Nazaten Graven van Bar

Bar werd het in de 10e eeuw belangrijk als zetel van het graafschap, later hertogdom Bar. In 1735 werd dit hertogdom onderdeel van het hertogdom Lotharingen, in 1766 van Frankrijk.

Het graafschap Bar in Noord-Frankrijk bestond van 960 tot het in 1354 verheven werd tot het hertogdom Bar. Het behoorde tot het Heilige Roomse Rijk. Later, als Franse provincie, werd het ook de Barrois genoemd. Het gebied rond het stadje Bar-le-Duc maakt sinds de Franse Revolutie deel uit van het departement Meuse.

Bar

Bar

De gouw, waaruit zich later het graafschap Bar vormde, stond sinds de splitsing van Lotharingen in 959 onder de heerschappij van de hertogen van Opper-Lotharingen. De burcht Bar werd omstreeks 960 door hertog Frederik I in het grensgebied van Lotharingen en Champagne opgericht.

Toen het hertogelijk huis van Opper-Lotharingen in 1033 met Frederik III uitstierf, kwam Bar niet aan de nieuwe hertog Gozelo I, maar aan Sophie, een zuster van Frederik III, die gehuwd was met Lodewijk van Montbéliard. De nakomelingen van Lodewijk en Sophie regeerden daarna over het graafschap tot 1430.

1. Richwin van Scarpone.
Geboren rond 990. Graaf van Scarpone (Charpeigne in de Ardennen).
Hij was gehuwd met Hildegarde van Egisheim,  een zuster van paus Leo IX.
Zoon:

  • Lodewijk van Montbéliard

 

2. Lodewijk van Montbéliard
Geboren 1019 – overleden Mousson, tussen 1067/1076. Hij was een zoon van Richwin van Scarpone en Hildegarde van Egisheim.
Lodewijk was kasteelheer van Mompelgard en graaf van Scarpone (Charpeigne in de Ardennen), Altkirch en Ferrette. Door zijn huwelijk met Sophia werd hij ook graaf van Bar. In 1042 kreeg hij Mömpelgard, een strategische positie tegen de opstandige Reinout I van Bourgondië, die hij in 1044 wist te verslaan. Via de verwantschap van zijn vrouw maakte hij aanspraken op de titel van hertog van Lotharingen, keizer Hendrik IV verkoos Diederik, een zoon van hertog Gerard. Deze betwisting zou de oorzaak van een eeuwenlange rivaliteit tussen Lotharingen en Bar, die pas beëindigd werd met het huwelijk van René I van Anjou in 1420.

Hij trouwde op 4 mei 1037 met Sophia van Lotharingen (ca. 1020 – 21 januari of 21 juni 1093). Zij was een dochter van Frederik II van Lotharingen hertog van Lotharingen en graaf van Bar (986 – 13 mei1026) en Mathilde van Zwaben (ca. 995 – 1031). Na het overlijden van haar broer Frederik III werd zij hertogin van Bar, Mousson, Amance en Sarreguemines en voogd van de abdij van Saint-Mihiel.
Kinderen:

  • Bruno, jong overleden
  • Diederik I van Bar (Volgt 3)
  • Lodewijk, overleden na 1080
  • Frederik (ovl. 29 juni 1091), heer van Lutzelbourg, steunde aanvankelijk tegenkoning Rudolf van Rheinfelden. Trok daarna naar Italië en maakte zich verdienstelijk als legeraanvoerder van zijn tante Beatrix en zijn nicht Mathilde van Toscane. Hij trouwde in 1080 te Turijn met Agnes van Savoie (ca. 1068 – na 1110) en werd markgraaf van Susa. Begraven in de Pauluskerk te Canossa. Na zijn dood werd Agnes non, en veroverde keizer Hendrik IV) Toscane en het markgraafschap Susa.
  • Mathilde, gehuwd met Hugo van Dagsburg († 1089)
  • Sophia, gehuwd met graaf Folmar van Froburg,
  • Beatrix († 1092), gehuwd met Berthold I van Zähringen († 1078)

3. Diederik I van Bar
Geboren circa 1045 – overleden 2 januari 1105. Hij was de oudste erfzoon van Lodewijk van Montbéliard en van Sophia van Bar.
Bij het overlijden van zijn vader, eiste Diederik het hertogdom Lotharingen op,  zoals ook zijn vader had gedaan. Hij stootte daarbij op de tegenstand van keizer Hendrik IV. Daarop plunderde Diederik uit weerwraak het prinsbisdom Metz, maar werd verslagen door de bisschop van Metz en door Diederik van Opper-Lotharingen. Wel was Diederik graaf van Ferrette en Altkirch (1076), Bar en Mousson (1093), en voogd van Saint-Mihiel. Nadat hij zich met de Kerk verzoend had, stichtte Diederik de abdij van Hagenau in 1074, en kloosters in Walburg en Biblisheim en liet hij de kerk van Mömpelgard in 1080 wederop bouwen. Diederik had een gelofte gedaan om deel te nemen aan de Eerste Kruistocht maar werd wegens slechte gezondheid daarvan ontslagen, wel vaardigde hij zijn zoon Lodewijk af. In 1100 kreeg Diederik het bisdom Verdun in erfpacht. Diederik is begraven in de kathedraal van Autun.

Diederik was gehuwd met Ermentrude (ca. 1050 – na 1105), dochter van Willem I van Bourgondië. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Frederik I van Ferrette en Altkirch (ca. 1075 – 19 juli ca. 1160), gehuwd met Petrissa van Zähringen en daarna met Stephanie van Vaudémont, schonk de kerk van Altkirch aan Cluny, stichtte het klooster van Feldbach en was voogd van de abdij van Lure. Kreeg bij zijn tweede vrouw een zoon: Lodewijk die deelnam aan de Derde Kruistocht.
  • Reinoud I van Bar (Volgt 4)
  • Diederik (1081-1163), graaf van Montbéliard
  • Lodewijk († 1102), nam deel aan het beleg van Nicea en was een aanvoerder tijdens het beleg van Antiochië, werd na zijn terugkeer in Altkirch door één van zijn bedienden vermoord.
  • Stephanus, (ovl. Metz, 19 december 1162), van jongs af aan voor de kerk bestemd en opgevoed door zijn oom, bisschop Guy van Vienne die later paus Calixtus II zou worden. Werd aartsdeken van Toul en in 1120 bisschop van Metz. Nam in 1147 samen met zijn broer Reinoud deel aan de Tweede Kruistocht, begraven in de kathedraal van Metz.
  • Willem, overleden voor 1105
  • Hugo, overleden voor 1105
  • Gunthildis († 1131), abdis van Biblisheim, heilig verklaard
  • Agnes, in 1104 gehuwd met Herman II van Salm († 1136), zoon van Herman van Salm
  • Mathilde, getrouwd met Adalbert van Mörsberg, kleinzoon van Everhard van Nellenburg.

Ermentrude stichtte op 8 maart 1105 een abdij van de orde van Cluny in Froidefontaine. Zij is net als Diederik begraven in de kathedraal van Autun.

4. Reinoud I van Bar (ca. 1076 – op de Middellandse Zee, 1149) was de tweede zoon van Diederik I van Bar en van Ermentrude van Bourgondië.
In 1102 werd Diederik benoemd tot voogd van Saint-Pierremont (Vosges). Bij het overlijden van zijn vader in 1105 werd hij graaf van Bar en van Mousson, en kreeg hij het graafschap Verdun in leen van de bisschop van die stad. In hetzelfde jaar stichtte hij de abdij van Froidefontaine. In 1106 verkocht Reinoud het fort van Commercy aan de abt van Saint-Mihiel.
In 1111 ontstond er een conflict tussen de paus en keizer Hendrik V over de benoeming van een nieuwe bisschop in Verdun. Reinoud koos de kant van de paus maar nam wel zijn gezant gevangen. Reinoud had nu zowel een conflict met de keizer als met de paus. De bisschop nam hem de voogdij over Dieulouardaf en gaf deze aan de hertog van Luxemburg. In 1114 werd Reinoud gevangengenomen door keizer Hendrik V en deze liet hem pas vrij nadat hij een eed van trouw had gezworen. Reinoud onderhandelde een compromis metWillem I van Luxemburg en verwierf zo Stenay en Mouzay. Hij kreeg ook het graafschap Verdun terug maar zou het bij twisten over de volgende bisschopsbenoeming én weer kwijtraken (1120), én weer terugkrijgen (1124). Bij zijn intrede in de stad in 1114 raakte Reinoud overigens gewond.

Reinoud deed in 1128 de gelofte om op kruistocht te gaan. Hij verwierf het graafschap Briey en ruilde Verdun uiteindelijk in 1134 voor het graafschap van Clermont-en-Argonne. Reinoud beweerde als verwant van Godfried van Bouillonerfrechten te hebben op Bouillon. Toen onderhandelingen mislukten, veroverde hij Bouillon in 1134 maar in 1141 was hij gedwongen het kasteel weer op te geven.

Reinoud nam met twee van zijn zoons deel aan de Tweede Kruistocht. Hij overleed op zee, tijdens de terugreis.

Hij was in 1120 gehuwd met Gizela (ca. 1090 – 26 december na 1141), dochter van Gerard I van Vaudémont ( jongere zoon van Gerard van Lotharingen en Hedwig van Namen) en weduwe van Reinoud III van Toul, en werd de vader van:

  • Hugo (gesneuveld Bouillon, 29 september 1041), begraven te Saint-Mihiel.
  • Reinoud II (Volgt 5a)
  • Diederik († 1171), 1128 aartsdeken van Metz, 1137 bestuurder van de geestelijken in Metz, 1156 aartsdeken van Verdun, 1163 bisschop van Metz, begraven in de kathedraal van Metz.
  • Agnes (Volgt 5 b)
  • Clementia, in 1140 gehuwd met Reinoud II van Clermont (1070-1162) en met Theobald III van Crépy
  • Mathilde, gehuwd met Koenraad I van Kyrburg
  • Stephania, gehuwd met Hugo III van Broyes, ze kregen vier kinderen

Gizela kreeg drie zoons uit haar eerste huwelijk.

5a. Reinoud II van Bar ( Frans : Renaut of Renaud ) (overleden 25 juli 1170) was een graaf van Bar en de Heer der Mousson vanaf 1149 tot aan zijn dood. Hij was de zoon van Reinould I , graaf van Bar en de heer van Mousson en Giselle van Vaudémont.

In 1135 bezocht hij de Raad van Hugo van Metz met zijn vader en broer.Hij nam deel aan de tweede kruistocht met zijn vader en broer Theodorik in 1147. Zijn vader stierf tijdens zijn terugkeer. Hij hersteld oorlogen tegen zijn traditionele vijanden, de Hertog van Lotharingen en de bisschop van Metz .

Hij werd aangevallen in 1152, ontsnapte aan de abdij van Saint-Mihiel en werd geëxcommuniceerd en had goed te maken. In 1170, Reginald stierf, worden opgevolgd door zijn oudste zoon, Henry , als graaf van Bar en de Heer der Mousson.

Hij was getrouwd in 1155 met Agnes van Champagne (overleden 1207), dochter van Theobald II (IV) , graaf van Blois en Champagne en Matilda van Karinthië .
Kinderen:

  • Hendrik I (1158-1190), graaf van Bar
  • Theobald I (1159 / 61-1214), graaf van Bar
  • Reinoud († 1217), bisschop van Chartres (1182-1217)
  • Hugo, priester in Chartres
 5b. Agnes van Bar 
Geboren in 1120, overleden in 1195. Dochter van Reinould I , graaf van Bar en de heer van Mousson en Giselle van Vaudémont.
Zij is  in  1140 getrouwd met Albert I Graaf van Chiny. Zoon van Otto II van Chiny (Zie Graven van Chiny nr. 5) en Adelheid van Namen (dochter van Albert III van Namen [nr 5a])
Kinderen:

  • Lodewijk III Graaf van Chiny  1141-1191
  • Diederik van Chiny Heer van Mellier  1145 – ….
  • Ida van Chiny  1150 – ….. (Volgt Graven van Chiny nr. 7b)

6. Theobald I van Bar (Frans: Thibaut of Thibauld de Bar ) (geboren c.  1158 – overleden 13 februari 1214) was de graaf van Bar van 1190 tot aan zijn dood.
Hij was de zoon van Reinoud II van Bar en zijn vrouw Agnès van Champagne. Hij volgde zijn broer Henry op nadat deze  werd gedood bij het beleg van Akko.

Na zijn dood in 1214, volgde zijn oudste zoon Hendrik II , uit zijn tweede huwelijk hem op als graaf. Zijn oudste dochter Agnes, uit zijn eerste huwelijk, trouwde Frederik II, hertog van Lotharingen.

Theobald I was drie keer getrouwd; in 1176 trouwde hij met Laurette van Loon (de Looz), dochter van Louis I, graaf van Loon en Agnes van Metz; Zij hadden een dochter.
In de tweede plaats, trouwde hij Ermensinde de Bar-sur-Seine, dochter van Guy II van Brienne en Petronille de Chacenay, circa 1189; Zij kregen een zoon en twee dochters. Theobald en Ermensinde gescheiden circa 1195.
Hij trouwde Ermensinde Luxemburg , dochter van Henry Coecus “the Blind ‘van Luxemburg en Agnes van GUELDRES, in 1197; Zij hadden twee zonen en drie dochters.

Kinderen uit zijn huwelijk met Laurette van Loon (de Looz):

  • Agnes (Tomasia) van Bar, Dame d’Amance, de Longwy et de Stenay (1177 -1226) getrouwd met Frederick II, hertog van Lotharingen

Kinderen uit zijn huwelijk met Ermesinde (Isabella) van Bar-sur-Seine :

  • Agnes II van Bar († 1225.); gehuwd Hugues, Seigneur de Chatillon.
  • Hendrik II, graaf van Bar (Volgt 7)
  • Margaretha van Bar (b c 1192, d na 1259..); trouwde Heinrich von Salm, Seigneur de Viviers.

Kinderen uit zijn huwelijk met Ermesinde (Ermesinda) Luxemburg :

  • Margaretha II van Bar (†1270.
  • Elisabeth van Bar († 1262)
  • Hendrik van Bar, Heer van Briey, Arrancy & Marville. († 1214)
  • Renaud van Bar († 1214)
  • onbekende dochter († februari 1214)

7. Hendrik II van Bar
Geboren 1190 – Gaza, 13 november 1239. Hij was een zoon van Theobald I van Bar uit diens tweede huwelijk met Ermesinde van Brienne.

Hij volgde in 1214 zijn vader op als graaf van Bar en vocht onmiddellijk mee met Filips IV van Frankrijk in de slag bij Bouvines. Bij de opvolgingsstrijd van Champagne, koos hij partij voor Theobald IV van Champagne. Zo werd hij na de dood van Lodewijk VII van Frankrijk, door Theobald betrokken in de opstand tegen Blanca van Castilië, maar beiden moesten in 1227 hun onderwerping erkennen.

Toch raakten Theobald en Hendrik in 1229 ook met mekaar in conflict, toen Theobald de zijde koos van Lotharingen en Hendrik de kant van Hugo II van Vaudémont en de bisschop van Toul om Lotharingen in 1230 te plunderen. Daarop vielen Theobald en Simon van Joinville het graafschap Bar binnen, waarop Hugo IV van Bourgondië dan weer Champagne binnenviel. Ten slotte diende Blanca van Castilië tussenbeide te komen om de vrede te herstellen in 1232.

Hendrik stichtte verschillende abdijen en deed belangrijke schenkingen aan andere. In 1239 nam Hendrik samen met Theobald IV van Champagne en Hugo IV van Bourgondië deel aan de kruistocht en hij werd hetzelfde jaar in Gazagedood.

Hendrik was gehuwd in 1219 met Filippa (1192-1242), dochter van Robert II van Dreux (Zie Graven van Dreux nr. 2), en was de vader van:

  • Margaretha (1220-1275) (Volgt 8a), in 1240 gehuwd met Hendrik V van Luxemburg (1217-1281
  • Theobald II (1221-1291) (Volgt 8b)
  • Hendrik
  • Johanna (1225-1299), gehuwd met Frederik van Blâmont (-1255) en met Lodewijk V van Chiny (1235-1299
  • Reinout (-1271)
  • Erard (-1335)
  • Isabella (-1320).

8a. Margaretha van Bar (1220-1275) was een dochter van Hendrik II van Bar en van Filippa van Dreux. Zij huwde in 1240 met de latere graaf Hendrik V van Luxemburg. Zoon van van Walram III van Limburg (Zie Graven van Limburg nr. 6) en Ermesinde II van Luxemburg (Zie Graven van Luxemburg nr. 7)
Bij zijn huwelijk kreeg Hendrik de heerlijkheid Ligny van zijn schoonvader. Het paar kreeg volgende kinderen:

  • Isabella (1247-1298), in 1264 gehuwd met Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen (1225-1304)
  • Hendrik VI (1252-1288)
  • Walram (-1288), stamvader van de tak Luxemburg-Ligny
  • Filippa (1252-1311) (Volgt Graven van Luxemburg nr. 9) , in 1270 gehuwd met Jan II van Avesnes (1247-1304), graaf van Henegouwen en van Holland (Zie Graven van Holland nr. 13)
  • Margaretha
  • Johanna (-1310), abdis van Clairefontaine.

Theobald II van Bar

Theobald II van Bar

8b. Theobald II van Bar (1221- oktober 1291). Hij was de zoon van Hendrik II van Bar en Philippa van Dreux . Hij werd graaf van Bar toen zijn vader in het Heilige Land op 13 november 1239 werd gedood, maar het nieuws van de dood van zijn vader bereikte hem  pas aan het begin van 1240. Omdat Theobald  nog minderjarig was, regeerde zijn moeder als regent tot en met 17 maart 1242.

Theobald II trouwde twee keer, eerst in 1245 met Jeanne van Dampierre , dochter van Willem II van Dampierre en Margaretha II van Vlaanderen . Ze waren verloofd op 3 mei 1243 en trouwde twee jaar later, maart 1245 en op 31 augustus 1245. Het huwelijk was kort en kinderloos. Het jaar daarop, in 1246, trouwde Theobald Jeanne de Toucy, dochter van Jean, Heer van  Toucy, de Saint-Fargeau et de Puisaye en zijn echtgenote Emma de Laval. Hij had ongeveer vijftien kinderen met zijn tweede vrouw.

Zijn kinderen met Jeanne de Toucy waren:

  • Hendrik van Bar († 1302), volgde zijn vader op als Henry III, graaf van Bar; gehuwd Prinses Eleonora van Engeland
  • John van Bar, seigneur de Puisaye, trouwde met Jeanne van Dreux, dochter van Robert IV van Dreux en Beatrice, Gravin van Montfort
  • Karel van Bar, jong overleden
  • Theobald van Bar, verkozen tot bisschop van Metz in 1296, bisschop van Luik in 1302; gedood in de strijd in Rome op 26 mei 1312.
  • Reginald van Bar , kanunnik te Reims, Beauvais, Cambrai, Laon en Verdun; aartsdiaken te Brussel en Besançon; bisschop van Metz in 1302; dood door vergiftiging
  • Everhard van Bar (Volgt 9)
  • Peter van Bar, heer van Pierrefort in 1300
  • Philippa van Bar, trouwde met Otto IV van Bourgondië
  • Alice van Bar, trouwde met Matthias van Lotharingen, heer van  Beauregard, zoon van Frederik III, Hertog van Lotharingen
  • Maria van Bar
  • Isabelle van Bar
  • Yolanda van Bar
  • Margaretha van Bar
  • Filips van Bar
  • Henrietta van Bar

9. Everhard van Bar  (Frans: Erard de Bar)
Hij was een monnik van 1292 en vervolgens vanaf 1302 heer van Pierrepont en d’Ancerville.  Everhard was één van de acht zonen van Theobald II van Bar  en zijn vrouw , Jeanne de Toucy. Hij trouwde met Isabella van Lotharingen († 1353), dochter van  Theobald II van Lotharingen , en Isabelle de Rumigny; ze hadden zes kinderen gehad. Everhard overleed in 1335 op Pierrepont, Frankrijk.

  • Theobald van Bar, heer van  Pierrepont (Volgt 10)
  • Marie de Bar
  • Ferri de Bar, bisschop van Luik in 1364.
  • Jean de Bar
  • Renaud de Bar
  • Henriette de Bar

10. Theobald van Bar (Frans: Thibauld / Thiebaut de Bar)
Heer van Pierrepont. Hij was één van de zes kinderen van Everhard van Bar, heer van Pierrepont en d’Ancerville (zelf zoon van Theobald II van Bar ), en Isabelle van Lotharingen (dochter van Theobald II van Lotharingen ).

In 1340 trouwde hij met Marie van  Namen (dochter van Jan I van Dampierre en Marie van Artois ), nadat haar eerste echtgenoot Hendrik II, Graaf van Vianden werd vermoord in  Famagusta drie jaar ervoor. Zijn vrouw, Marie bevallen van twee dochters, Yolande en Elisabeth . Toen Theobald, was overleden (tussen 2 augustus 1353 en 6 juli 1354),  had hij geen legitieme mannelijke erfgenaam, werd  zijn dochter Elisabeth de erfgename van Bar-Pierrepont.

  • Yolande van Bar (1343 – 1410) trouwde vóór 1360 met Eudes VII, Sire de Grancey, Louvois, Pierrepont.
  • Elisabeth (Isabel) van  Bar (1345 -1411.) (Volgt 11)

11. Elisabeth van Bar
Ook bekend als Elisabeth (Isabel) de Bar-Pierrepont,   Zij werd geboren rond 1345 – overleden 1411. Ze was de jongste dochter van Theobald de Bar, Heer van  Pierrepont en zijn echtgenote Maria van Namen.
Toen haar vader, Theobald, overleed tussen 2 augustus 1353 en 6 juli 1354 en omdat hij geen legitieme mannelijke erfgenaam had, werd ze de erfgename van Bar-Pierrepont. Zij  trouwde in 1360 met Otto, heer van Arkel (1330 – 1396). Hij was een zoon van Jan IV van Arkel (Zie Heren van Arkel nr. 19) en Irmengarde van Kleef (Zie Graven van Kleef nr.12a).
Zij kregen een zoon: