Heren van Amstel

De heren van Amstel (ook geschreven als Heeren van Aemstel) waren een middeleeuws ministeriaal (en later adellijk) geslacht dat het Amstelland ontgon en over het gebied regeerde in naam van de bisschop van Utrecht (en later de graaf van Holland).

Amstel

1. Wolfgerus van Amstel (geboren ca.1075 – overleden 1131) was vermoedelijk de eerste leenheer van Amstelland.
Wolfgerus werd geboren in het hertogdom Neder-Lotharingen en wordt rond 1100 aangesteld als schout van Amstelland. Hij komt in 1105 voor in een geschrift van bisschop Burchard. In 1118 neemt hij zitting in de tienkoppige ministriaal van de bisschop van Utrecht en heeft een stem in de werkzaamheden die plaatsvinden in Amstelland. In 1126 komt hij nogmaals voor in een geschrift van bisschop Godebald. Aan het einde van zijn leven bezat hij diverse landgoederen en schouttitels aangeduid als Villicatio dat zich bevond tussen Kennemerland en IJsselstein.
Kinderen:

  • Egbert van Amstel (1105 – 1172) volgde hem op als schout en (leen)heer van Amstel. (Volgt 2)

2. Egbert van Amstel, (geboren 1105 – overleden 1172) was heer van Amstelland vanaf 1131 tot 1172.
Hij was een zoon van Wolfgerus van Amstel. Egbert komt als getuige voor in de geschriften van de Utrechtse bisschoppen Andries van Cuijk (1131), Hartbert van Bierum (1143) en Godfried van Rhenen (1172). Egbert zit in het ministriaal van de bisschop van Utrecht en het kapittel van Sint Maarten. Is in 1145 getuige bij een uitspraak van koning Koenraad III dat de graafschappen Oostergo en Westergo aan het sticht Utrecht toe komen. Heeft in 1171 een dispuut met het kapittel van Sint Marie (ook in Utrecht) over grondgebied. Na zijn dood staat hij veengrond af (gelegen nabij Bijlmerbroek) aan de bisschop van Utrecht.
Hij was gehuwd met Badeloch van Muiden, dochter van Gijsbrecht Bothensone van Muiden.
Egbert had (minstens) twee zonen:

– Gijsbrecht I van Amstel (1145 – 1188) (VOLGT 3)
– Hendrik van Amstel (1146 – na 1172)

Egbert liet als eerste heerser van Amstelland een versterkt herenhuis bouwen, wat als residentie voor de heren zou dienen. Dit onderkomen zou gelegen hebben in Ouderkerk aan de Amstel bij de huidige Beth Haim begraafplaats. Het werd in 1204 vernietigd door opstandige Kennemerse boeren.

amstel2

Amstel

3. Gijsbrecht I van Amstel, (geboren ca.1145 – overleden tussen 1188 en 1200) was heer van Amstelland van 1172 tot na 1188.
Hij was een zoon van Egbert van Amstel. Hij komt in 1176 voor in een geschrift van Boudewijn, de proost van het kapittel van Sint-Marie te Utrecht. Het zou hier kunnen gaan om een schuld die zijn vader nog had uitstaan. In 1178 komt hij nog voor in een getuigenis van bisschop Godfried van Rhenen. In 1188 komt hij het laatst voor en wordt hij in een oorkonde van de Utrechtse bisschop Boudewijn II van Holland onder de getuigen vermeld, onmiddellijk na graaf Floris III van Holland.
Gijsbrecht was gehuwd met Hadewiges en kreeg (minstens) vier zonen en een dochter:
 Gijsbrecht II van Amstel (VOLGT 4a)
– Dirk (ovl. 1227), deken van Sint-Jan te Utrecht
– Egbert
– Egidius, heer van Mijnden
– Rixa (Volgt 4b).

4a. Gijsbrecht II van Amstel, (geboren 1175 – overleden ca.1230) was heer van Amstelland.
Gijsbrecht II was een zoon van Gijsbrecht I van Amstel. Hij komt voor het eerst voor met zijn broers Egbertus en Egidius in 1200, als getuige in een oorkonde van bisschop Dirk II van Utrecht. Gijsbrecht II maakte vanaf 1200 deel uit van de 10-koppige ministriaal van de bisschop van Utrecht. Hij bezat Amstelland, Muiden, Weesp, Diemen en Naardingerland. In 1224 werd hij ridder.
In 1222 wordt hij heer van Amstel genoemd en blijkens verschillende oorkonden bezat hij (rond 1224) de rang van ridder. Toen graaf Dirk VII van Holland overleed in 1203, koos Gijsbrecht de zijde van Ada van Holland, die een dispuut had met haar oom Willem I van Holland. Hij vocht dan ook mee in de Loonse Oorlog aan de zijde van Lodewijk II van Loon en Aleid van Kleef. Hij moest echter de wijk nemen en nam samen met bovengenoemde per schip een vlucht route naar Engeland. De Kennemerse boeren waren woedend dat Gijsbrecht de zijde van Ada had gekozen, waarna ze de landerijen van Gijsbrecht verwoestten en onderwater zetten. Nadat de vrede was gesticht met de graven en bisschoppen moest de schade vergoed worden door de Kennemers. Nadat de vrede weergekeerd was, liet Gijsbrecht een nieuw slot bouwen iets dichter bij (het huidige Amsterdam). Hij breidde zijn bezittingen langs vreedzame weg uit. Zo ontving hij van graaf Willem I goederen in Boskoop, van de abdij van Elten Nardinclant en in 1226 Muiden, Weesp en Diemen van de bisschop van Utrecht.

Gijsbrecht was het jaar daarop aanwezig bij de Slag bij Ane in 1227. Hij trok daarbij samen met de bisschop van Utrecht en de graaf van Gelre op tegen Rudolf van Coevorden. De bisschop sneuvelde en zowel Gijsbrecht als de graaf van Gelre vielen zwaargewond in Rudolfs handen. Zij werden later weer vrijgelaten en ontvingen een vrijgeleide om bij de keuze van een nieuwe bisschop vertegenwoordigt te kunnen zijn. Hun verschijnen in zwaargewonde toestand maakte zoveel indruk, dat de kapittelheren het weldra over de keuze van een opvolger eens werden. Gijsbrecht en de graaf keerden vervolgens niet naar Coevorden terug, aangezien zij 1 oktober 1227 door de rooms-koning van hun belofte werden ontslagen, omdat Rudolf en de zijnen geëxcommuniceerd waren. Na 1243 werd niks meer van Gijsbrecht vernomen.
Hij was gehuwd met Bertrade van IJsselsteijn, dochter van Jan, heer van IJsselsteijn en Sofia van Alkemade.
Kinderen:
– Gijsbrecht III van Amstel, die zijn vader opvolgde (Volgt 5).
– Badeloch van Amstel (voor 1230 – na 1252), huwde met 1e met Herman V van Woerden en 2e met Willem I van Egmont (Volgt Heren van Egmont 11)

4b. Rixa van Amstel
Geboren rond 1175, overleden rond 1252. Dochter van Gijsbrecht I van Amstel en Hadewiges.
Zij was gehuwd met Walter Uten Goye.
Kinderen:
– Ghiselbertus Uten Goye 1200-1271 (Volgt Graven van Goye nr. 7).
– Walter Uten Goye ….- 1252
– Willem Uten Goye …. – 1262
– Spiringus Uten Goye …. – 1259

5. Gijsbrecht III van Amstel (geboren ca. 1200 – overleden ca. 1252) was heer van Amstelland. Hij was een zoon van Gijsbrecht II van Amstel.
Gijsbrecht III huwde omstreeks 1230 met Bertha (Beerta) van Oegstgeest, met wie hij enkele kinderen kreeg, onder wie opvolger Gijsbrecht IV van Amstel en Arnoud van Amstel, stichter van het geslacht IJsselstein. Gijsbrecht III huwde een tweede keer met een dochter van Albert van Kuyck, mogelijk Aleidis geheten, omstreeks 1240.
Gijsbrecht maakte deel uit van het 10 koppige ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Hij sloot zich in de politiek bij Holland aan, en komt ook later voor onder de ‘fideles et familiares’ van de rooms-koning Willem II van Holland. Vermoedelijk is onder zijn bewind de dam in de Amstel gelegd, waaraan Amsterdam zijn naam ontleent. Hij is in 1247 getuige bij een overhandiging van een aantal landerijen door graaf Willem II van Holland aan een familielid te Delft. Deze landerijen worden later onder begeleiding van Gijsbrecht aan de Duitse orde verkocht. Eind 1251 komt hij samen met omstreekse boeren in opstand tegen Hendrik van Vianden, de bisschop van Utrecht. Deze liet daarop Gijsbrecht aan zijn benen achter één van zijn paarden binden op (16 juni 1252), en hem zo door Utrecht en omstreken slepen tot de dood erop volgde.
Zonen bij Bertha van Oegstgeest:
– Gijsbrecht IV van Amstel, opvolger en bekend van het complot tegen graaf Floris V van Holland.
– Arnoud van Amstel (Volgt Heren van IJsselstein nr. 6).

 

Terug naar:

Heren en Vrouwen van…

 

  facebook        

 

handtekening 2015

© 1 maart 2015