Rotterdam

Rotterdam in 1649, door Blaeu.

Rotterdam  is een havenstad gelegen in het westen van Nederland, in de provincie Zuid-Holland. De stad is gelegen aan de Nieuwe Maas, een van de rivieren in de delta die gevormd wordt door de Rijn en de Maas. De haven van Rotterdam, lange tijd de grootste ter wereld, is de grootste en belangrijkste van Europa. Het havengebied strekt zich uit over een lengte van 40 kilometer.

De naam Rotterdam stamt uit de dertiende eeuw en verwijst naar een dam in de rivier de Rotte. De historische binnenstad werd in mei 1940 grotendeels verwoest door een Duits bombardement. Rotterdam staat bekend om zijn vernieuwende architectuur.

Sinds de negende eeuw lag op de plaats van het huidige stadscentrum van Rotterdam de nederzetting Rotta. Deze werd in de twaalfde eeuw onbewoonbaar door overstromingen van de rivier Rotte. Omstreeks 1260 werd in de Rotte een dam gelegd op de plek waar de Hoogstraat de Rotte kruist. Hieraan ontleent Rotterdam zijn naam. Rond deze dam ontstond een nederzetting waar men in eerste instantie leefde van visserij. Al snel werd het ook een handelsplaats en ontstonden de eerste havens. Op 17 maart 1299 kreeg Rotterdam van graaf Jan I van Holland stadsrechten. In het verleden werd er algemeen van uitgegaan dat die nog datzelfde jaar, na de dood van Wolfert I van Borselen (de voogd van Jan I) en Jan I zelf, werden herroepen, maar die visie is niet meer algemeen gangbaar. Hoe het ook zij, op 7 juni 1340 verleende graaf Willem IV van Holland (opnieuw) stadsrechten. In 1360 werd een stadsmuur gebouwd, nadat men daar in 1358 toestemming voor had gekregen van Albrecht van Beieren.

Het hof van Weena

Pal ten noorden van de middeleeuwse stadskern van Rotterdam stond het Hof van Weena.
Het Hof van Weena was een kasteel dat ongeveer op de plaats van het voormalige, uit de jaren vijftig daterende Station Hofplein in Rotterdam heeft gestaan. Het huis wordt voor het eerst genoemd in 1306. De naam van het Hof van Weena leeft voort in de naam van het Weena, een grote straat en een prestigieus adres in het centrum van Rotterdam, die voor de oorlog Stationsweg heette. De oudst bekende bezitter van het Hof van Wena was de familie Bokel van Weena. De familie Bokel van Weena was ook bezitter van verscheidene heerlijkheden rond Rotterdam waaronder Oost- en West-Blommersdijk, Beukelsdijk en Bleiswijk.

Jonker Frans van Brederode heeft tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten tussen 1488-1490 voor Rotterdam een belangrijke rol gespeeld. Door de oorlogen was de positie van Rotterdam als zijn uitvalsbasis in vergelijking met de omliggende steden enorm versterkt. Zo had het nabijgelegen Delft door hem vrijwel al zijn schepen verloren en Gouda de helft van de huizen. Dankzij jonker Frans werd Rotterdam definitief een stad van betekenis in Holland.

Tussen 1449 en 1525 bouwde men de laat-gotische Sint-Laurenskerk. In het middeleeuwse Rotterdam was dit het enige stenen gebouw. Het was een ambitieus project, Rotterdam bestond destijds uit ongeveer 1200 huizen.

In 1572 werd Rotterdam geplunderd door troepen van de stadhouder van de Spaanse koning, de Henegouwer Maximiliaan van Hénin-Liétard. In 1573 koos de stad de kant van de Nederlandse Opstand. De stad had toen ongeveer 10.000 inwoners. Aan het eind van de 16e eeuw liet Johan van Oldenbarnevelt, die van 1576 tot 1586 raadpensionaris van de stad was, de Rotterdamse haven verder uitbouwen, waarmee de grondslag werd gelegd voor de belangrijke plaats die deze stad zich in de zeehandel zou verwerven. Bij de volkstelling van 1622 was het aantal inwoners gegroeid tot ongeveer 20.000. Tegen het eind van de 17e eeuw zouden het er zelfs 50.000 zijn.

Stadsgezicht op Rotterdam, 1660.

 

Desondanks breidde de stad zich niet uit buiten zijn wallen en singels. De min of meer driehoekige ruimte tussen Coolsingel, Goudsesingel en de Nieuwe Maas bedroeg niet meer dan 140 hectare, dus de stad raakte overbevolkt. Pas na 1825 zou zij zich buiten deze enge grenzen gaan uitbreiden.

Rotterdam in 1652

Van de 17e tot de 19e eeuw voeren vele Nederlandse schepen met slaven van Afrika naar Suriname en de Nederlandse Antillen, waar deze werden geruild voor goederen die onder meer naar Rotterdam werden verscheept. In deze trans-Atlantische slavenhandel speelde onder andere de Rotterdamse firma Coopstad en Rochussen, na de Middelburgsche Commercie Compagnie de grootste slavenhandelsmaatschappij van Nederland, een rol.

In de 19e eeuw werd de positie van Rotterdam als internationale haven bedreigd door de verzanding van de voornaamste verbindingen met zee, eerst het Scheuren daarna de Brielse Maas. Om dit probleem het hoofd te bieden werd tussen 1827 en 1830 onder koning Willem I (waarschijnlijk aanvankelijk “om met deze verbinding tusschen de marinewerf te Rotterdam en de oorlogshaven Hellevoetsluits de belangen van de oorlogsvloot te dienen”) door het eiland Voorne het Voornse kanaal gegraven, tussen Rotterdam en Hellevoetsluis. Naarmate de grootte der zeeschepen in de 19e eeuw meer en meer toenam, bleek dit kanaal evenwel niet aan de behoeften te voldoen. Ingenieur Pieter Caland ontwierp een ambitieus plan voor een nieuwe verbinding met de Noordzee. In 1866 werd begonnen met de uitvoering hiervan. Tussen 1866 en 1872 werd de Nieuwe Waterweg gegraven. Hierdoor ontstond samen met het Scheur en de Nieuwe Maas, een directe scheepvaartverbinding tussen Rotterdam en de Noordzee bij de Hoek van Holland. Na het openstellen van de Nieuwe Waterweg begon de onstuimige groei van Rotterdam. Er werden verschillende nieuwe havens aangelegd, waardoor de werkgelegenheid enorm toenam. Dit trok arbeiders uit alle windstreken aan. Het geld dat door de stad werd verdiend, besteedde men onder meer aan de bouw van statige panden in het centrum.

De stad werd op twee manieren uitgebreid: door annexatie van een aantal omliggende gemeenten en door de bouw van veel nieuwe wijken. De eerste golf van annexaties vond plaats aan het einde van de negentiende eeuw met Delfshaven (1886), Kralingen, een deel van Overschie en Charlois in 1895.

De havens werden in hoog tempo uitgebreid, onder invloed van mensen als Lodewijk Pincoffs en G.J. de Jongh. Steeds meer havens werden aangelegd, zoals de Maas-, Rijn- en Waalhavens. Aangetrokken door de werkgelegenheid die hieruit voortvloeide, verhuisden veel boeren, vooral uit Noord-Brabant, naar de stad. De heersende landbouwcrisis versterkte dit effect. Voor de nieuwkomers werden snel rijen goedkope woningen in elkaar gezet, vooral op zuid, op de linker-Maasoever, die daardoor al snel de boerenzij werd genoemd. Tussen 1880 en 1900 groeide de bevolking snel van 160.000 naar 315.000. In 1920 zou de bevolking zelfs al iets boven de 500.000 inwoners bedragen. In 1914 werd Hoek van Holland ingelijfd, waarna in 1933 Pernis en Hoogvliet volgden.

Aan het einde van de 19e eeuw was men reeds begonnen met de aanleg van de nieuwe wijken Cool, Crooswijk en het Nieuwe Westen. Vanaf ongeveer 1914 begon de verdere uitbreiding naar het westen, met achtereenvolgens Spangen, het Witte Dorp en Oud-Mathenesse.

Het centrum van Rotterdam kreeg ondertussen steeds meer allure. De stadswallen waren al enige tijd daarvoor afgebroken, maar de singels, die eveneens deel uitmaakten van vroegere verdedigingswerken, lagen er nog. Deze werden rond deze tijd grotendeels gedempt om meer ruimte te maken, onder meer voor het sterk toegenomen verkeer. Ook dempte men grote stukken van de Rotte. Havenbaronnen en gemeente investeerden in prestigieuze gebouwen. Na het dempen van de Coolvest ontstond hier een ruime boulevard met een nieuw stadhuis, een chic postkantoor en de Beurs. Moderne architecten kregen een kans.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog was Rotterdam een spionnenstad vanwege de Nederlandse neutraliteit en de gunstige ligging tussen Engeland, Duitsland en bezet België. Al voor de oorlog begon hadden buitenlandse geheime diensten Rotterdam als basis gekozen. De Britse geheime dienst hield kantoor op de burelen van de Uranium Steamship Company aan de Boompjes. De Duitse geheime diensten werden geleid vanuit het Keizerlijke Duitse consulaat-generaal in het Witte Huis.

Er waren heel wat Nederlanders actief op het gebied van (contra)spionage. De Nederlandse regering kon dan wel neutraal zijn, niet iedere burger trok zich daar iets van aan. Een gedoogbeleid, gecombineerd met de eerder genoemde gunstige ligging, maakten van Rotterdam het grootste spionnennest van de Eerste Wereldoorlog.

Alles veranderde op 14 mei 1940. Nederland was op dat moment al vijf dagen in oorlog. De Tweede Wereldoorlog was een feit. Reeds op de eerste dag landden er vele Duitse parachutisten en luchtlandingstroepen rond Rotterdam-Zuid. Ook het Noordereiland was bezet. Het Nederlandse garnizoen, aangevoerde infanterie en onderdelen van het Korps Mariniers hielden echter de Maasoever en Maasbruggen voortdurend onder schot, waardoor het de Duitsers niet lukte om het centrum te bereiken. Na enkele dagen hevige gevechten rond de brug stuurden de Duitsers in de ochtend van 14 mei een onderhandelaar. Er werd gedreigd met de vernietiging van de stad. De Duitsers bleken weinig geduld te hebben: om het verzet te breken besloten de nazi’s hun dreigement uit te voeren.

Rotterdam na het bombardement

Het bombardement op Rotterdam, dat vroeg in de middag plaatsvond, duurde slechts een kwartier, maar de vernietigende uitwerking, mede door de brand die ontstond, was gigantisch. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd. Ongeveer 800 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Toen de Duitsers nog diezelfde middag dreigden om op dezelfde manier ook Utrecht plat te gooien was dit reden voor de Nederlandse opperbevelhebber Winkelman tot capitulatie.

In Rotterdam was vrijwel het gehele centrum, het hart van de stad, veranderd in een smeulende puinhoop. Tegelijk met de bezetting begon ook het puinruimen. De Schie, ter hoogte van de huidige Schiekade, de Blaak en de Kolk werden gedempt met het vele puin. Ook werd het puin gebruikt voor de aanleg van de eilandjes in het zuidoosten van de Kralingse Plas en voor de bouw van het talud van de huidige Willem Ruyslaan.

Gelukkig waren de Maasbruggen, bestaande uit de oude Willemsbrug en de daarnaast gelegen spoorbrug, niet vernield, zodat de weg- en spoorwegverbindingen tussen beide stadsdelen intact bleven.

Op 14 februari 1942 werd de Maastunnel, waarvan de bouw was begonnen in 1937, geopend. Het was de eerste autotunnel van Nederland.

Tijdens de bezettingstijd volgde ook de laatste grote annexatieronde. In 1941 werden in één klap de gemeenten Hillegersberg, Schiebroek, het resterende deel van Overschie, Kralingseveer en IJsselmonde bij Rotterdam gevoegd.

Op 31 maart 1943 bombardeerden de geallieerden bij vergissing een deel van Delfshaven, waarbij nog eens 326 mensen stierven en 400 gewond raakten. Ook de hongerwinter (1944-1945) kostte in Rotterdam vele levens.

De gevolgen van de Jodenvervolging in Rotterdam zijn door de gemeentelijke herindelingen, de bombardementen en de vele rondtrekkende vluchtelingen moeilijk cijfermatig in kaart te brengen. Geschat wordt dat van de meer dan 11.000 ‘volljuden’ en ‘halbjuden’ die bij aanvang van de bezetting werden geteld, er slechts 1400 de vervolging en het overige oorlogsgeweld hebben overleefd.

Op 10 en 11 november 1944 werd een grote razzia gehouden, waarbij circa 50.000 mannen tussen 17 en 40 werden weggevoerd. Op de avond voor de razzia werd Rotterdam omsingeld door 8000 Duitse soldaten en werden alle belangrijke bruggen en pleinen bezet en het telefoonverkeer afgesloten. Een belangrijke verzamelplaats was De Kuip. De razzia werd systematisch uitgevoerd, waardoor ontsnappen nauwelijks mogelijk was. Van de opgepakte Rotterdamse en Schiedamse mannen vertrokken er circa 20.000 te voet richting Utrecht, 20.000 werden met rijnaken afgevoerd en 10.000 per trein. Van hen werden circa 10.000 man tewerkgesteld in het oosten van Nederland, de rest ging naar arbeitslagers in Duitsland.

Na de oorlog begon de wederopbouw langs de lijnen van het Basisplan voor de Wederopbouw van Rotterdam. In een drang naar vernieuwing en modernisering werden veel beschadigde gebouwen niet hersteld, maar gesloopt, zoals het gebouw van de Bijenkorf van Dudok.

In de jaren vijftig was de wederopbouw in volle gang. Rotterdam kreeg het imago van ‘werkstad’ en ontwikkelde zich tot een toonbeeld van moderniteit. In 1953 vond de opening van de Lijnbaan plaats, de eerste autovrije winkelstraat in Europa. Het vooruitstrevende ontwerp trok internationaal veel aandacht. Het nieuwe Centraal Station kwam in 1957 gereed, met ernaast het op dat ogenblik hypermoderne Groothandelsgebouw uit 1953. Ter gelegenheid van de Floriaderichtte men in 1960 de Euromast op. Samen met het beroemde beeld ‘De verwoeste stad’ van Ossip Zadkine werd de Euromast een symbool van het naoorlogse Rotterdam. In 1970 werd de Euromast verhoogd door er een Space Tower op te zetten, waarmee de totale hoogte op 185 meter kwam.

Ter leniging van de woningnood stampte de gemeente in hoog tempo enkele nieuwe wijken met veel flats uit de grond, zoals Pendrecht, Zuidwijk, Lombardijen, Ommoord, Zevenkamp en Nesselande.

Tegelijk met het herstel van de havens ontwikkelde men ook plannen om stad en havengebied los te koppelen. Dit wilde men bereiken door nieuwe havengebieden aan te leggen in de richting van de zee. Achtereenvolgens legde men ten zuiden van de Nieuwe Waterweg het Botlekgebied, Europoort en de Maasvlakte aan, met enorme tankopslagcapaciteit voor ruwe olie. In Pernis, Rozenburg en verder westwaarts verrezen grote raffinaderijen. De havenactiviteiten groeiden nu zo snel dat de Rotterdamse haven in 1962 de grootste haven van de wereld werd.

In 1960 begon de aanleg van de metro, die in 1968 geopend werd als eerste metro in Nederland. Hiermee werden de wijken ‘op zuid’ verbonden met het centrum. In 1970 vond nabij Zuidplein de opening van de nieuwe Ahoy-hallen plaats.

Mede door de bebouwing van het Weena kreeg Rotterdam in de jaren negentig een skyline met diverse wolkenkrabbers. Het in 1991 geopende gebouw Delftse Poort werd met 151 meter de hoogste wolkenkrabber van Nederland, maar werd in 2009 ingehaald toen de in aanbouw zijnde Maastoren zijn hoogste punt bereikte (165 meter). In 1993 verdween door de opening van de Willemsspoortunnel het spoor uit het centrum van Rotterdam. Met de voltooiing van de Erasmusbrug in 1996 kreeg Rotterdam een nieuw symbool.

Rotterdam ligt centraal in de Stadsregio Rotterdam en grenst met de klok mee aan de gemeenten Westland, Maassluis, Vlaardingen, Schiedam, Midden-Delfland, Delft, Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Zuidplas, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Ridderkerk, Barendrecht, Albrandswaard, Nissewaard, Brielle en Westvoorne. Enkele plaatsen in de omgeving zijn: Dordrecht, Delft, Zoetermeer, Spijkenisse. Het metropolitane gebied telt zo’n 1.600.000 inwoners.

Rotterdam wordt vaak aangeduid als Maasstad, en in de stad treft men vele verwijzingen naar de rivier de Maas (Maasboulevard, Maasgebouw, Maasbrug, Maastunnel, Maastoren). Dit zijn historische verwijzingen want de Maas die bij Maastricht stroomt, stroomt niet meer door Rotterdam. Tot ongeveer 1870 stroomde de Maas via wat nu de Afgedamde Maas is naar de Waal bij Woudrichem, om zo samen de Merwede te vormen. De Merwede stroomde via de Beneden-Merwede naar Dordrecht en splitste daar in Oude Maas en Noord, deze laatste wordt later samen met de Lek de Nieuwe Maas. Ten westen van Rotterdam kwamen (en komen) Oude en Nieuwe Maas samen om zo via een dubbele monding rondom het eiland Rozenburg als Scheur en Brielse Maas in de Noordzee te komen. Het water dat toen door het centrum van Rotterdam stroomde, bevatte meer dan de helft van het totale Maaswater en op basis daarvan kan Rotterdam zich best Maasstad noemen. In de periode 1861-1874 werd de Nieuwe Merwede gegraven voor een betere afvoer van de Waal, en daarmee ging het merendeel van het water van de Merwede, en dus van de Maas, niet meer via Dordrecht en Rotterdam naar zee, maar via het Haringvliet. De Nieuwe Maas werd hierdoor voornamelijk afvoer van de Lek. Uiteindelijk werd in verband met regelmatige overstromingen in het Land van Heusden in 1904 de Bergsche Maas gegraven en de vroegere Maas tussen Heusden en Woudrichem afgedamd. Hierdoor kon in principe het Maaswater Rotterdam niet meer bereiken en wordt sindsdien de Nieuwe Maas alleen nog maar door Rijnwater gevoed, terwijl het Maaswater geheel via het Haringvliet naar zee gaat.

Rotterdam bestond tot 2014 uit 14 deelgemeentes met gezamenlijk 272 deelraadsleden en 49 bestuurders, maar als gevolg van een wetswijziging zijn deze – net als de stadsdelen in Amsterdam – na 28 jaar opgeheven in het kader van het terugbrengen van de “bestuurlijke druk”. Hiervoor in de plaats zijn 14 gebiedscommissies gekomen, die het gemeentebestuur adviseren over buitenruimte, veiligheid en voorzieningen in de wijk. De commissies beschikken over een beperkt budget om bewonersinitiatieven te ondersteunen. De gebiedscommissies worden tegelijk met de gemeenteraad gekozen door de kiesgerechtigden in het gebied.

Na het openstellen van de Nieuwe Waterweg in 1875 begon de onstuimige groei van de haven en bevolking van Rotterdam: in 25 jaar tijd groeide de bevolking met circa 200.000 inwoners. De meeste “bootwerkers” kwamen uit Noord-Brabant, Zeeland en België om in de snel groeiende haven te werken. In de jaren zestig en zeventig kwamen veel immigranten uit Italië, Spanje, Marokko, Turkije, Joegoslavië en Griekenland. Ook woont er een zeer grote bevolkingsgroep van Chinezen, Antillianen, Surinamers, mensen van de Grote Antillen en Kaapverdianen in de stad. In totaal bestaat 46% van de Rotterdamse bevolking uit bewoners van allochtone afkomst.De bewoners van Rotterdam vormen een bont geschakeerde cultuur: zo waren er op 1 januari 2008 51.885 mensen ingeschreven met een Surinaamse, 45.699 met een Turkse, 37.476 met een Marokkaanse, 19.562 met een Antilliaanse en 14.971 met een Kaapverdische culturele achtergrond. In 2009 leefden 173 verschillende nationaliteiten in Rotterdam. Een groot deel van de bewoners met een Nederlandse achtergrond heeft Brabantse voorouders; deze trokken al vanaf de 19e eeuw als arbeiders naar de haven van Rotterdam.Aanvankelijk werd het bouwen van bruggen vermeden in verband met de inherente hinder van de scheepvaart. In 1870 werd de Koninginnebrug over de Koningshaven aangelegd. Pas in 1878 werd de eerste oeververbinding over de Nieuwe Maasgeopend: de (oude) Willemsbrug. Tot de bouw van de Erasmusbrug, ruim een eeuw later, lagen er geen bruggen over de Nieuwe Maas ten westen van de locatie van deze brug. In het verlengde van de oude Willemsburg, iets ten oosten van de Koninginnebrug, lag (en ligt) De Hef, oorspronkelijk eveneens geopend in 1878 maar in de jaren twintig van de volgende eeuw ingrijpend verbouwd. Andere bruggen over de Nieuwe Maas zijn:

  • de Van Brienenoordbrug (geopend in 1964, in 1989 verdubbeld) met pijlers op het eiland van Brienenoord.
  • de ‘nieuwe’ Willemsbrug (geopend in 1981, de opening was de eerste officiële handeling van prins Willem-Alexander. De brug ligt iets oostelijk van de locatie van de ‘oude’ Willemsbrug, die na de opening van de nieuwe brug gesloopt werd);
  • de Erasmusbrug (1996, architect Ben van Berkel).

Uitzicht vanaf het eiland van Brienenoord op een wereldstad: Rotterdam

Over de Oude Maas ligt nog de oude Botlekbrug uit 1955. De nieuwe Botlekbrug werd in 2015 in gebruik genomen, maar levert nog vaak hinder op voor de scheepvaart.

Het wapen van Rotterdam bestaat uit vier leeuwen, twee zwarte en twee rode, op een goudkleurig veld. De onderzijde is groen doorsneden met een witte band die de Rotte symboliseert. De beschrijving luidt:

“Doorsneden; I gevierendeeld; 1 en 4 in goud een gaande leeuw van sabel, getongd en genageld van keel; 2 en 3 in goud een gaande leeuw van keel, getongd en genageld van azuur; II in sinopel een paal van zilver. Het schild gedekt door een gouden kroon met vijf bladeren en vier parels. Schildhouders; twee klimmende leeuwen van natuurlijke kleur, getongd van keel; het geheel staande op een muur van gemetselde stenen, waartegen golven spoelen. Wapenspreuk ; ‘Sterker door strijd’ in letters van sabel op een wit lint langs de muur.”

Wapen van Weena

Willem III van Holland

Over de wijze waarop Rotterdam aan zijn wapen gekomen is, is het volgende bekend:
Bij het einde van de oorlog in 1305 bracht Willem III, graaf van Holland die pas zijn vader was opgevolgd en als jonker Willem in Dirck Bouckels van Weena een trouwe strijdmakker gekend had, een bezoek aan het kasteel van Weena. Bij dit bezoek stond hij toe dat het wapen van Weena met dat van Holland en Henegouwen verenigd werd. Aldus ontstond het Rotterdamse wapen.

 

Het wapen van Rotterdam ten tijde van de Franse overheersing (1813)

Ten tijde van de Franse overheersing werd het oude wapen voorzien van een schildhoofd met drie gouden bijen op een veld in keel. Deze decoratie toonde aan dat de stad tot de eerste klasse van de bonne villes de l’empire behoorde. Dit was de Franse aanduiding voor de goede steden van het Rijk. Ook kreeg het wapen een muurkroon met daarop een Franse adelaar.

 

 

 

 

Wapen van Rotterdam (1816)

Na het einde van de Franse tijd kreeg de stad een nieuw wapen dat sterk leek op het wapen dat gebruikt werd voor de invoering van het Napoleontische wapen. Het nieuwe wapen heeft een aantal aanpassingen ten opzichte van het oude wapen: de twee aanziende (naar de toeschouwer kijkende) leeuwen als schildhouders staande op een grasveld en de kroon op het schild. Het oude wapen voerde geen kroon en het nieuwe wapen voert een gravenkroon. Dit wapen werd op 16 juli 1816 bij koninklijk besluit verleend.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het devies Sterker door strijd toegevoegd aan het wapen Rotterdam. Dit devies werd in 1948 toegekend door koningin Wilhelmina.

Bron: Wikipedia – Rotterdam

Voorouders:

Heren van Weena
De oudst bekende bezitters van het Hof van Weena te Rotterdam vanaf  circa 1136.

Jacques François (Jacobus) Moret
Geboren voor 1600 te Antwerpen, overleden in 1656 te Rotterdam.
Hij trouwde op 24 september 1628 te Hillegersberg met Lijsbeth Leenderts, geboren omstreeks 1592  overleden 7 februari 1666.

Gerardus Braat
Geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4 maart 1967. Zoon van Maarten Braat en Antje van den Akker. Hij was 1e gehuwd met Mijntje Pruissen. Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend op de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen. Gerardus en Mijntje zijn op 12 juli 1939 gescheiden. Na de scheiding vertrok hij naar Rotterdam. Gerardus trouwt 2e op 12 augustus 1942 te Rotterdam met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e op 8 september 1959 met Pietertje Visser.

 

Dorpen en Steden

  facebook          

johnooms-nl

© 24 februari 2018