Koningen van Aragón

Het koninkrijk Aragon (Spaans: Reino de Aragón, Aragonees:Reino d’Aragón, Catalaans: Regne d’Aragó) was een middeleeuws koninkrijk in het oosten van Spanje.

Het koninkrijk is rond 800 ontstaan als een Frankische mark, het graafschap Aragon in de omgeving van Jaca, de eerste hoofdstad, in de huidige Spaanse regio Aragón. Spoedig onttrok de graaf zich aan Frankische heerschappij maar werd daarna afhankelijk van het koninkrijk Navarra.

 

In 1035 werd het grote rijk van Sancho III van Navarra als aparte koninkrijken verdeeld onder zijn zonen. Ramiro I werd alzo als eerste tot koning van Aragon gekroond. Gedurende de reconquista werd het koninkrijk uitgebreid in zuidelijke richting. Na de verovering in 1118 werd Zaragoza de nieuwe hoofdstad.

Aragon

Ramiro I van Aragón

Ramiro I van Aragón

1. Ramiro I van Aragón
Geboren rond 1007 –  overleden Aibar, 8 mei 1063. Hij was van 1035 tot 1063 Koning van Aragón uit het huis van Jiménez.
Hij was een natuurlijke zoon van koning Sancho III van Navarra (Zie Koningen van Navarra nr. 6) en zijn bijzit Sancha de Aybar. Onder andere Garcia III, koning van Navarra, en Ferdinand I van León, graaf van Castilië en koning van Léon, waren halfbroers van hem.
Bij de verdeling van het rijk van zijn vader in 1035, verkreeg hij Aragón. Na de moord op zijn halfbroer Gonzalo van Ribagorza in 1045, kreeg hij ook Ribagorza en Sobrarbe in bezit. Ramiro probeerde ook Navarra op zijn oudste halfbroer te veroveren, maar werd verslagen in Tafalla. Hij bestreed tevens de Moren en sneuvelde in de strijd tegen de emir van Zaragoza.

Ramiro was vanaf 1036 gehuwd met Gilberga van Comminges (-1054), dochter van graaf Bernard Roger van Foix-Bigorre  en van Gersendis van Bigorre (Zie Graven van Bigorre nr. 5)
Met haar zijn de volgende kinderen bekend:

  • Sancho I (1043-1094), opvolger (Volgt 2)
  • Theresia, gehuwd met graaf Bertrand I van Provence
  • Garcia († 1086), bisschop van Jaca-Huesca en Pamplona
  • Urraca († 1077/78), abdis in Santa Maria van Santa Cruz de la Serós
  • Sancha († 1077), gehuwd met graaf Pons van Toulouse (-1063) en met Armengol III van Urgel (-1065)

Rond ongeveer 1054 was hij voor een tweede maal gehuwd met Agnes († 1090), dochter van Willem VII van Aquitanië. Dit huwelijk bleef kinderloos.
Ramiro had ook een bastaard zoon:

  • Sancho Ramirez, heer van Aybar, bij een onbekende vrouw genaamd Amuña. Volgens de oorkonden zou dit zijn oudste zoon zijn.

2. Sancho I van Aragón
Geboren rond 1035. Koning van Aragón uit het huis van Jiménez.
Zoon van Ramiro I van Aragón en Gilberga van Comminges.
Hij was 1e gehuwd met Isabella van Urgel (gestorven 1071). Dochter van Armengol III van Urgell  en van Sancha (een dochter van Ramiro I van Aragón [Zie 1]).(gestorven 1071).
Zoon:

  •  Peter I van Aragón. Hij was koning van Aragón en Navarra

Hij was 2e gehuwd met  Felicitas van Roucy, dochter van Hilduinus IV van Montidier en van Adelheid van Roucy.
Kinderen:

  • Alfons I (1073-1134), bijgenaamd de Strijdvaardige. Hij was koning van Aragón en Navarra van 1104 tot aan zijn dood in 1134.
  • Ramiro II van Aragón (Volgt 3)

3. Ramiro II van Aragon
Geboren Pamplona, 1080 – overleden Huesca, 16 augustus 1147, bijgenaamdde Monnik, was de jongste zoon van koning Sancho I van Aragón en zijn tweede echtgenote Felicitas van Roucy.

Als jongste zoon was hij voorbestemd voor een geestelijke loopbaan. In 1114 was hij hulpbisschop in Burgos geworden en later opgeklommen tot bisschop van Barbastro-Roda. Om de dynastieke crisis in zijn land op te lossen, vroeg hij de paus om dispensatie en hij volgde in 1134 zijn broer Alfons I op als koning van Aragon.

Tijdens zijn regering stond hij Navarra af aan het verwante huis en gaf hij Saragossa in leen aan Castilië.

In 1135 was Ramiro gehuwd met Agnes van Poitou (1110-1157, dochter van hertog Willem IX van Aquitanië (Zie Hertogen van Aquitanië nr. 9b), en werd vader van Petronila (1136-1170)(Volgt 4).
Toen hij voor haar een passende verloving had geregeld (met Ramon Berenguer IV, de graaf van Barcelona), liet hij het bestuur aan deze over en trok zich terug als kloosterling in Huesca.

Petronella van Aragón en haar man Berenguer IV

Petronella van Aragón en haar man Berenguer IV

4. Petronella van Aragon, Spaans: Patronila Ramírez, Frans: Pétronille; (Huesca, 29 juni 1135 – Barcelona, 17 oktober 1174) was koningin van Aragón van 1137 tot 1162. Ze was de dochter van Ramiro II van Aragón, en Agnes van Aquitanië (in Spanje beter bekend als Inés de Poitou).

Petronella kwam op een nogal ongewone wijze op de troon. Haar vader Ramiro was bisschop van Barbastro-Roda toen zijn broer Alfons I van Aragón in 1134 stierf aan verwondingen opgelopen in een veldslag. Ramiro, die tot priester was gewijd, kreeg hierop pauselijke dispensatie om voor de voortzetting van de dynastie en de troonopvolging te zorgen. Hierdoor werd hij bekend als de koning-monnik. Hij huwde met Agnes, dochter van Willem IX van Aquitanië en Gascogne om zo voor een troonopvolger te zorgen. Toen zijn dochter amper twee jaar oud was werd ze beloofd aan Ramon Berenguer IV, Graaf van Barcelona. Meteen hierna deed Ramiro troonsafstand ten voordele van zijn dochter om zich terug te trekken in een klooster.

De Aragonese monarchie was tot dusver enkel in de mannelijke overgeërfd, dus was Petronella’s opvolging een uitzondering voor die tijd. Bastaardschap was geen hindernis voor de troonopvolging in Aragon, de stichter van hun lijn,Ramiro I was zelf een bastaard. De enige erfgenaam dan in mannelijke lijn,Garcia IV van Navarra, was echter een te verre verwant. Hij was een zoon van Ramiro II’s neef in de tweede graad. Petronella’s opvolging creëerde aldus een nieuw geval in de troonopvolging in Aragon.

Petronella trouwde met Raymond Berengar II in 1150. Zolang hij leefde regeerde ze nominaal ieder over hun eigen gebieden, alhoewel de graaf het laatste woord had over zowel Aragon en Catalonië. Na zijn dood deed zij troonsafstand voor hun oudste zoon, Ramon, die in navolging van de Aragonese tradities, zijn naam veranderde in Alfons II (Volgt 5). Hij werd de eerste die heerste over zowel Aragon en Catalonië (in Catalonië als Alfonso I) waarmee er een dynastieke unie ontstond die zou duren tot de afschaffing van de Kroon van Aragon in 1707.

Alfons II van Aragón

Alfons II van Aragón

5. Alfons II bijgenaamd de Kuise
Geboren Huesca, 1157 – overleden Perpignan, 26 april 1196. Hij was de oudste zoon van koningin Petronila van Aragón en van Ramon Berenguer IV.

Hij volgde in 1162 zijn vader na zijn dood op als graaf van Barcelona, en volgde zijn moeder, die na de dood van haar echtgenote afstand deed van de Aragonese troon, op als koning van Aragón, waardoor Aragón en Barcelona een personele unie werd. In 1167 volgde hij zijn nichtje Dulcia II van Provence op als graaf vanProvence (als Alfons I).

Alfons vergrootte zijn rijk met het graafschap Roussillon, het burggraafschapNîmes en Béarn en heroverde Saragossa. Hij gaf als eerste in Europa de derde stand politieke rechten. Alfons begunstigde de troubadourkunst.

Hij was in 1174 gehuwd met Sancha van Castilië (1154-1208), dochter van koning Alfons VII van Castilië, en werd vader van:

  • Peter II (1176-1213) (Volgt 6a)
  • Alfons II van Provence (1180-1209)
  • Ferdinand (1190-1249), abt van Monte Aragon
  • Eleonora (1182-1226) , in 1202 gehuwd met graaf Raymond VI van Toulouse(1156-1222)
  • Constance (1179-1222), in 1198 gehuwd met koning Emmerik van Hongarije(1174-1204) en in 1209 met keizer Frederik II (1194-1250)
  • Sancha, in 1211 gehuwd met graaf Raymond VII van Toulouse (1197-1249)
  • Dulcia, non
  • Sancho (jong overleden)
  • Raymond Berengar (jong overleden)

 

6a. Peter II (Spaans: Pedro; Catalaans: Pere)
Geboren 1174 – overleden 12 september 1213. Hij was tussen 1198 en 1213 koning van Aragón en graaf van Barcelona.

Hij was de zoon van Alfons II van Aragón en Sancha van Castilië. In 1205 erkende hij de paus als zijn leenheer en werd hij in Rome door Paus Innocentius III officieel tot koning gekroond. Hierbij zwoer hij het katholieke geloof te verdedigen. Hij wordt daarom ook wel Peter de Katholiek genoemd. Hij was de eerste koning van Aragón die gekroond werd door een paus.

Op 15 juni 1204 trouwde hij Maria van Montpellier, de dochter van Willem VIII van Montpellier. Ze kregen een zoon die ze Jacobus noemden. Meteen na de geboorte wilde Peter scheiden van Maria om te kunnen trouwen met Maria van Jeruzalem, maar de paus weigerde het huwelijk nietig te verklaren.

In 1212 leidde hij de Christelijke legers tegen de Moorse legers in de Slag bij Las Navas de Tolosa. Bij terugkomst in de herfst van 1212 bleek Toulouse veroverd te zijn door Simon IV van Montfort, tijdens Simons strijd tegen de Katharen. Ook had Simon zijn zwager, graaf Raymond VI van Toulouse, verbannen.

Het daarop volgende voorjaar, in 1213, trokken Peter en Raymond de Pyreneeën over om het Graafschap Toulouse weer op te eisen. De troepen van Peter en Simon troffen elkaar bij Muret. Raymonds plan was om Simons troepen te omsingelen en daarna uit te hongeren, maar Peter vond dat een lafhartige strijdwijze en koos voor een frontale aanval. Dit bleek achteraf fataal. Peters troepen vielen al snel uiteen als gevolg van de felle aanvallen van het leger van Montfort. Peter, die als een gewone ridder gekleed was, waardoor hij niet herkend werd als de koning van Aragón, werd zelf in het heetst van de strijd van zijn paard gestoten en gedood. Zijn leger sloeg daarna op de vlucht waarna Simon IV van Montfort de overwinning opeiste.
Zoon:
– Jacobus I (Volgt 7a)

6b. Alfonso II (Geboren Barcelona in 1174,overleden op 1 December 1209) en was de tweede zoon van Alfonso II van Aragon en Sancha van Castilië . Hij kreeg het graafschap de Provence van zijn vader. Alfonso trouwde in 1193 met Gersenda II van Sabran , dochter van Rainou, graaf van Forcalquier en Gersend van Forcalquier.

Jacobus I van Aragón

Jacobus I van Aragón

7a. Jacobus I,  bijgenaamd de Overwinnaar
Geboren Montpellier, 2 februari 1208 – Valencia, 27 juli 1276. Hij was koning van Aragon, graaf van Barcelona en heer van Montpellier van 1213 tot 1276 en koning van Majorca van 1231 tot 1276.
Jacobus werd geboren te Montpellier als enige kind van Peter II van Aragón en Maria van Montpellier, dochter van Willem VIII van Montpellier en Eudocia Comnenus (nicht van de Byzantijnse keizer Manuel I Komnenos).

Onder zijn lange regering breidde de Kroon van Aragón zich uit langs alle kanten: naar Valencia in het zuiden, deLanguedoc in het noorden en de Balearen in het oosten. Door een verdrag met Lodewijk IX van Frankrijk onttrok hij de Principaliteit van Barcelona aan de Franse soevereiniteit en integreerde het in de Kroon van Aragón. Zijn rol in deReconquista leek sterk op die van zijn tijdgenoot Ferdinand III van Castilië in Andalusië.

Als wetgever en organisator neemt hij een bijzondere plaats in onder de Spaanse koningen. Hij stelde het Llibre del Consulat de Mar samen, dat de handel ter zee regelde en bijdroeg tot de Catalaanse suprematie in de westelijkeMiddellandse Zee. Hij stelde het Catalaans aan als officiële taal van zijn domeinen en sponsorde Catalaanse literatuur, zelfs een semi-autobiografische kroniek van zijn regeringsperiode: het Llibre dels fets.

Als kind was hij een pion in de machtspolitiek van de Provence waar zijn vader verwikkeld was in een strijd met enerzijds de katharen, ook albigenzen genoemd, en anderzijds kruisvaarders geleid door Simon IV van Montfort, Graaf van Leicester, die elkaar trachtten uit te roeien. Peter trachtte de noordelijke kruisvaders gunstig te stemmen door een huwelijk te regelen tussen zijn zoon Jacobus en Simons dochter. Hij vertrouwde de jongen in 1211 toe aan Montfort om aan diens hof opgevoed te worden. Hij zag zich echter al snel genoodzaakt om de wapens op te nemen tegen Simon, waarna hij sneuvelde in de Slag bij Muret op 12 september 1213. Jacobus’ moeder Maria van Montpellier was in april 1213 al overleden. De Montfort probeerde de weesjongen Jacobus hierop te gebruiken als een middel om zijn macht te vergroten, ware het niet dat de Aragonezen en Catalanen een beroep deden op paus Innocentius III die bij De Montfort erop aandrong de jongen aan hem over te dragen. In mei of juni 1214 werd Jacobus teCarcassonne overgedragen aan Peter van Benevento, de pauselijk legaat.

Jacobus werd naar Monzón gezonden waar hij aan de zorg van Willem van Montredon, grootmeester van de tempeliers in Spanje en de Provence werd toevertrouwd. Het regentschap viel toe aan zijn oudoom Sancho, graaf van Roussillon en diens zoon, de neef van de koning, Nuño. Het koninkrijk verviel echter in chaos en daarom werd Jacobus onder begeleiding van tempeliers en enkel loyale edelen in 1217 naar Zaragoza gebracht.

In 1221 trouwde hij met Eleanora van Castilië, dochter van Alfons VIII van Castilië en Eleanora van Engeland. De volgende zes jaar van zijn regering waren vol van opstanden van de adel. Door de vrede van Alcalá op 31 maart 1227 kwam hier een einde aan.

In 1228 zag Jacobus zich geconfronteerd met zwaardere tegenstand van een vazal dan ooit tevoren. Guerao van Cabrera had het graafschap bezet na het overlijden van Ermengol VIII graaf van Urgell (zonder zoon overleden in 1208) onder het mom dat een vrouw, in dit geval Aurembiax de dochter en erfgename van Armengol VIII, niet kon erven. Probleem was dat de gravin-weduwe zichzelf op haar sterfbed in 1220 als vazal aan Peter II de vader van Jacobus had verbonden.

Dit dwong Jacobus ertoe om in naam van Aurembiax, die dus onder zijn bescherming stond (wellicht een van zijn eerste minnaressen), in te grijpen. Hij kocht Guerao af en stond Aurembiax toe haar graafschap opnieuw op te eisen. Toen ze dit te Lérida deed droeg ze Lérida over aan Jacobus en beloofde ze Urgell als leengoed van Jacobus te houden. Na haar dood in 1231 ruilde hij Urgell voor de Balearen met Peter I van Portugal, haar weduwnaar.

Tussen 1230 en 1232 onderhandelde Jacobus met de oude Sancho VII van Navarra over een poging om na diens dood diens neef Theobald IV van Champagne van de troon te houden. Ze sloten een akkoord om Jacobus tot erfgenaam te benoemen. Toen Sancho in 1234 stierf, zetten de edelen van Navarra alsnog diens neef op de troon. Jacobus vroeg aan paus Gregorius IX om tussenbeide te komen, maar hij moest de troon alsnog aan Theobald laten.Jacobus wilde een staat vormen die beide kanten van de Pyreneeënomvatte als tegengewicht voor de macht van het koninkrijk Frankrijkten noorden van de Loire. In deze politiek ondervond hij net zoals deVisigoten voor hem velerlei problemen van fysieke aard (een bergketen als afscheiding), culturele aard (Spaans versus Frans) en politieke aard (de lokale edelen zaten niet op een nieuwe overheerser te wachten). In het geval van het Navarra zag hij snel in dat een verder avontuur te veel gevaren met zich meebracht. Dus zag hij bij het Verdrag van Corbeil in mei 1258 af van verdere aanspraken erop en in ruil gaf Lodewijk IX de verouderde en irreële aanspraken van de feodale suzereiniteit overCatalonië op; het Graafschap Barcelona onderhield ooit nauwe banden met Frankrijk.
Na deze valse start richtte Jacobus zijn blik naar het zuiden en deMiddellandse Zee waar hij begon met de verovering van de Balearen(taifa Majorca 1229; taifa Minorca 1232; Ibiza 1235) die hij wel in naam van Peter van Portugal had ontvangen, maar die in werkelijkheid bezet werden door de Arabieren. In 1235 viel ook de taifa Valencia voor de troepen van Jacobus.Gedurende de resterende twintig jaar na Corbeil vocht Jacobus nog met de Moren in de taifa Murcia in naam van zijn schoonzoon Alfons X van Castilië. In 1244 sloten beide vorsten een akkoord dat hun toekomstige expansieruimte afbakende. Jacobus tekende het ogenblikkelijk, Alfons bevestigde het pas veel later (zie ook Koninkrijk Valencia).De voorkeur die Jacobus toonde voor zijn onwettige nakomelingen leidde tot protest onder de edelen en uiteraard ook tot conflicten tussen zijn wettige en onwettige zoons. Toen een van de laatsten zich ondankbaar en verraderlijk tegenover zijn vader gedroeg, werd hij vermoord door Peter, een wettige zoon van de oude koning. Voor deze keer toonde de koning geen afkeuring.Aan het einde van zijn leven verdeelde Jacobus zijn staten over zijn zoons van Jolanda van Hongarije.
Peter erfde de Spaanse bezittingen op het vasteland en Jacobus het koninkrijk Majorca en de heerlijkheid van Montpellier. Deze verdelingen leidden natuurlijk tot wrijvingen tussen de broers. In 1276 werd de koning te Alzira plotseling zwaar ziek en deed troonsafstand met het doel zich terug te trekken in de abdij van Poblet, maar hij stierf al op 27 juli.van Engeland. Meteen na de geboorte van zijn zoon liet hij dit huwelijk ongeldig verklaren. Later werd zijn zoon uit dit huwelijk onwettig verklaard:

  1. Alfons (1229-1260), huwde Constance van Moncada, gravin van Bigorre, een Frans graafschap nabij de Pyreneeën, dochter van Gaston VII van Béarn.

In 1235 hertrouwde Jacobus met Jolanda van Hongarije, dochter van Andreas II (Zie Koningen van Hongarije nr. 12), bij diens tweede vrouw Yolande van Courtenay. Met haar had hij tien kinderen tot zij bij het laatste stierf:

  1. Jolanda (1236–1301), ook gekend als Violant, huwde met Alfons X van Castilië
  2. Constance (1239–1269), huwde Juan Manuel, heer van Villena, zoon van Ferdinand III
  3. Peter (1239–1285), erfgenaam van Aragon, Catalonië en Valencia
  4. Jacob (1243–1311), erfgenaam van de Balearen en de Languedoc
  5. Ferdinand (1245–1250)
  6. Sancha (1246–1251)
  7. Isabella (1247–1271) (Volgt 8) , huwde met Filips III van Frankrijk
  8. Marie (1248–1267), non
  9. Sancho (1250–1279), aartsbisschop van Toledo
  10. Eleanor (1251, jong gestorven)

Jacobus huwde de derde keer met Teresa Gil de Vidaure, dit enkel met een privé-overeenkomst. Hij verliet haar toen ze lepra kreeg. Kinderen bij haar:

  1. Jacobus (c.1255–1285), heer van Xèrica
  2. Peter (1259–1318), heer van Ayerbe

Jacobus had verscheidene minnaressen zowel vóór, tijdens als na zijn huwelijken. Zij schonken hem de volgende onwettige zonen: Bij Blanca d’Antillón:

  1. Ferran Sanchis (1240–1275) ook wel Fernando Sánchez genoemd; baron van Castro

Bij Berenguela Fernández:

  1. Peter Fernández, baron van Híjar

Bij Elvira Sarroca:

  1. Jacobus Sarroca (1248-), aartsbisschop van Huesca

7b. Raymond Berengarius IV
Geboren Aix-en-Provence, 1198, overleden aldaar, 19 augustus 1245.
Hij was een zoon van graaf Alfons II van Provence en Gersindis van Forcalquier. Hij was van 1209 graaf van Provence en vanaf 1222 ook graaf van Forcalquier.

In 1209 stierven zowel zijn overgrootvader, graaf Willem II van Forcalquier, als zijn vader. Peter II van Aragón nam de voogdij waar voor de jonge Raymond Berengarius. Peter II delegeerde op zijn beurt het regentschap aan zijn oom Sancho, graaf van Roussillon. In 1213 werd ook Peter II in Muret gedood en nam Sancho tevens het regentschap over Aragon waar en stond het regentschap over Provence af aan zijn zoon Nuno. Door deze verwarring ontstond tweespalt bij de Katalanen van Provence tussen de aanhangers van Gersinde en deze van Nuno, die de jonge graaf leek te willen verdrijven om in zijn plaats te komen. Willem van Sabran, een neef van Willem II van Forcalquier maakte aanspraak op het graafschap Forcalquier. Hij maakte gebruik van de onrust in het gebied om Sisteron in te nemen. Door een vergelijk van de aartsbisschop van Aix werd Willem schadeloos gesteld.

Ook de graaf van Baux, Willem van Orange, die zich door keizer Frederik II in 1214 de titel van koning van Arles had laten toekennen, liet zich gelden en nam de wapens op om zijn titel kracht bij te zetten. Verschillende steden in Provence maakten van de verwarring gebruik om de republiek uit te roepen: Arles, Aix, Marseille, Nice en Avignon. In 1217 ten slotte kwam Raymond Berengarius naar zijn land. Hij spande zich in om de steden te onderwerpen. De Provençaalse adel koos ten slotte partij voor Gersinde, verdreef Nuno, plaatste Raymond Berengarius onder de voogdij van zijn moeder en stelde een regentenraad aan.

In 1222 was de positie van Raymond Berengarius geconsolideerd en stond Gersindis hem het graafschap Forcalquier af. Toen ook Avignon onder de invloed raakte van de ketterijen van de Albigenzen, belegerde keizer Frederik II de stad en nam hij deze ten slotte in op 10 september 1226.

Op 5 juni 1219 huwde Raymond Berengarius met Beatrix van Savoye, een dochter van graaf Thomas I van Savoye.
Uit dit huwelijk werden vier dochters geboren:

  • Margaretha van Provence (1221-1295), die huwde met koning Lodewijk IX van Frankrijk
  • Eleonora van Provence (1223-1291), die huwde met koning Hendrik III van Engeland
  • Sancha van Provence (rond 1225-1261), die huwde met Richard van Cornwall, koning van het Heilige Roomse Rijk
  • Beatrix van Provence (1234-1267), erfdochter, gravin van Provence (1245-1267), die huwde met Karel van Anjou, , Koning van Sicilië en Napels

8a. Isabella van Aragón
Geboren1247 –  overleden Cosenza, 28 januari1271. Zij was een dochter van Jacobus I van Aragón en van Jolanda van Hongarije.
Zij huwde in 1262 de latere koning Filips III van Frankrijk en werd de moeder van:

  1. Lodewijk – (1266 – mei 1276)
  2. Filips – (1268 – 29 november1314)
  3. Karel van Valois (Volgt Capetingers nr. 18)

Op terugtocht van de Achtste Kruistocht waar zij haar echtgenoot vergezelde, stierf zij na een ongelukkige val van haar paard.

8b. Eleonore van Aragon
Geboren in het jaar 1217 in Aix-En-Provence, Provence-Alpes-Côte D’azur. Overleden op 25 juni 1291 in Amesbury, Wiltshire.
Dochter van Beatrix van Savoye en Raymond V Berenger van Aragon Graaf van de Provence.
Zij is getrouwd op 4 januari 1236 te Kathedraal Van Canterbury te Kent met Hendrik III Plantagenet Koning van Engeland. Zoon van Jan I Zonder Land, Koning van Engeland en Isabella van Angoulême.
Kinderen:

  • Edward I (Langbeen) Plantagenet Koning van Engeland  1239-1307
  • Margaretha Plantagenet Prinses van Engeland  1240-1275
  • Beatrix Plantagenet Prinses van Engeland  1242–1275 (Volgt Koningen van Engeland I nr. 27), huwde met hertog Jan II van Bretagne
  • Edmund (Crouchback) Plantagenet Earl van Lancaster  1244-1296

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

 

Keizers, Koningen en Hertogen

handtekening 2016

2 augustus 2016