Koningen van Engeland I

Vervolg van de Koningen van Kent en Wessex

Alfred de Grote

Alfred de Grote

14. Alfred de Grote
Geboren Wantage (Oxfordshire), 848/849 – overleden Winchester, 26 oktober 899.
Hij was koning van Wessex van 871 tot 899.  Alfred staat bekend voor zijn verdediging van de Angelsaksische koninkrijken van Zuid-Engeland tegen de Denen. Zo werd hij de enige Engelse vorst die nog steeds het epitheton “de Grote” wordt toegekend. Alfred was de eerste koning van Wessex die zichzelf de “koning van de Angelsaksen” noemde.

Alfred trouwde in 868 te Winchester met Ealhswith van de Gaini (overleden te Winchester, 5 of 8 december 905). Ealhswith stichtte de Maria-abdij in Winchester en werd daar na de dood van haar man non. Zij is daar begraven en later herbegraven in de kathedraal van Winchester. Zij was dochter van Aethelred Mucil, ealdorman van Gainis in Mercia, en Eadburga uit het koningsgeslacht van Mercia. Zij en Alfred kregen de volgende kinderen:

  • Æthelflæd (Volgt 15a)
  • Eadmund, jong overleden
  • Eduard de Oudere (± 875-924) (Volgt 15b)
  • Elfreda
  • Aethelgiva, non en vanaf 888 abdis van de abdij van Shaftesbury, daar ca. 896 overleden en begraven
  • Ælfthryth van Wessex
  • Aethelward (ca. 880 – 16 oktober 922, begraven in de kathedraal van Winchester). Vader van Turketul, kanselier van koning Athelstan van Engeland, en van Aelfwin en Aethelwin die voor Athelstan vochten en sneuvelden in de slag bij Brunanburh in 937.

15a. Æthelflæd
Geboren rond 870, overleden in 918. Zij was de oudste dochter van koning Alfred de Grote van Wessex en zijn echtgenote Ealhswith. Ze was de echtgenote van Æthelred, ealdorman van Mercia en (na zijn dood) heerseres van Mercia (911–918). De Angelsaksische Kroniek geeft haar de titel van vrouwe (Lady) der Mercianen (Myrcna hlæfdige).
Kinderen:

  • Ælfwynn, koningin van Mercia
  • Arnulf de Bevere (Volgt 16b) 

Eduard de Oudere

15b. Eduard de Oudere (Oudengels: Ēadweard se Ieldra; Wantage, ± 875 – Farndon, 17 juli 924) was een Engelse koning. Hij werd koning in 899 na de dood van zijn vader, Alfred de Grote. Zijn hof was in Winchester, voorheen de hoofdstad van Wessex. Hij veroverde de oostelijke Midlands en East Anglia op de Denen in 917 en werd heerser van Mercia in 918 na de dood van Æthelflæd, zijn zus. Al zijn oorkonden, op twee na, gaven zijn titel weer als “koning van de Angelsaksen” (Anglorum Saxonum rex). Hij was de tweede koning van de Angelsaksen omdat deze titel gecreëerd werd door Alfred. Op de munten van Eduard staat “EADVVEARD REX”. De kroniekschrijvers schreven dat heel Engeland “Eduard accepteerde als koning” in 920. Maar het feit dat York zijn eigen munten bleef maken doet vermoeden dat de autoriteit van Eduard niet werd geaccepteerd in het door de Vikingen geregeerde Northumbria. Eduards eponiem “de Oudere” werd voor het eerst gebruikt door Wulfstan in zijn werk Life of St Æthelwold (tiende eeuw) om hem te onderscheiden van de latere koning Eduard de Martelaar.

Edward was een zoon van Alfred de Grote en Ealhswith van de Gaini (852 – Winchester, 5 december 905). Edward was drie keer getrouwd:

  1. ca. 893 trouwde hij met Egwyna (-ca. 901) van onbekende herkomst. Volgens sommige bronnen was zij een concubine van eenvoudige komaf maar haar kinderen kregen de koninklijke voornamen en worden in aktes voor Edwards kinderen uit andere huwelijken genoemd, en een van haar zoons zou na Edward nog koning worden. Daarmee is het zeer aannemelijk dat de relatie tussen Edward en Egwyna een wettig huwelijk was. Zij kregen de volgende kinderen:
    1. Aelfred (ca. 893 – ca. 901)
    2. Aethelstan, koning als opvolger van zijn vader
    3. Eadgyth, trouwde op 30 januari 926 te Tamworth met Sithric, koning van de Denen in York. Na zijn dood in 927 werd ze non in de abdij van Polesworth en daarna abdis van Tamworth, waar ze is begraven. Ze werd heilig verklaard, haar feestdag is op 15 of 19 juli.
  2. ca. 901 trouwde Edward met Aelflaed (878 – 920), dochter van Aethelhelm van Bernicia (ca. 859 – 12 juni 897). Aethelhelm was een belangrijke hoveling van Alfred de Grote, ealdorman van Wiltshire die in 887 gezant was van Alfred naar Rome, in 892 land van Alfred ontving bij North Newnton en in 893 samen met andere graven de Denen versloeg bij Buttingdon aan de Severn. Edward en Aelflaed kregen de volgende kinderen:
    1. Edfleda, non, begraven in de abdij van Wilton
    2. Aethelfleda, non, begraven in de abdij van Romsey
    3. Eadgifu (Hedwig van Wessex), getrouwd met Karel de Eenvoudige (Volgt Karel de Grote (I) nr. 5) en met Herbert III van Vermandois.
    4. Ethelweard (- Oxford, 9 augustus 924), overleed 16 dagen na zijn vader, begraven in Winchester
    5. Eadwine (- 933), vermoedelijk in opstand tegen Aethelstan en verdronken op de vlucht naar Vlaanderen. Begraven in de abdij van Sint-Bertinus.
    6. Aethelhild, non, begraven in de abdij van Wilton
    7. Eadhild (- 937), trouwde ca. 926 met Hugo de Grote. Ter gelegenheid van de verloving stuurde die rijke giften aan Aethelstan, waaronder specerijen, juwelen, kostbare paarden, drie relieken en een gouden kroon.
    8. Eadgyth (Editha van Wessex), 929 getrouwd met Otto I de Grote (Volgt Duitse Koningen en Keizers (II) nr. 4a).
    9. Aelgifu, vermoedelijk getrouwd met Boleslav II van Bohemen. Bekend is dat Aethelstan Eadgyth en Aelgifu naar Otto had gestuurd om een bruid te kiezen. Otto koos Eadgyth en vond ook een passende echtgenoot voor Aelgifu. Algemeen wordt Boleslav als die echtgenoot gezien maar die was nog maar een klein kind toen beide zusters naar Duitsland kwamen. Ook Lodewijk, graaf van de Thurgau wordt genoemd als haar echtgenoot.
  3. ca. 920 trouwde Edward met Eadgifu (- 26 augustus 968), dochter van Sigihelm, heer van Meopham, Cooling en Lenham, in Kent. In 957 nam haar kleinzoon Edgar van Engeland haar bezittingen af. Eadgifu werd begraven in dekathedraal van Canterbury. Edward en Eadgifu kregen de volgende kinderen:
    1. Edmund I van Engeland, koning als opvolger van Aethelstan (Volgt 16).
    2. Edburga van Winchester
    3. Eadgifu, getrouwd met een vorst uit Aquitanië
    4. Edred, koning als opvolger van Edmund

Edmund I

Edmund I

16a. Edmund (of Edmond) I (922 – Pucklechurch (South Gloucestershire), 26 mei 946), bijgenaamd de Geweldige of de Oudere, was koning van Engeland van 939 tot 946. Hij was een zoon van Eduard de Oudere en halfbroer van zijn voorganger Athelstan.

Edmund moest al snel na zijn aantreden het hoofd bieden aan militaire dreigingen. Koning Olaf I van Dublin veroverde Northumbria en viel de Midlands binnen. Na Olafs dood in 942 heroverde Edmund het gebied. Ook onderdrukte hij opstanden van de Denen in Mercia. De Deense aanvoerder Olaf van York werd in 942 zijn peetzoon, en bleef Edmunds bondgenoot toen hij koning van Dublin werd. In 945 veroverde Edmund Strathclyde en gaf dit gebied aan Malcolm I van Schotland, in ruil voor zijn steun. Rond deze tijd probeerde hij ook de vrijlating van zijn neef Lodewijk IV van Frankrijk te bewerkstelligen, die door opstandige leenmannen gevangen was genomen. Edmunds pogingen en dreigementen maakten echter weinig indruk.

Edmund werd gedood tijdens een feest in zijn eigen verblijf door Leofa, een verbannen misdadiger, die bij het gevecht ook het leven liet. Edmund werd begraven in de abdij van Glastonbury. Hij werd opgevolgd door zijn broer Edred.

Edmund had twee bekende partners:

  • Ælgifu (ca. 925 – na 943), dochter van Wynflæd, vrijwel zeker geen wettige echtgenote. Zij is begraven in de abdij van Shaftesbury en wordt vereerd als Sint Elgiva omdat ze gevangenen bezocht, kleding weggaf en lichamelijk lijden onderging. Haar feestdag is op 18 mei. Edmund en Ælgifu kregen twee zoons:
    • Edwy, koning van 955 tot 959
    • Edgar, koning van 959 tot 975 (Volgt 17).
  • Æthelflæd van Damerham (ovl. abdij van Shaftesbury, na 975), dochter van de ealdorman Ælfgar. Wordt in 943 vermeld als koningin als Edmund haar land schenkt in Hampshire en Dorset. Na de dood van Edmund werd ze non in de abdij van Shaftesbury, waar ze ook is begraven. Ze kregen geen kinderen.

16b. Arnulf de Bevere
Geboren in 905 te Bevere bij het Engelse Worcester.  Zoon van Æthelred, ealdorman van Mercia  en Æthelflæd van Wessex.
Bij zijn geboorte is zijn moeder Aethelflaed trouwens koningin van Mercia. Aethelflaed is de dochter van Alfred de Grote, de grote heerser over Groot-Brittannië dat in die tijd omschreven wordt als ‘Bret Waldam’. Arnulf is dus de kleinzoon van de grote heerser Alfred de Grote en de achterkleinzoon van de Engelse koning Ethelwulf.
Hij is de enige die zich de titel ‘de Bevere’ kan toe-eigenen. In 924 wordt Arnulf aangesteld als burggraaf van Old Sarum, een eeuwenoude vestingstad die hij verder laat uitbouwen tot een versterkte burcht en die later zal uitgroeien tot het Salisbury van vandaag.
Zijn verblijf in Old Sarum komt ten einde in 939. Hoewel niet alles helemaal duidelijk is, lijdt het geen twijfel dat hij het slachtoffer wordt van een machtsgreep rond de Engelse troon waarbij dichte familieleden hem naar het tweede plan verwijzen. Er komt een nieuwe koning in Engeland. Arnulf de Bevere vertrouwt het zaakje niet langer en besluit naar Vlaanderen te emigreren.
In Vlaanderen kan hij zijn toevlucht zoeken. De Vlaamse graaf Arnulf I van Vlaanderen (Zie Graven van Vlaanderen nr. 3) en Arnulf de Bevere zijn neven van elkaar.  Arnulf I van Vlaanderen was ook een kleinzoon van Alfred De Grote.
Arnulf van Bevere wordt aangesteld als burggraaf van Dixmuide.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Als Arnulf in het jaar 965 sterft, wordt hij opgevolgd door zijn mogelijke 25-jarige zoon:

Edgar

Edgar

17. Edgar (ca. 942 – Winchester, 8 juli 975), de Vreedzame, was koning van Engeland van 959 tot 975.
Edgar verwierf in 957, door de steun van aartsbisschop Odo, de macht in Engeland ten noorden van de Theems, ten koste van zijn broer koning Edwy. Hij volgde zijn broer officieel op na diens dood in 959, waarmee de eenheid van het rijk werd hersteld. Hij begunstigde de kloosters en benoemde nieuwe bisschoppen. Hij verplichtte de, in zijn opdracht door Æthelwold van Winchester in het Engels vertaalde, regel van Benedictus in de kloosters en liet in de kathedraalkapittels de kanunniken vervangen door monniken. Hij haalde de later heilig verklaarde Dunstan terug uit zijn ballingschap en maakte hem aartsbisschop van Canterbury. De Denen in de Danelaw kregen van hem een verregaande autonomie. Edgar hervormde het muntwezen en introduceerde een systeem om de kwaliteit van munten te bewaken.

Edgar ontvoerde de abdis Wulfthryth van Wilton en kreeg met haar een dochter. Volgens de overlevering leidde dit tot conflict met de geestelijkheid waardoor Edgar pas laat werd gekroond. De kroning tot keizer vond uiteindelijk toch plaats in 973 in Bath. Deze door Dunstan ontworpen plechtigheid waarbij de Aartsbisschop van Canterbury de kroning en zalving verrichtte vormde de basis voor de kroning van de Engelse koningen sindsdien. Edgar liet zich “Imperator” noemen.
Na zijn kroning werd Edgar door koningen in Wales en Schotland (in naam) als heer erkend tijdens een bijeenkomst in Chester, waar ze hem steun op land en ter zee beloofden. Edgar kreeg zijn bijnaam niet aan zijn instelling maar aan de opmerkelijke afwezigheid van oorlogen en Vikingaanvallen tijdens zijn bewind. Hij werd begraven in de abdij van Glastonbury.

Edgar was de jongste zoon van koning Edmund I en diens vrouw Elgiva. Met Wulfthryth kreeg hij een dochter Eadgifu. Ca. 963 trouwde hij met Æthelflæd, dochter van Ealdorman Ordmar van Devon en zijn vrouw Ealda. Hun zoon was Eduard, Edgars opvolger. Vermoedelijk heeft Edgar haar in 965 verstoten om te kunnen trouwen met Ælfthryth, dochter van Ordgar.
Ælfthryth (Lydford, ca. 945 – abdij van Wherwell, ca. 1000) was beroemd om haar schoonheid en Edgar stuurde Aethelwald, ealdorman van East Anglia, om haar namens hem ten huwelijk te vragen als ze inderdaad zo mooi zou zijn als ze volgens de geruchten was. Aethelwald werd zelf verliefd op haar, trouwde met haar en zei tegen Edgar dat ze in werkelijkheid helemaal niet mooi was. Edgar vertrouwde hem niet en besloot haar te bezoeken. Aethelwald zei Ælfthryth zich zo lelijk mogelijk te maken maar zij maakte zich juist zo mooi mogelijk. Korte tijd later doodde Edgar Aethelwald tijdens de jacht en trouwde met Ælfthryth. In 973 werd Ælfthryth de eerste gemalin van de koning die tot koningin van Engeland werd gekroond. Edgar en Ælfthryth kregen de volgende kinderen:

  • Edmund (ovl. 970), begraven in de abdij van Romsey.
  • Ethelred II (Volgt 18).

Ælfthryth zou opdracht hebben gegeven voor de moord op haar stiefzoon Eduard. Zij is begraven in de abdij van Wherwell.

 

 

Ethelred II

Ethelred II

18. Ethelred II de Onberadene (Oudengels: Æþelred) (ca. 968 – Londen, 23 april 1016) was van 978 tot 1013 en van 1014 tot 1016 koning van Engeland.

Volgens de geschiedschrijver William van Malmesbury ontlastte Ethelred zich als baby in de doopvont. Naar aanleiding hiervan voorspelde St.-Dunstan dat de Engelse monarchie onder Ethelreds bewind zou worden omvergeworpen.

Na de dood van zijn vader Edgar van Engeland in 975 wilde een belangrijke fractie Ethelred tot koning kronen hoewel zijn halfbroer Edward weliswaar ouder was, maar was geboren uit een moeder van nederige afkomst. Bovendien had die last van driftbuien die hem minder geschikt maakten als koning. Toch werd Edward gekroond. Edward werd in 978 vermoord door hovelingen van Ethelred toen hij op bezoek was bij Ethelred en diens moeder in Corfe Castle. De opvolging door Ethelred was daardoor omstreden. Hij werd gekroond in Kingston upon Thames. De hal waar de Witenagemot ter gelegenheid van de kroning bijeen kwam, stortte in en Ethelred verloor daardoor aan het begin van zijn regering direct een aantal belangrijke raadgevers. Zijn bijnaam the Unready, wat zonder raad betekent, zou daarnaar kunnen verwijzen. Het is tevens een woordspeling op zijn naam, die goed geadviseerd betekent. De bijnaam wordt overigens pas rond 1180 voor het eerst vermeld, dus hij zegt weinig over Ethelreds karakter.

Hij had uit diverse relaties meerdere kinderen, waarvan drie belangrijk zijn, uit eerste huwelijk met Aelfgiva:

– Aethelstan (ca. 986 – na 25 juni 1014), kroonprins, gesneuveld tegen de Denen voor het overlijden van zijn vader.
– Edmund II van Engeland (Volgt 19).
Uit een huwelijk met Emma van Normandië:
Eduard(III) de Belijder (Engels: Edward the Confessor) (Islip (Oxfordshire), ca. 1004 – Londen, 4 januari 1066) was de voorlaatste Angelsaksische koning van Engeland. Hij regeerde van 8 juni 1042 tot 4 januari 1066.
Eduard, een zoon van koning Ethelred II en Emma van Normandië, verbleef geruime tijd in ballingschap in Normandië en dat zou er toe leiden dat, na zijn kortstondige opvolger Harold II, Engeland voor lange tijd door Normandische vorsten geregeerd zou worden.Toen zijn vader Ethelred II in 1013 de wijk moest nemen voor de Denen, bracht zijn moeder de koninklijke familie naar Normandië, aangezien zij de zuster van hertog Richard II van Normandië was. Na de dood van haar echtgenoot trouwde zij echter met de Deense koning Knoet, die nu ook koning van Engeland werd.

 

Edmund II

Edmund II

19. Edmund (of Edmond) II Ironside van Engeland (Wessex, circa 990 – Londen, 30 november 1016) was de zoon van koning Ethelred II.

Na de dood van zijn oudere broer Aethelstan in 1014, kwam Edmund in conflict met zijn vader. Ethelred liet in 1015 twee van Edmunds bondgenoten vermoorden. Een van de slachtoffers was Sigeferth en Ethelred liet zijn weduwe in een abdij opsluiten. Edmund bevrijdde de weduwe en trouwde met haar. Samen met Uhtred van Northumbria bereidde Edmund een opstand voor maar de inval van Knoet de Grote in 1016 gooide alle plannen in de war. Uhtred onderwierp zich aan Knoet en Edmund verzoende zich met zijn vader.

In 1016 overleed de zieke Ethelred en werd Edmund in Londen tot koning gekozen. Edmund wist Knoets troepen van Londen te verdrijven maar werd op 18 oktober vernietigend verslagen in de slag bij Ashingdon. Edmund sloot een overeenkomst met Knoet dat Edmund Wessex zou besturen en Knoet de rest van het land, waarbij de Theems de grens vormde. Het verdrag bepaalde dat als een van beiden zou sterven, de ander geheel Engeland zou erven. Edmund stierf nog in 1016 en werd begraven in de abdij van Glastonbury. Knoet de Grote volgde hem zoals afgesproken op.

Edmund trouwde in 1015 met Ealdgyth Morcarsdotter. Zij kregen twee zoons: Edmund en Edward Ætheling. De kinderen werden in 1016 door Knoet naar Zweden gezonden om daar te worden gedood. Koning Olof II van Zweden stuurde ze echter naar Kiev, met Andreas I van Hongarije zouden ze in 1046 naar Hongarije zijn getrokken. Edmund zou daar zijn overleden.

 

20. Edward Ætheling (of Edward de Banneling) (1016 – Londen, 19 april 1057) was de zoon van de Engelse koning Edmund Ironside en Ealdgyth. Hij kreeg de bijnaam de “Banneling”, omdat hij het grootste deel van zijn leven buiten Engeland doorbracht. De bijnaam “Ætheling” droeg hij als zoon van een koning.

Edward was pas een paar maanden oud toen hij door Knoet de Grote naar Denemarken werd gebracht. Vanuit Denemarken belandde hij in Kiev en vandaar in Hongarije, waar hij in het huwelijk trad met Agatha, een dochter van Stefanus I van Hongarije. Toen Edward de Belijder hoorde dat Edward Ætheling nog leefde, riep hij hem naar Engeland terug om hem tot zijn erfgenaam te benoemen. Edward de Banneling stierf echter voordat hij de koning had kunnen spreken, binnen een paar dagen na terugkomst in Engeland – vermoedelijk is hij vermoord. Hierdoor ontstond er alsnog een opvolgingsstrijd, die uiteindelijk in de Normandische verovering van Engeland zou uitmonden. Edward is begraven in St Paul’s Cathedral (Londen).

Edwards vrouw Agatha was een dochter van koning Stefanus I van Hongarije en Gisela van Beieren.
Hun kinderen waren:
– Edgar Ætheling
– Margaretha van Schotland (Volgt 21)
– Christina, de tante en opvoedster van de latere Engelse koningin Edith van Schotland.

21. Margaretha van Engeland (geboren Rékaburcht bij Mecseknádasd in Hongarije, ca. 1045 – Edinburgh (Schotland), 16 november 1093) was een dochter van Edward Ætheling, zoon van koning Edmund II van Engeland (1016 – 1017) en de zuster van Edgar Ætheling, ongekroond Angelsaksisch koning. Haar moeder was Agatha, een dochter van koning Stefanus I van Hongarije en Gisela van Beieren. Zij was gehuwd met Malcolm III, Schots-Gaelisch: Maol Chaluim mac Dhonnchaidh (?, ca. 1031 – Alnwick, 13 november 1093), bijgenaamd Canmore (groot hoofd, grote baas), was koning van Schotland van 1058 tot en met 1093.

Malcolm en Margaretha kregen de volgende kinderen:

  • Eduard, vermoord te Alnwick Castle op 13 november 1093
  • Edmund, koning van Schotland
  • Edgar van Schotland, 1074 – 1107
  • Alexander, ca 1078 – 1124
  • Ethelred, lekenabt van Dunkeld
  • Edith (Mathilde) (Volgt 22), 1080 – 1118. Gehuwd met Hendrik I van Engeland
  • David, ca 1084 – 1153 (Volgt Koningen van Schotland Volgt 11).
  • Maria, 1082 – 1116. Gehuwd met Eustaas III van Boulogne (Volgt Graven van Boulogne nr. 9)

 –

22. Mathilde van Schotland, oorspronkelijk Edith
Geboren 1079 – overleden Westminster, 1 mei 1118. Dochter van Margaretha van Engeland en Malcolm III van Schotland.
Zij was de eerste vrouw van Hendrik I van Engeland en daardoor koningin van Engeland en hertogin van Normandië. Hendrik (1068 – 1135) was het jongste kind van Willem de Veroveraar en Mathilde van Vlaanderen.

Ze kregen de volgende kinderen:

  • Mathilde van Engeland (Volgt 23).
  • William Adelin erfgenaam van Hendrik maar overleden voor zijn vader.

Mathilde van Engeland

Mathilde van Engeland

23. Mathilde van Engeland
Geboren Sutton Courtenay, circa. 7 februari 1102 –  overleden Rouen, 10 september 1167). Dochter van Hendrik I van Engeland en Mathilde van Schotland. Dat betekende dat ze niet alleen van Willem de Veroveraar afstamde maar ook van de Angelsaksische koningen van Engeland.
Zij was de erfgename van Hendrik I van Engeland. Zij trouwde met keizer Hendrik V, dit huwelijk bleef kinderloos, en hertrouwde met Godfried V van Anjou. Na de dood van haar vader greep haar neef Stefanus van Blois de macht in Engeland en Normandië. Mathilde voerde een lange en verbitterde oorlog tegen Stefanus. Uiteindelijk lukte het haar oudste zoon Hendrik om door onderhandelingen Engeland en Normandië te verwerven. In Engeland werd ze Empress Maud genoemd (keizerin vanwege haar eerste huwelijk, Maud als Engelse vertaling van Mathilde), ter onderscheid van Queen Maud, de echtgenote van Stefanus.

Mathilde was in haar eerste huwelijk getrouwd met keizer Hendrik V, zij kregen geen kinderen.

Mathilde was in haar tweede huwelijk getrouwd met Godfried V van Anjou (Zie Graven van Anjou nr. 12), zij kregen de volgende kinderen:

  • Hendrik II van Engeland (Volgt 24).
  • Godfried II van Maine, korte tijd graaf van Anjou;
  • Willem van Poitou.

Hendrik II van Engeland

Hendrik II van Engeland

24. Hendrik II van Engeland
Geboren Le Mans, 5 maart 1133 – overleden Chinon, 6 juli 1189.
Hij was koning van Engeland, hertog van Normandië, graaf van Anjou, Maine, Touraine en Nantes. Via zijn vrouw Eleonora van Aquitanië was hij hertog van Aquitanië en Gascogne, en graaf van Poitou, van Auvergne en enkele kleinere graafschappen. Bovendien had hij veel macht in Ierland, Wales, Bretagne en Schotland. Het grote machtsgebied dat Hendrik had opgebouwd, wordt het “Angevijnse Rijk” genoemd.
Hendrik was een zoon van Godfried Plantagenet, graaf van Anjou, Maine en Touraine, en Mathilde van Engeland, de dochter van Hendrik I van Engeland en weduwe van keizer Hendrik V.
Hendrik I van Engeland overleed in 1135. Hij had Mathilde als zijn erfgename aangewezen, maar haar neef Stefanus van Blois greep de macht en werd tot koning van Engeland gekroond. Godfried maakte gebruik van de verwarde situatie door Normandië te bezetten in naam van zijn vrouw en zijn zoon. Godfried bemoeide zich verder niet met de strijd in Engeland (de Anarchie (Engeland)), dat liet hij over aan Mathilde en haar halfbroer Robert van Gloucester (graaf).

Door zijn grote rijkdom kon Hendrik een grootse hofhouding voeren. Hendrik hield zelf vooral van jagen en drinken maar voelde zich ook verplicht zijn status te onderstrepen door literatuur te bevorderen en door deftige regels en taalgebruik aan het hof. Hendrik investeerde veel in zijn koninklijke kastelen, zowel om indruk te maken als om militaire redenen. En daarnaast gaf hij veel geld uit aan jachtverblijven. Opvallend was dat hij tegenstander was van toernooien.

Hendriks moeder Mathilde en zijn vrouw Eleonora hadden veel invloed op Hendrik. Eleonora was een aantal jaren belast met het bestuur van Engeland en bestuurde daarna een tijd Aquitanië. Hendrik en Eleonora hadden acht wettige kinderen. Ook hun zoons kregen een rol in het bestuur. Na verloop van tijd liepen de spanningen tussen Hendrik enerzijds, en Eleonora en hun zoons anderzijds, steeds verder op. De redenen daarvan zijn niet bekend maar er is wel veel over gespeculeerd, genoemd zijn onder andere: de bemoeienis van Hendrik met de zaken in Aquitanië, het lange leven van Hendrik en zijn weigering om werkelijk macht met zijn kinderen te delen, zijn minnaressen of gewoon zijn moeilijke karakter. In dit politieke gezin was het niet te vermijden dat een conflict uiteindelijk op open oorlog zou uitlopen.

Hendrik trouwde op 18 mei 1152 met Eleonora van Aquitanië , dochter en erfgename van hertog Willem X van Aquitanië (Zie Hertogen van Aquitanië nr. 11) en Eleonora van Châtellerault.
Zij kregen de volgende kinderen:

  • Willem, jong overleden;
  • Hendrik de Jongere, gehuwd met Margaretha van Frankrijk, ze kregen een zoon die na drie dagen overleed. Zij hertrouwde met Béla III van Hongarije;
  • Mathilde, gehuwd met Hendrik de Leeuw;
  • Richard Leeuwenhart, belangrijkste erfgenaam van Hendrik en koning van Engeland;
  • Godfried, door zijn huwelijk met Constance I van Bretagne hertog van Bretagne. Hun zoon Arthur I van Bretagne was een rivaal voor de troon van zijn oom Jan en werd vermoedelijk in diens opdracht vermoord;
  • Eleonora (Volgt 25a).
  • Johanna (1165-1199), gehuwd met (1177) Willem II van Sicilië en met (1196) Raymond VI van Toulouse;
  • Jan zonder Land (Volgt 25b) erfgenaam van Richard en koning van Engeland;

Hendrik had een aantal kinderen uit buitenechtelijke relaties:

  • met een vrouw met de naam Ikenai had hij een zoon Godfried (ca. 1150 – Notre-Dame-du-Parc, 18 december 1212), bisschop van Lincoln (1173), kanselier van Engeland (1182), aartsbisschop van York (1189); deze leefde vanaf 1207 in verbanning in Frankrijk;
  • een onbekend kind bij Adelheid, dochter van Odo van Porhoët die tot 1168 Bretagne had bestuurd – alleen bekend uit een klacht van Odo dat Hendrik zijn dochter zwanger had gemaakt;
  • de bekendste buitenechtelijke relatie van Hendrik was Rosamund Clifford (overleden ca. 1176) maar van haar zijn geen kinderen bekend;
  • met Ida, de vrouw van Roger Bigod, earl van Norfolk, kreeg Hendrik een zoon William Longespée (ca. 1176 – 7 maart 1226), door zijn huwelijk earl van Salisbury (Verenigd Koninkrijk);
  • met Nesta, vrouw van Ralph Bloët, kreeg Hendrik een zoon Morgan, proost van Berkeley in Yorkshire (1201), in 1213 benoemd tot bisschop van Durham (Engeland) maar de paus weigerde de benoeming omdat hij uit overspel was geboren;
  • bij een onbekende vrouw: Mathilde, abdis van Barking (Suffolk);

Verder worden er op grond van aannames nog enkele kinderen aan Hendrik toegeschreven.

25a. Eleonora van Engeland
Geboren in 1162 – overleden in 1214.
Zij was de dochter van koning Hendrik II van Engeland en Eleonora van Aquitanië. Zij trouwde in 1170 op 8-jarige leeftijd met koning Alfons VIII van Castilië, waardoor de grens met de Pyreneeën werd beveiligd en kreeg Gascogne mee als bruidsschat. Eleonora stierf enkele weken na haar echtgenoot in 1214. Het paar kreeg de volgende kinderen:

  • Berenguela, koningin van Castilië (1180 – 1246), echtgenote van Alfons IX, koning van León
  • Sancho, prins van Castilië (1181)
  • Sancha, prinses van Castilië (1182 – 1184)
  • Urraca, prinses van Castilië (1186 – 1220), echtgenote van Alfons II van Portugal
  • Blanca van Castilië, prinses van Castilië (Volgt Koningen van Castilië nr. 7).
  • Ferdinand, prins van Castilië (1189 – 1211)
  • Mafalda, prinses van Castilië (1191 – 1204)
  • Hendrik, prins van Castilië (1192 – 119?)
  • Constanza, prinses van Castilië (1196 – 119?)
  • Eleonora, prinses van Castilië (1202 – 1244), echtgenote van Jacobus I van Aragón
  • Hendrik I, koning van Castilië (1204 – 1217), zijn opvolger
  • Constanza (? – 1243), abdis van de Koninklijke Abdij van Las Huelgas in Burgos, gesticht door haar vader.

Jan zonder Land

Jan Zonder Land

25b. Jan Zonder Land (Engels: John Lackland)
Geboren Beaumont Palace (Oxford), 24 december 1166 of 1167, overleden Newark Castle (Newark-on-Trent, Nottinghamshire), 18/19 oktober1216)
Hij was koning van Engeland van 1199 tot 1216 en hertog van Normandië vanaf 1199. Hij was de jongste zoon van Hendrik II en Eleonora van Aquitanië. Hij was zijn vaders favoriete zoon, maar aangezien hij de jongste was, ontving hij geen gebieden op het vasteland, wat zijn bijnaam verklaart. Na de dood van zijn broer Richard Leeuwenhart in 1199 volgde hij hem, overigens niet zonder slag of stoot, op.

Al voor zijn troonsbestijging had Jan een kwalijke naam opgebouwd als verrader en samenzweerder, soms met, soms tegen zijn oudere broers. Al in 1184 betwistten Jan en Richard elkaar de erfopvolging van Aquitanië, wat leidde tot veel onderlinge onmin. In 1177 echter kreeg Jan het bestuur over Ierland, waar hij zich binnen zes maanden zo impopulair wist te maken, dat hij het land moest verlaten.

In 1189 trouwde hij met Isabella, een dochter van graaf Willem van Gloucester. Zij kregen geen kinderen en kort voor of vlak na zijn troonsbestijging op 6 april 1199 liet hij het huwelijk nietig verklaren.

Nadat Richard Leeuwenhart in de zomer van 1190 vertrokken was voor de Derde Kruistocht, deed Jan een poging de macht te grijpen, hoewel zijn broer hem had verboden Frankrijk te verlaten. Hij koos daarbij zelfs partij voor de koning van Frankrijk tegen de door zijn broer achtergelaten gouverneur voor de Franse bezittingen. Toen Richard uiteindelijk in 1194 terugkeerde, vergaf hij Jan diens misstap. Deze episode is breed bekend geworden via de verhalen rond Robin Hood en in de roman Ivanhoe van sir Walter Scott, waarin (niet geheel waarheidsgetrouw) Richard wordt afgeschilderd als de held en Jan als de slechterik.

Tijdens het beleg van het kasteel Châlus in Limousin werd Richard door een pijl in zijn schouder getroffen en raakte hij daardoor dodelijk gewond. Aangezien Richard Jan als opvolger had aangewezen, werd deze in Engeland algemeen als koning geaccepteerd. De Franse gebieden (afgezien van Normandië) schoven echter een andere troonpretendent naar voren: Arthur I van Bretagne, de zoon van Godfried, de derde zoon van Hendrik II. Dit leidde tot een oorlog, waaraan in mei 1200 een einde kwam met de Vrede van Goulet. Hierbij moest Jan wel een aantal veren laten op het vasteland. De rust was van korte duur, want de Franse koning Filips II August hervatte samen met Arthur de strijd. Uiteindelijk ontdeed hij zich definitief van Arthur door hem in 1203 te wurgen. Na de slag bij Bouvines (1214) raakte Jan vrijwel alle gebieden in Frankrijk kwijt. Door zijn eigen onbetrouwbaarheid had hij de trouw van veel van zijn leenmannen verspeeld.

Inmiddels was hij in augustus 1200 hertrouwd met Isabella van Angoulême, die 20 jaar jonger was. Zij kregen vijf kinderen, de zoons

  • Hendrik, zijn opvolger als koning (Volgt 26)
  • Richard van Cornwall
  • Johanna van Engeland
  • Isabella van Plantagenet
  • Eleonora Plantagenet.

hendrik-iii-van-engeland

Hendrik III van Engeland

26. Hendrik III van Engeland
Geboren Winchester, 1 oktober 1207 – Westminster, 16 november 1272) was koning van Engeland van 1216 tot 1272. Op 9-jarige leeftijd volgde hij zijn vader, Jan zonder Land, op. Zijn moeder was Isabella van Angoulême.

Hendrik werd tweemaal gekroond: op 28 oktober 1216 in de kathedraal van Gloucester en op 17 mei 1220 in deWestminster Abbey. Tot 1227 werd de regering van de jonge koning waargenomen door regenten, gekozen door de Engelse baronnen. Eerst was dat Willem de Maarschalk, graaf van Pembroke, later Peter des Roches de bisschop vanWinchester. In 1219 werd Paus Honorius III zijn voogd, met als gevolg dat hij de kerk een grote invloed in Engeland verleende.

Ook de regeringsperiode van deze Hendrik werd gekenmerkt door veel strijd. In 1216/1217 moest hij zijn gezag verdedigen tegen de latere Franse koning Lodewijk VIII. Hij omringde zich met buitenlandse adviseurs, die naar Engeland kwamen in verband met zijn huwelijk met Eleonora van Provence.

De invloeden van buitenaf en van de paus, naast zijn overtredingen van deMagna Carta, die zijn vader onder dwang van de baronnen had moeten tekenen, deden hem geen goed. Zijn buitenlands beleid kostte veel geld en leverde weinig op. Dit alles bij elkaar was aanleiding tot een conflict met de baronnen, die meer invloed wensten in het landsbestuur. De oppositie werd geleid door zijn zwager Simon van Montfort.

In 1258 werd Hendrik gedwongen de ‘Oxford Provisions’ te ondertekenen en moest hij veel van zijn macht inleveren. Hendrik wenste zich hier echter niet aan te houden, wat leidde tot een burgeroorlog. Hij werd verslagen in de Slag bij Lewes in 1264 en gevangengezet. Simon van Montfort riep het eerste Engelse Parlement bijeen.

Hendriks oudste zoon Eduard I wist in 1265 een wending aan de zaak te geven. In de Slag bij Evesham werd Montfort gedood, waarna de opstandelingen hard werden aangepakt. Vanaf dat moment nam Eduard in feite het roer over.

Hendrik stierf op 65-jarige leeftijd. Hij werd begraven in Westminster Abbey.

Hij trouwde op 20 januari 1236 met Eleonora van Provence. Geboren in 1223, overleden in 1291. Zij was een dochter van Raymond Berengarius IV van Provence (Zie Graven van Provence nr. 11) en Beatrix van Savoye. Dochter van Thomas I van Savoye (Volgt Graven van Savoye nr. 7) en Margaretha van Faucigny.
Zij kregen 9 kinderen. Onder hen:

  • Eduard I van Engeland (1239–1307)
  • Margaretha (1240–1275), huwde met koning Alexander III van Schotland
  • Beatrix (1242–1275) (Volgt 27), huwde met hertog Jan II van Bretagne
  • Edmund van Lancaster (1245–1296)
  • Catharina (1253–1257)

27. Beatrix van Engeland
Geboren rond 1242. Dochter van Hendrik III van Engeland en Eleonora van Provence.
Zij is getrouwd met Jan II van Bretagne (Hertog van Bretagne, Graaf van Richmond) in het jaar 1260.

Kinderen:

  • Arthur II van Bretange (Hertog van Bretagne)  ± 1259 – ….
  • Jan van Bretagne (Graaf van Richmond)  ± 1261-1312 
  • Mathilde van Dreux  1268-1339
  • Peter van Bretagne  1269-1312
  • Blanche van Bretagne  1270-1327 (Volgt 28)
  • Eleonora van Bretagne (Abdis van Fontevraud)  1275-1342

28. Blanche van Bretagne
Geboren in 1270, overleden in 1327. Dochter van Beatrix van Engeland en Jan II van Bretagne.
Zij is getrouwd met Filips van Artesië.(geboren 1269 , overleden ). Heer van Conches-en-Ouche , oudste zoon van Robert II de Noble , graaf van Artesië van en Amicie Courtenay.
Kinderen:

 

  • Marguerite (1285-1311), getrouwd met Louis van Frankrijk
  • Robert III (1287-1342), graaf van Beaumont-le-Roger
  • Isabella (1288-1344), een non in Poissy;
  • Jeanne (1289-ap.1347), getrouwd met Gaston, graaf van Foix
  • Marie (1291-1365) (Volgt Graven van Artesië nr. 4), getrouwd met Jan I van Dampierre , graaf van Namen
  • Catherine (1296-1368), getrouwd met Jan II van Castilië, graaf van Aumale

 

 

Terug naar:

Keizers, Koningen en Hertogen

 

 

24 mei 2015