Heren van Cuijck

 

Het geslacht Van Cuijck (ook gespeld als ‘Cuyck’, ‘Kuyk’ enzovoort) is een oud adellijk geslacht waarvan de mannelijke lijn terugvoert tot Herman van Malsen, die mogelijk een zoon was van graaf Unruoch van Teisterbant. Unruoch en zijn broer Ansfried waren van hoge Frankische adel, hoewel hun precieze afkomst onduidelijk is.

Cuijk wapen

Cuijk

1. Herman van Malsen (ca. 1030 – na 1080) is de stamvader van het geslacht van Cuijck (van Cuyck).
Herman was graaf in Teisterbant, vermoedelijk de zoon van Unroch, graaf in de Kempen. Hij wordt in diverse oorkonden vermeld en was wellicht een leenman van de bisschop van Utrecht. Zijn bezittingen waren vooral te situeren in de Betuwe, rond Geldermalsen en Meteren. Voor 1096 werd hij door keizer Hendrik IV beleend met het land van Cuijk. Zijn afstammelingen namen de naam van Cuijck (van Cuyck) aan.
Herman huwde met Irmgard van Namen (Zie Stamreeks Karel de Grote nr. 10), dochter van Albert II van Namen (Zie Graven van Namen nr. 4) en Regelindis van Lotharingen.
Ze kregen de volgende kinderen:
– Hendrik I van Cuijk (overleden voor 9 augustus 1108). (Volgt 2)
– Andries van Cuijk (overleden 1139), bisschop van Utrecht.
– Godfried van Cuijk (overleden voor 1138).

Cuijk

Wapen Cuijck

2. Hendrik I van Cuijck , geboren ca. 1070, overleden voor 9-8-1108. burggraaf van Utrecht. Trouwde ca. 1100 met Alverade van Hochstaden . Vermeld van 1108 tot 1131. Betrokken bij de stichting van de abdij Mariënweerd in 1129. Dochter van Gerard I van Hochstaden heer van Rieneck en Aleydis van Wickrath.
Kinderen:

 Godfried I van Cuijck, geboren omstreeks 1097.  (VOLGT 3a)
– Herman II Hendrikszn van Cuijck van Malsen (Volgt 3b)
– Aleidis van Cuijck, geboren omstreeks 1101.

3a. Godfried I van Cuijck, geboren omstreeks 1097.
Graaf van Arnsberg en Burrggraaf van Utrecht.  Hij trouwde met Ida, de erfdochter van Frederik van Werl-Arnsberg, en werd zo graaf van Arnsberg.
Zoon van Hendrik I van Cuijck en Alverade van Hochstaden.
Na haar overlijden trouwde hij met Heilwig van Rhenen, dochter van Godfried van Rhenen en Sophia van Bemmel. Godfried kreeg zes kinderen, de meeste of allemaal uit zijn eerste huwelijk:
– Hendrik van Arnsberg
– Alveradis (ovl. na 1205), erfgename van Malsen (VOLGT 4a.), gehuwd met Otto I van Bentheim.
– Adelheid (ovl. na 1200), gehuwd met Everhard I van Berg-Altena.
– Jutta (Ida), abdis van Sticht Herford.
– onbekende dochter, getrouwd met Herman II van Virneburg.
– Frederik, ca 1165 in gevangenschap overleden.

3b. Herman van Cuijck, geboren ca. 1100, overleden ca. 1168.
Zoon van Hendrik I van Cuijck en Alverade van Hochstaden.
Trouwde met Alveradis van Chiny, dochter van Otto II van Chiny.
Zoon:
– Hendrik II van Cuijck (Volgt 4b).

4a. Alveradis van Cuijck (overleden na 1205).
Erfgename van Malsen, gehuwd met Otto I van Bentheim, een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck.
Zij kregen de volgende kinderen:
– Egbert, vermoord ca. 1210
– Boudewijn I van Bentheim, opvolger van zijn vader (Volgt Graven van Bentheim nr. 2).
– Otto, 1203 bisschop van Münster
– Gertrud (ovl. 1240), kanunnikes te Freckenhorst, 1219 abdis van Metelen
– Marina, gehuwd met Ricolt van Ochten. Ouders van Bertha van Ochten, welke gehuwd was met Jan I “de Sterke” van Arkel.
– Agniese, gehuwd met Willem van Teylingen. (Zie ook heren van Teylingen en Brederode).

4b. Hendrik II van Cuijck, geboren ca. 1130, overleden 1204.
Zoon van Herman van Cuijck en Alveradis van Chiny.
Trouwde  ca. 1160 met Sophia van Rhenen. Erfdochter van Herpen. Vermeld van 1191 tot 1203. Dochter van Dirk van Rhenen en een dochter uit het huis (van Bierbeek?).
Zoon:
– Albert van Cuijck (Volgt 5b).

5b. Albert/Albrecht van Cuijck, geboren ca. 1160.
Zoon van Hendrik II van Cuijck en Sophia van Rhenen.
Ridder, getuige bij een schenking van het allodium Herpen aan de Brabantse hertog 1191, heer van Cuyc en Grave 1204-1233, heer van Herpen, Merum en half Asten 1220-1233, stadsgraaf van Utrecht tot 12 mrt. 1220, verkocht zijn rechten voor 200 pond Utrechts, leenman van de bisschop van Utrecht voor het hoge en lage gerecht van Gasperde en Everdingen, overl. 1233, tr. omstr. 1195 (een 4e-graads huwelijk) Hadewig (Heiwig) van Merum (Merheym), geb. Limburg eind 1182 of later (dochter van Rutger van Merum, nam deel aan de Derde Kruistocht 1189-1192, en N.N. (Aleydis van Horne?)).
Kinderen o.a.:
– Hendrik III van Cuijck (volgt 6a).
– Willem van Cuijck
– Dirk van Cuijck (Volgt 6b).
– 
Margaretha van Cuijck (Volgt 6c).

6a. Hendrik III van Cuijck
Hij was een edelman die leefde van 1200-1250. Hij was een zoon van Albert van Cuijk en Hadewych van Merheim en heer van Cuijk. Hendrik trouwde omstreeks 1220 met N.N. van Putten, en ze kregen de volgende kinderen:

  • Agnes van Cuyk (ca. 1220-).
  • Alverardis van Cuijk (ca. 1224-),  gehuwd met Jacob II van Mirlaer (Volgt Heren van Mirlaer nr. 2)
  • Jan I van Cuijk (1230-) (Volgt 7a)

Later hertrouwde hij met Aleidis van der Aa van Randerode. Ze kregen een kind:

  • Willem van Cuijk (1240-)

Aleidis hertrouwde in 1254 met Willem I van Boxtel.

 

6b. Dirk van Cuijck
Geboren omstreeks 1205, ridder (milites). Hij was een zoon van Albrecht van Cuijk en Hadewig van Merum.
Hij werd door graaf Willem II aangesteld tot burggraaf van Leiden tussen 1240 en 1243 na het overlijden van burggraaf Jacob, overleden voor 1260, trouwde Leiden 1240 of 1241 met Kerstine van Leijden, geboren Leiden omstreeks 1220. Dochter van Jacob, burggraaf van Leiden (Zie Burggraven van Leiden nr. 4), erfdochter van het Leids burggraafschap en de ambacht Leiderdorp en Oegstgeest, overl. 1254.

6c. Margaretha van Cuijck
Dochter van Albrecht van Cuijk en Hadewig van Merum.
Zij was gehuwd met Hendrik I van Rode van Mierlo, Heer van Rode en Mierlo. Geboren omstreeks 1195 – overleden na 1256. Zoon van Roelof van Rode en Didradis Hendrix van Rixtel.
Zoon:
– Hendrik I van Rode van Mierlo (Volgt Heren van Rode nr. 5).

Jan I van Cuijk

Jan I van Cuijk

7a. Jan I van Cuijck, (geboren Cuijk, 1230 – overleden aldaar, 1308)
Hij was een edelman, ridder en diplomaat. Hij was de zoon van Hendrik III van Cuijk en een moeder van wie de voornaam niet bekend is en die aangeduid wordt als nn. van Putten. Hij was heer van Cuijk van 1254 tot 1308.

In 1296 was Jan I betrokken bij het complot van edelen dat ten doel had om graaf Floris V van Holland naar Engeland te ontvoeren. Deze poging liep uit op moord.

Jan I trouwde omstreeks 1260 met Jutta van Nassau (1225-1312) (Zie graven van Nassau nr. 3), dochter van Hendrik II van Nassau, die een rechtstreekse voorvader van Willem van Oranje was. Zij kregen de volgende kinderen:

  1. Hendrik van Cuijk heer van Lierop. Hij trouwde met Aleidis van Diest (1270-??)
  2. Jan II van Cuijk (1270-1354) graaf van Cuijk. Hij trouwde met Catharina van Berthout (1280-1350)
  3. Willem van Cuijk (1265-1303) ridder en heer van Cuijk. Hij trouwde met Johanna Sofia van Gymnich (1270-1302)
  4. Aleidis van Cuijk (1270-1330). Zij trouwde met Hendrik van Voorne (1275-1330) heer van Acquoy
  5. Agnes van Cuijk (1270-1345). Zij trouwde met Hendrik van Sponheim
  6. Otto van Cuijk (1270-1350) heer van Mierlo. (Volgt 8a)

7b. Hendrick van Cuijck, geb. Leiden omstr. 1245, burggraaf van Leiden 1266-1319, heer van Leiderdorp en mogelijk van Oegstgeest, gaf heer Jacob van der Woude vroonland in Eslikerwoude in erfpacht 25 nov. 1284, ridder onder graaf Floris V (1285), vergezelde de Hollandse delegatie naar Engeland overzee 7 jan. 1298, overl. 12 jan. 1319, tr. omstr. 1275/80 Halewine van Egmont, geb. Egmond omstr. 1255 (dochter van Willem heer van Egmond 1248-1304) en Ada van Brederode), vermeld 1266-1276, vermeld filia heer Willem van Egmond bij akte 15 mei 1276.

8a.  Otto van Cuijck (1270-1350) heer van Cuijk. Hij trouwde (1) met Aleidis van Diest (1260-1320). Hij trouwde (2) met Johanna van Heverlee (1285-1333). Hij trouwde (3) met Johanna van Vlaanderen (1290-1342).
Hij werd heer van Cuijk op een wat ongebruikelijke manier. Zijn voorganger Jan II van Cuijk stierf in 1319 en had geen wettige kinderen. Zijn broers Willem van Cuijk en Hendrik van Cuijk waren reeds overleden. Dit was de reden waarom hij in aanmerking kwam. Hij was daarnaast ook heer van Mierlo en van Asten. De opvolger van Otto was Jan III van Cuijk.
Een dochter van Otto:

– Odilia van Cuijk (Volgt 9a).

8b. Alveradis van Cuijck (van Leijden)
Geboren Leiden omstreeks 1285. Dochter van Hendrick van Cuijck en Halewine van Egmont.
Zij trouwde voor 1307 Dirck II van Wassenaer, geb. Voorschoten omstr. 1280 (zoon van Philips II, heer van Wassenaer, knape, zegelbewaarder en grafelijk raadgever onder Floris V en Jan I, en N.N. van de Wateringe), werd door graaf Jan II van Avesnes bevestigd in zijn lenen te Voorschoten en Wassenaar mei 1300, ambachtsheer van Voorburg 1307, zegelde met 3 wassende manen (‘wassenaers’) 1311, bewoner van kasteel Ter Horst onder Voorschoten, zwoer eed van trouw aan graaf Willem III 1314, werd met 79 man opgeroepen in het leger van de graaf in Vlaanderen 1315, overleden 1319.
Zoon:
– Filips III van Wassenaer (Volgt Heren van Wassenaer nr. 6).

9a. Odilia van Cuijck (geboren ca. 1295 – voor 1317), dochter van Albert Otto van Cuijk en Aleidis van Diest.
Zij huwde Herbaren van Arkel (ca. 1285 – ca. 1325), zoon van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg.
Herbaren was heer van verspreide bezittingen in de Groote of Hollandsche Waard, de Alblasserwaard, de Vijfherenlanden en het Land van Altena, bekend als Herbaren van Arkel heer van Molenaarsgraaf en heer van Slingeland.
Dochter:
– Elisabeth van Arkel, vrouwe van Slingelandt (geboren 1310 – overleden  ca. 1340) (Volgt Heren van Slingeland nr. 19b).