Stamreeks Karel de Grote (V)

Hoofdpagina: Karel de Grote

Via Rosamunda van Vlaanderen (nr.11)

Van Karel de Grote tot Ooms

Karel de Grote 6

1. Karel de Grote, geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748.  Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte (Zie Karolingen nr. 5) en Bertrada van Laon (Zie Merovingen nr. 12), gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mainz; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9 oktober 768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28 juli 754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25 december 800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overleden te Aken 28 januari 814, begraven aldaar (Dom).
Hij had 4 echtgenotes en 6 concubines:

Hij trouwde 3e voor 30 april 771 Hildegard (Houdiard), geboren in 758, overleden Thionville (Moselle) 30 april 783, begraven in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankisch graaf [in de Vinzgouw] en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781.

2. Pepijn van Italië, bij geboorte oorspr. Karloman, (april 7778 juli810) was de tweede zoon vanKarel de Grote met zijn vrouw Hildegard (na Karelde Jongere en bastaardzoon Pepijn met de Bult). Hij was koning (bestuurder en militair bevelhebber) van Italië binnen het rijk van zijn vader.
In 781 bezocht Karel Italië, officieel als bedevaartganger, maar mede om er orde op zaken te stellen en het land beter onder Karolingisch gezag te brengen. Hij benoemde er op 15 april zijn zoon Karloman (Pepijn) als koning. Hij brak met opzet met de traditie door hem tot koning van Italië te maken en niet van het nog maar net veroverde Lombardije, hoewel Karloman zich wel vestigde in de oude hoofdstad van de LongobardenPavia. Deze benoeming maakte deel uit van de politiek van Karel om het bestuur en de militaire organisatie van zijn rijk te decentraliseren, zodat ook tijdens zijn afwezigheid het rijk adequaat kon worden verdedigd. Karloman was bij zijn benoeming 8 jaar oud en zijn taken werden uitgevoerd door belangrijke hovelingen, zoals abt Adelard van Corbie en hertog Erik van Friuli. Na de mislukte opstand van Karlomans halfbroer Pepijn met de Bult in 792, viel die in ongenade. Karloman werd door de paus opnieuw gedoopt met de naam Pepijn.

Mogelijk is Pepijn huwelijken aangegaan. Een eerste echtgenote zou Bertha van Toulouse zijn, mogelijk een dochter van Willem van Gellone. Een tweede partner was mogelijk Chrothais, via vader Bernhard een kleindochter van Karel Martel. Wel had hij (onwettige?) kinderen:
– Bernhard van Italië, (797 – Aken, 14 april 818). Opvolger van zijn vader als koning van Italië. Na zijn verzet tegen Lodewijk de Vrome afgezet en (onbedoeld) gedood. (VOLGT 3.)
– Aeda, (geb. 798), gehuwd met de Saksische edelman Billung, ouders van Oda, de vrouw van Liudolf van Saksen(VOLGT Duitse Koningen en Keizers).
– Adelheid/Adèle, echtgenote van Lambert I, graaf van Nantes en hertog Spoleto

Er zijn veel speculaties over de identiteit van de minnares(sen) van Pepijn, maar geen van deze speculaties heeft echter historische gronden.

3.Bernhard van Italië(geboren 797 –  overleden 17 april 818) was een onwettige zoon van koningPepijn van Italië en volgde zijn vader op als koning van Italië in 813.
Bernhard werd in zijn jeugd opgevoed in de abdij van Fulda. In 812 werd hij meerderjarig en werd hij benoemd tot gouverneur van Italië, begeleid door abt Adelhard van Corbie, adviseur en neef van Karel de Grote. Een jaar later werd hij in Aken tot koning van Italië gekroond, als opvolger van zijn vader – wat bijzonder is omdat hij een onwettige zoon was. In de eerste jaren van zijn bestuur was hij een trouwe vazal van Karel de Grote en Lodewijk de Vrome. In 815 onderzocht hij de moorden in een conflict tussen paus Leo III en diens tegenstanders uit adellijke Romeinse families.
In 817 stelde Lodewijk de Vrome de Ordinatio Imperii op. Bernhard werd daarin niet expliciet als koning van Italië genoemd en was daardoor bang dat hij zijn positie zou verliezen. Daarop werden er aan zijn hof plannen gemaakt voor het uitroepen van een onafhankelijk koninkrijk. Bernhard bezette de Alpenpassen. Lodewijk de Vrome trok met een leger naar Chalon-sur-Saône en Bernhard begreep dat zijn positie onhoudbaar was, zeker toen enkele van zijn aanhangers hem verlieten. Bernhard kreeg bericht dat Lodewijk hem wilde begenadigen. Bernhard ging naar Lodewijk in Chalons en daar bleek dat hij geen keuze had dan zich met zijn aanhangers over te geven. In 818 werd Bernhard te Aken ter dood veroordeeld maar de straf werd verzacht tot het uitsteken van de ogen (met een roodgloeiend mes). Twee dagen na de straf bezweek Bernhard alsnog na een ondragelijk lijden.
Bernhard was getrouwd met Kunigonde van Laon. Zij stichtte het nonnenklooster van San Allessandro in Parma.Zij was de dochter zijn van Heribert van Orange, zoon van Willem van Gellonne (Willem met de Hoorn, hertog van Aquitanië, graaf van Orange, neef en paladijn van Karel de Grote)
Bernard en Kunigonde waren ouders van Pepijn van Vermandois. (VOLGT 4.)

Pepijn van Vermandois

4. Pepijn van Vermandois, (geboren ca. 818 – overleden na 850) was een zoon van Bernard van Italië en van Cunigonde van Laon. Hij is de eerste van de graven van de Vermandois die twee eeuwen lang tot de belangrijkste feodale vorsten van Frankrijk hoorden. In 834 bevrijdde hij samen met andere Italiaanse edelen keizerin Judith van Beieren uit het klooster van Cortona waar ze was opgesloten door haar opstandige stiefzoons en bracht haar naar Lodewijk de Vrome in Aken. Als beloning werd hij in 836 benoemd tot graaf van St. Quentin, Senlis enPeronne. Net als veel andere getrouwen van Lodewijk de Vrome steunde hij na diens dood in 840 zijn jongste zoon Karel de Kale maar toen Lotharius I optrok naar Parijs koos Pepijn diens kant. Na het verdrag van Verdun werd hij blijkbaar weer zonder problemen vazal van Karel en behield zijn functies.
Pepijn was getrouwd met een onbekende vrouw. Op grond van het gegeven dat zijn kinderen goederen in de Vexin erfden wordt verondersteld dat zij dochter was van een edelman Theoderic uit de Vexin, die achterkleinzoon was van Childebrand. Theoderics vader en grootvader heetten beiden Nibelung. Pepijn en zijn vrouw kregen de volgende kinderen:
– Bernard  (845 – 28 januari893) was de oudste zoon van Pepijn van Vermandois en werd graaf van Laon in opvolging van zijn vader. Er is zeer weinig over hem bekend.
–  Pepijn van Senlis (geboren 845 – overleden 28 januari 893) was een zoon van Pepijn van Vermandois. Samen met zijn broer Herbert, vertoefde Pepijn in de directe omgeving van Karel de Kale. 
– Herbert I van Vermandois (VOLGT 5)
– mogelijk een dochter met de naam Cunigonde
– mogelijk een onbekende dochter die in haar eerste huwelijk was getrouwd met Berengar van Bayeux en in haar tweede huwelijk met Wido van Senlis.

Vermandois

5. Herbert I van Vermandois, (ca. 850 – 6 november tussen 900 en 907), ook Heribert, was via zijn vader Pepijn van Vermandois en zijn grootvader Bernhard van Italië (die een onecht kind was), een directe afstammeling in mannelijke lijn van Karel de Grote. Door een succesvol bestuur en een handige politiek in de strijd rond de koningstitel van West-Francië werd Herbert één van de machtigste edelen in het noorden vanFrankrijk.
In 886 versloeg Herbert de Vikingen bij Parijs en werd hij graaf van Soissonsen lekenabt van Saint-Crépin in Soissons. In 888 werd hij graaf van Meaux en Madrie, en gaf leiding aan de verdediging van de Seine en de Oise tegen de Vikingen. Hij was, samen met aartsbisschopFulco van Reims en zijn broer Peppijn, één van de leiders van de oppositie tegen de nieuwe koningOdo van Parijs, die in 888-898 de eerste Capetinger op de Franse troon was. In deze periode herbouwde Herbert het kasteel van Château-Thierry. Op 28 januari893, de verjaardag van het overlijden van Karel de Grote, kroonden Herbert, Peppijn en Fulco, Karel III de Eenvoudige tot tegenkoning. Odo wist echter gaandeweg de aanhangers van Karel voor zich te winnen, en Herbert moest in 895 naar Bourgondië vluchten. Het volgende jaar verzoende Herbert zich met Odo en kreeg daarbij het graafschap Vermandois toegewezen. De verzoening werd bezegeld door het huwelijk van hun kinderen. Daarop werd de Vermandois echter veroverd door Rudolf van Cambrai, broer vanBoudewijn II van Vlaanderen, die meende zelf recht op het graafschap te hebben. Herbert wist hem echter te verslaan en doodde Rudolf op 28 juni 896. Vervolgens breidde Herbert zijn gezag uit en werd heer van Beauvais, Vexin,Chartres en Senlis, en lekenabt van St. Medardus te Soissons, Péronneen Saint Quentin. In 900 viel Boudewijn II van Vlaanderen Herbert nog een keer aan, maar zonder succes. Het lukte Boudewijn later wel om Herbert en Fulco van Reims te laten vermoorden. De datum van de dood van Herbert was 6 november van een onbekend jaartal (ergens tussen 900 en 907).
Herbert was vermoedelijk gehuwd met Bertha van Morvois (862-907), en werd vader van:
–  Herbert II (ca. 880-943), was graaf van Vermandois en werd één van de machtigste edelen in het noorden en midden van Frankrijk. Herbert volgde in 902 zijn vader op als graaf van Vermandois. In 907 trouwde hij met een dochter van Robert van Bourgondië en werd daardoor lekenabt van de Sint-Medardusabdij te Soissons en graaf van Meaux. In 918 werd hij ook graaf van Mézeray en Vexin. Herbert hielp in 922 de aartsbisschop van Reims om diens vazallen te onderwerpen.
Eén van zijn kinderen was: Adelheid (ca. 915-960), in 934 gehuwd met Arnulf I van Vlaanderen (890-964) (Zie: Graven van Vlaanderen nr. 3)
–  Beatrix (880/883 – na 26 maart 931) (VOLGT 6), gehuwd in 895 met Robert I van Frankrijk.
– een dochter (Adela?), gehuwd met graaf Gebhard van de Ufgau.
– een dochter (Cunigonde?), gehuwd met graaf Udo van de Wetterau, zoon van Gebhard van Franconië, hertog van Lotharingen.

6.Beatrix van Vermandois (geboren 880/883 – overleden na 26 maart 931) was koningin van West-Francië.
Beatrix was een dochter van Herbert I van Vermandois en van Bertha van Morvois. Zij trouwde ca. 895 met koning Robert I van Frankrijk en werd de moeder van:
– Emma, gehuwd met Rudolf van Bourgondië
– Hugo de Grote(VOLGT  7)

 

Hugo de Grote

7. Hugo de Grote, (geboren Fontaines-en-Sologne, 897 –overleden Dourdan, 16 juni 956) was in zijn tijd de machtigste edelman in Frankrijk. Hij weigerde tot driemaal toe om koning te worden maar gaf er de voorkeur aan om zwakkere koningen op de troon te plaatsen en direct zijn eigen belangen te kunnen behartigen.
Hugo was de zoon van Robert I van Frankrijk en Beatrix van Vermandois. Na het overlijden van zijn vader in de Slag bij Soissons in 923, werd hem de kroon aangeboden. Hij weigerde echter, en zijn zwager Rudolf I van Frankrijkwerd toen tot koning gekozen. Hugo was toen markgraaf van Bretagne, graaf van Parijs, Troyes, Orléans, en lekenabt van Saint-Denis, Saint-Germain-des-Prés, Marmoutier, Saint-Martin te Tours, Carmery, Villeloin. In de volgende jaren werd hij hertog van Neustrië en verwierf hij ook nog de graafschappen Autun, Auxerre, Nevers, Sens,Chalon en Mâcon. Na het kinderloos overlijden van Rudolf in 936 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar vroegLodewijk IV van Frankrijk, die als kind door zijn moeder in Engeland in veiligheid was gebracht, om koning te worden. Hugo bedong voor zichzelf natuurlijk een positie van uitzonderlijke macht en invloed, onder de nieuwe koning. In 938 werd hij benoemd tot mede-hertog van Bourgondië.
Daarna kwam Hugo in conflict met Lodewijk, die probeerde een zelfstandige positie als koning te verwerven. Hugo sloot in 940 met Herbert II van Vermandois en met Willem I van Normandië een bondgenootschap tegen Lodewijk IV. Ze belegerden Reims en versloegen de koning toen die probeerde om de stad te ontzetten. In plaats van Lodewijk erkenden ze Otto I de Grote als koning. Uiteindelijk werd er in 942 te Wezet een vrede bemiddeld door Otto en zijn zuster Gerberga van Saksen, die met Lodewijk was getrouwd. Toen de Normandiërs Lodewijk in 945 gevangennamen, droegen ze hem over aan Hugo. En die liet Lodewijk pas in 946 vrij toen die de stadLaon aan hem had afgestaan. In dat jaar gebruikte Hugo de dood van Herbert II van Vermandois om diens erfenis te versnipperen over diens kinderen, zodat geen van hen nog zo machtig zou kunnen worden als hun vader. De Universele Synode van Ingelheim dreigde Hugo in 948 met excommunicatie als hij Lodewijk niet zou compenseren. De excommunicatie is ook een korte tijd daadwerkelijk uitgesproken maar Lodewijk kreeg Laon terug en geleidelijk verzoenden Hugo en Lodewijk zich met elkaar. Na het overlijden van Lodewijk in 954 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar steunde het regentschap van Gerberga. In ruil daarvoor werd Hugo tot hertog van Bourgondië en Aquitanië benoemd. Een expeditie naar Aquitanië om zijn gezag als hertog te vestigen mislukte, maar Bourgondië erkende hem wel als hertog.
Hij werd begraven in de Kathedraal van Saint-Denis.

Hugo was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Judith, dochter van Rogier van Maine. In zijn tweede huwelijk was hij getrouwd met Eadhild, een zuster van koning Athelstan van Engeland. Als derde vrouw trouwde hij 14 september 937 met Hedwig van Saksen, dochter van de Duitse koning Hendrik de Vogelaar en zuster van de Rooms-Duitse keizer Otto I van Duitsland.
Zij kregen de volgende kinderen:
– Beatrix, geboren rond 938, huwde met Frederik I van Lotharingen.
– Hugo, geboren rond 940, die later onder de naam Hugo Capet Koning van Frankrijk zal worden.(VOLGT 8)
– Emma (ovl. na 968), getrouwd met Richard I van Normandië.
– Otto, geboren in 945, wordt hertog van Bourgondië en graaf van Auxerre.
– Odo, geboren in 948, noemt zich ook wel Hendrik.
Bij een minnares kreeg hij nog een zoon Herbert, die werd benoemd tot bisschop van Auxerre.

Hugo Capet

8. Hugo Capet  (geboren Parijs, overleden ca. 940 – Les Juifs bij Chartres, 24 oktober 996) was koning van Frankrijk van 987 tot 996. Zijn bijnaam Capetbetekent “een mantel dragend” en werd hem waarschijnlijk gegeven ter onderscheid van zijn vader Hugo de Grote.
Hugo de Grote was in zijn tijd de machtigste man van Frankrijk, zelfs machtiger dan de koning. Bij de dood van zijn vader erfde Hugo Capet de meeste van zijn bezittingen en titels: Hugo werd hertog van de Franken (Neustrië), graaf van Parijs, Orléans, Poitou, Tours, etc., en lekenabt van o.a.Saint-Martin te Tours, Saint-Germain te Auxerre, St. Aignan te Orléans, Saint-Quentin en Sint-Vaast. Zijn broer Otto werd bovendien hertog van Bourgondië. De paus noemde hem de “glorierijke prins van de Franken”. Omdat Hugo nog minderjarig was traden zijn moeder Hedwig van Saksen en zijn oom Bruno, aartsbisschop van Keulen, op als regent. Zij waren zuster en broer van keizer Otto I de Grote.
De machtige Franse edelen maakten gebruik van Hugo’s minderjarigheid door hun positie ten koste van hem te versterken, bv: Willem III van Aquitanië die de Poitou tegen Hugo wist te behouden,Theobald I van Blois die Chartres en Châteaudun verwierf, en Fulco II van Anjou die de omgeving vanNantes in handen kreeg.
Ca. 968 verbeterde Hugo zijn betrekkingen met Willem IV van Aquitanië door met diens zuster te trouwen. In 978 beschermde Hugo koning Lotharius van Frankrijk in Étampes en verdedigde Parijs tegen Otto II, nadat Lotharius een riskante plundertocht naar Aken had ondernomen.
Hugo was een bondgenoot van aartsbisschop Adalbero van Reims, die bang was dat Frankrijk een vazalstaat van Duitsland zou worden.
In 981 veroverde Hugo Montrieul, ook bezocht hij in dat jaar Otto II in Rome. In 986 klaagde Lotharius Adalbero aan wegens hoogverraad. Hugo bestormde de rechtszitting en de koning kwam daarbij om het leven. Dit bleef zonder gevolgen voor Hugo.
Na de onverwachte dood van Lotharius’ zoon Lodewijk de Doeniet in 987, hij stierf kinderloos na een jachtongeval, werd Hugo op 3 juli 987 te Senlis tot koning gekozen. Adalbero steunde hem met de volgende argumentatie: Het koningschap krijgt men niet op grond van erfrecht; men moet slechts hem op de troon verheffen, die zich zowel door zijn lichamelijke welgeschapenheid als door zijn geestelijke wijsheid onderscheidt, die door het geloof gesterkt en door grootmoedigheid gesteund wordt... Hugo werd in Noyon of Reims gekroond en liet nog op 30 december 987 zijn zoon Robert IItot medekoning kronen, een poging om zijn opvolging te verzekeren.

Hij was gehuwd met Adelheid van Aquitanië (945/952-1004), dochter van Adelheid van Normandië en van Willem III van Aquitanië graaf van Poitiers van 934 tot 963, en hertog van Aquitanië van 928 tot 963. Zij hadden vier kinderen:
 – Gisela (ca. 969), gehuwd met Hugo, zoon van Hilduinus III van Montreuil. Hugo Capet gaf het echtpaar Abbeville (Somme), Ancre en Domart, uit het bezit van de abdij van Saint-Riquieren maakte Hugo lekenabt van die abdij. Deze bezittingen vormden later het graafschap Ponthieu en Hugo werd bekend als Hugo I van Ponthieu.
 – Hedwig (ca. 970 – na 1013), gehuwd met Reinier IV van Henegouwen.
 – Robert II (972 – 1031), die zijn vader  opvolgt. (VOLGT 9.)
 – Adelheid (ca. 973 – na 1063)
 Mogelijk had Hugo nog een buitenechtelijke zoon Gauzelin (ovl. 1030), abt van de abdij van Fleury en door Robert II benoemd tot aartsbisschop van Bourges.


Lijst van Franse koningen van het huis Capet

 

Robert II de Vrome

9. Robert II de Vrome, (geboren Orléans, 27 maart 972 – overleden Melun, 20 juli 1031) was koning van Frankrijk van 996 tot aan zijn dood.
Robert was zoon van koning Hugo Capet. Hij kreeg een voor die tijd bijzonder goede opvoeding, zijn leraar was Gerbert van Aurillac, de latere paus Silvester II. Daardoor had Robert een voorliefde voor muziek, dichtkunst en religie. Doordat hij tijdens zijn regering bovendien streng optrad tegen ketters, kreeg hij de bijnaam “de Vrome”. In 987 werd Robert gekroond tot medekoning naast zijn vader, om zijn kansen voor de opvolging zo groot mogelijk te maken. Robert wilde trouwen met Bertha van Bourgondië maar omdat ze verwant waren in de zesde graad, was dit tegen de wetten van de kerk en Hugo weigerde daarom in dit huwelijk in te stemmen. In plaats daarvan probeerde Hugo om Robert met een Byzantijnse te laten trouwen en toen dat niet lukte arrangeerde hij in 989 een huwelijk met de ongeveer 20 jaar oudere Suzanna van Italië. Zij was weduwe van Arnulf II van Vlaanderen en moeder van de minderjarige Boudewijn IV van Vlaanderen. Door dit huwelijk kreeg de kroon een sterke invloed in een van de grote graafschappen van het koninkrijk, bovendien bracht zij Montreuil (Pas-de-Calais) en Ponthieu in als bruidsschat. Als kroonprins speelde Robert een actieve rol. Hij nam deel aan de gevechten tegen Karel van Neder-Lotharingen om Laon. In 991 verhinderde hij Franse bisschoppen om deel te nemen aan een synode in Mousson, dat toen in Duitsland lag. In 991 en 994 was hij voorzitter van concilies in Frankrijk. In 996 overleed zijn vader en werd Robert koning. Robert scheidde direct van Suzanna om te kunnen trouwen met Bertha, die inmiddels weduwe was van Odo I van Blois. Wel behield hij de bruidsschat van Suzanna, zo genaamd om die voor haar te beheren. Wegens de bloedverwantschap met Bertha en de onwettige scheiding van Suzanna, stond Robert onder grote druk van de kerk om zijn huwelijk met Bertha te ontbinden. Toen hij bleef weigeren, werd het echtpaar uiteindelijk geëxcommuniceerd door pausGregorius V.
Robert volhardde zijn verzet tegen de kerk en bleef getrouwd met Bertha tot 1003. Toen wilde hij hethertogdom Bourgondië rechtstreeks aan de kroon brengen en was de excommunicatie een te grote politieke handicap. Na onderhandelingen met paus Silvester II, zijn oude leermeester, scheidde hij van Bertha en trouwde met Constance van Arles. De excommunicatie werd ongedaan gemaakt. Zijn politieke en militaire pogingen om de macht in Frans Bourgondië direct in handen te krijgen, mislukten echter door de tegenstand van de lokale adel en bisschoppen. Robert zette naast zijn huwelijk zijn relatie met Bertha gewoon voort. Het hof werd daardoor verdeeld en twee vijandige kampen. Het huwelijk met Constance zorgde wel voor erfgenamen maar was verder een grote mislukking.

In 1005 veroverde Robert Auxerre, in 1015 volgde Sens en in 1016 had Robert eindelijk het hertogdom Bourgondië in handen. In deze periode trok Robert samen met Bertha naar Rome, om hun zaak bij de paus te bepleiten maar die wilde niet toestemmen in een hernieuwd huwelijk. In 1020 overleed Steven I van Champagne en probeerde Robert om diens graafschappen aan de kroon te laten vervallen. Robert kwam daardoor in conflict met Stevens erfgenaam (en Bertha’s zoon) Odo II van Blois. In 1023 moest Robert uiteindelijk toestaan dat Odo Stevens graafschappen in bezit nam. Robert sloot daarop direct een bondgenootschap met keizer Hendrik II om Odo’s macht te beteugelen. Dit had enig succes want Odo moest Reims opgeven aan de bisschop en hij moest Dreux overdragen aan Robert. Na de dood van Hendrik kwam Robert in 1024 tot een vergelijk met Odo en steunde hij de tegenstanders van Koenraad II de Saliër. Een poging om Metz te veroveren mislukte. Een aanbod om koning van Italië te worden sloeg hij af.In de laatste jaren van zijn leven was Robert in open oorlog met zijn zonen Hendrik en Robert, die door hun moeder werden gesteund. Tijdens de burgeroorlog tegen zijn eigen zonen stierf Robert II op 20 juli 1031 bij Melun. Hij werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis en uiteindelijk werd hij opgevolgd door zijn zoon Hendrik I.

Robert II trouwde driemaal:
– 989 Suzanna, dit huwelijk was kinderloos.
– 996 Bertha, dit huwelijk was kinderloos.
– 1003 Constance Taillefer d’Arles.
Robert en Constance hadden de volgende kinderen:
– mogelijk Constance, gehuwd met Manasses van Dammartin-en-Goële.
– Hedwig (ca. 1003 – 5 juni na 1063), gehuwd met Reinoud I van Nevers, ze kreeg Auxerre als bruidsschat.
– Hugo – (1007-28 augustus 1025). In 1017 gekroond tot medekoning en later in opstand om een volwaardige functie op te eisen maar verzoende zich later met zijn vader. Begraven te Compiègne.
– Hendrik  (geboren 4 mei 1008 – overleden Vitry-en-Brie, 4 augustus 1060) was koning van Frankrijk van 1031 tot zijn dood.
– Robert I van Bourgondië (geboren ca. 1011 – Fleurey-sur-Ouche, 21 maart 1076), bijgenaamd de Oude, hertog van Bourgondië.
– Odo (ca. 1013 – ca. 1058), steunde zijn broer Robert tegen zijn broer Hendrik maar werd in 1041 verslagen en gevangengenomen. Hij vocht later voor Hendrik tegen Normandië maar werd in 1054 verslagen.
– Adela (Volgt 9)(1009 – 8 januari 1079), huwde met hertog Richard III van Normandië en met graaf Boudewijn V van Vlaanderen.

9.Adela van Mesen, geschiedkundig bekend als Adela van Frankrijk, (geboren 1009 of 1014 – overleden Mesen, 8 januari 1079) was een dochter van koning Robert II van Frankrijk en van Constance van Arles.

Adela was eerst verloofd met Richard III van Normandië maar trouwde na diens overlijden met graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Haar bruidsschat was Corbie. Hun kinderen waren:

  1. Boudewijn VI van Vlaanderen(Zie Graven van Vlaanderen nr. 8a )
  2. Mathilde van Vlaanderen(Zie Graven van Vlaanderen nr. 8b )
  3. Robrecht I van Vlaanderen(Zie Graven van Vlaanderen nr. 8c ) (en Volgt 10)

Adela speelde een belangrijke rol in de hervorming van de kerkelijke instellingen van het graafschap. Ook was ze betrokken bij de stichting van de kapittels van Ariën (1049), Rijsel (1050) en Harelbeke (1064) en de abdijen van Mesen (1057) en Ename (1063). Na Boudewijns (V) overlijden in1067 trok zij naar Rome en kreeg uit de handen van de paus de sluier van een non, en trok zich terug in de abdij van Mesen. Desondanks probeerde ze in 1071 nog steun te vinden voor haar kleinzoon Arnulf III van Vlaanderen tegen haar zoon Robrecht. Zij is begraven in de abdij van Mesen.

Robrecht de Fries

Robrecht I van Vlaanderen

10.  Robrecht I van Vlaanderen,  bijgenaamd Robrechtde Fries (geboren ca. 1029/32 – Kasteel van Wijnendale, overleden 13 oktober 1093) wasgraaf van Vlaanderen van 1071 tot aan zijn dood en regent vanHolland van 1061 tot 1070 namens de minderjarige Dirk V.
Robrecht de Fries was de tweede zoon van graaf Boudewijn V van Vlaanderen en van Adela van Frankrijk. Als jonge man trok hij naar Spanje om in de gevechten tegen de Moren een eigen graafschap te verwerven, maar zonder succes. Na zijn huwelijk in 1063 met Geertruida van Saksen, weduwe van graaf Floris I van Holland (Zie: Graven van Holland nr 5.), vestigde hij zich in het toekomstige Holland (vanouds een deel van Frisia, vandaar “de Fries”) en deed ten gunste van Arnulf III de Ongelukkige, de zoon van zijn oudere broer Boudewijn VI, afstand van zijn aanspraken op het graafschap Vlaanderen. Wel erfde Robrecht na de dood van zijn vader het Land van Aalst, de Vier Ambachten en het graafschap Zeeland.
Na het overlijden van Boudewijn VI in 1070 kwam Robrecht terug op zijn afstand van Vlaanderen en greep de macht in het graafschap, ten koste van zijn neef Arnulf die de rechtmatige erfgenaam was. Arnulfs moeder, Richilde van Henegouwen, zocht in Normandië steun bij haar zwager Willem de Veroveraar, de man van haar schoonzus Mathilde van Vlaanderen. Zij hertrouwde snel met de machtige Normandische edelman Willem FitzOsbern, de eerste graaf van Hereford (Engeland). Ook kreeg zij de steun van koning Filips I, die de belangen van zijn rechtmatige vazal verdedigde. Richildes leger werd op 22 februari 1071 in de slag bij Kassel echter verslagen. In de slag werd Arnulf gedood door de Vlaamse edelman Gerbod, die eerder nog voor Willem de Veroveraar in Engeland had gevochten.
Nauwelijks een maand na de nederlaag bij Kassel trok Richilde met een gezamenlijk Henegouws en Frans leger ten strijde tegen Robrecht de Fries. Sint-Omaars werd geplunderd en platgebrand. Robrecht was in het defensief, maar haalde toen een slimme diplomatieke zet uit. Hij had voordien inKasselEustaas, graaf van Boulogne, gevangengenomen. Deze was tevens de broer van Godfried, bisschop van Parijs en kanselier van Filips I. Door een goed woord van laatstgenoemde bij de Franse koning en de vrijlating van Eustaas, zag Filips I af van verdere steun aan Richilde. Robrecht de Fries verzoende zich met de Franse koning en gaf hem in 1073 zijn stiefdochter Bertha van Holland (zie:Graven van Holland III nr.6) tot vrouw.
Hij herstelde tevens zijn relatie met de paus door het bouwen (of vernieuwen) van een dertigtal kerken of kapellen, allen gewijd aan de heilige Petrus, zoals in Oostende en Brugge.
Richilde sloot een nieuw bondgenootschap met de bisschop van Luik, Godfried III met de Bult, hertog van Neder-Lotharingen, Willem I, bisschop van Utrecht, en de bisschoppen van Verdun en Kamerijkals ook de aartsbisschop van Keulen.
Robrecht besloot echter om keizer Hendrik IV te huldigen voor Rijks-Vlaanderen. In ruil daarvoor zorgde Hendrik er voor dat zijn vazallen en bisschoppen Richilde niet meer steunden. Richilde viel met haar Henegouwse leger het graafschap Vlaanderen binnen. Robrecht trok in de tegenaanval en viel plunderend Henegouwen binnen. Tenslotte verpletterde hij het kleine leger van Richilde. Bij de vrede die werd gesloten kwam Dowaai bij Vlaanderen.
Samen met zijn stiefzoon Dirk V van Holland streed hij met succes tegen het gezag van de bisschop van Utrecht. Volgens onbevestigde bronnen zouden zij beiden zelfs de hand hebben gehad in de moord (1076) op Godfried met de Bult, gespietst op een ijzeren staaf. Uiteindelijk slaagden zij erin de vroeger verloren gebieden van het graafschap Holland te heroveren. De betrekkingen met de Engelse koning Willem de Veroveraar waren na de slag bij Kassel in 1071 verre van vriendschappelijk. Willem de Veroveraar had toen een contingent Normandiërs gestuurd om Richilde te steunen in haar strijd tegen Robrecht. Robrecht steunde de aanspraken van zijn schoonzoon Knoet IV van Denemarken op de (verloren) Engelse troon. Samen waren zij van plan een vloot van 1600 schepen naar Engeland sturen. Het kwam echter niet zover; door een broedertwist tussen de twee Deense prinsen Knoet IV en Olaf. Olaf werd gevangengenomen en naar Robrecht gestuurd. Maar kort daarop, op 10 juli 1086, werd Knoet IV vermoord. Olaf I van Denemarken mocht na betaling van een aanzienlijke som losgeld naar Denemarken terugkeren.Robrecht de Fries had het plan opgevat om op pelgrimstocht naarPalestina (het “Heilige Land”) te trekken (1086–1091) (dus voor de Eerste Kruistocht). In 1086 vertrok hij vergezeld door een klein leger uit Vlaanderen. Hij liet het bestuur van het graafschap in handen van zijn zoon, de latere Robrecht II.
Robrecht de Fries verbleef twee jaar in Jeruzalem. Bij zijn terugkeer knoopte Robrecht betrekkingen aan met de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus, aan wie hij militaire hulp verleende in diens strijd tegen de Seltsjoeken.[1] In een gevecht reden Robert en drie van zijn metgezellen voor de hoofdmacht van het leger uit in een charge tegen troepen onder commando van Kerbogha, wiens troepen in dit gevecht door de christenen volledig uit elkaar werden geslagen.
Robrecht de Fries staat bekend om zijn binnenlandse hervormingen die hem in staat stelden met de steun van de steden het grafelijk gezag te verstevigen, ten nadele van de voorrechten van de adel en de geestelijkheid. Dit ging niet vanzelf. Arnoldus, bisschop van Soissons en latere stichter van de abdij in Oudenburg, ging in 1083 op reis door het graafschap om de vrede te herstellen tussen de graaf en de adel. Arnoldus zou sterven op 15 augustus 1087 te Oudenburg gedurende een tweede vredestocht. Robrecht de Fries voerde het ambt in van grafelijke kanselier en bevorderde de ontluikende handel.
Hij maakte van Brugge een Europees handelscentrum. Door de begrippen godsvrede en -bestand na te leven, bevorderde hij ook de vrede met naburige graafschappen. Brugge werd ook een politiek centrum en hierdoor verplaatste zich het overwicht van het meer Gallicaanse Zuiden naar het meer Dietse Noorden. Hij verbleef vaak in Brugge en bouwde ook een kasteel in Wijnendale waar hij vaak verbleef. Daarnaast verbleef hij soms ook in het kasteel van Veurne.
Robrecht en Geertruida van Saksen kreeg mogelijk zes kinderen:
– Adela van Vlaanderen, gehuwd met Knoet IV van Denemarken, en de ouders van Karel van Vlaanderende Goede, graaf 1119-1128.
– Robrecht II van Vlaanderen, graaf vanaf 1093 tot 1111 en vader van Boudewijn VII van Vlaanderen, graaf 1111-1119.
– Filips van Lo, vader van de bastaard Willem van Ieper.
– mogelijk Ogiva, abdis van Mesen.
– mogelijk Boudewijn
– Gertrudis (VOLGT 9), in haar tweede huwelijk getrouwd met Diederik van Opper-Lotharingen, en de ouders van Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen vanaf 1128 tot 1168.
Rosamunde(volgt 11)

11. Rosamunde van Vlaanderen (geboren ca. 1190 – overleden 31 oktober 1114).
Dochter van Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen en Geertruida van Saksen.
Zij was gehuwd met Berwout II van Egmont (geboren 1095 – overleden 1160) (Zie heren van Egmont nr. 8)
Kinderen uit dit huwelijk:
– Alard van Egmont (1130 – 1160) opvolger. (VOLGT 12)
– Dodo van Egmont (geboren 1131 – 26 november 1200) Na het sneuvelen van zijn broer Aelbert in 1168 tot aan zijn dood zaakwaarnemer van zijn minderjarige neef Wouter I. Dodo III wordt dan ook de tiende heer van Egmond genoemd.
– Werenbout van Egmont, stamvader van de heren Utenhage. Hij sneuvelde samen met zijn vader in 1114.

12. Allard van Egmont (geboren 1130 – Schoorl, 1168),  was ridder en elfde heer van Egmont.
Zijn vader Berwout I was begonnen met de bouw van een kasteel, Slot op den Hoef, ook Kasteel Egmond genoemd. Na zijn vaders dood bouwde Allard verder aan het slot. In 1168 trok Allard samen met andere Hollandse edelen ten strijde in een strafexpeditie tegen de West-Friezen, in naam van Graaf Floris III van Holland. Hij verbrandde het kasteel van Schagen. Bij Schoorl werden de Hollanders in een hinderlaag gelokt door de West-Friezen. Negen ridders, waaronder Allard, sneuvelden. Allard was gehuwd Met Antonia van Henegouwen, dochter van Boudewijn IV van Henegouwen (Zie Nazaten van Henegouwen nr. 11) en Aleidis van Namen.
Met haar kreeg hij minstens twee zonen:
– Wouter van Egmont (1145 – 1208).(Zie verder Heren van Egmont nr. 10)
– Allard van Egmont (1150 – 12??), hij werd heer van Buren.

 

Terug naar: 

Karel de Grote

handtekening 2015

9 juni 2015