De Merovingen


Voorouders van Karel de Grote

 

De Merovingen waren een dynastie van Frankische koningen, die over een regelmatig veranderend gebied in delen van het huidige Nederland, België, Frankrijk en Duitsland regeerden van de 5e tot in de 8e eeuw.
De Merovingische dynastie dankt haar naam aan Merovech, een min of meer legendarische koning van de Salische Franken van 447 tot 457. Zijn kleinzoon, Chlodovech, ook bekend als Clovis, kon het grootste deel van Gallië ten noorden van de Loire verenigen. Clovis liet zich in 496 dopen, waardoor het christendom de staatsgodsdienst van het Frankische Rijk werd. Het rijk van Clovis werd na zijn dood overeenkomstig de Salische wetten over zijn vier zonen verdeeld.

 

Merovech

Merovech

1. Merovech was hoogstwaarschijnlijk koning (hertog) van de Salische Franken (447-458) na Chlodio. Hij is de naamgever van de zogenaamde Merovingen, onder welke dynastie het Frankische Rijk tot bloei kwam.
Over Merovech zelf is weinig bekend, en hij geldt daarom als een half-mythische figuur. Naar alle gedachten was hij de zoon van Chlodio. Volgens de sage werd hij verwekt toen zijn moeder bij het baden een zeemonster tegenkwam. Het vormt een van de mogelijke verklaringen voor de oorsprong van de uitspraak dat iemand van (Europese) adel “blauw bloed” zou hebben, zoals de zeewezens.
Omstreeks 450 leefden de Salische Franken op goede voet met de Romeinse Generaal Aetius. Als bondgenoten streden zij in 451 mee aan de zijde van Aetius tegen de Hunnen tijdens de slag op de Catalaunische velden. Aangenomen wordt dat Merovech als aanvoerder van de Frankische hulptroepen daarbij aanwezig was.
Merovech werd na zijn dood in 458 opgevolgd door zijn zoon Childerik I (VOLGT 2).

Childeric I

Childeric I

2. Childerik I (geboren ca. 436- overleden 26 december 481 of 482) was een koning (hertog) van de Salische Franken. Hij volgde zijn vader Merovech op als heerser van de Saliërs in de omgeving van Doornik. Childerik diende vermoedelijk als generaal onder de Romeinse keizer Majorianus en in die hoedanigheid ook onder de Gallo-Romeinse heersers Aegidius en diens opvolger Paulus.
Childerik verkreeg het leiderschap bij de dood van zijn vader, Merovech, omstreeks 458. Hij had zijn machtsbasis rondom de stad Doornik en beheerste mogelijk de Romeinse provincie Belgica.
Childerik zou op een zeker moment door zijn volk zijn verstoten omdat hij zich zo vaak vergreep aan vrije en adellijke vrouwen dat dit niet meer werd getolereerd. Daarom zou hij 8 jaar in ballingschap in Thüringen hebben geleefd, voordat hij kon terugkeren en het koningschap opnieuw kon opnemen. Het is echter niet duidelijk of dit meer is dan een legende. Volgens deze geschiedenis zou hij daar de koningin van de Thüringers, Basina, hebben verleid en als zijn echtgenote mee naar huis hebben genomen.Childerik vocht enkele malen aan de zijde van de Romeinen, onder meer met Aegidius tegen de Visigoten bij Orléans in 463 en met comes Paulus tegen de Saksen in de slag bij Angers in 469. Deze Saksen hadden zich aan de monding van de Loire gevestigd. De leider van deze Saksen heette Adovacrius. Volgens de overlevering sloot hij later een verdrag met Odoaker, de militaire leider van Italië, die in 476 de laatste Romeinse keizer met pensioen zou sturen, tegen de Alemannen die Italië waren binnengevallen. Odoaker en Adocacrius waren duidelijk twee verschillende personen. Er zijn aanwijzingen dat het Gallo-Romeinse Rijk van Syagrius er voor verantwoordelijk was dat de macht van Childerik geleidelijk afbrokkelde en wel zodanig dat deze bij zijn dood weinig meer bezat dan het gebied rond en ten noorden van Doornik.

Childerik had vier kinderen:
Chlodovech (Clovis) (VOLGT 3)
– Lantechilde
– Audofleda (gehuwd met Theodorik de Grote)
– Abboflede.

Clovis I

Clovis I

3. Clovis of Chlodovech (geboren ca. 466, overleden 511) was de eerste koning der Franken die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser. Hij was ook de eerste katholieke koning die heerste over Gallië (Frankrijk). Hij was de zoon van Childerik I en Basina. In 481, toen hij vijftien jaar oud was, volgde hij zijn vader op.
De Salische Franken waren een van de twee Frankische stammen die het gebied ten westen van de lagere Rijn bezetten, met hun centrum in een gebied bekend als Toxandrië, tussen de Maas en de Schelde (in wat nu België en Nederland is). Clovis’ machtsbasis was ten zuidwesten hiervan, in de buurt van Doornik en Kamerijk, langs de moderne grens tussen Frankrijk en België. Clovis veroverde de naburige Salisch Frankische koninkrijken en vestigde zichzelf als enige heerser van de Salische Franken voor zijn dood. De kleine kerk waarin hij werd gedoopt heet nu het klooster van Saint-Remi en er staat een standbeeld van hem, tijdens zijn doop door Remigius van Reims. Clovis en zijn vrouw Clothilde werden begraven in de basiliek van de Heilige Apostelen in Parijs, op de plek waar later de kerk van Sint-Genevieve kwam te staan (Rue Clovis, 5e arrondissement). Na de sloop van deze kerk in 1807, is de tombe van Clovis overgebracht (in 1816) naar de abdijkerk van Saint Denis. Het is echter niet bekend waar zijn stoffelijke resten zijn, omdat deze nooit zijn teruggevonden. Een belangrijk deel van Clovis nalatenschap is dat hij in 486 de macht van de Romeinen verminderde door de Romeinse heerser Syagrius te verslaan in de Slag bij Soissons.
Clovis werd bekeerd tot het katholicisme op initiatief van zijn vrouw, Clothilde, een Bourgondisch Gotische prinses die, ondanks het arianisme dat haar aan het hof omringde, katholiek was. Het arianisme was de voornaamste godsdienst onder de Goten die in die tijd over het grootste gedeelte van Gallië heersten. Clovis werd gedoopt in een kleine kerk die zich bevond op de plaats van, of naast de Kathedraal van Reims, de kerk waar de meeste toekomstige Franse koningen gekroond zouden worden. Deze daad was van enorm belang in de latere geschiedenis van West- en Centraal-Europa in het algemeen, omdat Clovis zijn domein uitbreidde over bijna de hele oude Romeinse provincie Gallië (ruwweg modern Frankrijk). Komende uit het huis van Merovech wordt hij beschouwd als de stichter van de Merovingische dynastie die heerste over de Franken voor de volgende twee eeuwen. Naar hem verwijst de naam van vele Franse koningen die later regeerden (CLOVIS – LOVIS – LOUIS).

Clovis was tweemaal getrouwd: eerste huwelijk met een prinses van de Ripuarische Franken, mogelijk met de naam Amalberga. Uit de huwelijk:-

  • Theuderik, rond 485 geboren en was tussen 511 en 533 koning van Austrasië, het oostelijke deel van het Frankische rijk, dat grotendeels door zijn vader Clovis was veroverd.

    Tweede huwelijk (493) met Clothilde (480-545) Zij was een Bourgondische prinses. Zij was de dochter van Chilperik, koning van Bourgondië, die in 493 vermoord werd door haar oom koning Gundobad.
    Kinderen uit dit huwelijk:
  • Childebert I, regeerde in Parijs, waar hij verbleef, en de streek van Seine en Somme tot tegen Bretagne en het Kanaal, van 511 tot 558.
  • Chlodomer, verkreeg bij de verdeling van Clovis’ rijk Orléans toegewezen.
  • Chlotarius I (VOLGT 4)
  • Clothilde, trouwde met de Visigotische koning Amalarik.

Clovis is een voorvader van Karel de Grote via Bilichilde Van Keulen, dochter van Chlotarius I. De mannelijke lijn van zijn nakomelingen eindigt ten tijde van Karel Martel en diens zoon Pepijn de Korte. Wel is bekend dat vrouwelijke nakomelingen van Clovis in het koningshuis van Kent zijn getrouwd en dat Clovis zodoende één van de voorouders van de Engelse koning Alfred de Grote is. Omdat diens dochters en kleindochters op hun beurt weer huwelijken in Frankrijk en Duitsland sloten, zijn Clovis’ nakomelingen in heel West- en Midden-Europa te vinden.

Chlotarius

Chlotarius I

4. Chlotarius I, ook Chlotar genoemd, (geboren Soissons, overleden ca. 497 – Compiègne, eind november of december 561) was een zoon van Clovis I en Clothilde. Hij ligt begraven in de door hem gestichte Sint-Medardusabdij in Soissons.
Na de dood van zijn vader in 511 werd het rijk opgesplitst tussen Chlotarius I en zijn drie broers, die elk een koningstitel kregen. Chlotarius I kreeg het oorspronkelijke kerngebied van de Salische Franken en het zuidelijk deel van Aquitanië, met Soissons als hoofdstad.
In 523 / 524 viel hij met zijn broers Chlodomer en Childebert I Bourgondië binnen, hiertoe aangezet door hun moeder die nog een persoonlijke rekening met het Bourgondische koningshuis had te vereffenen. De Bourgondische koning werd gedood, maar zijn broer Godomar nam de leiding van het verzet op zich en wist Chlodomer te doden. De Bourgondische koningin-weduwe Guntheuca huwde (gedwongen) met Chlotarius I.
Childebert I en Chlotarius I wilden Chlodomers koninkrijk verdelen maar vreesden dat zijn zonen hun erfdeel zouden opeisen. Daarom lokten zij hun neven weg van Guntheuca die hen in bescherming had genomen. Ze twijfelden of ze hen zouden doden of scheren “zoals het overige volk” (los, lang haar was een teken van het koningschap) en in een klooster zouden wegsluiten, maar ze lieten de keuze uiteindelijk over aan Guntheuca. Ze zonden haar een bode, voorzien van schaar en zwaard, met de volgende vraag: “… of zij wenste dat haar kinderen met geschoren haar het leven behouden bleef, of dat zij zouden worden gedood.” In haar verslagenheid antwoordde ze, dat – als ze dan toch de troon niet zouden bestijgen – zij hen liever dood zag dan geschoren. Twee van de zonen werden omgebracht. Een derde wist te ontkomen, maar werd geestelijke om aan zijn ooms te ontkomen. Chlotarius en Childebert verdeelden nu het bezit van Chlodomer; Chlotarius kreeg de streken rond Tours en Poitiers.
In 534 vielen Chlotarius I en Childebert I opnieuw Bourgondië aan. Ze belegerden en veroverden Autun, wisten het hele koninkrijk te bezetten en zetten koning Godomar af. Chlotarius verwierf de gebieden rond Grenoble, Die, Valence en Embrun. De Bourgondiërs behielden wel hun eigen wetten.
In 531 veroverde Chlotarius I samen zijn halfbroer Theuderik I het Koninkrijk Thüringen. Chlotarius I nam als deel van de buit zijn tweede vrouw mee naar huis, maar het lukte hem niet ook een deel van het koninkrijk te verwerven. De onenigheid liep zo hoog op dat Theuderik een moordaanslag op Chlotarius liet uitvoeren, maar die mislukte.
Rond 535 werd Chlotarius I aangevallen door Theuderik I en Childebert I. Hij werd ernstig in het nauw gebracht, maar zijn broers zetten uiteindelijk niet door.
In 536 bezette Chlotarius I de gebieden rond Orange, Carpentras en Gap als de Ostrogoten de Provence opgaven.
In 541 viel hij met zijn broer Childebert I de Visigoten aan en belegerde Zaragoza, maar ze werden teruggedreven.
Na een aantal jaren van betrekkelijke rust erft Chlotarius I alle Frankische koninkrijken als hun koningen kinderloos overlijden…
In 561 overleed hij, nadat hij tijdens een jachtpartij koorts had gekregen, en werd het rijk verdeeld tussen zijn vier zoons, Charibert I,Guntramnus, Chilperic I en Sigebert I.

Chlotarius I was meerdere malen getrouwd:
1. Guntheuca, weduwe van Chlodomer.
2. Radegund van Thüringen. Ze was de dochter van koning Berthachar die samen met zijn broers Baderik en Hermanfried over het koninkrijk Thüringen heerste. Zij werd gedwongen om met de moordenaar van haar familie te trouwen: Chlotarius I, koning der Salische Franken.
Ze overleed op 13 augustus 587. Wanneer ze werd heilig verklaard, is onbekend, maar ze werd een tamelijk populaire heilige in Frankrijk.
3. Ingonda. Vanaf 517 was ze al de minnares van Chlotarius I. Als zij Chlotarius I vraagt om een goede echtgenoot voor haar zuster te vinden, besluit die dat er geen betere kan zijn dan hijzelf. Hij sluit een polygaam huwelijk en laat de zusters ook tezamen leven. Moeder van Charibert I, Guntram en Sigebert I.
4. Aregonda (polygaam). Moeder van Chilperic I. (VOLGT 5)
5. Waldrada, een Langobardische prinses, weduwe van zijn achterneef Theudowald. Toen de bisschoppen bezwaar maakten wegens verwantschap, heeft hij haar verstoten en met hertog Garibald I van Beieren laten trouwen. Overigens is het onduidelijk of ze echt getrouwd zijn, Gregorius van Tours vermeldt alleen dat ze gemeenschap hadden.
Dochter uit deze relatie: Bilichilde Van Keulen, gehuwd met Ansbert van de Schelde. Zij waren de ouders van Arnoald, bisschop van Metz.
Er zijn nog enkele minnaressen geweest die niet met naam bekend zijn.

Chilperic I

Chilperic I

5. Chilperic I (geboren voor 535 – overleden Chelles, 27 september 584) was vanaf 561 tot zijn dood een Frankische deelkoning, met als hoofdstad Soissons. Hij was een zoon van Chlotarius I en Aregonda. Chilperik werd begraven in de Saint-Germain-des-Prés te Parijs.
Na de dood van zijn vader in 561 legt Chilperik de hand op de koninklijke schat en eist in Parijs het gehele koninkrijk op. Zijn oudere halfbroers dwingen echter een deling af. Chilperik wordt koning van het (kleine) deelkoninkrijk van Soissons. In 562 valt hij Austrasië aan als Sigebert I aan zijn oostgrens de Avaren bevecht, en verovert Reims. Hij moet daarna vluchten als Sigebert in de tegenaanval gaat en Soissons verovert. Uiteindelijk wordt vrede gesloten en belooft hij Sigebert niet meer aan te vallen.
In 567 overlijdt Charibert I en wordt zijn koninkrijk verdeeld. Chilperik ontvangt het nog ontbrekende deel van Neustrië en de omgeving van Bordeaux en Limoges. Parijs blijft buiten de deling en krijgt een aparte status. Sigebert heeft de omgeving van Tours en Poitiers ontvangen, Chilperik probeert deze gebieden te veroveren maar wordt eruit verdreven door Gunthram. Als Chilperik een jaar later zijn tweede vrouw Galswintha doodt, ontstaat er een nieuw conflict met Sigebert. Sigebert is namelijk getrouwd met Brunhilde, de halfzuster van Galswintha, en zij maken aanspraken op de gebieden die Chilperik als morgengave aan Galswintha heeft geschonken: de omgeving van Bordeaux, Limoges en Bigorre. In die regio wordt een aantal jaren oorlog gevoerd.
In 573 sluit Chilperik een bondgenootschap met Gunthram tegen Sigebert maar in 575 laat Gunthram hem in de steek. Sigebert kan vervolgens eenvoudig Parijs en een groot deel van het koninkrijk van Chilperik veroveren. Chilperik moet zich helemaal terugtrekken op Doornik. Als de nederlaag onafwendbaar lijkt, stuurt Fredegonde (de derde vrouw van Chilperik en zijn grote liefde) twee vertrouwelingen met vergiftigde messen naar het kamp van Sigebert. Het lukt hen om Sigebert te vermoorden. Chilperik gebruikt dit moment om het Austrasische leger te verslaan. Hij herovert zijn gehele koninkrijk en verovert ook weer de omgeving rond Tours en Poitiers. Ook lukt het om Brunhilde gevangen te nemen. Een jaar later weet Brunhilde met hulp van Merowech, een zoon van Chilperik, te ontsnappen naar Austrasië. Brunhilde neemt de leiding van dat koninkrijk op zich. Merowech wordt kort daarop vermoord. Chilperik heeft nu, naast zijn oorspronkelijke koninkrijk, ook vrijwel het gehele koninkrijk van Charibert in handen. Afgezien van enkele gebieden van Gunthram, regeert hij over geheel Neustrië en Aquitanië.
In 578 verovert Chilperik Bretagne na een bloedige veldslag die drie dagen duurde. De kwestie van de erfopvolging in Bourgondië, zorgt voor een tijdelijke diplomatieke toenadering met Austrasië.
Een opstand tegen Brunhilde in Austrasië geeft Chilperik eindelijk de kans om met haar en met Bourgondië af te rekenen. Hij sluit een bondgenootschap met de opstandelingen en met hetByzantijnse Rijk. De opstand wordt echter neergeslagen en de plannen gaan niet door. In plaats daarvan sluit Chilperik in 583 een defensief bondgenootschap met de Visigoten. Er wordt een huwelijk tussen zijn dochter Rigundis en de Visigotische kroonprins overeengekomen en Rigundis trekt met een grote bruidsschat naar het zuiden.
In 584 wordt Chilperik vermoord tijdens de jacht, door een edelman die zich door hem vernederd voelde. Het huwelijk van Rigundis wordt afgeblazen en zij moet haar reis afbreken.
In 576 stuurt Chilperik zijn zoon Merowech, die dan zijn oudste levende zoon is, naar Poitiers. In plaats daarvan reist Merowech via Tours naar Rouen om daar zijn moeder te bezoeken. Ook Brunhilde leeft daar in ballingschap en zij worden getrouwd door bisschop Pretextatus (hoewel het volgens de opvattingen uit die tijd een incestueus huwelijk was). Drijfveer van Merowech was waarschijnlijk de geboorte van Samson, de oudste zoon van Fredegonde. Vermoedelijk was hij bang hierdoor de troon van Neustrië mis te lopen, en door dit huwelijk kreeg hij kans om koning van Austrasië te worden. Chilperik belooft Merowech en Brunhilde een vrije aftocht maar breekt zijn woord en neemt Merowech gevangen en onterft hem. Brunhilde krijgt wel vrije aftocht, met haar schat, naar Austrasië.
Merowech wordt gedwongen om in een klooster te treden. Hij ontsnapt echter snel naar Tours en zoekt de bescherming van het kerkasiel. Ondanks druk van Chilperik en Fredegonde handhaaft Gregorius van Tours zijn bescherming en enige tijd later weet Merowech met een kleine groep soldaten via Bourgondië te ontsnappen naar Austrasië. Daar wordt hij echter niet als koning erkend. Merowech krijgt wel de steun van een adelsfractie en kiest een verblijfplaats in de omgeving van Reims. In 577 wordt een concilie bijeengeroepen in Parijs. Daarbij wordt Pretextatus veroordeeld en verbannen naar Jersey. Gregorius van Tours wordt aangeklaagd wegens verraad maar tijdens een verzoeningsmaal wordt de kwestie bijgelegd.
Chilperik stuurt een leger naar Reims om Merowech gevangen te nemen maar dat mislukt. Dan krijgt Merowech het bericht dat de stad Thérouanne in opstand is gekomen en hem als koning heeft gekozen. Met een kleine groep reist hij naar Thérouanne, en wordt gevangengenomen – het bericht was vals. Volgens de lezing van Chilperik heeft Merowech zelfmoord gepleegd om gevangenschap te voorkomen maar veel tijdgenoten denken dat Chilperik hem heeft laten doden.
Chilperik was in conflict met de kerk door de confiscatie van kerkelijke goederen en de benoeming van hovelingen tot bisschop. Hij zou ook bisschopsambten aan de hoogste bieder hebben verkocht en nalatenschappen ten gunste van de kerk ongeldig hebben verklaard. Chilperik hief hoge belastingen maar verbrandde de belastingregisters als boetedoening nadat twee van zijn zoons bij Fredegonde aan dysenterie waren overleden. Hij had uitgesproken theologische opvattingen over de Drie-eenheid die neigden naar ketterij. Ook probeerde Chilperik het alfabet te hervormen door letters toe te voegen die pasten bij de Frankische taal. Hij introduceerde het uitsteken van de ogen als straf (naar Byzantijns voorbeeld, als beschaafd alternatief voor de doodstraf). Hij had ook enig talent als musicus en dichter en liet de amfitheaters van Soissons en Parijs herstellen.

Chilperik was driemaal getrouwd:
1. Audovera, verstoten. In 580 vermoord in opdracht van Fredegonde. Ze kregen vijf kinderen:
– Theodebert, gesneuveld in de oorlog tegen Sigebert.
– Merovech
– Clovis, 580 vermoord door Fredegonde omdat ze hem beschuldigde door hekserij de dood van haar kinderen op zijn geweten te hebben en omdat Clovis, toen hij na hun dood de enige levende zoon van Chilperik was, Fredegonde had gedreigd om met haar af te rekenen als hij eenmaal koning zou zijn.
Basina, verkracht in opdracht van Fredegonde (waardoor ze geen belangrijk huwelijk meer kon sluiten en dus politiek was uitgeschakeld) en daarna in een klooster in Poitiers getreden. Was betrokken in de opstand der nonnen aldaar.
Childeswindis
2. Galswintha, geen kinderen
3. Fredegonde, vier zoons zijn jong overleden aan dysenterie (wat in die periode epidemisch was in het Frankische Rijk). Daarnaast:
– Rigundis
– Chlotharius II (VOLGT 6), geboren kort voor de dood van zijn vader.

Chlotharius II

Chlotharius II

6. Chlotharius II (geboren 584Parijs, overleden tussen 18 oktober 629 en 8 april 630) was een zoon van Chilperik I (koning van Neustrië en Aquitanië) en Fredegonde. Hij werd geboren in het voorjaar van 584 en was drie maanden oud toen zijn vader werd vermoord. Hierdoor was hij bijna zijn gehele leven een Frankische koning, gedurende zijn minderjarigheid met zijn moeder als regentes.

Zijn heerschappij werd vrijwel meteen bedreigd door de koning van Austrasië Childebert II. Fredegonde vluchtte met Chlotarius en de koninklijke schat naar Parijs en was daar veilig onder de bescherming van Chlotarius’ oom Gunthram (koning van Bourgondië). In 587 sloten de andere koningen een verdrag waarbij een groot deel van het koninkrijk van Chlotarius’ vader werd verdeeld en voor hem slechts een restant overbleef. Toen Gunthram in 592 overleed, werd Chlotarius’ positie onzeker. In 593 was er een Austrasische inval maar die werd afgeslagen, Chlotarius (9 jaar oud) was toen bij zijn leger aanwezig. In 596 plunderde Chlotarius zelf de streken rondom Parijs. In het jaar 600 werd hij verslagen door de zonen van Childebert II: Theuderik II (koning van Bourgondië) en Theudebert II (koning van Austrasië) in een veldslag bij de rivier de Orvanne bij Dormelles. Hij moest nu ook het gebied ten zuiden van de Seine, afstaan.
In 605 valt hij Bourgondië aan maar zonder succes. In 608 neemt hij deel aan een bondgenootschap tegen Theuderik II met de Visigoten, de Longobarden en Austrasië, maar dat blijft zonder resultaten. In 611 wijzigt hij zijn politiek en sluit hij een bondgenootschap met Theuderik II tegen Theudebert II. Daardoor krijgt hij in 612 zijn oorspronkelijke koninkrijk weer geheel in bezit. Theudebert II is dan overleden en Theuderik II maakt zich op voor een gevecht om de macht met Chlotarius, maar overlijdt tijdens de voorbereidingen van zijn veldtocht.
Plotseling is er een geheel nieuwe situatie ontstaan. De oude koningin Brunhilde van Austrasië probeert de macht in Austrasië en Bourgondië te consolideren voor haar minderjarige achterkleinzoon Sigebert II. De aristocratie voelt zich hierdoor bedreigd en de Austrasische edelen Pepijn van Landen en Arnulf van Metz en de Bourgondische hofmeier Warchenar, sluiten een overeenkomst met Chlotarius: zij zullen hem helpen om koning te worden van het gehele Frankische rijk en hij zal hun positie en autonomie waarborgen. Bij de rivier de Aisne weten ze de troepen van Sigebert en Brunhilde te verslaan. Chlotarius geeft opdracht voor de moord op Brunhilde en haar achterkleinzoons. De jongens worden onthoofd en Brunhilde zou drie dagen zijn gemarteld en daarna zijn vastgebonden aan een wild paard en zijn voortgesleept tot ze was overleden.
Na de overwinning onderhandelde Chlotarius in Andernach met de Austrasische adel over de nieuwe staatsinrichting. Als resultaat daarvan vaardigde hij 18 oktober 614 te Parijs, het Edictum Chlotharii uit. Hierbij werd een systeem gecreëerd met autonome deelkoninkrijken waar het hoogste gezag bij de hofmeier lag. Ook de verdere positie van de adel werd versterkt door de bepaling dat functies moesten worden vervuld door adel uit de betreffende regio, waardoor de grote families de gelegenheid kregen om een sterke lokale machtsbasis op te bouwen. Joden werden uitgesloten van overheidsdienst.
In 617 maakte hij de functie van hofmeier tot een positie voor het leven. Ook kocht hij in dat jaar de Austrasische schatting aan de Longobarden af. In 623 gaf hij in de persoon van zijn minderjarige zoon Dagobert I, Austrasië een eigen deelkoninkrijk, die onder voogdij van Arnulf van Metz werd geplaatst. Al snel liepen de spanningen tussen Dagobert en Chlotarius op maar door bemiddeling van Arnulf van Metz werd er in 625 een verdrag gesloten waarin hun verhouding werd geregeld. Chlotarius bevorderde het werk van Ierse zendelingen.

Van Chlotarius zijn drie huwelijken bekend:
1. Adaltrudis (ca. 585 – 604), begraven St Pierre te Rouen, kind: Emma, gehuwd met Eadbald van Kent.
2. Bertrude (ca. 590 – 618), afkomstig uit Bourgondië, kind: Dagobert I (VOLGT 7).
3. Sichildis, kinderen: Charibert II en Oda.

Dagobert I

Dagobert I

7. Dagobert I, (geboren 603 – overleden Épinay-sur-Seine, 19 januari 638 of 639) was koning der Franken van 629 tot 639. Hij was de oudste zoon van koning Chlotharius II.
In 623 werd hij door zijn vader aangesteld als onderkoning in Austrasië. In 629 volgde hij zijn vader Chlotharius II op als koning der Franken samen met zijn halfbroer Charibert II, die het deelrijk Aquitanië toevertrouwd kreeg maar al in 632 overleed. Tijdens zijn koningschap maakte hij Parijs hoofdstad van het Frankische rijk. Dagobert zocht samenwerking met keizer Heraclius van het Oost-Romeinse/Byzantijnse Rijk. Pepijn van Landen was de eerste hofmeier van betekenis. Hij was raadgever van Dagobert I, samen met de heilige Eloi of Eligius en de heilige Ouen. In 632 kwam de adel van Austrasië in opstand en moest hij zijn toen amper driejarige zoon Sigibert III koning van Austrasië maken. Zijn zonen Sigibert III (630-656) van Austrasië en Clovis II (634-657) van Neustrië zouden, mede door hun weinig energieke koningschap, bekend worden als vadsige koningen. Dagobert I ging de geschiedenis in als ‘goede koning’.
Dagobert I zou het castellum Trajectum met een daar aanwezig, maar verwoest kerkje aan de aartsbisschop van Keulen hebben geschonken, mits die voor de kerstening van de Friezen zou zorgen.
Dagobert was tweemaal gehuwd:
1. N.N., van haar een zoon  Sigibert III.
2. Nanthilde, van haar een zoon Clovis II (VOLGT 8).

clovis2

Clovis II

8. Clovis II,  Chlodovech II (geboren 27 november 637 – overleden 655 / 658) was de zoon van de Merovingische koning Dagobert I en zijn tweede echtgenote Nanthilde. Na het overlijden van zijn vader op 16 januari 638 / 639 (het exacte jaartal is niet bekend), werd Clovis in oktober 640 koning van Neustrië en Bourgondië. Austrasië ging al eerder naar zijn halfbroer Sigibert III. Clovis was op dat moment nog te jong om zelf te regeren.
In de periode tussen het overlijden van zijn vader en zijn troonsbestijging trad zijn moeder Nanthilde op als regentes, hierin bijgestaan door Aega, de hofmeier van het paleis. Aega werd opgevolgd door Erchinoald, een neef van moederszijde van Dagobert. Deze had in Neustrië al snel de touwtjes stevig in handen. Teneinde zijn machtspositie te kunnen consolideren, zorgde hij ervoor dat Clovis trouwde met de Angelsaksische slavin Bathildis, die een aristocrate was voor zij werd gevangengenomen. Zij werd na haar dood heilig verklaard (feestdag 26 januari). Koning Clovis stierf omstreeks 657 een vroegtijdige dood, nauwelijks in de twintig. Clovis II is begraven in de kathedraal van Saint-Denis. Hij had minstens drie zonen:
–  Chlotharius III, koning van Neustrië en Bourgondië
–  Childerik II, koning van Austrasië.
–  Theuderik III (VOLGT 9).

Theuderik III

Theuderik III

9.  Theuderik III (Frans: Thierry III ) (654 – 691) was koning van Neustrië in 673 en van 675 tot 691. Hij was ook koning van Austrasië van 679 tot zijn dood in 691. Theuderik III volgde zijn oudere broer Chlothar III op als koning van Neustrië in 673, onder supervisie van hofmeier Ebroin. Maar de stadsgraven van Autun, Parijs en Lyon kwamen in opstand, namen Ebroin gevangen, Theuderik III werd onttroond en in een klooster gestopt en men zette Childerik II van Austrasië op de troon.
Na het overlijden van Childerik II in 675, werd Theuderik weer op de troon gezet in Neustrië en Bourgondië. In 679 werd hij ook koning van Austrasië en regeerde daarmee over alle Franken. De hofmeier van Austrasië, Pepijn van Herstal, versloeg hem in 687 bij Tertry en werd hofmeier van heel het Frankische rijk, hoewel Theuderik, tenslotte zijn zwager, mocht aanblijven als koning.

Theuderik was gehuwd met Clothildis van Herstal, dochter van Ansegisel en Begga van Landen en daarmee een zus van Pepijn van Herstal. Theuderik was de vader van de koningen Clovis IV en Childebert III en mogelijk ook van de Austrasische koningen Clovis III en Chlotharius IV. Ook had hij een dochter: Bertrada ( VOLGT 10).

Bertha

Bertrade van Prüm

10. Bertrade van Prüm,  (geboren ca. 660 Prüm, overleden 12 juli 721), dochter van Theuderik III en Clothildis van Herstal.
Zij was gehuwd met Martin de Laon, graaf van Laon (geboren ca. 660, overleden 680).
Van haar is alleen bekend dat ze in 721 samen met haar zoon Charibert van Laon de abdij van Prüm sticht, met hulp van de abdij van Echternach. Ze doen ook samen een schenking aan de abdij van Echternach.
De abdij van Prüm zal een van de belangrijkste kloosters worden voor de Karolingen.
Uit hun huwelijk:
– Charibert van Laon (VOLGT 11)

Laon

Wapen van Laon

11. Charibert van Laon, (ca. 700 – voor 762), ook Caribert of Heribert, was graaf van Laon. Hij is de zoon van Martin de Laon en Bertrada de oudere. Van hem is bekend dat hij in 721 samen met zijn moeder de abdij van Prüm sticht, met hulp van de abdij van Echternach. Ze doen ook samen een schenking aan de abdij van Echternach. De abdij van Prüm zal een van de belangrijkste kloosters worden voor de Karolingen. Uit een akte van zijn dochter, Bertrada van Laon, en zijn schoonzoon, Pepijn de Korte, uit 762 blijkt dat hij dan al is overleden omdat daarin wordt gesproken over goederen uit zijn erfenis. Charibert was getrouwd met Gisela van Aquitanië. Zijn dochter was de moeder van Karel de Grote:
Bertrada van Laon (VOLGT 12).

Bertrada

Bertrada van Laon

12. Bertrada van Laon, ook wel bekend als Bertha met de Grote Voet (mei 720 – 12 juli 783) was een Frankische koningin. Ze kreeg haar bijnaam omdat ze een klompvoet had. Bertrada was een dochter van Charibert van Laon.
In 740 trouwde ze met Pepijn de Korte, als zijn tweede vrouw. Door te nauwe verwantschap waren er jaren nodig voordat de kerk het huwelijk erkende. In 762 wilde Pepijn haar verstoten, maar dat mislukte door verzet van de paus. Bertrada was een belangrijke adviseur van haar man en volgde hem op zijn veldtochten. Na zijn dood woonde Bertrada aanvankelijk bij haar zoon Karel. Ze probeerde de vrede tussen haar zoons Karel en Carloman te bewaren. Zo arrangeerde ze in 770 het eerste huwelijk van Karel als onderdeel van een politiek evenwicht dat ze trachtte te scheppen tussen de broers, de Longobarden, Beieren en de paus. In dat kader werd ook haar dochter verloofd met een Longobardische prins, maar dat huwelijk ging niet door. Uiteindelijk vestigde Bertrada zich in Aken, waar ze zich in het klooster van Choisy-au-Bac terugtrok.

Pepijn en Bertrada hadden de volgende kinderen:
Karel de Grote (VOLGT Stamreeks Karel de Grote)
Carloman, (geboren 751 – Samoussy (Aisne), 4 december 771) was koning der Franken van 768 – 771. Hij was de tweede zoon van Pepijn de Korte. Samen met zijn broer Karel de Grote werd hij in 754 door paus Stephanus II tot koning gezalfd. Na Pepijns dood in 768 werd het koninkrijk verdeeld onder Karel en Karloman. Karloman kreeg de zuidoostelijke regio toebedeeld, bestaande uit het zuidelijk deel van Austrasië (waarin onder andere Thionville), het zuidelijk deel van Neustrië (waarin onder andere Parijs, Soissons, Samoussy en Attigny), Bourgondië, de Provence, Septimanië, de Elzas, Alemannië en zuidelijk Aquitanië. Hij liet zich kronen in Soissons. Er was behoorlijk wat spanning tussen de broers en dat is mogelijk de reden van het overlijden van Karloman.
Carloman was gehuwd met Gerberga en zij hadden twee kinderen: Pepijn en de heilige Ida van Herzfeld.
– Gisela, (757 – Chelles, 30 juli 810). Zij verloofde zich in 765 met de latere keizer Leo IV van Byzantium maar de verloving werd verbroken. In 788 werd ze abdis van de Abdij van Chelles.
– Pepijn (759-761)
– Chrotais, jong overleden, begraven in de abdij van Sint-Arnulf in Metz.
– Adelais, jong overleden, begraven in de abdij van Sint-Arnulf in Metz.
– mogelijk nog twee onbekende dochters, waarvan er één door Maximinus van Trier zou zijn genezen van een ernstige ziekte.

 

Terug naar:

Van Karel de Grote tot Ooms

 

handtekening 2015

15 maart 2015