Hertogen en Koningen van Hongarije

Het Koninkrijk Hongarije was een koninkrijk in Centraal-Europa dat meer dan vijfhonderd jaar bestond.

Het land werd geleid door de Árpád dynastie die aan de macht bleef totdat ze uitstierf in 1301. De Arpaden waren een naar Árpád vernoemde Hongaarse koninklijke dynastie.

Hongarije

De eerste die uit deze dynastie op de troon kwam, was de heilige Stefanus (997). De laatste koning uit dit huis was Andreas III van Hongarije (gestorven in 1301).

Arpad

Arpad

1. Árpád (geboren ca.850– overleden 907)
Hij was de stichter van het huidige Hongarije en van de Hongaarse koningsdynastie der Árpáden. Ten tijde van de geboorte van Árpád woonden de Magyaren in het westen van de Oekraïne in een gebied dat Etelköz werd genoemd. Van daaruit voerden de Magyaren jarenlang (vanaf 860) rooftochten uit in Europa. Árpád was de zoon van Álmos en als zodanig leider van een van de zeven Magyaarse stammen.
Hij maakte gebruik van het overlijden van Arnulf van Karinthië om Pannonië en delen van Moravië te bezetten, waarmee het middeleeuwse Hongarije zijn vorm heeft gekregen. Daarmee is Árpád een echte Europese koning geworden. In 907 weet hij Hongarije voor lange tijd veilig te stellen door bij Bratislava een groot Beiers leger vernietigend te verslaan.

kinderen:

  1. Levente (Liüntika)
  2. Tarhos (Tarkacsu)
  3. Üllő (Jeleg)
  4. Jutas (Jutocsa)
  5. Zoltán (Zaltasz) – de jongste (Volgt 2).
Zoltán van Hongarije

Zoltán van Hongarije

2. Zoltán van Hongarije (geboren ca. 896 – overleden 947), (ook bekend als Zolta en Zaltas)
Hij was een heerser over de Magyaren in de vroege 10e eeuw. Hij was een zoon van Árpád, de stichter van het rijk in het Karpatenbekken, en de vader van Taksony. De Gesta Hungarorum noemt Zoltán als de zoon en opvolger van Árpád. Hoewel hij regeerde van 907 tot 948, had zijn leiderschap minder te betekenen dan bij vorige heersers, omdat gedurende zijn tijd de stamhoofden de werkelijke macht hadden. Recent onderzoek trekt zijn positie als heerser in twijfel, en geeft de voorkeur aan oudere zoons van Árpád.

Zoltán was in 904  getrouwd met de erfdochter van Menmarót van Bihar, een Moravische legeraanvoerder. In 906 heeft hij zijn schoonvader opgevolgd als stadhouder van Moravië.
Zoon:

Taksony

Taksony

3. Taksony, Prins van Hongarije (geboren 920 – overleden 972).
Taksony was de zoon van Zoltán (Zaltas), de vierde zoon van Árpád, de tweede Grote Prins van de Hongarende erfdochter van Menmarót van Biha. Taksony trouwde met een een Bulgaarse vrouw.
Vader van

–  Sophia, Prinses van Zweden
–  Géza, Groot Prins van de Hongaren (Volgt 4a).
–  Mihály Prins van Hongarije (Volgt 4.b)
–  Beatrix, Prinses van Hongarije

Geza

Géza van Hongarije

4a. Géza, Groot Prins van de Hongaren (geboren ca. 945 – overleden  997)
Hij was de Groot Prins van de Magyaren (voor 972-997).
Géza was de zoon van Taksony van Hongarije, grootvorst van de Magyaren en een Bulgaarse vrouw.
Géza’s huwelijk met Sarolt, de dochter van Gyula van Transsylvanië, werd geregeld door zijn vader. Na de dood van zijn vader (vóór 972), Géza volgde hem op als Groot Prins van de Magyaren. Kort daarna, werd hij door een benedictijner monnik van de abdij van Sankt Gallen, Bruno, gedoopt.  Zijn christelijke naam was Stephen (Hongaars: István).
Uit het huwelijk van Géza en Sarolt:

  • Judith (- na 988), de vrouw van de toekomstige koning Boleslaw I van Polen.
  • Margareth (- na 988), de vrouw van de toekomstige tsaar Gavril Radomir Bulgarije.
  • Koning Stefanus I, de Heilige, van Hongarije (967/969/975 – 15 augustus 1038) (Volgt 5a).
  • Maria (- na 1026), de vrouw van Otto Orseolo, Doge van Venetië.
  • Gizella (-?), De vrouw van de toekomstige koning Samuel Aba van Hongarije

4b. Mihály, Prins van Hongarije  (geboren ca. 940 – overleden 976/978).
Zoon van Taksony, Prins van Hongarije. Hij was gehuwd met Adelajda, prinses van Polen.
Uit dit huwelijk:
– Vazul, Prins van Hongarije (geboren 975 – overleden 1037) (Volgt 5b.)

Stefanus I de Heilige

Stefanus I de Heilige

5a. Stefanus I de Heilige (Hongaars: Szent István) (geboren  ca. 975, – overleden 15 augustus 1038) werd in 1000 de eerste koning van Hongarije. Hij wordt sinds 1083 als heilige vereerd.
Stefanus’ vader Géza was het stamhoofd van de Magyaren. Zijn moeder heette Sarolta. Hij werd als heiden geboren onder de naam Vajk (held). In 985 lieten hij en zijn vader zich dopen door de heilige Adalbert van Praag. Zijn doopnaam werd Stefanus, naar de vroeg-christelijke heilige Stefanus. Stefanus I liet zich als christen bijstaan door de heiligen Astricus en Gerard Sagredo (die ook les gaf aan zijn kinderen).
Stefanus trouwde in 995 met Gisela van Beieren, de dochter van hertog Hendrik II van Beieren. Ze kregen vele kinderen van wie Emmerik, Otto, Bernard, Agatha en Hedwig de bekendsten zijn. Na het verslaan van de heidense edelen, onder wie zijn oom Koppány, wist Stefanus in 997 alle Magyaarse clans onder zijn leiding te verenigen. Volgens de legende zond paus Silvester II hem in januari 1001 een prachtige met juwelen bezette gouden kroon, een apostolisch kruis en een zegenbrief om aan te geven dat hij hem erkende als christelijk koning. Tot in de 20e eeuw voerden de heersers van Hongarije hierom de titel apostolisch koning.

Stefanus trouwde in 995 met Gisela van Beieren, de dochter van hertog Hendrik II van Beieren.
Kinderen o.a.:
– Emmerik
– Otto
– Bernard
– Agatha (Volgt 6a)
– Hedwig

5b. Vazul, Prins van Hongarije (geboren 975 – overleden 1037).
Hij was een zoon van Mihály, prins van Hongarije en Adelajda, prinses van Polen.
Hij volgde zijn vader op als hertog tussen de Morava (Tsjechië) en de Hron. Hij nam deel aan een samenzwering met als doel Stefan I te vermoorden, aangezien hij uitgesloten was van troonopvolging ten gunste van Peter Orseolo. De moordpoging mislukte. Vazul werd blind en doof gemaakt en zijn zoons werden verbannen. Vazul was getrouwd met Katyn Anastasia, een dochter van Samuel van Bulgarije en kreeg drie zoons:

  • Andreas  (Volgt 6b).
  • Béla (Volgt 6c).
  • Levente (ovl. 1047)

6a. Agatha van Hongarije
Dochter van Saint Stephan, 1 Koning van Hongarije en Giselle von Bayern.
Zij was gehuwd met Edward Ætheling van Engeland, zoon van koning Edmund II.
Kinderen:
– Christina van Engeland, Nun in Romsey
Saint Margaret, Queen of Scots (Volgt 7a).
Edgar Ætheling, ongekroonde koning van Engeland.

6bAndreas I bijgenaamd de Katholieke
Geboren circa 1014 – overleden voor 6 december 1060. Hij was koning van Hongarije van 1047 tot 1060 en behoorde tot het huis Árpád.
Andreas was een zoon van hertog Vazul van Hongarije en daardoor was hij een achterneef van koningen Géza en Stefanus I van Hongarije. Zijn moeder is niet met zekerheid bekend: zijn vader was getrouwd met een dochter van Samuel van Bulgarije (vermoedelijk Katyn) maar de Gesta Hungarorum beweert dat Andreas en zijn broers kinderen zijn van een onbekende Hongaarse vrouw.

Op 2 september 1031 overleed Emmerik van Hongarije (heilige), de enige zoon van koning Stefanus, nadat hij tijdens de jacht door een wild zwijn was aangevallen. Stefanus wilde zeker zijn dat hij zou worden opgevolgd door een christelijke koning en wees zijn neef Peter Orseolo (zoon van zijn zuster) aan als erfgenaam. Hiermee week Stefanus af van het principe van senioraat dat in Hongarije gold. Volgens dat principe hebben jongere broers van de vorst in de opvolging voorrang boven de zoons van de vorst, opvolging door vrouwen is uitgesloten. Nu Stefanus geen zoon meer had, besloot hij om de opvolging via de vrouwelijke lijn te laten lopen. In reactie nam hertog Vazul (een geldige opvolger volgens het senioraatsprincipe, maar die ervan werd verdacht nog steeds de oorspronkelijke Hongaarse godsdienst aan te hangen) deel aan een opstand tegen Stefanus. De opstand mislukte, Vazul werd blind en doof gemaakt en zijn zoons werden verbannen.Andreas en zijn broers Levente en Béla I van Hongarije trokken eerst naar Bohemen en vandaar naar Polen. Béla bleef in Polen en trouwde daar met een prinses, terwijl Andreas en Levente naar Kiev trokken. Andreas trouwde daar met Anastasia van Kiev.In Hongarije kwam Peter Orseolo steeds meer in de problemen met de adel en de bisschoppen. Oorzaken hiervan waren zijn onderdanige politiek naar Duitsland en zijn conflict met Stefanus’ weduwe Gisela van Beieren. Peter had al een keer naar Duitsland moeten vluchten voor een opstand van zijn neef Samuel Aba. Na een paar jaar kon hij met Duitse steun zijn koninkrijk weer heroveren. In 1046 verbande hij Gisela, en dat was aanleiding voor de bisschoppen onder leiding van Gerard Sagredo om een beroep te doen op Andreas en Levente om terug te keren. In de zomer van 1046 brak er een anti-christelijke opstand uit in Hongarije. De opstandelingen accepteerden Andreas en Levente als hun leiders. Peter werd gevangengenomen en blind gemaakt, en overleed enkele dagen later. Levente was in de gevechten zwaar gewond geraakt en overleed na enkele maanden. Andreas werd in 1047 tot koning gekroond.Andreas was (net zoals Béla) gedoopt, Levente niet. Daardoor was Andreas acceptabel als koning, ondanks dat hij dankzij een anti-christelijke opstand aan de macht was gekomen. Andreas bevestigde de wetten van Stefanus en vroeg buitenlandse priesters naar Hongarije te komen, omdat veel priesters tijdens de opstand waren gedood. Peter Orseolo had keizer Hendrik III als zijn leenheer erkend maar Andreas weigerde dat te doen. Wel vroeg hij Béla, die in Polen een reputatie had opgebouwd als legeraanvoerder, terug te komen naar Hongarije en gaf hem grote bezittingen in leen.In 1051 kwam de verwachte Duitse aanval. Maar de Hongaren stuurden vals berichten naar de Duitse vloot op de Donau, waardoord die terugkeerde. Het Duitse leger werd in een veldslag verslagen. In 1052 viel de Duitse vloot opnieuw aan over de Donau maar veel van de schepen werden bij Bratislava tot zinken gebracht en de vloot moest zich terugtrekken. Een bemiddelingspoging van de paus mislukte en daarom sloot Andreas een bondgenootschap met Koenraad I van Beieren tegen de keizer.Hoewel zijn broer Béla door Andreas was erkend als opvolger, liet hij in 1057 zijn vijf jaar oude zoon Salomo van Hongarije tot medekoning kronen. Béla verliet het hof en trok zich terug op zijn landgoederen. Andreas reisde in 1058 naar Duitsland en zocht steun bij de regenten van keizer Hendrik IV. Deze steun werd bevestig door het huwelijk van Salomo (zes jaar oud) met Judith Maria van Zwaben (drie jaar oud). Hierdoor gesteund probeerde Andreas om zich te verzoenen met Béla. Die trok echter naar Polen en maakte er geen geheim van dat hij daar een leger ging verzamelen. Andreas escorteerde zijn gezin naar Oostenrijk om ze in veiligheid te brengen maar werd vlak bij de grens bij Mosonmagyaróvár door troepen van Béla overvallen. Andreas sneuvelde maar met name de Duitse ridders in het leger van Andreas boden zoveel weerstand dat ze met Béla een vrije aftocht (met het gezin van Andreas en de schatkist) konden onderhandelen.Andreas werd begraven in de abdij van Tihany die hij in 1055 had gesticht.Andreas zou een eerste huwelijk hebben gehad met een onbekende Hongaarse vrouw. Dit huwelijk zou niet christelijk zijn geweest. De vrouw is dan overleden of verstoten voor het huwelijk met Anastasia. Uit dit huwelijk zou een zoon zijn geboren, die naar Schotland zou zijn getrokken en de stamvader zou zijn van de clan Drummond.
Andreas trouwde ca. 1039 met Anastasia van Kiev. Zij kregen volgende kinderen:

  • Adelheid (Volgt 7b)
  • Salomo van Hongarije;
  • David (ovl. na 1094), met zijn moeder gevlucht naar Oostenrijk, later hertog in Hongarije, begraven in de abdij van Tihany.

Béla I van Hongarije

Béla I van Hongarije

6c. Béla, koning van Hongarije (geboren 1016 – Moson, overleden 10 september 1063).
Hij was koning van Hongarije van 1061 tot 1063 en behoorde tot het huis van Árpád. Béla was een zoon van hertog Vazul van Hongarije en van Katun van Bulgarije. Na de mislukte opstand van zijn vader werd hij samen met zijn broers verbannen. Hij woonde eerst in Bohemen en daarna in Polen. Béla vocht in het leger van koning Mieszko II Lambert van Polen en zou een opstand van de Pommeren hebben bedwongen door de aanvoerder van de opstandelingen in een tweegevecht te verslaan. Hij werd in Polen gedoopt met de naam Adalbert en trouwde met een Poolse prinses. Béla steunde zijn zwager Casimir I van Polen om de macht van het Poolse koningshuis te vestigen.

In 1047 werd zijn oudere broer Andreas koning van Hongarije. Béla werd benoemd tot hertog tussen de Morava (Tsjechië) en de Hron. In die functie was hij veldheer tegen Kroatië en Bulgarije. Béla leek de aangewezen troonopvolger maar toen Andreas zijn 5-jarige zoon Salomon tot medekoning kroonde, vluchtte Béla naar Polen. Met een Pools leger wist hij in twee veldslagen Andreas te verslaan, die in 1060 in gevangenschap aan zijn verwondingen bezweek. Diens vrouw wist echter met Salomon en de schatkist naar Duitsland te vluchten. Béla werd koning van Hongarije maar de Duitse regentes Agnes steunde Salomon als tegenkoning.

Toen de landdag in 1061 het herstel van het heidendom eiste, liet hij de landdag door troepen uiteen jagen. Béla hervormde het muntwezen en de economie. In 1063 trok een Duits leger onder Otto I van Northeim naar Hongarije om Salomon op de troon te zetten. Het kwam niet tot een veldslag want Béla raakte zwaargewond toen de baldakijn van zijn troon in zijn paleis in Dömös instortte, en overleed kort daarna. Béla werd begraven in de abdij van Szekszárd die hij in 1061 had gesticht.

Béla was gehuwd met de Poolse koningsdochter Richezza (volgt Hertogen en Koningen van Polen nr. 9a) , dochter van Mieszko II Lambert. Zij hadden volgende kinderen:

Béla had ook nog een onechte dochter Sophia, getrouwd met graaf Lambert Hont-Pázmány.

Margaretha van Schotland

Margaretha van Schotland

7a. Margaretha, koningin van Schotland (geboren 1045 – overleden 1093)
Haar vader was Edward Ætheling, zoon van koning Edmund II, en haar moeder was Agatha van Hongarije.
Zij was gehuwd met koning Malcolm III, koning van Schotland. Zij hervormde de kerk en verengelste het Schotse hof. Ook introduceerde zij de rooms-katholieke liturgie in Schotland, herstelde de abdij van Iona en stichtte een priorij in Dunfermline, die haar zoon verhief tot Dunfermline Abbey.

Margaretha en Malcolm kregen samen acht kinderen:

In 1250 werd zij heilig verklaard door paus Innocentius IV, niet alleen voor haar invloed op de hervorming van de kerk en de ondersteuning van de kloosterordes, maar ook omdat ze persoonlijk voedsel aan de armen gaf voordat ze zelf at en iedere nacht om middernacht een mis bijwoonde. In 1673 werd ze de beschermheilige van Schotland.

7b.  Adelheid van Hongarije
Geboren circa 1040 – overleden 27 januari 1062. Dochter van Andreas I van Hongarije en Anastasia van Kiev.
Zij was de tweede echtgenote van hertog Vratislav II van Bohemen.
Adelheid was een dochter van koning Andreas I van Hongarije en van Anastasia van Kiev. Zij trouwde in 1057 met Vratislav. Dit huwelijk bevestigde de Hongaarse steun aan Vratislav, die met die steun zijn verloren hertogdom in Olomouc terug kon winnen. Zij kregen de volgende kinderen:

Géza I van Hongarije

Géza I van Hongarije

7cGéza I (geboren Polen, 1044/1045 – overleden 25 april 1077).
Hij was koning van Hongarije van 1074 tot 1077 en behoort tot het huis van Árpád. Hij was een zoon van koning Béla I van Hongarije en Richezza van Polen. Zijn doopnaam was Magnus.
Géza’s ouders leefden in Polen omdat zijn grootvader Vazul een mislukte staatsgreep had gepleegd. Toen zijn oomAndreas koning werd, konden ze terugkeren naar Hongarije. Na ongeveer tien jaar kwam het tot een open conflict tussen Andreas en Béla over de troonopvolging. Béla vluchtte weer met zijn gezin naar Polen en versloeg Andreas met een Pools leger. Béla werd koning in 1060 en Géza werd zijn belangrijkste adviseur. Andreas’ minderjarige zoon Salomo van Hongarije vluchtte naar Duitsland en werd door de keizer als koning erkend. Géza bezocht in 1063 het Duitse hof en zou daar getrouwd zijn met Sophia van Loon (ca. 1045 – ca. 1065, dochter van de burggraaf Giselbert van Loon). In 1063 werd een Duitse expeditie uitgezonden om Salomo op de troon te plaatsen maar Béla stierf kort daarvoor door een ongeluk. Géza bood aan om Salomo te erkennen als koning, als hij het oude hertogdom van zijn vader (tussen de Morava (Tsjechië) en de Hron) zou krijgen. De regenten van Salomo wezen dit voorstel af en Géza vluchtte weer naar Polen. Toen de Duitsers terugkeerden naar huis, kwam Géza met een Pools leger naar Hongarije. Uiteindelijk werd op 26 januari 1064 in Győr een overeenkomst gesloten: Salomo werd erkend als koning en Géza en zijn broers kregen inderdaad het hertogdom van hun vader (ook wel “Tercia pars Regni“, het derde deel van het koninkrijk, genoemd).

Salomo kon het gezag houden over zijn meest westelijke provincies. Bovendien erkende hij keizer Hendrik IV als zijn leenheer. In ruil daarvoor stuurde Hendrik in augustus 1074 een legermacht die oprukte tot Vác. Maar toen Hendrik de opstand in Saksen niet onder controle kon krijgen, trok hij zijn leger terug.

Géza was door zijn aanhangers tot koning uitgeroepen en kon nu ook niet meer door Salomo worden bedreigd. Géza zocht internationale erkenning bij de paus en de keizer van het Byzantijnse Rijk. De paus vroeg in ruil om erkenning van de autoriteit van de paus over de koning, en Géza kon dat niet accepteren. Keizer Michaël VII Doukas erkende Géza wel, en stuurde hem een kroon omdat de oorspronkelijke Hongaarse kroon natuurlijk in handen was van Salomo. Beide kronen zouden later tot één kroon worden samengevoegd.

Géza stichtte de abdij van Hronský Beňadik en voltooide de kathedraal van Vác. In 1076 liet hij zijn broer Ladislaus een veldtocht ondernemen tegen Salomo maar die had geen succes. Géza was inmiddels ziek en begon onderhandelingen met Salomo om af te treden en Salomo het koningschap terug te geven. De onderhandelingen mislukten echter en Géza werd na zijn dood in 1077 opgevolgd door Ladislaus. Géza werd begraven in Vác.

In zijn eerste huwelijk (1063) was Géza getrouwd met Sophia van Loon. Zij kregen de volgende kinderen:

In zijn tweede huwelijk (ca. 1070) was Géza getrouwd met Synadene van Byzantium. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Álmos (Volgt 8)
  • vermoedelijk een dochter, gehuwd met een heer van Miskolc, moeder van troonpretendent Boris die ca. 1023 door Stefanus II werd verbannen.
Álmos van Hongarije

Álmos van Hongarije

8. Álmos van Hongarije (geboren ca. 1068 – Constantinopel, overleden 1 september 1127)
Hij was een zoon van Géza I van Hongarije en van Synadene van Byzantium, een dochter van de Byzantijnse generaal Theodoulos Synadenos.

In 1084 werd Álmos door zijn oom koning Ladislaus I van Hongarije, benoemd tot hertog van Slavonië. In 1091 begon Ladislaus een veldtocht in Kroatië en maakte hij Álmos tot koning van Slavonië en hertog van Kroatië. Toen de veldtocht op een mislukking uitliep annexeerde Ladislaus Slavonië. Ladislaus benoemde Álmos tot zijn opvolger en beval Álmos’ (half)broer Koloman om bisschop te worden. Koloman wilde dit niet en vluchtte naar Polen.

Ladislaus overleed in 1095. Koloman en Álmos verzoenden zich en Koloman werd koning. Álmos kreeg het hertogdom van Nitra voor zijn persoonlijke inkomen. De spanningen tussen de paus en keizer Hendrik IV in Duitsland hadden ook hun effect op Hongarije: de paus steunde Koloman en de keizer (en de hertogen van Bohemen en Polen) steunde Álmos. Álmos trouwde in 1104 met Predslava, de dochter vanSvjatopolk II van Kiev. Na een bezoek aan het Heilige Land kwam Álmos tot de ontdekking dat zijn bezittingen waren opgenomen in de koninklijke goederen. Na een oorlog sloten Álmos en Koloman opnieuw vrede in 1108. Koloman kwam het verdrag niet na maar liet Álmos gevangen zetten. In 1113 liet hij Álmos en zijn zoon Béla blind maken. Álmos en Béla werden opgesloten in het klooster van Dömös maar de monniken konden voorkomen dat ze werden geëxecuteerd. Álmos nam in 1126 deel aan een samenzwering tegen Stefanus II van Hongarije en hij moest vluchtten naar Constantinopel, naar zijn nicht die met keizer Johannes II Komnenos was getrouwd. Álmos stierf in 1129 en werd in Constantinopel begraven. In 1137 werd zijn lichaam overgebracht naar Székesfehérvár

Álmos en Predslava kregen de volgende kinderen:

Bela II van Hongarije

Bela II van Hongarije

9. Béla II (ca. 1109 – 13 februari 1141)
Bijgenaamd de Blinde, was koning van 1131 tot 1141 en behoorde tot het huis van Árpád.
Béla was de enige zoon van Álmos, broer van koning Koloman, en van Predslava, dochter van Sviatopolk II van Kiev. Álmos probeerde meerdere malen de macht te grijpen. Uiteindelijk besloot Koloman in 1113 om Álmos en Béla de ogen uit te steken, om zo de opvolging door zijn zoon Stefan te verzekeren. Álmos en Béla leefden in het klooster van Dömös. Álmos ging gewoon door met samenzweren tegen Stefan, die inmiddels koning was geworden, en moest uiteindelijk naar het Byzantijnse Rijk vluchten. Partijgangers van zijn vader brachten Béla onder het klooster van Pécsvárad. Álmos overleed in 1129 en Stefan, die geen erfgenamen had, bracht Béla aan het hof en arrangeerde voor hem een huwelijk met Helena van Servië. Stefan schonk het paar bezittingen bij Tolna (stad).

Stefan overleed op 31 maart 1131 en Béla werd op 28 april van dat jaar tot koning gekroond in Székesfehérvár. Omdat hij blind was moest hij in veel zaken vertrouwen op zijn vrouw en op de hofhouding. Met name Helena speelde een actieve rol. Kort na de kroning van Béla liet ze een aantal edelen vermoorden omdat die medeplichtig zouden zijn aan het blind maken van haar man. Verder benoemde ze haar broer Beloš tot paltsgraaf en opperbevelhebber van het leger.

Koloman had een tweede huwelijk gesloten met een Russische prinses. Zijn zoon Boris uit dit huwelijk maakte aanspraken op de Hongaarse troon. Hij kreeg steun uit Kiev en Polen en Bolesław III van Polen trok in 1132 met Boris naar Hongarije. Béla hield een landdag en wees op die landdag de claim van Boris af omdat Boris volgens Béla geen wettige zoon van Koloman was. Alle edelen die het daar (terecht) niet mee eens waren, werden ter plekke gedood. Op 22 juli 1132 versloeg het Hongaarse leger Bolesław en Boris bij de rivier de Sajó. Boris vluchtte naar het Byzantijnse Rijk. Na de dood van Béla zou hij nog een keer met Duitse steun proberen om de troon te veroveren, ook nu zonder succes.

Béla’s buitenlandse politiek kende een aantal successen. Hij ontwikkelde goede relaties met Oostenrijk en Bohemen, wat werd bevestigd door huwelijken van zijn zusters met Leopold III van Oostenrijk en Soběslav I van Bohemen. Door hun diplomatieke hulp dwong keizer Lotharius III in 1133 Bolesław om zijn hulp aan Boris op te geven. In 1136 veroverde hij delen van Dalmatia op de Republiek Venetië en in 1137 bezette hij Bosnië (gebied). Béla overleed aan de gevolgen van overmatig alcoholgebruik en is begraven in Székesfehérvár.

Béla huwde 28 augustus 1127 met Helena van Servië, dochter van Uroš I Vojislavljević. Zij hadden zes kinderen:

10a. Elisabeth van Hongarije (ca. 1128 – voor 1155) was een dochter van koning Béla II van Hongarije en van Helena van Servië. Zij trouwde met Mieszko III van Polen. Zoon van Bołeslaw III en diens tweede vrouw Salomea van Berg-Schelklingen(Zie Hertogen en Koningen van Polen (II) nr. II.11.).
Elisabeth en Mieszko hadden de volgende kinderen:

  • Odon, hertog van Posen en Kalisch (-1194)
  • Stefan
  • Ludmilla (-1223) (Volgt Koningen van Polen nr. II. 13)
  • Judith, in 1170 gehuwd met Bernhard III van Saksen (1140-1212)
  • Elisabeth (-1209), gehuwd met hertog Soběslav II van Bohemen (1128-1180) en 1181 met markgraaf Koenraad II van Lausitz

10b. Géza II van Hongarije
Geboren Tolna, rond 1130, overleden in 1162. Hij was koning van Hongarije van 1141 tot 1162 en behoorde tot het huis van Árpád. Hij was de zoon van Béla II van Hongarije en volgde hem ook op, zij het als minderjarig heerser onder het regentschap van zijn oom van moederskant, prins Beloš van Rascia, die zichzelf het Banaat van Kroatië toekende in 1142.

Géza werd geboren in Polen. Als jongeman moest hij de aanspraak op de troon weerstaan van de bastaard Boris Conrad, zoon van de oude Hongaarse koningin Euphemia van Kiev. Géza was als volwassene een krachtig heerser. Hij ondersteunde de Welfen tegen de Hohenstaufen, en versloeg Hendrik II van Oostenrijk in 1146. Hij bood ook zijn zwager Iziaslav II van Kiev militaire ondersteuning en voerde een oorlog met de Byzantijnse keizer Manuel I Komnenosvan 1149 tot 1155.

In 1146 huwt Géza met Euphrosina van Kiev, dochter van groothertog Mstislav I van Kiev.
Kinderen:

  • Stefanus III van Hongarije (1147-1172)
  • Béla III van Hongarije (1148-1196) (Volgt 11)
  • Helena van Hongarije (-1199), die huwde met hertog Leopold V van Oostenrijk
  • Elisabeth, die huwde met hertog Frederik van Bohemen

 

11. Béla III van Hongarije
Geboren circa 1148 – 23 april 1196. Hij was van 1172 tot 1196 koning van Hongarije. Hij behoorde tot het huis Árpáden.

Béla was de jongste zoon van koning Géza II van Hongarije en Euphrosina van Kiev. Nog tijdens het leven van zijn vader kreeg Béla III een stuk grondgebied van zijn vader, vermoedelijk Dalmatië, Bosnië en Syrmië.In 1162 werd zijn oudere broer Stefanus III koning van Hongarije. Stefanus III werd als koning echter bestreden door zijn ooms: eerst Ladislaus II en daarna Stefanus IV. Ladislaus II en Stefanus IV werden gesteund door de Byzantijnse keizer Manuel I Komnenos, terwijl Béla III neutraal bleef.In het midden van het jaar 1163 slaagde Stefanus III erin om de Hongaarse troon te heroveren, waarop een vredesakkoord gesloten werd met keizer Manuel I Komnenos. Manuel I Komnenos zou de opponenten van Stefanus III niet meer steunen op voorwaarde dat hij de gebieden van Béla kreeg. Béla zelf werd naar Constantinopel gestuurd en de keizer beloofde dat Béla met zijn dochter Maria Komnena mocht trouwen. Toen Béla in Constantinopel arriveerde, werd deze verloving officieel gemaakt. In 1165 benoemde Manuel I Komnenos zijn dochter en Béla tot officiële troonopvolgers.Het vredesverdrag tussen Stefanus III en Manuel I Komnenos werd in 1164, 1165 en 1167 driemaal geschonden. Uiteindelijk werden de Hongaarse troepen door de Byzantijnse troepen verslagen, waarna er opnieuw een vredesakkoord werd afgesloten. Hierbij moest Stefanus III definitief erkennen dat Dalmatië, Bosnië en Syrmië in handen bleven van het Byzantijnse Rijk.In 1169 kreeg Manuel I Komnenos een zoon, Alexios II Komnenos genaamd. Hierdoor waren Béla en zijn verloofde Maria geen troonopvolgers meer, waarna Manuel I Komnenos de verloving verbrak. In de plaats huwde Béla in 1170 met Agnes van Châtillon, een schoonzus van Manuel I Komnenos. Ze kregen volgende kinderen:

  • Emmerik (1174 – 1204), koning van Hongarije
  • Margaretha (1175 – na 1223), huwde met keizer Isaäk II Angelos van het Byzantijnse Rijk en daarna met Bonifatius I van Monferrato
  • Andreas II (1176 – 1235), koning van Hongarije (Volgt 12)
  • Salomo, jong gestorven
  • Stefanus, jong gestorven
  • Constance (1180 – 1240), huwde met koning Ottokar I van Bohemen

12. Andreas II van Hongarije
Geboren omstreeks 1175 – Boeda, overleden 26 oktober 1235. Hij was koning van Hongarije van 1205 tot 1235 en was een lid van het huis van Árpád. Hij was een jongere zoon van Béla III van Hongarije en stiet zijn neefje Ladislaus III van Hongarije van de troon. Al in 1197 had hij geprobeerd de macht over te nemen van zijn broer Emmerik van Hongarije maar werd verslagen, waarop paus Innocentius III hem in 1200 weer hertog liet maken. Als koning was Andreas zo zwak dat hij de politiek van zijn broer moest voortzetten om de adel door schenkingen aan zich te verplichten. De staatsmacht werd hierdoor geheel uitgehold. In 1217 deed Andreas op bevel van paus Honorius III mee aan de mislukte Vijfde Kruistocht. Bij thuiskomst dwongen de edelen hem in 1222 een Gouden Bul af, die de al lang bestaande feitelijke machtsverhoudingen nu ook formeel vastlegde. In 1234 sloeg hij een invasie door Oostenrijk af. Anders dan zijn sluwe broer was Andreas erg naïef en beïnvloedbaar: heel zijn leven lang bleek hij een gemakkelijk slachtoffer voor manipulatie.

Andreas huwde drie maal. Uit zijn huwelijk met Gertrudis van Meranië, die door edelen vermoord werd, had hij de volgende kinderen:

Uit zijn huwelijk met Yolande van Courtenay had hij één dochter:

Uit zijn derde huwelijk met Beatrice d’Este werd postuum een zoon geboren:

  • Stefanus (István) Posthumus (1236-1271), hertog van Slavonië, de vader van koning Andreas III van Hongarije.

Béla IV van Hongarije

13a. Béla IV van Hongarije
Geboren 29 november 1206, overleden Margaretha-eiland (bij Boeda) op 3 mei1270. Hij was koning van Hongarije van 1235 tot 1270 en afkomstig uit het huis van Árpád.

Béla IV was de zoon van koning Andreas II van Hongarije en Gertrudis van Meranië. In 1213 werd zijn moeder vermoord door Hongaarse magnaten. Zijn vader wreekte de moord op koningin Gertrude niet, waardoor het aan Béla was om de moordenaars te vinden en te straffen. Deze campagne voltooide hij dertig jaar na haar dood.Béla had in vergelijking met zijn vader een relatief goede reputatie als monarch. Hij bestuurde het rijk goed, en richtte zijn inspanningen vanaf zijn troonsbestijging op het bestrijden van corruptie en op het heroveren van rijksdelen die door zijn vader aan de magnaten waren gegeven.
In 1238 kwamen Koemaanse stammen Hongarije binnen die op de vlucht waren voor de oprukkende Mongoolse hordes. Béla sloot een alliantie met de Koemanen, verleende hun asiel in het koninkrijk, en beloofde zijn zoon István aan de dochter van een Kumaanse khan met de naam Kuthen. De Kumanen (van origine een heidens sjamanistisch volk) bekeerden zich tot het christendom en werden gedoopt. Ze vochten zij aan zij met de Hongaren tegen de Mongolen.Béla had weinig succes met zijn pogingen de kracht van de monarchie te herstellen en wist weinig verloren kroonlanden terug te krijgen. Zijn pogingen veroorzaakten een scheuring tussen de kroon en de magnaten juist op het moment dat de Mongolen naar het westen oprukten. Zich van het gevaar bewust, beval Béla de magnaten en lagere adel te mobiliseren. Slechts weinigen gaven gehoor aan het bevel. Béla stuurde ook berichten naar paus Gregorius IX en keizer Frederik II, maar zonder resultaat. De Mongolen vernietigden Béla’s leger uiteindelijk bij de Slag bij Mohi op 11 april1241. Zijn medestander Kuthen was juist voor de invasie vermoord in Pest door wantrouwende Hongaarse edelen.Béla vluchtte naar Oostenrijk, waar hertog Frederik II van Oostenrijk hem gijzelde. Vervolgens vluchtte hij naar Trogir in Dalmatië. Daar kon hij ontkomen op een eiland. De Mongolen vernietigden de steden en dorpen van Hongarije en slachtten de helft van de bevolking af. Toen het nieuws in 1242 arriveerde dat de Grote Ögedei Khan op 11 december 1241 in Karakorum was overleden, trokken de Mongolen zich terug, waardoor Béla en wat er van zijn koninkrijk over was, gespaard werden.Béla begon vervolgens zijn land opnieuw op te bouwen, waaronder een enorm project voor de bouw van een verdedigingssysteem met kastelen tegen de dreiging van een Mongoolse terugkeer. Dit gebeurde uiteindelijk in 1261 maar ditmaal had Béla succes en kon hen verslaan. Hij geniet groot respect in Hongarije en is algemeen bekend als “de tweede stichter” van het koninkrijk.
Béla ging tot het uiterste om de westelijke helft van Hongarije terug te veroveren, dat door Frederik II in bezit was genomen als beloning voor de assistentie die hij aan Béla zou verlenen in de eerste oorlog tegen de Mongolen. Deze assistentie kwam overigens nooit. Béla versloeg Frederik in 1246, waarbij zijn tegenstander omkwam toen hij door zijn eigen cavalerie onder de voet werd gelopen. Béla was tevens betrokken in een lang gevecht met Ottokar II van Bohemen om de controle over Oostenrijk en het hertogdom Stiermarken maar slaagde er niet in deze gebieden te veroveren. Hij moest regelmatig de grenzen van zijn rijk verdedigen, waaronder ook Dalmatië, Bosnië en Servië.De slotjaren van Béla’s heerschappij werden overschaduwd door de rebellie van zijn zoon Stefan. Béla werd uiteindelijk gedwongen zijn koninkrijk in tweeën te delen, waarbij Stefan zijn eigen hoofdstad koos en een buitenlandse politiek voerde die recht tegenover die van zijn vader stond.In 1218 trouwde hij met Maria Lascaris van Byzantium (± 1206-1270), een dochter van keizer Theodorus I Lascaris en Anna Angelina. Uit dit huwelijk werden o.a. de volgende kinderen geboren:

  • H. Cunegonda van Polen (1224 – 24 juli 1292), geheiligd door de Rooms-Katholieke Kerk in 1999
  • Anna van Hongarije  (1235-), gehuwd met Rotislav IV van Galicië
  • Catharine van Hongarije
  • Z. Helena van Silezië (1235 – 11 juni 1298)
  • Elisabeth (1236-1271), die huwde met hertog Hendrik XIII van Beieren
  • Stefanus V van Hongarije (1240 – 1 augustus 1272) (Volgt 14)
  • Béla, prins van Halicz
  • Constance van Hongarije
  • H. Margaretha van Hongarije (1242 – 18 januari 1271). Zij gaf haar naam aan het Margaretha-eiland in de Donau.

13b. Jolanda van Hongarije
Dochter van Andreas II, bij diens tweede vrouw Yolande van Courtenay.
Zij was gehuwd met Jacobus I van Aragon,  bijgenaamd de Overwinnaar. Geboren Montpellier, 2 februari 1208 – Valencia, 27 juli 1276. Hij was koning van Aragon, graaf van Barcelona en heer van Montpellier van 1213 tot 1276 en koning van Majorca van 1231 tot 1276.
Zij hadden tien kinderen tot Jolanda bij het laatste stierf:

  • Jolanda (1236–1301), ook gekend als Violant, huwde met Alfons X van Castilië
  • Constance (1239–1269), huwde Juan Manuel, heer van Villena, zoon van Ferdinand III
  • Peter (1239–1285), erfgenaam van Aragon, Catalonië en Valencia
  • Jacob (1243–1311), erfgenaam van de Balearen en de Languedoc
  • Ferdinand (1245–1250)
  • Sancha (1246–1251)
  • Isabella (1247–1271) (Volgt Koningen van Aragon nr. 8a), huwde met Filips III van Frankrijk
  • Marie (1248–1267), non
  • Sancho (1250–1279), aartsbisschop van Toledo
  • Eleanor (1251, jong gestorven)

14. Stefanus V van Hongarije
Geboren rond 1240, overleden Csepel, 6 augustus 1272. Hij was koning van Hongarije van 1270 tot 1272. Zoon van koning Béla IV van Hongarije en Maria Lascaris van Byzantium.

Stefanus was gehuwd met Elisabeth, een dochter van de leider van de heidense Koemanen. Uit dit huwelijk waren er onder meer de volgende kinderen:

  • Elisabeth (1255 – 1313/1326), die eerst huwde met Záviš van Falkenštejn en nadien met koning Stefan Uroš II Milutin van Servië
  • Catharina (1257-), die huwde met koning Stefan Dragutin van Servië
  • Anna (1260-1281), die huwde met keizer Andronicus II van Byzantium
  • Maria van Hongarije (1257-1323) (Volgt 15)
  • Ladislaus IV van Hongarije (1262-1290) , die huwde met Elisabeth van Anjou, de zuster van Karel II van Napels ,
    Andreas, hertog van Slavonië.

15. Maria van Hongarije
Geboren in 1257, overleden in 1323. Dochter van Stefanus V van Hongarije en Elisabeth van de Koemanen.
In 1270 huwde zij Karel II van Anjou, bijgenaamd de Manke. Koning van Napels, Graaf van Anjou, de Provence en Maine.
Geboren in 1254, overleden te Napels op 5 mei 1309. Hij was een zoon van Karel I van Anjou (Zie Koningen van Napels nr. 1) en Beatrix van Provence (Zie Graven van Provence nr. 12).
Na het overlijden van zijn moeder in 1267 werd hij graaf van Provence.

Zij kregen de volgende kinderen:

  • Karel Martel van Anjou (1271-1295), titelvoerend koning van Hongarije
  • Margaretha van Anjou (1273-1299) (Volgt Koningen van Napels nr. 3)
  • Lodewijk (1274-1297), bisschop van Toulouse
  • Robert De Wijze (1277-1343), koning van Napels
  • Filips I van Tarente (1278-1332), prins van Tarente en van Achaea
  • Blanca (1280-1310), in 1295 gehuwd met koning Jacobus II van Aragón (1267-1327)
  • Raymond Berengar (1281-1307), graaf van Andria
  • Jan (1283-), priester
  • Tristan (1284-1286)
  • Eleonora (1289-1341), in 1302 gehuwd met koning Frederik III van Sicilië (1272-1336)
  • Maria (1290-1347), in 1304 gehuwd met koning Sancho van Mallorca (1276-1324), en in 1326 met Jacob van Ejerica (1298-1335)
  • Peter (1292-1315), graaf van Gravina
  • Jan van Anjou (1294-1336), hertog van Durrës, prins van Achaïe
  • Beatrix (1295-1321), in 1305 gehuwd met Azzo VIII d’Este (-1308), en in 1309 met Bertrand des Baux (-1351), graaf van Andria

 

 

Terug naar:

Keizers, Koningen en Hertogen

 

2 december 2015

6 december 2015