Voorouders Hendrik van Brederode

Vervolg van de Heren van Teylingen en Brederode 
5. Willem Dirksz van Brederode
Geboren in 1278, overleden in 1316. Hij was een zoon van Dirk II van Brederode (Zie Heren van Brederode nr. 4a) en Maria van der Lecke.
Willems zoon Dirk III van Brederode volgde Willems broer Hendrik in 1345 op als heer van Brederode. (Hendrik I, heer van Brederode sneuvelde bij Staveren in 1345).
Zoon:
  • Dirk III van Brederode (Volgt 6)

6. Dirk III van Brederode
Geboren circa 1308 te Haarlem, overleden op 11 november 1377) was heer van Brederode.
Hij was een zoon van Willem van Brederode en kleinzoon van Dirk II van Brederode. Zijn moeder was Elisabeth van Kleef (soms ook Elsbee genoemd), een dochter van Diederik II van Kleef. Dirk III werd in 1333 officieel benoemd tot heer van Brederode door Willem III van Holland nadat zijn oom Hendrik I van Brederode (ovl. 1345) zou komen te overlijden. In 1350-51 steunde Dirk tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten de zijde van Margaretha van Beieren maar werd gevangengenomen bij de Slag bij Zwartewaal (ook wel Slag op de Maas), werd later tegen een vergoeding vrijgekocht.

  • Reinoud I 6e heer van Brederode, (1336 – 1390) (Volgt 7)
  • Walraven van Brederode, (1338/1340, 17 augustus 1369)
  • Ridder Dirk van Brederode, (1340/1342 – 1387)
  • Willem van Brederode, bezitter van de heerlijkheid van Waalwyck (1346 – 1389)

7. Reinoud I van Brederode
Geboren te Santpoort in 1336, overleden 1390. Hij was de zesde heer van Brederode. Door huwelijk werd hij ‘graaf van Gennep’.
Hij was een zoon van Dirk III van Brederode en Beatrix van Heinsberg van Valkenburg. Reinoud werd in 1358 benoemd tot baljuw van Kennemerland door Albrecht van Beieren, in hetzelfde jaar wordt er een moordaanslag op hem gepleegd in Castricumerzand die hij overleeft.
Kort daarop begint hij het Beleg van Heemskerk, waar de vermoedelijke aanslagplegers zich schuilhouden, door onduidelijke redenen wordt hij van de belegering afgehaald. Op 11 november 1377 volgt hij zijn vader op als heer van Brederode. Reinoud steunt Mechteld van Gelre in haar strijd om het hertogdom Gelre tussen 1371-1379.
Reinoud huwde in 1366 met Jolanda van Gennep van der Eem, een dochter van Jan II van Gennep.
Ze kregen samen minstens vier zonen:

  • Dirk of Diederik (1370-1415), koos voor het broederschap in het klooster voor 1390, waardoor hij zijn titels liet vervallen aan zijn broers. Hij sleet zijn bestaan in een karthuizerklooster nabij Arnhem.
  • Jan I van Brederode (1370/72-1415), 7e heer van Brederode, huwde met Johanna van Abcoude, beiden besloten hun verdere leven in het klooster te slijten vanaf 1402, waardoor hij Brederode vergaf aan zijn jongere broer.
  • Walraven I van Brederode (1370/73-1417), werd de 8e heer van Brederode, als opvolger van zijn broer(s) die het kloosterleven verkozen (Volgt 8)
  • Willem van Brederode (1380-1451), was een admiraal die zijn diensten grotendeels aanbood aan de Hoekse beweging.

8. Walraven I van Brederode
Geboren te Santpoort rond 1370, overleden (gesneuveld) te Gorinchem op 1 december 1417.
Hij was burggraaf van Stavoren (1400-1401), heer van Brederode (1402-1417) en stadhouder van Holland (1416-1417).
Brederode was een zoon van Reinoud I van Brederode en Jolanda van Gennep. Walraven nam in 1396 deel aan de strijdtochten tegen de West-Friezen, onder leiding van Albrecht van Beieren. Walraven werd op 8 september 1400 tot burggraaf van Stavoren uitgeroepen, maar legde zijn functie even later weer neer. Dit kwam mede door de vele aanvallen van de Friezen op Stavoren en Walraven werd daarbij gevangen genomen. Werd daarna op borgtocht vrijgelaten, maar daarna weer gevangen genomen en wist daarna uit het venster van zijn gevangenis te ontsnappen en keerde terug naar Holland (1401).
In 1402 kreeg hij het heerschap van Brederode overgedragen van zijn broer Jan I van Brederode, die ervoor koos om een vroom leven te leiden in het klooster te Zelem. Hetzelfde jaar nam hij deel aan het Beleg van Gorinchem en werd gevangengenomen, hij wist pas in 1409 te ontsnappen maar koesterde een enorme wrok tegen Jan V van Arkel, die hem al die jaren had opgesloten. Hij sloot zich opnieuw aan bij de graaf van Holland, ditmaal onder Willem VI van Holland en nam deel aan de Arkelse oorlogen. Op 11 augustus 1414 huwde hij met Johanna van Vianen, een dochter van Hendrik II van Vianen; door dit huwelijk verkreeg hij de titel van heer van Vianen en Ameide. Hij nam deel aan de raad van de graaf van Holland en kreeg na de dood van Willem VI van Holland tijdelijk de functie van stadhouder.
In 1417 begon de Kabeljauwse beweging (zie Hoekse en Kabeljauwse twisten), onder leiding van Willem van Arkel een nieuw Beleg van Gorinchem. Brederode snelde met een leger naar de stad om die te ontzetten, maar in de nauwe straatjes werd hij getroffen door een pijl en overleed. Hij werd begraven in Vianen.
Uit het huwelijk van Brederode met Johanna van Vianen werden minstens drie kinderen geboren.

  • Reinoud II van Brederode (1415-1473), opvolger (Volgt 9)
  • Gijsbrecht van Brederode (1417-1475), bisschop van Utrecht
  • Walravina van Brederode (1418-1460), huwde met Geraard van Broekhuyzen

9. Reinoud II van Brederode
Geboren te Santpoort in 1415, overleden te Vianen op 16 oktober 1473. Heer van Brederode, Vianen, Ameide, Lexmond, Hei- en Boeicop, Meerkerk, Tienhoven, Twaalfhoven, burggraaf van Utrecht, en ridder van de orde van het Gulden Vlies.
Hij was een zoon van Walraven I van Brederode en Johanna van Vianen. Zijn vader overleed toen hij jong was. Zijn oom Willem van Brederode trad voor hem als voogd op, tot hij bij zijn meerderjarigheid in 1438 officieel tot heer werd benoemd.
Van Brederode wordt in 1440 voor het eerst genoemd in verband met de overdracht van eigendommen in het Gooi. In het volgend jaar verkochten hij en zijn broer Gijsbrecht een deel van de heerlijkheid Gennep. In 1453 werkten hij en zijn broer Gijsbrecht mee aan de onderwerping der Gentenaren aan Filips de Goede.
In 1445 trad hij toe tot de Orde van het Gulden Vlies en werd hij ook tot burggraaf van Utrecht benoemd. Reinoud (II) schoot zijn broer Gijsbrecht te hulp in zijn bisschoppelijk dispuut met David van Bourgondië, wat ontaarde in de Utrechtse oorlog van 1456-58, maar David nam hem in 1470 gevangen en martelde hem. Karel de Stoute gaf hem zijn vrijheid terug, maar Reinoud werd nooit meer echt de oude.
Reinoud huwde omstreeks 1440 met Elisabeth of Lijsbeth Willems. Uit dit huwelijk kwamen veel kinderen voort, maar dit huwelijk werd nooit als rechtsgeldig beschouwd, waardoor de kinderen als bastaarden werden gezien. Omstreeks 1458 sloot Reinoud een tweede huwelijk met Yolande van Lalaing (ca. 1422-1497), een dochter van Willem van Lalaing en Johanna van Créquy, vrouwe van Bignicourt.

Kinderen met Elisabeth Willems:

  • Walraven van Brederode ± 1440 – ….
  • Reinier van Brederode ± 1444 – ± 1481
  • Hendrik van Brederode ± 1447- ….
  • Johan van Brederode ± 1450 – ….
  • Johan van Brederode ± 1452 – ….
  • Johanna van Brederode ± 1455 – ….
  • Joost van Brederode ± 1457 – ….

Kinderen met Yolanda van Lalaing:

  • Josina van Brederode ± 1458 – ….
  • Johanna van Brederode ± 1459 – ….
  • Walravina van Brederode ± 1460 – ± 1500
  • Anna van Brederode ± 1461 – ….
  • Walraven II van Brederode 1462 – 1531, opvolger (Volgt 10)
  • Frans van Brederode 1465 – ± 1490, bekend van de Jonker Fransenoorlog.
  • Yolande van Brederode ± 1467 – ….

10. Walraven II van Brederode
Geboren op 8 januari 1462, overleden  14 januari 1531) Heer van Brederode, Vianen, Ameide, drossaard van Hagestein en burggraaf van Utrecht.
Hij was een zoon van Reinoud II van Brederode en Yolande van Lalaing. Op 3-jarige leeftijd benoemde zijn vader hem tot drossaard van Hagestein.
Walraven II zou net als zijn vader Reinoud II en oom Gijsbrecht in 1470 gevangen zijn genomen door bisschop David van Bourgondië, hij wist echter met enige hulp te ontsnappen en vluchtte naar Kasteel Batenstein. Op 16 oktober 1473 volgde hij zijn vader op als 10e heer van Brederode. Bij de huldiging werd hij dwarsgezeten door zijn halfbroers, die bastaards waren, maar Walraven werd als rechtsgeldige opvolger gezien. In 1486 werd hij tot ridder geslagen door Maximiliaan van Oostenrijk en nam zitting in diens raad. Na het overlijden van Maria van Bourgondië, Maximiliaans vrouw werd er binnen het Hoekse bewind een manier gezocht om deze factie nieuw leven in te blazen. Walraven leek de aangewezen persoon maar omdat deze in de gunst en aan het hof van de Keizer verbleef koos men voor zijn jongere broer Frans van Brederode aan het hoofd van de nieuwe Hoekse beweging, dat de Jonker Fransenoorlog zou inluiden. De grootse reden waarom Walraven II niet verkozen was, zou zijn omdat hij zich niet verzoend had met Jan III van Montfoort. Walraven bleef politiek gezien buiten schot.

Walraven huwde in 1492 met de adellijke Magretha van Kloetinge van Borselen, ze was echter eerst verloofd met Maarten van Polheim, die toebehoorde aan de Orde van het Gulden Vlies. Echter was Walraven zo verliefd dat hij de verloving afkocht met 1968 florijnse guldens en 16 stuivers, waarna hij met haar kon trouwen; zij overleed in 1507 waarna hij nog met Anna van Nieuwenaar huwde (11 mei 1508). Rond 1500 had Walraven een relatie met Jacobje Bertoutsdochter.Kinderen met Magretha van Kloetinge van Borselen:

  • Reinoud (Reinoud III) Van Brederode 1492-1556 (Volgt 11)
  • Wolfert van Brederode 1494-1548: zijn zoon Reinoud erfde Brederode nadat Hendrik de 12e heer van Brederode overleed in 1568.
  • Françoise van Brederode (1496-1553) gehuwd met Hendrik de Merode
  • Charlotte van Brederode (1498-1529) huwde Jan III van Montfoort (1448-1522) – moeder van Joost van Montfoort.

Kind met Jacobje Bertoutsdochter:

  • Reinoud Bastaard van Brederode van Rijnestein 1500-1549, drost en schout van Vianen, beleend met Rijnestein bij Jutphaas, huwde Anna van Lennep

Kinderen met Anna van Nieuwenaar:

  • Yolande van Brederode 1509-1517
  • Frans van Brederode 1510-1529, heer van Zwammerdam, verdronk in een beek bij Eindhoven
  • Maria van Brederode 1512-????, had als echtgenoot Govert van Millendonk
  • Margaretha van Brederode 1514-1577, vorstin-abdis van Thorn
  • Balthazar van Brederode 1516-1576, heer van Bergen, houtvester van Holland, huwde Catharina van Bronckhorst-Batenburg
  • Walburga van Brederode 1518-1567, gravin van Bentheim en Steinfurt, huwde Arnold II van Bentheim-Steinfurt
  • Magdalena van Brederode ????-1546, huwde Willem van Wyil
  • Yolande van Brederode 1525-1553, trouwde met Jacob van Bourgondië, op geloofsgronden weken ze uit naar Zwitserland, waar ze onder de familienaam De Fallais jarenlang in contact stonden met Calvijn.

Reinoud III van Brederode

11. Reinoud III van Brederode
Geboren te Santpoort op 4 september 1492, overleden te Brussel op 25 september 1556. Heer van Brederode en Vianen, burggraaf van Utrecht, houtvester en jagermeester van Holland en lid van de Raad van State. Daarnaast had hij een belangrijke functie als raads- en kamerheer van keizer Karel V. Hij was een zoon van Walraven II van Brederode en Margretha van Borselen.
Van 1507 tot 1529 was hij ambachtsheer van de heerlijkheden Sloten, Sloterdijk, Osdorp en Amstelveen. Reinoud van Brederode verkocht de heerlijkheden in 1529 aan de stad Amsterdam, die al veel grond bezat in deze streken. Cornelis Lambertszoon Opsij verhaalt (rond 1556-1568) dat Brederode zijn heerlijkheden bij het dobbelspel aan een burgemeester van Amsterdam heeft verloren. Sommigen menen dat hierin een kern van waarheid zit, maar het verhaal wordt door anderen als ongeloofwaardig bestempeld.

In 1531 volgde hij zijn vader op als heer van Brederode, Vianen en Ameide, betrok Kasteel Batenstein, en werd hij opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies. Hij bestuurde de heerlijkheden Vianen en Ameide alsof deze niet leenplichtig waren aan Holland. Zo regelde hij de rechtspraak en de muntslag, wat voor hem niet toegestaan was. Hierdoor raakte hij in conflict met de graaf van Holland, omdat gevreesd werd dat hij aanspraak wilde maken op het graafschap. Hiervoor werd hij ter dood veroordeeld, wat later ongedaan werd gemaakt door keizer Karel V.
In 1556 stierf Reinoud waarna hij werd bijgezet in de grafkelder van de familie in de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming-kerk, de huidige hervormde kerk in Vianen. Zijn vrouw, Philippote van der Marck werd hier al in 1537 begraven.

Reinoud huwde in 1521 met Philippote van der Marck, een dochter van Robert II van der Marck. Uit dit huwelijk werden tien kinderen geboren:

  • Helena (1527/28 – Antwerpen 6 mei 1572); ∞ (Antwerpen 10 september 1549) Thomas Perrenot de Granvelle (Besançon 4 juni 1521 – Antwerpen 14 februari 1571), zoon van Nicolas Perrenot de Granvelle
  • Hendrik (1531 – 1568), heer van Brederode, Vianen, Bergen en Ameide (Volgt 12)
  • Antonia Penelope († na 30 mei 1591); ∞ I (8 september 1547) graaf Hendrik van Isenburg († Walem 13 februari 1554); ∞ II Cornelis van Gistel (Corneille de Ghistelles)
  • Franciska, geestelijke
  • Johanna († 1573), erfgename van Vianen en Ameide na de dood van haar broer in 1568; ∞ (21 juli 1551) Joost van Bronckhorst († na 1598)
  • Lodewijk († Saint-Quentin 10 augustus 1557)
  • Margaretha († Namen 31 mei 1554); ∞ (1 april 1542) graaf Peter Ernst van Mansfeld-Friedeburg (1517 – 1604)
  • Filips († Milaan 1554)
  • Reinoud (jong overleden)
  • Robert († in Beieren 1566)

Daarnaast had Reinoud III een aantal illegitieme kinderen:

  • bij Anna Simonsdochter
    • Anna; ∞ Gijsbert van Schoten
    • Artus († 8 oktober 1592); ∞ (Haarlem 1560) Anna van der Laan
    • Frans († voor 1589); ∞ Hendrika de Wilde (1521 – 9 juni 1613)
    • Lancelot († 1573)
    • Lucretia († na 4 augustus 1544); ∞ (1539) Jan van Haeften († na december 1584), heer van Gameren
    • Margaretha († 20 mei 1574); ∞ Roelof Grauwert († Vianen 7 juli 1572), heer van Weerdestein, drost van Ameide
  • bij Catharina Goossens van Holten (Wezel 1523 – Vianen 16 januari 1584). Volgens sommige bronnen trouwden zij in het geheim in 1541.
    • Sandrina (Vianen 1539 – Wijk bij Duurstede 21 maart 1617); ∞ I Albert van Presikhoven; ∞ II Maximiliaan Wtter Leminge; ∞ III Maximiliaan Tordesillas; ∞ IV Maximiliaan Lignaro
    • Filips (* Vianen 1541, jong overleden)
    • Sarah (Santpoort 1544 – 25 november 1631); ∞ I (Santpoort voor 1567) Albert van Egmond-Merenstein (1540 – 5 april 1595); ∞ II Amelis Utenengh († 19 april 1611)
    • Reinoud (Vianen 1548 – Lexmond 13 september 1633), heer van Bolswaard; ∞ (Vuren 4 augustus 1585) Josina van Arkel van Asperen (1560 – 12 december 1601)

12. Hendrik van Brederode
Bijgenaamd Grote Geus (“le Grand Gueux“)
Geboren te Brussel op 20 december 1531, overleden te  Recklinghausen op 15 februari 1568. Hij was een Nederlands edelman.
Hendrik van Brederode, heer van Brederode, Vianen, Schoorl, ’t Oog, Bergen NH en burggraaf van Utrecht, was de oudste zoon van Reinoud III van Brederode en Philippote van der Marck. In 1557 huwde hij met Amelia van Nieuwenaar-Alpen te Vianen. Zij bleven kinderloos.

Hij werd in 1565 lid van het Eedverbond der Edelen en bood op 5 april 1566 het eerste Smeekschrift aan Margaretha van Parma aan. Van Brederode riep te Sint-Truiden de vergadering bijeen (14 juli 1566) en behoorde tot het Compromis van Breda (1567).
Meer lezen over Hendrik van Brederode

Bron: Wikipedia – Huis Brederode

Stamboom heren van Brederode

Heerlijkheid Brederode

  facebook       

© 10 mei 2018