Berkel en Rodenrijs

 

Gemeente Berkel en Rodenrijs in 1867, door J. Kuijper. 1400 inwoners

Berkel en Rodenrijs  is een plaats en een voormalige ambachtsheerlijkheid en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Op 1 januari 2007 is de gemeente Berkel en Rodenrijs samengegaan met de gemeenten Bergschenhoek en Bleiswijk in de nieuwe gemeente Lansingerland. De plaats Berkel en Rodenrijs telt 28.712 inwoners (1 januari 2015).

Het dorp Berkel lag in een gebied dat van oudsher ‘Rodenrise’ werd genoemd. De oudste akten maken melding van ‘Berckel dat in Roodenrise is gelegen’. Er is volgens deze akten geen sprake van dat er ooit twee dorpen waren, maar het dorp is altijd aangeduid als ‘Berckel ende Rodenrise’.

Voor Berkel geldt het jaar 963 als start, terwijl in Rodenrijs in 922 al een kapel lijkt te zijn gebouwd.

Hoewel in 1963 het 1000-jarig bestaan van Berkel en Rodenrijs is gevierd, is hiervan weinig verdere onderbouwing te vinden. Berkel bestond in het jaar 963 wellicht dus wel, maar eerst in het jaar 1062 is Berkel als nederzetting gesticht.

De eventuele oorsprong van de namen van de gemeente (Rodenrijs van rijshout, Berkel van Berkelo = berkenbos) kent ook geen echte onderbouwing.

Het is allemaal wat onzeker, die geschiedschrijving over de periode vóór 1600. Dat is vermoedelijk te wijten aan Spaanse soldaten die in 1574 de kerk, de voorloper van onze dorpskerk, binnendrongen en de daar aanwezige ambachtskist plunderden. Het was ze, bij gebrek aan soldij, om geld te doen, maar ze troffen alleen ambtelijke stukken aan. Uit woede verscheurden en verstrooiden ze die.

Waarschijnlijk is daarmee  de belangrijke kennis van de Berkelse historie verloren gegaan.
Bron: Historische Vereniging Berkel en Rodenrijs.

In Berkel en Rodenrijs begint de vervening ten noorden en ten zuiden van de dorpskern van Berkel. Op de kaart van Cruquius is te zien dat aan het begin van de achttiende eeuw het gebied ten noorden van de dorpskern van Berkel vrijwel geheel is ontveend. De turf werd met scheepjes via de kanalen naar de steden getransporteerd. Door vervening en door afkalving werden de legakkerssteeds kleiner. Petgaten groeiden aaneen tot grote veenplassen. Rond 1750 kwamen Rodenrijs, Berkel en Noordeinde aan de rand van, of soms tussen de plassen te liggen. De dorpen, dijken en polderkaden werden door het water bedreigd.

Eind achttiende eeuw werd de situatie in Berkel en Rodenrijs gevaarlijk. Het dorpsbestuur besloot daarom actie te ondernemen en de plassen droog te leggen. De windmolen was hierbij een onmisbaar hulpmiddel. Zeven nieuwe molens kwamen in bedrijf. Als eerst werden de Noordpolder, de Westpolder en de Zuidpolder drooggelegd (1774-1777). De drooggevallen bodem van de plassen werd vervolgens opnieuw ingedeeld. De oude, soms onregelmatige verkaveling werd vervangen door strakke rechthoekige kavels. De vruchtbare grond in de droogmakerijen bracht een periode van grote bloei voor de boeren.

Tegelijk met de droogmaking van de Noordpolder, Westpolder en Zuidpolder ontstonden door de voortgaande vervening aan de westzijde van de Rodenrijse- en Noordeindseweg nieuwe plassen. Die verveningen vonden vanuit verschillende wegen tegelijk plaats en bovendien vanuit de oevers van het Westmeer en het Oostmeer, maar ze hielden halt aan de rand van enkele kleiplateaus. Kleigrond is in tegenstelling tot veen ongeschikt als brandstof. Het Oude Land en de Kleihoogt vormden grillige schiereilanden, omgeven door een verbrokkeld patroon van kleine plassen. In de negentiende eeuw werden in tien jaar tijd de laatste veenplassen drooggemalen: de Nieuwe Rodenrijse Droogmakerij (1844-1848), de Oostmeerpolder (1848), de Bergboezem (1854) en de Polder Oude Leede (1855). Hierbij deden stoomgemalen dienst. Doordat de plassen verbrokkeld en grillig waren, vertonen deze nieuwe droogmakerijen niet zo’n regelmatig verkavelingspatroon als de oude droogmakerijen. Iedere droogmaking kreeg eigen ontsluitingswegen.

Wapen Berkel en Rodenrijs (1816 – 1960)

Het wapen van Berkel en Rodenrijs werd op 24 juli 1816 aan de Zuid-Hollandse gemeente Berkel en Rodenrijs in gebruik bevestigd. De gemeente is op 1 januari 2007 opgegaan in de gemeente Lansingerland. Het wapen van Berkel en Rodenrijs is daardoor komen te vervallen. In het wapen van Lansingerland is de achtpuntige ster uit het wapen van Berkel en Rodenrijs opgenomen.

De blazoenering van het eerste wapen luidde als volgt:
“Van zilver beladen met 12 lozanjes van lazuur, staande4,4 en 4; en chef van goud, beladen met een achtpuntige star van lazuur.
N.B. het schild is gekroond met een kroon met 14 parels.

Wapen Berkel en Rodenrijs (1916 -2006)

Op 1 februari 1960 is een nieuw wapen verleend, met de ster in rood in plaats van blauw en met 15 ruiten in plaats van 12. De blazoenering van dit wapen luidde als volgt:
“In zilver 15 ruiten van azuur, geplaatst 5,5 en 5; het schildhoofd van goud, beladen met een achtpuntige ster van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon, gesierd met 14 paarlen.” Opmerkelijk is dat een 16e ruit zichtbaar is in de punt van de schildvoet.

Nadat de heerlijkheden Berkel en Rodenrijs in 1389 werden samengevoegd, is dit wapen voortdurend in gebruik geweest. Het schildhoofd is afgeleid van het wapen van de geslacht van Kralingen, tot 1389 de Heren van de heerlijkheid Berkel. Het onderste deel is vermoedelijk afgeleid van het wapen van Pieter van den Oudendijk, schout in Berkel en Rodenrijs eind 14e eeuw. De kleuren van de ruiten zijn niet altijd eender weergegeven en de herkomst van de kleuren in het wapen van Berkel en Rodenrijs is onbekend.

Bron: Wikipedia – Berkel en Rodenrijs

Voorouders van mij uit Berkel en Rodenrijs:
Van Alphen (1550), Buijtenwech (1600),  van der Wilk (1755)

Terug naar:

Dorpen en Steden

  facebook        

© vrijdag 20 oktober 2017