Grootvorsten van Kiev

Het Kievse Rijk is de vroeg-middeleeuwse voorloper van het huidige Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland en had als centrum de stad Kiev. Het land is ook wel bekend als het Kievse Rus, Rijk van Kiev of het Grootvorstendom Kiev.

Het Kievse Rijk sinds 1000 na Chr.

Het Kievse Rijk sinds 1000 na Chr. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Vanaf de late 8e eeuw ontstond de handelsroute van de Varjagen naar de Grieken, een handelsroute die vrijwel geheel over water ging en die Scandinavië met het Byzantijnse Rijk verbond. De route stelde de oorspronkelijk uit Zweden stammende Varjagen in staat om een profijtelijke handel met het Byzantijnse Rijk op te zetten.

De krijgshaftige Varjagen maakten de groeiende boerenbevolking in de bosgebieden schatplichtig. Ze dreven via de grote Russische rivieren een uitgebreide handel met het Byzantijnse Rijk en het Kalifaat van de Abbasiden, afgewisseld met plundertochten. In het gevolg van deze handelsreizen stichtten deze Varjagen, ook Roes genaamd, meerdere nederzettingen in het huidige Noord-Rusland, die gezamenlijk als het Kaganaat van Roes bekend werden.

Volgens de omstreeks 1113 samengestelde Nestorkroniek waren de Roes “van overzee” naar het noordoosten van Europa gekomen, waar zij een vroeg staatsbestel stichtten dat uiteindelijk in 862 onder de leiding van Rurik, vorst vanLadoga en daarna van Novgorod, kwam.

Later veroverde Oleg de Wijze, een verwant van Rurik, Kiev en stichtte daar in 882 het Kievse Rijk. Dit uitgestrekte rijk werd bewoond door oostelijke Slaven, Finnen en Balten, naast Iraanse en Turkse stammen.

Kiev

Grootvorstendom Kiev

Het rijk beleefde zijn grootste bloei onder de vorsten Vladimir de Heilige (978-1015) en Jaroslav de Wijze (1019-1054). Het Kievse Rijk was in die periode de dominante macht in Oost-Europa. Vladimir trouwde in 988 met een zus van de Byzantijnse keizer en bekeerde zich tot het orthodoxe geloof. Uit de versmelting van de Slavische, Byzantijnse en christelijke cultuur ontstond de Russische natie.

Rurik

Rurik

1. Rurik was een Vikinghoofdman. De precieze data van zijn geboorte en overlijden zijn niet bekend, maar de meest genoemde jaargetallen zijn 830 en 879. Hij was een Viking of Varjaag (Varangiër). In 862 kwam Ladoga (huidig Staraja Ladoga) onder zijn heerschappij. Nabij het latere Novgorod bouwde hij de Rjoerikovo gorodisjtsje (deHolmgard of Rurik’s vestingstadje). Daarnaast zou hij geheerst hebben over het gebied tussen de rivieren Neva en Oka. Hij wordt zowel genoemd als grondlegger van wat nu Rusland en Oekraïne is, als ook de stamhouder van het Ruriken-vorstengeslacht dat Rusland tot 1598 bestuurde. Toen hij overleed werd Oleg de Wijze regent voor zijn zoon Igor. Oleg vergrootte zijn macht richting de Dnjepr en uiteindelijk nam hij Kiev in. Vervolgens verplaatste hij zijn hoofdstad naar die stad. Hij doodde daarbij Askold en Dir. Vanuit Kiev kon hij in 911 Constantinopel aanvallen, wat uiteindelijk leidde tot een handelsverdrag waar beide partijen voordeel bij haalden.

 

Igor de Oude van Kiev

Igor “de Oude” van Kiev

2. Igor van Kiev (overleden 945) ook wel Igor de Oude genoemd, was een Varangse knjaz (prins) die heerste over het Kievse Rijk tussen 912 en 945 volgens de Nestorkroniek.
Hij was een zoon van Rurik en van Efanda prinses van Urman, Groothertogin van Novgorod .
Hij onderwierp de Slavische Drevljanenstam na een strijd in 914 en liet hen schatting betalen. Het jaar daarop wist hij als eerste Kievse vorst vrede te sluiten met de machtige Petsjenegenstam, maar raakte in 920 opnieuw in oorlog met hen.
Hij belegerde Constantinopel twee maal; in 941 en in 944. In 941 trok Igor met een grote vloot naar de stad, waarna het Kievse leger de ommelanden van Constantinopel verwoestte. Het Byzantijnse leger wist de vloot te beschadigen met Grieks vuur en wist hen daarop te verdrijven, waarna Igor zich terugtrok. De Byzantijnse vorst liet daarop waarschijnlijk de gunstige handelsverdrag met de Vangariërs verbreken. Igor trok daarop in 944 opnieuw naar de stad, naar verluidt om de privileges van het oude handelsverdrag opnieuw af te dwingen. De Byzantijnen stuurden een delegatie die het verdrag hernieuwde, maar de privileges waren minder positief voor de Vangaarse handelaren als daarvoor. De tekst van het verdrag is vermeld in de Nestorkroniek. Hierdoor werd het Kievse Rijk ook geopend voor christelijke invloeden.
Igor werd gedood bij het inzamelen van de verschuldigde schattingen van de Drevljanenstam in 945, wat weer werd gewroken door zijn vrouw; Olga van Kiev. De Nestorkroniek wijdt zijn dood aan zijn eigen extreme hebberigheid, door te zeggen dat Igor al voor de tweede keer de schatting ophaalde in die maand. Zeker is dat Igor een verhoging wilde van de schatting en gedood werd bij een veldtocht tegen de Drevljanen. Zijn zoon Svjatoslav werd bij de dood van Igor niet meteen heerser over het Kievse Rijk, daar Igors vrouw Olga het regentschap eerst op haar nam tijdens zijn minderjarigheid.

Olga van Kiev

Olga van Kiev

Olga van Kiev bijgenaamd de Heilige.
(Geboren Pskov, ca. 915 - Kiev, 11 juli 969).
Zij was van 945 tot en met 969 grootvorstin van het Kievse Rijk.
Ze was met de toekomstige grootvorst Igor van Kiev getrouwd.
Igor werd vermoord door de Drevljanen. Zijn dood werd door Olga  gewroken met verschillende veldtochten. Zij trad als regentes op omdat haar zoon Svjatoslav I nog minderjarig was.
Olga was de eerste heerser van het Kievse Rijk die zich tot het christendom liet bekeren.
Omstreeks 955 werd ze in Constantinopel gedoopt en kreeg ze de naam Helena, naar de keizerin Helena Lecapena.

Svjatoslav I

Svjatoslav I

3. Svjatoslav I (geboren 942 – overleden 972) was knjaz van het Kievse Rijk van 962 tot zijn dood in 972. Hij was de zoon van Igor en Olga. Svjatoslav weigerde zijn moeder te volgen in haar bekering tot het christendom omdat hij bang was dat hij hierdoor het respect van zijn soldaten zou verliezen. Hij bracht bijna zijn hele leven door op campagne waarbij hij het harde leven van zijn soldaten deelde. Svjatoslavs vader Igor stierf rond Svjatoslavs geboorte. Zijn moeder regeerde als zijn regentes. Svjatoslav was eerst prins van Novgorod en werd in 962 grootvorst van Kiev. Hij begon al snel een campagne tegen de Chazaren die de Wolga controleerden (tot Kiev en Wolga-Bulgarije) en grote inkomsten hadden van de tol die ze daar hieven. Eerst probeerde hij macht te krijgen over de Wolga-Bulgaren die onderworpen waren aan de Chazaren. Hij gebruikte hierbij Petsjenegen en Turken uit Centraal-Azië als huurlingen. Vervolgens verwoestte hij de Chazaarse steden Atil (de hoofdstad), Samander en Sarkel, waar hij een eigen nederzetting stichtte. Verder bestond zijn campagne tegen de Chazeren vooral uit plundering en verwoesting. Hij deed geen poging hun rijk blijvend te bezetten; wel werden de invloed en de controle over de handelsroutes, en ook de aanwezigheid van de Russische bevolking, sterk naar het oosten en het zuiden uitgebreid. Algemeen wordt aangenomen dat deze campagne werd uitgevoerd als gevolg van politieke samenwerking met het Byzantijnse rijk. De Russen namen ook deel aan een Byzantijnse expeditie tegen Kreta.
In 967 viel Svjatoslav op verzoek van Byzantium (en in ruil voor 15000 pond in goud) de Bulgaren aan met een leger van 50.000 man, waaronder duizenden Petsjenegeense huurlingen. Svyatoslav versloeg de Bulgaren maar nu werden de Petsjenegen door de Byzantijnen betaald om de Russen aan te vallen. In 968 belegerden ze Kiev maar trokken zich terug toen ze de lijfwacht van een van Svjatoslavs aanvoerders zagen en dachten dat dit de voorhoede van het hele leger was. Olga stuurde een brief aan Svjatoslav waarin ze hem op zijn plichten wees en hij keerde terug naar Kiev en versloeg de Petsjenegen. Svyatoslav weigerde zijn veroveringen in Bulgarije af te staan aan Byzantium, zoals oorspronkelijk was overeengekomen, en verplaatste in 969 zijn hoofdstad naar de monding van de Donau. Hij stelde zijn drie zoons aan als bestuurder van districten in het thuisland. Met een leger, waarin ook Hongaren en Petsjenegen, viel hij Thracië binnen. Ze veroverden Plovdiv (stad) waar de bevolking werd uitgemoord. De nieuwe Byzantijnse keizer Johannes I Tzimiskes probeerde tot een vergelijk te komen maar Svyatoslav reageerde door Adrianopel te belegeren. Dit leidde tot paniek in Constantinopel. Svjatoslav had toen ook diplomatiek contact met Otto I de Grote, die in Italië een conflict met het Byzantijnse rijk had. In 970 trok het Russische leger naar Constantinopel en werd 100 km ten westen van de stad verslagen bij Arcadiopolis. De Byzantijnen trokken door de bergen Bulgarije binnen en veroverden Devnya waar ze een aantal Bulgaarse gijzelaars in handen krijgen. Svyatoslav werd in 971 twee maanden belegerd tijdens het Beleg van Dorostolon. Daarna werd een regeling getroffen. In ruil voor vrije aftocht en voorraden voor de reis, trok Svyatoslav zich terug, stond zijn veroveringen op de Balkan af aan het Byzantijnse Rijk en zag af van aanspraken op de Krim. Geteisterd door honger trok het leger van Svyatoslav naar Kiev. Ondanks waarschuwingen van zijn bevelhebbers waagde Svyatoslav zich aan de oversteek van de Dnjepr bij de stroomversnellingen. Daar werd hij in een hinderlaag door de Petsjenegen gedood, die daartoe door de Byzantijnen waren opgestookt. De khan van de Petsjenegen maakte een drinkbeker van de schedel van Svyatoslav.
Svjatoslav was de eerste heerser van Kiev-Roes’ wiens naam van zuiver Slavische origine is, in tegenstelling tot zijn voorgangers, wier namen uit het Oudnoords komen. Bij andere Slavische volkeren werd er echter geen variant van zijn naam gevonden. En zelfs in Kiev-Roes’ kwam zijn naam (alsook die van zijn opvolgers Vladimir, Jaroslav en Mstislav) enkel in het geslacht der Ruriken voor.
Volgens een Byzantijns verslag van de onderhandelingen bij Silistra, was hij van gemiddelde lengte en lichaamsbouw, schoor zijn hoofd en baard, maar liet een lange snor staan en een kuif op de zijkant van zijn hoofd, als teken van zijn adellijke afkomst. Hij droeg schone, witte kleding en sieraden, één grote gouden oorring met een robijn en twee parels.
Na Svjatolavs dood stegen de spanningen tussen zijn zonen, en brak er een burgeroorlog uit tussen Oleg en Jaropolk, waarbij Oleg gedood werd en Jaropolk zijn opvolger werd. In 977 vluchtte Vladimir, de jongste broer, naar Scandinavië om te ontsnappen aan het lot van Oleg; daar verzamelde hij een leger en keerde in 980 terug.

Svjatolav had meerdere vrouwen:

  • hij was gehuwd met een Hongaarse prinses die in Kiev onder de naam Predslava bekend was, zij hadden ten minste een zoon: Jaropolk I van Kiev.
  • bij een bijvrouw Esfir had hij een zoon Oleg (ovl. ca. 976). Oleg werd in 969 door zijn vader benoemd tot bestuurder van de Drevelyanen. Hij verongelukte en stierf tijdens een conflict met Jarapolk over jachtrechten. In 1044 werd zijn lichaam opgegraven, gedoopt en herbegraven in Kiev.
  • bij een bijvrouw Malusha (ca. 944 – 1002) had hij een zoon Vladimir van Kiev (Volgt 4). Malusha was dochter van Malk van Liubech en zij was de huismeesteres van Olga.
Vladimir I van Kiev

Vladimir van Kiev

4. Vladimir van Kiev of Vladimir de Heilige, de Grote of de Apostelgelijke (Kiev of Boedoetin, 956 – Berestove, 15 juli 1015) was grootvorst van Kiev en geheel Rusland. Hij was een kleinzoon van de H. Olga en werd na zijn dood vereerd als de bekeerder van Rusland. De naam “Vladimir” is het gevolg van volksetymologie: in het moderne Russisch betekent hij “heerser van de wereld”, maar in werkelijkheid is de naam de Slavische versie van het Oudnoordse “Waldemar”, wat “beroemd door macht” betekent.

Hij was de jongste zoon van de heerser van Kiev, Svjatoslav (zoon van Olga) en diens minnares Maloesja. Over Maloesja doen verschillende overleveringen de ronde: volgens een daarvan was ze een prinses van de Drevljanen, gevangengenomen en tot slavin gemaakt door Olga nadat ze de moord op haar echtgenoot Igor gewroken had. Omdat Olga de verhouding tussen Svjatoslav en Maloesja afkeurde, zou zij Maloesja hebben laten bevallen in het land van de Drevljanen (ongeveer het huidige Galicië). Volgens andere overleveringen was ze de hof-waarzegster van Svjatoslav, of het hoofd van de huishouding van Olga of Svjatoslav.
Voor zijn dood in 972 verdeelde Svjatoslav zijn rijk onder zijn twee wettelijke zonen: Jaropolk krijgt het hertogdom Kiev, Galicië gaat naar Oleg.
Nog tot de 18e eeuw zouden Rusland en zijn voorlopers, het Kievse Rijk en Grootvorstendom Moskou, het zonder vaste opvolgingsregels moeten doen. Het resultaat was dat bijna elke troonopvolging tot een burgeroorlog leidde. Toen Novgorod in 970 tegen de verdeling in opstand dreigde te komen weigerden beide zoons daarheen te gaan om de mogelijke opstand te bezweren. Svjatoslav zond daarop Vladimir (begeleid door zijn oom, Dobrynja) naar Novgorod en droeg het bestuur over die stad aan Vladimir over. Van 972 tot 977 woedde in het Kievse Rijk een burgeroorlog tussen Jaropolk en Oleg. Na de nederlaag van Oleg vluchtte Vladimir naar de Varjagen in Scandinavië, waar hij troepen ronselde om Novgorod en tenslotte heel Rusland terug te veroveren.
Hoewel het christendom zich al sedert de negende eeuw verspreid had in het Kievse rijk, en zowel de Duitse keizer Otto I de Grote als de Byzantijnse keizers missionarissen gestuurd hadden, waren de heersers van Kiev steeds heiden gebleven. Volgens de overlevering had Vladimir gezanten uitgezonden naar Rome, Constantinopel, de joodse Chazaren en het islamitische Wolga-Bulgarije om het beste geloof vast te stellen. In elk geval besloot Vladimir, die zelf zeven vrouwen en honderden concubines had, dat het moment gekomen was om zich te bekeren tot de monotheïstische godsdienst die volgens hem Rusland het meeste voordeel zou verschaffen: de Byzantijnse liturgie van het christendom, die de lokale kerken meer autonomie bood dan Rome (inzake taal van de liturgie) terwijl de vorst meer controle uitoefende over de lokale kerk dan volgens de in het westen geldende regels.
In 988 liet Vladimir zich in Chersonesos dopen. Volgens de overlevering kreeg hij daarbij zijn gezichtsvermogen terug, dat hij door een oogziekte tijdelijk verloren had. Vanaf de Krim kwam hij met zijn nieuwe bruid naar Kiev terug. Deze vorm van bekering sprak veel meer tot de verbeelding van de Kievse bevolking dan een bekering door een gewone priester in Kiev.
Nadat hij de leden van zijn familie bekeerde, en zijn vele vrouwen verstoten had, liet Vladimir het houten afgodsbeeld van Peroen neerhalen, door paarden meeslepen, geselen en in de Dnjepr werpen. Hij beviel alle inwoners van Kiev zich tijdens een massale plechtigheid te laten dopen. Iedereen werd opgeroepen naar de Dnjepr te komen, waarna de priesters vanaf de oever de doopgebeden voorlazen, waarbij hele groepen inwoners onder dezelfde naam aangeroepen werden.

Naar het einde van zijn leven verdeelde Vladimir het rijk van Kiev onder zijn twaalf zonen: een beslissing die volgens velen de eerste stap is geweest tot de versplintering van Rusland in kleine vorstendommetjes. Vladimir stierf op 15 juli 1015 in Berestovo op weg naar Novgorod om zijn zoon Jaroslav te straffen die zich te onafhankelijk had opgesteld. Na zijn dood maakte Vladimirs zoon Svjatopolk zich tijdelijk meester van Kiev. Hij laat zijn broers Boris en Gleb vermoorden, die later evenals Olga en Vladimir heilig verklaard werden.

De onrust in het Kievse rijk hield aan tot Jaroslav de Wijze zich meester maakt van de troon. In de tussentijd werd het Rijk der Chazaren in 1016 door de nomadischePetsjenegen onder de voet gelopen, en Byzantium had zich in 1018 meester gemaakt van het Eerste Bulgaarse Rijk.

Jaroslav de Wijze

Jaroslav de Wijze

5. Jaroslav de Wijze (geboren Kiev, ca. 978 – Vychhorod, 20 februari1054) was een van de vele zonen van Vladimir van Kiev en uiteindelijk alleenheerser van het rijk van Kiev. Als jonge man werd Jaroslav door zijn vader benoemd tot bestuurder van Rostov. In 1010 kreeg hij het bestuur over Novgorod; in die periode stichtte hij ook de stad Jaroslavl aan de Wolga. In 1014 kreeg hij een conflict met zijn vader over belastingen. Vladimir dreigde met oorlog maar dat werd voorkomen door zijn dood in 1015. Jaroslav werd zelfstandig vorst van Novgorod.
Als de oudste van de dynastie probeerde Svjatopolk van Toerov de macht over het gehele Kievse Rijk te verwerven. Jaroslav wist Svjatopolk te verslaan, die zijn toevlucht zocht bij zijn schoonvader Bolesław I van Polen. Bolesław en Svjatopolk versloegen Jaroslav in 1018 en Jaroslav moest Kiev en zijn koninklijke schat prijsgeven. In 1019 kon Jaroslav, met steun van keizer Hendrik II de Heilige, Kiev weer heroveren en Svjatopolk verdrijven. In deze periode van conflicten werden de meeste van de broers en halfbroers van Jaroslav onder onduidelijke omstandigheden vermoord, waaronder Boris en Gleb die heilig werden verklaard. Jaroslavs’ broer Soedislav werd levenslang opgesloten. Jaroslav vaardigde ook het eerste Slavische wetboek uit. Hij gaf bijzondere voorrechten aan Novgorod, wat het begin markeerde van de Republiek Novgorod. In 1024 kwam het tot een conflict met zijn broer Mstislav. Toen Mstislav Jaroslav had verslagen deelden zij het Kievse Rijk langs de Dnjepr, waarbij Jaroslav de stad Kiev en het westelijke deel van het rijk kreeg; Mstislav vestigde zich oostelijk in het vorstendom Tsjernigov (huidig Tsjernihiv).

Keizer Koenraad II de Saliër sloot een bondgenootschap met Jaroslav tegen Polen. In een gezamenlijke oorlog verwierf Jaroslav het oosten van Galicië. Hij steunde Casimir I van Polen om koning van Polen te worden en sloot een bondgenootschap met hem. Hij onderwierp de regio rond Tartu en bouwde daar een kasteel. Vervolgens moest Jaroslav terugkeren naar Kiev dat werd belegerd door de Petsjenegen. Nadat Mstislav in 1036 was overleden kon Jaroslav het rijk herenigen en wist hij de Petsjenegen definitief te verslaan. In datzelfde jaar bouwde hij de Sint-Sofiakathedraal in Kiev, ook stichtte hij de Sofiakathedraal in Novgorod.

Een aanval over zee op Constantinopel in 1043 liep uit op een mislukking maar Jaroslav wist wel een gunstig vredesverdrag te sluiten met het Byzantijnse Rijk. Hij verfraaide Kiev naar het voorbeeld van Constantinopel (hij liet o.a. een Gouden Poort bouwen) en maakte de kerk onafhankelijker van Byzantium. Zonder het medeweten van Byzantium gaf hij Russische priesters belangrijke taken in de kerk in Novgorod en Kiev. Hij breidde de handelscontacten met andere landen uit. Ook bepaalde Jaroslav dat de Russische kerk niet door een aartsbisschop maar door een metropoliet moest worden geleid. De eerste was Theopempt, een Byzantijn – de metropolieten van Kiev kwamen aanvankelijk uit Constantinopel – maar de taal van de liturgie was vanaf het begin Slavisch en niet Grieks.

Jaroslav werd begraven in de Sofiakathedraal in Kiev. Volgens een Scandinavische overlevering zou hij kreupel zijn als gevolg van een pijlwond. Onderzoek van het skelet van Jaroslav heeft dat bevestigd.

In zijn eerste huwelijk was Jaroslav getrouwd met een onbekende vrouw. Zij kregen een zoon Ilja, die jong overleed. in 1019 trouwde Jaroslav met Ingegerd (ca. 1001 – 10 februari 1050), een dochter van Olof II van Zweden (Zie Koningen van Zweden nr. 8) en Estrid van Mecklenburg. Ingegerd was oorspronkelijk verloofd met Olaf II van Noorwegen maar die verloving werd verbroken om met Jaroslav te kunnen trouwen. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Vladimir (1020 – Novgorod, 1052), 1043 prins van Novgorod en onderwierp stammen in het zuiden van Finland. Leidde rond 1045 een mislukte plundertocht naar Constantinopel. Begraven in de Sofiakathedraal van Novgorod. Zijn zoon Rostislav legde de basis voor het groothertogdom Galicië-Wolynië. Rostislav kreeg ook het bestuur over een regio aan de Zwarte Zee en zou daar in 1065 door Grieken zijn vergiftigd.
  • Anastasia (6a), tweede vrouw van Andreas I van Hongarije, na diens dood non in de abdij van Admont
  • Izjaslav I van Kiev
  • Elisabeth huwde met koning Harald III van Noorwegen.
  • Svjatoslav II van Kiev
  • Vsevolod I van Kiev (Volgt 6b)
  • Vjatsjeslav (ovl. ca. 1057), prins van Smolensk
  • Anna van Kiev (Volgt 6c) gehuwd met Hendrik I van Frankrijk
  • Igor, opvolger van Vjatsjeslav als prins van Smolensk

In Oekraïne is in 1995 de Orde van Vorst Jaroslav de Wijze ingesteld die naar hem vernoemd is.

6a. Anastasia van Kiev
Geboren rond 1023 – overleden Admont, tussen 1074 en 1096. Zij was koningin van Hongarije door haar huwelijk met koning Andreas I. Zij was de oudste dochter van de Kievse grootvorst Jaroslav de Wijze en Ingegerd van Zweden. Na de dood van Andreas I speelde ze een belangrijke rol bij het mobiliseren van Duitse militaire steun voor haar zoon Salomo van Hongarije in zijn strijd om de troon.

De kinderen van Andreas en Anastasia waren:

  • Adelheid (Volgt Koningen van Hongarije nr. 7b)
  • Salomo van Hongarije
  • David (ovl. na 1094), met zijn moeder gevlucht naar Oostenrijk, later hertog in Hongarije, begraven in de abdij van Tihany.

6b. Vsevolod I van Kiev (Russisch: Всеволод I Ярославич)
Geboren 1030, overleden te Kiev, 13 april 1093. Hij was van 1078 tot zijn dood grootvorst van Kiev.

Vsevolod was de vierde en favoriete zoon van Jaroslav de Wijze, uit zijn tweede huwelijk met Ingegerd van Zweden.Om een wapenstilstand met het Byzantijnse Rijk in 1046 te bezegelen, huwde zijn vader hem met een verwante van keizer Constantijn IX Monomachos. Vaak wordt beweerd dat ze een dochter van Constantijn was (met de naam Anastasia, Maria of Irina) maar daar is geen bewijs voor. Na de dood van zijn vader in 1054, werd hij prins van Perejaslav, Rostov en Soezdal. Samen met zijn oudere broers Izjaslav (grootvorst van Kiev) en Svjatoslav, voerde hij oorlog tegen de Koemanen en stelde hij wetten op. Ca. 1062 werd Vsevolod verslagen door de Koemanen en moest hij zicht terugtrekken op Kiev. In 1073 verdreven Svjatoslav en Vsevolod samen Izjaslav. Svjatoslav werd grootvorst en Vsevolod werd prins van Tsjernigov, als opvolger van Svjatoslav.Na de dood Svjatoslav (1076) werd Vsevolod als grootvorst gekozen. Oleg, de zoon van Svjatoslav, eiste Tsjernihiv op. In 1077 moest Vsevolod aftreden als grootvorst ten gunste van Izjaslav. Vsevolod verdreef daarop Oleg uit Tsjernihiv maar moest de stad weer opgeven toen Oleg terugkwam met steun van de Koemanen. Vsevolod en Izjaslav versloegen Oleg weer op 3 oktober 1078, Izjaslav werd in die slag gedood.

Na de dood van Izjaslav werd Vsevolod opnieuw grootvorst van Kiev. Vsevolod had bewezen geen succesvol militair te zijn en liet het oorlog voeren bij voorkeur over aan zijn oudste zoon Vladimir Monomach. Vsevolod was een ontwikkeld man die vijf talen sprak en de Griekse klassieken kende. De laatste jaren van zijn leven was hij ernstig ziek en werd de regering door Vladimir waargenomen. Vsevolod werd begraven in de Sint-Sofiakathedraal (Kiev). Hij werd opgevolgd door Svjatopolk II van Kiev.

Vsevolod had bij zijn onbekende Byzantijnse vrouw (ovl. 1067) één kind:

Vsevolod hertrouwde met een Koemaanse prinses. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Rostislav, (1070 – 26 mei 1093), prins van Pereiaslav, verdronk op campagne tegen de Koemanen toen hij zich na een verloren veldslag met Svjatopolk II en Vladimir Monomach moest terugtrekken over de rivier de Stuhna. Begraven in de Sint-Sofiakathedraal (Kiev);
  • Eupraxia van Kiev;
  • Jekaterina (ovl. 11 augustus 1108), non;
  • onbekende dochter, ovl. 1089;
  • Anna Vsevolodovna (ovl. 3 november 1112), abdis van Janczyn (bij Lviv), haalde in 1089 metropoliet Johannes III van Kiev op uit Constantinopel.

Anna van Kiev

Anna van Kiev

6c. Anna van Kiev (geboren Kiev, 1036 – overleden 5 september 1075/1078) was een dochter van de vorst van Kiev, Jaroslav de Wijze en Ingegred van Zweden. Na de dood van zijn eerste echtgenote Mathilde, zocht Hendrik I van Frankrijk in de Europese vorstenhuizen een nieuwe echtgenote, maar hij vond niemand die niet nauw met hem verwant was. Tenslotte vond hij een nieuwe echtgenote in het afgelegen Kiev en huwde met Anna in 1051.

Anna introduceerde de Griekse naam Filips in West-Europa. Zij bracht een missaal mee naar Frankrijk dat sindsdien in de kathedraal van Reims werd gebruikt om nieuwe koningen en koninginnen in te zweren. Het missaal was in Oudkerkslavisch en kon in 1771 nog door Peter de Grote worden gelezen.

Na de dood van Hendrik in 1060, was Anna (samen met Boudewijn V van Vlaanderen) regentes over haar zoon Filips I. Anna was een geletterde vrouw – hoogst uitzonderlijk voor die tijd – maar toch riep zij enige tegenstand op wegens haar onvoldoende kennis van het Frans. In 1062 hertrouwde zij met Rudolf van Valois, die voor Anna zijn vrouw Eleonora verstootte. Het koppel werd daarop door paus Alexander II geëxcommuniceerd wegens overspel. Anna moest daardoor haar positie aan het hof opgeven. In 1065 stichtte ze een kerk en abdij te Senlis (Oise). Na het overlijden van Rudolf in 1074 keerde ze terug aan het hof. Ze is begraven in de abdij van La Ferté-Alais.

Zij werd de moeder van:

  1. Filips I van Frankrijk (23 mei 1052 – 30 juli 1108) (Volgt Stamreeks Karel de Grote II nr. 11)
  2. Hugo I van Vermandois (1057 – 1102) (Volgt Stamreeks Karel de Grote VIII nr. 10)
  3. Robert (ca. 1055 – ca. 1060)
  4. Emma.

7. Vladimir II Monomach (Russisch: Владимир Мономах)
Geboren te Kiev in 1053, overleden 19 mei 1125. Hij was van 1113 tot aan zijn dood grootvorst van Kiev.

Hij was de zoon van Vsevolod I en een niet met naam bekende verwante van de Byzantijnse keizer Constantijn Monomachus, van wie hij de bijnaam Monomach overnam (uit het Grieks: “μονόμαχος” = “eenzame strijder” / “(iemand) die-alleen-strijdt”).Vladimir was prins van Smolensk in 1077 en werd in 1078 ook vorst van Tsjernigov. In 1097 organiseerde een hij een conferentie in Ljoebetsj (bij Tsjernihiv) om politieke twisten tussen de Russische prinsen op te lossen. Vladimir werd daardoor prins van Perejaslav (bij Kiev) en een aantal noordelijke gebieden zoals Rostov Veliki en Soezdal. In deze gebieden stichtte hij verschillende nieuwe steden, onder andere het naar hem genoemde Vladimir, de toekomstige hoofdstad van Rusland. In 1107 versloeg Vladimir de Koemanen. Toen Svjatopolk II in 1113 overleed, riep de bevolking van Kiev Vladimir naar de hoofdstad. Eerst weigerde hij maar hij werd er later geestdriftig onthaald en regeerde er tot aan zijn dood in 1125. Hij onderwierp de meer onafhankelijke prinsen in het Kievse Rijk en liet de meeste prinsdommen door zijn zoons besturen. Hierdoor kende het Kievse Rijk interne rust en welvaart. Het bewind van Vladimir wordt algemeen als een (laatste) bloeiperiode van het Kievse Rijk beschouwd.Vladimir schreef (of dicteerde) een document met Richtlijnen voor zijn kinderen. Hierin vertelde hij over zijn eigen bestuur en gaf hij instructies aan zijn kinderen. Vladimir vermeldde dat hij 83 militaire campagnes leidde en 19 maal vrede sloot met de Koemanen. Hij beschreef zichzelf als een rechtvaardig vorst die zorgde voor de belangen van het volk. Vladmimir geloofde in een balans van rechten en plichten tussen de adel en de boeren, en de taak van de vorst om die balans te bewaren. Zoals ook uit zijn Richtlijnen blijkt, voerde hij een aantal hervormingen door, die de bedoeling hadden de sociale spanningen in de hoofdstad Kiev te kanaliseren.

Vladimir Monomach is begraven in the Sint-Sofiakathedraal in Kiev. Verschillende legenden zijn aan zijn naam verbonden. Hij zou de beroemde Vladimirskaja-icoon (of “de Moeder Gods van Vladimir”) vanuit Constantinopel naar Rusland overgebracht hebben. Ook wordt de Kroon van Monomach, waarmee tot in 1682 de vorsten van Moskovië en de tsaren van Rusland werden gekroond, naar hem genoemd – maar die kroon is in de veertiende eeuw in Centraal-Azië vervaardigd.

Vladimir was in zijn eerste huwelijk (ca. 1070) getrouwd met Gytha (ca. 1055 – 10 maart 1098/1099), buitenechtelijke dochter van Harold II van Engeland en Ealdgyth Svannesha. Saxo Grammaticus beschrijft dat de buitenechtelijke kinderen van Harold werden opgenomen door hun verwant Sven II van Denemarken (Harold en Sven waren volle neven). Sven huwelijkte Gytha uit aan Vladimir. Gytha trok naar het Heilige Land en overleed daar als non. Vladimir en Gytha kregen de volgende kinderen:

  • Mstislav I van Kiev (Volgt 8)
  • Izjaslav (1077 – Moerom, 6 september 1096), prins van Koersk, begraven in de Sofiakathedraal (Novgorod);
  • Svjatoslav (ca. 1080 – 16 maart 1114), in 1095 gijzelaar bij de Koemanen, prins van Tsjernihiv, Smolensk en Perejaslav ;
  • Jaropolk (ovl. 18 februari 1139), prins van Perejaslavl, grootvorst van Kiev als Jaropolk II, getrouwd met Elena van Ossetië;
  • Vjatsjeslav (1083 – 2 Februari 1154), prins van Smolensk (1113–1125), Toerov (1125–1132, 1134–1146), Perejaslavl (1132–1134, 1142), Peresopnitsa (1146–1149), Vysjgorod bij Kiev (1149–1151) en (mede-)grootvorst van Kiev (1139, 1151–1154).
  • Marina (ovl. 1146), getrouwd met Leon Diogenes. Leon was een bedrieger die zich uitgaf voor een zoon van Romanos IV Diogenes, hij werd een aanvoerder van de Koemanen maar werd vermoord op 15 augustus 1116.

Vladimir hertrouwde met een onbekende vrouw, sommige teksten identificeren haar als een adellijke dame uit het Byzantijnse Rijk, mogelijk met de naam Eufemia. Vladimir kreeg de volgende kinderen uit zijn tweede huwelijk:

  • Roman (ovl. 6 januari 1119), prins van Wolynië;
  • Euphemia, gehuwd met Koloman van Hongarije;
  • Eupraxia (obl. 1109);
  • Agafia, gehuwd met Vsevolod van Grodno;
  • Joeri Dolgoroeki;
  • Andrej, prins van Wolynië, gehuwd met een kleindochter van khan Tugor van de Koemanen.

In zijn derde huwelijk trouwde Vladimir met een dochter van khan Aepa van de Koemanen. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.

8. Mstislav I Vladimirovitsj, bijgenaamd “de Grote“, (Russisch: Мстислав Владимирович Великий)
Geboren te Toerov op 1 juni 1076, overleden te Kiev op 14 april 1132. Hij was vanaf 1125 tot aan zijn dood grootvorst van Kiev. Hij was de zoon van Vladimir Monomach en Gytha, volgens bronnen uit de dertiende eeuw was Gytha een buitenechtelijke dochter van Harold II van Engeland – vermoedelijk Eadgyth (ca. 1055 – Heilige Land, 10 maart 1099). Mstislav komt in de saga’s voor onder de naam Harald. Hij is gedoopt met de naam Theodorus.

Als eerste in lijn voor de opvolging van zijn vader bestuurde Mstislav gedurende twee periodes Novgorod (1088-1093) en (1095-1117). In 1094 bestuurde hij Rostov. In 1117 kreeg hij het bestuur van Belgorod Kievsky (bij Kiev) en kreeg hij aandeel in het bestuur van zijn vader. Mstislav bouwde een groot aantal kerken in Novgorod, waaronder de Nicolaaskathedraal en het Antoniusklooster. Mstislav voerde verschillende oorlog tegen de Koemanen en de Esten, tevens versloeg hij zijn oom Oleg van Tsjernihiv in 1096.Mstislav volgde zijn vader op in 1125. Hij bleef op grote schaal oorlog voeren tegen de Koemanen (1129), de Esten (1130), de Litouwers (1131) en het Vorstendom Polotsk (1127, 1129). Mstislav verbande de meeste leden van de regerende familie van Polotsk naar het Byzantijnse Rijk. Hij liet Polotsk besturen door zijn zoon Sviatopolk, maar die zou in 1139 worden verdreven door de bevolking van de stad Polotsk, die vervolgens de bannelingen terug liet komen. Ook liet Mstislav een aantal kerken bouwen in Kiev waaronder een familie-grafkerk in Berestovo en een Mariakerk.Toen Mstitislav in 1135 overleed werd hij opgevolgd door zijn broer Jaropolk. Het einde van de regering van Mstislav was ook het einde van de eenheid van het Kievse Rijk. Jaropolk, zijn jongere broer Joeri Dolgoroeki en Mstislav’s schoonzoon Vsevolod II van Novgorod, zoon van Oleg van Tsjernihiv, begonnen een machtsstrijd die generaties zou voortduren.

Mstislav trouwde ca. 1095 met Kristina van Zweden, dochter van koning Inge I van Zwedenen Helena, zij kegen de volgende kinderen:

  • Vsevolod Mstislavitsj;
  • Ingeborg (ovl. na 1131) trouwde met Knoet Lavard;
  • Malmfrida (ovl. na 1137) trouwde met Sigurd I van Noorwegen en Erik II van Denemarken;
  • dochter (Rogneda?), 1112 getrouwd met Jaroslav van Wolynië (ovl. 1123), gescheiden in 1118. Ze kregen twee kinderen: Vjatsjeslav, prins van Smolensk, en Pribislava, getrouwd met Ratibor van Pommeren;
  • Maria, trouwde met Vsevolod II van Novgorod;
  • Izjaslav, later grootvorst van Kiev;
  • Ksenia, getrouwd met Brjatsjislav van Polotsk;
  • Svjatopolk (ovl. 1154), vorst van Polotsk (1132), Novgorod (1142-1148), Wolynië (1147);
  • Dobrodjeja, veranderde haar naam in Eupraxia, (ovl. voor 1136), trouwde met Alexios Komnenos (1106-zomer 1142), medekeizer van zijn vader Johannes II Komnenos. Hun dochter Maria trouwde met Alexios Axuches, hertog van Cilicië, zij stierf krankzinnig;
  • Rostislav, vorst van Smolensk, Novgorod en grootvorst van Kiev.

Kristina overleed op 18 januari 1122 en in dat jaar hertrouwde Mstislav met Ljoebava Dmitriejevna, dochter van de bojaar Dmitri Zaviditsj uit Novgorod. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Euphrosina van Kiev (Volgt 9)
  • Vladimir (1132-30 mei 1174), trouwde met een dochter van Beloš Vukanović, paltsgraaf en opperbevelhebber van Hongarije.

 

9. Euphrosina van Kiev
Geboren circa 1130 – circa 1193) Zij was koningin-gemalin van Hongarije.
Euphrosina was de oudste dochter van grootvorst Mstislav I van Kiev en diens tweede vrouw Ljoebava Saviditsj. In 1146 huwde ze met koning Géza II van Hongarije.

Als koningin-gemalin van Hongarije bemoeide Euphrosina zich niet met de binnenlandse politiek. Toen na de dood van haar man in 1162 haar oudste zoon Stefanus III de Hongaarse troon besteeg, kreeg ze echter veel meer invloed. De jonge Stefanus moest immers oorlog voeren tegen zijn ooms Ladislaus en Stefanus, die ook de Hongaarse troon wilden bestijgen. Euphrosina speelde een actieve rol in deze oorlog. Zo kon ze koning Wladislaus II van Bohemen ervan overtuigen om een leger te sturen om de invasie van keizer Manuel I Komnenos van het Byzantijnse Rijk, die Ladislaus en Stefanus steunde, af te slaan.Na de dood van Stefanus III in 1172, probeerde Euphrosina haar jongste zoon Géza, die haar lievelingszoon was, op de Hongaarse troon te zetten. Ze wou namelijk de opvolging verzekeren, omdat haar oudere zoon Béla III aan het hof van Manuel I Komnenos leefde. Béla kwam echter naar Hongarije en liet zich in januari 1173 tot koning kronen. Kort daarna liet hij Géza arresteren, wat voor toenemende spanningen tussen Béla en zijn moeder zorgde. Met de hulp van zijn moeder kon Géza ontsnappen, maar in 1177 werd Géza opnieuw gearresteerd.In 1186 probeerde Euphrosina opnieuw om Géza vrij te krijgen, maar dat mislukte. Vervolgens liet Béla zijn moeder arresteren en haar gevangenzetten in een fort in de regio Braničevo. Na korte tijd werd Euphrosina terug vrijgelaten, op voorwaarde dat ze naar Constantinopel verhuisde. Later verhuisde Euphrosina via Constantinopel naar Jeruzalem, waar ze zuster in het klooster van de Orde van Malta en in het basiliaanse Sint-Sabbasklooster werd.

Rond het jaar 1146 huwde ze met koning Géza II van Hongarije. Ze kregen volgende kinderen:

  • Elisabeth (circa 1144/49 – na 1189), gehuwd met hertog Frederik van Bohemen
  • Stefanus III (1147-1172), van 1162 tot 1172 koning van Hongarije.
  • Béla III (1148-1196), van 1172 tot 1196 koning van Hongarije (Volgt Koningen van Hongarije nr. 11)
  • Géza (1151 – voor 1210)
  • Árpád, stierf op jonge leeftijd
  • Odola (1156-1199), gehuwd met prins Svatopluk van Bohemen.
  • Helena van Hongarije (1158-1199), gehuwd met hertog Leopold V van Oostenrijk
  • Margaretha (1162 – voor 1208), gehuwd met Isaac Makrodukas en met ispán Andreas van Somogy

Terug naar:

Keizers, Koningen en Hertogen

 

 

 

handtekening 2015