Robertijnen

De Robertijnen waren een Frankisch geslacht dat zijn naam ontleende aan Robert de Sterke, markgraaf van Neustrië. De vroegste Robertingen zijn vermoedelijk afkomstig uit de Haspengouw. Het geslacht werd invloedrijk onder de Karolingen; een aantal van hen werd zelfs koning van het West-Frankische Rijk. Belangrijke vorsten waren Odo, Robert I en Hugo Capet. Hugo Capet wordt beschouwd als de eerste koning van Frankrijk en daarmee de stamvader van het huis der Capetingen.

Wij vangen aan met Robert I van Haspengauw.

 

1. Robert I van de Haspengouw (ca. 700 – voor 764) was een Frankische edelman. Zijn vader was Lambert II, zijn grootvader was Chrodbert II. In veel bronnen wordt de Haspengouw met zijn Franse naam genoemd: Hesbaye.
Omstreekst 715 is hij graaf van de Haspengouw. Hij trouwt met Williswinda (ca. 715 – na 764), dochter van Adalhelm – een grootgrondbezitter in het Rijndal. In 742 is hij paltsgraaf en doet hij een schenking aan de abdij van Sint-Truiden. Rond 750 wordt hij graaf van Rijngouw en de Wormsgau.
Op 12 juli 764 is Williswinda weduwe en sticht ze samen met haar zoon Cancor de abdij van Lorsch in de Rijngouw. Robert en Williswinda hadden de volgende kinderen:

2. Thuringbert van Haspengouw  (geboren ca. 740)
Hij was een zoon van Robert I van de Haspengouw en Williswinda.
Zijn zoon was:
– Robert II van Haspengouw

3. Robert II van Haspengouw (geboren ca. 765 – overleden 12 juli 807).
Hij was een zoon van graaf Thuringbert en kleinzoon van Robert I van de Haspengouw en Williswinda.
Hij was graaf van Wormsgau, Rijngouw en de Haspengouw, en heer van Dienheim, als opvolger van zijn neef Heimrich. Robert was een belangrijke hoveling van Karel de Grote en wordt veel in aktes genoemd. Hij overleed na terugkeer van een missie naar het Midden-Oosten.
Eerste huwelijk met Theoderata (ca. 770 – 789), zij kregen als zoon Robert van Worms (Volgt 4), de oudst bekende voorvader van de Robertijnen. Tweede huwelijk met Isengarde.

 

4. Robert van Worms (geboren voor 790 – overleden voor 834).
Hij was een zoon van Robert van Haspengouw, uit het bekende geslacht der Robertijnen. Robert was in 807 graaf van de Wormsgouw en de Oberrheingau, keizerlijk gezant in Mainz en een vooraanstaand hoveling van Lodewijk de Vrome.
Hij was gehuwd met Waldrada van Orléans, erfdochter van graaf Hadrianus van Orléans (en daardoor kleindochter van Gerold van de Vinzgau) en Waldrada van Hornbach. Zij erfde in 822 omvangrijke goederen in de omgeving van Orléans. 19 december 834 deed Waldrada samen met haar zoon Guntram een schenking voor het zielenheil van Robert aan de Abdij van Lorsch.

Robert en Waldrada waren ouders van:

  • Oda, gehuwd met Werner, graaf van de Wormsgouw
  • Guntram
  • dochter, gehuwd met Megingoz I, graaf van de Wormsgouw
  • Robert de Sterke (ca 820-866) (Volgt 5).

5. Robert de Sterke, (geboren ca. 820 – overleden  Brissarthe, 2 juli 866),
Hij was hertog in Neustrië. Zijn familie staat bekend als de Robertingen of Robertijnen en zijn naar hem genoemd. Zijn bijnaam “de Sterke” werd hem gegeven vanwege zijn militaire successen, vooral tegen de Vikingen.
Robert was graaf van de Wormsgouw als opvolger van zijn broer Guntram. In 840 trok hij naar de omgeving van Orléans om de familiegoederen van zijn overleden moeder te gaan beheren. Als buitenstaander zou hij zich ontwikkelen tot een belangrijke medestander van Karel de Kale tegen de lokale aristocratie. Het werd benoemd tot markgraaf van Neustrië, ter verdediging tegen Bretagne en de Vikingen.
In 852 werd Robert ook lekenabt van Marmoutier en een jaar later was hij als zendgraaf in Maine, Anjou en Touraine. In 855 werd hij benoemd tot hertog van het gebied tussen de Seine en de Loire. Toen Karel een jaar later zijn zoon Lodewijk de Stamelaar tot onderkoning in Neustrië benoemde, betekende dat een gevoelig verlies voor Robert. Karel compenseerde hem met de graafschappen Autun en Nevers. In 857 verdedigde Robert Autun tegen Lodewijk de Duitser, die probeerde te profiteren van het overlijden van Lotharius I.
Robert gaf in 858 leiding aan een coalitie van edelen uit Bretagne en Neustrië die Lodewijk de Duitser vroeg om koning van West-Francië te worden. Deze poging mislukte echter. Robert wist zich op tijd weer te verzoenen met Karel en werd in 861 beloond met het graafschap Anjou. Toen Lodewijk de Stamelaar in 862 in opstand kwam tegen zijn vader, bleef Robert trouw aan Karel. Hij vocht tegen Lodewijk en tegen zijn bondgenoten: hertog Salomon van Bretagne en Pepijn II van Aquitanië. Zowel Robert als Salomon huurden Vikingen in om hun legers te versterken. Deze gevechten bleven de volgende jaren voortduren. Ook moest Robert in 863 wederom Autun verdedigen tegen Lodewijk de Duitser, die nu probeerde te profiteren van de dood van Karel van Provence.
In 866 kwam Robert in actie tegen een inval van de Vikingen. De Vikingen verschansten zich in een kerk in Brissarthe. Omdat Robert dacht dat er een pauze in de gevechten was, trok hij zijn zware wapenrusting uit. Toen de Vikingen een snelle uitval deden was hij onbeschermd en kon makkelijk worden gedood.
Robert was zoon van Robert van Worms en Waldrada van Orléans.
De naam van de vrouw van Robert is niet overgeleverd uit historische bronnen. Vaak wordt Adelheid (geb. ca. 820) genoemd, dochter van Hugo van Tours en weduwe van Koenraad I van Auxerre (overleden in 862). Aangezien Robert al kinderen had in 862, zou Adelheid zijn tweede vrouw zijn geweest. Adelheid moet in 862 al ouder zijn geweest dan 40, en zou toch nog twee kinderen met Robert hebben gekregen. De Franse geneoloog Christian Settipani heeft vastgesteld dat de bron van de identificatie van Roberts vrouw terug gaat tot het onbetrouwbare twaalfde-eeuwse werk Chronicle of Saint-Benigne de Dijon die een samenvoeging bevat van Alberic of Trois-Fontaines. Het werk Europaische Stammtafeln identificeert Roberts vrouw als ene Agane.

Kinderen uit het mogelijke eerste huwelijk met Agane:

  • zoon, erft het bezit in Bourgondie (866)
  • Richildis, getrouwd met Theobald graaf van Tours.

Kinderen die Adelheid als moeder zouden hebben:

 

Robert I van Frankrijk

Robert I van Frankrijk

6. Robert I van Bourgondië, ook van Parijs of van Frankrijk (geboren 15 augustus 866 – overleden Soissons, 15 juni 923) was koning van West-Francië van 922 tot zijn dood.

Robert was de jongste zoon van hertog Robert de Sterke en een broer van Odo I van Frankrijk, die zijn vader opvolgde als hertog. In 885 vocht Robert met zijn broer Odo tijdens de verdediging van Parijs tegen de Vikingen. Toen Odo in 888 tot koning van West-Francië werd gekozen, droeg hij al zijn andere titels over aan Robert. Robert werd daardoor hertog van Francië, markgraaf van Neustrië, graaf van onder andere Parijs, Tours en Orléans, en lekenabt van onder andere Saint-Denis, Marmoutier en Saint-Martin in Tours, Saint-Germain-des-Pres in Parijs, Notre-Dame de Morienval en Saint-Amand. In 893 benoemde Odo hem ook tot graaf van Poitiers maar hij werd door de lokale adel verdreven. Na de dood van Odo in 898 had Robert een kans om zelf koning te worden maar zag ervan af en steunde het koningschap van Karel de Eenvoudige. In ruil bevestigde Karel Robert in al zijn functies en bezittingen.

De vrede tussen Karel en Robert bleef duren tot in 921. In die periode versloeg Robert in 911 de Vikingen onder Rollo bij Chartres. Karel begon onderhandelingen met Rollo en toen Rollo zich daarop liet dopen, was Robert zijn peetoom en liet Rollo zich als Robert dopen. In 914 verzekerde Robert de opvolging door zijn zoon Hugo.

Karel was inmiddels ook koning van Lotharingen geworden. De Lotharingse graaf Hagano kreeg een sterke positie aan het hof van Karel en werd boven alle andere edelen begunstigd. Dit leidde tot steeds grotere weerstand onder de andere edelen en de bisschoppen. Toen Karel de abdij van Chelles, waar de moeder van Hugo’s eerste vrouw abdis was, confisqueerde om aan Hagano te schenken, kon Robert dat niet tolereren. Met de hulp van de belangrijkste edelen voerde Robert een staatsgreep uit: Robert werd op 22 juni te Reims tot koning gekozen en op 30 juni 922 daar tot koning gekroond. Na enkele korte gevechten rondom Reims en Laon, wist Robert de koninklijke schat in Laon in handen te krijgen en moest Karel vluchten. Hendrik de Vogelaar erkende Robert als koning van West-Francië en Lotharingen. Karel verzamelde echter een leger in Lotharingen en trok op tegen Robert. In 923 wist Robert tijdens de slag bij Soissons Karel te verslaan. Robert kwam hier zelf echter bij om het leven – volgens de overlevering werd hij door Karel zelf gedood. Karel werd gevangengenomen en Robert werd opgevolgd door zijn schoonzoon Rudolf I van Frankrijk. Karel zou tot zijn dood (928) een pion blijven in de machtsstrijd tussen de grote edelen.
Robert is ca. 895 gehuwd met Beatrix van Vermandois (Zie Karel de Grote (V) nr. 6 ). Omdat een dochter van Robert met de broer van Beatrix zou trouwen, moet die dochter geboren zijn uit een eerder huwelijk met een onbekende vrouw, die volgens sommige bronnen misschien Adelheid zou heten. Uit zijn eerste huwelijk was Robert vader van:

Uit zijn tweede huwelijk was Robert vader van:

 

Hugo de Grote

Hugo de Grote

7. Hugo de Grote (geboren Fontaines-en-Sologne, 897 – overleden Dourdan, 16 juni 956) was in zijn tijd de machtigste edelman in Frankrijk. Hij weigerde tot driemaal toe om koning te worden maar gaf er de voorkeur aan om zwakkere koningen op de troon te plaatsen en direct zijn eigen belangen te kunnen behartigen.

Hugo was de zoon van Robert I van Frankrijk en Beatrix van Vermandois. Na het overlijden van zijn vader in de Slag bij Soissons in 923, werd hem de kroon aangeboden. Hij weigerde echter, en zijn zwager Rudolf I van Frankrijk werd toen tot koning gekozen. Hugo was toen markgraaf van Bretagne, graaf van Parijs, Troyes, Orléans, en lekenabt van Saint-DenisSaint-Germain-des-Prés, Marmoutier, Saint-Martin te Tours, Carmery, Villeloin. In de volgende jaren werd hij hertog van Neustrië en verwierf hij ook nog de graafschappen Autun, Auxerre, Nevers, Sens, Chalon en Mâcon. Na het kinderloos overlijden van Rudolf in 936 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar vroeg Lodewijk IV van Frankrijk, die als kind door zijn moeder in Engeland in veiligheid was gebracht, om koning te worden. Hugo bedong voor zichzelf natuurlijk een positie van uitzonderlijke macht en invloed, onder de nieuwe koning. In 938 werd hij benoemd tot mede-hertog van Bourgondië.

Daarna kwam Hugo in conflict met Lodewijk, die probeerde een zelfstandige positie als koning te verwerven. Hugo sloot in 940 met Herbert II van Vermandois en met Willem I van Normandië een bondgenootschap tegen Lodewijk IV. Ze belegerden Reims en versloegen de koning toen die probeerde om de stad te ontzetten. In plaats van Lodewijk erkenden ze Otto I de Grote als koning. Uiteindelijk werd er in 942 te Wezet een vrede bemiddeld door Otto en zijn zuster Gerberga van Saksen, die met Lodewijk was getrouwd. Toen de Normandiërs Lodewijk in 945 gevangennamen, droegen ze hem over aan Hugo. En die liet Lodewijk pas in 946 vrij toen die de stad Laon aan hem had afgestaan. In dat jaar gebruikte Hugo de dood van Herbert II van Vermandois om diens erfenis te versnipperen over diens kinderen, zodat geen van hen nog zo machtig zou kunnen worden als hun vader. De Universele Synode van Ingelheim dreigde Hugo in 948 met excommunicatie als hij Lodewijk niet zou compenseren. De excommunicatie is ook een korte tijd daadwerkelijk uitgesproken maar Lodewijk kreeg Laon terug en geleidelijk verzoenden Hugo en Lodewijk zich met elkaar. Na het overlijden van Lodewijk in 954 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar steunde het regentschap van Gerberga. In ruil daarvoor werd Hugo tot hertog van Bourgondië en Aquitanië benoemd. Een expeditie naar Aquitanië om zijn gezag als hertog te vestigen mislukte, maar Bourgondië erkende hem wel als hertog.

Hij werd begraven in de Kathedraal van Saint-Denis.

Hugo was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Judith, dochter van Rogier van Maine. In zijn tweede huwelijk was hij getrouwd met Eadhild, een zuster van koning Athelstan van Engeland. Als derde vrouw trouwde hij 14 september 937 met Hedwig van Saksen, dochter van de Duitse koning Hendrik de Vogelaar en zuster van Otto I van Duitsland. Zij kregen de volgende kinderen:

Bij een minnares kreeg hij nog een zoon Herbert, die werd benoemd tot bisschop van Auxerre.

 

Hugo Capet

Hugo Capet

8. Hugo Capet  (geboren Parijs, overleden ca. 940 – Les Juifs bij Chartres, 24 oktober 996) was koning van Frankrijk van 987 tot 996. Zijn bijnaamCapet betekent “een mantel dragend” en werd hem waarschijnlijk gegeven ter onderscheid van zijn vader Hugo de Grote.
Hugo de Grote was in zijn tijd de machtigste man van Frankrijk, zelfs machtiger dan de koning. Bij de dood van zijn vader erfde Hugo Capet de meeste van zijn bezittingen en titels: Hugo werd hertog van de Franken (Neustrië), graaf vanParijs, Orléans, Poitou, Tours, etc., en lekenabt van o.a.Saint-Martin te Tours, Saint-Germain teAuxerre, St. Aignan te Orléans, Saint-Quentin en Sint-Vaast. Zijn broer Otto werd bovendien hertog vanBourgondië. De paus noemde hem de “glorierijke prins van de Franken”. Omdat Hugo nog minderjarig was traden zijn moeder Hedwig van Saksen en zijn oom Bruno, aartsbisschop van Keulen, op als regent. Zij waren zuster en broer van keizer Otto I de Grote.
De machtige Franse edelen maakten gebruik van Hugo’s minderjarigheid door hun positie ten koste van hem te versterken, bv: Willem III van Aquitanië die de Poitou tegen Hugo wist te behouden,Theobald I van Blois die Chartres en Châteaudun verwierf, en Fulco II van Anjou die de omgeving van Nantes in handen kreeg.
Ca. 968 verbeterde Hugo zijn betrekkingen met Willem IV van Aquitanië door met diens zuster te trouwen. In 978 beschermde Hugo koning Lotharius van Frankrijk in Étampes en verdedigde Parijs tegen Otto II, nadat Lotharius een riskante plundertocht naar Aken had ondernomen.
Hugo was een bondgenoot van aartsbisschop Adalbero van Reims, die bang was dat Frankrijk een vazalstaat van Duitsland zou worden.
In 981 veroverde Hugo Montrieul, ook bezocht hij in dat jaar Otto II in Rome. In 986 klaagde Lotharius Adalbero aan wegens hoogverraad. Hugo bestormde de rechtszitting en de koning kwam daarbij om het leven. Dit bleef zonder gevolgen voor Hugo.
Na de onverwachte dood van Lotharius’ zoon Lodewijk de Doeniet in 987, hij stierf kinderloos na een jachtongeval, werd Hugo op 3 juli 987 te Senlis tot koning gekozen. Adalbero steunde hem met de volgende argumentatie: Het koningschap krijgt men niet op grond van erfrecht; men moet slechts hem op de troon verheffen, die zich zowel door zijn lichamelijke welgeschapenheid als door zijn geestelijke wijsheid onderscheidt, die door het geloof gesterkt en door grootmoedigheid gesteund wordt... Hugo werd in Noyon of Reims gekroond en liet nog op 30 december 987 zijn zoon Robert II tot medekoning kronen, een poging om zijn opvolging te verzekeren.
Hugo Capet wordt beschouwd als de eerste koning van Frankrijk en daarmee de stamvader van het huis der Capetingen.
Volgt De Capetingers.