Gorinchem

Gorinchem, uitgesproken en soms ook geschreven als Gorcum of Gorkum, is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Op een oppervlakte van 22,01 km² (waarvan 3,23 km² water) wonen 36.003 mensen (30 april 2017, bron: CBS). Dalem behoort ook tot de gemeente Gorinchem. In het centrum van Gorinchem ligt de goed bewaarde vestingstad.

Gorinchem ligt aan de rivieren de Linge en de Boven Merwede, met aan de overkant Sleeuwijk en Woudrichem. De gemeente heeft een station aan de westelijke Betuwelijn (Dordrecht-Geldermalsen). Ten noorden van Gorinchem loopt rijkswegA15, die gebundeld is met de Betuweroute. Ten westen van de stad loopt rijksweg A27met als ‘flessenhals’ de Merwedebrug.

De stad zelf ligt gedeeltelijk in de Alblasserwaard en gedeeltelijk in de Tielerwaard. De grens ligt ongeveer op de Lingsesdijk. Het oosten van de stad ligt in de Tielerwaard en was vroeger provincie Gelderland. Tegenwoordig is dit ingedeeld bij Zuid-Holland. Het dorp Dalem ligt ook in de Tielerwaard.

In 1273 kocht Jan II van Arkel de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim.

Aan het eind van de 13e eeuw werden rond de nederzetting wallen opgeworpen die versterkt waren met palissaden, dit in een poging zich te beschermen tegen de overheersing van de buurstaten Holland en Gelre. Ook werden de eerste openbaren gebouwen gesticht, zoals de Heilige-Geestkapel, het Gasthuis en de Kanselarijkapel.

Halverwege de 14e eeuw werden de wallen verder versterkt met stenen muren waar 7 poorten in zaten en 23 torens waardoor een echte stadswal ontstond. Otto van Arkel verleende Gorinchem op 11 november 1382 stadsrechten. Bij een grote stadsbrand gingen in 1388 vijftienhonderd huizen, bijna de hele stad, in vlammen op (stadsbrand van Gorinchem).

Gevelsteen aan de Revetsteeg in Gorinchem

Tussen 1401 en 1412 vonden De Arkelse Oorlogen plaats.
Het conflict tussen de Heren van Arkel en de graven van Holland begon toen Jan V van Arkel niet meer deel wilde nemen aan de acties tegen de Friezen en opstandelingen in het noorden van Holland. Jan was echter een leenman van Holland, maar had de afgelopen jaren veel expansie en rijkdom vergaard waardoor hij machtig was geworden. Mogelijk dacht hij dat hij de middelen had om van het Land van Arkel een eigen graafschap te maken. Daarbij kwamen nog de Hoekse en Kabeljauwse twisten, waarin Jan de zijde koos van de Kabeljauwen, terwijl graaf Willem VI van Holland de kant van de Hoeken koos. Een tweestrijd was geboren.
Nadat Willem van Holland de stad Gorinchem in handen had gekregen, liet hij de burcht van de Heren van Arkel afbreken, en werd er een nieuw kasteel gebouwd in het zuiden bij de rivier de Merwede.
In 1417 wist Willem van Arkel (zoon van Jan V van Arkel) met een Brabants leger de stad Gorinchem te belegeren en zelfs binnen te dringen, maar in de straten binnen de stadsmuren werd hij omgebracht door een pijlschot in de borst.

 

Gorinchem werd in 1417 definitief door de graven van Holland ingelijfd.

Door de aansluiting bij Holland bloeide de handel op en Gorinchem groeide uit tot de achtste stad van Holland.

Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd Gorinchem uit Spaanse handen bevrijd op 26 juni 1572 toen het werd ingenomen door de Watergeuzen en Willem van Oranje. In diezelfde periode ging de hervorming Gorinchem niet zonder slag of stoot voorbij. In 1566 werd de eerste protestantse kerkdienst gehouden. Zes jaar later, op 9 juli 1572, namen de calvinistische Watergeuzen 19 rooms-katholiekepriesters en broeders gevangen en voerden hen weg naar Den Briel (Brielle) waar zij in een turfschuur buiten de stadskern werden opgehangen. Deze geestelijken werden bekend als de martelaren van Gorcum. In het Gorcums Museum hangt een schilderij ter nagedachtenis aan deze gebeurtenis.

Aan het eind van de 16e eeuw waren de stadsmuren zo verzwakt dat zij werden vervangen door een nieuwe vestingwal met elf bastions. De nieuwe wal werd in 1609afgerond en lag een stuk verder uit het centrum waardoor de stad tweemaal zo groot werd. Deze wal is nog bijna volledig intact. De vestingwal had vier stadspoorten: ten noorden de Arkelpoort, ten oosten de Dalempoort, ten zuiden de Waterpoort (waar men met de pont naar Woudrichem kan) en ten westen de Kanselpoort. Van de vier stadspoorten is alleen de Dalempoort nog over. De andere drie zijn in de 19e eeuw afgebroken om het toegenomen verkeer doorgang te verlenen. Een gedeelte van de Waterpoort bleef bewaard en is opgebouwd in de tuin van het Rijksmuseum Amsterdam. In 1673 werd Gorinchem opgenomen in de (oude) Hollandse Waterlinie.

Na een bloeiperiode in de Gouden Eeuw kwam in de 18e eeuw de teruggang. Aan het eind van de Franse overheersing werd de stad ook nog zwaar beschadigd door beschietingen toen de terugtrekkende Franse troepen zich in de vesting verschansten en de stad zich pas overgaf na drie maanden belegering. Dat was het zogenaamde Beleg van Gorinchem in het jaar 1813-1814. De Franse generaal Rampon, commandant van Gorcum, had daarvoor, ter verbetering van het schootsveld, alle houtgewas en bouwwerken zoals schuurtjes, molens en theekoepels laten verbranden of slopen tot een afstand van 450 meter van de vesting. Vervolgens werd het land onder water gezet en gaten in de toegangswegen gemaakt. Over de bastions werden honderden vuurmonden verdeeld. In de eerste weken van december werd de stad geleidelijk aan alle kanten omsingeld door de Russen en de Pruisen onder generaal Zielinsky. Maandenlang doorstond de ingesloten stad een reeks zware bombardementen. Op 4 februari 1814 werd de gehavende vesting overgegeven aan de belegeraars.

Vanaf 1815 ging de vesting Gorinchem deel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Anders dan de oude waterlinie was dit geen linie van het gewest Holland, maar een belangrijke verdedigingslinie van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Het tracé van de nieuwe linie had zich bij Gorinchem al eerder ontwikkeld. De vestingwerken van de stad zijn tot in de 20e eeuw in gebruik gebleven of aan de eisen van de tijd aangepast.

In de 19e eeuw krabbelde Gorinchem weer uit het dal door de opkomst van de industrie. De ontwikkeling van de stoommachine gaf de scheepvaart en het treinverkeer een impuls. De bereikbaarheid van de stad werd verbeterd door de aanleg van kanalen en een spoorweg. De rol van de vestingwerken was begin 20e eeuw uitgespeeld.

Het wapen van Gorinchem is het wapen van de Zuid-Hollandse gemeente Gorinchem. Het is op 24 juli 1816 door de Hoge Raad van Adel gedeeltelijk bevestigd en op 24 maart 1982 aan de gemeente toegekend.

Het stadsbestuur verzocht in het begin van de 19e eeuw officiële erkenning en zond een tekening van het wapen mét de wapenspreuk naar de Hoge Raad van Adel. De beschrijving op het wapendiploma was echter niet volledig: er stond niets vermeld over de richting van de vanen op het poortgebouw, de kleur van de nagels van de schildhouders, het valhek in de poort noch de wapenspreuk. Dit is de reden dat de Hoge Raad op 24 juli 1816 een gedeeltelijke bevestiging gaf waardoor Gorinchem het lange tijd met een uitgekleed wapen moest doen. Het gemeentebestuur heeft dit later rechtgezet en kreeg bij Koninklijk Besluit van 24 maart 1982 alsnog erkenning van het te voeren wapen.
Het wapen heeft de volgende blazoenering:
“In goud een gekanteelde poort van keel, gedekt met 3 daken van azuur, waarop 4 naar links waaiende vanen van keel, in de poort een opgetrokken valhek van sabel en in de schildpunt een schildje van zilver, beladen met 2 beurtelings gekanteelde dwarsbalken van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2×3 parels en gehouden door 2 gouden leeuwen, getongd en genageld van keel. Wapenspreuk: Fortes Creantur Fortibus in Latijnse letters van keel op een lint van goud.”De heraldische kleuren keel, azuur en sabel staan voor de kleuren rood, blauw en zwart. De in de heraldiek aangegeven richting is gezien vanuit de persoon achter het schild; voor de beschouwer juist andersom, hierdoor wijzen de vanen op de daken van het poortgebouw in werkelijkheid naar rechts.De wapenspreuk van Gorinchem, Fortes creantur fortibus (“Sterken brengen sterken voort”), verschijnt voor het eerst in 1749 in een door de stad gedrukt boek. De woorden zijn waarschijnlijk ontleend aan Horatius’ Carmina “Fortes creantur fortibus ac bonis” dat vrij vertaald betekent: sterken kunnen slechts worden voortgebracht door sterken en goeden.

Wapen van de Heren van Arkel

De stad was tot 1412 de hoofdstad van het geslacht Van Arkel, die veel bezittingen hadden in de wijde omgeving. Het Arkel wapen is dan ook terug te vinden in een groot aantal gemeentewapens.

De oudste zegels van de stad uit de 14e eeuw vertonen een burcht vergezeld van een of meerdere schildjes met het wapen van Arkel. In het ene geval staat er een schild in de poortopening, in het andere staan er twee schildjes naast de burcht.

 

Bron: Wikipedia – Gorichem
Zie ook: Tijdlijn van Gorinchem

Voorouders van mij uit Gorinchem:

 

  • Jan II van Arkel (geboren ca. 1255 – overleden Sint Pancras, 27 maart 1297) was heer van Arkel vanaf 1269 tot zijn dood. Hij was een zoon van Jan I van Arkel en Bertha van Ochten. In 1273 kocht hij de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim.
  • Jan III van Arkel  (geboren ca. 1275 –  overleden 24 december 1324) was heer van Arkel vanaf 1297 tot zijn dood.
    Hij was een zoon van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg.
  • Jan IV van Arkel
    Overleden 5 mei 1360. Zoon van Jan III van Arkel en Mabelia van Voorne.
    Heer van Arkel vanaf 1326 tot zijn dood. Jan IV werd kort na de dood van zijn vader vertrouweling en adviseur aan het hof van Holland voor Willem IV.
  • Otto van Arkel
    Geboren ca.1330 – overleden 26 maart of 1 april 1396. Hij was heer van Arkel van 6 mei 1360 tot zijn dood.
    Hij was een zoon van Jan IV van Arkel en Irmengarde van Kleef. Otto was oorspronkelijk tweede in lijn van opvolging, totdat zijn oudere broer Jan omkwam bij een paardentoernooi in Dordrecht 1352.
  • Jan V van Arkel
    Geboren Gorinchem, 1362 – overleden Leerdam, 25 juli/augustus 1428. Hij was heer van Arkel, ambachtsheer van Haastrecht, Hagestein en stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland. Hij was een zoon van Otto van Arkel en Elisabeth de Bar-Pierrepont.
  • Maria van Arkel
    Geboren rond 1385 te Gorinchem, overleden IJsselstein, 18 juli 1415.  Zij was een dochter van Jan V van Arkel en Johanna van Gulik.
    Zij huwde met Jan II “met de Bellen” van Egmond (1385-1451), zoon van Arend van Egmont en Jolanda van Leiningen.
  • Witten Hendrik Yens
    Geboren circa 1260, overleden 1331. Zoon van Hendrik Yens.
    Hij was schepen van Gorinchem.
  • Jan die Blonde, schepen van Gorinchem. Geboren rond 1330.
  • Gerrit De Hoghe
    Geboren rond 1375. Zoon van Goedeken de Bastaard van Arkel.
    Woonde in Gorinchem, behoort tot de vrienden van Jan van Arkel in diens strijd tegen de Graaf van Holland in 1406.
    Hoogdijkheemraad van de Alblasserwaard 1422, schepen en heemraad 1433 en 1435.
  • Floris Holle
    Geboren rond 1375. Hij behoorde tot de vrienden van Jan V van Arkel in diens strijd tegen de Graaf van Holland in 1406. Schepen van Gorinchem.
  • Gerrit Gerritsz De Hoghe
    Geboren rond 1405 te Gorinchem. Zoon van Gerrit De Hoghe.
    Leenman van Arkel (1441, 1458), woonde te Gorinchem. Schepen (1441,1443, 1446) van Gorinchem.
  • Gouwe Gherijtsdr De Hoghe
    Geboren rond 1440, overleden voor 1495. Dochter van Gerrit Gerritsz de Hoghe.
    Zij was gehuwd met:
  • Floris Gerritsz Holl  Geboren rond 1433 te Gorinchem, overleden voor 1495. Schepen van Gorinchem. Kleinzoon van Floris Holle, die tot de vrienden behoorde van Jan V van Arkel in diens strijd tegen de Graaf van Holland in 1406.
  • Lijsken Florisdr Holl
    Geboren rond 1468 te Gorinchem, overleden voor 1530 te Gorinchem. Dochter van Floris Gerritsz Holl en Gouwe Gerrits de Hoghe. Zij is rond 1488 getrouwd met:
  • Jan Pieters van Muijlwijck
    Geboren januari 1465 in Gorinchem, overleden voor 13 maart 1536. Zoon van  Pieter Matthijsz van Muijlwijck  en Adriana Hermans. Schepen van Gorinchem 1528 – 1532. Schout van Hoog Blokland in 1512.

Terug naar:

Dorpen en Steden

 

  facebook        

© 4 februari 2018