Geschiedenis van Kerstmis

Aanbidding van het kind Jezus door de engelen te Bethlehem (Hugo van der Goes, 1480)

Kerstmis (veelal zo aangeduid door rooms-katholieken), kerst(feest) (veelal zo aangeduid door protestanten) of het geboortefeest van de Heer is een belangrijk christelijk feest in het kerkelijk jaar.

Met Kerstmis wordt door christenen de geboorte van Jezus Christus gevierd. De evangeliën van Lucas en Matteüs beschrijven de geboorte van Jezus. Vooral Lucas geeft brede aandacht aan de geboorte van Jezus in Bethlehem.

Het kerstfeest wordt in de westers-christelijke wereld en in sommige Kerken van het oosters christendomgevierd op 25 december. In die oosterse kerken die de juliaanse kalender gebruiken voor de liturgische kalender (zoals de Russisch-Orthodoxe Kerk en de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk), wordt het 13 dagen later gevierd. In veel streken zijn er tevens speciale vieringen op de avond ervoor (kerstavond, middernachtsmis) en/of op de dag erna. In West-Europa wordt 25 december als eerste kerstdag en 26 december als tweede kerstdag beschouwd.

Verschillende elementen in de wijze waarop men Kerstmis viert gaan terug op voorchristelijke en Germaansetradities. Het feest is in de recente geschiedenis in grote delen van de westerse wereld in hoge mate geseculariseerd, zoals de kerstboom en versieringen met lichtjes.

Hoewel Pasen theologisch gezien veel belangrijker is, wordt buiten de Liturgie het kerstfeest in het Westen veel nadrukkelijker gevierd. In het christelijke Oosten is ook buiten de Kerk het Paasfeest belangrijker en speelt daarnaast het feest van Epifanie een belangrijkere rol. In de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk is Epifanie (Timkat in het Amhaars) zelfs de belangrijkste christelijke feestdag.

De Germanen vierden rond Midwinter (21 december) reeds midwinter- of joelfeesten (winterzonnewende) waarbij het boze werd verjaagd en het licht werd begroet. In de Scandinavische talen heet Kerstmis tot op vandaag jul.
In de vierde eeuw zorgden keizer Constantijn de Grote en de bisschoppen van de uit vervolging bevrijde vroege Kerk ervoor dat Kerstmis op 25 december zou worden gevierd. Op deze datum werd rond de Middellandse Zee tot dan toe de zonnegod vereerd onder vele verschillende namen zoals Ra in Egypte en Helios in Griekenland. In het late Romeinse Rijk was dit vooral de zonnegod Sol Invictus (= de onoverwinnelijke zon), die door sommigen ten onrechte wordt vereenzelvigd met de Perzische zonnegod Mithras.Omdat Jezus het Licht van de Wereld genoemd werd, zou Constantijn I – volgens bepaalde auteurs – hebben besloten dat de geboorte van Christus op deze dag gevierd zou moeten worden. Bovendien – en dit feit is invloedrijker geweest bij de opkomst van de viering van de geboorte van Christus als Kerstmis – waren de dagen rond 25 december reeds de vrije feestdagen der saturnaliën. Op het concilie van Mainz in 813 werd echter besloten om de viering van Kerstmis zelfs uit te breiden. Voortaan moest het kerstfeest maar liefst vier dagen duren. Op al deze dagen was het bovendien verboden om te werken, want dat zou ongeluk brengen. In plaats daarvan kregen de vier kerstdagen daarom ieder een eigen focus. Zo was Vierde Kerstdag een kinderfeest en stond Tweede Kerstdag geheel in het teken van de dieren. Boeren lieten dan hun paarden door het dorp galopperen om zo te ‘garanderen’ dat ze de rest van het jaar niet ziek zouden worden.In de afgelopen eeuwen werd de viering van het kerstfeest echter weer geleidelijk ingeperkt. Zo ging de traditie van Vierde Kerstdag al snel verloren en besloot de Nederlandse overheid in 1773 ook Derde Kerstdag af te schaffen. Even leek zelfs Tweede Kerstdag in gevaar te komen, maar de 18e eeuwse initiatieven om ook aan dit gebruik een einde te maken liepen op niets uit. Sterker nog, in 1964 werden beide kerstdagen juist uitgeroepen tot officiële vrije dagen voor alle Nederlanders. De geboorte van Jezus nam in de kerkelijke kalender daarvoor geen bijzondere plaats in, hoewel ze wel gevierd werd, en tot op de dag van vandaag geldt Pasen in het christendom eigenlijk als veel wezenlijker dan Kerstmis. Jezus werd volgens het evangelie aan het einde van het Joodse (of Romeinse) jaar geboren, maar door de kalenderwijzigingen en de verschillen in tijdrekening wordt de overzetting niet zeer accuraat geacht, temeer daar ook melding gemaakt wordt van kudden schapen in lagere (en dus warmere) velden rond Bethlehem. Het weiden van schapen in Palestina is rond 25 december thans weliswaar zeldzaam, maar toentertijd niet geheel onmogelijk – de schapen die voor de offerdienst in de Joodse tempelgefokt werden, graasden het hele jaar door, ook in de omgeving van Bethlehem (Beth Lechem- huis van het brood). Bovendien is de maand december in Palestina niet zo koud. De datum is dan ook niet met zekerheid als niet-authentiek te bestempelen, want uit de oude christelijke liturgieën – die van vóór de vierde eeuw – stamt reeds de viering van Driekoningen (6 januari) in dezelfde wintertijd. Sextus Iulius Africanus noemt de geboorte van Christus als vallende op 25 december, in een van zijn geschriften gedateerd op 221 n.Chr.De aansprekende thematiek en de reeds bestaande tradities hebben Kerstmis echter tot het voornaamste feest in het jaar gemaakt. De huidige tradities rond het kerstfeest zijn van land tot land verschillend, zoals ze ook lang niet allemaal even oud zijn. Duidelijk is dat de Amerikaanse volkse en commerciële kerstgewoonten, in het kader van de voortschrijdende globalisering, overal elders doordringen, ook in Nederland.

Het woord ‘Kerstmis’ betekent eigenlijk ‘Christus-mis’, omdat dit feest gewijd is aan de geboorte van Jezus die de christus (de gezalfde) wordt genoemd. Het woord ‘kerst’ is uit het woord christus ontstaan; zo betekent “kerstenen” bijvoorbeeld “christelijk maken”. De Mis is de christelijke viering van het offer van de Eucharistie, waarin aan het einde van de dienst gezegd of gezongen wordt “Ite missa est” (vert. Gaat, het is de heenzending of: Gaat, het offer is voltrokken).

Bronnen:

 

Geschiedenis & Genealogie

 

  facebook         

© 24 december 2018