Nazaten Graven van Namen

Namen (Frans: Comté de Namur) was een graafschap in de Nederlanden, waarvan het territorium grotendeels samenviel met het huidige Belgische arrondissement Namen en het noordwestelijke deel van het arrondissement Dinant.

Namen

Namen

 

1. Berengarius (ca. 890 – 946) werd in 908 vermeld als graaf van de Lommegouw, dat nadien Namen zou worden genoemd. Zijn ouders zijn onbekend maar hij was een verwant van Berengarius I van Friuli, wiens vader uit Cysoing afkomstig was. Hij was gehuwd met Symphoria van Henegouwen, een dochter van de Henegouwse graaf Reinier I van Henegouwen. Hij steunde zijn zwager Reinier II van Henegouwen tegen diens broer Giselbert II van Maasgouw, die dus ook zwager van Berengarius was.
Zoon van Berengarius:
– Robert I van Namen. (Volgt 2)

2. Robert I, (geboren ca. 925 – overleden 974/981) is een zoon van Berengarius van Namen. Hij werd in 946 graaf van de Lommegouw (Namen). Robrecht stelde zich onafhankelijk op tegenover aartsbisschop Bruno van Keulen, die ook hertog van Lotharingen was. Hij steunde een opstand van een graaf Immo en legde Bruno’s edict naast zich neer om de versterkingen af te breken die gebouwd waren zonder de toelating van de hertog. Hij vergrootte juist het kasteel van Namen. Hij was gehuwd met Ermengarde, dochter van Otto van Verdun.
Zij kregen de volgende kinderen:
– Albrecht I (- ca. 1010), opvolger van zijn vader. (Volgt 3)
– Giselbert
– Ratboud
– een onbekende zoon
– mogelijk een dochter Liutgard, getrouwd met Arnulf van Kamerijk

3. Albrecht I van Namen,  (Frans: Albert) (geboren ca. 950 –  overleden 1011) was een zoon van graaf Robrecht I van Namen. In 973 steunde hij Reinier IV van Henegouwen en Lambert I van Leuven in hun poging om het erfdeel van hun vader terug te veroveren. Van 981 tot 992 was hij graaf van de Lommegouw in opvolging van zijn vader. In dat jaar werd de Lommegouw omgevormd tot het graafschap Namen met Albrecht als eerste graaf tot zijn dood in 1011. Albecht werd in 992 voogd van de abdij van Brogne. Albert was gehuwd met Ermengarde van Lotharingen, dochter van de Karolingische hertog Karel van Neder-Lotharingen, en werd de vader van:
– Robrecht II, (Frans: Robert) of Radboud, (-1031) was de oudste zoon van graaf Albrecht I van Namen en Ermengarde van Lotharingen. Hij volgde zijn vader op als graaf van Namen in 1011. Kinderloos overleden.
– Albrecht II. (VOLGT 4)
– Hedwig (ca. 1010 – 28 januari ca. 1080), gehuwd met Gerard van Lotharingen, zij stichtte in 1075 een abdij in Châtenois.
– Liutgard (ook Emma), gehuwd met graaf Otto van Loon (of mogelijk met zijn zoon Giselbert van Loon, vanwege het leeftijdsverschil tussen Otto en Liutgard).
– Oda of Goda, trouwde met een onbekende man en werd grootmoeder van Arnold van Soissons.
– Ermengarde, gehuwd met graaf Otto I van Chiny.

4. Albrecht II van Namen, (geboren ca. 1000 – overleden tussen juli 1063/1064) was een zoon van Albert I van Namen en van Ermengarde van Lotharingen.
Albert volgde in 1031 zijn broer Robert II als graaf van Namen op. In 1018 wordt hij vermeld in het leger van de hertog van Lotharingen. In 1031 was hij een prominente aanwezige (na de hertog) bij de stichting van Sint-Bartolomeüskerk (Luik). In 1034 was Albert aanwezig bij de wijding van de Sint-Laurentiusabdij in Luik en verkreeg daarbij de voogdij over Wasseiges. In 1037 nam hij deel aan de veldslag bij Bar-le-Duc (Meuse) waar Odo II van Blois werd verslagen en gedood. Albert steunde samen met zijn zwager Lambert II Balderik van Leuven, keizer Hendrik III tegen hertog Godfried II van Lotharingen die ook zwager van Albert en Lambert was. Albert werd voogd van Andenne en stichtte de collegiale kerk van Sint-Aubin te Namen in 1047, waaraan hij na het overlijden van zijn moeder zijn domein van Glons-sur-le-Geer schonk.
Albert huwde met Regelindis van Lotharingen. Zij bracht het graafschap Durbuy mee als bruidsschat. Hun kinderen waren:
– Albert III van Namen (Volgt 5a).
– Hendrik van Durbuy (ovl. na 1088).
– Irmgard van Namen (Volgt 5b)

5a. Albert III van Namen  (geboren ca. 1035 – overleden 22 juni 1102).
Hij was graaf van Namen, een zoon van Albert II van Namen en Regelindis van Lotharingen.
Albert werd na de dood van zijn neef, hertog Godfried met de Bult, (1076) aangesteld tot voogd van de abdij van Stavelot-Malmédy. In Neder-Lotharingen werd hij tot vice-hertog benoemd als waarnemer voor – de dan pas tweejarige – Koenraad, zoontje van keizer Hendrik IV. Bij die gelegenheid ontving hij de villa Echt (Limburg). Albert werd door de Duitse koning beleend als graaf van Verdun en behartigde de belangen van Mathilde van Toscane, de weduwe van Godfried met de Bult.
Albert raakte evenwel met andere Lotharingse krijgsheren in een jarenlange strijd verwikkeld. Met Godfried van Bouillon, erfgenaam van Godfried III, twistte Albert van Namen om zekere erfrechten van zijn moeder Regelindis. Hij wist Godfried niet te verdrijven uit Stenay van waaruit deze het gebied van Verdun telkens bedreigde. Albert staakte uiteindelijk de vijandelijkheden en sloot zich aan bij de Godsvrede van Luik (1082).
Na in 1085 de keizerlijke veldheer, paltsgraaf Herman II van Lotharingen, te hebben gedood tijdens een dispuut omtrent het oprichten van een burcht te Dalhem, viel Albert in ongenade bij de Duitse keizer Hendrik IV. Weldra werd hij ontheven uit zijn hertogelijke functies ten gunste van Godfried van Bouillon. Hij verwierf later nog het graafschap Château- Porcien bij het huwelijk van zijn zoon Godfried in 1087. Een andere zoon van hem, Frederik van Luik, werd bisschop van Luik.

Albert was gehuwd met Ida van Saksen (ca. 1035 – 31 juli 1107), weduwe van Frederik van Luxemburg (Neder-Lotharingen), dochter van hertog Bernhard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt

  • Godfried, graaf van Namen van 1102 tot 1139 (Volgt 6a)
  • Hendrik, graaf van La Roche-en-Ardenne (Volgt 6b), getrouwd met Mathilde van Limburg, dochter van Hendrik I van Limburg
  • Frederik, was onder andere proost van het kapittel van Sint-Lambertus en enkele jaren prins-bisschop van Luik.
  • Albert (ovl. voor 1122), graaf van Jaffa door zijn huwelijk met Mabelia van Roucy, de weduwe van Hugo I van Jaffa
  • Adelheid, tweede echtgenote van Otto II van Chiny

 

5bIrmgard van Namen, dochter van Albert II van Namen en Regelindis van Lotharingen, trouwde ca. 1065/70 met Herman van Malsen. Geboren rond 1030, overleden na 1080. Hij is de stanvader van de Heren van Cuijck (Cuyck) (Volgt heren van Cuijk nr.1).  Herman werd vermeld 1057 – ca. 1080,  door keizer Hendrik IV (1056-1105) beleend met het land van Cuijck voor 1096.
Herman was graaf in Teisterbant, vermoedelijk de zoon van Unroch, graaf in de Kempen. Hij wordt in diverse oorkonden vermeld en was wellicht een leenman van de bisschop van Utrecht. Zijn bezittingen waren vooral te situeren in de Betuwe, rond Geldermalsen en Meteren. Voor 1096 werd hij door keizer Hendrik IV beleend met het land van Cuijk. Zijn afstammelingen namen de naam van Cuijck (van Cuyck) aan.
Ze kregen de volgende kinderen:
– Hendrik I van Cuijk (overleden voor 9 augustus 1108)  (Volgt Heren van Cuijk nr.2)
– Godfried van Cuijk (overleden voor 1138).

 

6a. Godfried van Namen (geboren 1067- overleden Floreffe, 1139)
Hij was een zoon van graaf Albert III van Namen en Ida van Saksen. Hij was graaf van Namen van 1102 tot 1139 in opvolging van zijn vader Albert III, maar was al voordien medegraaf.

Godfried was een trouw aanhanger van keizer Hendrik IV en leverde aan deze troepen toen hij door zijn zoon verdreven werd naar Luik. Hij verdedigde ook zijn broer Frederik, tot bisschop van Luik verkozen in 1119 , tegen zijn tegenstrever Alexander. In 1121 stichtte hij de abdij van Floreffe. In 1136 raakte hij in onmin met zijn schoonbroer Godfried met de Baard over de aanduiding van een abt in Gembloers. Godfried trok zelfs ten strijde tegen zijn schoonbroer en stak Gembloers in brand, zonder daarbij de stad te kunnen innemen. Korte tijd nadien overweldigde hij wel de stad, met de hulp van zijn schoonzoon, graaf Boudewijn IV van Henegouwen. Godfried trok zich ten slotte terug in de abdij van Floreffe en overleed er in 1139.

Hij huwde in 1087 Sibylle, de dochter van Roger, graaf van Château-Porcien. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Elisabeth (1087-), gehuwd met Gervais van Rethel
  • Flandrina, moeder van heer Hugo van Antoing

Sybille verliet Godfried toen ze zwanger werd van haar minnaar Engelram I van Coucy. Het paar scheidde in 1104. Godfried voerde jarenlang strijd met Engelram.

In 1109 huwde hij met Ermesinde van Luxemburg, dochter van graaf Koenraad I van Luxemburg en van Clementia van Poitiers. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Albert (ovl. na 1125)
  • Hendrik I van Namen (Volgt 7a)
  • Clemencia, gehuwd met Koenraad van Zähringen.
  • Beatrix (ca. 1115 – 1160), gehuwd met Ithier van Rethel
  • Adelheid (1124 – eind juli 1169), gehuwd met Boudewijn IV van Henegouwen (Volgt Graven van Henegouwen nr. 11)

6b.  Hendrik van Namen , graaf van La Roche-en-Ardenne
Geboren in 1080 in La Roche-En-Ardenne (L)., overleden 5 juni 1138. Zoon van Albert III van Namen en Ida van Saksen.
Hij was getrouwd met Mathilde van Limburg, dochter van Hendrik I van Limburg en Adelheid van Aarlen.
Dochter:

  • Mathilde van Namen (Volgt 7b)

 

7a. Hendrik van Namen / Luxemburg (geboren ca. 1112 – overleden 14 augustus 1196), bijgenaamd de Blinde, was de zoon van Ermesinde I van Luxemburg en graaf Godfried van Namen. Van zijn vader erfde hij de titel graaf van Namen als Hendrik I en van zijn moeder de titel graaf van Luxemburg als Hendrik IV. Ook was Hendrik heer van Longwy, La Roche-en-Ardenne en Durbuy.

Pas als rijpe man huwde hij aanvankelijk Laureta, dochter van graaf Diederik van de Elzas, de graaf van Vlaanderen. Zij was echter voordien al wel driemaal gehuwd en recent gescheiden van Hendrik II van Limburg, huwelijk dat werd ontbonden in 1162. Dit eerste huwelijk bleef kinderloos en eindigde in een echtscheiding. Nadien huwde hij Agnes van Gelre, dochter van graaf Hendrik I van Gelre.

Hendrik voerde veel oorlog met zijn buurlanden Loon, Luik en Vlaanderen. Daardoor werd hij een machtig vorst. Toch verloor hij aan het eind van zijn regeerperiode Namen aan Henegouwen. In 1140 raakte hij in strijd met Adalbero, de bisschop van Luik, en plunderde hij de stad Fosse. In 1144 sloot hij vrede met de bisschop. In 1169 begon Godfried I van Brabant een oorlog tegen Hendrik, die gesteund werd door de graaf van Henegouwen en zijn zoon. De jonge Boudewijn V van Henegouwenkwam later zijn oom Hendrik van Namen te hulp in diens strijd tegen de hertog van Limburg.

De blinde en kinderloze graaf Hendrik had Boudewijn, de zoon van Boudewijn IV van Henegouwen tot zijn erfgenaam gekozen. Nadien vormde zijn echtscheiding schijnbaar een nog grotere verzekering voor de Naamse erfenis ten gunste van Boudewijn. Nadat Hendrik echter hertrouwde met Agnes van Gelre, dochter van graaf Hendrik I van Gelre (Zie graven van Gelre nr. 6), kreeg hij op gezegende leeftijd alsnog een kind, namelijk Ermesinde (Volgt 8), die hij snel verloofde met de graaf van Champagne. Deze gebeurtenissen zorgden voor een conflict tussen Namen en Henegouwen. Keizer Frederik I van het Heilige Roomse Rijk kwam tussenbeide en kende Namen aan Boudewijn toe. Hendrik begon daarop een oorlog tegen Henegouwen, maar deze oorlog werd door Boudewijn gewonnen. Daardoor werd Boudewijn I van Namen in 1190 door de keizer tot markgraaf en rijksvorstverheven. Hendrik was gedwongen zich te verzoenen met Boudewijn en ze begonnen samen een nieuwe oorlog, ditmaal niet tegen elkaar, maar met elkaar. Tijdens de veldslag van Noville (1195) kwam Boudewijn echter om het leven.

Bij zijn dood op 14 augustus 1196 werd Hendrik in Luxemburg opgevolgd door zijn dochter Ermesinde, maar keizer Hendrik VI, duidde zijn broer Otto aan als graaf van Luxemburg.

7b. Mathilde van La Roche
Geboren 1120, overleden 1170. Dochter van Hendrik van Namen, graaf van La Roche-en-Ardenne en Mathilde van Limburg.
Zij huwde 1e  met Diederik van Walcourt.
Zij huwde 2e met Nicolaas van Avesnes. Geboren in 1129, overleden in 1171. Zoon van Wouter I van Avesnes en Ada van Mortagne.
Heer van Avesnes, Leuze en Conde.  Hij bouwde de burchten van Landrechie en Condé.
Kinderen van Mathilde van La Roche en Nicolaas van Avesnes:

  • Jacob van Avesnes  1152 – 1191 (Volgt Heren van Avesnes nr. 7)
  • Ida van Avesnes  ± 1153 – ….
  • Fastraad  van Avesnes  ± 1154  –  ….
  • Radulf van Avesnes  ± 1155 – …. 

8. Ermesinde II van Namen en Luxemburg (geboren juli 1186 – overleden 17 december 1247), een dochter van Hendrik I van Namen/Hendrik IV van Luxemburg was van 1197 tot haar dood in 1247 gravin van Luxemburg. Zij huwde in 1197, op 11-jarige leeftijd, met graaf Theobald I van Bar en in 1214 met hertog Walram III van Limburg. Uit dat tweede huwelijk werd haar opvolger, Hendrik, geboren en met hem begon ook het tweede Luxemburgse huis.
Ermesinde verleent stadsrechten aan Echternach.
Onder het voorwendsel dat zij als vrouw geen recht had op de bezittingen van haar vader, maakte haar achterneef Filips, zoon van Boudewijn V van Henegouwen, hierop aanspraak. Vóór zijn dood had haar vader haar echter verloofd met de 28 jaar oudere Theobald I van Bar, die dapper streed om haar bezittingen te verdedigen. In 1199 werd een compromis gesloten, waarbij Filips het graafschap Namen kreeg en Ermesinde de graafschappen Luxemburg, Durbuy en La Roche-en-Ardenne, en de abdijen van Stavelot en Malmedy. Na de dood van Theobald huwde Ermesinde met Walram III van Limburg, waardoor haar zoon ook het graafschap Aarlen zou erven. Ermesinde verleendestadsrechten aan Luxemburg, Echternach en Aarlen. Zij werd begraven in de abdij van Clairefontaine, niet ver van Aarlen.
Kinderen van Ermesinde en Walram III van Limburg:

  • Catharina (-1255), in 1229 gehuwd met hertog Mattheus II van Lotharingen(-1251).
  • Hendrik V van Luxemburg (1216-1281)
  • Margaretha
  • Gerard (-1276), graaf van Durbuy
  • Dochter (Volgt 8), gehuwd met Willem van Kessel, graaf van Kessel.

8. N. van Limburg (geboren ca. 1220)
Dochter van Walram III van Limburg en Ermesinde II van Namen en Luxemburg.
Zij was gehuwd met Willem van Kessel, zoon van Hendrik IV van Kessel (Zie graven van Kessel nr. 5) .
Hij volgde zijn vader in 1232 en had nauwe betrekkingen met de graaf van Gelre.
Kinderen uit het huwelijk:
– Hendrik V van Kessel, verkoopt door geldgebrek zijn graafschap aan Reinald I graaf van Gelre.
– Katharina van Kessel (Volgt 9)

9.  Katharina van Kessel (geboren 1245 – overleden 1306), dochter van Willem van Kessel en N. van Limburg.
Zij was gehuwd met Willem I van Cranendonck (geboren voor 1243 – overleden tussen 14 november 1282 en 22 mei 1289).
Hij was de zoon van Engelbert van Horne (1242) en Ermegard van Mierlo. Hij was de eerste die zich heer van Cranendonck noemde. Ook was hij heer van Eindhoven. Hij gebruikte het wapen van Horne.  Eén van hun kinderen was Willem II van Cranendonck (Volgt Horne en Cranendonck nr 8).

 

Uit Wikipedia.

Terug naar:

Graven en Gravinnen