Koningen van Engeland II

 

 

Koningen van Engeland uit het Normandische Huis

 

Vervolg van Hertogen van Normandie nr.5

 

Willem de Veroveraar

Willem de Veroveraar

6a. Willem I (geboren Falaise, ca. 1028 – overleden 9 september 1087), ook bekend als Willem de Veroveraar (Guillaume le Conquérant), was de eerste Normandische Koning van Engeland van Kerstmis 1066 tot zijn dood. Hij was ook Hertog van Normandië van 3 juli 1035 tot zijn dood, onder de naam Willem II. Vóór zijn verovering van Engeland, stond hij bekend als Willem de Bastaard omdat hij een buitenechtelijk kind was. Om zijn aanspraken op de Engelse kroon kracht bij te zetten viel Willem in 1066 Engeland binnen. Hij leidde een leger van Normandiërs,Bretons, Vlamingen en Fransen (van Parijs en Île-de-France) naar de overwinning op de troepen van de Engelse Koning Harold II in de Slag bij Hastings. De daaropvolgende Engelse opstanden werden door hem onderdrukt in wat bekend is geworden als deNormandische verovering van Engeland.

Willem was de buitenechtelijke zoon van Robert de Duivel  (Zie Hertogen van Normandië nr. 5) en Herleva, dochter van een leerlooier genaamd Fulbert. Hij werd geboren in het Normandische Falaise, zo’n 30 km ten zuiden van Caen. Zijn vader werd ervan verdacht aan de macht te zijn gekomen na zijn oudere broer te hebben vergiftigd. Vermoedelijk om die reden ging Robert in 1034 op een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Voor zijn vertrek liet hij de Normandische edelen hun trouw zweren aan Willem. Hoewel Willem buitenechtelijk was, was dit niet vreemd omdat in Normandië nog altijd het oude gewoonterecht van de Vikingengold (de “more Danico”) waardoor een man meerdere vrouwen kon hebben, en hun kinderen wettige erfgenamen waren. Willems politieke tegenstanders zouden wel dit gegeven zijn leven lang tegen hem blijven gebruiken. Robert overleed tijdens zijn pelgrimstocht in 1035, en Willem volgde hem op als hertog van Normandië. Willem was toen nog geen tien jaar oud en de werkelijke macht lag bij zijn hovelingen, in het bijzonder bij zijn voogden. Er werd door de Normandische adel fel om deze posities gevochten en meerdere voogden sneuvelden of werden vermoord. Ook werden meerdere aanslagen op Willem zelf gepleegd.
In 1044/1045 steunde Normandië koning Hendrik I van Frankrijk tegen Godfried II van Anjou. Willem zal rond deze tijd meerderjarig zijn geworden (16 jaar oud). Hij werd in 1046 nog geconfronteerd met een gevaarlijke opstand van een deel van de Normandische adel die zijn neef Guy (zoon van zijn tanteAdelheid van Normandië (1005-1038)) tot hertog wilden uitroepen. Willem vluchtte naar het hof van Hendrik. In 1047 keerde hij samen met Hendrik terug en versloeg zijn tegenstanders in een twee dagen durende veldslag bij Val-es-Dunes, aan de rivier de Orne bij Caen. Veel van zijn vluchtende tegenstanders werden gedood, het rad van een watermolen in de Orne zou door lijken zijn verstopt. Willem had nog drie jaar nodig om Guy en zijn aanhangers te onderwerpen. Hij gebruikte deGodsvredebeweging daarbij als een belangrijk hulpmiddel. Willem veroverde het opstandige Alençonen liet de handen van de burgers afhakken als straf omdat ze tijdens het beleg dierenhuiden aan de muren hadden gehangen, als verwijzing naar de nederige afkomst van Willems moeder die dochter van een leerlooier was. Nadat hij ook enkele veldtochten tegen Maine had gevoerd, was zijn positie als hertog verzekerd. Willem koos Caen als zijn hoofdstad en begon zijn regering als hertog.Als jonge hertog werkte Willem gestaag aan het versterken van zijn macht en onafhankelijkheid. In 1051 of 1052 bezocht hij in Londen zijn achterneef Eduard de Belijder, koning van Engeland, die als jonge man voor zijn eigen veiligheid een tijd aan het Normandische hof had geleefd. Eduard was toen in conflict met zijn machtigste earl, Godwin van Wessex. Willem beweerde later dat Eduard, die kinderloos was, hem bij deze gelegenheid de Engelse troon had beloofd.
In 1053 bevestigde Willem de goede banden met Vlaanderen door een huwelijk in de kathedraal vanEu (Seine-Maritime) met zijn achternicht Mathilde van Vlaanderen, verwant in de vijfde graad. Dit huwelijk was zowel voor de paus (wegens bloedverwantschap) als voor koning Hendrik (wegens het machtige verbond tussen Normandië en Vlaanderen) niet te accepteren. Hendrik probeerde in 1054 en in 1056 Willem met een leger te onderwerpen, maar werd beide keren door Willem verslagen. Toen de paus in 1059 alsnog instemde met het huwelijk en Willem in 1062 ook nog Maine wist te veroveren, was zijn succes compleet.
In 1064 leed Harold, zoon van Godwin van Wessex, schipbreuk op de kust van Ponthieu. Harold werd door de lokale heer gevangengenomen maar Willem zorgde voor zijn vrijlating en ontving Harold als zijn gast. Harold zou hebben deelgenomen aan een veldtocht van Willem en verloofde zich met Willems dochter Adelheid. Willem liet Harold zweren dat hij zijn aanspraken op de Engelse troon zou ondersteunen. Harold verklaarde later dat die eed onder dwang was afgelegd, en daarom niet geldig was. Na het overlijden van de kinderloze Eduard de Belijder (4 januari 1066), werd Harold door de witenagemot evenwel zelf tot koning uitgeroepen.
Engeland was een goed georganiseerd koninkrijk met goed werkende belastingheffingen. Vooral dat laatste maakte het voor Willem aantrekkelijk om zijn aanspraken op de troon door te zetten. De verschijning van de komeet van Halley in april 1066 zag hij als een goed voorteken. Hij kreeg hulp van edelen uit Bretagne, Vlaanderen en het hele westen van Frankrijk en verzamelde een vloot van bijna 700 schepen. Harold stationeerde een leger en een vloot in het zuiden van Engeland om deze dreiging het hoofd te kunnen bieden maar op 8 september moest hij, gedwongen door de wet, zijn leger ontbinden en zijn vloot op Londen terugtrekken. Harolds leger bestond vooral uit dienstplichtige boeren, die bij het aanbreken van de oogsttijd het recht hadden om het leger te verlaten. Willem was juist door slecht weer vertraagd: zijn expeditie was vertrokken uit de Divesmonding maar had enkele weken moeten schuilen in de Sommemonding. Daardoor landde hij pas op 28 september 1066 bijPevensey op de Engelse kust, zonder tegenstand te ontmoeten. Willem bleef aan de kust en bouwde bij Hastings een kasteel dat hij in kant-en-klare onderdelen uit Normandië had meegenomen, als verdediging tegen een mogelijke aanval over zee.
Harold was toen met zijn kleine beroepsleger ver weg in York, waar hij Harald III van Noorwegen en zijn eigen broer Tostig Godwinson had verslagen in de slag van Stamford Bridge. Na het nieuws van de Willems landing trok hij in haast naar het zuiden, waarbij hij onderweg zo veel mogelijk troepen verzamelde. Op 14 oktober vond de slag bij Hastings plaats, waarbij na een dag van zware gevechten Harold werd gedood en Willem de overwinning behaalde.
De slag bij Hastings was nog lang niet de definitieve beslissing. De Engelsen kozen Edgar Æthelingals koning. Willem trok via Dover en Canterbury naar Londen. Hij probeerde via London Bridge de stad te veroveren maar deze aanval werd afgeslagen. Willem liet versterkingen uit Normandië komen en stak de Theems over. Een nieuwe aanval op Londen lukte wel. Op 25 december werd Willem in deWestminster Abbey tot koning gekroond. Zijn verovering is het onderwerp van het beroemde Tapijt van Bayeux.
Willem werd voortdurend met Engelse opstanden geconfronteerd, wat in 1068 uitliep op een grote opstand in Mercia en Northumbria onder leiding van Edgar. Edgar werd verslagen en vluchtte naar Schotland, waar zijn zuster trouwde met koning Malcom III. Northumberland kwam weer in opstand en York werd veroverd. De opstand werd gesteund door een inval uit Schotland en Denemarken (ook de Deense koning maakte aanspraken op de Engelse kroon). De opstandelingen kwamen tot Lincoln maar werden daar gestuit en uiteindelijk in Yorkshire verslagen. Willem begon toen een campagne van verschroeide aarde in het noorden van Engeland (de zogenaamde Harrying of the North) wat tot grote hongersnood en ontvolking leidde. De gevolgen daarvan waren 100 jaar later nog merkbaar en zelfs de paus zou Willem hebben vermaand over de behandeling van zijn onderdanen. De adel in het noorden werd op grote schaal vervangen door Willems volgelingen en de Denen werden afgekocht en gingen naar huis. In 1072 viel Willem Schotland binnen en sloot uiteindelijk een verdrag met Malcolm. Edgar gaf zich over in 1074. De laatste echte opstand in Engeland was vooral een opstand van Normandische edelen, hoewel de laatste Saksische earl Waltheof II van Northumbria ook aan de opstand deel nam en er weer steun was vanuit Denemarken. Willem was ten tijde van deze opstand in Normandië maar de opstand werd neergeslagen door zijn halfbroer Odo van Bayeux.
Willem introduceerde het feodale stelsel in Engeland, en benoemde veel Franse edelen in Engelse posities. Daarbij gaf hij ze bezittingen die over grote gebieden waren versnipperd zodat ze geen echte machtsbasis konden opbouwen. Hij bouwde ongeveer 80 kastelen, waaronder de Tower of London. In 1085 liet Willem het Domesday Book opstellen met een gedetailleerde inventarisatie van bezittingen in land en vee, voor een doelmatige belastingheffing en om de nieuwe bezitsverhoudingen permanent vast te leggen. Tegen deze tijd had de oorspronkelijke Angelsaksische adel en geestelijkheid nog maar 8% van het land in bezit. De Normandiërs drukten ook qua recht, cultuur en architectuur gedurende de volgende eeuwen een sterk stempel op Engeland.
Opmerkelijk aan de verovering van Engeland is dat deze trekken heeft van een commerciële onderneming. In de Normandische administratie werd vastgelegd wat ieders bijdrage in schepen aan Willems invasievloot was geweest. Er bestaat een zichtbaar verband tussen de grootte van deze investeringen en de grootte en het belang van de Engelse functies en bezittingen die deze investeerders na 1066 kregen toebedeeld.
In 1076 dreigde een oorlog tegen Bretagne maar onder druk van koning Filips I van Frankrijk werd een vrede bereikt die werd bezegeld door de verloving van Willems dochter Constance met Alan IV van Bretagne, de erfgenaam van de hertog van Bretagne.
Willems zoons kregen grote ruzie met elkaar in 1079. Robert, de oudste, werd door zijn broers in een modderpoel gegooid. De ruzie die hieruit voortvloeide leidde tot een complete oorlog waarin Willem aan de kant van zijn jongere zoons kwam te staan. Robert had een sterke positie in Normandië en Willem kon hem alleen maar bedwingen met hulp van koning Filips. Willem werd zelfs tijdens een veldslag door Robert uit zijn zadel geworpen en verwond, omdat Robert hem niet herkende. Willem moest zich terugtrekken in Rouen om te herstellen. Zijn vrouw Mathilde wist in 1080 een vrede te bemiddelen in de familie.
Willem liet in 1080 zijn halfbroers nog aanvallen uitvoeren op Schotland en Northumbria maar in 1082 zette hij zijn halfbroer Odo van Bayeux gevangen, en liet hem later weer vrij.
Van Willem is één bot bewaard gebleven. Op basis daarvan wordt geschat dat Willem ongeveer 1,75 m groot en sterk gespierd was. Daarmee was hij vrij lang voor zijn tijd maar zijn gespierde bouw was niet zo bijzonder: middeleeuwse ridders moesten heel sterk zijn om met succes in hun zware wapenrusting met hun zware wapens te kunnen vechten. Bekend is dat Willem vanaf zijn paard de boog kon hanteren en dat hij zijn hele leven een goede gezondheid had. Wel werd hij op latere leeftijd erg dik, zodat hij volgens de Franse koning wel op een zwangere vrouw leek.
In de zomer van 1087 viel Willem van zijn paard tijdens het beleg van Mantes en liep door de klap tegen zijn zadelknop inwendige verwondingen in zijn buik op. Na vijf weken van grote pijn bezweek hij. Op zijn doodsbed heeft hij zijn meeste tegenstanders begenadigd. Willems lichaam werd naar Caen vervoerd voor de begrafenis in de Stephanus abdij. Maar hij was behoorlijk dik en zijn lichaam was door de warmte bovendien opgezet. Bisschoppen probeerden zijn lichaam in de voor hem bestemde sarcofaag te proppen maar daarbij barstte zijn buik open en werd de kerk met een ondraaglijke stank vervuld. Bij Willems begrafenis bleek dat het land van het graf nog niet was betaald en de eigenaar eiste betaling van 60 schellingen voordat de begrafenis door kon gaan. Het bedrag werd ter plekke door zijn zonen voldaan.
Willem en Mathilde van Vlaanderen kregen de volgende kinderen:

  • Robert Curthose, erft het hertogdom Normandië
  • Richard (ca. 1055 – 1075 of 1081), verongelukt tijdens de jacht in New Forest, begraven in dekathedraal van Winchester
  • Adelheid, verloofd met Harold Godwinson in 1064 maar niet met hem getrouwd, non in Préaux
  • Mathilde (ovl. ca. 1113), abdis van la Trinité te Caen
  • Cecilia (ovl. juli 1126/1127), abdis van la Trinité te Caen als opvolgster van Mathilde, begraven in Caen
  • Willem Rufus, erft het koninkrijk Engeland
  • Constance (ovl. 13 augustus 1090), getrouwd met Alan IV van Bretagne. Dit huwelijk bleef kinderloos.
  • Agatha
  • Adela. (Volgt 7a)
  • Hendrik I “Beauclerc”, koning van Engeland  (Volgt  7b)

7a.  Adela van Engeland
Geboren Normandië, circa 1062 – overleden Marcigny-sur-Loire, 8 maart 1137. Zij was de jongste dochter van Willem de Veroveraar en huwde in 1081 te Breteuil met Stefanus II van Blois (Hendrik ‘de Wijze’).
Adela had in haar jeugd een goede opleiding gehad: ze beheerste Latijn en had een brede interesse. In de periode 1095-1098 was ze regentes van het grote feodale bezit van haar man, toen die deelnam aan de Eerste Kruistocht. Omdat Stefanus de kruistocht voortijdig had verlaten, zette Adela hem ertoe aan om deel te nemen aan de kruisvaart van 1101. Adela werd opnieuw regentes en Stefanus sneuvelde in het Heilige Land; Adela bleef tot 1107 regentes. Als regentes stuurde ze in 1101 honderd ridders om Filips I van Frankrijk te helpen bij het beleg van Montmorency (Val-d’Oise). In 1105 bemiddelde ze in een conflict tussen paus Paschalis IIen haar broer Hendrik I van Engeland en in 1107 ontving ze de paus te Chartres. Ze onterfde haar zoon Willem omdat die onbekwaam was, en benoemde haar volgende zoon Theobald tot opvolger van zijn vader. Ook na haar aftreden als regentes bleef ze zich met intensief met het bestuur bemoeien. In 1113 en 1118 bemiddelde ze nog in conflicten tussen Hendrik en Theobald enerzijds, enLodewijk VI van Frankrijk anderzijds. Adela trad als non in het klooster van Marcigny in 1120 en overleed daar 17 jaar later. Adela werd begraven in de abdij van Heilige Drie-eenheid te Caen.
Adela maakte een cultureel centrum van Chartres. Ze correspondeerde met Ivo van Chartres,Anselmus van Canterbury, Hildebert van Laverdin en Hugo van Fleury. De dichter Baudri van Bourgueil was een van haar bestuurders. Volgens zijn beschrijving had haar ontvangstkamer wandtapijten met scènes uit Genesis, de Griekse mythologie en een kleinere versie van het tapijt van Bayeux, was het plafond beschilderd met sterren en tekens van de dierenriem en was op de vloer een wereldkaart weergegeven. Zij betoonde zich zeer edelmoedig voor abdijen en kerken.
Adelheid en Stefanus kregen de volgende kinderen:

  • Humbert, graaf van Vertus
  • Willem I van Sully, graaf van Chartres en door zijn vrouw graaf van Sully. Dwong in 1103 de burgers van Chartres tot een eed dat zij de bisschop van Chartres zouden doden. Werd onterfd omdat hij onbekwaam zou zijn voor het bestuur en behield alleen het graafschap Sully.
  • Theobald IV (…. – 1152)
  • Odo
  • Mathilde (…. – 1120), in 1115 gehuwd met Richard van Avranches, graaf van Chester, verdronken bj het vergaan van het White Ship
  • Agnes, gehuwd met Hugo III van Puiset (?-1132), burggraaf van Chartres
  • Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes, gescheiden in 1113
  • Eleonora, gehuwd met graaf Roeland I van Vermandois
  • Stefanus van Blois, koning van Engeland (Volgt 8a)
  • Alice, gehuwd met Reinout III van Joigny
  • Hendrik († 1171), kapelaan van keizerin Mathilde van Engeland. Werd in 1118 door keizer Hendrik V benoemd tot bisschop van Verdun maar dit stuitte op verzet van de paus. Toen de paus eindelijk akkoord ging, verzette keizer Hendrik zich weer tegen de benoeming. Dit leidde tot gewapende conflicten en Hendrik kon ternauwernood uit Verdun ontsnappen door de Maas over te zwemmen. Hendrik werd monnik in Cluny en later abt van Bermondsey. In 1124 werd een vrede bereikt en werd Hendrik weer bisschop van Verdun. In 1126 werd hij ook abt van Glastonbury. Hendrik gaf in 1129 het bisdom van Verdun op, en werd bisschop van Winchester. In 1136 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Canterbury.

7b. Hendrik I Beauclerc” van Engeland
Geboren York, circa 1068 –  overleden Lyons-la-Forêt (Frankrijk), 1 december 1135.
Hij was koning van Engeland en hertog van Normandië. Zijn bijnaam had hij te danken aan zijn voor die tijd goede opleiding: naast Normandisch Frans las en sprak hij ook Latijn en Engels, en hij zou enig onderwijs in de vrije kunsten hebben gehad.

Hendrik was het jongste kind van Willem de Veroveraar en Mathilde van Vlaanderen, hij is vermoedelijk vernoemd naar Hendrik I van Frankrijk, een oom van Mathilde. Hij zou zijn opgevoed door bisschop Osmund van Salisbury, de kanselier van Willem. Op 24 mei 1086 werd hij door zijn vader tot riddergeslagen.Willem raakte in 1087 dodelijk gewond door een ongeval tijdens een militaire campagne in de Vexin. Hendrik bezocht het sterfbed van zijn vader in Rouen. Willem gaf Normandië aan zijn oudste zoon, Robert Curthose, hoewel die op dat moment in opstand tegen zijn vader was, hij gaf Engeland aan zijn derde zoon Willem, Hendrik kreeg een geldbedrag van vijfduizend pond en de landerijen van zijn moeder in Buckinghamshire en Gloucestershire. Hun tweede zoon Richard was reeds in ca. 1075 overleden door een jachtongeluk.
Robert, de oudste, was boos omdat Willem Engeland had gekregen. Willem had zich snel in Engeland laten kronen en nu wilde Robert een oorlog tegen hem beginnen. Hendrik was in Normandië en steunde Robert, maar misschien had hij geen andere keuze. Voor Willem was dat aanleiding om zijn landerijen in Buckinghamshire en Gloucestershire in beslag te nemen. Hendrik had nu geen land, alleen geld. Het volgende jaar werd het duidelijk dat de plannen van Robert op niets zouden uitlopen, vooral wegens geldgebrek. Robert vroeg Hendrik om hem geld te lenen maar die had liever land en uiteindelijk kocht hij de grafelijke rechten in de Cotentin en het gebied rond Avranches, voor een bedrag van drieduizend pond. De invloed van Hendrik nam hierdoor sterk toe want in dit gebied lagen belangrijke bezittingen van Hugo van Avranches, earl van Chester, Richard van Redvers, grootgrondbezitter in Dorset, en de belangrijke abdij van Mont Saint-Michel.Hendrik maakte zich snel geliefd bij de Normandische edelen in het westen van het hertogdom. Robert probeerde kort daarna om de grafelijke rechten van Hendrik terug te kopen maar door de steun van zijn edelen kon Hendrik dit bod afslaan. In de zomer van 1088 bezocht Hendrik zijn broer Willem in Engeland, in een poging om de landerijen van zijn moeder terug te krijgen. Toen Hendrik na een paar maanden (zonder succes) terugkeerde naar Normandië, werd hij op beschuldiging van samenzwering tegen Robert gevangengenomen door Odo van Bayeux, en opgesloten in Neuilly-la-Forêt. Robert nam de graafschappen van Hendrik in beslag. Onder druk van Normandische edelen werd Hendrik in het voorjaar van 1089 vrijgelaten. Hendrik was geen graaf meer maar hij had nog wel veel invloed in het westen van Normandië.Willem kreeg de opstandige edelen in Engeland steeds meer onder controle en begon zijn aandacht aan Normandië te wijden. Hij versterkte zijn banden met Normandische edelen en stookte de burgerij van Rouen op om in opstand te komen. In reactie sloot Robert een verdrag met Filips I van Frankrijk. Eind 1090 kwam een groep burgers onder leiding van Conan Pilatus in opstand. Robert deed een beroep op zijn edelen om de opstand te onderdrukken en Hendrik was de eerste belangrijke edelman die hem te hulp kwam. In Rouen ontstonden verwarde straatgevechten. Robert zocht een veilig onderkomen in het kasteel van de stad maar Hendrik wist de gevechten in zijn voordeel te beslissen. Conan werd gevangengenomen en bood een groot losgeld voor zijn vrijlating, maar Hendrik besloot om van hem een voorbeeld te maken en gooide hem van een van de torens van het kasteel. In plaats van hem te belonen, dwong Robert Hendrik om de stad te verlaten. De argumenten die hiervoor worden genoemd zijn dat Hendrik alom werd gezien als de man die de opstand had onderdrukt, wat Robert niet zou hebben kunnen verdragen, of dat Hendrik als beloning had gevraagd om zijn graafschap terug te krijgen.In het voorjaar van 1091 kwam Willem met een leger naar Normandië. Robert en Willem begonnen onderhandelingen. Willem kreeg bezittingen in Normandië en in ruil daarvoor zou hij Robert helpen om Maine te verwerven. Robert en Willem benoemden elkaar tot erfgenaam en sloten Hendrik uit van erfopvolging. Door deze afspraken kwam het tot oorlog tussen Hendrik en zijn broers. Hendrik vormde een leger van huurlingen maar de edelen die hem steunden liepen snel over naar het kamp van Willem en Robert. Met zijn resterende strijdkrachten trok Hendrik zich in maart 1091 terug op Mont Saint-Michel. Uiteindelijk moest Hendrik ook dit eiland opgeven en trok hij via Bretagne naar Frankrijk. De samenwerking van Willem en Robert viel nu uiteen en ze begonnen elkaar weer te bestrijden.De inwoners van Domfront (Orne) kwamen in 1092 in opstand tegen hun heer Robert II van Bellême. Ze vroegen aan Hendrik om hun heer te worden en hieraan voldeed Hendrik heel graag. Hendrik begon vanuit Domfront zijn oude netwerk weer op te bouwen. In 1094 had hij zoveel aanhang verzameld dat hij beslissingen over leengoederen kon nemen alsof hij de hertog van Normandië was. Willem steunde Hendrik met geld, tegen Robert. Hendrik gebruikte de middelen onder andere om het kasteel van Domfront te vergroten en te versterken. Willem viel in 1094 Normandië binnen. Door de militaire aanwezigheid van Willem kon Hendrik het westen van Normandië vast in handen krijgen. Willem ging al snel terug naar Engeland en Hendrik werd een belangrijke hoveling van Willem.Robert leende een groot bedrag van Willem om deel te kunnen nemen aan de eerste kruistocht. In ruil daarvoor kreeg Willem het bestuur over het oostelijk deel van Normandië, tijdens de afwezigheid van Robert. In 1097 en 1098 voerden Hendrik en Willem samen campagne in de regio Vexin.
Op 2 augustus 1100 overleed Willem door een verdwaalde pijl (tot op heden voeding voor complottheorieën) tijdens een jachtpartij in New Forest waar Hendrik ook aan deelnam. Na een korte discussie in Winchester (Robert was nog afwezig vanwege de kruistocht) steunde een groot deel van de aanwezige edelen de claim van Hendrik op de troon. Hendrik bezette het kasteel van Winchester en maakte zich meester van de Engelse schatkist. Op 5 augustus 1100 werd hij in grote haast gekroond in Westminster Abbey door de bisschop van Londen, omdat aartsbisschop Anselmus van Canterbury door Willem was verbannen en de aartsbisschop van York niet op tijd in Londen kon zijn.Hendrik beloofde de rechten van de kerk en de edelen te eerbiedigen en de vrede in het koninkrijk te zullen handhaven. Hendrik beloonde zijn oude aanhangers met nieuwe leengoederen en handhaafde de belangrijkste bestuurders van Willem, behalve de gehate Ranulf Flambard (bisschop van Durham) die wegens corruptie gevangen werd gezet in deTower of London (gebouw). Willem had in zijn conflict met de kerk een aantal belangrijke posten open gelaten en Hendrik benoemde zijn kandidaten voor die posities. Hij vroeg Anselmus van Canterbury om terug te komen naar Engeland, en de benoemingen te bevestigen.Op 11 november 1100 trouwde Hendrik met Edith, dochter van koning Malcolm III van Schotland. Zij was een nicht van Edgar Ætheling, die na de dood van Harold II van Engeland nog tot koning van Engeland was uitgeroepen maar niet meer werd gekroond, en een achterkleindochter van koning Edmund II van Engeland. Zij was dus een afstammeling van het oude Engelse koningshuis en dit huwelijk ondersteunde dus de rechten van Hendrik op de Engelse troon. Als gebaar naar de Normandische adel veranderde ze haar naam van Edith (een typisch Angelsaksische naam) in Mathilda (een Frankische naam).Mathilda was opgevoed in kloosters en had vermoedelijk geloften afgelegd om een non te zullen worden. Nu deed ze een beroep op Anselmus van Canterbury om vrijgesteld te worden van deze beloften, om met Hendrik te kunnen trouwen. Anselmus stelde een commissie van geestelijken in om het probleem te onderzoeken. De conclusie was dat Mathilda feitelijk nog geen non was geworden, en dus vrij was om te trouwen. Mathilde bleek een energieke koningin te zijn die enkele malen als regent voor Hendrik optrad en deelnam aan besprekingen aan het hof. Na de geboorte van haar kinderen bleef ze meestal in Winchester als Hendrik op reis was, en was ze betrokken bij het dagelijks bestuur van Engeland.Hendrik had kinderen bij ten minste vijftien andere vrouwen en had vermoedelijk nog meer relaties. Een deel van die relaties zal voor zijn huwelijk zijn geweest (hij was al meer dan dertig jaar oud toen hij trouwde) maar een aanzienlijk deel van zijn relaties was ook tijdens zijn huwelijk.Robert, teruggekomen van de kruistocht, voelde zich door Hendrik bestolen. Robert meende zelf recht te hebben op de Engelse troon. De trouw van de Engelse edelen aan Hendrik was nog allerminst vanzelfsprekend maar Robert bleek alweer niet in staat om een invasie te organiseren.Dit veranderde toen Ranulf Flambard in februari 1101 uit de Tower ontsnapte en zich bij Robert voegde. Hij organiseerde voor Robert een invasie van Engeland. Hendrik nam de bezittingen van Ranulf in beslag en liet hem door Anselmus van Canterbury uit zijn bisschopsambt zetten. In april en juni 1101 liet Hendrik zijn edelen hun eed van trouw aan hem herhalen, en hij posteerde een leger en een vloot bij Pevensey. Veel edelen kwamen niet opdagen, hoewel een aantal zich nog bij Hendrik voegden na persoonlijke druk door Anselmus.Robert verraste Hendrik door met een klein leger bij Portsmouth te landen. Robert liet de kans voorbij gaan om Winchester (met Hendriks schatkist) te bezetten, maar zijn leger werd wel versterkt door een groot aantal Engels edelen. De legers van Robert en Hendrik ontmoetten elkaar bij Alton. Het lukte om een veldslag te voorkomen en de besprekingen leidden tot een verdrag waarbij werd afgesproken dat Hendrik koning van Engeland bleef, hij zijn bezittingen in Normandië zou opgeven (behalve Domfront) en Robert tweeduizend pond per jaar van Hendrik zou ontvange . Verder benoemden ze elkaar tot erfgenaam voor het geval ze zonder kinderen zouden overlijden, beloofde Hendrik om Robert te helpen om Normandië te verdedigen, zou de ene broer geen strafmaatregelen nemen tegen edelen die de andere broer hadden gesteund, en werd Ranulf Flambard hersteld in zijn functies en kreeg hij zijn bezit terug. Robert bleef enkele maanden in Engeland als gast van Hendrik.Ondanks het verdrag vervolgde Hendrik de belangrijkste medestanders van Robert, op grond van aanklachten waar het verdrag van Alton niet op van toepassing was. Willem II van Warenne werd verbannen maar kon zich in 1103 weer met Hendrik verzoenen. Robert van Bellême en zijn broers werden beschuldigd van een groot aantal misdrijven. Robert van Bellême nam de wapens op tegen Hendrik en veroverde Roberts kastelen in Arundel, Tickhill en Shrewsbury. Uiteindelijk werd Robert van Bellême opgesloten in het kasteel van Bridgnorth en had hij geen andere keuze dan ook in ballingschap te gaan.In 1103 begon Hendrik zijn netwerk in Normandië weer te activeren. Hij liet meerdere van zijn onechte dochters met Normandische edelen trouwen en gaf grote giften aan andere edelen. Ondertussen was zijn broer Robert gedwongen om te gaan samenwerken met Robert van Bellême. In 1104 trok Hendrik daarom naar Domfront en had daar besprekingen met een groot aantal edelen. Ook zocht hij zijn broer op en beschuldigde hem ervan met zijn vijanden samen te werken, wat een schending van het verdrag van Alton zou zijn. In 1105 stuurde Hendrik zijn vriend Robert Fitzhamon met een groep ridders de gebieden van zijn broer in. Toen Robert Fitzhamon gevangen werd genomen bestempelde Hendrik dit als een oorlogsdaad en had hij een aanleiding om zijn broer aan te vallen, met als excuus dat hij orde en vrede moest herstellen.Via diplomatie had Hendrik bereikt dat de belangrijke noord-Franse edelen en de koning van Frankrijk zich afzijdig zouden houden. Hendrik bezette het westen van Normandië en trok naar Bayeux waar Robert Fitzhamon gevangen werd gehouden. De stad weigerde om Hendrik toe te laten en Hendrik belegerde de stad. Toen hij Bayeux had ingenomen werd de stad tot de grond toe afgebrand. Caen gaf zich daarom zonder tegenstand over en Hendrik kon daarna met beperkte verliezen Falaise bezetten. Daarna stagneerde Hendriks campagne. Hij begon onderhandelingen met Robert maar die leverden ook geen succes op, daarom ging Hendrik met Kerst naar Engeland. In juli 1106 kwam Hendrik terug naar Normandië en belegerde het kasteel van Tinchebray. Hertog Robert en Robert van Bellême leidden in september een leger om het kasteel te ontzetten. Het leger van Robert viel dat van Hendrik aan. Toen de gevechten volop bezig waren, vielen Hendriks bondgenoten uit Maine en Bretagne het leger van Robert in de flanken aan. Na een uur was de veldslag beslist. Hertog Robert was gevangengenomen maar Robert van Bellême kon vluchten.Robert gaf zijn aanhangers opdracht om het verzet tegen Hendrik te staken. Hendrik verzoende zich met Robert van Bellême die in ruil goederen opgaf die hij van Robert had gekregen. In Rouen zwoer Hendrik de wetten en gebruiken van Normandië te zullen handhaven. Robert bleef gevangen en zijn zoon Willem Clito werd door Hendrik onder de bescherming van Helias van Saint-Saëns geplaatst. Dit was opmerkelijk want Helias was een van de belangrijkste en machtigste van de aanhangers van Robert geweest. Hendrik kon Robert zijn formele positie als hertog niet afnemen. Hij vermeed gebruik van de titel “hertog” van Normandië en presenteerde een beeld van hemzelf als een waarnemer die de vrede in het hertogdom herstelde.Met het koningschap van Engeland had Hendrik ook aanspraken op gezag over Schotland en Wales van zijn broer geërfd. De verhoudingen met Schotland, waar zijn schoonvader regeerde, waren in de regel goed. Tijdens het bestuur van Hendrik werd de Engels-Normandische invloed in Schotland geleidelijk sterker. Wales was een lappendeken van inheemse en Engels-Normandische feodale eenheden, en enkele koninklijke kastelen. Hendrik vergrootte zijn invloed in Wales door voorzichtige diplomatie.In Engeland zelf versterkte Hendrik zijn greep op de adel door consequent zijn aanhangers te belonen en tegenstanders te straffen, hoewel hij niet bijzonder streng was in zijn straffen. Gedurende zijn bestuur verloren belangrijke opstandige families, die hun standpunten niet wilden opgeven, alle belangrijke functies die ze hadden. Hendrik had een netwerk van spionnen zodat hij goed wist wat zijn edelen uitvoerden. Hendrik had een uitgebreid rondreizend hof met een administratie (onder de kanselier) en een schatkist (onder de kamerheer) terwijl de maarschalk voor de logistiek en de voorzieningen zorgde. Daarnaast had Hendrik een permanente koninklijke garde van een paar honderd man. De hofhouding was aan strenge regels onderworpen, zo was het verboden om de omgeving te plunderen (wat onder zijn voorganger een normale praktijk was). In zijn paleis in Woodstock had Hendrik een eigen dierentuin.

Hendrik gebruikte ministerialen om recht en financiën te hervormen. Het rechtssysteem werd gebaseerd op het AngelSaksische recht, veel wetten werden gemoderniseerd en op schrift vastgelegd en Hendrik stelde een systeem van reizende rechters in. Er werd een systematische boekhouding ingevoerd voor de inkomsten en de uitgaven van de schatkist. Hendrik hervormde het muntstelsel en voerde strenge straffen in voor muntmeesters die knoeiden met het gehalte van edelmetalen in munten. Deze maatregelen werden apart van elkaar, zowel in Engeland als in Normandië ingevoerd.

Hendrik had de steun van de kerk hard nodig, zowel om zijn positie in Engeland te versterken als in het conflict met Robert. Hij werkte nauw samen met aartsbisschop Anselmus van Canterbury (bijvoorbeeld met concilies voor de hervorming van de kerk in 1102 een 1108) maar kreeg ook te maken met diens strikte standpunt inzake deinvestituurstrijd. Anselmus volgde het standpunt van paus Urbanus II dat geestelijken niet onder het gezag van de vorst konden staan. Dit had er al toe geleid dat Anselmus door Hendriks broer Willem was verbannen. Hendrik had hem terug laten komen omdat hij de steun van de kerk nodig had. Hendrik en Anselmus probeerden de kwestie door onderhandelingen op te lossen maar uiteindelijk koos Anselmus ervoor om weer in ballingschap te gaan, en Hendrik legde beslag op zijn inkomsten. In 1105 werd eindelijk een oplossing gevonden waarbij bisschoppen de vorst alleen zouden erkennen als leenheer voor hun wereldlijke goederen. In zijn eerste periode als koning benoemde Hendrik vooral vertrouwde hovelingen als bisschop. Vanaf ongeveer 1125 benoemde hij vooral geestelijken die de hervorming van de kerk steunden.

In 1119 kwam Hendrik in conflict met zijn vriend Thurstan van Bayeux, de aartsbisschop van York. De aartsbisschop van Canterbury vond (net als Hendrik) dat zijn collega van York hem gehoorzaamheid moest zweren maar Thurstan weigerde dat. In 1119 was zijn benoeming hierdoor al vijf jaar opgehouden. In dat jaar bezocht Thurstan de paus en werd door hem geweid. Hendrik voelde zich bedrogen en verbande Thurstan tot de kwestie in 1120 werd opgelost.

Hendrik was aanvankelijk niet erg religieus maar zou zich na de dood van zijn zoon William Adelin (1120) en de huwelijkscrisis van zijn dochter Mathilde van Engeland (1129) meer voor het geloof zijn gaan interesseren. Hendrik steunde de orde van Cluny, hij schonk een grot bedrag aan de abdij van Cluny en gaf grote schenkingen voor de stichting van de abdij van Reading. Daarnaast zorgde Hendrik voor het organiseren van reguliere kanunniken volgens de Regel van Augustinus, stichtte hij leprahospitalen en trof hij voorzieningen voor nonnenkloosters, en voor de grijze monniken van Savigny-le-Vieux en Thiron-Gardais. Hendrik verzamelde relieken en stuurde in 1118 een gezantschap naar Constantinopel om relieken te verzamelen. Een aantal relieken gaf hij aan de abdij van Reading.

Door de dood van zijn broers Richard en Willem en door de nederlaag van zijn broer Robert, was Hendrik de onbetwiste koning van Engeland en hertog van Normandië geworden.In 1108 werd Lodewijk VI koning van Frankrijk en hij had de ambitie om het gezag van de Franse kroon te versterken. Lodewijk eiste dat Hendrik hem als leenheer zou erkennen voor Normandië en dat hij twee betwiste kastelen zou opgeven. Toen Hendrik weigerde dreigde Lodewijk met oorlog. Onderhandelingen konden een oorlog voorkomen, zonder dat Hendrik concessies deed.Ten zuiden van Normandië erfde Fulco V van Anjou het graafschap van Anjou en door zijn huwelijk werd hij ook graaf van Maine. Hendrik vond dat Maine een leengoed van Normandië was maar Fulco huldigde Lodewijk als zijn leenheer voor Maine. Er ontstond zo een bondgenootschap tegen Hendrik waar Robrecht II van Vlaanderen zich ook bij aansloot.Hendrik reageerde door zijn dochter Mathilda te laten trouwen met keizer Hendrik V. Hij gaf Mathilda een bruidsschat mee van 6.666 ponden, waar een extra belasting voor moest worden geheven. Bovendien verloofde Hendrik zijn zoon Willem met een dochter van Fulco, en liet hij een van zijn onechte dochters trouwen met hertog Conan III van Bretagne. Net als in Engeland begon hij edelen die hij niet vertrouwde, uit hun positie te verwijderen. Hun bezittingen gebruikte hij om nieuwe medestanders te verwerven. In 1110 probeerde Hendrik om zijn neef Willem te arresteren maar die werd door zijn voogd in Vlaanderen in veiligheid gebracht. Robert van Bellême koos de kant van Lodewijk maar toen die hem als ambassadeur naar Hendrik stuurde, werd Robert prompt gevangengenomen.Toen er in 1111 een opstand uitbrak in Frankrijk kon Hendrik de druk op Lodewijk verder opvoeren door zijn neefTheobald IV van Blois, zoon van zijn zus Adela van Engeland, te steunen, die een van de belangrijkste opstandelingen was. Lodewijk was in 1113 gedwongen om opnieuw vredesbesprekingen met Hendrik te voeren. Lodewijk erkende dat Maine, Bretagne en Bellême leengoederen waren van Normandië en hij erkende het gezag van Hendrik over de twee omstreden kastelen. Hendrik begon zich rond deze tijd “hertog van Normandië” te noemen.Hendrik had in 1108 een campagne geleid in het zuiden van Wales en in Pembrokeshire had hij een groep Vlamingen gevestigd om de wildernis te ontginnen. Maar de Welshe prinsen Owain ap Cadwgan en Gruffudd ap Cynan begonnen zich geleidelijk onafhankelijker op te stellen en ze bedreigden de Engels-Normandische edelen in Wales en de earl van Chester. Daarom viel Hendrik met drie legers Wales binnen, het noordelijke leger werd geleid door Alexander I van Schotland, het zuidelijke leger door Gilbert (Fitz Richard) de Clare, terwijl Hendrik zelf het middelste leger aanvoerde. Al snel vroegen Owain en Gruffudd om onderhandelingen. Hendrik versterkte de Engelse positie in Wales door nieuwe Engels-Normandische edelen te benoemen als heer van Welshe grensgebieden. Zo werd Gilbert Fitz Richard graaf vanCeredigion.Om de opvolging van zijn zoon William Adelin zeker te stellen, zocht Hendrik in 1115 weer toenadering tot Lodewijk. Hij bood aan om Lodewijk als zijn leenheer voor Normandië te huldigen en hem een groot bedrag te betalen, als Lodewijk Willem zou erkennen als erfgenaam van Normandië. Op het laatste moment trok Lodewijk zich terug uit de onderhandelingen en verklaarde hij de neef van Hendrik, Willem Clito, de zoon van Hendriks oudste broer Robert, als wettige erfgenaam van Normandië te zien.Hendrik gaf nu weer militaire steun aan Theobald en in 1116 was er een open oorlog tussen Hendrik en Lodewijk. Eerst vonden er over en weer enkele plunderingen plaats maar toen vielen Franse troepen, met hulp uit Vlaanderen en Anjou, Normandië binnen. Bovendien kwam een deel van de Normandische adel in opstand, onder leiding van Amalrik III van Montfort. Hendriks vrouw Mathilda overleed in 1118 maar de situatie in Normandië was zo ernstig dat Hendrik haar begrafenis niet kon bijwonen. De positie van Hendrik werd zo benard dat zelfs zijn onechte dochter Juliana en haar man Eustatius van Breteuil naar de tegenpartij wilden overlopen. Hendrik veroverde Breteuil, waarbij Juliana nog probeerde om haar vader met een kruisboog neer te schieten, en ontnam het paar al hun bezittingen.In 1119 stemde Fulco eindelijk toe in het huwelijk van Willem, de zoon van Hendrik, met zijn dochter, Mathilde van Anjou, maar Hendrik moest daar wel een groot bedrag voor neertellen. Fulco vertrok daarna naar het Heilige Land. Hendrik rekende met Lodewijk af in een veldslag bij Brémule. Daarna verzoende Hendrik zich met Amalrik van Montfort maar een poging om Paus Calixtus II het conflict met Lodewijk te laten oplossen mislukte, want de paus wilde zich er niet mee bemoeien. Uiteindelijk onderhandelden Lodewijk en Hendrik in 1120 zelf een vrede. Hendriks zoon Willem huldigde Lodewijk als zijn leenheer voor Normandië en Lodewijk erkende Willem als de erfgenaam van Normandië.Eind november 1120 reisde Hendrik met zijn hofhouding naar Engeland. Hendriks zoon Willem reisde op het White Shipmet een gezelschap jonge edelen. Dit schip liep op 25 november 1120 op de rotsen en zonk en Willem overleed met de rest van de opvarenden. Hierdoor had Hendrik geen wettige zoon meer om hem op te volgen. Hendrik hertrouwde snel (januari 1121) met Adelheid van Leuven.De ramp had ook andere politieke gevolgen: Hendriks verbond met Anjou werd nu niet meer door een familieband bijeen gehouden. Hendrik weigerde de weduwe haar bruidsschat terug te geven en Fulco trouwde een van zijn dochters met Hendriks neef Willem. Hendrik betaalde paus Calixtus een groot bedrag om dit huwelijk ongedlig te laten verklaren. Fulco stookte de Normandische edelen op om weer in opstand te komen. Omdat de earl van Chester ook was verdronken, kwam de Welshe prins Maredudd ap Bleddyn in opstand. Hendrik moest daarom in de zomer van 1121 op campagne in Wales. Hoewel hij door een pijl werd getroffen kon hij de opstand onderdrukken.In 1123 onderdrukte Hendrik de opstand in Normandië. Omdat hij nog geen kinderen uit zijn tweede huwelijk had, begon hij andere erfgenamen te overwegen. De belangrijkste kandidaten waren zijn onechte zoon Robert, zijn neef Willem (die de steun had van Lodewijk van Frankrijk) en zijn neven Theobald en Stefanus van Blois, zonen van zijn zus Adela van Engeland . Hendrik arrangeerde een goed huwelijk voor Stefanus met Mathilde van Boulogne (1151), de rijkste erfdochter van Engeland. Maar omdat zijn dochter Mathilde in 1125 weduwe werd, kwam zij ook in aanmerking. In 1126 verklaarde Hendrik dat zij zijn erfgename zou worden, als hij zonder wettige zonen zou overlijden. Hij liet zijn edelen in de komende jaren tot drie keer een eed afleggen dat zij Mathilda als erfgename zouden steunen.In 1127 overleed de graaf van Vlaanderen, Karel de Goede, zonder erfgenaam en Lodewijk VI, koning van Frankrijk, benoemde Hendriks neef Willem Clito tot graaf van Vlaanderen. Hendrik steunde zijn tegenstanders en financierde hun opstand. Lodewijk gaf dan weer hulp aan Willem en om dat dwars te zitten viel Hendrik zelf Lodewijk aan. Willem overleed onverwacht in juli 1128 en de vijandelijkheden werden snel gestaakt. Hendrik en Lodewijk konden zelfs formeel vrede sluiten.Hendrik hersteld de band met Anjou door zijn dochter Mathilda te laten trouwen met Godfried V van Anjou, de oudste zoon van Fulco. Kort na zijn huwelijk werd Godfried zestien jaar oud (hij was meer dan tien jaar jonger dan Mathilda) en droeg zijn vader, Fulco, het bestuur aan hem over. Fulco trouwde met Melisende van Jeruzalem en werd daardoor koning van Jeruzalem. Hij vertrok definitief naar het Heilige Land. Godfried en Mathilde hadden een slecht huwelijk en leefden al snel gescheiden van elkaar. Hendrik moest zijn dochter in 1131 dwingen om zich met haar man te verzoenen, en snel daarna werden twee zonen geboren.

Mathilde wilde dat Hendrik de Normandische edelen ook trouw aan haar zou laten zweren maar Hendrik weigerde dat. Godfried en Mathilde steunden toen de volgende Normandische opstand (1135), onder Willem I van Ponthieu (zoon van Robert van Bellême). Hendrik kwam weer naar Normandië om de opstandelingen te onderdrukken en besloot daarna om te gaan jagen in Lyons-la-Forêt (gemeente). Volgens eigentijdse bronnen is hij daar overleden omdat hij tegen advies van zijn arts een grote hoeveelheid zeeprik heeft gegeten. Hij overleed na een ziekbed van enkele dagen, zijn lichaam werd gebalsemd en begraven in de abdij van Reading.

Hoewel Mathilde formeel zijn erfgename was, verliep de opvolging rampzalig. Op het nieuws van Hendriks dood trok zij naar Normandië maar nam daar rust toen bleek dat ze zwanger was. De Normandische adel gaf de voorkeur aan Theobald van Blois als hertog. Maar Stefanus van Blois stak snel over naar Engeland en trok naar Winchester. Hij maakte zich meester van de Engelse schatkist en liet zich met hulp van zijn broer, bisschop van Winchester, tot koning van Engeland kronen. Dit zou uitlopen op een langdurige en bittere burgeroorlog in Engeland tussen Stefanus en Mathilda. Dat conflict zou pas worden opgelost toen Mathilda’s zoon Hendrik vrede sloot met Stefanus, en hem uiteindelijk opvolgde als koning.

In zijn eerste huwelijk was Hendrik getrouwd met Mathildis van Schotland (Westminster Abbey, 11 november 1100). Ze kregen de volgende kinderen:

  • Mathilde van Engeland keizerin van Duitsland, erfgename na overlijden van haar broer en daardoor lange tijd in een burgeroorlog in Engeland verwikkeld (Volgt 8b)
  • William Adelin erfgenaam van Hendrik maar overleden voor zijn vader.

Na het overlijden van William Adelin hertrouwde Hendrik met Adelheid van Leuven (kapel van Windsor Castle, 29 januari of 2 februari 1121) in de hoop nieuwe zoons, maar dit huwelijk bleef kinderloos.

Hendrik had vele onwettige kinderen van wie hij er 20 tot 25 erkende. Bekend zijn:

  • bij een onbekende vrouw uit Caen:
    • Robert van Gloucester (graaf);
  • bij Edith, zij bezat land in Devon:
    • Mathilde FitzEdith (ovl. 25 november 1120) overleden aan boord van het White Ship, gehuwd met Rotrud III van Perche. Zij hadden twee dochters waarvan een trouwde met Eli II van Maine;
  • bij Ansfrida, zij was weduwe van de ridder Anskill. Hij was een ridder op de goederen van de abdij van Abingdon (Engeland) en overleed in gevangenschap van koning Willem, Hendriks broer:
    • Richard van Lincoln (ca. 1100 – 25 november 1120), nam in 1119 deel aan de campagne van Hendrik in Normandië, hij werd korte tijd gevangengenomen door Lodewijk van Frankrijk, pleitte voor genade voor zijn zus en overleed aan boord van het White Ship. Verloofd met Amice van Gaël;
    • Juliana (ca. 1085 – ovl. na 1136), gehuwd (1103) met Eustatius van Pacy († 1136), heer van Breteuil. Na zijn overlijden werd ze non in Fontrevauld. Ze kregen een zoon Willem (ovl. 1153, zonder erfgenamen) en twee dochters. Eustatius gaf de twee meisjes als gijzelaar aan Ralph Harenc, in ruil voor diens zoon. Toen Eustatius de zoon van Ralph de ogen uitstak, kreeg Ralph van Hendrik toestemming om de meisjes blind te maken en hun neus af te snijden;
    • Fulco, jong overleden of geestelijke geworden;
  • bij Sybilla Corbet, na haar relatie met Hendrik trouwde ze met Herbert FitzHerbert:
    • Sybilla van Normandië, gehuwd met Alexander I van Schotland;
    • Willem, hoveling in Schotland;
    • Reginald van Dunstanville;
    • mogelijk Rohese (ovl. 1176), gehuwd met Henri de la Pomerai, tweede constable van Hendriks hofhouding. Ze kregen twee zoons die allebei een militaire loopbaan volgden;
  • bij Edith:
    • Robert, grootgrondbezitter in Devon, steunde Mathilda tegen Stefanus van Blois. In zijn tweede huwelijk getrouwd met de weduwe Mathilde van Avranches. Hun dochter Mathilde trouwde met Willem, zoon van Reinout van Courtenay;
  • bij minstens vijf onbekende vrouwen:
    • onbekende dochter, getrouwd met Helie van Saint Saëns, de voogd van Willem, neef van Hendrik.
    • Mathilde (Volgt 8c) getrouwd met Conan III van Bretagne;
    • Adelheid/Aline (ovl. voor 1141), gehuwd met Mathieu van Montmorency, Connétable van Frankrijk, ze kregen vijf kinderen;
    • Constance (ovl. na 1173) gehuwd met burggraaf Roscelin van Beaumont, ze kregen vier kinderen, hun zoon Rudolf werd bisschop van Angers;
    • Mathilde, abdis van Montivilliers;
    • Gilbert;
    • Willem, overleed kort na Hendrik;
  • bij Nest, vrouw van Gerald FitzWalter, dochter van prins Rhys ap Tewdwr:
    • Hendrik, 1157 gesneuveld in Anglesey onder Hendrik II van Engeland;
  • bij een onbekende vrouw:
    • onbekende dochter, gehuwd met Willem III van Goët, heer van Montmirail en Château-du-Loir
  • bij Isabella van Beaumont, dochter van Robert I van Meulan, gehuwd met Gilbert de Clare:
    • Isabella

Stefanus van Engeland

Stefanus van Blois, koning van Engeland

8a. Stefanus van Blois
Geboren Blois (Frankrijk), 1096 – overleden Dover (Kent), 25 oktober 1154. Hij was koning van Engeland van 1135 tot 1154. Hij was de laatste koning uit het Normandische Huis. Stefanus werd in Frankrijk geboren als zoon van Stefanus II van Blois, graaf van Blois en Chartres, en Adela van Engeland, de dochter van Willem de Veroveraar. Hij stond in bijzondere gunst bij zijn oom, koning Hendrik I van Engeland, en verkreeg van hem in 1115 de graafschappen Lancashire, Mortain en werd heer vanEye. Hij verbleef vooral op zijn Normandische bezittingen en vocht meerdere conflicten uit met andere edelen. Voor 1125 trouwde Stefanus met Mathilde van Boulogne, de erfdochter van graaf Eustatius III van Boulogne. In 1127 organiseerde hij voor Hendrik een campagne tegen Willem Clito, de nieuwe graaf van Vlaanderen, en Lodewijk VI van Frankrijk. Hierdoor kon Willem, die een tegenstander van Hendrik was, zich niet handhaven als graaf van Vlaanderen. Na de dood van zijn schoonvader erfden Stefanus en Mathilde niet alleen het graafschap Boulogne maar ook zijn grote bezittingen in Normandië en het zuidoosten van Engeland. Stefanus was nu een van de rijkste edelen in Engeland en Frankrijk. Hij was een belangrijke hoveling in Engeland maar ook een regelmatige gast van Lodewijk VI aan zijn hof in Parijs.
Hendrik had geen mannelijke erfgenamen. Voor zijn overlijden had hij daarom zijn edelen, waaronder Stefanus, laten zweren om zijn dochter Mathilde als vorstin te zullen steunen. Toen Hendrik in 1135 stierf, ontstond er een complexe situatie. Veel edelen en kerkvorsten konden niet zomaar een vrouw als koning accepteren, die bovendien getrouwd was met een niet Normandisch/Engelse edelman (Godfried V van Anjou). Er ontstond fel debat over de invulling van het koningschap en tegelijkertijd stelden de edelen uit Normandië Stefanus’ oudste broer Theobald IV van Blois kandidaat als koning.
Stefanus maakte gebruik van de impasse door zich in Londen tot koning uit te roepen. Met steun van zijn broer bisschop Hendrik van Winchester kreeg hij de steun van de koninklijke kanselier en schatbewaarder. Stefanus bezette met een klein leger Canterbury en Dover om een mogelijke invasie te kunnen afslaan. Stefanus kocht de steun van de kerk door te beloven de kerk in vrijheid bisschoppen te laten benoemen. En hij kocht de steun van de edelen en de steden door de belasting voor het Danegeld af te schaffen. Theobald gaf zijn aanspraken op in ruil voor het regentschap van het hertogdom Normandië. Mathilde gaf niet toe en daarmee begon een periode van strijd die de hele regering van Stefanus zou voortduren (Anarchie).
Omdat Stefanus’ vrouw ook Mathilde heette werden zij en de kandidaat-koningin van elkaar onderscheiden door de vrouw van Stefanus “koningin Mathilde” te noemen en de kandidaat-koningin “keizerin Mathilde”, omdat ze in haar eerste huwelijk met keizer Hendrik V getrouwd was geweest.

In de eerste jaren van Stefanus’ regering had hij nog een kans om zijn macht te vestigen en een stabiel bestuur op te bouwen. Keizerin Mathilde bezat niet echt de middelen om hem te bedreigen. Belangrijke edelen zagen echter hun kans om voordeel te halen uit de onzekere situatie. De eerste was koning David I van Schotland, die ook grote Engelse goederen in leen had. In 1136 viel hij met een Schots leger Engeland binnen maar toen Stefanus een groot leger op de been wist te brengen werd inDurham een vrede onderhandeld waarbij David en zijn zoons belangrijke goederen in het noorden van Engeland verwerven. Tijdens een rijksdag erkenden bijna alle edelen het koningschap van Stefanus en de enkele weigeraars werden snel onderworpen, maar Stefanus heeft ze slechts licht of helemaal niet bestraft.

Inmiddels had Godfried van Anjou Normandië aangevallen. In 1137 onderhandelde Stefanus met veel moeite een overeenkomst waarbij Godfried zich terug trok tegen een betaling van 2000 pond per jaar. De Schotten vielen in 1138 weer het noorden van Engeland binnen. Stefanus viel op zijn beurt Schotland binnen. Over en weer werden gebieden geplunderd en verwoest, totdat een lokaal Engels leger de Schotten wist te verslaan in de slag van de Standaard. Stefanus moest zich terug trekken uit Schotland omdat zijn neef Robert van Gloucester, bastaardzoon van Hendrik I van Engeland, ontevreden was geworden over de beperkte rol die Stefanus hem had gegeven in het bestuur, en besloot om keizerin Mathilde te steunen. Stefanus wist de meeste gebieden van Robert te veroveren maar zag af van een aanval op Bristol – Roberts belangrijkste machtsbasis. Omdat zijn adviseurs vonden dat hij te mild was voor opstandelingen, liet Stefanus het grootste deel van het garnizoen vanShreswbury vermoorden nadat ze zich hadden overgegeven.
Stefanus’ broer bisschop Hendrik werd rond deze tijd benoemd tot pauselijk legaat voor Engeland. Stefanus stichtte de abdij van Furness. Koningin Mathilde onderhandelde in 1139 een nieuwe overeenkomst met David van Schotland waarbij die de controle kreeg over Northumbria, inclusief de strategische kastelen van Newcastle upon Tyne en Bamburgh, maar wel Stefanus als koning erkende. In 1139 leek Stefanus, afgezien van enkele lokale problemen, duidelijk de macht in handen te hebben in Engeland en Normandië. Maar in dat jaar begonnen de problemen pas echt, voor een groot deel door Stefanus zelf veroorzaakt:
– Stefanus kreeg een ernstig conflict met zijn kanselier, de bisschop van Salisbury. Hierdoor koos diens familie de kant van keizerin Mathilde. Omdat Stefanus in reactie hierop steeds meer de benoeming van vertrouwelingen in kerkelijke ambten doordrukt, en daarmee zijn belofte van 1135 breekt, wordt de relatie met de kerk als geheel slechter.
– Keizerin Mathilde bezocht met Robert van Gloucester onverwacht haar moeder in Arundel. Stefanus was zo nobel om ze een vrijgeleide naar Bristol te geven, terwijl hij ze ook gevangen had kunnen nemen. Mathilde en Robert begonnen toen rondom Bristol een nieuwe machtsbasis op te bouwen.
Stefanus had nog de gelegenheid om in 1140 de abdij van Coggeshall te stichten. Hij belegerde het kasteel van Lincoln en werd daar op 2 februari 1141 door Robert van Gloucester aangevallen. Stefanus werd verslagen en gevangengenomen. Tegelijk was Stefanus’ broer Theobald verwikkeld in een conflict met de koning van Frankrijk. Daardoor kon hij niet voorkomen dat Godfried van Anjou Normandië veroverde. Keizerin Mathilde riep zichzelf uit tot “Heerseres van Engeland en Normandië” en begon voorbereidingen voor een kroning. Hendrik, de pauselijke legaat en broer van Stefanus, probeerde een vrijlating van Stefanus te onderhandelen en bood daarbij aan dat Stefanus van de koningstitel zou afzien. Keizerin Mathilde wilde daar niet op ingaan en Hendrik weigerde daarna mee te werken aan de kroning, waardoor die niet door kon gaan. Keizerin Mathilde werd door de boze bevolking uit Londen verjaagd. In september trok zij met een leger naar Winchester om Hendrik te dwingen aan een kroning mee te werken. Koningin Mathilde greep nu haar kans. Terwijl de troepen van de keizerin het kasteel van Winchester belegerden, omsingelden haar troepen de hele stad. Het leger van keizerin Mathilde sloeg op de vlucht en Robert van Gloucester werd gevangengenomen. Kort daarna werden Stefanus en Robert tegen elkaar geruild. Stefanus liet zich opnieuw kronen in Canterbury.
In 1142 werd keizerin Mathilde drie maanden lang belegerd in Oxford maar ze wist op gedurfde wijze te ontsnappen. Stefanus en Hendrik werden in 1143 verslagen door Robert van Gloucester. De paus nam Hendrik in dat jaar zijn functie als pauselijk legaat af. Stefanus had toen alleen nog controle over het noorden en oosten van Engeland en was niet bij machte om een campagne tegen keizerin Mathilde of naar Normandie te ondernemen. Hij had grote problemen om zijn vazallen onder controle te houden.
Na 1143 volgden enkele jaren van betrekkelijke rust. Dat veranderde toen Robert van Gloucester in 1147 overleed en Hendrik, de zoon van keizerin Mathilde de leiding van de strijd op zich nam. Hendrik was nog jong en wilde in actie komen. Hetzelfde jaar viel hij met een leger van huurlingen Stefanus aan maar de campagne mislukte. Hendrik sloot een overeenkomst met Stefanus waarbij Hendrik zich terugtrok maar Stefanus het achterstallige loon van zijn soldaten zou betalen. Later probeerde Hendrik nog om Stefanus vanuit Schotland aan te vallen maar hij moest vluchten toen Stefanus met een groot leger naar York trok. Hendrik werd gevangengenomen en uiteindelijk teruggestuurd naar Normandië. In 1151 wilde Hendrik Stefanus vanuit Normandië aanvallen, maar blies de onderneming af toen zijn vader overleed. Toen Hendrik in 1152 trouwde met Eleonora van Aquitanië beschikte hij over alle middelen die nodig waren om een grootscheepse invasie te ondernemen. In 1153 stak Hendrik met een leger over naar Engeland en viel Stefanus aan. De belangrijkste edelen in beide kampen wilden het echter niet op een grootschalige oorlog laten aankomen. Zij dwongen Stefanus en Hendrik tot onderhandelingen en er werd een overeenkomst bereikt: Stefanus bleef koning en benoemde Hendrik tot zijn opvolger, wat mogelijk was omdat Stefanus’ oudste zoon en kroonprinsEustaas IV van Boulogne kort daarvoor was overleden.
Stefanus overleed in 1154 in de priorij van Dover aan ingewandproblemen en inwendige bloedingen. Hij is begraven in de abdij van Faversham, waar zijn vrouw twee jaar eerder ook was begraven.
Stefanus en Mathilde kregen de volgende kinderen:
– Boudewijn, ca. 1136 op ongeveer 10-jarige leeftijd overleden te Londen en begraven in de priorij vanAldgate.
– Eustaas
– Willem
– Mathilde, als peuter met Pasen 1136 verloofd met Walram IV van Meulan maar ca. 1140 op ongeveer 6-jarige leeftijd overleden en begraven in de priorij van Aldgate.
– Maria van Boulogne (Volgt 9)

Stefanus had een relatie met Dameta, een vrouw uit de lagere Normandische adel. Zij kregen de volgende kinderen:
– Gervais (ca. 1118 – 1160), ca. 1137 abt van Westminster Abbey en daar begraven
– mogelijk Amalrik
-mogelijk Rudolf
Bij een andere vrouw had Stefanus nog een buitenechtelijke dochter. Haar naam is niet bekend maar ze trouwde vermoedelijk met Hervé, burggraaf van het land van Léon.

mathilde-van-engeland

Mathilde van Engeland

8b. Mathilde van Engeland
Geboren Sutton Courtenay in1102- Rouen, overleden 10 september 1167.
Zij was de erfgename van Hendrik I van Engeland. Zij trouwde met keizer Hendrik V, dit huwelijk bleef kinderloos.
Zij hertrouwde met Godfried V van Anjou.

Na de dood van haar vader greep haar neef Stefanus van Blois de macht in Engeland en Normandië. Mathilde voerde een lange en verbitterde oorlog tegen Stefanus. Uiteindelijk lukte het haar oudste zoon Hendrik om door onderhandelingen Engeland en Normandië te verwerven. In Engeland werd ze Empress Maud genoemd (keizerin vanwege haar eerste huwelijk, Maud als Engelse vertaling van Mathilde), ter onderscheid van Queen Maud, de echtgenote van Stefanus.

Mathilde was dochter van Hendrik I van Engeland enMathilde van Schotland. Dat betekende dat ze niet alleen vanWillem de Veroveraar afstamde maar ook van de Angelsaksische koningen van Engeland. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat ze in het koninklijk paleis te Sutton Courtenay is geboren, en niet in Winchester zoals vroeger vaak werd aangenomen. Mathilde en haar broer William Adelin waren de enige wettige kinderen van Hendrik die de kindertijd overleefden. Ze werd tot 1108 opgevoed door de nonnen van de abdij van Wilton, daarna werd ze toevertrouwd aan aartsbisschop Anselmus van Canterbury.
Koning Hendrik V van Duitsland begon in 1108 onderhandelingen met Hendrik van Engeland over een bondgenootschap, tegen de samenwerking van Frankrijk met paus Paschalis II. De Duitse koning had een gespannen verhouding met de paus vanwege de investituurstrijd terwijl hij de paus ook nodig had om hem tot keizer te kronen. De onderhandelingen leidden in 1109 tot een verloving op afstand tussen Hendrik V (20 jaar oud) en Mathilde (7 jaar oud). Mathilde zou een bruidsschat van 10.000 zilveren marken meekrijgen en Hendrik kon dat bedrag goed gebruiken om een Italiaanse veldtocht te financieren om de paus zijn wil op te leggen.In februari 1110 haalde een gezelschap Duitse hovelingen Mathilde op in Engeland. Samen met Engelse hovelingen stak het gezelschap over naarBoulogne-sur-Mer en Hendrik ontving Mathilde in Luik. Daarvandaan trokken ze naar Utrecht waar het paar met Pasen (10 april) officieel werd verloofd. Mathilde kreeg bij de verloving een aantal landgoederen in Lotharingen. Op 25 juni werd ze in Mainz tot “koningin van de Romeinen” gekroond door aartsbisschop Frederik I van Schwarzenberg van Keulen.Hendrik trok naar Italië en toen de onderhandelingen met de paus niet tot resultaat leidden, nam hij de paus gevangen. Onder deze druk deed Paschalis belangrijke concessies en stemde hij ermee in om Hendrik tot keizer te kronen (Rome, 13 april 1111). Mathilde werd ondertussen in Duitsland door aartsbisschop Bruno van Trier opgevoed en moest het grootste deel van haar Engels-Normandische gezelschap naar huis sturen omdat ze dan sneller Duits zou leren. Sommige Engelsen bleven echter bij Mathilde, zoals aartsdiaken Hendrik van Winchester die later bisschop van Verdunzou worden.Kort voor haar twaalfde verjaardag trouwden Mathilde en Hendrik, op 6 of 7 januari 1114 in Mainz. Als echtgenote van een keizer deed ze belangrijke ervaring op in bestuur en diplomatie. De positie van Hendrik kwam in Duitsland onder druk te staan door verzet van adel en geestelijkheid, en door een excommunicatie door de paus. Bovendien kregen Hendrik en Mathilde geen kinderen (hoewel abt Herman van Doornik vermeldt dat ze een kind kregen dat na een paar dagen overleed). Bijzonder is dat dit in de algemene opinie niet als de schuld van Mathilde werd gezien, maar als een straf van god voor Hendrik (die wel een buitenechtelijk kind had), wegens de opstand tegen zijn vader keizer Hendrik IV.Toen Hendrik de uitgestrekte goederen van Mathilde van Toscane erfde, besloot hij om in 1117 naar Italië te gaan om die goederen te bezoeken en zijn conflict met de paus op te lossen. Hendrik en Mathilde trokken via Venetië naar de burcht van Mathilde van Toscane in Canossa, waar ze feestelijk werden ontvangen. Daarna trok het paar naar Rome waar ze door de bevolking van de stad werden ontvangen. De paus was afwezig omdat hij naar Zuid-Italië was gereisd om Hendrik te ontlopen. De paus zond zijn gezant Maurice Bourdin, aartsbisschop van Braga, naar Rome. Maurice liet zich door Hendrik overhalen om zijn standpunten te steunen en hij kroonde Hendrik (opnieuw) en Mathilde in de Sint-Pietersbasiliek tot keizer en keizerin (Pasen 1117). Maurice werd daarop door de paus geëxcommuniceerd. Kort daarna overleed Paschalis en benoemde Hendrik Maurice tot de nieuwe paus. Aanhangers van Paschalis kozen paus Gelasius II. Beide pausen excommuniceerden elkaar direct, tezamen met hun belangrijkste medestanders.Hendrik moest snel terugkeren naar Duitsland maar Mathilde bleef nog een jaar in Italië en trad daar op als zijn regentes. Bekend is dat ze de rechtszaak tegen dieven van kerkgoederen in Castrocaro heeft voorgezeten. In november 1119 reisde ze naar het noorden en voegde zich in Utrecht bij Hendrik. Hendrik sloot in 1122 het Concordaat van Wormsmet paus Calixtus II en zette zo een belangrijke stap om zijn problemen met de kerk op te lossen. De verhouding met Frankrijk verslechterde echter. Eerst kreeg Mathilde geen garantie van veilige doortocht toen ze haar vader wilde bezoeken, daarna brak er oorlog tussen Engeland en Frankrijk uit. Hendrik V viel Frankrijk aan om zijn schoonvader te ondersteunen maar zijn expeditie liep uit op een mislukking.Hendrik stierf in 1125. Hij vertrouwde de regalia van het rijk aan Mathilde toe. Hendrik wilde dat zijn neef Frederik II van Zwaben hem zou opvolgen. Aartsbisschop Adalbert I van Saarbrücken van Mainz, een tegenstander van Hendrik, leidde de verkiezing van de nieuwe koning en haalde Mathilde over (volgens sommige bronnen met leugens) om hem de regalia te geven. Uiteindelijk werd Hendriks tegenstander Lotharius van Supplinburg tot koning gekozen.
Mathildes vader Hendrik gaf zijn dochter opdracht om terug te komen naar zijn hof. Volgens overlevering was Mathilde liever in Duitsland gebleven waar ze zich thuis voelde. Bovendien sprak ze beter Duits dan Engels of Frans. Maar als kinderloze weduwe zonder grote eigen bezittingen, terwijl de vroegere tegenstander van haar man tot koning was gekozen, had ze weinig perspectief in Duitsland. In Engeland/Normandië was haar positie juist belangrijker geworden omdat haar broer Willem was verdronken bij het vergaan van het White Ship. Mathilde was toen nog keizerin en haar vader Hendrik (een weduwnaar) hoopte door snel een jonge vrouw te trouwen nog mannelijke erfgenamen te kunnen verwekken. Hoewel ze formeel niet als erfgenaam werd aangewezen, had ze toch een positie van belang. Mathilde voegde zich daarom in 1125 bij haar vader in Normandië. Na een jaar trok het gezelschap naar Engeland. Omdat Hendrik en zijn tweede vrouw na vijf jaar nog geen kinderen hadden, wees Hendrik Mathilde formeel aan als zijn erfgename. Hij liet zijn hovelingen tweemaal zweren Mathilde te erkennen als toekomstige koningin van Engeland (januari 1127 en Pasen 1128).Rond deze tijd begon een politiek steekspel rond het hertogdom Normandië. Hendrik had het hertogdom veroverd op zijn broer Robert Curthose en zijn zoon Willem Clito maakte aanspraken op Normandië. Koning Lodewijk VI van Frankrijk moedigde deze aanspraken aan. De machtige graaf Fulco V van Anjou had Hendrik gesteund en had zijn dochter met de nu overleden Willem laten trouwen. Maar nu liet hij een andere dochter met Willem Clito trouwen. Het lukte Hendrik om dat huwelijk te laten ontbinden door de paus, op grond van bloedverwantschap. Lodewijk reageerde door Willem Clito zijn schoonzuster als vrouw aan te bieden, met de Vexin als bruidsschat. Toen in 1127 Boudewijn VII van Vlaanderen, de graaf van Vlaanderen, zonder erfgenamen overleed, gaf Lodewijk het graafschap van Vlaanderen aan Willem Clito om zijn positie zo nog verder te versterken.
Hendrik wist het probleem op te lossen door een huwelijk tussen Mathilde en de oudste zoon van Fulco te arrangeren:Godfried V van Anjou. Mathilde had grote bezwaren: ze vond Godfried beneden haar stand en bovendien was hij tien jaar jonger, nog te jong om nu al te trouwen. Maar ze had geen andere keuze dan te trouwen en in 1127 trok ze naar Normandië, onder de hoede van haar halfbroer Robert van Gloucester.Mathilde en Godfried trouwden op 17 juni 1128 in de kathedraal van Le Mans, Godfried was de week daarvoor door Hendrik tot ridder geslagen. Een maand later overleed Willem Clito aan verwondingen die hij tijdens gevechten had opgelopen. De positie van Mathilde leek nu onbedreigd. Haar huwelijk met Godfried was echter heel moeilijk en in 1129 verliet ze Godfried om in Rouen te gaan wonen. In augustus 1131 beval Hendrik Mathilde om naar Engeland te komen. Op 8 september vond een hofdag plaats waarbij Mathilde werd opgedragen om terug te keren naar haar echtgenoot. De aanwezigen hovelingen zwoeren opnieuw trouw aan Mathilde als erfgename van Hendrik. In 1133 en 1134 kreeg het paar twee kinderen: Hendrik en Godfried . Mathilde werd ernstig ziek na de tweede bevalling. Haar begrafenis was al voorbereid toen ze tegen alle verwachting in toch herstelde. In 1136 kregen ze nog een derde zoon, Willem.De huwelijksproblemen tussen Mathilde en Godfried leidden er uiteindelijk toe dat Hendrik en Godfried een slechte verhouding kregen. De kastelen op de Normandische grens die Godfried bij het huwelijk zou krijgen, werden nooit overgedragen. Godfried zou nooit een uitnodiging krijgen van Hendrik om zijn hof te bezoeken.
Hendrik bezocht Normandië in 1135. Mathilde bleef echter in Anjou. Hendrik inspecteerde zijn grens met Anjou, maar vader en dochter zochten elkaar toen ook niet op. Hendrik overleed op 1 december in zijn jachtkasteel in Lyons-la-Forêt, op zijn sterfbed bevestigde hij dat Mathilde zijn erfgename moest worden. Maar omdat Godfried en Mathilde niet bij zijn overlijden aanwezig waren, konden ze niet direct de troon opeisen.Godfried moest in Anjou blijven om een opstand te onderdrukken maar Mathilde trok naar Normandië. Daar bezette ze de drie kastelen van haar bruidsschat: Domfront, Exmes en Argentan. Daarna kwam ze echter tot de ontdekking dat ze zwanger was en ze besloot eerst om rustig in Argentan te blijven voor de duur van haar zwangerschap en daar te bevallen. Ondertussen zeilde Stefanus van Blois snel naar Engeland en werd met hulp van zijn broer, de bisschop vanWinchester, op 22 december 1135 in Winchester tot koning van Engeland gekroond door de aartsbisschop van Canterbury. Vanwege de grote haast waren slechts enkele edelen en drie geestelijken aanwezig. Stefanus had driemaal trouw gezworen aan Mathilde als erfgename van Hendrik.Koning David I van Schotland, oom van Mathilde, viel Engeland binnen als reactie op de kroning van Stefanus. Maar Stefanus kon de Schotten eenvoudig verdrijven. Robert van Gloucester erkende Stefanus als koning. Na ruim een jaar kwam Stefanus naar Normandië om ook daar zijn gezag te vestigen maar dat liep niet goed. Stefanus had een leger van Vlaamse huurlingen meegenomen maar er braken gevechten uit tussen de Vlamingen en Normandische edelen, en het huurlingenleger viel uiteen. Robert beschuldigde Stefanus van een poging om hem te vermoorden. Uiteindelijk ging Stefanus terug naar Engeland. Robert van Gloucester bleef achter in Normandië en controleerde de gebieden rondCaen en Bayeux. In juni 1138 zegde hij zijn eed aan Stefanus op en sprak hij zijn steun uit voor Mathilde. Robert zou Mathildes belangrijkste en trouwste medestander zijn in de oorlogen die volgden, beter bekend onder de naam “Anarchie”.In 1139 bracht Mathilde een onverwacht bezoek aan haar moeder in het kasteel van Arundel. Stefanus gaf haar en haar gezelschap (maar liefst 140 ridders onder wie Robert van Gloucester) een vrijgeleide naar Bristol, de belangrijkste stad van Robert. Vanuit Bristol begonnen Mathilde en Robert een oorlog tegen Stefanus. In februari 1141 kon ze Stefanus verslaan en gevangennemen in de Slag bij Lincoln. Mathilde leek de oorlog gewonnen te hebben en trok naar Londen om zich te laten kronen, als de-facto koningin noemde ze zichzelf “Lady of the English“. De stad Londen wilde haar toelaten op voorwaarde dat ze de belastingen van de stad zou verlagen. Mathilde weigerde te onderhandelen en Londen sloot haar poorten en verklaarde zich voor Stefanus.Mathilde koos er nu voor om naar Winchester te trekken (vermoedelijk om zich daar te laten kronen) en belegerde het kasteel van Winchester. Daar werd ze echter ingesloten door een leger van koningin Mathilde (vrouw van Stefanus) en de stad Londen. Keizerin Mathilde kon vluchten maar Robert van Gloucester werd gevangengenomen. In november werden Stefanus en Robert tegen elkaar geruild. In december belegerde Stefanus Mathilde in het kasteel van Oxford. Toen de situatie onhoudbaar werd, vluchtte Mathilde met een klein gezelschap (volgens de overlevering in het wit gekleed omdat het had gesneeuwd). Het kasteel gaf zich de volgende dag over. Bij het latere beleg van Devizes kwam ze opnieuw zo in het nauw te zitten dat ze weer moest ontsnappen, dit keer werd ze in een grafkist het kasteel uitgedragen.Ondertussen veroverde Godfried Normandië. De oorlog in Engeland kwam langzaam tot een stilstand en in 1148 voegde Mathilde zich in Normandië bij Godfried. In 1149 droegen ze het hertogdom Normandië over aan hun zoon Hendrik.
Godfried overleed onverwacht in 1151. Hendrik onderhandelde in 1153 een overeenkomst met Stefanus waarbij die koning van Engeland bleef maar Hendrik als zijn erfgenaam aanwees. Mathilde bleef in Rouen wonen en voerde het dagelijks bestuur over Normandië. Ze probeerde te bemiddelen in de conflicten tussen haar zoons Hendrik en Godfried over de erfenis van hun vader. Haar jongste zoon Willem kwam bij haar wonen nadat Thomas Becket had geweigerd om hem met Isabel de Warenne, erfdochter van de graaf van Surrey, te trouwen. Ze overleefde Godfried en Willem en overleed zelf in 1167 in de abdij van Notre-Dame-du-Pré, bij Rouen. Ze werd begraven in de abdij van Bec. De abdij werd na de Franse Revolutie een militair terrein en een deel van de gebouwen werd gesloopt of raakte vervallen. Dat was aanleiding om Mathilde in 1847 te herbegraven in de kathedraal van Rouen, waar ook haar tweede echtgenoot was begraven.
Mathilde was in haar eerste huwelijk getrouwd met keizer Hendrik V, zij kregen geen kinderen. Mathilde was in haar tweede huwelijk getrouwd met Godfried V van Anjou (Zie Graven van Anjou nr. 12).
Zij kregen de volgende kinderen:

  • Hendrik II van Engeland (Volgt Koningen van Engeland III nr. 24), koning van Engeland, hertog van Normandië, graaf van Anjou, beschermer van Bretagne en door zijn huwelijk hertog van Aquitanië
  • Godfried II van Maine, korte tijd graaf van Anjou
  • Willem van Poitou

8c. Mathilde van Engeland
Buitenechtelijke dochter van koning Hendrik I van Engeland.
Trouwde voor 1113 met Conan III van Bretagne. Geboren rond 1095, overleden 17 september 1148.) Hertog van Bretagne, van 1112 tot zijn dood.
Hij was de zoon van de hertog Alan IV en Ermengarde van Anjou (± 1068-1147).

Kinderen van Mathilde en Conan:

  • Hoel (1116 – 1156) – onterfd van het hertogelijk kroon
  • Bertha (1114 – 1155) (Volgt Hertogen van Bretagne nr. 8)
  • Constance (1120 – 1148) – trouwde Sir Geoffroy II, Sire de Mayenne, de zoon van Juhel II, Seigneur de Mayenne.

Op het sterfbed van Conan III in 1148,  werd Hoel onterfd van opvolging in het hertogdom, waarin staat dat hij onwettig was en geen zoon van hem was. Hierdoor werd Bertha zijn erfgename en opvolgster. Echter, Hoel mocht het graafschap Nantes behouden.

9. Maria van Boulogne
Geboren 1136 – overleden Montreuil, 1182. Zij was een dochter van koning Stefanus van Engeland en Mathilde van Boulogne. Zij was gravin van Mortain en Boulogne.
Maria werd op jonge leeftijd door haar ouders in een klooster geplaatst. Later werd ze non in de abdij van Romsey en daar werd ze in 1155 tot abdis gekozen. Toen haar laatste broer in 1159 overleed, erfde ze het graafschap Boulogne en de grote bezittingen in Engeland die daarbij hoorden. Voor koning Hendrik II van Engeland was ze nu te belangrijk om in het klooster te laten en hij liet haar in 1160 trouwen met Mattheüs I van de Elzas, een zoon van de graaf van Vlaanderen, Diederik van de Elzas. Dit leidde tot een langdurig conflict met de paus waarin Maria en Mattheus uiteindelijk moesten toegeven. Het paar scheidde in 1170 en Maria werd non in het klooster van Saint-Austrebert (nabij Montreuil). Maria was de moeder van:
– Ida, erfgename van Boulogne.
– Mathilde van Boulogne (Volgt Graven van Boulogne nr. 12)

 

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

 

Terug naar:

Keizers, Koningen en Hertogen

handtekening 2016

10 oktober 2016