Bergschenhoek

Het dorp Bergschenhoek in 1793, Nederlandsche Stad- en Dorp- Beschrijver

Gemeente Bergschenhoek in 1866, door J. Kuyper. 1000 inwoners.

Bergschenhoek  is een plaats en voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland, ten noorden van Rotterdam. Het maakt sinds 2007 onderdeel uit van de gemeente Lansingerland.

Bergschenhoek is een woonplaats met veel nieuwbouw. Er zijn relatief veel woningen in de duurdere klasse. Op 24 november 2004 werd het nieuwe dorpscentrum geopend. Ten zuidoosten van de woonkern, langs de rivier de Rotte bevindt zich een groot natuur- en recreatiegebied, het Hoge en Lage Bergse Bos, met een onder meer een opvallende skihelling, een klimwand van 34 meter hoog, een mountainbikeparcours en een golfbaan. De plaats ligt niet ver van Rotterdam Airport. Het grondgebied wordt doorsneden door de HSL-Zuid, die eind december 2009 operationeel werd. Het Annie M.G. Schmidtpark wordt gerealiseerd langs de HSL-doorsnijding.

De voormalige gemeente Bergschenhoek telde 16.634 inwoners (1 juli 2006, bron: CBS) en had een oppervlakte van 15,52 km² (waarvan 0,63 km² water). Tot de gemeente behoorde naast de hoofdplaats ook de kern De Rotte. Bergschenhoek maakt deel uit van de Stadsregio Rotterdam.

Op 1 januari 2007 is de gemeente Bergschenhoek samengegaan met de aangrenzende gemeenten Bleiswijk en Berkel en Rodenrijs in de nieuwe gemeente Lansingerland. In april 2005 hebben de drie gemeenteraden zich uitgesproken voor deze vrijwillige fusie.

In 1978 werd in Bergschenhoek een visfuik opgegraven die bijna zes en halfduizend jaar oud bleek te zijn (gedateerd op omstreeks 4300 v.Chr.). Deze vondst toont aan dat er al in de prehistorie mensen naar dit gebied kwamen. Rondtrekkende jagers en vissers hadden hier een klein kamp gemaakt op een drijvend stuk trilveen. Rond het jaar 1000 maakten de gronden waarop het huidige Bergschenhoek ligt nog altijd deel uit van een soort waddengebied.

Geschriften uit het einde van de 15e eeuw maken melding van een nederzetting den hoeckof ten Hoeck, nabij den Berch, oftewel Hillegersberg. In 1466 wordt hier de Butterdorpse molen geplaatst. Al snel spreekt men van ‘den Bergschen Hoeck’.

In vroeger tijden heeft zich hier in de bodem een dikke veenlaag gevormd. Aan het einde van de Middeleeuwen begint de turfwinning. Het veen wordt uitgegraven en na in turfschuren tot turf te zijn verwerkt als brandstof verkocht. Het dorpscentrum (De Kruin), de Bergweg en de Oosteindseweg liggen nog altijd ongeveer vier meter hoger dan de omgeving. De huidige woonwijken rond het centrum bevinden zich in feite op de bodem van de uitgegraven later weer drooggelegde plassen.

In 1573 werd de Rooms-Katholieke Kerk verboden in de Hollandse gewesten. Toen men in 1649 in het geheim een statie (parochie) wilde vestigen in de polder van Schieland, dacht men aan Bergschenhoek. De mis werd door de eerste pastoor, de in 1652 benoemde Theodoor Cannius, opgedragen in een schuilkerk.

In 1658 was het dorp groot genoeg voor de stichting van een eigen gereformeerde kerk in Bergschenhoek. Voorheen kerkte men in Hillegersberg. Jacobus van Kouwenhoven, een zoon van een Rotterdamse burgemeester, was de eerste dominee.

Op 8 mei 1659 werd het dorp getroffen door een grote ramp. In anderhalf uur tijds brandden alle vierenveertig huizen in Bergschenhoek volledig af. Op 19 mei 1659 werden er onder andere in Rotterdam en Hillegersberg collectes gehouden ten bate van de slachtoffers van deze brand.[1]

In de 18e eeuw werden diverse polders rond Bergschenhoek drooggelegd. Het dorp maakte deel uit van het ambacht Hillegersberg en Rotteban. De drie kernen waren op dat moment Hillegersberg, Terbregge en Bergschenhoek. Een oude grenspaal, die stond tussen Bleiswijk en Hillegersberg Rotteban, staat anno 2007 voor het voormalige gemeentehuis van Bergschenhoek.

Onder Lodewijk Napoleon Bonaparte, op 21 oktober 1811, scheidde Bergschenhoek zich af van Hillegersberg (thans de Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek).

In de 20e eeuw ontwikkelde Bergschenhoek zich als een plattelandsdorp met voornamelijk glastuinbouw.

Wapen van Bergschenhoek 1816 – 2006

Het wapen van Bergschenhoek werd op 24 juli 1816 aan de Zuid-Hollandse gemeente Bergschenhoek in gebruik bevestigd. De gemeente is op 1 januari 2007 opgegaan in de gemeente Lansingerland. Na deze datum is het wapen van Bergschenhoek komen te vervallen. Een van de twee achtpuntige sterren uit het wapen en de parelkroon zijn overgenomen in het wapen van Lansingerland.

De blazoenering van het wapen luidde als volgt:
“Van zilver beladen met een keper en verzeld en chef van 2 achtpuntige sterren en en pointe van eene roos, alles van keel, op de punt des kepers eene halve maan van goud.” Het schild is wit (zilver), met daarop een keper, met erboven twee achtpuntige sterren en eronder een roos. In de punt van de keper staat een gouden wassenaar. Het schild is gedekt met een kroon met acht parels. De roos is in het wapenregister op een ongebruikelijke manier getekend. Meestal heeft een heraldische roos vijf bladeren. Deze roos heeft er acht.
Bij de aanvraag in 1815 meldde de burgemeester aan de Hoge Raad van Adel dat het wapen was aangetroffen in een kerkraam en dat de oorsprong ervan onbekend was. Er zijn van Bergschenhoek historisch diverse wapens bekend. Bergschenhoek is vrij jong. De grond is rond 1500 ontstaan door vervening en pas in de zeventiende eeuw is het dorp gesticht. Bestuurlijk viel Berschenhoek tot aan de oprichting van de gemeente onder Hillegersberg.
De Stad-en Dorpbeschrijver gaf een ander wapen aan.

Bron: Wikipedia – Bergschenhoek

Een voorouder van mij was Barbara Hoflandt , geboren in 1709 in Bergschenhoek. Zij huwde met Bruyn Arijsz Groenheide.

  facebook        

© vrijdag 20 oktober 2017