Nazaten graven van Henegouwen

Vervolg uit het Huis van de Graven van Vlaanderen

 

Boudewijn VI van Vlaanderen

Boudewijn VI van Vlaanderen

8a.  Boudewijn VI van Vlaanderen (Zie ook: Nazaten Graven Vlaanderen nr. 8.a), ook wel Boudewijn van Hasnon (geboren ca. 1030 – overleden abdij van Hasnon, 17 juli 1070) was vanaf 1067 als (Boudewijn VI van Vlaanderen) graaf van Vlaanderen. Vanaf 1051 was hij als Boudewijn I van Henegouwen reeds graaf van Henegouwen.
Boudewijn was de zoon van Boudewijn V van Vlaanderen en Adela van Mesen. Een deel van zijn jeugd leefde hij als gijzelaar aan het hof van keizer Hendrik III. In 1045 benoemde deze keizer hem tot markgraaf van Antwerpen, maar omdat zijn vader de opstandige hertog Godfried II van Lotharingen bleef steunen verloor hij deze titel in 1050.
In 1051 trad hij onder druk van zijn vader (en in strijd met het canoniek recht) in het huwelijk met zijn achternicht (5e graad), Richilde van Henegouwen, weduwe van de recentelijk overleden graaf Herman van Bergen. Dit huwelijk maakte hem tot graaf “Boudewijn I van Henegouwen”. Zijn twee stiefkinderen werden in de geestelijke stand ondergebracht opdat zij geen bedreiging zouden vormen voor zijn nakomelingen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat stiefzoon Rogier (1066 bisschop van Châlons-en-Champagne) een lichamelijk gebrek had. Boudewijn en Richilde werden in 1052 in de ban geslagen door de prins-bisschop van Kamerijk, maar dit werd door paus Leo IX ongedaan gemaakt.
In 1054 viel keizer Hendrik III Rijks-Vlaanderen aan. Tijdens deze oorlog belegerde Boudewijn hertog Frederik van Neder-Lotharingen in Antwerpen. Toen keizer Hendrik III in 1056 overleed beëindigde regentes Agnes van Poitou de vijandelijkheden en kon Boudewijn zijn lenen in het Heilig Roomse Rijk behouden. In 1064 herbouwde Boudewijn de abdij van Hasnon.
Toen Boudewijn na de dood van zijn vader, Boudewijn V deze in 1067 in Vlaanderen kon opvolgen, werd het graafschap Henegouwen in een personele unie met Vlaanderen verenigd. In 1068 stichtte Boudewijn Geraardsbergen. Al snel na zijn aantreden kreeg hij ernstige gezondheidsklachten. In 1070 regelde hij zijn opvolging op een hofdag in Oudenaarde.
Hij overleed en werd begraven in de abdij van Hasnon. Boudewijn is de geschiedenis ingegaan als een uitstekend bestuurder. In zowel Henegouwen als Vlaanderen werd hij opgevolgd door zijn vijftienjarige zoon Arnulf, totdat deze verslagen werd in de Slag bij Kassel (1071) en Boudewijns broer, Robrecht I de Fries de macht in Vlaanderen overnam.

Boudewijn en Richilde kregen de volgende kinderen:

  • Arnulf III de Ongelukkige (? – 22 februari 1071) (Volgt Graven van VLaanderen nr. 9a)
  • Boudewijn II van Henegouwen (1056 – Bithynie, 1098), graaf van Henegouwen van 1071 tot 1098 (Volgt 9)
  • mogelijk Gilbert van Gent, gehuwd met Alice de Montfort.

 

Henegouwen wapen9. Boudewijn II (ca. 1056 – overleden in Anatolië, na 8 juni 1098), was graaf van Henegouwen van 1071 tot aan zijn dood.
Door het huwelijk van zijn ouders Boudewijn VI van Vlaanderen en Richilde van Henegouwen waren Vlaanderen en Henegouwen verenigd. Na de dood van zijn vader greep diens broer Robrecht I de Fries de macht in Vlaanderen.
Arnulf, de eerstgeborene van Boudewijn VI, probeerde Vlaanderen terug te winnen maar werd verslagen en gedood in de Slag bij Kassel. Boudewijn, toen nog minderjarig, werd zo de opvolger en zijn moeder trad op als zijn regent. Zij accepteerde bisschop Theoduinus van Luik als haar leenheer die haar hielp om Henegouwen te behouden. Hiermee had Henegouwen de Rijksvrijheid verloren. Boudewijn en Richilde ondernamen militaire en diplomatieke pogingen om Vlaanderen terug te winnen maar hadden geen succes. In 1076 trad Richilde terug en regeerde Boudewijn zelfstandig.
In 1085 deed Boudewijn nog eens een serieuze poging om Vlaanderen te veroveren. Hij bracht met hulp van zijn oom Willem de Veroveraar een leger bijeen maar werd verslagen in een veldslag bij Broqueroie. Boudewijn moest zich toen bij de bestaande situatie neerleggen.
Boudewijn besloot deel te nemen aan de Eerste Kruistocht en verkocht, om de onderneming te financieren, het kasteel van Couin voor 50 zilvermarken en 1 pond goud aan de bisschop van Luik. Zijn neef Robrecht II van Jeruzalem, graaf van Vlaanderen, nam ook deel aan deze kruistocht. Na de verovering van Antiochië werd Boudewijn ermee belast om dit nieuws aan keizer Alexios I Komnenos te brengen. Onderweg naar Constantinopel werd hij echter overvallen en vermoord.
Boudewijn huwde in 1084 met Ida van Leuven (ca 1065 – 1139), dochter van Hendrik II en Adela van de Betuwe, hun kinderen waren:

  • Ida, gehuwd met Thomas I van Coucy, door hem verstoten, ze kregen één dochter
  • dochter, getrouwd met Diederik van Avesnes
  • Boudewijn (III) (Volgt 10)
  • Arnold, gehuwd met Beatrix van Ath. Ouders van Eustatius, gehuwd met Maria erfdochter van Roeulx, overleden in Palestina
  • Lodewijk
  • Simon
  • Hendrik
  • Willem
  • Richilde, gehuwd met (1115-1118) met Amalrik III van Montfort, graaf van Évreux, gescheiden wegens bloedverwantschap.
  •  Aleida, gehuwd met Nicolaas II van Rumigny als zijn tweede echtgenote, ze kregen 8 kinderen.

Na het bericht van de dood van haar man trok Ida van Leuven persoonlijk naar Anatolië om zijn lichaam te zoeken en meer over de omstandigheden van zijn dood te weten te komen. Zij had geen succes.

 

10. Boudewijn III (ca. 1087 – 1120), was graaf van Henegouwen van 1098 tot aan zijn dood.
Als zoon van Boudewijn II van Henegouwen en van Ida van Leuven, volgde hij in 1098 zijn vader op, aanvankelijk onder het regentschap van zijn moeder (tot ± 1103). Net als zijn vader poogde hij het graafschap Vlaanderen te heroveren. Daartoe trachtte hij onder meer, zij het vergeefs, het conflict om Kamerijk en het Kamerijkse tussen de Vlaamse graaf Robrecht II en keizer Hendrik IV uit te buiten. Boudewijn bezette Kamerijk zelf maar moest het in 1110 weer opgeven.

Hij trouwde rond 1107 met Yolanda van Gelre (ca. 1090 – 1131), dochter van Gerard I van Gelre. Toen Boudewijn VII van Vlaanderen in 1119 kinderloos overleed, probeerde Boudewijn III andermaal zijn rechten op de Vlaamse troon te laten gelden, maar kon niet beletten dat deze toekwam aan Karel de Goede, een kleinzoon van Robrecht I. Boudewijn stierf door een jachtongeval en is begraven in Bergen (Henegouwen).
Kinderen

  • Boudewijn (Volgt 11)
  • Gerard (ovl. 1166), gehuwd met Hedwig, erfdochter van Herman van Kalvelage voor het graafschap Dale
  • Yolande, gehuwd met Gerard van Créquy en Fressin
  • Gertrude, gehuwd met Rogier van Tosny, zoon van Rudolf van Tosny en Adelisa (dochter van Waltheof II van Northumbria
  •  Richilde, gehuwd met Everhard II van Mortagne, burggraaf van Doornik (Volgt Heren van Mortagne nr. 3).


11. 
Boudewijn IV (ca. 1110 – Bergen, 2 november 1171), bijgenaamd de Bouwer, was graaf van Henegouwen van 1120 tot aan zijn dood. Als minderjarige zoon van Boudewijn III regeerde hij aanvankelijk (tot 1127) onder het regentschap van zijn moeder, Yolanda van Gelre.
In 1127 trouwde Boudewijn met Aleidis van Namen (ca. 1110 – juli 1169, begraven te Bergen), dochter van graaf Godfried van Namen en van Ermesinde van Luxemburg. Daarbij werd overeengekomen dat indien het huis van Namen geen erfgenamen zou hebben, Boudewijn en Aleidis de Naamse goederen zouden erven.
Nog in 1127 werd de Vlaamse graaf Karel de Goede vermoord. Boudewijn greep dit voorval aan om de aanspraken van zijn familie op Vlaanderen weer te doen gelden (achterkleinzoon van Boudewijn VI van Vlaanderen]). Hij bezette Oudenaarde en Ninove. De koning van Frankrijk wees echter Willem Clito aan als graaf van Vlaanderen. Boudewijn kon niet anders doen dan de bezette gebieden verwoesten en zich weer terug te trekken. Uiteindelijk wist Diederik van de Elzas, in naam van zijn moeder, graaf van Vlaanderen te worden. Boudewijn probeerde weer om Vlaanderen aan te vallen maar werd in 1128 verslagen door Diederik.
Diederik van de Elzas nam deel aan de Tweede Kruistocht en Boudewijn probeerde hiervan gebruik te maken door opnieuw Vlaanderen aan te vallen. Diederiks vrouw Sybille van Anjou wist echter stand te houden. Er volgde een paar jaar van verwoestingen en plundertochten. Na thuiskomst van Diederik werd in 1151 een vrede gesloten tussen Vlaanderen en Henegouwen en werd afgesproken dat die vrede door een huwelijk zou worden bezegeld.
Boudewijn richtte zich nu op andere mogelijkheden om zijn bezit uit te breiden. In 1158 kocht hij Ath, in 1159 verwierf hij Chimay (stad) en in 1160 verwierf hij de burggraafschappen Valencijn en Oosterbant. Zijn zwager Hendrik I van Namen, die ook hertog van Luxemburg was, was kinderloos en benoemde Boudewijn in 1163 tot zijn erfgenaam als dat zo zou blijven – maar Hendrik zou in 1186, op 72-jarige leeftijd, nog een dochter krijgen.
In 1169 vond dan het huwelijk plaats tussen Boudewijns zoon Boudewijn V en Margaretha van de Elzas, dochter van Diederik van Elzas die uiteindelijk erfgename van Vlaanderen zou worden. Toen Boudewijn IV de bruiloftsgasten in Le Quesnoy het paleis toonde dat hij daar liet bouwen, bezweek de steiger waar het gezelschap op stond. De gasten waren allemaal lichtgewond maar Boudewijn zelf zou beide benen en zijn rug hebben gebroken. Hij overleefde het ongeluk nog meer dan een jaar voordat hij in Bergen overleed. Boudewijn is begraven in het Mariaklooster van Binche.
Zijn bijnaam kreeg Boudewijn IV vanwege de versterkingen die hij langs de grens van Henegouwen met Brabant en Vlaanderen liet aanbrengen, de ommuring van steden als Bergen en Le Qeusnoy en de bouw van kerken zoals de Waltrudiskerk in Bergen.

Boudewijn en Aleidis kregen de volgende kinderen:

  • Yolande (1131-1202), gehuwd met Ivo van Soissons, heer van Néelle en van Falvy, (- 1157) en met graaf Hugo IV van Saint-Pol. Ze kreeg twee dochters bij haar tweede man.
  • Boudewijn (1134-1147), jong gestorven
  • Antonia (1134 – 1168) (Volgt 12a )
  • Agnes, bijg. de Manke (1142-1168) (Volgt 12b)
  • Lauretta (ovl. 9 aug 1181), gehuwd met Diederik van Gent (-1165), laatste heer van Aalst en Waas, en (1173) met Burchard IV van Montmorency. Moeder van vijf kinderen uit haar tweede huwelijk, waaronder Mathieu II van Montmorency, “de Grote”, constabel van Frankrijk
  • Godfried (1147-1163) , graaf van Oosterbant, gehuwd met Eleonora van Vermandois. Zijn vader gaf hem een aandeel in het bestuur maar Godfried overleed kort na zijn meerderjarigheid, terwijl hij voorbereidingen trof om naar het Heilige Land te gaan
  • Boudewijn V (1150-1195). (Volgt 12c)
  • Hendrik (-1230), heer van Sebourg, van Angre en van Fay, gehuwd met Johanna van Cisoing en met Mahaut van Lalaing. Vader van twee zoons: Boudewijn (jong overleden) en Filips die hem opvolgde. Zijn twee dochters werden allebei non te Gellingen.
  • Eustaas, 1198 proost van de Waltrudiskerk in Bergen
  • Berta, gehuwd met ene Egidius, moeder van Gerard en enkele dochters

Boudewijn had drie buitenechtelijke zoons:

  • Gerard (ovl. 1179), begraven in de Waltrudiskerk van Bergen
  • Willem (ovl. na 1219), heer van Thy-le-Château, regent van Henegouwen (1201-1205), kanselier van Vlaanderen, voogd van Saint-Saulve. Getrouwd met Hedwig van Saint-Saulve, ze kregen zeven kinderen.
  • Gerard (ovl. na 1205), proost van Sint-Pieter (Lille), proost van Sint-Omaars, proost van Sint-Donaas (Brugge), kanselier van Vlaanderen (1196-1205).

 

12a. Antonia van Henegouwen
Geboren in 1134 , overleden in 1168. Dochter van Boudewijn IV van Henegouwen en Aleidis van Namen.
Zij was gehuwd met Allard van Egmont. Geboren 1130, overleden te  Schoorl in1168.  Hij was ridder en elfde heer van Egmont. Zoon van Berwout II van Egmont en Rosemunde van Vlaanderen (Zie Graven van Vlaanderen nr. 8c).
Zijn vader Berwout II was begonnen met de bouw van een kasteel, Slot op den Hoef, ook Kasteel Egmond genoemd. Na zijn vaders dood bouwde Allard verder aan het slot.
Zij kregen minstens twee zonen:

  • Wouter van Egmont 1145 – 1208  (Volgt Heren van Egmont nr. 10)
  • Allard van Egmont  1150 – 12..  Hij werd heer van Buren (Volgt Heren van Buren nr. 10)

 

12b. Agnes van Henegouwen
Bijgenaamd de Manke. Geboren in 1142, overleden in 1168. Dochter van Boudewijn IV van Henegouwen en Aleidis van Namen.
Zij was gehuwd met Rudolf I van Coucy. Geboren in 1134 te Coucy, overleden op 15 oktober 1191 voor Akko.
Gewoonlijk Raoul de Marle genaamd naar de plaats waar hij meestal vertoefde. Zoon van Engelram II van Coucy en Agnes van Beaugency.
KInderen:

 

12c. Boudewijn V, (geboren  ca. 1150 – Bergen (België), 17 december 1195), bijgenaamd de Moedige, was als Boudewijn V graaf van Henegouwen (1171–1195), als Boudewijn I markgraaf van Namen (1188–1195) en als Boudewijn VIII graaf van Vlaanderen (1191–1194). Hij was de zoon van Boudewijn IV van Henegouwen en Aleidis van Namen, dochter van Godfried van Namen en verwierf in zijn tijd aanzienlijke invloed in het politieke leven van West-Europa. Boudewijn was in april 1169 getrouwd met Margaretha van de Elzas, zuster van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Hiermee werd de vrede definitief die een einde had gemaakt aan een vete tussen de graven van Vlaanderen en Henegouwen die een eeuw had geduurd. In 1171 volgde Boudewijn zijn vader op als graaf van Henegouwen. In 1180 arrangeerde de kinderloze Filips een huwelijk tussen Boudewijns dochter Isabella en Filips II van Frankrijk. Isabella kreeg van haar oom het graafschap Artois mee als bruidsschat.
Boudewijn had bereikt dat zijn rijke en machtige oom Hendrik de Blinde, graaf van Namen en Luxemburg, die kinderloos was, hem tot erfgenaam had benoemd. Maar Hendrik hertrouwde op hoge leeftijd met een jonge vrouw en kreeg bij haar alsnog een dochter, die hij in plaats van Boudewijn aanwees als erfgename. Boudewijn beschouwde dit als een inbreuk op de gemaakte afspraken en begon een oorlog met zijn oom. Hendrik kreeg steun van de hertog Godfried III van Leuven, Hendrik III van Limburg, Floris III van Holland en een aantal kleinere heren, maar toch wist Boudewijn hem te verslaan. Keizer Frederik I van Hohenstaufen trad op als arbiter en bepaalde dat Boudewijn Namen zou erven en de status van rijksvorst zou krijgen, dat de dochter van Hendrik Longwy, La Roche-en-Ardenne en Durbuy zou erven en dat Luxemburg terug zou vallen aan de Duitse kroon.
Door zijn huwelijk met Margaretha, erfgename van de kinderloze graaf van Vlaanderen, Filips van de Elzas, had Boudewijn ook een aanspraak op Vlaanderen. Koning Filips II van Frankrijk was echter van plan om het graafschap aan de kroon te laten terugvallen. Toen Filips van de Elzas in 1191 in het Heilige Land overleed, had het nieuws lange tijd nodig om Europa te bereiken. Boudewijns kanselier, Giselbert van Bergen, was in Italië toen hij het nieuws hoorde. Het lukte hem om Boudewijn te informeren voordat het nieuws koning Filips bereikte. Boudewijn had nu gelegenheid om Vlaanderen binnen te trekken en zijn vrouw als gravin te laten erkennen, voordat Filips II in actie kon komen. Uiteindelijk accepteerde Filips II de situatie in ruil voor 5000 zilveren marken, Atrecht, Lens, Sint-Omaars en Boulogne. Uit dit gebied zou veertig jaar later het Graafschap Artesië ontstaan. Bij de dood van zijn vrouw Margaretha (15 november 1194) deed hij afstand van het graafschap Vlaanderen ten voordele van zijn oudste zoon Boudewijn.
De kinderen van Boudewijn en Margaretha waren:

  • Isabella, koningin van Frankrijk, gravin van Valencijn (Volgt 13a)
  • Boudewijn (IX), graaf van Vlaanderen en Henegouwen, keizer van het Latijnse Keizerrijk (Volgt 13b)
  • Yolande, gehuwd met Peter II van Courtenay, keizer van het Latijnse Keizerrijk na Hendrik
  • Filips, markgraaf van Namen
  • Hendrik, keizer van het Latijnse Keizerrijk, als opvolger van Boudewijn
  • Sibylle (1179-9 januari 1217), gehuwd met Guichard IV, heer van Beaujeu (-1216)
  • Eustatius (ovl. na 1217), legeraanvoerder van Hendrik in het Latijnse Keizerrijk, gehuwd met Angelina, dochter van Michaël I Komnenos Doukas, heer van Epirus.

Boudewijn had een buitenechtelijke zoon:

  • Godfried, provoost in Brugge, Mechelen en Dowaai, aartsdeken in Kamerijk.

 

13a. Isabella van Henegouwen
Geboren te Rijsel op 23 april 1170, overleden te  Parijs op 15 maart 1190.
Zij was, als (eerste) echtgenote van Filips II van Frankrijk, koningin van Frankrijk.
Zij was een dochter van de Henegouwse graaf Boudewijn de Moedige en de Vlaamse gravin Margaretha van de Elzas. In 1180 werd zij – op de prille leeftijd van 10 jaar – door haar machtige oom Filips van de Elzasuitgehuwelijkt aan de toen 15-jarige Franse koning, voor wie deze alliantie met het graafschap Vlaanderengoed gelegen kwam. Op deze manier kon hij zich onttrekken aan de verstikkende betutteling door zijn moeder Adelheid en haar intriges ten voordele van haar broer, Hendrik, graaf van Champagne. Dit huwelijk bood het bijkomende voordeel dat de bruid Karolingisch bloed had, omdat de graven van Henegouwen afstamden van Karel van Neder-Lotharingen, en bovendien kreeg Isabella als bruidsschat het gebied van Artesië, met onder meer de rijke streden Atrecht, Bapaume, Sint-Omaars en Ariën.
Op 5 september 1187 schonk zij het leven aan de zoon die Filips zozeer had gewild: de toekomstige Lodewijk VIII.
Isabella van Henegouwen stierf in het kraambed op 20-jarige leeftijd, op 15 maart 1190 te Parijs. De tweeling die zij ter wereld bracht overleefde haar niet. Ze werd op grootse wijze begraven in de Notre-Dame van Parijs. Haar echtgenoot was niet aanwezig op de uitvaartplechtigheid: hij was op veldtocht in Normandië.
Zoon:

 

Boudewijn I van Constantinopel13b. Boudewijn (Valencijn, juli 1171 – Bulgarije, 1205) was als Boudewijn IX graaf van Vlaanderen van 1194 tot 1205, als Boudewijn VI graaf van Henegouwen van 1195 tot 1205, en als Boudewijn I in de jaren 1204 en 1205 de eerste keizer van het Latijns Keizerrijk van Constantinopel.
Hij was de oudste zoon van graaf Boudewijn V van Henegouwen en van Margaretha van de Elzas, zus en erfgename van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Hij trouwde in 1186 met Maria, dochter van Hendrik I van Champagne. Bij de dood van zijn moeder (15 november 1194) werd hij graaf van Vlaanderen en na het overlijden van zijn vader (17 december 1195) erfde hij ook het graafschap Henegouwen. Aldus waren beide graafschappen weer voor het eerst verenigd sinds Robrecht I de Fries zijn voorganger Arnulf III van Vlaanderen had verslagen.
Als jonge man sloot Boudewijn zich aan bij koning Filips II van Frankrijk en vocht met hem tegen Richard I van Engeland in de veldslagen van Issoudun en Aumale. Toen hij zelf aan de macht was gekomen veranderde hij zijn beleid echter en sloot in 1197 een verbond met Richard in diens hoofdzetel kasteel Gaillard. Vervolgens veroverde Boudewijn het grootste deel van de Artesië. In 1191 had graaf Boudewijn de Moedige de rechten op Atrecht, Lens, Sint-Omaars en Boulogne (het latere graafschap Artesië) afgestaan aan Filips II August van Frankrijk om diens toestemming te verkrijgen als graaf te worden erkend. Boudewijn steunde (1198) de verkiezing van Otto IV van Brunswijk tot Duitse koning en verwierf (1199) het graafschap Namen. Bij de Vrede van Péronne (1199) werd Filips verplicht een deel van de Artois terug te geven.
Op 23 februari 1200 legden Boudewijn en zijn echtgenote Maria van Champagne in de Sint-Donaaskathedraal te Brugge de kruisvaartgelofte af. Op 14 april 1202 verliet Boudewijn zijn graafschap om zich aan te sluiten bij de vierde Kruistocht. Maria was zwanger en bleef daarom achter als regentes.
In november 1199 nam Boudewijn deel aan een toernooi in het kasteel van Ecry, georganiseerd door Theobald III van Champagne. Gegrepen door een vlaag van vroomheid, besloten de aanwezige ridders hun spelen te beëindigen en het Heilige Land te heroveren. De kruisridders vonden de Venetiaanse vloot bereid om hen over te zetten en proviand te verschaffen in ruil voor de helft van de buit die ze zouden maken.
De vierde kruistocht was in de greep van de economische belangen van de Republiek Venetië. Daarom nam Boudewijn eerst deel aan de verovering van Zadar, een opkomende concurrent van Venetië. Vervolgens trokken de kruisvaarders naar Constantinopel om in 1203 de pro-Venetiaanse Alexios IV Angelos te helpen om keizer te worden. Alexios werd in 1204 door een binnenlandse staatsgreep verdreven en dat was voor de kruisvaarders aanleiding om de stad te bestormen en te plunderen. Zij boden de keizerskroon aan de Doge van Venetië, Enrico Dandolo, maar die weigerde. Daarop kozen ze een keizer uit hun midden. Een commissie bestaande uit zes kruisvaarders en zes Venetianen verkoos Boudewijn op 9 mei 1204 unaniem tot keizer, boven Bonifatius I van Monferrato. Deze laatste stond voor de Venetianen te dicht bij hun aartsrivaal Genua. Op 16 mei werd Boudewijn gekroond in de Hagia Sophia. Hij kreeg de stad Constantinopel en de gebieden ter weerszijden van de Bosporus en de Dardanellen toegewezen als persoonlijk bezit, naast enkele eilanden. Het grootste gebied, soms nog onveroverd, viel toe aan de Venetianen.
Als keizer probeerde Boudewijn samen met de paus om het Oosters Schisma te beëindigen. Politiek werd hij geconfronteerd met Bonifatius van Monferrato, die een zelfstandig koninkrijk vestigde rond Thessaloniki. Een onderlinge oorlog tussen de kruisvaarders kon met veel moeite worden voorkomen. In 1205 kwam de Griekse bevolking van Thracië in opstand en veroverde met Bulgaarse steun Adrianopel. Boudewijn belegerde de stad maar werd in april verslagen. Hij werd gevangengenomen en was sindsdien spoorloos. In 1206 ontving de paus een brief uit Bulgarije waarin werd medegedeeld dat Boudewijn was overleden. Zijn broer Hendrik volgde hem op als keizer.
Volgens de lokale folklore in Veliko Tarnovo, hoofdstad van het Tweede Bulgaarse Koninkrijk, werd Boudewijn gevangengezet in een toren in de muur van de vesting Tsarevets. Dit torentje is nog altijd (in herstelde staat) te zien en wordt lokaal Boudewijns Toren genoemd. Alberik van Troisfontaines verhaalt voorts dat Boudewijn de avances van een Bulgaarse koningin afsloeg, die hem prompt van poging tot verkrachting beschuldigde en hem liet executeren. De Bulgaarse vorst Joannitsa zou opdracht hebben gegeven Boudewijns lichaam in stukken te hakken en aan de honden te voederen. De honden zouden echter geweigerd hebben zijn lichaam te eten. Twintig jaar later verscheen er in Vlaanderen een kluizenaar ten tonele die beweerde de verloren gewaande Boudewijn te zijn. Deze Valse Boudewijn (waarschijnlijk ene Bertrand van Rais) slaagde erin enige volgelingen om zich heen te verzamelen, maar werd uiteindelijk ontmaskerd en in 1225 als bedrieger terechtgesteld.

Boudewijn trouwde op 13 januari 1186 te Château-Thierry met Maria van Champagne.
Zij kregen twee dochters:

  • Johanna van Constantinopel, (geboren ca. 1194 – overleden Marquette, 5 december1244), gravin van Vlaanderen en Henegouwen van 1205 tot 1244
  • Margaretha II van Vlaanderen. (Volgt 14)

 

margaretha van constantinopel

Margaretha van Constantinopel

14. Margaretha II van Vlaanderen,  ook wel Margaretha van Constantinopel (ca. 2 juni 1202 – Gent, 10 februari 1280), was gravin van Vlaanderen van 1244 tot 1278 en als Margaretha I gravin van Henegouwen van 1244 tot 1280. Zij was de tweede dochter van graaf Boudewijn IX van de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen (VI), en Maria van Champagne. Haar vader werd in mei 1204 ook keizer van Constantinopel. Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips II  haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Gedurende haar tijd in Parijs werd ze samen met haar zuster bekendgemaakt met de Cisterien orde, mogelijk mede door de invloed van Blanca van Castilië, de toekomstige Koningin-partner van Frankrijk.

Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in hetzelfde jaar op tienjarige leeftijd trouwde. Na een klacht van gravin Johanna veroordeelde paus Innocentius III het huwelijk (Vierde Lateraans Concilie, 1215), en dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtelieden scheidden voorlopig nog niet. Margaretha en Burchard kregen de volgende kinderen:

  • Boudewijn (ovl. 1219)
  • Jan van Avesnes, gehuwd met Aleid van Holland (Volgt 15)
  • Boudewijn (1219-1295), gehuwd met Felicitas van Coucy, dochter van Thomas van Coucy-Vervins.

Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre en Mathilde I van Bourbon, bij wie zij volgende kinderen had:

  • Willem III van Dampierre
  • Gwijde III van Dampierre (Volgt Heren van Dampierre nr. 7)
  • Jan I van Dampierre
  • Johanna (ovl. ca. 1245), gehuwd met Hugo III van Rethel (twee dochters) en daarna met Theobald II van Bar (geen kinderen), begraven in de de abdij van Val-d’Ornain
  • Maria (ovl. 21 december 1302), abdis van de abdij van Flines.

Het verhaal gaat dat Burchard in dienst trad van de paus. Toen Margaretha in 1244 gravin van Vlaanderen werd, zou hij zijn teruggekeerd naar Vlaanderen. Margaretha was inmiddels hertrouwd en liet Burchard in Rupelmonde onthoofden.

Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, benoemde zij haar zoon Willem tot enige erfgenaam (1246). Daarop begon een strijd tussen de kinderen uit Margaretha’s beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres: de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan II van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw. Margaretha zelf stond heel de tijd aan de zijde van de “Vlaamse” Dampierres. De “Henegouwse” Avesnes verbonden zich door het huwelijk van Jan van Avesnes met Aleid van Holland met de Hollandse graven, die ongedaan wilden maken dat zij voor Zeeland leenhulde verschuldigd waren aan Vlaanderen. Zij betwistten ook het bezit door de Dampierres van Rijks-Vlaanderen.

 

15. Jan van Avesnes,  (Houffalize, april 1218 – Valencijn, 24 december 1257) was (erf)graaf van Henegouwen.
Jan was de oudste zoon van Burchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen. Dit huwelijk werd echter onder politieke druk onwettig verklaard en ontbonden. Zijn moeder hertrouwde met Willem II van Dampierre en erfde in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Zij benoemde de kinderen uit haar tweede huwelijk tot haar erfgenamen.

Jan en zijn broer Boudewijn begonnen een politieke campagne om hun aanspraken te doen gelden. In 1243 verkregen zij een beslissing van keizer Frederik II van Hohenstaufen dat zij wettige kinderen van hun ouders waren. Jan kwam in 1244 in opstand tegen zijn moeder en koning Lodewijk IX van Frankrijk wierp zich in 1246 op als arbiter. Ook hij erkende de wettigheid van Jan en Boudewijn, en hij besliste dat Margaretha’s oudste zoon uit haar eerste huwelijk Henegouwen zou erven, en de oudste zoon uit het tweede huwelijk Vlaanderen zou erven. Lodewijk bereikte daarmee op zijn beurt dat het grote Vlaams-Henegouwse machtsblok aan zijn noordgrens werd versplinterd. Margaretha reageerde door het bestuur van Vlaanderen over te dragen aan haar zoon Willem II van Vlaanderen, maar ze hield wel het bestuur over Henegouwen.

Jan begreep dat het conflict met zijn moeder nog niet voorbij was en vond nog in 1246 een krachtige bondgenoot in graaf Willem II van Holland en trouwde op 9 oktober 1246 met diens zuster Aleid van Holland (Zie ook: Graven van Holland nr.12). Toen Willem in 1248 tot Duits tegenkoning was gekozen, bevestigde hij Jan als heer van Henegouwen en Rijks-Vlaanderen. In datzelfde jaar 1248 vertrok Lodewijk IX om deel te nemen aan de kruistocht en Jan besloot om zijn moeder aan te vallen. In 1250 werd zijn wettige status bovendien erkend door de paus. In 1251 lukte het Jan om zijn halfbroer Willem II van Vlaanderen te laten vermoorden tijdens een toernooi. Hij werd opgevolgd door zijn broer Gwijde van Dampierre. Nadat een aanval van Vlaanderen op Holland was mislukt (Slag bij Westkapelle, 4 juli 1253) was de Vlaamse macht gebroken. Margaretha besefte dat ze Henegouwen moest opgeven en in een laatste poging om Jan dwars te zitten schonk ze het graafschap aan Karel van Anjou, broer van de Franse koning. Karel probeerde Henegouwen te bezetten maar werd bij Valenciennes verslagen en kon ternauwernood ontsnappen. In 1254 keerde Lodewijk IX terug naar Frankrijk. Hij bevestigde zijn eerdere arbitrage en beval zijn broer om Henegouwen met rust te laten.
Zonder verder tastbaar resultaat overleed Jan in 1257, nog voor zijn moeder. Hij is begraven in Valenciennes.

Jan en Aleid kregen de volgende kinderen:

  • Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299) (Volgt Graven van Holland nr. 13)
  • Boudewijn (leefde nog in 1299)
  • Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdeken van Leuven, bisschop van Metz (1283). Vader van Elisabeth, gehuwd met Steven van der Weyden
  • Gwijde van Avesnes, bisschop van Utrecht
  • Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk
  • Floris, stadhouder van Zeeland en prins van het vorstendom Achaea (1255-1297)
  • Johanna (ovl. 1304), abdis van de Flines.

Jan kreeg nog een achtste kind Margaretha van Avesnes, gehuwd met Boudewijn van Péronne. Het is niet duidelijk of dit een kind is van Aleid of een buitenechtelijk kind.

 

Bron: Wikipedia – Graven van Henegouwen

 

Graven en Gravinnen

  facebook        

© 27 februari 2015, bijgewerkt op 9 september 2018