Nazaten van de Graven van Gelre

Wassenberg

Het graafschap Gelre ontstond in 1046 rond de plaats Gelre als eigendom van het geslacht der Flamenses van Wassenberg. In de volgende eeuwen wisten de Gelderse graven hun grondgebied aanzienlijk uit te breiden, vooral met de gebieden die vandaag de dag de provincie Gelderland vormen. Uiteindelijk wordt het gebied in 1339 verheven tot het hertogdom Gelre.

De oorsprong van de heerlijkheid ligt in drie plaatsen. Twee hiervan liggen bij de rivier de Niers, namelijk Geldern en Pont. Een derde, meer zuidelijk, is de stad Wassenberg aan de rivier de Roer. Hier ontving de eerste heer, Gerard van Antoing uit Henegouwen, in 1021 van keizer Hendrik II het land van Gelre.

 

1. Gerard van Antoing komt ook voor als Gerard Flamens Gerard de Vlaming en Gerard I van Wassenberg ca. 985 – na 1033). Gerard vluchtte rond 1020 uit Vlaanderen, waarna de keizer zich over hem ontfermde. Volgens de Annales Rodenses wordt hij door de keizer ‘bij Wassenberg geplaatst’. Er wordt niet vermeld dat hij graafrechtelijke bevoegdheden over Wassenberg krijgt. Hij kreeg zoveel land toebedeeld dat zijn nakomelingen vorst van de streek zouden worden. Het is niet meer na te gaan welke goederen hij toebedeeld kreeg, maar in ieder geval het eigengoed of allodium Wassenberg. Hij is één van de voorvaarderen van onder anderen de graven van Dodewaard en Veluwe en van de graven en hertogen van Gelre.
De stad Antoing, waar Gerard naar vernoemd was, lag aan de Schelde in de mark Ename aan de uiterste westgrens van het Heilige Roomse Rijk. Omdat Boudewijn IV hun gebieden had veroverd wendden Gerard en zijn broer Rutger zich in 1021 tot keizer Hendrik II. Daar klaagden ze dat ze slachtoffer waren geworden van de door het Rijk aan Vlaanderen verloren gegane gebieden in de zuidelijke mark Ename, die later met andere buurgebieden het graafschap Henegouwen zouden vormen.
Ter compensatie kreeg Gerard het gebied Wassenberg waar hij als Gerard I “Flamens” (‘de Vlaming’) stamvader van het geslacht Gelre werd, en kreeg zijn broer Rutger het gebied Kleef, waar hij stamvader werd van het eerste Huis van Kleef. Deze gebieden waren vrij gekomen na de moord van Adela van Hamaland op Wichman van Vreden (wiens goederen aansloten op Hamaland). Hierdoor kwam het goed van Wichman vrij en werd het gebied van Adela en haar echtgenoot Balderik (graaf van Drenthe en Salland) door de keizer geconfisqueerd.
Gerard was getrouwd met Bava van Hamaland, dochter van Diederik van Hamaland (zoon van Adela en haar eerste echtgenoot Immed IV en kleinzoon van Wichman van Hamaland en Liutgard van Vlaanderen). Dit huwelijk gaf hem aanspraak op een deel van de geconfisqueerde gebieden.
Gerard werd opgevolgd door zijn zoon Gerard II van Wassenberg.

2. Gerard II van Wassenberg of Gerard II Flamens (ca. 1020 – ± 1052) was graaf van Wassenberg, dat later zou uitgroeien onder de naam Gelre.
De naam van Gerards vrouw is onbekend, mogelijk was ze Margaretha, dochter van Giselbert van Loon.
Gerard had twee zonen:
– Gerard III van Wassenberg (VOLGT 3), die hem opvolgde.
– Diederik van Wassenberg of Diederik (I) Flamens (Latijn: Theodericus) (±1035 – Kasteel van Bouillon, 19 oktober 1082) was graaf van Wassenberg, dat later zou uitgroeien onder de naam Gelre, van 1058 tot zijn dood in 1082. Hij volgde zijn broer Gerard III van Wassenberg op die in 1058 overleed terwijl zijn zoon nog minderjarig was.
Diederik wordt in 1076 genoemd als graaf van de Veluwe, in 1078 graaf van de Teisterbant, hij was ook graaf van de Maasgouw en voogd van Bree. Door zijn trouw aan keizer Hendrik IV raakte hij in strijd met Godfried van Bouillon, die hem rond maart 1079 gevangen nam en opsloot in het Kasteel van Bouillon, waar hij drie jaar later overleed. Hij werd begraven in Saint-Hubert. De inmiddels volwassen zoon van de vorige graaf volgde hem op als Gerard IV van Wassenberg, maar noemde zich sinds zijn erkenning als landgraaf van Gelre in 1096 ook wel Gerard I van Gelre.
Hij had een zoon:
Gosewijn I van ValkenburgHij geldt als de stamvader van het Huis Valkenburg-Heinsberg (Zie verder Heren van Valkenburg).

3. Gerard III van Wassenberg of Gerardus III Flamens (ca. 10301058) was graaf van Wassenberg, dat later zou uitgroeien onder de naam Gelre. Hij wordt in een bron “comitis Flamensis” (Vlaamse graaf) genoemd. Hij was getrouwd, maar zijn vrouw is onbekend.In 1053 bleek Gerard III als graaf op te treden in Ratinchem (Renkum) en Teisterbant. In de Teisterbant lagen de bezittingen van abdij Abdinghof waarover Gerard III het wereldlijke bestuur in handen had. Tot de bezittingen van dit klooster hoorden Tuil, Haaften, Gameren, Hellouw en Nieuwaal. Gerard III was de eerste graaf van Wassenberg die in de omgeving van De Graafschap optrad.
Zevenaar dat ook tot de goederen behoorde, viel in 1047 nog onder het graafschap van Wecelo. Het gebied was dus onderhevig aan verscheidene wisselingen, hetgeen verklaard kan worden door de politieke onrust ontstaan na de ondergang van graaf Balderik van Hamaland. De keizer schuift moeizaam met de vrijgekomen gebieden om een evenwichtig gebied te scheppen.
Omdat zijn zoon Gerard IV (VOLGT 4) bij zijn overlijden minderjarig is wordt Gerard III opgevolgd door zijn broer, Diederik van Wassenberg.

4. Gerard IV van Wassenberg, ook Gerard I van Gelre, de Lange, (ca. 1060 – voor 8 augustus 1129) is de stamvader van de graven van Gelre uit het huis Wassenberg, dat in 1371 in mannelijke lijn uitstierf.
Gerard was graaf van Wassenberg van 1085 – 1129. In 1096 werd hij, als Gerard I, ook graaf van Gelre. Hij werd in 1096 ook als landgraaf geattesteerd in een keizerlijke oorkonde: MGH Diplomata Henrici IV nr. 459: Gerardus lantgrave, waarschijnlijk met betrekking tot een rijksleen in de Teisterbant. Daarnaast was hij voogd van Erkelenz, Roermond en Utrecht. Gerard was een van de machtigste edelen van Neder-Lotharingen en probeerde zijn bezit vooral ten koste van de bisschop van Utrecht te vergroten. Dit leidde tot conflicten met Utrecht maar ook met de aartsbisschop van Keulen en de graven van Holland. Op rijksniveau was Gerard een trouw bondgenoot van Hendrik IV (keizer). Samen met zijn neef/broer Gosewijn I van Valkenburg dwong hij de benoeming van Hendriks kandidaat af, als abt van Sint-Truiden.
Gerard was een zoon van graaf Gerard III van Wassenberg. Gerards eerste vrouw is onbekend. Hij hertrouwde met de weduwe van Koenraad I van Luxemburg, Clementia van Poitiers. Gerard kreeg de volgende kinderen:
Judith (-1151), in 1110 gehuwd met graaf Walram II van Limburg (-1139).
– Yolanda van Gelre, gehuwd met graaf Boudewijn III van Henegouwen (-1120) en met burggraaf Godfried van Valenciennes.
– Gerard II van Gelre (VOLGT 5)

Wapen Gelre 1131-1179

Wapen van Gelre (1131- 1179)

5. Gerard II van Gelre(ook wel Gerard V van Wassenberg), bijgenaamd Gerard de Lange (ca 1090 – tussen 24 oktober 1131 en 1133) was van 1129 tot 1131/1133 graaf van Gelre.
Hij was de zoon van Gerard I van Gelre (Gerard IV van Wassenberg). Toen zijn vader in 1129 overleed volgde hij die op als graaf van Gelre en graaf van Wassenberg. Hij trouwde met Ermgard van Zutphen, de erfdochter van het graafschap Zutphen wier bezittingen bestonden uit gebied ten oosten van de IJssel (Zutphen) en talrijke buitenposten in Friesland, Westfalen en het Rijnland. Gerard handhaafde deze erfenis tegen de bisschop van Münster en kreeg daarbij steun van de hertog van Neder-Lotharingen. Gerard was vader van:
– Adelheid. Zij trouwde met graaf Egbert van Tecklenburg.
– Hendrik (-1182).
– een dochter. Zij trouwde met graaf Hendrik I van Oldenburg-Wildeshausen (-1162).

Gelre 1180 -1190

Wapen van Gelre (1180 – 1190)

6. Hendrik I van Gelre, (geboren tussen 1117 en 1120 – tussen 27 mei en 10 september 1182) was graaf van Gelre.
Hendrik volgde in 1131/1133 zijn vader op als graaf Geldern en Wassenberg, in 1138 erfde hij het graafschap Zutphen van zijn moeder. Hendrik had goede relaties met het aartsbisdom Keulen en met keizer Frederik I van Hohenstaufen. Daardoor wist hij zijn positie in het hele gebied van Friesland tot aan de Maas uit te breiden met een aantal versnipperde bezittingen. Hij verkeerde daardoor op gespannen voet met de bisschoppen van Utrecht, Luik, Münster (stad) en Paderborn (stad), en met de abt van de Abdij van Corvey. Daarom sloot Hendrik een verbond met de stad Utrecht maar moest dat onder Hollandse druk weer opzeggen. Hendrik overleed in 1182 en werd opgevolgd door zijn zoon Otto I.
Hendrik was een zoon van Gerard II van Gelre en Ermgard van Zutphen. Hij trouwde (ca. 1135) met Agnes van Arnstein (ca. 1130 – voor < 1179), erfdochter van Arnstein. Zij kregen de volgende kinderen:
– Gerard van Gelre, kort voor zijn vader overleden en begraven in Zutphen. Gehuwd met Ida van Boulogne in haar tweede huwelijk, maar ze kregen geen kinderen.
– Otto, (VOLGT 7) opvolger van zijn vader.
– Agnes, in 1168 gehuwd met graaf Hendrik I van Namen. Zij verliet Hendrik en trok in een klooster, ondanks diens beroep op paus Alexander III. Uiteindelijk werd een verzoening bemiddeld tussen Agnes en Hendrik, door graaf Filips van Vlaanderen en de aartsbisschop van Keulen. Hendrik had namelijk geen erfgenamen en het was voor deze heren wenselijk dat er wel een erfgenaam zou komen omdat anders graaf Boudewijn IV van Henegouwen zijn bezittingen zou erven. Agnes en Hendrik kregen uiteindelijk een dochter: Ermisinde (Volgt Graven van Namen nr. 8)
– Adelheid (ovl. na 1212), voor 1179 gehuwd met graaf Gerard van Loon (Volgt Graven van Loon nr.5a).
– Margaretha, gehuwd met graaf Engelbert I van Berg (-1189).

Gelre 1190 - 1236

Wapen van Gelre (1190 – 1236)

7. Otto I van Gelre, (ca. 1150 – 25 augustus 1207, begraven te Klooster Kamp in Kamp-Lintfort) was graaf van Gelre 1182 – 1207. Hij was een zoon van graaf Hendrik van Gelre en Agnes van Arnstein.
Rond 1184 huwde Otto met Richarda van Beieren, een dochter van paltsgraaf Otto I van Beieren. Hij nam deel aan de derde Kruistocht (1189 -1192) en nam daarin deel aan de belegering van Konya en aan het beleg van Akko. Otto was een van de laatste edelen uit de lage landen die terugkeerde van de kruistocht. Otto koos partij voor de keizer en tegen de graven van Holland en de hertogen van Brabant. Hij steunde Lodewijk II van Loon tijdens de Loonse Oorlog.
In 1190 werd hij als eerste graaf van Gelre en Zutphen genoemd. De betreffende oorkonde is de stadsbrief aan Zutphen. Otto verleende Zutphen als eerste Gelderse stad stadsrechten. Zijn zoon Gerard III en kleinzoon Otto II zouden dit Zutphense recht als model gebruiken voor de stadsprivileges van diverse andere Gelderse steden, waarmee Zutphen de moederstad van het Gelderse graafschap werd. De datering van de oorspronkelijke oorkonde is vermoedelijk 1194 en 1195. Het bewaarde afschrift is dat van Gerard III.
– Otto I en Richardis kregen de volgende kinderen:
– Hendrik (ovl ca. 1198), mederegent, verloofd met Ada van Holland, dochter van Dirk VII), maar kort daarna overleden en begraven in de Abdij van Rijnsburg.
– Gerard III van Gelre, opvolger van zijn vader (Volgt 8a).
– Aleid (Volgt 8b)
– Otto I, bisschop van Utrecht.
– Irmgard (ovl. na 1230), gehuwd met graaf Adolf I van der Mark.
– Margaretha (-1264), gehuwd met graaf Lotharius II van Ahe en Hochstaden, broer van aartsbisschop Koenraad van Keulen.
– Mechtildis (Volgt 8c)

8a. Gerard III van Gelre
Geboren circa 1185 – 22 oktober 1229, begraven te Roermond) was graaf van Gelre en Zutphen van 1207 tot 1229.
Hij was een zoon van graaf Otto I en Richarda van Beieren.
Gerard had in eerste instantie zeer veel invloed aan het hof van keizer Frederik II, maar raakte later met hem in conflict, waarna de keizer Roermond in 1213 verwoestte. Dit was een incident en later werd de relatie met Frederik II beter. In 1220 kreeg hij toestemming van Frederik II om de tol bij Arnhem te verplaatsen naar Lobith, wat economisch een succes werd en een van de beste inkomstenbronnen werd van de graaf. Tussen 1224 en 1229 groeide Roermond uit tot een stad, daarvoor was het niet meer dan een handelsnederzetting. Gerard stichtte vervolgens de Munsterabdij en gaf Roermond stadsrechten (ca.1229). Met bisschop Otto van Lippe van Utrecht had hij strijd over Salland, maar kort daarna steunde hij deze tegen Drenthe.

Tijdens de Slag bij Ane in 1227 werd hij gevangengenomen, en toch weer vrijgelaten door een smoes. Gerard III vroeg aan de Drentse edelman die hem gevangen hield een tijdelijke vrijheid om de nieuwe Utrechtse bisschop mee te kunnen verkiezen, omdat immers de vorige gedood was bij Ane. Als erewoord beloofde Gerard plechtig weer terug te keren, zwaar gehavend van de strijd trok hij naar de verkiezingscommissie in Utrecht en verkondigde daar dat hij niet meer terug hoefde te keren omdat ze in Drenthe verdoemd waren.

Tussen 1212 en 1215 ontving hij van zijn broer bisschop Otto van Gelre de novale tienden uit de nog onbebouwde landen van de Veluwe. Hieruit blijkt dat de Veluwe na deze jaren gedeeltelijk in cultuur is gebracht. Hij gaf in 1227 de Veluwe landrecht.

In 1229 overleed Gerard mogelijk aan zijn verwondingen van de slag bij Ane, volgens Johannes de Beke bij een veldslag dat jaar. Andere bronnen beweren bij een veldslag bij Zutphen dat jaar.

In januari 1206 huwde hij met Margaretha van Brabant, dochter van hertog Hendrik I van Brabant.
Gerard was vader van:

  • Margaretha, verloofd met heer Dirk II van Valkenburg, maar uiteindelijk getrouwd met graaf Willem IV van Gulik (-1278)
  • Otto II (-1271) (Volgt 9).
  • Hendrik (-1285), bisschop van Luik
  • Richardis, gehuwd met graaf Willem IV van Gulik (-1278).

 

8b. Aleid van Gelre.
Dochter van Otto I van Gelre en Richarda van Beieren.
Zij was gehuwd met Willem I van Holland.
Zoon:
– Floris IV, graaf van Holland  (Volgt Graven van Holland nr. 11)

8c.  Mechtildis van Gelre
Dochter van  Otto I van Gelre en Richarda van Beieren. Geboren 1190, overleden 1247.
Zij was gehuwd met graaf Hendrik II van Nassau. Oudste zoon van graaf Walram I van Nassau en zijn echtgenote, Kunigunde van Ziegenhain, dochter van graaf Poppo II van Nidda.
Kinderen:
– Rupert, kreeg Dietz in leen van de aartsbisschop van Trier.
– Walram (ca. 1220–ca. 1290), de stamvader van de “Walramse linie” van het Huis Nassau.
– Otto (ca. 1225–ca. 1289), de stamvader van de “Ottoonse linie” van het Huis Nassau, waaruit ons Koninklijk Huis is ontsproten.
– Hendrik, monnik in Arnstein.
– Gerhard (…. – 2 mei 1311), geestelijke: o.a. in Luik, Maastricht, Aken en Tiel.
– Jan (ca. 1230 – 13 juli 1309), geestelijke, o.a. elect van het Sticht Utrecht.
– Jutta van Nassau (?–1313) (Volgt Graven van Nassau nr. 3), huwde met Jan I van Cuijk, heer van Merum (Volgt Heren van Cuijk nr. 7a).
– Elisabeth (1225 – 6 januari 1295 of 1311), huwde Gerhard III van Eppenstein.
– Catharina (1227 – 27 april 1324), werd in 1249 abdis van het klooster Altenburg bij Wetzlar.

Otto II van Gelre

Otto II van Gelre

9. Otto II van Gelre
Geboren circa 1215 – 10 januari 1271, bijgenaamd de Lamme, was graafvan Gelre en Zutphen van 22 oktober 1229 tot zijn dood in 1271.
Hij is de zoon van graaf Gerard III van Gelre en Margaretha van Brabant. De graaf had vele bijnamen. Voorbeelden hiervan zijn ‘de Lamme’, ‘de Paardenvoet’ of de ‘Hinkende’ vanwege zijn klompvoet. Een andere bijnaam was ook wel de Stedenstichter vanwege de vele plaatsen die hij tot stad verhief. Op vijftienjarige leeftijd volgde hij zijn vader Gerard III van Gelre op. Otto regeerde 42 jaar.

Otto II was graaf van Gelre van 1229 tot aan zijn dood. Hij bemiddelde vaak bij vetes in zijn omgeving. Ook werd hijzelf vaak in conflicten betrokken door zijn bezittingen in Westfalen, onder andere met de graven van Ravensberg enTecklenburg maar ook met de bisschoppen van Münster, Osnabrück en Paderborn.

Om de invloed in de Nederrijnlanden voerde Otto II vele oorlogen met de graven van Kleef en bisschoppen van Utrecht. Zijn aanspraken op Salland moest hij daardoor opgeven.

In 1247 werd Otto II door de paus gevraagd of hij Rooms-koning wilde worden. Hij was de tweede keus, want de hertog van Brabant had de kroon al geweigerd. Hij wees dit aanbod af, omdat dit ambt veel nadeel zou brengen.

Het klooster Grafenthal werd in 1248 gebouwd op aandringen van zijn vrouw Margaretha van Kleef. De kloosterkerk was het eerste bouwwerk op het kloostercomplex. In hetzelfde jaar kwam de stad Nijmegen in zijn bezit. Otto II liet in 1250 aanvangen met de bouw van de Grote of Sint-Stevenskerk, die pas in 1476 zou worden voltooid. In 1251 werd het lichaam van Margaretha van Kleef bijgezet in de kerk van het klooster Graefenthal. Vlak voor zijn dood vocht hij nog enkele geschillen met de stad Zutphen uit.

Otto bereikte als bondgenoot van de Hertogen van Brabant en Graven van Holland (van 1261 t/m 1262) een hoge positie in Neder-Lotharingen. Hij verkreeg vele heerlijkheden waaronder Groenlo, Bredevoort en Lichtenvoorde. Zodoende was hij beschermheer van Keulen.

Otto II was een goede bondgenoot van Willem II van Holland, toen deze sneuvelde in een campagne tegen de Friesen in 1256 erfde Floris V van Holland het graafschap Holland. Floris V stond nog onder voogdij van Floris de Voogd (tot 1258) en daarna door Aleid van Holland waarmee Otto II de voogdij bevocht over Holland en Zeeland met andere edelen. Bij de slag bij Reimerswaal op 22 januari 1263 versloeg Otto II zijn rivaal Aleid, waarna hij als voogd werd verkozen. In 1266 werd Floris V meerderjarig op twaalfjarige leeftijd en werd hij in staat geacht om zelf zijn graafschap te regeren.

Een andere bijnaam van Otto is ‘de stedenstichter’. Hij verleende tijdens zijn regeerperiode stadsrechten aan 29 steden, onder meer Geldern (1229), Goch (ca 1230), Roermond (1231), Harderwijk (1231),Grave (1232), Emmerik (1233), Arnhem (1233), Lochem (1233), Doetinchem (1236), Doesburg (1237), Wageningen (1263) en Montfort (Waarschijnlijk in 1263).

Otto II werd opgevolgd door zijn zoon Reinoud I. Hij ligt begraven in het klooster Graefenthal.

Otto II trouwde in 1240 met Margaretha van Kleef (†10 september 1251), de dochter van graaf Diederik VI van Kleef en Mechtild van Dinslaken. Zij schonk hem twee dochters:

  • Elizabeth (†31 maart 1313, begraven in klooster Gräfrath, trouwde op 17 maart 1249 met graaf Adolf V van Berg (†28 september 1296)
  • Margaretha († voor 1286), zij trouwde voor 1262 met graaf Enguerrand IV van Coucy en Oisy, Vicomte de Meaux (†1286)

In 1253 trouwde hij met Filippa de Dammartin, dochter van graaf Simon van Dammartin, en werd vader van:

  • Reinoud (1255-1326) (Volgt 10a).
  • Filippa, gehuwd met Walram van Valkenburg, Monschau en Sittard, zoon van Dirk I van Valkenburg
  • Margaretha (Volgt 10b)

*

Reinoud van Gelre

Zegel van Reinoud I van Gelre

10a. Reinoud I van Gelre
Geboren 1255 – overleden Montfort, 9 oktober 1326. Hij was ook bekend als Reinoud de Strijdbare. Reinoud I was graaf van Gelre van 10 januari 1271 tot zijn dood. Zijn naam wordt ook geschreven als Raynald, Reinald, Reynald of Reynout.

Reinoud werd geboren als zoon van Otto II, graaf van Gelre.

Reinald richtte zich net als zijn vader politiek op het Zuiden. Niet uit berekening maar meer uit dynastieke overwegingen, hij was gehuwd met de erfdochter van het Hertogdom Limburg. Na het overlijden van haar vader in 1280 erfde Irmgard het hertogdom en in 1282 werd ze er door koning Rudolf mee beleend waarbij Reinald het levenslange vruchtgebruik kreeg. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1283 noemde hij zich comes Gelrie et dux Limburgensis. Hij verloor dit gebied na zijn nederlaag bij de Slag bij Woeringen.

Nog in 1279 kocht hij het graafschap Kessel aan evenals de heerlijkheidsrechten over de linker-Maasoever en Mönchengladbach.

Na de moord op Hendrik III van Gelre erfde diens neef Reinoud in 1284 de Heerlijkheid Montfort, een district van het hertogdom Gelre, waartoe ook het Kasteel Montfort behoorde.

Bij de slag bij Woeringen in 1288 wilden de graven van Gelre hun macht uitbreiden over het hertogdom Limburg, wat evenwel jammerlijk mislukte. Volgens legende gaf hij zich over met twee veren in elke hand (zie afbeelding). Reinoud had zich hiervoor echter diep in de schulden gestoken en zag zich daardoor verplicht om de inkomsten van zijn graafschap Gelre van 1288 tot 1293 te verpachten aan zijn schoonvader Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen. De Vlaamse heerschappij heeft bijgedragen aan de bouw van een modern doeltreffend territoriaal bestuur.

Reinoud werd in 1317 door de Duitse tegenkoning Frederik de Schone in de rijksvorstenstand verheven, hetgeen echter door keizer Lodewijk IV niet erkend werd.

In 1318 werd hij afgezet. Daarna regeerde zijn zoon onder voogdij. In 1320 werd Reinoud I door zijn eigen zoon, Reinoud II, gevangengezet in de kerker van de Grauwert, een verdedigingstoren van Kasteel Montfort. Daar zou hij zes jaar later overlijden. Reinoud I werd op 21 oktober 1326 in het klooster Graefenthal begraven.

Vanaf 1274 was hij gehuwd met Imgard van Limburg (†1283), de erfgename van hertog Walram IV van Limburg. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1286 trouwde hij met Margaretha van Vlaanderen (1272-1331), dochter van Gwijde van Dampierre en Isabella van Luxemburg. Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend:

Er is één bastaardzoon van Reinald bekend, Laurentius bastaard van Gelre, mogelijk de stamvader van de heren van Steenbergen.

10b. Margaretha
Dochter van van Otto II, graaf van Gelre. Zij gehuwd met graaf Diederik VII van Kleef.
Kinderen:

Reinoud II van Gelre

Reinoud II van Gelre

11. Reinoud II (of Reinald II)
Geboren circa 1295 – overleden te Arnhem op 12 oktober 1343, bijgenaamd de Rode of de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen.

In 1316 kreeg hij onenigheid met zijn vader. Hij vond zijn vader niet langer in staat de belangen van het territorium te behartigen en nam zelf het bestuur over. Na een arbitrale uitspraak van 3 september 1318 door graaf Willem III van Holland regeerde hij als soen des graven van Gelre over het graafschap Gelre en Zutphen. Zijn vader werd gevangengezet op kasteel Montfort.

Reinald verleende land- en dijkrechten, en maakte bepalingen en regelingen ter verbetering van het keren van buitenwater en het lozen van binnenwater en grondwater. Deze wetgeving bestond deels uit de optekening van publiekrechtelijk en privaatrechtelijk gewoonterecht, en deels uit nieuw recht ten aanzien van het schouwen van dijken, weteringen en kaden, en de rechterlijke organisatie. Voor het Land van Maas en Waal in 1321 en 1328, voor de Bommmeler- en de Tielerwaard in 1325, 1327 en 1335, voor de Over- en Nederbetuwe in 1327, voor het Overkwartier in 1328, voor het nieuw ontgonnen ‘Nijbroek’ eveneens in 1328. Deze wetgeving is van belang geweest voor de bevordering van de rechtszekerheid en de bodemexploitatie binnen het Gelderse territorium.

In 1326 overleed zijn vader en Reinoud benoemde zichzelf tot graaf van Gelre en graaf van Zutphen als Reinoud II.

Hij begon een samenwerkingsverband met de Engelse koning en zwager Edward III van Engeland tegen Frankrijk. Hij waarschuwde de Engelsen in 1338 over een Franse vloot die het Zwin naderde. Hij bleef één van Edwards trouwste bondgenoten onder de Duitse prinsen tijdens de eerste fase van de Honderdjarige Oorlog.

Wapen van Reinoud II van Gelre

Wapen van Reinoud II van Gelre

Op 19 maart 1339 werd Reinoud II tot hertog van Gelre en graaf van Zutphen in de Rijksdag in Frankfurt tot de rijksvorststand verheven en tevens met Oost-Friesland beleend. Dit besluit kwam mede tot stand dankzij bemiddeling van Reinoud II tussen keizer Lodewijk de Beier, die getrouwd was met de gravin Margaretha van Holland, en Edward III van Engeland, broer van Reinouds vrouw Eleonora van Engeland. In 1342 richtte Reinoud II het klooster Monnikhuizen op.

Hij huwde eerst op 11 januari 1311 te Roermond met Sophia Berthout († 6 mei 1329) uit het geslacht Berthout, erfgename van de heerlijkheid Mechelen, dochter van Floris Berthout († 1332), heer van Mechelen, en Mechtilde van Mechelen, kleindochter van Engelbert I van der Mark.
Sophia schonk hem de volgende kinderen:

  • Margaretha (ca. 1320?-1344), in 1342 gehuwd met Gerard, zoon van graaf Willem VI van Gulik. Zij was reeds op 1 maart 1333 verloofd met Gerard, naar aanleiding waarvan zij op 1 december 1333 de heerlijkheid en voogdij Mechelen voor 60.000 gulden verkocht aan graaf Lodewijck van Vlaanderen.
  • Mechteld (ca. 1325-1384) in 1336 gehuwd met graaf Godfried van Loon en Chiny (?-1342), in 1348 met graaf Jan I van Kleef (1292/93-1368) en in 1372 met Jan van Chatillon graaf van Blois (†1381)
  • Elisabeth (-1376), abdis van het klooster Gravendal tussen Kessel en Asperden in Duitsland
  • Maria (Volgt 12)

Nadat in 1331 uitgebreide huwelijkse voorwaarden waren opgesteld huwde Reinoud op 20 oktober 1331 in Nijmegen met Eleonora (1318-1355), dochter van Eduard II van Engeland. Van de huwelijksvoltrekking werd op 24 oktober 1331 een notariële verklaring opgemaakt is.[9] Ze hadden samen:

Reinoud voerde vier jaar lang een strijd om Bredevoort (1322-1326) die hij uiteindelijk won. In 1326 verleende Reinoud IIstadsrechten aan Erkelens en in 1343 aan Venlo.

12. Maria van Gelre
Overleden november 1397. Dochter van Reinoud II van Gelre en Sophia Berthout, vrouwe van Mechelen.
Zij was een van de twee troonpretendenten voor het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphen tijdens de Eerste Gelderse Successieoorlog tussen 1371 en 1379. Ze streed echter voor deze titel namens haar zoon Willem III van Gulik. De oorlog begon na de dood van haar halfbroers Reinoud III van Gelre en Eduard van Gelre. Edward overleed aan zijn verwondingen na de Slag bij Baesweiler en Reinoud, die ook wel de bijnaam de Vette had, overleed enkele maanden daarna. Deze opvolgingskwestie werd ook geclaimd door Maria’s zusterMechteld van Gelre en zij werd gesteund door de van ‘Heeckerens’ onder Frederik van Heeckeren van der Eze (1320-1386). De volgers van Maria waren de van ‘Bronckhorsten’ onder Gijsbert V van Bronckhorst (1328-1356). Na de overwinning van haar partij ging de titel van Hertog naar haar zoon Willem III.

In december 1362 huwde ze met Willem II/VII van Gulik (1327-1393). Ze kregen drie kinderen:

14. Johanna van Gulik
Overleden in 1415  te IJsselstein. Zij was de jongste dochter van hertog Willem II van Gulik en Maria van Gelre.
In 1376 huwde zij met Jan V van Arkel (1362-1428). Hij was een zoon van Otto van Arkel (Zie Heren van Arkel nr. 20) en Elisabeth de Bar-Pierrepont  (Zie Graven van Bar nr. 11).
Kinderen:

Doordat haar broers en haar ooms en tantes langs moederzijde overleden waren, werd zij de erfgename van Gelre.
Haar kleinzoon Arnold van Egmont volgde haar broer Reinoud op als hertog van Gelre.

 

 

Bronnen: o.a. Wikipedia.nl

 

Stamboom Graven en Hertogen van Gelre

Terug naar:

Graven en Gravinnen

handtekening 2015

14 maart 2015