Baronie van Liesveld

De Baronie van Liesveld was van 1548 tot 1795 een in de Alblasserwaard gelegen bestuurlijke eenheid binnen het graafschap Holland.

Wapen van Liesveld

Slot Liesveld door C. Pronk 1731

Rond 1272 bouwden de (eerste) heren van Liesveld in Gelkenes een slot.
Omdat het slot Liesveld een bouwval was geworden, werd het in 1740 afgebroken. Het puin werd gebruikt om de Lekdijk te verstevigen. Het stalgebouw is bewaard gebleven, en werd sindsdien gebruikt als rechtszaal. In 1745 werd begonnen met de bouw van een nieuw huis van Liesveld, hier zijn nog slechts resten van bewaard gebleven.

In 1230 werd Herbaren II van der Lede, de latere heer van Arkel, genoemd als heer van Liesveld.
Zijn zoon Herbaren van Arkel, heer van den Berghe, werd ook heer van Liesveld. Laatst genoemde werd opgevolgd door zijn zoon Arnold van Liesveld.
De zoon van Arnold, Herbaren van Liesveld overleed kinderloos en de heerlijkheid Liesveld werd geërfd door zijn neef Gerrit van der Woerd. Door verervingen kwam Liesveld in het geslacht van de heren van Heemstede.

In 1548 verhief keizer Karel V de heerlijkheid Liesveld tot een vrije en onscheidbare baronie ten gunste van Charles van Heemstede en zijn echtgenote Florentia. Gerrit van Harchies, die gehuwd was met een dochter van Jan van Sart van Liesveld verkocht de baronie aan Roeland le Febre. Deze familie verkocht het bezit in 1564 aan hertog Erik II van Brunswijk-Calenberg. Deze hertog hield tijdens de opstand aan de Spaanse zijde en verliet het kasteel in 1572. Kort daarna werd het door de bewoners van Dordrecht, Gouda en Schoonhoven in brand gestoken.

Wapen Nassau-Dietz

In 1636 werd de baronie aangekocht door Willem Frederik van Nassau-Dietz. Hij had ook erfrechten op de baronie via zijn moeder die uit de familie Brunswijk-Calenberg afkomstig was. Het wapen van de baronie werd opgenomen in het wapen van Nassau-Dietz als zesde veld. De baronie bleef in het bezit van de familie Nassau-Dietz (sinds 1702 Oranje-Nassau genoemd) tot de vlucht van stadhouder Willem V in 1795.

De Nederlandse koning Willem-Alexander voert sinds de troonswisseling nog steeds de adellijke titel Baron van Liesveld.

De baronie bestond uit de ambachstheerlijkheden:

  1. Gelkenes met Groot-Ammers
  2. Ammers-‘s-Graveland met Achterland en Peulwijk.
  3. Ottoland
  4. Peursum.

 

Adriaen Adriaenszoon Oom, zoon van Adriaen Adriaensz Oom,  huwt met Nelletgen Adriaensdochter, dochter van Adriaen Pieterszoon, schout van Groot-Ammers.
Adriaen wordt in 1590 vermeld als pachter van de wijnen- en bierexcijs van de Baronie van Liesveld en wordt daarin Oomge genoemd. In akten te Ammers-Graveland wordt hij ook wel Oomkens en Noomkens genoemd. Vanaf 1596 is hij schout van Groot-Ammers en substituutschout van Ammers-Graveland. In 1601 wordt hij genoemd als Heiligegeestmeester. Hij is in 1611 schepen in Gelkenes en gaarmeester van de Baronie van Liesveld in 1615.

Adam Adriaenszoon Oom was de zoon van Adriaen Adriaensz Oom en Nelletgen Adriaensdochter.
Hij was lakenkoper, schout van Gelkenes, burger van Nieuwpoort, waar hij tot 1626 woont en daarna verhuisd naar Gelkenes. Van 1626-1639 was hij schout van Gelkenes.  Hij was gehuwd met Maritgen Verhuysen. Dochter van Maerten Huybrechtsz Verhuysen, schepen van Gelkenes en leenman van de hofstede Culemborg te Gelkenes in de Baronie van Liesveld.

Jan Adamsz Oom, zoon van Adam Adriaensz Oom en Maritgen Maertensdr Verhuysen was, ten tijde van Willem Frederik van Nassau-Dietz, schout van Gelkenes met Groot-Ammers en Ammers-Graveland, Achterland en Peulwijk in de Baronie van Liesveld.
Jan Adams Oom was getrouwd met Phillippina de Cuijper. Dochter van Cornelis Pietersz de Cuijper, rentmeester van de Baronie van Liesveld.

 

  facebook      

© 17 september 2017