok hij naar het Heilige Land en werd Maria opnieuw regentes, tot haar zoon Theobald III van Champagne in 1197 meerderjarig werd. Daarna trok Maria zich terug in een het klooster van Fontaines-les-Nones waar ze een jaar later overleed. Ze werd begraven in de kathedraal van Meaux.
Maria en Hendrik kregen de volgende kinderen:

  • Hendrik van Champagne (Volgt Graven van Blois nr. 9a), koning van Jeruzalem
  • Maria (Volgt III.10), gehuwd met Boudewijn IX van Vlaanderen, graaf van Vlaanderen en Henegouwen (Zie Graven van Henegouwen nr. 13b), keizer van het Latijnse Keizerrijk.
  • Scholastica (ovl. 1229), gehuwd met graaf Willem IV van Mâcon
  • Theobald III van Champagne, opvolger van zijn broer als graaf van de Champagne.

 

Maria van Champagne

III.10. Maria van Champagne
Geboren 1174 – overleden te Akko op 9 augustus 1204. Zij was een dochter van Hendrik I van Champagne en van Maria, dochter van koning Lodewijk VII van Frankrijk. Op 13 januari 1186 trouwde zij met Boudewijn IX van Vlaanderen. (Valencijn, juli 1171 – Bulgarije, 1205) was als Boudewijn IX graaf van Vlaanderen van 1194 tot 1205, als Boudewijn VI graaf van Henegouwen van 1195 tot 1205, en als Boudewijn I in de jaren 1204 en 1205 de eerste keizer van het Latijns Keizerrijk van Constantinopel.
Hij was de oudste zoon van graaf Boudewijn V van Henegouwen (Zie Graven van Henegouwen nr. 12c) en van Margaretha van de Elzas (Zie Graven van Vlaanderen nr. 11), zus en erfgename van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen.
Op 23 februari 1200 legde zij samen met haar man in Brugge de kruisvaardersgelofte af. Boudewijn nam deel aan de Vierde Kruistocht maar Maria was zwanger en bleef achter als regentes. Maria reisde in 1204 haar echtgenoot achterna en hoorde aangekomen in Akko dat haar man tot keizer van Constantinopel was gekozen. Ze werd echter ziek en overleed in Akko. Het nieuws van haar dood zou Boudewijn veel verdriet hebben gedaan.
Kinderen van Maria en Boudewijn:

  • Johanna van Constantinopel
  • Margaretha II van Vlaanderen (Volgt III.11)

 

margaretha van constantinopel

Margaretha van Constantinopel

III.11. Margaretha II van Vlaanderen, ook wel Margaretha van Constantinopel
Geboren circa 2 juni 1202 – Gent, 10 februari 1280), was gravin van Vlaanderen van 1244 tot 1278 en als Margaretha I gravin van Henegouwen van 1244 tot 1280. Zij was de tweede dochter van graaf Boudewijn IX van het graafschap Vlaanderen en Henegouwen (VI), en Maria van Champagne. Haar vader werd in mei 1204 ook keizer van Constantinopel. Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips Augustus haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Gedurende haar tijd in Parijs werd ze samen met haar zuster bekendgemaakt met de Cisterien orde, mogelijk mede door de invloed van Blanca van Castilië, de toekomstige Koningin-partner van Frankrijk.
Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in hetzelfde jaar op tienjarige leeftijd trouwde. Na een klacht van gravin Johanna veroordeelde paus Innocentius III het huwelijk (Vierde Lateraans Concilie, 1215), en dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtelieden scheidden voorlopig nog niet. Margaretha en Burchard kregen de volgende kinderen:

  • Boudewijn (ovl. 1219)
  • Jan I van Avesnes. (Volgt III.12)
  • Boudewijn (1219-1295), gehuwd met Felicitas van Coucy, dochter van Thomas van Coucy-Vervins.

Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre (zie Heren van Dampierre nr. 5) en Mathilde I van Bourbon (Zie Heren van Bourbon nr. 10), bij wie zij vijf kinderen had.

Het verhaal gaat dat Burchard in dienst trad van de paus. Toen Margaretha in 1244 gravin van Vlaanderen werd, zou hij zijn teruggekeerd naar Vlaanderen. Margaretha was inmiddels hertrouwd en liet Burchard in Rupelmonde onthoofden.
Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, benoemde zij haar zoon Willem van Dampierre tot enige erfgenaam (1246). Daarop begon een strijd tussen de kinderen uit Margaretha’s beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres: de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan I van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan II van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw.

Uit het huwelijk met Willem van Dampiere had Margaretha de volgende kinderen:

  • Willem III van Dampierre
  • Gwijde III van Dampierre (Volgt Heren van Dampierre nr. 7)
  • Jan I van Dampierre
  • Johanna (ovl. ca. 1245), gehuwd met Hugo III van Rethel (twee dochters) en daarna met Theobald II van Bar (geen kinderen), begraven in de de abdij van Val-d’Ornain
  • Maria (ovl. 21 december 1302), abdis van de abdij van Flines.

 

III.12. Jan I van Avesnes
Geboren Houffalize, april 1218 – Valencijn, 24 december 1257) was (erf)graaf van Henegouwen.
Jan was de oudste zoon van Burchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen. Dit huwelijk werd echter onder politieke druk onwettig verklaard en ontbonden. Zijn moeder hertrouwde met Willem II van Dampierre en erfde in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Zij benoemde de kinderen uit haar tweede huwelijk tot haar erfgenamen.
Jan en zijn broer Boudewijn begonnen een politieke campagne om hun aanspraken te doen gelden. In 1243 verkregen zij een beslissing van keizer Frederik II van Hohenstaufen dat zij wettige kinderen van hun ouders waren. Jan kwam in 1244 in opstand tegen zijn moeder en koning Lodewijk IX van Frankrijk wierp zich in 1246 op als arbiter. Ook hij erkende de wettigheid van Jan en Boudewijn, en hij besliste dat Margaretha’s oudste zoon uit haar eerste huwelijk Henegouwen zou erven, en de oudste zoon uit het tweede huwelijk Vlaanderen zou erven. Lodewijk bereikte daarmee op zijn beurt dat het grote Vlaams-Henegouwse machtsblok aan zijn noordgrens werd versplinterd. Margaretha reageerde door het bestuur van Vlaanderen over te dragen aan haar zoon Willem II van Vlaanderen, maar ze hield wel het bestuur over Henegouwen. Jan begreep dat het conflict met zijn moeder nog niet voorbij was en vond nog in 1246 een krachtige bondgenoot in graaf Willem II van Holland en trouwde op 9 oktober 1246 met diens zuster Aleid van Holland. Toen Willem in 1248 tot Duits tegenkoning was gekozen, bevestigde hij Jan als heer van Henegouwen en Rijks-Vlaanderen. In datzelfde jaar 1248 vertrok Lodewijk IX om deel te nemen aan de kruistocht en Jan besloot om zijn moeder aan te vallen. In 1250 werd zijn wettige status bovendien erkend door de paus. In 1251 lukte het Jan om zijn halfbroer Willem II van Vlaanderen te laten vermoorden tijdens een toernooi. Hij werd opgevolgd door zijn broer Gwijde van Dampierre. Nadat een aanval van Vlaanderen op Holland was mislukt (Slag bij Westkapelle, 4 juli 1253) was de Vlaamse macht gebroken. Margaretha besefte dat ze Henegouwen moest opgeven en in een laatste poging om Jan dwars te zitten schonk ze het graafschap aan Karel van Anjou, broer van de Franse koning. Karel probeerde Henegouwen te bezetten maar werd bij Valenciennes verslagen en kon ternauwernood ontsnappen. In 1254 keerde Lodewijk IX terug naar Frankrijk. Hij bevestigde zijn eerdere arbitrage en beval zijn broer om Henegouwen met rust te laten. Zonder verder tastbaar resultaat overleed Jan in 1257, nog voor zijn moeder. Hij is begraven in Valenciennes.

Jan was gehuwd met Aleid van Holland. Geboren in 1228, overleden in 1284. Aleid was een dochter van Floris IV van Holland (Zie Graven van Holland I nr. 11) en Machteld van Brabant  (Zie Hertogen van Brabant nr. 8b) .
Zij kregen de volgende kinderen:

  • Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299) (Volgt Gaven van Holland I nr. 13b)
  • Boudewijn (leefde nog in 1299)
  • Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdiaken van Leuven, bisschop van Metz (1283).
  • Gwijde, bisschop van Utrecht (Volgt Graven van Holland IX nr. 13c).
  • Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
  • Floris, stadhouder van Zeeland en vorst van het vorstendom Achaea (1255-1297).
  • Johanna (ovl. 1304), abdis van Flines.

 

Bronnen: Wikipedia, de vrije encyclopedie

Nazaten Graven van Holland

  facebook        

© 22 februari 2015, bijgewerkt op 14 september 2018