Slot Loevestein

 

Loevestein

Slot Loevestein in Poederoijen – Tekening van Roelant Roghman, 1646-1647(Uit: De kasteeltekeningen van Roelant Roghman, Canaletto, 1989)

 

Loevestein is een kasteel en fort, dat valt onder de gemeente Zaltbommel, en even ten noordwesten van het dorp Poederoijen is gelegen aan het einde van de Schouwendijk in de uiterwaarden van de Waal en de Afgedamde Maas.

Wapen van de heren van Horne

Wapen van de heren van Horne

Ridder Dirc Loef van Horne gaf rond 1357 opdracht tot de bouw van het kasteel. Hij gebruikte het als woonhuis, van waaruit hij rooftochten kon houden en illegale tol kon heffen.
Ditc Loef was een zoon van Willem IV van Horne (Zie Heren van Horne nr. 9) en Elisabeth van Kleef.
Na hem kwam het slot in handen van de graaf van Holland en werd het gebruikt als verdedigingswerk tegen andere feodale heren. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog, toen het kasteel was bezet door Spanjaarden, werd het in opdracht van Willem van Oranje eenvoudig ingenomen door de geuzenleider Herman de Ruyter. De Spanjaarden veroverden het nog één keer terug, maar daarna bleef het Staats bezit.

 

 

Boekenkist, waarin Hugo de Groot ontsnapte JO

Boekenkist, waarin Hugo de Groot ontsnapte.

Tot na de Belgische Revolutie deed het kasteel dienst als staatsgevangenis, met als bekendste gevangene Hugo de Groot, die na twee jaar op 22 maart 1621 kon vluchten met behulp van een boekenkist. In Staatse handen kreeg het moderne verdedigingswerken en werd het als fort onderdeel van de Oude en de latere Nieuwe Hollandse Waterlinie. De militaire functie werd in 1951 opgeheven. Van 1925 tot 1986 werd het complex gerestaureerd; momenteel doet het dienst als rijksmuseum en heeft het de status van rijksmonument.

Het kasteel bestaat uit een zaalbouw, twee hoektorens en een poorttoren en is omgeven door een slotgracht. Het fort is omgeven door twee grachten en heeft vijf bastions. Binnenin het fort staan verschillende gebouwen.

Het slot is gebouwd op het uiterste puntje van het Munnikenland in de Bommelerwaard. Op die plaats komen de Waal en de Afgedamde Maas samen om over te gaan in de Merwede. Vroeger kwam de Maas in plaats van de Afgedamde Maas uit op de Waal, maar dat veroorzaakte vaak overstromingen. Daarom werd er in de negentiende eeuw een nieuwe vaarweg gegraven voor de Maas, namelijk deBergsche Maas. Het gedeelte dat uitkwam op de Waal werd afgedamd en staat sindsdien bekend als de Afgedamde Maas. Het slot wordt niet tegen hoogwaterbeschermd door dijken maar staat in een uiterwaard. Daardoor kan de omgeving gemakkelijk overstromen en is er een natuurgebied ontstaan met een grote diversiteit aan dieren en planten. Bij hoogwater is het fort overigens onbereikbaar over land. De enige toegangsweg staat dan namelijk onder water.

Slot Loevestein JO

Eeuwenlang bevond het Hollandse slot zich aan de grens met Gelderland. Door een grenswijziging in 1814 staat het kasteel nu op Gelders gebied. Het valt onder het dorp Poederoijen, dat op zijn beurt valt onder de gemeente Zaltbommel. Nabij gelegen steden zijn Gorinchem (Zuid-Holland) en Woudrichem (Noord-Brabant), die in het toeristisch hoogseizoen met Loevestein verbonden zijn via een veerdienstvoor fietsers en voetgangers.

De rivieren Waal en Maas kwamen niet altijd samen op de plek waar zich thans het slot Loevestein bevindt. Omstreeks het jaar 1100 stroomde de Maas heel anders en kwam deze wellicht zo’n 23 kilometer meer naar het oosten, bij de huidige plaats Rossum, uit in de Waal. Wanneer de Maas anders is gaan lopen en door welke gebeurtenis dat is veroorzaakt is niet bekend. Wat wel bekend is, is dat de Maas vanaf halverwege de dertiende eeuw op de huidige plek uitkomt in de Waal.

Het gebied was in die tijd drassig en had nog geen bedijking. De Waalkant hoorde bij de graaf van Gelre en de Maaskant hoorde bij de graaf van Kleef. In 1264 was dit gebied bekend onder de naam Rodengoije dat “ruwe waard” betekent. Een leenman van de graaf van Kleef, de heer van Horne, had stukken van Rodengoije in leen. De heren van Horne, de graven van Kleef en Gelre hadden diverse stukken ook weer in leen uitstaan. Dit werd in 1264 weer in eigen bezit genomen. Wilhelmus van Horne verkocht deze stukken aan de cisterciënzer monniken van Villers.[2] De monniken kregen de opdracht om het land te bedijken en in te polderen en er zo een vruchtbaar land van te maken. Zij bouwden dijken, een nederzetting en een kloosterhof. Verder werd het land vlak gemaakt en waren er akkers. Ondanks de inspanningen ging de gemeenschap failliet, doordat constante overstromingen te veel schade veroorzaakten. Na zeventig jaar werd het land, in 1333, dat sindsdien de naam ‘der monic lant’ of Munnikenland draagt, dan ook teruggegeven aan de heren van Horne. Een jaar daarvoor werd Altena en de stad Woudrichem door de graaf van Kleef verkocht aan de graaf van Holland. Hiermee werden de Van Hornes een Hollandse leenheer.

 

Bron:
Wikipedia – Slot Loevestein

 

Terug naar:

Kastelen

handtekening 2015

20 juli 2015