Baronie van IJsselstein

 

De Baronie IJsselstein was een heerlijkheid binnen het Heilige Roomse Rijk. Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden vormde het een zelfstandige enclave onder het gezag van de familie Oranje-Nassau.

Graftombe in de kerk te IJsselstein, van omstreeks 1390. Met de beeltenissen van Heer Gijsbrecht van IJsselstein, zijn gemalin Bertha van Heukelom (rechts), daarnaast die van hun zoon Arnold en zijn vrouw Maria van Avesnes.

Het kasteel IJsselstein werd in 1279 voor het eerst genoemd als bezit van Gijsbrecht van Amstel, heer van IJsselstein. Bij het kasteel ontstond een nederzetting, die uit zou groeien tot de stad IJsselstein.

De heerlijkheid IJsselstein was van ouds een leen van het Graafschap Holland. Stadsrechten kreeg IJsselstein waarschijnlijk in 1310. Uit dat jaar zijn ook aktes betreffende de inwijding van de Nicolaaskerk en de toestemming om drie jaarmarkten te mogen houden.

In 1363 kwam IJsselstein in het bezit van de familie Van Egmont. Jan I van Egmont was gehuwd met Guyote van IJsselstein.

De stad werd omstreeks 1390 ommuurd. In 1418 werd zij verwoest door de Utrechters en in 1466 door Geldersen. De stad werd weer opgebouwd, zij het slechts half zo groot. Na 1852 werden de stadsmuren grotendeels gesloopt, de 15e-eeuwse gracht bleef behouden.

 

 

Willem van Oranje en Anna van Egmont

In 1551 kreeg Willem van Oranje de stad in zijn bezit door zijn huwelijk met Anna van Egmont, erfdochter van Maximiliaan van Egmont. Willem ontving de heerlijkheid in leen van Filips II, koning van Spanje en graaf van Holland.

Met het Plakkaat van Verlatinghe werd de soevereiniteit van Filips opgeheven. Door Willem en zijn erfgenamen werd dit uitgelegd als dat de soevereiniteit nu direct aan hen viel, en niet meer onder het graafschap Holland.

IJsselstein werd een van de zelfstandige heerlijkheden die als enclaves binnen de Republiek lagen. Deze enclaves vielen buiten het rechtsgebied van de Republiek en trokken daardoor vaak volk aan dat het binnen de Republiek te heet onder de voeten werd. Ook IJsselstein kreeg een slechte naam als toevluchtsoord voor schuldenaren en misdadigers.

Nadat in 1732 Maria Louise van Hessen-Kassel, regentes voor Willem V, als barones aantrad probeerde ze een meer eerbare koers te varen. Openbare voorzieningen werden verbeterd, en lage belastingen waren erop gericht rijke renteniers aan te trekken. IJsselstein profileerde zich nu als belastingparadijs.

De Bataafse Revolutie in 1795 maakte een einde aan de zelfstandigheid van IJsselstein en de andere enclaves, die geannexeerd werden door de Bataafse Republiek. Na aanvankelijk aansluiting gezocht te hebben bij Holland werd het na meerdere herindelingen uiteindelijk bij het Departement van de Delf ingedeeld.

De Nederlandse koning Willem-Alexander voert de adellijke titel Baron van IJsselstein.

Wapen IJsselstein

Het wapen is het familiewapen van de familie van Amstel, die in de dertiende eeuw de heerlijke rechten in het gebied bezat. Deze familie ging zich rond 1300  Van IJsselstein noemen, naar het Kasteel IJsselstein. Ook toen naderhand (na 1366) de rechten overgingen naar andere heren bleef het wapen ongewijzigd. Het bleef ook in gebruik voor de Baronie IJsselstein, die tot 1795 bestond. De gemeente is grotendeels uit de baronie ontstaan.

De beschrijving luidde als volgt:
“Van goud beladen met eene fasce van sabel, een geëchequeteerde sautoir van 2 tieres van keel en zilver brocherende over het geheel.” De heraldische kleuren zijn goud (geel), sabel (zwart), zilver (wit) en keel (rood). Het schild wordt gedekt door een kroon met drie fleurons en twee parels.

Bron: Wikipedia – Baronie IJsselstein

 –

Terug naar:

Heerlijkheden

  facebook        

© dinsdag 17 oktober 2017