Nazaten graven van Holland III

 Uit het huis van de graven van Holland
Bertha van Holland

Bertha van Holland

III.6. Bertha van Holland (geboren rond 1058 – overleden Montreuil-sur-Mer, 1094) was de dochter van de graaf Floris I (I.5) en van Geertruida van Saksen, en de stiefdochter van Robrecht I van Vlaanderen, die tevens haar voogd was. Ze was getrouwd met koning Filips I van Frankrijk (Zie de Capetingers nr. 11). In 1092 werd ze verstoten omdat Filips zijn zinnen had gezet op de mooie en jonge Bertrada van Montfort en moest ze het hof verlaten. Bekend is dat Filips vond dat Bertha te dik was geworden. In 1094 is ze overleden in een klooster in Montreuil-sur-Mer. Zij was de moeder van:
– Constance (1078- 14 september 1126).
– Lodewijk VI (1 december 1081 – 1 augustus 1137), volgde zijn vader op als koning van Frankrijk. VOLGT III.7.
– Hendrik (geboren in 1083, jong gestorven)

 

 

 

Lodewijk de Dikke

Lodewijk de Dikke


III. 7. Lodewijk VI, volledig: Lodewijk Theobald, de Dikke, (geboren Parijs, eind 1081 – Château de la Douye te Béthisy-Saint-Pierre, 1 augustus 1137) was koning van Frankrijk van 29 juli 1108 tot 1137. Zijn bijnaam was letterlijk bedoeld, Lodewijk was dik en werd bij zijn leven al “de Dikke” genoemd. Lodewijk werd geboren in Parijs als zoon van Filips I van Frankrijk en Bertha van Holland (III.6.).
Lodewijk werd opgevoed in de abdij van Saint-Denis, samen met zijn latere raadsman Suger. In 1092 werd hij benoemd tot graaf van de Vexin en de steden Mantes-la-Ville en Pontoise. Dit plaatste hem in het front tegen Normandië/Engeland. Zijn vader verstootte zijn moeder om te kunnen trouwen met Bertrada van Montfort, wat leidde tot een politieke crisis in Frankrijk. De jonge Lodewijk bleef zo veel mogelijk weg van het hof. In 1097 neemt hij deel aan de verdediging van de Vexin tegen Willem II van Engeland en in 1098 werd hij tot ridder geslagen.
Ondanks de pogingen van zijn stiefmoeder om haar zoons koning te laten worden, werd Lodewijk in 1100 door zijn vader als erfgenaam aangewezen. In dat jaar maakte hij een reis naar Londen. Een poging van Bertrada om hem daar gevangen te laten nemen mislukte. Op de terugweg werd een aanslag op Lodewijk door een geestelijke verijdeld. In 1101 werd Lodewijk benoemd tot graaf van de Vermandois. Zijn vader was toen al zo verzwakt dat Lodewijk in feite al als koning regeerde. Hij werd in 1101 vergiftigd maar werd genezen door een joodse arts.
In 1104 verzoende Lodewijk zich met Betrada. En hij verloofde zich met Lucienne de Rochefort, een verwante van Bertrada. In 1107 zou Lodewijk de verloving laten verbreken, met een te nauwe bloedverwantschap als excuus. In 1106 accepteerde Lodewijk dat Hendrik I van Engeland Normandië veroverde, waardoor Engeland en Normandië weer een verenigd rijk werden.
Filips overleed op 29 juli 1108. Lodewijk was formeel zijn erfgenaam maar zijn positie werd bedreigd door zijn stiefbroers.
Lodewijk werd op 3 augustus 1108 in grote haast te Orléans tot koning gekroond. De kroning kon niet in Reims (de gebruikelijke plaats voor de kroning van Franse koningen) plaatsvinden omdat die stad door een conflict over de bisschopsfunctie onder een interdict viel. Bovendien werd de stad gecontroleerd door Lodewijks halfbroer Filips en diens bondgenoot Theobald IV van Blois. Er waren nauwelijks grote vazallen of kerkvorsten aanwezig bij de kroning. De geldigheid van de kroning werd tevergeefs aangevochten door zijn halfbroers. Betrada besloot daarna om zich terug te trekken in een klooster. Guy van Rochefort (de vader van Lucienne) kwam echter in opstand. Lodewijk veroverde zijn kasteel in Gournay-sur-Marne. Guy stierf en zijn partij werd nu aangevoerd door Hugo van Crécy, die zich weer verbond met Hugo van le Puiset. En omdat Hugo van le Puiset de fout maakte om de gebieden rond Chartres te plunderen, koos Theobald van Blois de kant van Lodewijk. Met de steun van Theobald kon Lodewijk zich handhaven, maar het gebied dat hij daadwerkelijk onder controle had was niet groter dan de regio rond Parijs, Orléans en Senlis. De rest van Frankrijk werd geregeerd door edelen die feitelijk onafhankelijk waren.
Lodewijk trouwde op 28 maart 1115 in de Notre-Dame van Parijs met Adelheid van Maurienne, wat al aangaf dat zijn ambities tot in het zuiden van Frankrijk reikten. In 1119 steunde hij de keuze van paus Calixtus II en kwam daarmee in conflict met keizer Hendrik V. In 1124 trok Hendrik V met een leger naar Frankrijk. Het lukte Lodewijk met de steun van Theobald van Blois en de hertog van Aquitanië om een groot leger op de been te brengen. De legers ontmoetten elkaar bij Metz en vanwege de onverwachte sterkte van het Franse leger besloot Hendrik om van strijd af te zien en zich terug te trekken.
Lodewijk trouwde op 28 maart 1115 in de Notre-Dame van Parijs met Adelheid van Maurienne, wat al aangaf dat zijn ambities tot in het zuiden van Frankrijk reikten. In 1119 steunde hij de keuze van paus Calixtus II en kwam daarmee in conflict met keizer Hendrik V. In 1124 trok Hendrik V met een leger naar Frankrijk. Het lukte Lodewijk met de steun van Theobald van Blois en de hertog van Aquitanië om een groot leger op de been te brengen. De legers ontmoetten elkaar bij Metz en vanwege de onverwachte sterkte van het Franse leger besloot Hendrik om van strijd af te zien en zich terug te trekken.
Lodewijk en Adelheid kregen de volgende kinderen:
– Filips (1116-1131)
– Lodewijk VII (1120-1180), volgde zijn vader op als koning van Frankrijk. VOLGT III.8.
– Hendrik (1121-1175), aartsbisschop van Reims
– Robert I van Dreux (ca. 1123-1188)
– Constance (ca.1124-1176), gehuwd met Eustaas IV van Boulogne, daarna met Raymond V van Toulouse
– Peter (1126 – 1183), Heer van Courtenay
– Filips (1131-1161) , bisschop van Parijs

Lodewijk VII de Jongere

Lodewijk VII de Jongere

III.8. Lodewijk VII de Jongere (geboren 1120 – Parijs, 18 september 1180) was koning van Frankrijk van 1137 tot 1180.
Lodewijk was de tweede zoon van Lodewijk VI van Frankrijk en Adelheid van Maurienne. Hij was daarom voorbestemd voor een geestelijk ambt en werd opgevoed door de abt Suger van St. Denis, de belangrijkste adviseur van zijn vader. In 1131 overleed zijn oudere broer door een ruiterongeluk en nu werd Lodewijk de kroonprins. Hij werd op 15 oktober 1131 gezalfd en tot medekoning gekroond. Er was nog een complot om Lodewijk te vervangen door zijn jongere broer Robert maar dat werd verijdeld.
In 1137 overleed hertog Willem X van Aquitanië zonder mannelijke erfgenamen. Hij benoemde zijn oudste dochter Eleonora van Aquitanië tot zijn opvolger en verzocht Lodewijk VI om haar belangen te beschermen en een goede huwelijkskandidaat voor haar te vinden. Voor Lodewijk VI was dit een politiek wonder: het hertogdom Aquitanië met de bijbehorende graafschappen en steden was de grootste, rijkste en machtigste feodale staat van Frankrijk. Controle over Aquitanië zou de koning de kans geven om geheel Frankrijk werkelijk aan zijn gezag te onderwerpen – Lodewijk VI en zijn voorouders hadden alleen werkelijk macht over het gebied rond Parijs en Orléans gehad en de grote feodale vorsten vonden zichzelf gelijkwaardig aan de koning.
Lodewijk VI besloot binnen een dag dat Eleonora met Lodewijk zouden moeten trouwen. Lodewijk trok samen met Suger, Theobald IV van Blois en Roeland I van Vermandois, met een gevolg van 500 ridders, naar Bordeaux. Op 25 juli trouwden Lodewijk en Eleonora daar in de kathedraal. Bij het huwelijk werd echter overeengekomen dat Lodewijk geen macht over Aquitanië zou krijgen maar dat alleen Eleonora hertogin van Aquitanië zou zijn. Pas een eventuele zoon zou de functies van hertog van Aquitanië en koning van Frankrijk werkelijk verenigen.
Kort na het huwelijk overleed Lodewijk VI en volgde Lodewijk hem op.
Het huwelijk van Eleonora en Lodewijk was stukgelopen, en ze hadden nog geen mannelijke erfgenaam geproduceerd. De oude abt Suger verzette zich echter uit alle macht tegen een scheiding. Toen die in 1152 overleed, werd de scheiding al snel uitgesproken (11 maart 1152) op grond van te nauwe bloedverwantschap (in die tijd het gangbare excuus voor een scheiding).
Kinderen uit het eerste huwelijk met Eleonora van Aquitanië, gescheiden in 1152. Ze kregen twee dochters:
– Maria VOLGT III.9, gehuwd met Hendrik I van Champagne.
– Alix, gehuwd met Theobald V van Blois.

Tweede huwelijk (1154) met Constance van Castilië. Ze kregen twee dochters:
– Marguerite, getrouwd met Hendrik van Maine.
– Alys, verloofd met Richard Leeuwenhart, vermoedelijk maîtresse van Hendrik II van Engeland, verloofd met Jan zonder Land maar uiteindelijk getrouwd met Willem II van Ponthieu.

Derde huwelijk met Adelheid van Champagne. Zij kregen de volgende kinderen:
– Filips II, opvolger van zijn vader
– Agnes, getrouwd (1180) met de jonge keizer Alexios II Komnenos, daarna (1183) met de usurpator Andronikos I Komnenos, later minnares van Theodorus Branas (commandant van Adrianopel) en in 1204 met hem getrouwd.

III.9. Maria van Frankrijk (ca. 1145Fontaines-les-Nones (bij Meaux), 11 maart 1198) was gravin van de Champagne.
Zij was de oudste dochter van Lodewijk VII van Frankrijk en van diens eerste echtgenote Eleonora van Aquitanië. Maria trouwde in 1164 met Hendrik I van Champagne. Zijn rijkdom stelde haar in staat om in navolging van haar moeder een schitterende hofhouding te voeren.

Maria was regentes tijdens de reis van Hendrik naar Jeruzalem (1179/1180) en regentes na zijn overlijden. Ze verloofde zich in 1183 met Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, maar die verloving werd korte tijd later verbroken. In 1187 nam haar zoon Hendrik het bestuur over maar in 1190 trok hij naar het Heilige Land en werd Maria opnieuw regentes, tot haar zoon Theobald III van Champagne in 1197 meerderjarig werd. Daarna trok Maria zich terug in een het klooster van Fontaines-les-Nones waar ze een jaar later overleed. Ze werd begraven in de kathedraal van Meaux.
Maria en Hendrik kregen de volgende kinderen:
– Hendrik, koning van Jeruzalem.
– Maria VOLGT III.10, gehuwd met graaf Boudewijn IX van Vlaanderen, keizer van het Latijnse Keizerrijk.
– Scholastica (ovl. 1229), gehuwd met graaf Willem IV van Mâcon.
– Theobald III van Champagne, opvolger van zijn broer als graaf van de Champagne.

III.10. Maria van Champagne (geboren 1174 – overleden Akko, 9 augustus 1204) was een dochter van Hendrik I van Champagne en van Maria, dochter van koning Lodewijk VII van Frankrijk. Op 13 januari 1186 trouwde zij met Boudewijn IX van Vlaanderen.
Op 23 februari 1200 legde zij samen met haar man in Brugge de kruisvaardersgelofte af. Boudewijn nam deel aan de Vierde Kruistocht maar Maria was zwanger en bleef achter als regentes. Maria reisde in 1204 haar echtgenoot achterna en hoorde aangekomen in Akko dat haar man tot keizer van Constantinopel was gekozen. Ze werd echter ziek en overleed in Akko. Het nieuws van haar dood zou Boudewijn veel verdriet hebben gedaan.
Kinderen van Maria en Boudewijn:
– Johanna van Constantinopel.
– Margaretha II van Vlaanderen. VOLGT III.11.

margaretha van constantinopel

Margaretha van Constantinopel

III.11. Margaretha II van Vlaanderenook wel Margaretha van Constantinopel (geboren ca. 2 juni 1202 – Gent, 10 februari 1280), was gravin van Vlaanderen van 1244 tot 1278 en als Margaretha I gravin van Henegouwen van 1244 tot 1280. Zij was de tweede dochter van graaf Boudewijn IX van het graafschap Vlaanderen en Henegouwen (VI), en Maria van Champagne. Haar vader werd in mei 1204 ook keizer van Constantinopel. Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips Augustus haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Gedurende haar tijd in Parijs werd ze samen met haar zuster bekendgemaakt met de Cisterien orde, mogelijk mede door de invloed van Blanca van Castilië, de toekomstige Koningin-partner van Frankrijk.
Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in hetzelfde jaar op tienjarige leeftijd trouwde. Na een klacht van gravin Johanna veroordeelde paus Innocentius III het huwelijk (Vierde Lateraans Concilie, 1215), en dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtelieden scheidden voorlopig nog niet. Margaretha en Burchard kregen de volgende kinderen:
– Boudewijn (ovl. 1219)
– Jan I van Avesnes. VOLGT III.12.
– Boudewijn (1219-1295), gehuwd met Felicitas van Coucy, dochter van Thomas van Coucy-Vervins.
Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre en Mathilde I van Bourbon, bij wie zij vijf kinderen had.
Het verhaal gaat dat Burchard in dienst trad van de paus. Toen Margaretha in 1244 gravin van Vlaanderen werd, zou hij zijn teruggekeerd naar Vlaanderen. Margaretha was inmiddels hertrouwd en liet Burchard in Rupelmonde onthoofden.
Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, benoemde zij haar zoon Willem van Dampierre tot enige erfgenaam (1246). Daarop begon een strijd tussen de kinderen uit Margaretha’s beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres: de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan I van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan II van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw.

 

III.12. Jan I van Avesnes(geboren Houffalize, april 1218 – Valencijn, 24 december 1257) was (erf)graaf van Henegouwen.
Jan was de oudste zoon van Burchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen. Dit huwelijk werd echter onder politieke druk onwettig verklaard en ontbonden. Zijn moeder hertrouwde met Willem II van Dampierre en erfde in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Zij benoemde de kinderen uit haar tweede huwelijk tot haar erfgenamen.
Jan en zijn broer Boudewijn begonnen een politieke campagne om hun aanspraken te doen gelden. In 1243 verkregen zij een beslissing van keizer Frederik II van Hohenstaufen dat zij wettige kinderen van hun ouders waren. Jan kwam in 1244 in opstand tegen zijn moeder en koning Lodewijk IX van Frankrijk wierp zich in 1246 op als arbiter. Ook hij erkende de wettigheid van Jan en Boudewijn, en hij besliste dat Margaretha’s oudste zoon uit haar eerste huwelijk Henegouwen zou erven, en de oudste zoon uit het tweede huwelijk Vlaanderen zou erven. Lodewijk bereikte daarmee op zijn beurt dat het grote Vlaams-Henegouwse machtsblok aan zijn noordgrens werd versplinterd. Margaretha reageerde door het bestuur van Vlaanderen over te dragen aan haar zoon Willem II van Vlaanderen, maar ze hield wel het bestuur over Henegouwen. Jan begreep dat het conflict met zijn moeder nog niet voorbij was en vond nog in 1246 een krachtige bondgenoot in graaf Willem II van Holland en trouwde op 9 oktober 1246 met diens zuster Aleid van Holland (I.13) Toen Willem in 1248 tot Duits tegenkoning was gekozen, bevestigde hij Jan als heer van Henegouwen en Rijks-Vlaanderen. In datzelfde jaar 1248 vertrok Lodewijk IX om deel te nemen aan de kruistocht en Jan besloot om zijn moeder aan te vallen. In 1250 werd zijn wettige status bovendien erkend door de paus. In 1251 lukte het Jan om zijn halfbroer Willem II van Vlaanderen te laten vermoorden tijdens een toernooi. Hij werd opgevolgd door zijn broer Gwijde van Dampierre. Nadat een aanval van Vlaanderen op Holland was mislukt (Slag bij Westkapelle, 4 juli 1253) was de Vlaamse macht gebroken. Margaretha besefte dat ze Henegouwen moest opgeven en in een laatste poging om Jan dwars te zitten schonk ze het graafschap aan Karel van Anjou, broer van de Franse koning. Karel probeerde Henegouwen te bezetten maar werd bij Valenciennes verslagen en kon ternauwernood ontsnappen. In 1254 keerde Lodewijk IX terug naar Frankrijk. Hij bevestigde zijn eerdere arbitrage en beval zijn broer om Henegouwen met rust te laten. Zonder verder tastbaar resultaat overleed Jan in 1257, nog voor zijn moeder. Hij is begraven in Valenciennes.

Jan en Aleid kregen de volgende kinderen:
– Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299). VOLGT 13.
– Boudewijn (leefde nog in 1299).
– Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdeken van Leuven, bisschop van Metz (1283). Vader van Elisabeth, gehuwd met Steven van der Weyden.
– Gwijde, bisschop van Utrecht.
– Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
– Floris, stadhouder van Zeeland en prins van het vorstendom Achaea (1255-1297).
– Johanna (ovl. 1304), abdis van de Flines
Jan kreeg nog een achtste kind Margaretha van Avesnes, gehuwd met Boudewijn van Péronne. Het is niet duidelijk of dit een kind is van Aleid of een buitenechtelijk kind.

 

Jan II van Avesnes

13. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk,Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg. Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland.
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

  • Simon (ovl. 1356), heer van Bruyelle
  • Willem Cuser (geboren 1290 in Schoten), gehuwd met Ida van Oosterwijk, vrouwe van Oosterwijk, en met Machteld van Heemstede. VOLGT 14a (IIA)
  • Hendrik
  • Aleid, getrouwd met Wolfert II van Borselen, daarna met Otto III van Buren uit het Huis Buren. En huwde als derde met Jan Herpertsz. van Foreest. VOLGT 14b (IIB)
  • Ida
    Cuser

    Wapen Willem Cuser

    14a. Willem Cuser (geboren Schoten, ca. 1290, overleden 13 januari 1355) werd rond 1290 geboren als bastaardzoon vanJan II van Avesnes, de toenmalige Graaf van Henegouwen en Ymoete. Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteelTollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw vanAmstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ‘onse neve’. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.Hij trouwde met Ida van Oosterwijk en werd vader van Meijne Cuser (overleden op 23 augustus 1350 te Delft, gehuwd met heer Claas van Swieten) en Koenraad Cuser (15a) , heer vanOosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch.
    Hij trouwde voor de tweede keer met jonkvrouw Mechteld van Heemstede.

    14b. Aleid van Henegouwen is geboren omstreeks 1293 in Avesnes, buitenechtelijke dochter van Jan II van Avesnes (13), graaf van Holland en Henegouwen en Ymoete. Aleid is overleden na dinsdag 12-06-1351, ongeveer 58 jaar oud. Aleid:
    (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1312 met Wolfert II van Borselle, 38 of 39 jaar oud.
    (2) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, vóór zondag 21-10-1317 met Otto van Buren | van Arkel | van Asperen.
    (3) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op zondag 02-01-1327 in Lijftocht met Jan Herpertsz van Foreest (geboren ca. 1289  Naalwijk, overleden omstreeks 1345), ambachtsheer van deRijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, en leenman van de “Baten” onder Koudekerk aan den Rijn. Jan van Foreest werd geboren als zoon van Herpert van Foreest (genoemd 1278 – overleden 1283) uit het geslacht Foreest. De naam van zijn moeder is onbekend.
    Een zoon uit het laatste huwelijk was Herpert van Foreest. VOLGT 15b.


    15a. Coenraad Cuser
    (geboren ca. 1327, overleden 1407), heer van OosterwijkAmstelveen,Sloten, Osdorp en SchoterboschBaljuw van Amstelland 1368/70, baljuw Rijnland 1380/83, 1397 houtvester van Holland, 1400 kastelein van Teilingen en raad van hertogAlbrecht, verbannen 1403. Zoon van Willem Cuser (14a.) en Ida van Oosterwijk)
    Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. “Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen – onder wie de graaf van Oostervant [de latereWillem VI, zoon van graaf Albrecht] – werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen.
    Hij was getrouwd met Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten en hadden een zoon Willem Cuser en een dochter Ida Cuser . VOLGT 16a.

     

    Foreest 2

    Van Foreest

     


    15b. Herpert van Foreest 
    (genoemd 1334, overleden Haarlem, 1367), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen te Haarlem en lid van de hoge vierschaar onder graaf Willem V van Holland. Zoon van Aleid van Henegouwen en Jan van Foreest. Hij was getrouwd met een onbekende vrouw. Uit dit huwelijk o.a.: Jan van Foreest. VOLGT 16b.

     


    16a. Ida Cuser
    (geboren ca. 1355, overleden ….), dochter van Coenraad Cuser (15a.) en Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten. Zij trouwde ca. 1370 met Jan van Foreest (16b), heer van Middelburg, Foreest enz. 1367, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overl. (Haarlem?) 1413, zoon van Herpert van Foreest en NN. Kinderen:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem ,   overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433).


    16b. Jan van Foreest
    (genoemd 1367 – Haarlem, 1413), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout vanOudewater en (hoog)heemraad van Rijnland.  In 1367 volgde hij zijn vader op in diens Rijnlandse heerlijkheid. Hij trouwde rond 1370 met Ida Cuser, dochter van Koenraad Cuser van Oosterwijken Clemeyns Gerrit Boelendochter, vrouwe van Sloten. Kinderen van Jan en Ida:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433)

    Foreest 2

    Van Foreest

     

    17.  Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren). Dochter van Jan van Foreest en Ida Cuser.
    Zij was gehuwd met Vranck Lambrechts van der MEER, schepen van Delft in 1434, 1436 en 1437, geboren circa 1374 te Haarlem, overledenna 1438, begraven te Delft. Hij was een zoon van Lambrecht van TOL(van der MEER) en Alijd van HODENPIJL.
    Uit dit huwelijk:
    – Arent Vrancken van der Meer, geboren circa 1397 te Delft.
    Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te DelftVOLGT 18.
    – Geertruida van der MEER, geboren circa 1400, overleden 1479-1485.  Gehuwd (1) voor 1442met Jacobs Claesz, overleden voor     1442. Gehuwd (2) 1442 met Symon Dammasz van Overvest, schepen van Delft (1440/1457/1464/1466), veertiggraad van Delft      hoofdman van het gilde St.Johan Evengelist (1453), geboren circa 1420, overleden 1479. Familiewapen in groen drie staande        zilveren schapen, zoon van  Dammas Sijmons van Overvest.

     

    Meer18. Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te Delft.
    Gehuwd met Gerrit Willems Storm, schepen (1452-1453) en thesaurier (1450) van Delft, overleden 1461-1464, zoon van               Willem Storm Gerrits enMachteld Vrancken van der Does. Kinderen:
    – Vranck Storm van Weena‏‎
    – Jan Roe Storm van Weena‏‎
    – Margaretha Storm van Weena VOLGT 19.

     

    margaretha van Weena19. Margaretha Storm van Weena‎, geboren ‎1440 te Delft.
    Zij stamde uit een beroemd Hollands geslacht, dat der Bokel’s (Beukel’s), de bezitters van het slot Weena. Zij hebben vrij zeker “de oudste kern” gelegd van Rotterdam, van de dijk, “Genaamd Vasteland, Schiedamschedijk, Korte Hoogstraat, Hoogstraat”. Hun slot moet gelegen hebben op de plek waar zich nu het station Hofplein bevindt. Na de Vlaamse oorlog, in het begin van de 14e eeuw, teruggekeerd op hun kasteel, kregen de Heren van Bokel ook het zogenaamde “Nieuwland” in hun bezit. Graaf Willem III wist in 1337 Heer Dirk Bokel diens deel van de Middeldam met het Nieuwland afhandig te maken en ‘s jaars daarna kreeg Rotterdam stadsrechten (1338). De drie jaren van burgeroorlog 1425-1428, gedurende de regering van Jacoba van Beieren, brachten ook het einde van het slot Weena. Nog eeuwen lang bleven de bouwvallen ervan zichtbaar. Heer Jacob Bokel van Weena behield zijn Heerlijkheid van Beukelsdijk en bewoonde later het slot Giessenburg in de Alblasserwaard. Als goede vrienden van Filips van Bourgondie, bekleedden de Heren van Weena zelfs een plaats onder ‘s hertogs raadslieden. Wat de Rhoonse belangen niet tot nadeel zal hebben gestrekt! ‘ Zij was gehuwd met Pieter IV van Roden , geboren ca.1420, beleend met een vijfde deel van de lenen van zijn vader (1455), met een twintigste deel (1465), koopt tweemaal een vierde deel (1471, 1474), uiteindelijk ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon (1483-1502), krijgt het onversterfelijk leenrecht (1481) en de hoge heerlijkheid (1497), inpolderaar van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en Jan Corneliszoonland, overleden 28.06.1509. Hun zoon:

    Wapen van de heren van Rhoon20. Pieter van Roden, geboren ca.1460, ambachtsheer van Rhoon (1502-34) en Pendrecht (1520-34), eigenaar van een huis aan het Westeinde te Den Haag, overleden 19.02.1534, begraven Rhoon; trouwt 07.06.1501: Anna van Grave, geboren 05.01.1475, overleden 06.03.1549, begraven Rhoon; dochter van Raes van Grave, ridder, heer van Heverle (bij Leuven), heer van Malhevre, en Elisabeth van Sinte Guericx. Zoon:

     

    21. Gerrit van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553, bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heemraad van Rhoon 1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. 1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een onwettige dochter omstr. 1543 bij Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren ’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor 1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.

     

    22. Helena Gerrits van Rhoon, dochter van Gerrit van Rhoon en Katrijna Clementsdr., geboren vermoedelijk ‘s-Gravenhage ca.1544, biersteekster op het veer van Rhoon, overleden Rhoon vóór 19.10.1623; trouwt 2e vóór 03.10.1600: Jacob (Mat)Thijsen, biersteker in Rhoon (1593); trouwt 1e vóór ca.1567:  Philip Cornelisz. Vermaet, geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer, vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566, overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.

    wapen vermaat

    23. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr. 1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl. Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx Koedief, (dochter van Dirck Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.

    24. Philip Philips (de jonge) Vermaat, ged. 4 mrt 1591 te Poortugaal, ovl. 20 feb 1655 te Spijkenisse, zoon van Philip Philips de oude Vermaet en Koedief Maartje Dirks
    markschipper en biersteker te Spijkemisse.
    Begraven in de kerk van Spijkenisse: Hier leyt begraven den jonqe Philips Philipsz. Vermaet sterf den 20 February anno 1655.
    Gehuwd 26 jan 1614 te Spijkenisse met: Geertje Jans Bos, geb. te Spijkenisse, ovl. 17 nov 1658 te Spijkenisse, dochter van Jan Bos en Maertje Gerrits.

     

    25. Jan Philipsz Vermaat, gedoopt op 18 juni 1634 te Spijkenisse. Zoon van Philip Philips Vermaat en Geertje Jans Bos.
    Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam.
    Gehuwd ± 1656 te Spijkenisse met: 
    Claasje Pieters Landmeter. Geboren rond 1634 in Biert. Dochter van Pieter Jacobsz Landmeter en Bastiaantje Cornelisdr. Ketting.

    26. Cornelus Jansze Vermaat, gedoopt op 1 jul 1663 te Spijkenisse, overleden op 14 feb 1727 te Spijkenisse, zoon van Jan Philipsz Vermaat en Claasje Pieters Landmeter.Marktschipper te Spijkenisse.
    Gehuwd ± 1690 te Spijkenisse met Margriet Jans Barrevelt, gedoopt op 22 augustus 1666 te Strijen, overleden 24 december 1719 te Spijkenisse.

     

    27. Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat, ged. 22 nov 1699 te Spijkenisse, ovl. 31 mei 1764 te Spijkenisse, zoon van Cornelus Jansze Vermaat en Maegriet Jans Barrevelt. Gehuwd 8 nov 1733 te Spijkenisse met: Jannetje Huibrechts Villerius, ged. 2 sep 1714 te Spijkenisse, ovl. 19 apr 1765 te Spijkenisse dochter van Huibrecht Villerius, vermogend boer op de Welplaat en Francijntje Ploeger.

     

    28. Francina Vermaat, geb. 4 sep 1735 te Schiedam, ged. 11 sep 1735 te Spijkenisse. Zij is overleden op 19 maart 1822 in Hekelingen. Dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius.
    Gehuwd met Pleun Bastiaan de Raat. Hij is geboren rond 1746 en hij is overleden op 28 februari 1827 in Hekelingen. Zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruimstraat.

     

    de Raat

    29. Jannetje Pleuntie de Raat, gedoopt op 23 juni 1782 te Hekelingen. Dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.

    Zij trouwt te Hekelingen op 30-4-1808 met Maarten Braat, gedoopt te Hekelingen op 30-3-1777, overleden te Overschie op 18-1-1827. Zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.

     

     

    Braat

    30.  Pleun Braat, geboren te Overschie op 17-2-1809, van beroep bouwman en overleden te Hazerswoude op 1-9-1874. Hij trouwt te Overschie op 3-4-1842 met Neeltje van der Wilk, geboren te Capelle aan den IJssel op 5-5-1818, overleden te Hazerswoude op 2-8-1896. Zij is een dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.

    31. Maarten Braat, geboren te Hazerswoude op 1-12-1842, van beroep bouwman en overleden te Haarlemmermeer op 24-12-1901. Hij trouwt op 17-11-1873 (scheiding tafel en bed op 5-12-1897) met Antje van der Akker, geboren te Hazerswoude op 21-3-1839 en overleden te Haarlemmermeer op 15-4-1907. Zij was een dochter van Dirk van der Akker en Neeltje Verduijn.

     

    gerardus braat

    32. Gerardus Braat, geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4-3-1967. Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend in de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen. Hij trouwt 1e met Mijntje Pruissen, geboren te Haarlemmermeer op 2-8-1883 en overleden te Gouda op 20-8-1960. Zij is een dochter van Wouter Pruissen (landbouwer te Nieuw-Vennep en overleden ± 1927) en Ariana Juditha Pruissen (nicht van Wouter, zij is geboren ± 1850 en overleden op 3-8-1918). Hij trouwt 2e met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e met Pietertje Visser.

     

    Ariana juditha braat

    33. Ariana Juditha Braat, dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen. Geboren te Zevenhuizen op 29 maart 1920, overleden aldaar op 27 augustus 2010.

    Willem Pieter Ooms

    Gehuwd met Willem Pieter Ooms, geboren 1 juni 1924 te Zevenhuizen, van beroep meubelmaker en stoffeerder en overleden op 1 september 1998 te Gouda. Zoon van Catharinus Ooms en Jannigje Aartje van Vliet.

     

     

     

    johnny

    34.Johnny Ooms, zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat. Geboren te Zevenhuizen op 15 februari 1958.

 

 

 

3 maart 2015

22 februari 2015