Stamreeks Karel de Grote (XXV)

Van Karel de Grote tot Ooms – De stamreeks begint uiteraard met Karel de Grote, via zijn zoon Pepijn van Italië en diens kleinzoon Pepijn van Vermandois volgt er een reeks Graven van Vermandois. Otto van Warq, zoon van  Albert I van Vermandois en stamvader van Chiny, zorgde er voor dat er verschillende Graven van Chiny de rij vervolgen. Ida van Chiny, dochter van graaf Otto II van Chiny en van Adelheid van Namen, trouwde met  Godfried I van Leuven. Hij was de grondlegger van het latere Hertogdom Brabant. Zijn achterkleinzoon Hendrik I, de eerste Hertog van Brabant,  was de vader van Godfried van Leuven, de eerste heer van Gaasbeek.  De Heren Gaasbeek gaan achtereenvolgens over in de geslachten van de Heren van Horne en de Heren van Abcoude. Jacob van Abcoude, heer (baron) van Gaasbeek, Abcoude, Putten, Strijen en Coelhorst, had een bastaardzoon Burgher van Gaesbeeck. Hierop volgen de geslachten Van Gaesbeeck, De Raet, Braat en komt de rij uiteindelijk bij het geslacht Ooms uit.

Ook via andere geslachten stamt het geslacht Ooms af van Karel de Grote.

Karel de Grote

1. Karel de Grote
Geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748.  Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte (Zie De Karolingen nr. 5) en Bertrada van Laon (Zie De Merovingen nr. 12), gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mainz; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9 oktober 768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28 juli 754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25 december 800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overleden te Aken 28 januari 814, begraven aldaar (Dom).

Karel was meerdere malen gehuwd en had verschillende bijvrouwen. zijn bekendste vrouw was Hildegard (Houdiard), geboren in 758, overleden Thionville (Moselle) 30 april 783, begraven in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold van de Vinzgau  en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried.
Kinderen o.a.:

Uit zijn huwelijk met Hildegarde:

Van een onbekende vrouw:

Uit zijn verbintenis met Regina:

  • Hugo (802/806 – 844) (Volgt Graven van Anjou nr. 2), vanaf 818 geestelijk, monnik in de abdij van Charroux, vanaf 822/823 abt van Saint- Quentin, vanaf 836 Abt van Saint-Bertin, vanaf 834 tot 840 aartskanselier van Lodewijk de Vrome. Stamvader van de Graven van Anjou.

Pepijn van Italie

Pepijn van Italie

2. Pepijn van Italië
Bij geboorte oorspronkelijk Karloman, (april 777 – 8 juli 810) was de tweede zoon van Karel de Grote met zijn vrouw Hildegard (na Karel de Jongere en bastaardzoon Pepijn met de Bult). Hij was koning (bestuurder en militair bevelhebber) van Italië binnen het rijk van zijn vader.
In 781 bezocht Karel Italië, officieel als bedevaartganger, maar mede om er orde op zaken te stellen en het land beter onder Karolingisch gezag te brengen. Hij benoemde er op 15 april zijn zoon Karloman (Pepijn) als koning. Hij brak met opzet met de traditie door hem tot koning van Italië te maken en niet van het nog maar net veroverde Lombardije, hoewel Karloman zich wel vestigde in de oude hoofdstad van de Longobarden, Pavia. Deze benoeming maakte deel uit van de politiek van Karel om het bestuur en de militaire organisatie van zijn rijk te decentraliseren, zodat ook tijdens zijn afwezigheid het rijk adequaat kon worden verdedigd. Karloman was bij zijn benoeming 8 jaar oud en zijn taken werden uitgevoerd door belangrijke hovelingen, zoals abt Adelard van Corbie en hertog Erik van Friuli. Na de mislukte opstand van Karlomans halfbroer Pepijn met de Bult in 792, viel die in ongenade. Karloman werd door de paus opnieuw gedoopt met de naam Pepijn.

Mogelijk is Pepijn huwelijken aangegaan. Een eerste echtgenote zou Bertha van Toulouse zijn, mogelijk een dochter van Willem van Gellone. Een tweede partner was mogelijk Chrothais, via vader Bernhard een kleindochter van Karel Martel.
Wel had hij (onwettige?) kinderen:

  • Bernhard van Italië, (797 – Aken, 14 april 818). Opvolger van zijn vader als koning van Italië. Na zijn verzet tegen Lodewijk de Vrome afgezet en (onbedoeld) gedood. (Volgt 3)
  • Aeda, (geb. 798), gehuwd met de Saksische edelman Billung, ouders van Oda, de vrouw van Liudolf van Saksen (Volgt Duitse Koningen en Keizers nr. 4)
  • Adelheid/Adèle, echtgenote van Lambert I, graaf van Nantes en hertog van Spoleto

Er zijn veel speculaties over de identiteit van de minnares(sen) van Pepijn, maar geen van deze speculaties heeft echter historische gronden.

 

3. Bernhard van Italië
Geboren 797, overleden 17 april 818. Hij was een onwettige zoon van koning Pepijn van Italië en volgde zijn vader op als koning van Italië in 813.
Bernhard werd in zijn jeugd opgevoed in de abdij van Fulda. In 812 werd hij meerderjarig en werd hij benoemd tot gouverneur van Italië, begeleid door abt Adelhard van Corbie, adviseur en neef van Karel de Grote. Een jaar later werd hij in Aken tot koning van Italië gekroond, als opvolger van zijn vader – wat bijzonder is omdat hij een onwettige zoon was. In de eerste jaren van zijn bestuur was hij een trouwe vazal van Karel de Grote en Lodewijk de Vrome. In 815 onderzocht hij de moorden in een conflict tussen paus Leo III en diens tegenstanders uit adellijke Romeinse families.
In 817 stelde Lodewijk de Vrome de Ordinatio Imperii op. Bernhard werd daarin niet expliciet als koning van Italië genoemd en was daardoor bang dat hij zijn positie zou verliezen. Daarop werden er aan zijn hof plannen gemaakt voor het uitroepen van een onafhankelijk koninkrijk. Bernhard bezette de Alpenpassen. Lodewijk de Vrome trok met een leger naar Chalon-sur-Saône en Bernhard begreep dat zijn positie onhoudbaar was, zeker toen enkele van zijn aanhangers hem verlieten. Bernhard kreeg bericht dat Lodewijk hem wilde begenadigen. Bernhard ging naar Lodewijk in Chalons en daar bleek dat hij geen keuze had dan zich met zijn aanhangers over te geven. In 818 werd Bernhard te Aken ter dood veroordeeld maar de straf werd verzacht tot het uitsteken van de ogen (met een roodgloeiend mes). Twee dagen na de straf bezweek Bernhard alsnog na een ondragelijk lijden.
Bernhard was getrouwd met Kunigonde van Laon. Zij stichtte het nonnenklooster van San Allessandro in Parma. Zij was de dochter zijn van Heribert de Gellone, zoon van Willem van Gellonne (Willem met de Hoorn, hertog van Aquitanië, graaf van Orange, neef en paladijn van Karel de Grote).
Bernard en Kunigonde waren ouders van:

  •  Pepijn van Vermandois. (Volgt 4)

 

Pepijn van Vermandois4. Pepijn van Vermandois
Geboren circa 818, overleden na 850. Hij was een zoon van Bernard van Italië en van Kunigonde. Hij is de eerste van de graven van de Vermandois die twee eeuwen lang tot de belangrijkste feodale vorsten van Frankrijk hoorden.
Pepijn was getrouwd met een onbekende vrouw. Op grond van het gegeven dat zijn kinderen goederen in de Vexin erfden wordt verondersteld dat zij dochter was van een edelman Theoderic uit de Vexin, die achterkleinzoon was van Childebrand (een zoon van Pepijn van Herstal). Theoderics vader en grootvader heetten beiden Nibelung.

Pepijn en zijn vrouw kregen de volgende kinderen:

  • Bernard  (845 – 28 januari893) was de oudste zoon van Pepijn van Vermandois en werd graaf van Laon in opvolging van zijn vader. Er is zeer weinig over hem bekend.
  • Pepijn van Senlis (geboren 845 – overleden 28 januari 893) was een zoon van Pepijn van Vermandois. Samen met zijn broer Herbert, vertoefde Pepijn in de directe omgeving van Karel de Kale
  • Herbert I van Vermandois (Volgt 5)
  • mogelijk een dochter met de naam Cunigonde
  • mogelijk een onbekende dochter die in haar eerste huwelijk was getrouwd met Berengar van Bayeux en in haar tweede huwelijk met Wido van Senlis.

 

Vermandois

Vermandois

5. Herbert I van Vermandois, (ca. 850 – 6 november tussen 900 en 907), ook Heribert, was via zijn vader Pepijn van Vermandois en zijn grootvader Bernhard van Italië (die een onecht kind was), een directe afstammeling in mannelijke lijn van Karel de Grote. Door een succesvol bestuur en een handige politiek in de strijd rond de koningstitel van West-Francië werd Herbert één van de machtigste edelen in het noorden van Frankrijk.

In 886 versloeg Herbert de Vikingen bij Parijs en werd hij graaf van Soissonsen lekenabt van Saint-Crépin in Soissons. In 888 werd hij graaf van Meaux en Madrie, en gaf leiding aan de verdediging van de Seine en de Oise tegen de Vikingen. Hij was, samen met aartsbisschopFulco van Reims en zijn broer Peppijn, één van de leiders van de oppositie tegen de nieuwe koningOdo van Parijs, die in 888-898 de eerste Capetinger op de Franse troon was. In deze periode herbouwde Herbert het kasteel van  Château-Thierry. Op 28 januari 893, de verjaardag van het overlijden van Karel de Grote, kroonden Herbert, Peppijn en Fulco, Karel III de Eenvoudige tot tegenkoning. Odo wist echter gaandeweg de aanhangers van Karel voor zich te winnen, en Herbert moest in 895 naar Bourgondië vluchten. Het volgende jaar verzoende Herbert zich met Odo en kreeg daarbij het graafschap Vermandois toegewezen. De verzoening werd bezegeld door het huwelijk van hun kinderen. Daarop werd de Vermandois echter veroverd door Rudolf van Cambrai, broer vanBoudewijn II van Vlaanderen, die meende zelf recht op het graafschap te hebben. Herbert wist hem echter te verslaan en doodde Rudolf op 28 juni 896. Vervolgens breidde Herbert zijn gezag uit en werd heer van Beauvais, Vexin,Chartres en Senlis, en lekenabt van St. Medardus te Soissons, Péronne enSaint Quentin. In 900 viel Boudewijn II van Vlaanderen Herbert nog een keer aan, maar zonder succes. Het lukte Boudewijn later wel om Herbert en Fulco van Reims te laten vermoorden. De datum van de dood van Herbert was 6 november van een onbekend jaartal (ergens tussen 900 en 907).

Herbert was  gehuwd met Bertha van Morvois (862-907), dochter van Widerich van Morvois en Eva van Parijs.
Kinderen:

  • Herbert II (Volgt 6)
  • Beatrix (880/883 – na 26 maart 931) (Volgt Stamreeks Karel de Grote II nr.6), gehuwd in 895 met Robert I van Frankrijk.
  • een dochter (Adela?), gehuwd met graaf Gebhard van de Ufgau.
  • een dochter (Cunigonde?), gehuwd met graaf Udo van de Wetterau, zoon van Gebhard van Franconië, hertog van Lotharingen.

6. Herbert II van Vermandois
Geboren 884 – overleden  Saint-Quentin (Aisne), 23 februari 943. Zoon van Herbert I van Vermandois en Bertha van Morvois.
Hij was graaf van Vermandois en werd een van de machtigste edelen in het noorden en midden van Frankrijk.

Herbert volgde in 902 zijn vader op als graaf van Vermandois. In 907 trouwde hij met een dochter van Robert van Bourgondië en werd daardoor lekenabt van deSint-Medardusabdij te Soissons en graaf van Meaux. In 918 werd hij ook graaf van Mézeray en Vexin. Herbert hielp in 922 de aartsbisschop van Reims om diens vazallen te onderwerpen.

In 922 steunde hij Karel de Eenvoudige nog tegen de opstand van Robert van Parijs maar in 923 vocht hij aan de kant van Robert in de slag bij Soissons. Robert sneuvelde in deze slag en zijn schoonzoon Rudolf werd tot koning gekozen. Herbert kreeg door een list Karel de Eenvoudige in handen (hij had hem naar zijn gebied gelokt met een aanbod voor onderhandelingen) en nam hem gevangen, en sloot hem op in Château-Thierry. Herbert zou Karel tot diens dood in 929 in zijn macht houden, om koning Rudolf onder druk te kunnen zetten met de dreiging Karel vrij te laten. In 924 verwierf Herbert Péronne (Somme) en bouwde daar een kasteel waarin hij Karel voor de rest van zijn leven opsloot.

Vanaf 924 wist Herbert in hoog tempo zijn macht uit te breiden:

  • 924 veroverde hij samen met Arnulf I van Vlaanderen Eu (Seine-Maritime) op de Vikingen
  • 925 werd zijn vijfjarige zoon Hugo benoemd tot aartsbisschop van Reims
  • 926 werd Herbert graaf van Amiens en bezette hij tegen de wil van Rudolf, Laon en bouwde daar een fort
  • 927 sloot Herbert een bondgenootschap met Rollo, graaf van Normandië
  • 928 vergezelde Herbert Rudolf bij een bezoek aan Bourgondië. Ook liet hij in 928 Karel de Eenvoudige voor korte tijd vrij om Rudolf meer onder druk te zetten.
  • 930 bezette Herbert het kasteel van Vitry, dat eigendom was van de broer van koning Rudolf

Vanaf 931 werd Herbert harder aangepakt door koning Rudolf en Hugo de Grote. In 931 veroverden ze Reims en benoemden een andere aartsbisschop. In de daaropvolgende jaren moest Herbert ook Vitry, Laon (behalve het fort), Château-Thierry en Soissons opgeven. Via bemiddeling door Hendrik de Vogelaar werd een vrede gesloten waarbij Herbert zich aan Rudolf onderwierp, en al zijn bezittingen terugkreeg behalve Reims en Laon. In de jaren daarna zou Herbert nog meer functies verwerven zoals graaf van Troyes en lekenabt van Saint-Crépin te Soissons. In 938 moest hij wel zijn fort bij Laon opgeven. In 941 kwam hij samen met Hugo de Grote en Willem I van Normandië in opstand tegenLodewijk IV van Frankrijk. Met hun steun kon hij Reims veroveren en zijn zoon weer tot aartsbisschop maken. Het conflict werd beëindigd na bemiddeling door Otto I de Grote.

Herbert werd begraven in Saint-Quentin. Na zijn dood verdeelde Hugo de Grote Herberts bezittingen onder zijn zonen, om de macht van Vermandois op te breken.

Hij was gehuwd (voor 21 mei 907) met Adelheid, dochter van Robert van Bourgondië (De Robertijnen nr. 6). Zij hadden de volgende kinderen:

  • Odo (ca. 915-na 946)
  • Adelheid (ca. 915-960), in 934 gehuwd met Arnulf I van Vlaanderen (890-964),
  • Herbert III (tussen 910 en 926-ca. 984), steunde zijn vader in diens conflicten met de koningen Rudolf en Lodewijk. Kreeg bij de verdeling van de erfenis Ormois, Château-Thierry en de functie van lekenabt van St. Medardus. Later benoemd tot paltsgraaf en erfde in 967 Meaux en Troyes van zijn broer Robert. Trouwde in 951 met Hedwig van Wessex, weduwe van Karel de Eenvoudige. Begraven te Lagny.
  • Hugo (920-Meaux, 962), graaf en bisschop van Reims,
  • Liutgard van Vermandois (voor 925 – na 985)Ze huwde eerst met Willem I van Normandië en na zijn dood in 942 een jaar later in 943 met Theobald I van Blois.(Volgt Graven van Blois nr. 2)
  • Robert I van Meaux (932-eind 966), gehuwd met Adelheid van Châlon (Zie Graven van Chalon nr. 6).
  • Albert I (934-8 september 987) (Volgt 7)

7. Albert I van Vermandois (931/934 – 8 september 987), ook Adalbert, bijgenaamdde Vrome, was een edelman uit het noorden van Frankrijk in de tiende eeuw, de jongste zoon van de machtige graaf Herbert II van Vermandois.
Na diens dood besloot hertog Hugo de Grote om de macht van het huis van Vermandois te breken door de bezittingen en leengoederen van Herbert eerlijk over zijn zoons en dochters te verdelen, en ze daarmee te versnipperen. Hierdoor werd Albert in 946 enkel graaf van Vermandois. Hij streed voor zijn broer Hugo, die door koning Lodewijk IV van Frankrijk in 946 was afgezet als bisschop van Reims maar moest zich in 949 aan Lodewijk onderwerpen. Albert stichtte de abdij van Homblières opnieuw en bouwde Mont-Saint-Quentin. In 987 was hij een van de tegenstanders van de koningskeuze van Hugo Capet. Albert werd begraven in Saint-Quentin (Aisne).

Albert was een zoon van Herbert II van Vermandois en Adelheid/Liegarde? van Frankrijk, dochter van koning Robert I. Albert was in een eerste huwelijk getrouwd met een verder onbekende Hersinde, huwelijk waaruit geen kinderen bekend zijn. In zijn tweede huwelijk (954) was Albert gehuwd met Gerberga van Lotharingen, dochter van Giselbert van Lotharingen en Gerberga van Saksen (en dus stiefdochter van Lodewijk IV). Zij kregen de volgende kinderen:

  • Herbert III (Volgt Stamreeks Karel de Grote XXVb nr. 8)
  • Otto van Warq, stichter van het graafschap Chiny (Volgt 8)
  • Liudolf (957-), 979 bisschop van Noyon
  • Gwijde (-988), graaf van Soissons
  • mogelijk Eleonora, gehuwd met Wouter van Saint-Aubert

8. Otto van Warcq (ca. 955 – ca. 987) was een zoon van Albert I van Vermandois (Zie Graven van Vermandois nr. 4b) en van Gerberga van Lotharingen.
In 971 richtte hij de vesting van Warcq op en viel hij zijn buren, zoals de bisschop van Reims, aan. Otto geldt als de eerste graaf van Chiny, alhoewel hij zo nog niet genoemd werd.
Hij was getrouwd met Ermengarde, dochter van  Albrecht I van Namen (Zie Graven van Namen nr. 4)
Zij waren de ouders van:

  • Lodewijk (1025) (Volgt 9)

Chiny

9. Lodewijk I van Chiny (ca. 970 – 28 september 1025) was een zoon van Otto I van Chiny en van Ermengarde van Namen. Hij volgde in 987 zijn vader op als graaf van Chiny. In 1024 werd hij graaf van Verdun, toen graaf Herman zich in een klooster terugtrok. Hermans broer Godfried accepteerde dit niet, trok ten strijde tegen Lodewijk en doodde hem in 1025.
Lodewijk was gehuwd met Adela en werd de vader van:

  • Lodewijk II (-1068) (Volgt 10)
  • Lutgardis, gehuwd met Richer van Sancy

10. Lodewijk II van Chiny (ca. 1025 – voor 1066) was een zoon van Lodewijk I van Chiny en van Catharina van Loon. Over hem is weinig bekend. Hij was graaf van Chiny en heer van Ivoix in 1025-1066 en trouwde met Sophia van Verdun, dochter van Frederik van Lotharingen.
Lodewijk  was de vader van :

  • Arnold I (Volgt 11)
  • Manassos, geestelijke in Saint-Hubert.

11. Arnold I van Chiny (ca. 1045 – 16 april 1106) was een zoon van Lodewijk II van Chiny en van Sophia van Verdun . Hij volgde zijn vader rond 1066 op als graaf van Chiny en had diverse geschillen met de geestelijkheid en de bisschop van Luik. In 1084 probeerde hij tevergeefs Richildis van Henegouwen te schaken. Samen met Koenraad I van Luxemburg stichtte hij in 1070 de abdij van Orval en begunstigde nog vele andere geestelijke instellingen, om te boeten voor zijn talrijke misdaden.

Arnold was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Adelheid, dochter van Hilduinis IV van Montdidier (Zie Graven van Montdidier nr. 4), graaf van Montdidier en heer van Ramerupt en Adelaide (Alice) de Roucy (Zie Graven van Roucy nr. 4), en werd de vader van:

  • Otto II (Volgt 12)
  • Lodewijk
  • Hedwige, gehuwd met Dodo van Cons
  • Clementia, gehuwd met Hugel van Waha, burggraaf van Mirwart
  • Beatrix
  • dochter, moeder van Arnold, aartsdeken van Trier, en Kuno

In zijn tweede huwelijk was Arnold getrouwd met Ermengarde, uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.
In zijn derde huwelijk was Arnold getrouwd met Agnes, zij hadden een zoon:

  • Adalbero III, bisschop van Verdun

12. Otto II van Chiny (ca. 1065 – 1131 of later) was een zoon van Arnold I van Chiny en van Adelheid van Ramery-Roucy. Hij volgde in 1106 zijn vader op als graaf van Chiny. Otto voltooide de bouw van de abdij van Orval, die zijn vader begonnen was in 1070 en installeerde er kanunniken. Hij was gehuwd met Adelheid, dochter van Albert III van Namen (Zie Graven van Namen nr. 5a) en werd de vader van:

  • Hugo
  • Albert I (Volgt Graven van Chiny nr. 6a)
  • Frederik, 1124 proost in Reims
  • Alberon, 1136 bisschop van Luik
  • Eustachius, voogd van de Haspengouw, getrouwd met een dochter van de Wiger, voogd van Sint-Lambertus te Luik.
  • Ida (Volgt 13), gehuwd met Godfried met de Baard
  • Oda, gehuwd met Gijsbrecht van Duras
  • Alverade (Volgt Graven van Chiny 6b)

13. Ida van Chiny
Geboren 1078, overleden 1117. Zij was een dochter van graaf Otto II van Chiny en van Adelheid van Namen.
Zij was gehuwd met Godfried I van Leuven. Geboren omstreeks 1063, overleden 25 januari 1139.
Hij was de grondlegger van het latere Hertogdom Brabant. Hij was de zoon van graaf Hendrik II van Leuven (Zie Graven van Leuven nr. 3) en Adela van Betuwe.
Zij kregen de volgende kinderen:

  • Godfried II (1107-1142) (Volgt 14)
  • Hendrik, monnik in Affligem.
  • Adelheid (-1151), gehuwd met koning Hendrik I van Engeland (kinderloos huwelijk) en met Willem van Aubigny
  • Ida, gehuwd met Arnold I van Kleef (Volgt Graven van Kleef nr. 5)
  • Clarissa (-1140)

Leuven

14. Godfried II van Leuven
Bijgenaamd de Jonge . Geboren 1105 – 13 juni 1142) was landgraaf van Brabant en (als Godfried VI) hertog van Neder-Lotharingen.

Godfried was de oudste zoon van Godfried I van Leuven en Ida van Namen. Hij werd voor het eerst vermeld in 1131 toen hij een schenking deed aan de abdij van Gembloers. Vanaf 1136 nam hij bestuurstaken van zijn oude vader over.

Zijn vader, Godfried I was landgraaf van Brabant en markgraaf van Antwerpen en noemde zich hertog, omdat hij een aantal jaren hertog van Neder-Lotharingen was geweest. Bij het overlijden van zijn vader in januari 1139 verwierf Godfried II Brabant, en verviel het markgraafschap Antwerpen aan de regerende hertog van Neder-Lotharingen, Walram II van Limburg.

Maar Walram overleed kort daarop in juli 1139 en zowel Godfried als Hendrik II van Limburg, zoon van Walram, eisten nu de functie van hertog van Neder-Lotharingen op. Keizer Koenraad III van Hohenstaufen stelde een compromis voor waarbij het hertogdom in twee nieuwe hertogdommen zou worden gesplitst: Godfried zou dan het westelijke deel krijgen en Hendrik het oostelijke deel. De onderhandelingen mislukten en Godfried versloeg Hendrik in een korte veldtocht, en bezetteSint-Truiden en Aken. Zo verwierf Godfried zowel het hertogdom Neder-Lotharingen als het markgraafschap Antwerpen. Hendrik bleef zich echter ook hertog noemen. Hiermee waren de hertogdommen Brabant en Limburg ontstaan.

Het geslacht Berthout weigerde in het roerige jaar 1139 om Godfried als hertog te erkennen. Hierdoor braken de Grimbergse Oorlogen uit. Godfried overleed aan een leverziekte en werd begraven in de Sint-Pieterskerk (Leuven).

Godfried was gehuwd met Lutgardis van Sulzbach. Ze hadden een zoon:

  • Godfried III van Leuven (Volgt 15).

 

Godfried III van Leuven

15. Godfried III van Leuven
Bijgenaamd de Moedige en de Hertog in de Wieg. Geboren omstreeks 1140, overleden 21 augustus 1190) was van 1142 tot aan zijn dood in 1190 landgraaf van Brabant, graaf van Leuven, markgraaf van Antwerpen en voogd van Gembloers, Nijvel en Affligem. Tevens was hij hertog van Neder-Lotharingen (als Godfried VII).

Godfried volgde zijn vader Godfried II van Leuven op zeer jonge leeftijd op (vanwaar de bijnaam Dux in cunis, “de hertog in de wieg”), onder regentschap van zijn moeder Lutgardis van Sulzbach. Voor het geslacht Berthout was dit aanleiding om meer onafhankelijkheid te zoeken (Grimbergse Oorlogen). In 1147 was Godfried in Aken aanwezig bij de kroning van Hendrik Berengarius tot medekoning van Duitsland. In 1153 bezocht hij het keizerlijke hof.

Godfried trouwde in 1155 met Margaretha van Limburg om het langdurige conflict van zijn vader en grootvader met het huis van Limburg te beëindigen. Margaretha van Limburg (1135 – 1172) was een dochter van Hendrik II van Limburg en van Mathidis van Saffenburg.
In 1159 liet hij de motte van Grimbergen afbranden en beëindigde daarmee een periode van twintig jaar opstand door het huis Berthout. Hij verwierf het voogdijschap van Tongerlo en de graafschappen Aarschot (vóór 1179), Geldenaken (1184) en Duras (1189). Op rijksniveau steunde Godfried keizer Frederik I van Hohenstaufen met troepen voor zijn Italiaanse campagnes. Verder hield hij zich vooral bezig met het versterken van zijn rol als hertog van Neder-Lotharingen. Zo steunde hij in 1166 de Vlaamse expeditie tegen Floris III van Holland die inbreuk had gemaakt op de Vlaamse rechten. In 1172 moest hij echter een gevoelige nederlaag incasseren tegen Boudewijn V van Henegouwen. Godfried bevorderde de ontwikkeling van steden en gaf stadsrechten aan ‘s-Hertogenbosch.

Van 1182 tot 1184 bezocht Godfried Jeruzalem. Hij onderscheidde zich bij de verdediging van de stad tegen Saladin (1183/1184). Als eerbetoon daarvoor werd Godfrieds zoon, Hendrik I van Brabant, door keizer Frederik I in het landgraafschap Brabant tot hertog verheven. Godfried en Margaretha zijn begraven in de Sint-Pieterskerk (Leuven).

Godfried en Margaretha kregen de volgende kinderen:

  • Hendrik I van Brabant, opvolger van zijn vader (Volgt 16).
  • Albert van Leuven, bisschop van Luik en heilige.

Na de dood van Margaretha in 1172, hertrouwde Godfried in 1180 met Imagina van Loon. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Willem (ovl. na 1 augustus 1224), heer van Perwijs en Ruisbroek (Vlaams-Brabant) (Zie Heren van Perwijs nr. 1). Gehuwd met Maria van Orbais.
  • Godfried (ovl. ca. 1225), trok in 1196 naar Engeland en trouwde met 1199 met Alice van Hastings, weduwe van Ralph van Cornhill en erfdochter van Robert van Hastings en Mathilde van Flamville. Godfried bezat het kasteel van Eye (Suffolk) en had bezittingen bij Eye, in Buckinghamshire en in Essex (graafschap). Het Engelse geslacht de Lovaine stamt van hem af.

Na zijn dood trad zijn weduwe Imagina in het klooster. Zij werd nog vóór 1203 abdis van de abdij van Munsterbilzen.

Hendrik I van Brabant

16. Hendrik I van Brabant
Geboren omstreeks 1165 te Leuven, overleden op 5 september 1235 te Keulen. Hij was hertog van Brabant vanaf 1183 en hertog van Neder-Lotharingen vanaf 1190.
Hij was de zoon (uit het 1e huwelijk) en erfopvolger van Godfried III van Leuven (Zie Graven van Leuven nr. 6). In zijn beleid streefde hij naar een uitbreiding van zijn heerschappij over het grondgebied tussen Schelde en Rijn en de beheersing van de handelsweg van Brugge naar Keulen. Hij slaagde er niet in het hertogelijk gezag in Neder-Lotharingen te herstellen. Niettemin wist hij zich een machtspositie te veroveren door in de strijd tussen de Welfen en de Hohenstaufen voortdurend van kamp te wisselen.
Hendrik kreeg vanaf 1172 bestuurlijke taken van zijn vader. Toen hij in 1179 trouwde kreeg Hendrik het graafschap Brussel (deel van de Brabantgouw) van zijn vader Godfried. Toen zijn vader van 1182 tot 1184 in het Heilige Land verbleef, trad Hendrik op als regent. Als compensatie voor de verdediging van Jeruzalem tegen de inval van de Egyptische sultan Saladin (1183/1184) werd de zoon van Godfried III, Hendrik I door keizer Frederik Barbarossa in hetlandgraafschap Brabant (het deel van de Brabantgouw tussen Dender en Zenne) tot hertog verheven. Het landgraafschap Brabant wordt een hertogdom en Hendrik wordt de eerste hertog van Brabant.
Hendrik nam deel aan de Derde Kruistocht (1189-1192) en was bevelhebber bij de belegeringen van Sidon en Beiroet. Hij zag echter af van een beleg van Jaffa na het nieuws van de dood van koning Hendrik II van Jeruzalem. In 1190 volgde hij zijn vader op als eerste met de titel hertog van Brabant en Neder-Lotharingen (hoewel dat laatste vooral een ceremoniële titel aan het worden was), graaf van Leuven en markgraaf van Antwerpen. In 1191 liet hij zijn broer Albert benoemen tot bisschop van Luik.

Brabant

In 1192 verleende Hendrik als hertog van Brabant een vrijheidskeur aan de stad Vilvoorde om zich te verzekeren van de steun van de bewoners in de conflicten met het machtige graafschap Vlaanderen. Wanneer zijn broer in datzelfde jaar vermoord wordt, hield Hendrik de Duitse keizer Hendrik VI verantwoordelijk en werd hij een van de leiders van de opstanden tegen de keizer. Er volgde een periode van onrust en lokale conflicten, en nog in 1199 wist Hendrik de kroning van de volgende Duitse koning (Filips van Zwaben, broer van de overleden koning) te Aken te voorkomen. Hendrik sloot in 1204 vrede met Filips van Zwaben en werd beloond met de voogdij over de abdij van Nijvel en het kapittel van Sint-Servaas, het medebestuur over Maastricht en het recht zijn hertogdom aan een vrouwelijke erfgenaam na te laten (Hendrik had in 1204 alleen nog dochters).

Koning Filips II van Frankrijk wilde Hendrik in 1208 steunen om zelf koning van Duitsland te worden, maar Hendrik koos ervoor om de kandidatuur van Otto van Brunswijk te steunen. In 1212 kwam Hendrik in conflict met de bisschop van Luik over de opvolging van het graafschap Moha. Hendrik verwoestte de stad Luik in 1212 maar werd in 1213 verslagen in Steps. In 1214 was Hendrik verplicht om mee te vechten in de Slag bij Bouvines tegen zijn persoonlijke vriend Filips II van Frankrijk. Direct na de slag verzoende hij zich weer met Filips.

In 1229 kreeg Brussel stadsrechten van Hendrik I. Onder zijn toezijn wordt gestart met de bouw van de kathedraal van Sint-Michiels en Sint-Goedele. In hetzelfde jaar gaf hij zijn aanspraken op Moha op. Keizer Frederik II van Hohenstaufen gaf Hendrik in 1235 de eervolle opdracht om naar Engeland te reizen en zijn verloofde Isabella Plantagenet op te halen, maar Hendrik werd ziek en overleed in Keulen.

Volgens de overlevering heeft hertog Hendrik I in 1185 de stad ‘s-Hertogenbosch gesticht. Zijn praalgraf is te vinden in de Leuvense Sint-Pieterskerk, alsook dat van Mathilde van Boulogne en zijn dochter Maria van Brabant.

Hendrik I was tweemaal gehuwd. Hendriks eerste huwelijk was met Mathilde van Boulogne. Geboren 1161/1165, overleden op 16 oktober 1210 te Leuven. Mathilde was een dochter van Maria van Engeland, gravin van Boulogne (Marie de Blois) (Zie Graven van Boulogne nr. 11) en Mattheüs I van de Elzas, door huwelijk graaf van Boulogne (Matthias I).
Zij kregen de volgende kinderen:

In zijn tweede huwelijk trouwde Hendrik met Maria van Frankrijk, dochter van koning Filips II van Frankrijk. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Elisabeth (overleden circa 1263), gehuwd met Diederik van Dinslaken en daarna met Gerard van Gelre.
  • Maria, jong overleden.

Kasteel van Gaasbeek

17. Godfried van Leuven
Geboren in 1209, overleden op  21 januari 1253. Hij was de eerste heer van Gaasbeek en de bouwheer van het kasteel van Gaasbeek. Hij was ook heer van Herstal en van Baucignies.
Godfried was een zoon van hertog Hendrik I van Brabant (Zie Graven van Leuven nr. 7) en Mathilde van Boulogne. De hertog van Brabant creëerde het land van Gaasbeek om het hertogdom te verdedigen tegen het graafschap Henegouwen. Als heer van Gaasbeek werd hij opgevolgd door zijn zoon Hendrik.

Hij was eerst gehuwd met Adelheid Berthout. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.
Zijn tweede huwelijk was met Maria van Oudenaarde, dochter van Arnoud IV, Heer van Oudenaarde en Pamele (Zie Heren van Oudenaarde nr. 7) en zijn vrouw Alix de Rosoy. Zij hadden vijf kinderen:

  • Hendrik van Leuven (Volgt 18).
  • Arnoud van Leuven (overl. 22 juni 1287), trouwde met Isabella van Breda, Vrouwe van Breda en Schoten, dochter Hendrik IV, Heer van Breda en Schouten.
  • Gerard van Leuven, Heer van Gaesbeeck. Provost in Nijvel.
  • Godfried van Leuven, Provost in Nijvel.
  • Johanna van Leuven-Gaasbeek (1238-1291), getrouwd met Dietrich van Heinsberg, zoon van Hendrik Graaf van Sponheim, Heer van Blankenburg en Löwenburg, en Agnes van Heinsberg.

18. Hendrik van Leuven
Overleden in 1285. Zoon van Godfried van Leuven-Gaasbeek en Maria van Oudenaarde.
Hij trouwde met Isabella van Beveren, dochter van Dirk IV van Beveren (Zie Heren van Beveren nr. 4a), Burggraaf van Dixmuiden en Marguerite de Brienne-Ramerupt (Zie Graven van Brienne nr. 10).
Dochter:

  • Johannna van Leuven-Gaesbeeck (Volgt 19).

19. Johanna van Leuven-Gaesbeeck
Zij was vrouwe van Gaasbeek. Zij was de dochter van Hendrik van Leuven en Isabella van Beveren.
Zij trouwde in 1302 met Gerard I van Horne. Geboren in 1270, overleden 1331.
Hij was de zoon van Willem II van Horne (Zie Heren van Horne nr. 7a) en Agnes van Perwijs (Zie Heren van Perwijs nr. 3).
Hij was heer van Horn, het Land van Altena, Perwijs en Herlaar en ook was hij heer van Heeze en Oost-Barendrecht.
Gerard I was in 1318 de gastheer van een groep edelen die een conflict tussen de graaf van Holland en de hertog van Brabant moesten beslechten. Het ging daarbij om het bezit van het Land van Heusden. Dirk van Kleef verklaarde op deze vergadering dat hij dit land in leen had van de hertog van Brabant.
In het jaar 1321 verkocht hij de heerlijkheid Oost-Barendrecht aan Jan Gillisz Oem, baljuw van Zuid-Holland (Zie Patriciërsgeslacht Oem II nr. 3).
Zij kregen de kinderen:

  • Margaretha van Horne (1302)
  • Willem IV van Horne (1305) (Volgt 20).
    Na de dood van Johanna hertrouwde hij in 1316 met Irmgard van Kleef.
    Hun kind was:
  • Dirk van Horne (1320)

Horne

20. Willem IV van Horne
Geboren in 1302, overleden in 1343.
Hij was de zoon van Gerard I van Horne en Johanna van Leuven-Gaesbeeck
Hij was heer van Horn, Altena, Loon op Zand en Gaasbeek. Ook was hij heer van Heeze.
Hij was een belangrijk diplomaat die een rol speelde bij het weerleggen van de beschuldiging dat hertog Reinoud II van Gelre zowel het koningspaar van Frankrijk als de hertog van Normandië en de Raad van de koning wilde vergiftigen. Willem V zat samen met de graaf van Holland, de hertog van Brabant en de graaf van Vlaanderen in een onderzoekscommissie, die uiteindelijk deze beschuldiging ontzenuwde. In 1342 gaf hij de heerlijkheid Heeze aan zijn zoon Gerard II.

Willem IV is in 1315 gehuwd met Oda van Putten en Strijen (1295 – voor 1336). Zij was een dochter van Nicolaas III van Putten heer van Putten (Zie Heren van Putten nr. 5) en Aleida vrouwe van Strijen (Zie Heren van Strijen nr. 7d).
Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:
Johanna van Horne (1320-1356) (Volgt 21).
Gerard II van Horne (1320-1345)
Oda van Horne (1320-1353), gehuwd met Jan II van Polanen heer van Polanen, Lek en Breda
Aleid van Horne (1320-)
Elisabeth van Horne (1326-1360). Zij trouwde op 20 november 1353 met Johan II van Arkel heer van Heukelom (1310-1373). Hij was een zoon van Otto II van Arkel, heer van Asperen, Heukelom, Vuren, Lingenstein, Acqoy, Ten Goye en Hagestein (1270-1345 en Agathe van der Leck (1285-).

Willem IV is in 1336 gehuwd met Elisabeth van Kleef-Hülchrath, dochter van Dirk Loef III van Kleef en Machteld van Voorne. Hun kinderen waren:
– Willem V van Horne (1335)
– Dirk Loef van Horne (1336). Hij gaf rond 1357 opdracht tot de bouw van Slot Loevestein.
– Elisabeth van Horne (1339). Zij trouwde ca. 1359 met Hendrik van Diest (1345-1385).
– Arnold II van Horne (1339)

21. Johanna van Horne (1320 – 4 juli 1356)
Zij was de dochter van Willem IV van Horne en Oda van Putten en Strijen en ze was vrouwe van Gaasbeek (1345-1356).
Na de voortijdige dood van haar broer Gerard II van Horne werd zij erfvrouwe van Heeze.
Zij huwde in 1349 met Gijsbrecht van Abcoude, heer van Duurstede. Zoon van Sweder II van Abcoude (Zie Heren van Abcoude nr. 8) en Mabelia van Arkel (Zie Heren van Arkel nr. 18b).
Hun kinderen waren:
– Zweder van Abcoude (1350), heer van Gaasbeek (Volgt nr. 22).
– Willem van Abcoude (1350), heer van Duerstede
– Jan van Abcoude (1350)
Heeze kwam na haar overlijden aan haar broer Dirk Loef van Horne

wapen van Zuylen van Abcoude22. Sweder III van Abcoude
Geboren circa 1350, overleden  te Radda, Toscane , Italië op  22 of 23 april 1400. Zoon van Gijsbrecht III van Zuylen van Abcoude, heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede. (Zie Heren van Abcoude nr. 8) en Johanna van Horne (Zie Heren van Horne nr. 10).
Hij was heer van Gaasbeek, Putten en Strijen. Hij was een tegenstander van Everaard t’Serclaes.
Hij werd heer van Gaasbeek bij de dood van zijn moeder tot 1376, toen hij deze Brabantse heerlijkheid aan zijn broer Willem liet, om het bestuur in de erflanden van zijn vader over te nemen. In 1381 ruilden de twee broers hun bezittingen.
Zweder wenste zijn macht in het hertogdom Brabant uit te breiden tot de meierij van Rode. De hertog was dit wel genegen, maar de schepenen van de stad Brussel, onder leiding van Everaard t’Serclaes, kwamen hiertegen in het geweer, omdat zij hierin een te grote machtsconcentratie zagen.
Op Witte Donderdag 1388 werd t’Serclaes door de bastaardzoon van Zweder, Willem van Kleef, overvallen en verminkt; hij stierf kort daarna. De verontwaardiging bij de Brusselse bevolking was groot. Het Kasteel van Gaasbeek werd belegerd en in brand gestoken. Zweder was toen al weggevlucht.
Zweder bleef echter het vertrouwen genieten van de hertogin Johanna van Brabant en kon al snel beginnen met de heropbouw van het kasteel. Hij stierf als pelgrim in Toscane.
Hij was getrouwd met Anna van Leiningen. Dochter van Frederik VII Graaf van Leiningen-Dagsburg (Zie Graven van Leiningen nr. 6) en Jolanda van Gulik-Bergheim.
Zij hadden de volgende kinderen:
– Jacob van Gaesbeeck (Volgt 23).
– Jolanda van Abcoude (….-1443), huwde Hubert III van Culemborg
Bastaardzoon:
– Willem van Kleef

Jacob van Gaesbeeck23. Jacob van Gaesbeeck ook genaamd Jacob van Abcoude
Geboren rond 1390 – overleden te Brussel op 6 februari 1459. Hij was een zoon van Zweder van Abcoude  en Anna van Leiningen.
Hij was heer (baron) van Gaasbeek, Abcoude, Putten, Strijen en Coelhorst. Tevens was hij stadhouder van Holland, erfmaarschalk van Henegouwen, raadsheer van het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland, en een van de rijkste edelen van de vroege 15e eeuw in Holland en Brabant.
Na de dood van zijn vader stond hij aanvankelijk onder de voogdij van zijn oom Willem van Abcoude, die heer was van Abcoude en Wijk bij Duurstede. Na diens dood in 1407 slaagde hij er met de steun van de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim in Willems erfgenamen, met name diens schoonzoon Jan I van Brederode, uit te schakelen en zelf heer te worden van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Jacob trad in dienst van zijn leenheer, hertog Jan IV van Brabant. Tijdens het beleg van Dordrecht stond hij aan de zijde van diens echtgenote Jacoba van Beieren. Toen deze zich van de hertog van Brabant liet scheiden werd hij juist haar tegenstander en trouw aanhanger van Jan VI van Beieren, zelfs tegen zijn leenheer, de bisschop van Utrecht, in.

In 1425 stelde Jan IV hem aan als ruwaard van Holland en Zeeland, aanvankelijk samen met Willem van Egmond, later samen met Frank van Borssele, en werd ermee belast de opstand van Jacoba te onderdrukken. Hij belegerde Schoonhoven, maar dit mislukte. Hij werd in 1426 zelf belegerd in Haarlem door Jacoba’s troepen, maar dit werd verijdeld met een vredesverdrag. Hetzelfde jaar steunde hij de Utrechtse bisschop Zweder van Culemborg tegen concurrerend bisschop Rudolf van Diepholt, wat uitmondde in het beleg van Amersfoort waarbij de Eemmond bezet wordt. Jacob werd namens Filips de Goede raadsheer in Holland en, samen met Roeland van Uitkerke, stadhouder van dit gewest. In 1430 werd Filips de Goede ook hertog in Brabant en werd Jacob van Gaasbeek kort drossaard van Brabant en vervolgens raadsheer-kamerling. Financiële problemen en juridische kwesties vullen de laatste periode van zijn leven. In 1433 eist Jacob enkele schadevergoedingen die hij tegoed had van de familie Culemborg. Zijn gerechtelijke procedure om Eindhoven en andere heerlijkheden van de familie van zijn tweede vrouw in handen te krijgen, is zeer geldverslindend.Uit geldnood leende hij 100.000 nobelen van Jan van Horne, met Gaasbeek als onderpand. In 1434 werd Jan van Horne eigenaar van Gaasbeek.In het Utrechts schisma steunde hij Walraven van Meurs tegen de officiële bisschop Rudolf van Diepholt. Bij een poging tot aanslag op deze werd hij gevangengenomen. De prijs voor zijn vrijheid was het afstaan van zijn bezittingen in het bisdom Utrecht: Abcoude en Wijk bij Duurstede.Uiteindelijk verkocht hij in 1456 ook zijn Hollandse heerlijkheden Strijen en Putten aan Filips de Goede en andere domeinen aan Anton van Bourgondië.
Jacob trouwde met Johanna van Ligne. Zij hadden één zoon, Antoon, die vroeg stierf (1411-1429).
Hun zoon werd vrij streng opgevoed door zijn vader: op een dag toen de jongen niet recht op zijn paard zat gaf Van Gaasbeek hem een klap in zijn gelaat waardoor de jongen van zijn paard viel en daarbij overleed. Hij hertrouwde in 1417 met Margaretha van Schoonvorst, een dochter van Koenraad van Schoonvorst, heer van Elslo. Dit huwelijk bleef kinderloos.
Zoon:
  • Antoon 1411 – 1429
Bastaardzoon:
  • Burgher van Gaesbeeck (Volgt 24)


24. Burgher van Gaesbeeck

Geboren 1410. Bastaardzoon van Jacob van Gaasbeek (Zie Heren van Gaasbeek nr. 14).
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Zoon:

  • Willem Burgertsz van Gaesbeeck (Volgt 25).

25. Willem Burgertsz van Gaesbeeck
Geboren 1460 te Poortugaal, overleden 1504 aldaar. Zoon van Burgher van Gaesbeeck (Zie Genealogie van Gaesbeeck nr. 1).
Hij was gehuwd met Geertruyt Pier Suetendr. Geboren in 1460, overleden in 1533.
Zonen:

  • Gabriel Willems van Gaesbeeck (Volgt 26)
  • Willem Willems van Gaesbeeck

26. Gabriel Willems van Gaesbeeck
Geboren in 1490 te Poortugaal, overleden in 1566 te Rhoon. Zoon van Willem Burgertsz van Gaesbeeck en Geertruyt Pier Suetendr.
Hij was gehuwd met Maartje Kolijnsdr.
Kinderen:

  • Willem Gabriels van Gaesbeeck (Volgt 27)
  • Colijn Gabrielsz van Gaesbeek

28. Willem Gabriels van Gaesbeeck
Geboren in 1534, overleden in 1566. Zoon van Gabriel Willems van Gaesbeeck en Maartje Kolijnsdr.
Hij was gehuwd met Neeltje Florisse.
Kinderen:

  • Floris Willemsz van Gaesbeek 1555 – ….
  • Maritge Willemsdr van Gaesbeek 1555 – 1616
  • Aaltje Willemsdr van Gaesbeek
  • Neeltje Willems van Gaesbeek 1560 – 1645 (Volgt 29)
Neeltje Willems van Gaesbeeck

Het wapen op het graf van Neeltje Willems van Gaesbeeck in de NH kerk van Poortugaal

29. Neeltje Willems van Gaesbeek 
Geboren 1560, overleden 7 maart 1645. Dochter van Willem Gabriels van Gaesbeeck en Neeltje Florisse.
Neeltje was in het bezit van een woning en landen gelegen in het kwartier van Terneuzen.
De tekst op haar grafzerk : “Hier leyt begraaven Neeltien Willemse de huysvrou van Jan Pieterse de Raet, oud 85 jaren. Sterft den 7 Maart 1645”. Op haar grafzerk staat een familiewapen afgebeeld met daarop “in een zwart veld een zilveren gekroonde klimmende leeuw, goudgenageld”. Ditzelfde wapen is te samen met dat van haar man Jan Pietersz de Raet terug te vinden op een wapenbordje in de trouwzaal van het stadhuis te Haarlem.
Zij was gehuwd met Jan Pietersz de Raet. Geboren circa 1555 te Rhoon, overleden op 24 januari 1620 te Rhoon. Schout en schepen van Rhoon. Heemraad van Poortugaal. Landbouwer te Rhoon.
Zoon van Pieter Jansz de Raet  (Zie Genealogie de Raet nr. 3) en Aagje Willemsdr van Driel (Zie Genealogie van Driel I nr. 9)
Kinderen:

  • Pieter Jansz de Raet
  • Willem Jansz de Raet (Volgt 30) 
  • Cornelis Jansz de Raet
  • Adriana de Raet
  • Neeltje Jans de Raet
  • Maria Jans de Raet
  • Aegje Jans de Raet
  • Neeltje Jans de Raet

De Raet

30. Willem Jansz de Raet
Geboren 1584, overleden 8 november 1632 te Poortugaal. Bouwman te Poortugaal. Zoon  van Jan Pietersz de Raet en Neeltje Willems van Gaesbeeck. Hij was gehuwd met Grietje Jacobs van Alphen (geboren 1587 in Bleiswijk –  overleden op 19 oktober 1652 in Poortugaal). Dochter van Jacob Jansz van Alphen (Zie Genealogie van Alphen nr. 3) en Connitgen Hobbendr. Willem de Raet en zijn vrouw zijn begraven in de Hervormde kerk te Poortugaal, waar een grafsteen ligt met hun wapens en het opschrift: “Hier leijt begraven Willem Jansen de Raet, out 48 jaren, sterff den 8e November Anno 1632. Ende sijn huijsvrou Grietien Jacobs van Alffen out 65 jaren sterff den 19de October 1652.”  Twee wapens onder een helm, I Een St.Andrieskruis, vergezeld van 4 vogels met poten, II In ovaal een zespuntige ster. Helmteken Een vlucht. De kleuren zijn: in goud een verkort schuinkruis van rood, vergezeld van 4 merels van zwart, rood gebekt en gepoot.
Kinderen:

  • Pieter Willemsz de Raet
  • Neeltje Willems de Raet
  • Jacob Willemsz de Raet  (Volgt 31)
  • Aagje Willems de Raet

 

31. Jacob Willemsz de Raet
Geboren 13 juni 1625 te Poortugaal, overleden 21 mei 1681 te Oud-Beijerland. Kerkmeester en boer te Poortugaal.
Zoon van Willem Jansz de Raet en Grietje Jacobs van Alphen. Hij was gehuwd met Neeltje Witte van Dijk (Vrijlant) (geboren rond 1649 in Pernis – overleden op 29 april 1697). Dochter van Wit Jansz van Dijk (ook genoemd Vrijlant) (Zie Genealogie Van Dijk of Vrijlant nr. 2) en Lijntje Crijnen.
Kinderen:

  • Jan Jacobs de Raet
  • Pieter Jacobs de Raet
  • Cornelis Jacobsz de Raet (Volgt 32)
  • Willem Jacobs de Raet
  • Cornelis Jacobs de Raet
  • Grietje Jacobsd de Raet
  • Lijntje Jacobsd de Raet

 

33. Cornelis Jacobsz de Raet
Overleden 1733 te Hekelingen. Schepen van Heenvliet. Zoon van Jacob Willemsz de Raet en Neeltje Witte van Dijk (Vrijlant). Hij was 1e gehuwd met Maria van der Gijp (geboren in Kijfhoek – overleden vóór 11 november 1705). Dochter van Bastiaen Hendriksz van der Gijp (Zie Genealogie Van der Gijp nr. 2) en Maria Wouters Kooijman (Zie Genealogie Kooijman nr. 3). Na het overlijden van Maria trouwde Cornelis 2e met Neeltje Cornelisse Kruijthof.
Uit het huwelijk van Cornelis Jacobsz de Raet en Maria van der Gijp:

  • Jacob Cornelisz de Raet
  • Bastiaen Cornelisz de Raet (Volgt 34)

Uit het huwelijk met Neeltje Cornelisse Kruijthof:

  • Marijtje Cornelisdr de Raet
  • Maartje Cornelisdr de Raet
  • Pieter Cornelisz de Raet

34.  Bastiaan Cornelisz de Raet
Geboren 1 januari 1703 te Heenvliet, overleden 15 augustus 1782 te Hekelingen.
Zoon van Cornelis Jacobsz de Raet en Maria van der Gijp.
Hij was 1e gehuwd met Grietje Jans Vermaat, dochter van Jan IJsaaksz Vermaat en Liedewij Jans Bleijenburg.
Hij was 2e gehuwd met Maaiken Pleunen Pruimstraat (gedoopt op 2 december 1714 in Ridderkerk – overleden op 30 april 1793 in Spijkenisse). Dochter van Pleun Cornelisse Pruijmstraet (Zie Genealogie Pruijmstraet nr. 6) en Maria Gerrits Hoogwerf (Zie Genealogie Hoogwerf nr. 7).
Uit het eerste huwelijk met Grietje Jans Vermaat:

  • Maria de Raadt
  • Lijdia de Raad
  • Cornelis de Raadt
  • Lijdia Bastiaansdr de Raad
  • Cornelis de Raadt
  • Maria de Raet
  • Cornelis de Raad
  • Jan de Raadt

Uit het tweede huwelijk met Maaiken Pleunen Pruimstraat:

  • Maria Bastiaans de Raad
  • Pleuntje Bastiaanse de Raadt
  • Pleun Bastiaansz de Raat  (Volgt 35)
  • Jacob Bastiaansz de Raad
  • Kaatje de Raet
  • Catharina de Raad
  • Rochus Bastiaanse de Raat


35.  Pleun Bastiaans de Raat
Geboren 1745, gedoopt 9 mei 1745 te Hekelingen. Overleden 28 februari 1827 te Hekelingen. Schepen van Hekelingen.
Zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruimstraat. Hij trouwde op 31 maart 1775 te Spijkenisse met Francina Vermaat, geboren 4 september 1735 te Schiedam, gedoopt 11 september 1735 te Spijkenisse. Zij is overleden op 19 maart 1822 in Hekelingen. Dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat (Zie Genealogie Vermaat nr. 12) en Jannetje Huibrechts Villerius (Zie Genealogie Villerius nr. 5).
Kinderen:

  • Maijke Pleune de Raat
  • Philip de Raat
  • Bastiaan de Raad
  • Jan de Raad
  • Jannetje Pleuntie de Raat  (Volgt 36)
  • Maria de Raat

36. Jannetje Pleuntie de Raat, gedoopt op 23 juni 1782 te Hekelingen. Dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.
Zij trouwt te Hekelingen op 30-4-1808 met Maarten Braat, gedoopt te Hekelingen op 30-3-1777, overleden te Overschie op 18-1-1827. Zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel (Zie Genealogie van Driel I nr. 17).
Uit dit huwelijk:

  • Klaas Braat
  • Pleun Braat (Volgt 37) 
  • Japie Braat
  • Francina Braat
  • Klaas Braat
  • Aaltje Braat
  • Jan Braat
  • Joost Braat
  • Pleuntje Braat
  • Leendert Braat
  • Philip. In het overlijdensregister wordt hij vermeld als Philip Braad

37. Pleun Braat
Geboren te Overschie op 17-2-1809, van beroep bouwman en overleden te Hazerswoude op 1-9-1874. Zoon van Maarten Braat en Jannetje Pleuntie de Raat.
Hij trouwt te Overschie op 3-4-1842 met Neeltje van der Wilk, geboren te Capelle aan den IJssel op 5-5-1818, overleden te Hazerswoude op 2-8-1896. Zij is een dochter van Ary van der Wilk (Zie Genealogie van der Wilk nr. 6) en Grietje Boom (Zie Genealogie Boom nr. 4).
Uit het huwelijk van Pleun en Neeltje:

  • Maarten (Volgt 38)
  • Grietje, geboren te Hazerswoude op 19-1-1844, overleden aldaar op 14-10-1893.
  • Neeltje, geboren te Hazerswoude op 25-4-1846, overleden te Benthuizen op 20-2-1931.
  • Arie, geboren te Hazerswoude op 15-3-1854, overleden aldaar op 1-12-1854.
  • Jaapje, geboren te Hazerswoude op 20-2-1855, overleden te Oudshoorn op 22-11-1878
  • Fransijntje, geboren te Hazerswoude op 17-11-1857, overleden aldaar op 16-12-1899.

 

38. Maarten Braat
Geboren te Hazerswoude op 1-12-1842, van beroep bouwman en overleden te Haarlemmermeer op 24-12-1901. Hij trouwt op 17-11-1873 (scheiding tafel en bed op 5-12-1897) met Antje van der Akker, geboren te Hazerswoude op 21-3-1839 en overleden te Haarlemmermeer op 15-4-1907. Zij was een dochter van Dirk van der Akker (Zie Genealogie van den Akker nr. 5) en Neeltje Verduijn.  (Zie Genealogie Verduijn nr. 11).
Uit het huwelijk van Maarten en Antje:

  • Pleun, geboren te Haarlemmermeer op 23-8-1873, van beroep landbouwer en overleden te Haarlem op 18-9-1967
  • Dirk, geboren te Haarlemmermeer op 17-1-1875, overleden aldaar op 29-4-1909
  • Neeltje, geboren te Haarlemmermeer op 15-2-1876, overleden te Leiden op 22-2-1954.
  • Neeltje Beatrix, geboren Haarlemmermeer op 20-4-1877, overleden aldaar op 31-5-1880
  • Arie, geboren te Haarlemmermeer op 22-5-1878, van beroep landbouwer en overleden te Gouda.
  • Gerardus (Volgt 39)

gerardus braat

39. Gerardus Braat
Geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4-3-1967.
Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend op de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen.
Hij trouwt 1e met Mijntje Pruissen, geboren te Haarlemmermeer op 2-8-1883 en overleden te Gouda op 20-8-1960. Zij is een dochter van Wouter Pruissen (Zie Genealogie Pruissen nr.6a) en Ariana Juditha Pruissen (Zie Genealogie Pruissen nr. 6b) (nicht van Wouter).
Gerardus trouwt 2e met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e met Pietertje Visser.
Uit het eerste huwelijk 4 kinderen. Jongste dochter:

  • Ariana Juditha Braat (Volgt 40)

Ariana juditha braat40.  Ariana-Juditha Braat (Janie)
Geboren te Zevenhuizen (Z-H) op maandag 29 maart 1920, overleden aldaar op vrijdag 27 augustus 2010, 90 jaar oud. Jongste dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen.
In het jaar 1920 toen Janie werd geboren, waren er in Nederland 6,8 miljoen inwoners. In 2010 (90 jaar later) waren er in Nederland 16,6 miljoen inwoners in Nederland.
Zij is getrouwd te Zevenhuizen op donderdag 13 november 1947 met Willem Pieter Ooms, meubelmaker en stoffeerder. Geboren te Zevenhuizen op zondag 1 juni 1924, wonende aldaar, Overleden te Gouda op maandag 1 september 1998. Zoon van Catharinus Ooms (Zie Genealogie Ooms nr. 13) en Jannigje Aartje van Vliet (Zie Genealogie van Vliet nr. 8).
Geboren te Zevenhuizen op zondag 1 juni 1924, wonende aldaar, overleden te Gouda, 74 jaar oud, op maandag 1 september 1998. 

 Uit dit huwelijk: Twee dochters en twee zonen.
Jongste zoon:

  • Johnny Ooms (Volgt 41)

 

15.Johnny Ooms, geboren johnny15 februari 1958 op de Noordelijke Dwarsweg 13 te Zevenhuizen.
Jongste zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat.
In het jaar 1958 toen Johnny werd geboren waren er in Nederland 11,1 miljoen inwoners.
CV: Linkedin

Terug naar:

Van Karel de Grote tot Ooms

 

  facebook       

© 5 februari 2017