Waterschappen

Een waterschap is een op basis van de Waterschapswet ingesteld openbaar lichaam dat in een bepaalde regio in Nederland tot taak heeft de waterhuishouding te regelen. Ook wordt de term waterschap gebruikt om de regio aan te duiden waarover die instantie zeggenschap heeft. Het gebied wordt deels bepaald door gemeente- of provinciegrenzen, maar vooral door stroomgebieden of afwateringsgebieden in een bepaalde regio.

Zes waterschappen in Utrecht, Zuid- en Noord-Holland dragen de naam Hoogheemraadschap in plaats van waterschap. Per 1 januari 2017 zijn er 22 waterschappen in Nederland. In 1950 waren er nog ongeveer 2600 waterschappen.

Op 18 maart 2015 waren er verkiezingen in 22 waterschappen.

Waterschappen behoren tot de oudste instituties van het Nederlandse staatsbestel. Het eerste officiële waterschap was het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat in 1255 werd ingesteld door graaf Willem II van Holland. Al eerder werkten dorpen en buurtschappen samen om de waterhuishouding te regelen. De oudste samenwerking vond plaats in Utrecht omstreeks 1122, toen twintig buurtschappen samenwerkten voor een afdamming van de Kromme Rijn onder Wijk bij Duurstede. In 1323 werd deze samenwerking het Hoogheemraadschap van den Lekdijk Bovendams.

Waterschappen vormen letterlijk de basis van het poldermodel: van oudsher hebben waterschappen de taak namens de bewoners van een bepaald gebied de waterhuishouding te regelen. In polders is dat in eerste instantie de zorg voor de waterstand. Weliswaar hebben gemalen vrijwel overal de taak van de windmolenovergenomen, maar nog altijd blijft het land niet vanzelf droog. Het buiten houden van water en het afvoeren van overtollig water is van oudsher een algemeen belang, waarbij polderbewoners genoodzaakt waren samen te werken. Uit die noodzakelijke samenwerking zijn de waterschappen ontstaan. Zij nemen ook in de Nederlandse rechtsgeschiedenis een bijzondere plaats in. In de grondwet van 1848 is de taak van waterbeheer bij de waterschappen neergelegd. Dit onder andere om te voorkomen dat gemeenten wateroverlast op hun eigen gebied voorkomen door maatregelen die de overlast naar buurgemeenten verplaatsten.

Voor het jaar 2005 bestonden er (grote) waterschappen (hoogheemraadschappen), zoals Rijnland, verantwoordelijk voor de waterboezems, met kleinere “inliggende” waterschappen. Ook was er overlap door het bestaan van waterschappen specifiek belast met de zeewaterkering en van zuiveringschappen. Door fusies zijn de inliggende waterschappen en gespecialiseerde schappen stapsgewijs opgeheven, zodat sinds 1 januari 2005 alle waterschappen zowel verantwoordelijk zijn voor de kwantiteit (waterpeil) als de kwaliteit van het water. Ook zijn er geen overlappende gebieden meer, elk deel van het (Europese) grondgebied van Nederland valt nu onder één waterschap.

 

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is op 1 januari 2005 ontstaan uit een fusie tussen het hoogheemraadschap van Schieland, het hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard en een deel van het Zuiveringschap Hollandse Eilanden en Waarden en is gevestigd in Rotterdam.
Lees meer hierover …

 

 

Hoogheemraadschap Krimpenerwaard

De Krimpenerwaard was een waterschap en is een gebied dat wordt omsloten door de Hollandse IJssel, de Lek en de Vlist. ‘Krimp’ betekent rivierbocht, en een ‘waard’ is een geheel door rivieren omgeven stuk land. Er zijn meerdere polders in het gebied. Het gebied dat nu Krimpenerwaard heet, wordt voor het eerst in documenten vermeld in 944. 
Lees meer hierover …

Hoogheemraadschap Schieland

Het hoogheemraadschap van Schieland is ontstaan in 1273, toen het op 14 mei door Floris V met een privilege werd bekrachtigd. Het waterschap lag (globaal) tussen Rotterdam, langs de Hollandse IJssel met de Schielands Hoge Zeedijk, naar Gouda, langs de Gouwe naar Zoetermeer en dan terug naar Rotterdam. Het bevatte (onder andere) de polders Zuidplaspolder en Oostpolder.
Lees meer hierover …