Heren van Coucy

De heren van Coucy waren feodale heren die de baronie Coucy in Picardië (Noord-Frankrijk) bezaten. Deze plaats, bestaat nu uit twee gemeenten in het Aisne departement, met name Coucy-la-Ville (de Stad) en Coucy-le-Château-Auffrique, waar zich het kasteel van Coucy bevindt.

In 1059 stichtte Alberic van Coucy – naast heer van Coucy ook graaf van Northumbria – de benedictijnse abdij van Nogent aan de voet van de heuvel. Een halve eeuw later zou hier Guibert van Nogent (1053-1125) wonen, de abt die onder historici bekend is als schrijver van de “historiografische” werken Gesta Dei per Francos en De Pignoribus sanctorum. De abdij van Nogent zou gedurende de volgende eeuwen nog regelmatig schenkingen ontvangen van de heren van Coucy.

De eeuwwisseling van de elfde naar de twaalfde eeuw was een duistere periode voor het leengoed. Een lange twist tussen Engelram I van Coucy en zijn zoon Thomas I bracht een periode van oorlog waarin de boerenbevolking gebukt ging onder plunderingen, vernietigingen, moord en verkrachting door de elkaar bestrijdende ridders. Onder Engelram II en Rudolf I kwam er een rustigere periode waarin de bevolking gespaard bleef van wreedheden maar het geslacht wel in de financiële moeilijkheden kwam door de grote uitgaven van beide heren aan kruistochten (waarin beiden overigens omkwamen).

 

1. Jean de Coucy 
Geboren rond 990, overleden circa 1087.
Hij was getrouwd met een onbekende vrouw.
Zoon:

  • Alberik de Coucy (Volgt 2)

 

2. Alberik  de Coucy
Geboren circa 1002, overleden circa 1059.
Hij is gehuwd met Aelis van Amiens.
Dochter:

  • Adelheid de Coucy  1025 – 1070 (Volgt 3)

 

3. Adelheid van Coucy
Geboren circa 1025, overleden in 1070. Erfdochter van Alberik de Coucy en Aelis van Amiens.
Zij was gehuwd met Drogo van Boves. Geboren 1022, overleden in 1070. Zoon van Robert d’Ache en Avoise van Aigle
Zoon:

  • Engelram I van Coucy (Volgt 4)

 

4. Engelram I van Coucy
Geboren 1042, overleden in 1116. Zoon van Drogo van Boves en Adelheid van Coucy. Hij werd heer van Coucy.
Engelram I wordt door abt Guibert de Nogent “bezeten van vrouwen” genoemd. Gescheiden van zijn eerste echtgenote, Adela van Marle, wegens overspel harerzijds, slaagde Engelram erin om Sibylle van Château-Porcien, echtgenote van de afwezige graaf Godfried van Namen, te schaken en ze, met behulp van zijn neef, de bisschop van Laon, ook te huwen. Dat de dame, zo vermeldt Guibert, “losbandig” en bovendien zwanger van weer een andere edelman was, deed er niet toe.

Het met eekhoornbont beklede wapenschild van Engelram I Coucy vertoont “zes banden vair van eekhoorn en keel”.

Volgens een legende nam Engelram deel aan de Eerste Kruistocht onder Pieter de Kluizenaar en maakte naam als ridder in een schermutseling met de moslims. Met vijf andere ridders was hij, bewapend, maar niet in een maliënkolder gekleed, uitgereden. De zes ridders waren niet aan hun schilden of mantels herkenbaar en toen zij een groep islamitische strijders in het oog kregen, improviseerde Engelram een herkenningsteken door zijn rode, met eekhoornbont afgezette mantel, uit te trekken en in zes stukken te scheuren. De moslims werden verslagen en de trotse Engelram verving zijn oude wapen door “zes banden vair van eekhoorn en keel”.
Uit zijn eerste huwelijk een zoon:

  • Thomas I de Coucy (Volgt 5)

 

5. Thomas I de Coucy
Geboren 1078-1130) was de zoon van Engelram I van Coucy en diens eerste, later verstoten vrouw Adèle van Marle. De huwelijksperikelen van de ouders, door abt Guibert van Nogent in zijn bekentenissen uitgebreid beschreven, hebben vermoedelijk een grote, en nefaste, invloed op de zoon gehad. Engelram twijfelde openlijk aan zijn vaderschap en Thomas haatte zijn vader.
Thomas was, zo schrijft abt Suger van Saint-Denis, als “een razende wolf”. Hij nam aan de zijde van de graaf van Namen, de bedrogen echtgenoot van de tweede vrouw van zijn eigen vader, deel aan een vernietigende oorlog tussen de feodale heren van Namen en Coucy.
Omdat de in sterke kastelen verblijvende heren elkaar niet konden treffen werd de oorlog tegen de boerenbevolking gevoerd; brandschatten, plunderen, het afhakken van de voeten van lijfeigenen, het uitsteken van hun ogen en het vernielen van molens en wijngaarden behoorden tot de methoden waarmee de ridders elkaar bevochten. De burgerbevolking was zozeer getroffen dat de gevolgen een generatie later nog merkbaar waren.
In 1095 trokken vader en zoon Coucy beiden naar Jeruzalem op de eerste kruistocht. Hun wederzijdse haat was bij terugkomst nog onverminderd en misschien was de kruistocht een middel geweest om de verwoestende agressie van de ridderstand te kanaliseren en te gebruiken in de strijd tegen de oprukkende islam.
Thomas erfde van zijn moeder de domeinen van Marle en La Fère en voegde deze in 1116 bij de dood van zijn vader samen met het domein van Coucy.

De regering van Thomas werd gekenmerkt door geweld, sadisme en bandeloosheid. Vanuit kastelen die, nog steeds volgens Suger, “nesten voor draken en holen voor dieven waren” overviel Thomas de bezittingen van de koning, de kerk en zijn buren. De daarbij gevangengenomen mannen werden aan hun testikels opgehangen en bij een gelegenheid sneed Thomas zelf dertig mannen de keel door. Abt Guibert van Nogent noemde hem de “slechtste man van zijn generatie” en pas na gewapend ingrijpen van koning Lodewijk VI van Frankrijk en excommunicatie door de kerk werd Thomas ertoe bewogen om enkele geroofde kastelen en landgoederen weer af te staan.
Zoals in de middeleeuwen gebruikelijk heeft Thomas op zijn sterfbed grote legaten aan de kerk gedaan in de hoop en verwachting dat hij daarmee een plek in de hemel kon kopen.De abdij van Nogent kreeg een groot legaat en in Prémontré werd een nieuwe abdij gesticht.

De bij Engelram I van Coucy beschreven heldendaad in het Heilige land waaraan de heren van Coucy hun wapen ontleenden kan zowel aan vader als zoon Coucy worden toegeschreven.

Thomas werd in Coucy opgevolgd door zijn zoon Engelram II en in Amiens door zijn zoon Robrecht.

Hij is rond 1100 1e getrouwd met  Ida van Henegouwen. Geboren in 1085., overleden 1101. Dochter van Boudewijn II van Henegouwen en Ida van Leuven.

Dochter:

  • Beatrix de Coucy  < 1101-± 1156

Hij is 2e getrouwd met Melisende van Crepy van Rochefort in het jaar 1110.

Kinderen:

  • Engelram II de Coucy en Merle  1110-1148 (Volgt 6)
  • Robrecht de Coucy en Amiens

 

6. Engelram II van Coucy, genaamd van Marle,
Geboren 1110, overleden in 1149)
Hij was een zoon van Thomas I van Coucy en Melissende van Crécy. Hij volgde zijn vader in 1130 op als heer van Coucy.

In tegenstelling tot het bestuur van zijn vader, was het onder het bestuur van Engelram rustig. Hij bouwde onder meer een kapel in zijn kasteel en hield zich een groot deel van zijn tijd bezig met de jacht.

Engelram zou eigenhandig een wild dier (een leeuw) gedood hebben, dat zijn gebied onveilig maakte. Hij nam deel aan de Tweede Kruistocht van Lodewijk VII van Frankrijk, maar overleed tijdens die kruistocht.

Engelram was in 1131 gehuwd met Agnes van Beaugency, een nicht van koning Lodewijk VII van Frankrijk en een kleindochter van Hugo I van Vermandois.
Engelram werd de vader van:

  • Rudolf I   1134 – …. (Volgt 7)
  • Engelram

 

Rudolf I van Coucy
Geboren in 1134 te Coucy, overleden op 15 oktober 1191 voor Akko.
Gewoonlijk Raoul de Marle genaamd naar de plaats waar hij meestal vertoefde. Hij is nog zeer jeugdig wanneer zijn vader overlijdt en hij opvolgt als heer van Coucy, Marie, La Fère, Crécy, Vervins, Landouzy en Pinon (1147); doet Vervins ommuren en geeft de bewoners stadsrecht (circa1163); doet een schenking aan de abdij Thenailes (1166); doet schenkingen aan Nogent (waar zijn eerste echtgenote, Agnes van Henegouwen, overeenkomstig haar wens werd begraven), Saint-Denis en Prémontré (1173 en 1174), maar bevordert vanwege haar landbouwwerkzaamheden vooral de Cisterciënserabdij Foigny; strijdt mee met koning Philips II Augustus tegen de Vlaamse graaf Philips ‘van de Elzas’ (hoewel hij voor Marie en Vervins diens leenman is) die bij de vrede deze gebieden aan de koning moet overdragen (1183 of 1184), waarna ook de bisschop van Laon die voor La Fère zijn leenheer is, dit aan de koning overdraagt (1185); heeft nadien zodoende uitsluitend de koning tot leenheer wat zijn positie zeer versterkt; gaat over tot eigen muntslag; sluit een overeenkomst
met de bisschop van Laon die nadien nog enkele rechten (zoals dat van mainmorte) meende te hebben (1190); maakt alvorens met Philips Augustus ter deelname aan de Derde Kruistocht te vertrekken (juni/juli 1190) zijn testament waarbij hij zijn bezit over zijn vijf kinderen verdeelt; gesneuveld voor Akko (1191), waarna zijn gebeente wordt teruggevoerd naar Frankrijk en bijgezet in Foigny.

Hij is rond 1158 1e getrouwd met Agnes van Henegouwen. Dochter van Boudewijn IV van Henegouwen en Aleidis van Namen.
Dochter:

  • Adelheid de Coucy   1158 – 1195

Hij is in 1174 2e getrouwd met Adelheid van Dreux van Frankrijk. Dochter van Robert I van Dreux.

Kinderen:

  • Agnes de Coucy et Marle  1175 – 1214
  • Enguerrand III de Coucy et Marle  ± 1180 – 1242
  • Thomas II de Coucy  ± 1184 – 1253

 

Adelheid de Coucy
Geboren in 1161, overleden in 1222.  Dochter van Rudolf I van Coucy en Agnes van Henegouwen.
Zij was gehuwd met Diederik VII van Beveren. Geboren in 1152 in Kruiningen, overleden in 1194.
Heer van Pumbeke en  Burggraaf van Dixmuiden. Zoon van Dirk VI van Beveren en Beatrix van Gent.
Kinderen:

  • Hugo van Beveren  ± 1165 – …. (Volgt Heren van Beveren nr. 8a)
  • Agnes van Beveren  1190 – 1230 
  • Dirk VIII van Beveren  ± 1191 – > 1230 (Volgt Heren van Beveren nr. 8b)
  • Adele van Beveren  ± 1192 – 1264
  • Margriet van Beveren  ± 1193 – ….

Bronnen o.a.: Wikipedia – Heren en vrouwen van Coucy

Terug naar:

Heren en Vrouwen van…

  facebook        

© 10 december 2017