Nazaten graven van Henegouwen

Vervolg uit het Huis van de Graven van Vlaanderen

 

Boudewijn VI van Vlaanderen

Boudewijn VI van Vlaanderen

8a.  Boudewijn VI van Vlaanderen (Zie ook: Nazaten Graven Vlaanderen nr. 8.a), ook wel Boudewijn van Hasnon (geboren ca. 1030 – overleden abdij van Hasnon, 17 juli 1070) was vanaf 1067 als (Boudewijn VI van Vlaanderen) graaf van Vlaanderen. Vanaf 1051 was hij als Boudewijn I van Henegouwen reeds graaf van Henegouwen.
Boudewijn was de zoon van Boudewijn V van Vlaanderen en Adela van Mesen. Een deel van zijn jeugd leefde hij als gijzelaar aan het hof van keizer Hendrik III. In 1045 benoemde deze keizer hem tot markgraaf van Antwerpen, maar omdat zijn vader de opstandige hertog Godfried II van Lotharingen bleef steunen verloor hij deze titel in 1050.
In 1051 trad hij onder druk van zijn vader (en in strijd met het canoniek recht) in het huwelijk met zijn achternicht (5e graad), Richilde van Henegouwen, weduwe van de recentelijk overleden graaf Herman van Bergen. Dit huwelijk maakte hem tot graaf “Boudewijn I van Henegouwen”. Zijn twee stiefkinderen werden in de geestelijke stand ondergebracht opdat zij geen bedreiging zouden vormen voor zijn nakomelingen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat stiefzoon Rogier (1066 bisschop van Châlons-en-Champagne) een lichamelijk gebrek had. Boudewijn en Richilde werden in 1052 in de ban geslagen door de prins-bisschop van Kamerijk, maar dit werd door paus Leo IX ongedaan gemaakt.
In 1054 viel keizer Hendrik III Rijks-Vlaanderen aan. Tijdens deze oorlog belegerde Boudewijn hertog Frederik van Neder-Lotharingen in Antwerpen. Toen keizer Hendrik III in 1056 overleed beëindigde regentes Agnes van Poitou de vijandelijkheden en kon Boudewijn zijn lenen in het Heilig Roomse Rijk behouden. In 1064 herbouwde Boudewijn de abdij van Hasnon.
Toen Boudewijn na de dood van zijn vader, Boudewijn V deze in 1067 in Vlaanderen kon opvolgen, werd het graafschap Henegouwen in een personele unie met Vlaanderen verenigd. In 1068 stichtte Boudewijn Geraardsbergen. Al snel na zijn aantreden kreeg hij ernstige gezondheidsklachten. In 1070 regelde hij zijn opvolging op een hofdag in Oudenaarde.
Hij overleed en werd begraven in de abdij van Hasnon. Boudewijn is de geschiedenis ingegaan als een uitstekend bestuurder. In zowel Henegouwen als Vlaanderen werd hij opgevolgd door zijn vijftienjarige zoon Arnulf, totdat deze verslagen werd in de Slag bij Kassel (1071) en Boudewijns broer, Robrecht I de Fries de macht in Vlaanderen overnam.

Boudewijn en Richilde kregen de volgende kinderen:
– Arnulf III de Ongelukkige (? – 22 februari 1071) (VOLGT Graven van VLaanderen nr. 9a)
– Boudewijn II van Henegouwen (1056Bithynie, 1098), graaf van Henegouwen van 1071 tot 1098 (Volgt 9)
– mogelijk Gilbert van Gent, gehuwd met Alice de Montfort.

Henegouwen wapen9. Boudewijn II (ca. 1056 – overleden in Anatolië, na 8 juni 1098), was graaf van Henegouwen van 1071 tot aan zijn dood.
Door het huwelijk van zijn ouders Boudewijn VI van Vlaanderen en Richilde van Henegouwen waren Vlaanderen en Henegouwen verenigd. Na de dood van zijn vader greep diens broer Robrecht I de Fries de macht in Vlaanderen.
Arnulf, de eerstgeborene van Boudewijn VI, probeerde Vlaanderen terug te winnen maar werd verslagen en gedood in de Slag bij Kassel. Boudewijn, toen nog minderjarig, werd zo de opvolger en zijn moeder trad op als zijn regent. Zij accepteerde bisschop Theoduinus van Luik als haar leenheer die haar hielp om Henegouwen te behouden. Hiermee had Henegouwen de Rijksvrijheid verloren. Boudewijn en Richilde ondernamen militaire en diplomatieke pogingen om Vlaanderen terug te winnen maar hadden geen succes. In 1076 trad Richilde terug en regeerde Boudewijn zelfstandig.
In 1085 deed Boudewijn nog eens een serieuze poging om Vlaanderen te veroveren. Hij bracht met hulp van zijn oom Willem de Veroveraar een leger bijeen maar werd verslagen in een veldslag bij Broqueroie. Boudewijn moest zich toen bij de bestaande situatie neerleggen.
Boudewijn besloot deel te nemen aan de Eerste Kruistocht en verkocht, om de onderneming te financieren, het kasteel van Couin voor 50 zilvermarken en 1 pond goud aan de bisschop van Luik. Zijn neef Robrecht II van Jeruzalem, graaf van Vlaanderen, nam ook deel aan deze kruistocht. Na de verovering van Antiochië werd Boudewijn ermee belast om dit nieuws aan keizer Alexios I Komnenos te brengen. Onderweg naar Constantinopel werd hij echter overvallen en vermoord.
Boudewijn huwde in 1084 met Ida van Leuven (ca 1065 – 1139), dochter van Hendrik II en Adela van de Betuwe, hun kinderen waren:
– Ida, gehuwd met Thomas I van Coucy, door hem verstoten, ze kregen twee dochters
– dochter, getrouwd met Diederik van Avesnes
– Boudewijn (III) (VOLGT 10.)
– Arnold, gehuwd met Beatrix van Ath. Ouders van Eustatius, gehuwd met Maria erfdochter van Roeulx, overleden in Palestina.
– Lodewijk
– Simon
– Hendrik
– Willem
– Richilde, gehuwd met (1115-1118) met Amalrik III van Montfort, graaf van Évreux, gescheiden wegens bloedverwantschap.
– Aleida, gehuwd met Nicolaas II van Rumigny als zijn tweede echtgenote, ze kregen 8 kinderen.

Na het bericht van de dood van haar man trok Ida van Leuven persoonlijk naar Anatolië om zijn lichaam te zoeken en meer over de omstandigheden van zijn dood te weten te komen. Zij had geen succes.

10. Boudewijn III (ca. 1087 – 1120), was graaf van Henegouwen van 1098 tot aan zijn dood.
Als zoon van Boudewijn II van Henegouwen en van Ida van Leuven, volgde hij in 1098 zijn vader op, aanvankelijk onder het regentschap van zijn moeder (tot ± 1103). Net als zijn vader poogde hij het graafschap Vlaanderen te heroveren. Daartoe trachtte hij onder meer, zij het vergeefs, het conflict om Kamerijk en het Kamerijkse tussen de Vlaamse graaf Robrecht II en keizer Hendrik IV uit te buiten. Boudewijn bezette Kamerijk zelf maar moest het in 1110 weer opgeven.

Hij trouwde rond 1107 met Yolanda van Gelre (ca. 1090 – 1131), dochter van Gerard I van Gelre. Toen Boudewijn VII van Vlaanderen in 1119 kinderloos overleed, probeerde Boudewijn III andermaal zijn rechten op de Vlaamse troon te laten gelden, maar kon niet beletten dat deze toekwam aan Karel de Goede, een kleinzoon van Robrecht I. Boudewijn stierf door een jachtongeval en is begraven in Bergen (België).
– Boudewijn (VOLGT 11)
– Gerard (ovl. 1166), gehuwd met Hedwig, erfdochter van Herman van Kalvelage voor het graafschap Dale.
– Yolande, gehuwd met Gerard van Créquy en Fressin.
– Gertrude, gehuwd met Rogier van Tosny, zoon van Rudolf van Tosny en Adelisa (dochter van Waltheof II van Northumbria).
– Richilde, gehuwd met Everhard II van Mortagne, burggraaf van Doornik (Volgt Heren van Mortagne nr. 3).


11. 
Boudewijn IV (ca. 1110 – Bergen, 2 november 1171), bijgenaamd de Bouwer, was graaf van Henegouwen van 1120 tot aan zijn dood. Als minderjarige zoon van Boudewijn III regeerde hij aanvankelijk (tot 1127) onder het regentschap van zijn moeder, Yolanda van Gelre.
In 1127 trouwde Boudewijn met Aleidis van Namen (ca. 1110 – juli 1169, begraven te Bergen), dochter van graaf Godfried van Namen en van Ermesinde van Luxemburg. Daarbij werd overeengekomen dat indien het huis van Namen geen erfgenamen zou hebben, Boudewijn en Aleidis de Naamse goederen zouden erven.
Nog in 1127 werd de Vlaamse graaf Karel de Goede vermoord. Boudewijn greep dit voorval aan om de aanspraken van zijn familie op Vlaanderen weer te doen gelden (achterkleinzoon van Boudewijn VI van Vlaanderen]). Hij bezette Oudenaarde en Ninove. De koning van Frankrijk wees echter Willem Clito aan als graaf van Vlaanderen. Boudewijn kon niet anders doen dan de bezette gebieden verwoesten en zich weer terug te trekken. Uiteindelijk wist Diederik van de Elzas, in naam van zijn moeder, graaf van Vlaanderen te worden. Boudewijn probeerde weer om Vlaanderen aan te vallen maar werd in 1128 verslagen door Diederik.
Diederik van de Elzas nam deel aan de Tweede Kruistocht en Boudewijn probeerde hiervan gebruik te maken door opnieuw Vlaanderen aan te vallen. Diederiks vrouw Sybille van Anjou wist echter stand te houden. Er volgde een paar jaar van verwoestingen en plundertochten. Na thuiskomst van Diederik werd in 1151 een vrede gesloten tussen Vlaanderen en Henegouwen en werd afgesproken dat die vrede door een huwelijk zou worden bezegeld.
Boudewijn richtte zich nu op andere mogelijkheden om zijn bezit uit te breiden. In 1158 kocht hij Ath, in 1159 verwierf hij Chimay (stad) en in 1160 verwierf hij de burggraafschappen Valencijn en Oosterbant. Zijn zwager Hendrik I van Namen, die ook hertog van Luxemburg was, was kinderloos en benoemde Boudewijn in 1163 tot zijn erfgenaam als dat zo zou blijven – maar Hendrik zou in 1186, op 72-jarige leeftijd, nog een dochter krijgen.
In 1169 vond dan het huwelijk plaats tussen Boudewijns zoon Boudewijn V en Margaretha van de Elzas, dochter van Diederik van Elzas die uiteindelijk erfgename van Vlaanderen zou worden. Toen Boudewijn IV de bruiloftsgasten in Le Quesnoy het paleis toonde dat hij daar liet bouwen, bezweek de steiger waar het gezelschap op stond. De gasten waren allemaal lichtgewond maar Boudewijn zelf zou beide benen en zijn rug hebben gebroken. Hij overleefde het ongeluk nog meer dan een jaar voordat hij in Bergen overleed. Boudewijn is begraven in het Mariaklooster van Binche.
Zijn bijnaam kreeg Boudewijn IV vanwege de versterkingen die hij langs de grens van Henegouwen met Brabant en Vlaanderen liet aanbrengen, de ommuring van steden als Bergen en Le Qeusnoy en de bouw van kerken zoals de Waltrudiskerk in Bergen.

Boudewijn en Aleidis kregen de volgende kinderen:
– Yolande (1131-1202), gehuwd met Ivo van Soissons, heer van Néelle en van Falvy, (- 1157) en met graaf Hugo IV van Saint-Pol. Ze kreeg twee dochters bij haar tweede man.
– Boudewijn (1134-1147), jong gestorven.
– Antonia (1134 – 1168), gehuwd met Allard van Egmont. (VOLGT heren van Egmont)
– Agnes, bijg. de Manke (1142-1168), gehuwd met Rudolf I van Coucy. Ze kreeg drie dochters.
– Lauretta (ovl. 9 aug 1181), gehuwd met Diederik van Gent (-1165), laatste heer van Aalst en Waas, en (1173) met Burchard IV van Montmorency. Moeder van vijf kinderen uit haar tweede huwelijk, waaronder Mathieu II van Montmorency, “de Grote”, constabel van Frankrijk.
– Godfried (1147-1163) , graaf van Oosterbant, gehuwd met Eleonora van Vermandois. Zijn vader gaf hem een aandeel in het bestuur maar Godfried overleed kort na zijn meerderjarigheid, terwijl hij voorbereidingen trof om naar het Heilige Land te gaan.
– Boudewijn V (1150-1195). (VOLGT 12)
– Hendrik (-1230), heer van Sebourg, van Angre en van Fay, gehuwd met Johanna van Cisoing en met Mahaut van Lalaing. Vader van twee zoons: Boudewijn (jong overleden) en Filips die hem opvolgde. Zijn twee dochters werden allebei non te Gellingen.
– Eustaas, 1198 proost van de Waltrudiskerk in Bergen.
– Berta, gehuwd met ene Egidius, moeder van Gerard en enkele dochters.

Boudewijn had drie buitenechtelijke zoons:
– Gerard (ovl. 1179), begraven in de Waltrudiskerk van Bergen.
– Willem (ovl. na 1219), heer van Thy-le-Château, regent van Henegouwen (1201-1205), kanselier van Vlaanderen, voogd van Saint-Saulve. Getrouwd met Hedwig van Saint-Saulve, ze kregen zeven kinderen.
– Gerard (ovl. na 1205), proost van Sint-Pieter (Lille), proost van Sint-Omaars, proost van Sint-Donaas (Brugge), kanselier van Vlaanderen (1196-1205).

12. Boudewijn V, (geboren  ca. 1150 – Bergen (België), 17 december 1195), bijgenaamd de Moedige, was als Boudewijn V graaf van Henegouwen (1171–1195), als Boudewijn I markgraaf van Namen (1188–1195) en als Boudewijn VIII graaf van Vlaanderen (1191–1194). Hij was de zoon van Boudewijn IV van Henegouwen en Aleidis van Namen, dochter van Godfried van Namen en verwierf in zijn tijd aanzienlijke invloed in het politieke leven van West-Europa. Boudewijn was in april 1169 getrouwd met Margaretha van de Elzas, zuster van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Hiermee werd de vrede definitief die een einde had gemaakt aan een vete tussen de graven van Vlaanderen en Henegouwen die een eeuw had geduurd. In 1171 volgde Boudewijn zijn vader op als graaf van Henegouwen. In 1180 arrangeerde de kinderloze Filips een huwelijk tussen Boudewijns dochter Isabella en Filips II van Frankrijk. Isabella kreeg van haar oom het graafschap Artois mee als bruidsschat.
Boudewijn had bereikt dat zijn rijke en machtige oom Hendrik de Blinde, graaf van Namen en Luxemburg, die kinderloos was, hem tot erfgenaam had benoemd. Maar Hendrik hertrouwde op hoge leeftijd met een jonge vrouw en kreeg bij haar alsnog een dochter, die hij in plaats van Boudewijn aanwees als erfgename. Boudewijn beschouwde dit als een inbreuk op de gemaakte afspraken en begon een oorlog met zijn oom. Hendrik kreeg steun van de hertog Godfried III van Leuven, Hendrik III van Limburg, Floris III van Holland en een aantal kleinere heren, maar toch wist Boudewijn hem te verslaan. Keizer Frederik I van Hohenstaufen trad op als arbiter en bepaalde dat Boudewijn Namen zou erven en de status van rijksvorst zou krijgen, dat de dochter van Hendrik Longwy, La Roche-en-Ardenne en Durbuy zou erven en dat Luxemburg terug zou vallen aan de Duitse kroon.
Door zijn huwelijk met Margaretha, erfgename van de kinderloze graaf van Vlaanderen, Filips van de Elzas, had Boudewijn ook een aanspraak op Vlaanderen. Koning Filips II van Frankrijk was echter van plan om het graafschap aan de kroon te laten terugvallen. Toen Filips van de Elzas in 1191 in het Heilige Land overleed, had het nieuws lange tijd nodig om Europa te bereiken. Boudewijns kanselier, Giselbert van Bergen, was in Italië toen hij het nieuws hoorde. Het lukte hem om Boudewijn te informeren voordat het nieuws koning Filips bereikte. Boudewijn had nu gelegenheid om Vlaanderen binnen te trekken en zijn vrouw als gravin te laten erkennen, voordat Filips II in actie kon komen. Uiteindelijk accepteerde Filips II de situatie in ruil voor 5000 zilveren marken, Atrecht, Lens, Sint-Omaars en Boulogne. Uit dit gebied zou veertig jaar later het Graafschap Artesië ontstaan. Bij de dood van zijn vrouw Margaretha (15 november 1194) deed hij afstand van het graafschap Vlaanderen ten voordele van zijn oudste zoon Boudewijn.
De kinderen van Boudewijn en Margaretha waren:
– Isabella, koningin van Frankrijk, gravin van Valencijn (Volgt 13a).
– Boudewijn (IX), graaf van Vlaanderen en Henegouwen, keizer van het Latijnse Keizerrijk. (Volgt 13b)
– Yolande, gehuwd met Peter II van Courtenay, keizer van het Latijnse Keizerrijk na Hendrik.
– Filips, markgraaf van Namen.
– Hendrik, keizer van het Latijnse Keizerrijk, als opvolger van Boudewijn.
– Sibylle (1179-9 januari 1217), gehuwd met Guichard IV, heer van Beaujeu (-1216).
– Eustatius (ovl. na 1217), legeraanvoerder van Hendrik in het Latijnse Keizerrijk, gehuwd met Angelina, dochter van Michaël I Komnenos Doukas, heer van Epirus.
Boudewijn had een buitenechtelijke zoon: Godfried, provoost in Brugge, Mechelen en Dowaai, aartsdeken in Kamerijk.

13a. Isabella van Henegouwen
Geboren te Rijsel op 23 april 1170, overleden te  Parijs op 15 maart 1190.
Zij was, als (eerste) echtgenote van Filips II van Frankrijk, koningin van Frankrijk.
Zij was een dochter van de Henegouwse graaf Boudewijn de Moedige en de Vlaamse gravin Margaretha van de Elzas. In 1180 werd zij – op de prille leeftijd van 10 jaar – door haar machtige oom Filips van de Elzasuitgehuwelijkt aan de toen 15-jarige Franse koning, voor wie deze alliantie met het graafschap Vlaanderengoed gelegen kwam. Op deze manier kon hij zich onttrekken aan de verstikkende betutteling door zijn moeder Adelheid en haar intriges ten voordele van haar broer, Hendrik, graaf van Champagne. Dit huwelijk bood het bijkomende voordeel dat de bruid Karolingisch bloed had, omdat de graven van Henegouwen afstamden van Karel van Neder-Lotharingen, en bovendien kreeg Isabella als bruidsschat het gebied van Artesië, met onder meer de rijke streden Atrecht, Bapaume, Sint-Omaars en Ariën.
Op 5 september 1187 schonk zij het leven aan de zoon die Filips zozeer had gewild: de toekomstige Lodewijk VIII.
Isabella van Henegouwen stierf in het kraambed op 20-jarige leeftijd, op 15 maart 1190 te Parijs. De tweeling die zij ter wereld bracht overleefde haar niet. Ze werd op grootse wijze begraven in de Notre-Dame van Parijs. Haar echtgenoot was niet aanwezig op de uitvaartplechtigheid: hij was op veldtocht in Normandië.
Zoon:

 

Boudewijn I van Constantinopel13b. Boudewijn (Valencijn, juli 1171 – Bulgarije, 1205) was als Boudewijn IX graaf van Vlaanderen van 1194 tot 1205, als Boudewijn VI graaf van Henegouwen van 1195 tot 1205, en als Boudewijn I in de jaren 1204 en 1205 de eerste keizer van het Latijns Keizerrijk van Constantinopel.
Hij was de oudste zoon van graaf Boudewijn V van Henegouwen en van Margaretha van de Elzas, zus en erfgename van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Hij trouwde in 1186 met Maria, dochter van Hendrik I van Champagne. Bij de dood van zijn moeder (15 november 1194) werd hij graaf van Vlaanderen en na het overlijden van zijn vader (17 december 1195) erfde hij ook het graafschap Henegouwen. Aldus waren beide graafschappen weer voor het eerst verenigd sinds Robrecht I de Fries zijn voorganger Arnulf III van Vlaanderen had verslagen.
Als jonge man sloot Boudewijn zich aan bij koning Filips II van Frankrijk en vocht met hem tegen Richard I van Engeland in de veldslagen van Issoudun en Aumale. Toen hij zelf aan de macht was gekomen veranderde hij zijn beleid echter en sloot in 1197 een verbond met Richard in diens hoofdzetel kasteel Gaillard. Vervolgens veroverde Boudewijn het grootste deel van de Artesië. In 1191 had graaf Boudewijn de Moedige de rechten op Atrecht, Lens, Sint-Omaars en Boulogne (het latere graafschap Artesië) afgestaan aan Filips II August van Frankrijk om diens toestemming te verkrijgen als graaf te worden erkend. Boudewijn steunde (1198) de verkiezing van Otto IV van Brunswijk tot Duitse koning en verwierf (1199) het graafschap Namen. Bij de Vrede van Péronne (1199) werd Filips verplicht een deel van de Artois terug te geven.
Op 23 februari 1200 legden Boudewijn en zijn echtgenote Maria van Champagne in de Sint-Donaaskathedraal te Brugge de kruisvaartgelofte af. Op 14 april 1202 verliet Boudewijn zijn graafschap om zich aan te sluiten bij de vierde Kruistocht. Maria was zwanger en bleef daarom achter als regentes.
In november 1199 nam Boudewijn deel aan een toernooi in het kasteel van Ecry, georganiseerd door Theobald III van Champagne. Gegrepen door een vlaag van vroomheid, besloten de aanwezige ridders hun spelen te beëindigen en het Heilige Land te heroveren. De kruisridders vonden de Venetiaanse vloot bereid om hen over te zetten en proviand te verschaffen in ruil voor de helft van de buit die ze zouden maken.
De vierde kruistocht was in de greep van de economische belangen van de Republiek Venetië. Daarom nam Boudewijn eerst deel aan de verovering van Zadar, een opkomende concurrent van Venetië. Vervolgens trokken de kruisvaarders naar Constantinopel om in 1203 de pro-Venetiaanse Alexios IV Angelos te helpen om keizer te worden. Alexios werd in 1204 door een binnenlandse staatsgreep verdreven en dat was voor de kruisvaarders aanleiding om de stad te bestormen en te plunderen. Zij boden de keizerskroon aan de Doge van Venetië, Enrico Dandolo, maar die weigerde. Daarop kozen ze een keizer uit hun midden. Een commissie bestaande uit zes kruisvaarders en zes Venetianen verkoos Boudewijn op 9 mei 1204 unaniem tot keizer, boven Bonifatius I van Monferrato. Deze laatste stond voor de Venetianen te dicht bij hun aartsrivaal Genua. Op 16 mei werd Boudewijn gekroond in de Hagia Sophia. Hij kreeg de stad Constantinopel en de gebieden ter weerszijden van de Bosporus en de Dardanellen toegewezen als persoonlijk bezit, naast enkele eilanden. Het grootste gebied, soms nog onveroverd, viel toe aan de Venetianen.
Als keizer probeerde Boudewijn samen met de paus om het Oosters Schisma te beëindigen. Politiek werd hij geconfronteerd met Bonifatius van Monferrato, die een zelfstandig koninkrijk vestigde rond Thessaloniki. Een onderlinge oorlog tussen de kruisvaarders kon met veel moeite worden voorkomen. In 1205 kwam de Griekse bevolking van Thracië in opstand en veroverde met Bulgaarse steun Adrianopel. Boudewijn belegerde de stad maar werd in april verslagen. Hij werd gevangengenomen en was sindsdien spoorloos. In 1206 ontving de paus een brief uit Bulgarije waarin werd medegedeeld dat Boudewijn was overleden. Zijn broer Hendrik volgde hem op als keizer.
Volgens de lokale folklore in Veliko Tarnovo, hoofdstad van het Tweede Bulgaarse Koninkrijk, werd Boudewijn gevangengezet in een toren in de muur van de vesting Tsarevets. Dit torentje is nog altijd (in herstelde staat) te zien en wordt lokaal Boudewijns Toren genoemd. Alberik van Troisfontaines verhaalt voorts dat Boudewijn de avances van een Bulgaarse koningin afsloeg, die hem prompt van poging tot verkrachting beschuldigde en hem liet executeren. De Bulgaarse vorst Joannitsa zou opdracht hebben gegeven Boudewijns lichaam in stukken te hakken en aan de honden te voederen. De honden zouden echter geweigerd hebben zijn lichaam te eten. Twintig jaar later verscheen er in Vlaanderen een kluizenaar ten tonele die beweerde de verloren gewaande Boudewijn te zijn. Deze Valse Boudewijn (waarschijnlijk ene Bertrand van Rais) slaagde erin enige volgelingen om zich heen te verzamelen, maar werd uiteindelijk ontmaskerd en in 1225 als bedrieger terechtgesteld.

Boudewijn trouwde op 13 januari 1186 te Château-Thierry met Maria van Champagne. Zij kregen twee dochters:
– Johanna van Constantinopel, (geboren ca. 1194 – overleden Marquette, 5 december1244), gravin van Vlaanderen en Henegouwen van 1205 tot 1244.
– Margaretha II van Vlaanderen. (VOLGT 14.)

margaretha van constantinopel

Margaretha van Constantinopel

14. Margaretha II van Vlaanderen,  ook wel Margaretha van Constantinopel (ca. 2 juni 1202 – Gent, 10 februari 1280), was gravin van Vlaanderen van 1244 tot 1278 en als Margaretha I gravin van Henegouwen van 1244 tot 1280. Zij was de tweede dochter van graaf Boudewijn IX van de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen (VI), en Maria van Champagne. Haar vader werd in mei 1204 ook keizer van Constantinopel. Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips II  haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Gedurende haar tijd in Parijs werd ze samen met haar zuster bekendgemaakt met de Cisterien orde, mogelijk mede door de invloed van Blanca van Castilië, de toekomstige Koningin-partner van Frankrijk.

Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in hetzelfde jaar op tienjarige leeftijd trouwde. Na een klacht van gravin Johanna veroordeelde paus Innocentius III het huwelijk (Vierde Lateraans Concilie, 1215), en dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtelieden scheidden voorlopig nog niet. Margaretha en Burchard kregen de volgende kinderen:
– Boudewijn (ovl. 1219)
– Jan van Avesnes, gehuwd met Aleid van Holland (VOLGT 15).
– Boudewijn (1219-1295), gehuwd met Felicitas van Coucy, dochter van Thomas van Coucy-Vervins.

Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre en Mathilde I van Bourbon, bij wie zij volgende kinderen had:
– Willem III van Dampierre
– Gwijde III van Dampierre (Volgt Heren van Dampierre nr. 7)
– Jan I van Dampierre
– Johanna (ovl. ca. 1245), gehuwd met Hugo III van Rethel (twee dochters) en daarna met Theobald II van Bar (geen kinderen), begraven in de de abdij van Val-d’Ornain.
– Maria (ovl. 21 december 1302), abdis van de abdij van Flines.

Het verhaal gaat dat Burchard in dienst trad van de paus. Toen Margaretha in 1244 gravin van Vlaanderen werd, zou hij zijn teruggekeerd naar Vlaanderen. Margaretha was inmiddels hertrouwd en liet Burchard in Rupelmonde onthoofden.

Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, benoemde zij haar zoon Willem tot enige erfgenaam (1246). Daarop begon een strijd tussen de kinderen uit Margaretha’s beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres: de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan II van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw. Margaretha zelf stond heel de tijd aan de zijde van de “Vlaamse” Dampierres. De “Henegouwse” Avesnes verbonden zich door het huwelijk van Jan van Avesnes met Aleid van Holland met de Hollandse graven, die ongedaan wilden maken dat zij voor Zeeland leenhulde verschuldigd waren aan Vlaanderen. Zij betwistten ook het bezit door de Dampierres van Rijks-Vlaanderen.

15. Jan van Avesnes,  (Houffalize, april 1218 – Valencijn, 24 december 1257) was (erf)graaf van Henegouwen.
Jan was de oudste zoon van Burchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen. Dit huwelijk werd echter onder politieke druk onwettig verklaard en ontbonden. Zijn moeder hertrouwde met Willem II van Dampierre en erfde in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Zij benoemde de kinderen uit haar tweede huwelijk tot haar erfgenamen.

Jan en zijn broer Boudewijn begonnen een politieke campagne om hun aanspraken te doen gelden. In 1243 verkregen zij een beslissing van keizer Frederik II van Hohenstaufen dat zij wettige kinderen van hun ouders waren. Jan kwam in 1244 in opstand tegen zijn moeder en koning Lodewijk IX van Frankrijk wierp zich in 1246 op als arbiter. Ook hij erkende de wettigheid van Jan en Boudewijn, en hij besliste dat Margaretha’s oudste zoon uit haar eerste huwelijk Henegouwen zou erven, en de oudste zoon uit het tweede huwelijk Vlaanderen zou erven. Lodewijk bereikte daarmee op zijn beurt dat het grote Vlaams-Henegouwse machtsblok aan zijn noordgrens werd versplinterd. Margaretha reageerde door het bestuur van Vlaanderen over te dragen aan haar zoon Willem II van Vlaanderen, maar ze hield wel het bestuur over Henegouwen.

Jan begreep dat het conflict met zijn moeder nog niet voorbij was en vond nog in 1246 een krachtige bondgenoot in graaf Willem II van Holland en trouwde op 9 oktober 1246 met diens zuster Aleid van Holland (Zie ook: Graven van Holland nr.12). Toen Willem in 1248 tot Duits tegenkoning was gekozen, bevestigde hij Jan als heer van Henegouwen en Rijks-Vlaanderen. In datzelfde jaar 1248 vertrok Lodewijk IX om deel te nemen aan de kruistocht en Jan besloot om zijn moeder aan te vallen. In 1250 werd zijn wettige status bovendien erkend door de paus. In 1251 lukte het Jan om zijn halfbroer Willem II van Vlaanderen te laten vermoorden tijdens een toernooi. Hij werd opgevolgd door zijn broer Gwijde van Dampierre. Nadat een aanval van Vlaanderen op Holland was mislukt (Slag bij Westkapelle, 4 juli 1253) was de Vlaamse macht gebroken. Margaretha besefte dat ze Henegouwen moest opgeven en in een laatste poging om Jan dwars te zitten schonk ze het graafschap aan Karel van Anjou, broer van de Franse koning. Karel probeerde Henegouwen te bezetten maar werd bij Valenciennes verslagen en kon ternauwernood ontsnappen. In 1254 keerde Lodewijk IX terug naar Frankrijk. Hij bevestigde zijn eerdere arbitrage en beval zijn broer om Henegouwen met rust te laten.
Zonder verder tastbaar resultaat overleed Jan in 1257, nog voor zijn moeder. Hij is begraven in Valenciennes.

Jan en Aleid kregen de volgende kinderen:
– Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299). (VOLGT Graven van Holland nr. 13)
– Boudewijn (leefde nog in 1299).
– Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdeken van Leuven, bisschop van Metz (1283). Vader van Elisabeth, gehuwd met Steven van der Weyden.
– Gwijde, bisschop van Utrecht.
– Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
– Floris, stadhouder van Zeeland en prins van het vorstendom Achaea (1255-1297).
– Johanna (ovl. 1304), abdis van de Flines.

Jan kreeg nog een achtste kind Margaretha van Avesnes, gehuwd met Boudewijn van Péronne. Het is niet duidelijk of dit een kind is van Aleid of een buitenechtelijk kind.

Jan II van Avesnes

Jan II van Avesnes

16. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk, Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg. Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland.
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

  • Simon (ovl. 1356), heer van Bruyelle
  • Willem Cuser (geboren 1290 in Schoten), gehuwd met Ida van Oosterwijk, vrouwe van Oosterwijk, en met Machteld van Heemstede. VOLGT 17a (IIA)
  • Hendrik
  • Aleid, getrouwd met Wolfert II van Borselen, daarna met Otto III van Buren uit het Huis Buren. En huwde als derde met Jan Herpertsz. van Foreest. VOLGT 17b (IIB)
  • Ida
    Cuser

    Wapen van Willem Cuser

     

    17a. Willem Cuser (geboren Schoten, ca. 1290, overleden 13 januari 1355) werd rond 1290 geboren als bastaardzoon van Jan II van Avesnes, de toenmalige Graaf van Henegouwen en Ymoete. Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteel Tollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw van Amstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ‘onse neve’. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.

    Hij trouwde met Ida van Oosterwijk en werd vader van Meijne Cuser (overleden op 23 augustus 1350 te Delft, gehuwd met heer Claas van Swieten) en Koenraad Cuser (15a) , heer van OosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch.
    Hij trouwde voor de tweede keer met jonkvrouw Mechteld van Heemstede.

     

    17b. Aleid van Henegouwen is geboren omstreeks 1293 in Avesnes, buitenechtelijke dochter van Jan II van Avesnes (13), graaf van Holland en Henegouwen en Ymoete. Aleid is overleden na dinsdag 12-06-1351, ongeveer 58 jaar oud. Aleid:
    (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1312 met Wolfert II van Borselle, 38 of 39 jaar oud.
    (2) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, vóór zondag 21-10-1317 met Otto van Buren | van Arkel | van Asperen.
    (3) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op zondag 02-01-1327 in Lijftocht met Jan Herpertsz van Foreest (geboren ca. 1289  Naalwijk, overleden omstreeks 1345), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, en leenman van de “Baten” onder Koudekerk aan den Rijn. Jan van Foreest werd geboren als zoon van Herpert van Foreest (genoemd 1278 – overleden 1283) uit het geslacht Foreest. De naam van zijn moeder is onbekend.
    Een zoon uit het laatste huwelijk was Herpert van Foreest. VOLGT 15b.


    18a. Coenraad Cuser
    (geboren ca. 1327, overleden 1407), heer van OosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en SchoterboschBaljuw van Amstelland 1368/70, baljuw Rijnland 1380/83, 1397 houtvester van Holland, 1400 kastelein van Teilingen en raad van hertog Albrecht, verbannen 1403. Zoon van Willem Cuser (14a.) en Ida van Oosterwijk)
    Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. “Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen – onder wie de graaf van Oostervant [de latere Willem VI, zoon van graaf Albrecht] – werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen.
    Hij was getrouwd met Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten en hadden een zoon Willem Cuser en een dochter Ida Cuser . VOLGT 19a.

     

    Foreest 2

    Van Foreest


    18b. Herpert van Foreest 
    (genoemd 1334, overleden Haarlem, 1367), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen te Haarlem en lid van de hoge vierschaar onder graaf Willem V van Holland. Zoon van Aleid van Henegouwen en Jan van Foreest. Hij was getrouwd met een onbekende vrouw. Uit dit huwelijk o.a.: Jan van Foreest. VOLGT 19b.

     


    19a. Ida Cuser
    (geboren ca. 1355, overleden ….), dochter van Coenraad Cuser (15a.) en Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten. Zij trouwde ca. 1370 met Jan van Foreest (16b), heer van Middelburg, Foreest enz. 1367, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overl. (Haarlem?) 1413, zoon van Herpert van Foreest en NN. Kinderen:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem ,   overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433).


    19b. Jan van Foreest
    (genoemd 1367 – Haarlem, 1413), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout van Oudewater en (hoog)heemraad van Rijnland.  In 1367 volgde hij zijn vader op in diens Rijnlandse heerlijkheid. Hij trouwde rond 1370 met Ida Cuser, dochter van Koenraad Cuser van Oosterwijk en Clemeyns Gerrit Boelendochter, vrouwe van Sloten. Kinderen van Jan en Ida:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433)

    Foreest 2

    Van Foreest

    20.  Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren). Dochter van Jan van Foreest en Ida Cuser.
    Zij was gehuwd met Vranck Lambrechts van der MEER, schepen van Delft in 1434, 1436 en 1437, geboren circa 1374 te Haarlem, overleden na 1438, begraven te Delft. Hij was een zoon van Lambrecht van TOL (van der MEER) en Alijd van HODENPIJL.
    Uit dit huwelijk:
    – Arent Vrancken van der Meer, geboren circa 1397 te Delft.
    Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te DelftVOLGT 18.
    – Geertruida van der MEER, geboren circa 1400, overleden 1479-1485.  Gehuwd (1) voor 1442 met Jacobs Claesz, overleden voor     1442. Gehuwd (2) 1442 met Symon Dammasz van Overvest, schepen van Delft (1440/1457/1464/1466), veertiggraad van Delft      hoofdman van het gilde St.Johan Evengelist (1453), geboren circa 1420, overleden 1479. Familiewapen in groen drie staande        zilveren schapen, zoon van  Dammas Sijmons van Overvest.

     

    Meer21. Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te Delft.
    Gehuwd met Gerrit Willems Storm, schepen (1452-1453) en thesaurier (1450) van Delft, overleden 1461-1464, zoon van               Willem Storm Gerrits en Machteld Vrancken van der Does. Kinderen:
    – Vranck Storm van Weena‏‎
    – Jan Roe Storm van Weena‏‎
    – Margaretha Storm van Weena VOLGT 19.

     

    margaretha van Weena22. Margaretha Storm van Weena‎, geboren ‎1440 te Delft.
    Zij stamde uit een beroemd Hollands geslacht, dat der Bokel’s (Beukel’s), de bezitters van het slot Weena. Zij hebben vrij zeker “de oudste kern” gelegd van Rotterdam, van de dijk, “Genaamd Vasteland, Schiedamschedijk, Korte Hoogstraat, Hoogstraat”. Hun slot moet gelegen hebben op de plek waar zich nu het station Hofplein bevindt. Na de Vlaamse oorlog, in het begin van de 14e eeuw, teruggekeerd op hun kasteel, kregen de Heren van Bokel ook het zogenaamde “Nieuwland” in hun bezit. Graaf Willem III wist in 1337 Heer Dirk Bokel diens deel van de Middeldam met het Nieuwland afhandig te maken en ’s jaars daarna kreeg Rotterdam stadsrechten (1338). De drie jaren van burgeroorlog 1425-1428, gedurende de regering van Jacoba van Beieren, brachten ook het einde van het slot Weena. Nog eeuwen lang bleven de bouwvallen ervan zichtbaar. Heer Jacob Bokel van Weena behield zijn Heerlijkheid van Beukelsdijk en bewoonde later het slot Giessenburg in de Alblasserwaard. Als goede vrienden van Filips van Bourgondie, bekleedden de Heren van Weena zelfs een plaats onder ’s hertogs raadslieden. Wat de Rhoonse belangen niet tot nadeel zal hebben gestrekt! ‘ Zij was gehuwd met Pieter IV van Roden , geboren ca.1420, beleend met een vijfde deel van de lenen van zijn vader (1455), met een twintigste deel (1465), koopt tweemaal een vierde deel (1471, 1474), uiteindelijk ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon (1483-1502), krijgt het onversterfelijk leenrecht (1481) en de hoge heerlijkheid (1497), inpolderaar van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en Jan Corneliszoonland, overleden 28.06.1509. Hun zoon:

    Wapen van de heren van Rhoon23. Pieter van Roden, geboren ca.1460, ambachtsheer van Rhoon (1502-34) en Pendrecht (1520-34), eigenaar van een huis aan het Westeinde te Den Haag, overleden 19.02.1534, begraven Rhoon; trouwt 07.06.1501: Anna van Grave, geboren 05.01.1475, overleden 06.03.1549, begraven Rhoon; dochter van Raes van Grave, ridder, heer van Heverle (bij Leuven), heer van Malhevre, en Elisabeth van Sinte Guericx. Zoon:

     

    24. Gerrit van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553, bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heemraad van Rhoon 1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. 1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een onwettige dochter omstr. 1543 bij Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren ’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor 1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.

     

    25. Helena Gerrits van Rhoon, dochter van Gerrit van Rhoon en Katrijna Clementsdr., geboren vermoedelijk ‘s-Gravenhage ca.1544, biersteekster op het veer van Rhoon, overleden Rhoon vóór 19.10.1623; trouwt 2e vóór 03.10.1600: Jacob (Mat)Thijsen, biersteker in Rhoon (1593); trouwt 1e vóór ca.1567:  Philip Cornelisz. Vermaet, geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer, vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566, overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.

    wapen vermaat

    26. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr. 1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl. Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx Koedief, (dochter van Dirck Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.

    27. Philip Philips (de jonge) Vermaat, ged. 4 mrt 1591 te Poortugaal, ovl. 20 feb 1655 te Spijkenisse, zoon van Philip Philips de oude Vermaet en Koedief Maartje Dirks
    markschipper en biersteker te Spijkemisse.
    Begraven in de kerk van Spijkenisse: Hier leyt begraven den jonqe Philips Philipsz. Vermaet sterf den 20 February anno 1655.
    Gehuwd 26 jan 1614 te Spijkenisse met: Geertje Jans Bos, geb. te Spijkenisse, ovl. 17 nov 1658 te Spijkenisse, dochter van Jan Bos en Maertje Gerrits.

     

    28. Jan Philipsz Vermaat, gedoopt op 18 juni 1634 te Spijkenisse. Zoon van Philip Philips Vermaat en Geertje Jans Bos.
    Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam.
    Gehuwd ± 1656 te Spijkenisse met: 
    Claasje Pieters Landmeter. Geboren rond 1634 in Biert. Dochter van Pieter Jacobsz Landmeter en Bastiaantje Cornelisdr. Ketting.

    29. Cornelus Jansze Vermaat, gedoopt op 1 jul 1663 te Spijkenisse, overleden op 14 feb 1727 te Spijkenisse, zoon van Jan Philipsz Vermaat en Claasje Pieters Landmeter.Marktschipper te Spijkenisse.
    Gehuwd ± 1690 te Spijkenisse met Margriet Jans Barrevelt, gedoopt op 22 augustus 1666 te Strijen, overleden 24 december 1719 te Spijkenisse.

     

    30. Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat, ged. 22 nov 1699 te Spijkenisse, ovl. 31 mei 1764 te Spijkenisse, zoon van Cornelus Jansze Vermaat en Maegriet Jans Barrevelt. Gehuwd 8 nov 1733 te Spijkenisse met: Jannetje Huibrechts Villerius, ged. 2 sep 1714 te Spijkenisse, ovl. 19 apr 1765 te Spijkenisse dochter van Huibrecht Villerius, vermogend boer op de Welplaat en Francijntje Ploeger.

     

    31. Francina Vermaat, geb. 4 sep 1735 te Schiedam, ged. 11 sep 1735 te Spijkenisse. Zij is overleden op 19 maart 1822 in Hekelingen. Dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius.
    Gehuwd met Pleun Bastiaan de Raat. Hij is geboren rond 1746 en hij is overleden op 28 februari 1827 in Hekelingen. Zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruimstraat.

     

    de Raat

    32. Jannetje Pleuntie de Raat, gedoopt op 23 juni 1782 te Hekelingen. Dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.

    Zij trouwt te Hekelingen op 30-4-1808 met Maarten Braat, gedoopt te Hekelingen op 30-3-1777, overleden te Overschie op 18-1-1827. Zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.

     

     

    Braat

    33.  Pleun Braat, geboren te Overschie op 17-2-1809, van beroep bouwman en overleden te Hazerswoude op 1-9-1874. Hij trouwt te Overschie op 3-4-1842 met Neeltje van der Wilk, geboren te Capelle aan den IJssel op 5-5-1818, overleden te Hazerswoude op 2-8-1896. Zij is een dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.

    34. Maarten Braat, geboren te Hazerswoude op 1-12-1842, van beroep bouwman en overleden te Haarlemmermeer op 24-12-1901. Hij trouwt op 17-11-1873 (scheiding tafel en bed op 5-12-1897) met Antje van der Akker, geboren te Hazerswoude op 21-3-1839 en overleden te Haarlemmermeer op 15-4-1907. Zij was een dochter van Dirk van der Akker en Neeltje Verduijn.

     

    gerardus braat

    35. Gerardus Braat, geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4-3-1967. Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend in de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen. Hij trouwt 1e met Mijntje Pruissen, geboren te Haarlemmermeer op 2-8-1883 en overleden te Gouda op 20-8-1960. Zij is een dochter van Wouter Pruissen (landbouwer te Nieuw-Vennep en overleden ± 1927) en Ariana Juditha Pruissen (nicht van Wouter, zij is geboren ± 1850 en overleden op 3-8-1918). Hij trouwt 2e met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e met Pietertje Visser.

     

    Ariana juditha braat

    36. Ariana Juditha Braat, dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen. Geboren te Zevenhuizen op 29 maart 1920, overleden aldaar op 27 augustus 2010.

    Willem Pieter Ooms

    Gehuwd met Willem Pieter Ooms, geboren 1 juni 1924 te Zevenhuizen, van beroep meubelmaker en stoffeerder en overleden op 1 september 1998 te Gouda. Zoon van Catharinus Ooms en Jannigje Aartje van Vliet.

     

     

     

    johnny

    37.Johnny Ooms, zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat. Geboren te Zevenhuizen op 15 februari 1958.