Nazaten van de Graven van Gelre

Wassenberg

Het graafschap Gelre ontstond in 1046 rond de plaats Gelre als eigendom van het geslacht der Flamenses van Wassenberg. In de volgende eeuwen wisten de Gelderse graven hun grondgebied aanzienlijk uit te breiden, vooral met de gebieden die vandaag de dag de provincie Gelderland vormen. Uiteindelijk wordt het gebied in 1339 verheven tot het hertogdom Gelre.

De oorsprong van de heerlijkheid ligt in drie plaatsen. Twee hiervan liggen bij de rivier de Niers, namelijk Geldern en Pont. Een derde, meer zuidelijk, is de stad Wassenberg aan de rivier de Roer. Hier ontving de eerste heer, Gerard van Antoing uit Henegouwen, in 1021 van keizer Hendrik II het land van Gelre.

 

1. Gerard van Antoing komt ook voor als Gerard Flamens Gerard de Vlaming en Gerard I van Wassenberg ca. 985 – na 1033). Gerard vluchtte rond 1020 uit Vlaanderen, waarna de keizer zich over hem ontfermde. Volgens de Annales Rodenses wordt hij door de keizer ‘bij Wassenberg geplaatst’. Er wordt niet vermeld dat hij graafrechtelijke bevoegdheden over Wassenberg krijgt. Hij kreeg zoveel land toebedeeld dat zijn nakomelingen vorst van de streek zouden worden. Het is niet meer na te gaan welke goederen hij toebedeeld kreeg, maar in ieder geval het eigengoed of allodium Wassenberg. Hij is één van de voorvaarderen van onder anderen de graven van Dodewaard en Veluwe en van de graven en hertogen van Gelre.
De stad Antoing, waar Gerard naar vernoemd was, lag aan de Schelde in de mark Ename aan de uiterste westgrens van het Heilige Roomse Rijk. Omdat Boudewijn IV hun gebieden had veroverd wendden Gerard en zijn broer Rutger zich in 1021 tot keizer Hendrik II. Daar klaagden ze dat ze slachtoffer waren geworden van de door het Rijk aan Vlaanderen verloren gegane gebieden in de zuidelijke mark Ename, die later met andere buurgebieden het graafschap Henegouwen zouden vormen.
Ter compensatie kreeg Gerard het gebied Wassenberg waar hij als Gerard I “Flamens” (‘de Vlaming’) stamvader van het geslacht Gelre werd, en kreeg zijn broer Rutger het gebied Kleef, waar hij stamvader werd van het eerste Huis van Kleef. Deze gebieden waren vrij gekomen na de moord van Adela van Hamaland op Wichman van Vreden (wiens goederen aansloten op Hamaland). Hierdoor kwam het goed van Wichman vrij en werd het gebied van Adela en haar echtgenoot Balderik (graaf van Drenthe en Salland) door de keizer geconfisqueerd.
Gerard was getrouwd met Bava van Hamaland, dochter van Diederik van Hamaland (zoon van Adela en haar eerste echtgenoot Immed IV en kleinzoon van Wichman van Hamaland en Liutgard van Vlaanderen). Dit huwelijk gaf hem aanspraak op een deel van de geconfisqueerde gebieden.
Gerard werd opgevolgd door zijn zoon:

  • Gerard II van Wassenberg.
Uit: Wikipedia – Gerard I Flamens

 

2. Gerard II van Wassenberg of Gerard II Flamens (ca. 1020 – ± 1052) was graaf van Wassenberg, dat later zou uitgroeien onder de naam Gelre.

Gerard was gehuwd met een jongere dochter van Diederik van Hamaland, de oudste zoon van Adela van Hamaland. Aan Gerard II worden drie zonen en mogelijk een dochter toegekend.

  • Gerard III Flamens (* rond 1022 – † kort voor 1076), die hem opvolgde, was graaf in de Hettergouw (1067) (Volgt 3a)
  • Diederik I Flamens genaamd Dirk ‘van de Veluwe’ († 1082), die zijn broer opvolgde voordat diens zoon Gerard IV meerderjarig werd (Volgt 3b)
  • Willem I Flamens (* in of voor 1024 – † 1076), bisschop van Utrecht
  • mogelijk een dochter, die de brug zou kunnen slaan naar de latere bannerheren van Rheden-van Baer
Uit: Wikipedia – Gerard II Flamens

 

3a. Gerard III van Wassenberg of Gerardus III Flamens
Geboren ca. 1030, overleden in 1058. Hij was graaf van Wassenberg, dat later zou uitgroeien onder de naam Gelre. Hij wordt in een bron “comitis Flamensis” (Vlaamse graaf) genoemd.

In 1053 bleek een Gerhardus als comes of graaf op te treden in Teisterbant en mogelijk in Ratinchem (Renkum).Deze comes Gerhardus wordt geïdentificeerd als Gerard III Flamens.Gerard III was de eerste heer van Wassenberg die een grafelijkheid bezat. Het is niet helemaal duidelijk over welke gebieden Gerard verder nog grafelijk gezag had. Het betrof hier nog oude grafelijke jurisdicties, gouwen of pagi, waarvan de geografische grenzen niet vastlagen. Namens de keizer voerde hij juridische, financiële en militaire taken uit maar in de loop van de elfde eeuw werd het gezag steeds meer als een bezit beschouwd dan een ambt, en gebruikte men de grafelijke rechten om gezag en bezit regionaal uit te breiden. Gelijktijdig ontstond in Europa het dynastieke bewustzijn en het idee dat familiebezittingen een patrimonium vormden. Men zag het bezit als een ondeelbare eenheid dat moest vererven van vader op zoon. Dit familiebezit was de kiemcel van het latere territoritorium Graafschap Gelre. Gerards zoon, de latere Gerard I de Lange zou zich als eerste graaf van Gelre noemen.Zevenaar dat ook tot de goederen behoorde, viel in 1047 nog onder het graafschap van Wecelo. Het gebied was dus onderhevig aan verscheidene wisselingen, hetgeen verklaard kan worden door de politieke onrust ontstaan na de ondergang van graaf Balderik van Hamaland. De keizer schuift moeizaam met de vrijgekomen gebieden om een evenwichtig gebied te scheppen.Omdat zijn zoon Gerard IV bij zijn overlijden minderjarig was werd Gerard III opgevolgd door zijn broer, Diederik van Heinsberg of Diederik I Flamens, genaamd Dirk ‘van de Veluwe’.
Gerard III zou gehuwd zijn met een dochter van Hendrik I van Leuven († 1038) met wie hij twee zoons had, die bij zijn overlijden minderjarig waren. Zij kwamen onder voogdij van Lambert II van Leuven, broer van Hendrik I.

  • Gerard IV, de latere Gerard I ‘de Lange’ van Gelre († 1129), voor het eerst in 1096 genoemd als graaf van Gelre
  • Hendrik van Kriekenbeek († na 1124)
Uit: Wikipedia -Gerard III Flamens

 

3b. Diederik (I) Flamens (Latijn: Theodericus) (ovl. Kasteel van Bouillon, 19 oktober 1082), was een graaf uit het huis Wassenberg, die zijn broer opvolgde voordat diens zoon Gerard IV meerderjarig werd.

Hij was mogelijk de stamvader van de heren van Heinsberg en Valkenburg.

Diederik wordt vermeld in 1076 bij de schenking van een goed op de Veluwe aan de kerk van Sint Pieter te Utrecht. In 1078 wordt hij genoemd als waarnemend graaf van de Teisterbant en van de Maasgouw en had hij samen met zijn broer Gerard bezittingen en voogdijrechten in Bree.

Door zijn trouw aan keizer Hendrik IV raakte hij in conflict met Godfried van Bouillon, die hem rond maart 1079 gevangen nam en opsloot in het Kasteel van Bouillon, waar hij drie jaar later overleed.

Er zijn twee vermoedelijke zoons van Diederik bekend:

  • Gerard van Heinsberg
  • Gosewijn I van Valkenburg-Heinsberg (†1128) (Zie verder Heren van Valkenburg nr. 1)
Uit: Wikipedia – Diederik I Flames

 

4. Gerard IV van Wassenberg
Ook Gerard I van Gelre, de Lange. Geboren rond 1060 – voor 8 augustus 1129) is de stamvader van de graven van Gelre uit het huis Wassenberg, dat in 1371 in mannelijke lijn uitstierf. Hij was de achterkleinzoon van de stamvader van het huis Wassenberg, Gerard I Flamens.

Gerard was een zoon van graaf Gerard III Flamens die ca. 1076 overleed, toen Gerard en zijn broer Hendrik van Kriekenbeek nog minderjarig waren. Hij werd opgevoed door zijn oom Dirk ‘van de Veluwe’, die zelf bezittingen had in de zuidoostelijke Veluwe, en die tevens het beheer op zich nam over de grafelijke rechten die op Gerard vererfd waren.

Gerard was heer van Wassenberg van 1085 – 1129. In 1096 werd hij, als Gerard I, ook graaf van Gelre. Hij werd in 1096 ook als landgraaf geattesteerd in een keizerlijke oorkonde: MGH Diplomata Henrici IV nr. 459: Gerardus lantgrave, waarschijnlijk met betrekking tot een rijksleen in de Teisterbant. Daarnaast was hij voogd van Erkelenz, Roermond en Utrecht. Gerard was een van de machtigste edelen van Neder-Lotharingen en probeerde zijn bezit vooral ten koste van de bisschop van Utrecht te vergroten. Dit leidde tot conflicten met Utrecht maar ook met de aartsbisschop van Keulen en de graven van Holland. Op rijksniveau was Gerard een trouw bondgenoot van Hendrik IV (keizer). Samen met zijn neef/broer Gosewijn I van Valkenburg dwong hij de benoeming van Hendriks kandidaat af, als abt van Sint-Truiden. Van Gerard is ook de ‘schenking’ van de kerk van Echt bekend aan het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, hoewel dat kapittel zich de rechtmatige eigenaar van die kerk waande.

Van de eerste echtgenote van Gerard is alleen bekend dat ze gravin Sophia heette. Hij hertrouwde met de weduwe van Koenraad I van Luxemburg, Clementia van Poitiers of Clementia van Gleiberg.
Gerard kreeg onder anderen de volgende kinderen:

  • Judith (†1151), ook Jutta genaamd. vóór 1105 gehuwd met Walram II Paganus van Limburg (1118-1139), zij bracht als bruidsschat de allodiale goederen en de heerlijkheid Wassenberg in, die of bij overlijden van haar vader in 1129, of bij overlijden van haar broer in 1131/33 in bezit van de Limburgse hertogen kwamen. (Volgt Graven van Limburg nr. 3a)
  • Yolanda van Gelre (ca. 1088 – 21 juni 1164/67), in 1106 of 1107 gehuwd met graaf Boudewijn III van Henegouwen († 1120), als bruidsschat bracht zij allodia bij Dooderwaard en Dalen in (Volgt Graven van Henegouwen nr. 10) Haar tweede huwelijk was met burggraaf Godfried van Valenciennes.
  • Gerard II (ca. 1090 – 1131/33) (Volgt 5)
Uit: Wikipedia – Gerard I van Gelre

 

Wapen Gelre 1131-1179

Wapen van Gelre (1131- 1179)

5. Gerard II van Gelre
Ook wel Gerard V van Wassenberg. Geboren rond 1090, overleden op 16 oktober 1133. HIj was van 1129 tot 1131/1133 graaf van Wassenberg en Gelre.

Hij was de zoon van Gerard I van Gelre (Gerard IV van Wassenberg). Toen zijn vader in 1129 overleed volgde hij die op als graaf van Gelre en graaf van Wassenberg. Hij trouwde met Ermgard van Zutphen, de erfdochter van het graafschap Zutphen wier bezittingen bestonden uit gebied ten oosten van de IJssel (Zutphen) en talrijke buitenposten in Friesland, Westfalen en het Rijnland.

Gerard handhaafde deze erfenis tegen de bisschop van Münster en kreeg daarbij steun van de hertog van Neder-Lotharingen.
Gerard was vader van:

  • Adelheid. Zij trouwde met graaf Egbert van Tecklenburg
  • Hendrik (-1182) (Volgt 6)
  • een dochter. Zij trouwde met graaf Hendrik I van Oldenburg-Wildeshausen (-1162)
Uit: Wikipedia – Gerard II van Gelre

 

Gelre 1180 -1190

Wapen van Gelre (1180 – 1190)

6. Hendrik I van Gelre
Geboren tussen 1117 en 1120, overleden tussen 27 mei en 10 september 1182) was graaf van Gelre.
Hendrik volgde in 1131/1133 zijn vader op als graaf Geldern en Wassenberg, in 1138 erfde hij het graafschap Zutphen van zijn moeder. Hendrik had goede relaties met het aartsbisdom Keulen en met keizer Frederik I Barbarossa. Daardoor wist hij zijn positie in het hele gebied van Friesland tot aan de Maas uit te breiden met een aantal versnipperde bezittingen. Hij verkeerde daardoor op gespannen voet met de bisschoppen van Utrecht, Luik, Münster (stad) en Paderborn (stad), en met de abt van de Abdij van Corvey. Daarom sloot Hendrik een verbond met de stad Utrecht maar moest dat onder Hollandse druk weer opzeggen.

Hendrik overleed in 1182 en werd opgevolgd door zijn zoon Otto I. Hij werd begraven in het klooster Kamp.

Hendrik was een zoon van Gerard II van Gelre en Ermgard van Zutphen. Hij trouwde (ca. 1135) met Agnes van Arnstein (ca. 1130 – voor < 1179), erfdochter van Arnstein. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Gerard van Gelre, kort voor zijn vader overleden en begraven in Zutphen. Gehuwd met Ida van Boulogne in haar tweede huwelijk, maar ze kregen geen kinderen.
  • Otto, opvolger van zijn vader (Volgt 7)
  • Agnes, in 1168 gehuwd met graaf Hendrik I van Namen. Zij verliet Hendrik en trok in een klooster, ondanks diens beroep op paus Alexander III. Uiteindelijk werd een verzoening bemiddeld tussen Agnes en Hendrik, door graaf Filips van Vlaanderen en de aartsbisschop van Keulen. Hendrik had namelijk geen erfgenamen en het was voor deze heren wenselijk dat er wel een erfgenaam zou komen omdat anders graaf Boudewijn IV van Henegouwen zijn bezittingen zou erven. Agnes en Hendrik kregen uiteindelijk een dochter. Agnes werd begraven in Echternach.
  • Adelheid (ovl. na 1212), voor 1179 gehuwd met graaf Gerard van Loon
  • Margaretha, gehuwd met graaf Engelbert I van Berg (-1189)
Uit: Wikipedia – Hendrik I van Gelre

 

Gelre 1190 - 1236

Wapen van Gelre (1190 – 1236)

7. Otto I van Gelre
Geboren rond 1150, overleden op 25 augustus 1207, begraven te Klooster Kamp in Kamp-Lintfort) was graaf van Gelre (1182-1207). Hij was een zoon van graaf Hendrik van Gelre en Zutphen en Agnes uit een onbekend geslacht.

Rond 1184 huwde Otto met Richarda van Beieren, een dochter van paltsgraaf Otto I van Beieren. Hij nam deel aan de derde Kruistocht (1189-1192) en nam daarin deel aan de belegering van Konya en aan het beleg van Akko. Otto was een van de laatste edelen uit de lage landen die terugkeerden van de kruistocht. Otto koos partij voor de keizer en tegen de graven van Holland en de hertogen van Brabant. Hij steunde Lodewijk II van Loon tijdens de Loonse Oorlog.In 1190 werd hij als eerste graaf van Gelre en Zutphen genoemd. De betreffende oorkonde is de stadsbrief aan Zutphen. Otto verleende Zutphen als eerste Gelderse stad stadsrechten. Zijn zoon Gerard III en kleinzoon Otto II zouden dit Zutphense recht als model gebruiken voor de stadsprivileges van diverse andere Gelderse steden, waarmee Zutphen de moederstad van het Gelderse graafschap werd. De datering van de oorspronkelijke oorkonde is vermoedelijk 1194 en 1195. Het bewaarde afschrift is dat van Gerard III.Otto I en Richardis kregen de volgende kinderen:

  • Hendrik (ovl ca. 1198), mederegent, verloofd met Ada van Holland, dochter van Dirk VII, maar kort daarna overleden en begraven in de Abdij van Rijnsburg
  • Gerard III van Gelre, opvolger van zijn vader (Volgt 8a)
  • Aleid, gehuwd met graaf Willem I van Holland (Volgt 8b)
  • Otto I, bisschop van Utrecht
  • Irmgard (ovl. na 1230), gehuwd met graaf Adolf I van der Mark
  • Margaretha (-1264), gehuwd met graaf Lotharius II van Ahe en Hochstaden, broer van aartsbisschop Koenraad van Keulen
  • Mechtildis, gehuwd met graaf Hendrik II van Nassau (Volgt 8c)
Toen de graaf van Steinfurt zijn deel van de Heerlijkheid Bredevoort verkocht aan Engelbert II van Berg (de bisschop van Münster) en de graaf van Lohn zijn deel overgaf aan graaf Otto begon de strijd om het gehele bezit van de heerlijkheid tussen Münster en Gelre. Die strijd duurde twee eeuwen. Omstreeks 1388 verleende Otto stadsrechten aan Bredevoort.

 

Uit: Wikiwand – Otto I van Gelre

8a. Gerard III van Gelre
Geboren circa 1185 – 22 oktober 1229, begraven te Roermond. Hij was graaf van Gelre en Zutphen van 1207 tot 1229.
Hij was een zoon van graaf Otto I en Richarda van Beieren en wordt ook wel aangeduid als Gerard IV of Gerard V.

Gerard had in eerste instantie zeer veel invloed aan het hof van keizer Frederik II, maar raakte later met hem in conflict, waarna de keizer Roermond in 1213 verwoestte. Dit was een incident en later werd de relatie met Frederik II beter. In 1220 kreeg hij toestemming van Frederik II om de tol bij Arnhem te verplaatsen naar Lobith, wat economisch een succes werd en een van de beste inkomstenbronnen werd van de graaf.[1] Tussen 1224 en 1229 groeide Roermond uit tot een stad, daarvoor was het niet meer dan een handelsnederzetting. Gerard stichtte vervolgens de Munsterabdij en gaf Roermond stadsrechten (ca.1229). Met bisschop Otto van Lippe van Utrecht had hij strijd over Salland, maar kort daarna steunde hij deze tegen Drenthe.

Tijdens de Slag bij Ane in 1227 werd hij gevangengenomen, en toch weer vrijgelaten door een smoes. Gerard III vroeg aan de Drentse edelman die hem gevangen hield een tijdelijke vrijheid om de nieuwe Utrechtse bisschop mee te kunnen verkiezen, omdat immers de vorige gedood was bij Ane. Als erewoord beloofde Gerard plechtig weer terug te keren, zwaar gehavend van de strijd trok hij naar de verkiezingscommissie in Utrecht en verkondigde daar dat hij niet meer terug hoefde te keren omdat ze in Drenthe verdoemd waren.

Tussen 1212 en 1215 ontving hij van zijn broer bisschop Otto van Gelre de novale tienden uit de nog onbebouwde landen van de Veluwe. Hieruit blijkt dat de Veluwe na deze jaren gedeeltelijk in cultuur is gebracht. Hij gaf in 1227 de Veluwe landrecht.

In 1229 overleed Gerard mogelijk aan zijn verwondingen van de slag bij Ane, volgens Johannes de Beke bij een veldslag dat jaar. Andere bronnen beweren bij een veldslag bij Zutphen dat jaar.

In januari 1206 huwde hij met Margaretha van Brabant, dochter van hertog Hendrik I van Brabant.

Gerard was vader van:

  • Margaretha, verloofd met heer Dirk II van Valkenburg, maar uiteindelijk getrouwd met graaf Willem IV van Gulik (-1278)
  • Otto II (-1271)(Volgt 9)
  • Hendrik (-1285), bisschop van Luik
  • Richardis, gehuwd met graaf Willem IV van Gulik (-1278)
Uit: Wikipedia – Gerard III van Gelre

 

8b. Aleid van Gelre
Overleden op 12 februari 1218. was door haar huwelijk met Willem I gravin van Holland. Aleid was de oudste dochter van graaf Otto I van Gelre en Ricardis, een dochter van Otto I van Beieren.

Over Aleid van Gelre is weinig bekend uit contemporaine bronnen. Haar geboortejaar is onbekend en over haar jeugd aan het Gelderse hof is niets overgeleverd. In de Annalen van Egmond, de belangrijkste verhalende bron over de twaalfde-eeuwse geschiedenis van Holland, komt ze voor het eerst voor bij de beschrijving van haar huwelijk met Willem I van Holland.Eind 1195 of begin 1196 benoemde graaf Dirk VII van Holland diens jongere broer Willem tot graaf van Midden-Friesland, dat onder gedeeld gezag stond van Holland en het Sticht Utrecht. Als graaf van Friesland kwam Willem in conflict met de heer van Kuinre, Hendrik de Kraan, een leenman van de bisschop van Utrecht. Willem veroverde Kuinre en liet de Kuinderburcht verwoesten. Vervolgens reisde hij naar Kasteel Ter Horst in het Sticht voor een ontmoeting met zijn broer Dirk VII, die voor korte tijd benoemd was tot voogd van het bisdom. Willem werd door zijn broer ontvangen, maar net voordat hij aan tafel wilde gaan werd hij − met toestemming van zijn broer – overvallen en gevangengenomen door door Hendrik de Kraan en zijn volgelingen. Willem wist echter te ontsnappen en vluchtte naar Gelre, waar hij aan het hof van graaf Otto I verbleef. Volgens de Annalen bleef hij “daar een tijdje omdat zijn benen door het ijs ernstig waren opengescheurd en door de kou gezwollen.” Aan het Gelderse hof verloofde hij zich met Aleid, de dochter van zijn gastheer. Vervolgens keerde Willem terug naar Friesland. De Annalen vertellen dat hij kort daarop huwde met “de dochter van graaf Otto, die met alle eer naar hem gebracht was; de bruiloft is in Stavoren gevierd”.Het jaar waarin de bruiloft gevierd werd is niet met zekerheid vast te stellen, maar waarschijnlijk vond het plaats in 1198.Volgens de veertiende-eeuwse kroniekschrijver Willem Procurator vond het huwelijk in 1206 plaats, toen Willem al als graaf van Holland regeerde. Volgens Henri Obreen was dit onmogelijk, omdat Willem in een oorkonde uit 1200 als schoonzoon van Otto van Gelre werd vermeld.Over Aleids leven als gravin is weinig bekend. Tot 1203 regeerde Willem in Friesland, daarna probeerde hij tijdens de Loonse Oorlog de macht in het graafschap Holland over te nemen ten koste van zijn nicht Ada en haar man Lodewijk II van Loon. Vanaf 1206 regeerde Willem onbetwist als graaf Holland, hoewel hij het grafelijk gezag formeel moest delen met Lodewijk II van Loon.Aleid bezegelde als gravin een aantal privaatrechtelijke oorkondes, maar haar zegel is niet bewaard gebleven. Volgens een veertiende-eeuws verhaal zou ze een kostbaren gouden kruis aan de abdij van Rijnsburg hebben geschonken.In de lente van 1217 vertrok Willem I om deel te nemen aan de Vijfde Kruistocht. Hij stelde zijn neef Boudewijn I van Bentheim aan als ruwaard tijdens zijn afwezigheid. Aleid overleed tijdens de afwezigheid van haar man op 12 februari 1218. Haar lichaam werd bijgezet in de abdijkerk van Rijnsburg.Willem hertrouwde in 1220 met Maria, een dochter van Hendrik I van Brabant en de weduwe van keizer Otto IV. Kort voor zijn dood in 1222 zette Willem een enorm bedrag van 100 Hollandse ponden opzij om een altaar in Rijnsburg op te richtten, waar zielmissen gelezen moesten worden voor hem, zijn voorouders en zijn eerst vrouw Aleid. De grafsteen van Willem en Aleid werd bij een onderzoek in de ruïnes van Rijnsburg in 1613 teruggevonden. De steen is ingemetseld in de muur van het koor van de Grote kerk in Rijnsburg.
Aleid en Willem kregen vijf kinderen:

  • Floris IV (1210–1234) (Volgt Graven van Holland nr. 11)
  • Otto (overleden in 1249)
  • Ada (begraven in 1258), abdis van Rijnsburg
  • Ricardis (begraven in 1262)
  • Willem (overleden in 1238)
Uit: Wikipedia – Aleid van Gelre

8c. Machteld van Gelre en Zutphen
Overleden op  28 oktober, 1247 of later. Ook Mechteld of Mechtild(is) genoemd, was een gravin uit het Huis Wassenberg en door huwelijk gravin van Nassau. Ze is een directe voorouder van zowel de koningen van Nederland als de groothertogen van Luxemburg.
Machteld was de jongste dochter van graaf Otto I van Gelre en Zutphen en Richardis van Beieren, een dochter van hertog Otto I van Beieren en Agnes van Loon.
Machteld huwde vóór 11 december 1215 met graaf Hendrik II ‘de Rijke’ van Nassau. Geboren rond 1180, overleden 26 april 1247/48/49/50, vóór 25 januari 1251 (Zie Graven van Nassau nr. 2)
Uit dit huwelijk werden geboren:

  • Rupert († 19 september vóór 1247), werd door de aartsbisschop van Trier beleend met allodiaal goed in Diez en Ober-Lahnstein, was ridder van de Duitse Orde.
  • Walram II (ca. 1220 – 24 januari 1276), volgde zijn vader op, is de stamvader van de Walramse Linie van het Huis Nassau.
  • Otto I († tussen 3 mei 1289 en 19 maart 1290), volgde zijn vader op, is de stamvader van de Ottoonse Linie van het Huis Nassau.
  • Hendrik († 28 mei na 1247[3]), was monnik in Klooster Arnstein.
  • Elisabeth (ca. 1225 – na 6 januari 1295), huwde met heer Gerhard III van Eppstein († 1252).
  • Gerhard († tussen 7 april 1312 en 20 september 1314), was geestelijke.
  • Jan († Deventer, 13 juli 1309), was elect van het Sticht Utrecht.
  • Catharina († 27 april 1324), werd in 1249 abdis van Klooster Altenberg bij Wetzlar.
  • Jutta († 1313) (Volgt Graven van Nassau nr. 3) Zij huwde omstreeks 1260 met heer Jan I van Cuijk († 13 juli 1308) (Volgt Heren van Cuijk nr. 7a)
  • ? Irmgard († 1 augustus 1297), was abdis van Val-Benoît.
Uit: Wikipedia – Machteld van Gelre

Otto II van Gelre

Otto II van Gelre

9. Otto II van Gelre
Geboren omstreeks 1215, overleden op 10 januari 1271. Hij was graaf van Gelre en Zutphen van 22 oktober 1229 tot zijn dood in 1271. Hij is de zoon van graaf Gerard III van Gelre (ook wel aangeduid als Gerard IV of Gerard V) en Margaretha van Brabant. De graaf had vele bijnamen. Voorbeelden hiervan zijn de Lammede Paardenvoet[ of de Hinkende vanwege zijn klompvoet. Een andere bijnaam was ook wel de Stedenstichter vanwege de vele plaatsen die hij tot stad verhief.

Op vijftienjarige leeftijd volgde hij zijn vader Gerard III van Gelre op. Otto regeerde 42 jaar. Otto II was graaf van Gelre van 1229 tot aan zijn dood. Hij bemiddelde vaak bij vetes in zijn omgeving. Ook werd hijzelf vaak in conflicten betrokken door zijn bezittingen in Westfalen, onder andere met de graven van Ravensberg en Tecklenburg maar ook met de bisschoppen van Münster, Osnabrück en Paderborn.

Om de invloed in de Nederrijnlanden voerde Otto II vele oorlogen met de graven van Kleef en bisschoppen van Utrecht. Zijn aanspraken op Salland moest hij daardoor opgeven.

In 1247 werd Otto II door paus Innocentius IV gevraagd of hij Rooms-koning wilde worden. Hij was de tweede keus, want de hertog van Brabant had de kroon al geweigerd. Hij wees dit aanbod af, omdat dit ambt veel nadeel zou brengen.

Het Klooster ‘s-Gravendaal werd in 1248 gebouwd op aandringen van zijn vrouw Margaretha van Kleef. De kloosterkerk was het eerste bouwwerk op het kloostercomplex. In hetzelfde jaar kwam de stad Nijmegen in zijn bezit. Otto II liet in 1250 aanvangen met de bouw van de Grote of Sint-Stevenskerk, die pas in 1476 zou worden voltooid. In 1251 werd het lichaam van Margaretha van Kleef bijgezet in de kerk van het Klooster ‘s-Gravendaal. Vlak voor zijn dood vocht hij nog enkele geschillen met de stad Zutphen uit.

Otto bereikte als bondgenoot van de Hertogen van Brabant en Graven van Holland (van 1261 t/m 1262) een hoge positie in Hertogdom Neder-Lotharingen. Hij verkreeg vele heerlijkheden waaronder Groenlo, Bredevoort en Lichtenvoorde. Zodoende was hij beschermheer van Keulen.

Otto II was een goede bondgenoot van Willem II van Holland. Toen deze sneuvelde in een campagne tegen de Friezen in 1256, erfde Floris V van Holland het graafschap Holland. Floris V stond nog onder voogdij van Floris de Voogd (tot 1258) en daarna door Aleid van Holland waarmee Otto II de voogdij bevocht over Holland en Zeeland met andere edelen. Bij de slag bij Reimerswaal op 22 januari 1263 versloeg Otto II zijn rivaal Aleid, waarna hij als voogd werd verkozen. In 1266 werd Floris V meerderjarig op twaalfjarige leeftijd en werd hij in staat geacht om zelf zijn graafschap te regeren.

Een andere bijnaam van Otto is ‘de stedenstichter’.
Hij verleende tijdens zijn regeerperiode stadsrechten aan 29 steden, onder meer Geldern (1229), Goch (ca. 1230), Roermond (1231), Harderwijk (1231), Grave (1232), Emmerik (1233), Arnhem (1233), Lochem (1233), Doetinchem (1236), Doesburg (1237), Wageningen (1263) en Montfort (waarschijnlijk in 1263).

Otto II werd opgevolgd door zijn zoon Reinoud I. Hij ligt begraven in het Klooster ‘s-Gravendaal, ook wel “Kloster Graefenthal”.

Otto II trouwde in 1240 met Margaretha van Kleef († 10 september 1251), de dochter van graaf Diederik VI van Kleef en Mechtild van Dinslaken. Zij schonk hem twee dochters:

  • Elizabeth († 31 maart 1313, begraven in klooster Gräfrath, trouwde op 17 maart 1249 met graaf Adolf V van Berg (†28 september 1296)
  • Margaretha († voor 1286), zij trouwde voor 1262 met graaf Engelram IV van Coucy en Oisy, Vicomte de Meaux (circa 1236 – 1311)

In 1253 trouwde hij met Filippa de Dammartin, dochter van graaf Simon van Dammartin, en werd vader van:

  • Reinoud (1255-1326) (Volgt 10a)
  • Filippa, gehuwd met Walram van Valkenburg, Monschau en Sittard, zoon van Dirk II van Valkenburg
  • Margaretha, gehuwd met graaf Diederik VIII van Kleef (Volgt 10b)
Uit: Wikipedia – Otto II van Gelre

*

Reinoud van Gelre

Zegel van Reinoud I van Gelre

10a. Reinoud I van Gelre
Geboren 1255 – overleden Montfort, 9 oktober 1326. Hij was ook bekend als Reinoud de Strijdbare. Reinoud I was graaf van Gelre van 10 januari 1271 tot zijn dood. Zijn naam wordt ook geschreven als Raynald, Reinald, Reynald of Reynout.

Reinoud werd geboren als zoon van Otto II, graaf van Gelre.

Reinald richtte zich net als zijn vader politiek op het Zuiden. Niet uit berekening maar meer uit dynastieke overwegingen, hij was gehuwd met de erfdochter van het Hertogdom Limburg. Na het overlijden van haar vader in 1280 erfde Irmgard het hertogdom en in 1282 werd ze er door koning Rudolf mee beleend waarbij Reinald het levenslange vruchtgebruik kreeg. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1283 noemde hij zich comes Gelrie et dux Limburgensis. Hij verloor dit gebied na zijn nederlaag bij de Slag bij Woeringen.

Nog in 1279 kocht hij het graafschap Kessel aan evenals de heerlijkheidsrechten over de linker-Maasoever en Mönchengladbach.

Na de moord op Hendrik III van Gelre erfde diens neef Reinoud in 1284 de Heerlijkheid Montfort, een district van het hertogdom Gelre, waartoe ook het Kasteel Montfort behoorde.

Bij de slag bij Woeringen in 1288 wilden de graven van Gelre hun macht uitbreiden over het hertogdom Limburg, wat evenwel jammerlijk mislukte. Volgens legende gaf hij zich over met twee veren in elke hand (zie afbeelding). Reinoud had zich hiervoor echter diep in de schulden gestoken en zag zich daardoor verplicht om de inkomsten van zijn graafschap Gelre van 1288 tot 1293 te verpachten aan zijn schoonvader Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen. De Vlaamse heerschappij heeft bijgedragen aan de bouw van een modern doeltreffend territoriaal bestuur.

Reinoud werd in 1317 door de Duitse tegenkoning Frederik de Schone in de rijksvorstenstand verheven, hetgeen echter door keizer Lodewijk IV niet erkend werd.

In 1318 werd hij afgezet. Daarna regeerde zijn zoon onder voogdij. In 1320 werd Reinoud I door zijn eigen zoon, Reinoud II, gevangengezet in de kerker van de Grauwert, een verdedigingstoren van Kasteel Montfort. Daar zou hij zes jaar later overlijden. Reinoud I werd op 21 oktober 1326 in het klooster Graefenthal begraven.

Vanaf 1274 was hij gehuwd met Imgard van Limburg (†1283), de erfgename van hertog Walram IV van Limburg. Dit huwelijk bleef kinderloos.
In 1286 trouwde hij met Margaretha van Vlaanderen (1272-1331), dochter van Gwijde van Dampierre (Zie Heren van Dampierre nr. 7) en Isabella van Luxemburg (Zie Graven van Luxemburg nr. 9a). Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend:

  • Reinoud II (1295-1343) (Volgt 11)
  • Gwijde (†na 1315 te Arnhem, aldaar begraven)
  • Philips (jong overleden)
  • Elisabeth (Isabella) (†1354 in klooster St. Clara), abdis van klooster St. Clara teKeulen, in 1299 verloofd met Godfried van Brabant, in 1314 beloofd aanAlbrecht II van Oostenrijk
  • Filippa (†23 augustus 1352), non in klooster St. Clara te Keulen
  • Margaretha (voor 1299 – 7 juli 1346/47), gehuwd met graaf Diederik IX van Kleef

Er is één bastaardzoon van Reinald bekend, Laurentius bastaard van Gelre, mogelijk de stamvader van de heren van Steenbergen.

 

Uit: Wikipedia – Reinoud I van Gelre

10b. Margaretha
Dochter van van Otto II, graaf van Gelre en Filippa de Dammartin. Zij gehuwd met graaf Diederik VII van Kleef. Geboren 1256/1257, overleden op 4 oktober 1305 was van 1275 tot aan zijn dood graaf van Kleef. Hij behoorde tot het huis Kleef.
Diederik VIII was de oudste zoon van graaf Diederik VII van Kleef uit diens huwelijk met Aleidis van Heinsberg. In 1275 volgde hij zijn overleden vader op als graaf van Kleef.
In 1290 hertrouwde hij met Margaretha van Kyrburg.
Kinderen uit dit huwelijk:

Uit:

Reinoud II van Gelre

Reinoud II van Gelre

11. Reinoud II van Gelre
Geboren circa 1295 – overleden te Arnhem op 12 oktober 1343, bijgenaamd de Rode of de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen.(Zie Heren van Dampierre nr. 7).

In 1316 kreeg hij onenigheid met zijn vader. Hij vond zijn vader niet langer in staat de belangen van het territorium te behartigen en nam zelf het bestuur over. Na een arbitrale uitspraak van 3 september 1318 door graaf Willem III van Holland regeerde hij als soen des graven van Gelre over het graafschap Gelre en Zutphen. Zijn vader werd gevangengezet op kasteel Montfort.[1]

Reinoud verleende land- en dijkrechten, en maakte bepalingen en regelingen ter verbetering van het keren van buitenwater en het lozen van binnenwater en grondwater. Deze wetgeving bestond deels uit de optekening van publiekrechtelijk en privaatrechtelijk gewoonterecht, en deels uit nieuw recht ten aanzien van het schouwen van dijken, weteringen en kaden, en de rechterlijke organisatie. Voor het Land van Maas en Waal in 1321 en 1328, voor de Bommeler- en de Tielerwaard in 1325, 1327 en 1335, voor de Over- en Nederbetuwe in 1327, voor het Overkwartier in 1328, voor het nieuw ontgonnen ‘Nijbroek’ eveneens in 1328. Deze wetgeving is van belang geweest voor de bevordering van de rechtszekerheid en de bodemexploitatie binnen het Gelderse territorium.

In 1326 overleed zijn vader en Reinoud benoemde zichzelf tot graaf van Gelre en graaf van Zutphen als Reinoud II.

Hij begon een samenwerkingsverband met de Engelse koning en zwager Eduard III van Engeland tegen Frankrijk. Hij waarschuwde de Engelsen in 1338 over een Franse vloot die het Zwin naderde. Hij bleef een van Edwards trouwste bondgenoten onder de Duitse prinsen tijdens de eerste fase van de Honderdjarige Oorlog.

Wapen van Reinoud II van Gelre

Wapen van Reinoud II van Gelre

Op 19 maart 1339 werd Reinoud II tot hertog van Gelre en graaf van Zutphen in de Rijksdag in Frankfurt tot de rijksvorststand verheven en tevens met Oost-Friesland beleend. Dit besluit kwam mede tot stand dankzij bemiddeling van Reinoud II tussen keizer Lodewijk de Beier, die getrouwd was met de gravin Margaretha van Holland, en Edward III van Engeland, broer van Reinouds vrouw Eleonora van Engeland. In 1342 richtte Reinoud II het klooster Monnikhuizen op.

Reinoud voerde vier jaar lang een strijd om Bredevoort (1322-1326) die hij uiteindelijk won. In 1326 verleende Reinoud II stadsrechten aan Erkelens en in 1343 aan Venlo.

Op 11 januari 1311 werden te Roermond huwelijksvoorwaarden opgesteld van het huwelijk van Reinout met Sophia Berthout († 6 mei 1329) uit het geslacht Berthout, erfgename van de heerlijkheid Mechelen, dochter van Floris Berthout († 1332), heer van Mechelen, en Mathilde (van der Mark) van Mechelen, kleindochter van Engelbert I van der Mark. Het huwelijk werd in 1318 voltrokken. Sophia was een nicht van de Utrechtse bisschop Willem II (1296-1301). Het huwelijk kwam vermoedelijk tot stand door bemiddeling van Gwijde van Avesnes bisschop van Utrecht (1301-1317) en graaf Willem III van Holland (1304-1337). Sophia en Reinald waren in de vierde graad verwant waardoor voor hun huwelijk pauselijke dispensatie nodig was, wat op 13 mei 1311 te Avignon verleend werd door Paus Clemens V. Zij werd begraven in het Klooster ‘s-Gravendaal, nabij Asperden (gemeente Goch), tegenwoordig in Duitsland.

Sophia schonk hem de volgende kinderen:

  • Margaretha (ca. 1320 – 4 oktober 1344), 4 juli 1342 gehuwd met Gerard, zoon van graaf Willem VI van Gulik. Zij was reeds op 1 maart 1333 verloofd met Gerard, naar aanleiding waarvan zij op 1 december 1333 de heerlijkheid en voogdij Mechelen voor 60.000 gulden verkocht aan graaf Lodewijk van Vlaanderen.
  • Mechteld (ca. 1325-1384) in 1336 gehuwd met graaf Godfried van Loon en Chiny (?-1342), in 1348 met graaf Jan I van Kleef (1292/93-1368) en in 1372 met Jan van Chatillon graaf van Blois (†1381)
  • Elisabeth (-1376), abdis van het Klooster ‘s-Gravendaal, gelegen tussen Kessel en Asperden in Duitsland.
  • Maria (-1397), gehuwd met hertog Willem II/VII van Gulik, ouders van de uiteindelijke opvolgingslinie (Volgt 12)

Nadat in 1331 uitgebreide huwelijkse voorwaarden waren opgesteld huwde Reinoud op 20 oktober 1331 in Nijmegen met Eleonora (1318-1355), dochter van Eduard II van Engeland. Van de huwelijksvoltrekking werd op 24 oktober 1331 een notariële verklaring opgemaakt is. Ze hadden samen:

  • Reinoud III (1333-1371), 1e opvolger Gelre
  • Eduard (1336-1371), 2e opvolger Gelre

Uit: Wikipedia – Reinoud II van Gelre

12. Maria van Gelre
Overleden in november 1397.Zij was een dochter van Reinoud II van Gelre en Sophia Berthout, vrouwe van Mechelen. Zij was een van de twee troonpretendenten voor het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphen tijdens de Eerste Gelderse Successieoorlog tussen 1371 en 1379. Ze streed echter voor deze titel namens haar zoon Willem III van Gulik. De oorlog begon na de dood van haar halfbroers Reinoud III van Gelre en Eduard van Gelre. Eduard overleed aan zijn verwondingen na de Slag bij Baesweiler en Reinoud, die ook wel de bijnaam de Vette had, overleed enkele maanden daarna. Deze opvolgingskwestie werd ook geclaimd door Maria’s zuster Mechteld van Gelre en zij werd gesteund door de van ‘Heeckerens’ onder Frederik van Heeckeren van der Eze (1320-1386). De volgers van Maria waren de van ‘Bronckhorsten’ onder Gijsbert V van Bronckhorst (1328-1356). Na de overwinning van haar partij ging de titel van Hertog naar haar zoon Willem III.

Nadat haar vader, Reinald, aan het begin van de Honderdjarige Oorlog, samen met Willem van Holland en Willem van Gulik te Valenciennes op 24 mei 1337 een verbond gesloten had met koning Eduard III van Engeland tegen Philip van Valois van Frankrijk, beloofde hij zijn jongste dochter Maria, als toekomstige vrouw aan Ruprecht I van de Palts (1309-1390), uit het Huis Wittelsbach. De huwelijkse voorwaarden waren opgesteld door de raden van Reinald, waaronder Dirk heer van Valkenburg en Willem van Broeckhuysen, en werden op 25 maart 1337 in een oorkonde bevestigd. Ruprecht had eerder met de Franse koning onderhandelingen gevoerd, die echter vastgelopen waren. Door zijn dochter als bruid weg te geven aan de Wittelsbachse Paltsgraaf zette Reinald de eerste stap tot de formele verbintenis met het Engelse verbond. Het huwelijk ging echter niet door omdat het Frans-Engelse conflict zich vrij snel oploste en geen van beide partijen nog belang had bij een huwelijk. Ruprecht zou in 1350 huwen met Elisabeth van Namen (ca. 1330-1382). Maria huwde in 1362 Willem II/VII van Gulik.

In 1372 liet zij haar minderjarige zoon Willem verloven met Catharina van Beieren, de verloofde van haar overleden halfbroer Eduard. Hiermee benadrukte zij de dynastieke continuïteit en dacht daarmee de kansen van Willem als opvolger te vergroten. Dat zelfde jaar werd Willem als achtjarige door Keizer Karel IV beleend met het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphen met als tegenprestatie de vrijlating van Wenceslas van Brabant, de halfbroer van de keizer die bij de slag bij Baesweiler gevangen genomen was. Haar echtgenoot Willem II/VII van Gulik werd benoemd tot voogd tot de meerderjarigheid van Willem.

In december 1362 huwde Maria met Willem II/VII van Gulik (1327-1393).
Ze kregen onder andere de volgende kinderen:
Uit: Wikipedia – Maria van Gelre 

Vermeldingen:
Wikipedia – Graafschap Gelre
Wikipedia – Huis Gelre
Literatuur:
Hertogen van Gelre – Gerben Graddesz Hellinga

 

Stamboom Graven van Gelre

Terug naar:

Graven en Gravinnen

  facebook       

© 14 maart 2015, laatst bijgewerkt op 29 november 2020