Nazaten van de Noormannen

 

Hertogen van Normandië

Normandië

Het hertogdom Normandië ontstond in 911, toen de West-Frankische koning Karel de Eenvoudige de Noormannen onder leiding van Rollo een stuk grond in leen gaf aan de Seinemonding, met Rouaan als hoofdstad. De bedoeling van het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte, waarin dit werd bepaald, was dat zij andere Noormannen buiten de deur zouden houden. Al gauw wisten deze “Normandiërs” echter grote delen van de Frankische kuststreek te veroveren, hoewel zij zich ook tot het katholieke christendom bekeerden en daarna geleidelijk verfransten.

Rollo Rognvaldsson

Rollo Rognvaldsson

1. Rollo de Noorman, oftewel  Rollo Rognvaldsson (geboren ca. 860 – overleden ca. 930), later gedoopt als Robert, was een Viking-krijgsheer. Mogelijk dient hij vereenzelvigd te worden met Hrolf Ganger (Oudnoords voor Hrolf de Wandelaar). Hij zou zo genoemd zijn omdat hij een grote en zware man was en geen paard sterk genoeg was om hem te dragen en hij dus altijd moest lopen. In ieder geval is Rollo een Latijnse of Franse versie van de naam Hrolf.
Rollo zou een zoon zijn van Rognvald Eysteinsson en Ragnhilda. Na de dood van zijn vader moest hij vluchten uit Noorwegen. Hij is eerst naar familie op de Orkney-eilanden getrokken, en daarna naar familie op de Hebriden. In deze tijd is hij met een onbekende Keltische vrouw getrouwd. Uiteindelijk vestigde hij zich in Deens Engeland. Van daaruit gaf hij leiding aan een gezamenlijk Deens-Noors-Engelse plundertocht in Groter-Friesland en langs de benedenloop van de Rijn.
In 885 was hij een van de aanvoerders van de Vikingen tijdens het beleg van Parijs. Nadat het beleg was opgeheven leidde hij een plundertocht door Bourgondië.
In 896 doodde hij graaf Berengar van Bayeux (markgraaf van Neustrië), die eerdere Vikingaanvallen had afgeslagen, en nam zijn dochter Poppa tot vrouw.
In 911 werd Rollo tijdens een nieuwe rooftocht verslagen bij Chartres. Koning Karel de Eenvoudige besloot echter zaken met Rollo te doen en gaf hem met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte het gebied rond de Seine-monding in leen, met Rouen als hoofdstad. Rollo nam daarmee de verplichting op zich om de rivier (en dus de stad Parijs) te verdedigen tegen andere Vikingen. Rollo liet zich dopen, scheidde van Poppa en trouwde met Gisela – een dochter van Karel. Volgens de overlevering was er een groot protocollair probleem: om leenman te worden moest Rollo knielen voor de koning en zijn voet kussen maar hij weigerde dat te doen. Bij wijze van compromis zou een van zijn ondergeschikten dat doen, maar die wilde ook niet knielen maar bukte, pakte de voet van de koning en tilde die zover op dat de koning zijn evenwicht verloor en achterover viel. Rollo trouwde in 919 weer met Poppa nadat Gisela was overleden.
Rollo was driemaal gehuwd. Uit zijn eerste huwelijk met een onbekende Keltische vrouw kreeg hij:
– mogelijk Kadline, die met een Schotse koning zou zijn getrouwd.
– mogelijk Niederga
Ongeveer 886 trouwde hij Poppa (ca. 870 – na 919), dochter van Berengar van Bayeux. Rollo scheidde van haar in 912 maar ze hertrouwden in 919. Zij kregen de volgende kinderen:
– Willem I van Normandië, die zijn vader opvolgde als graaf van Normandië. Zijn afstammeling Willem de Veroveraar veroverde in 1066 Engeland.
– Gerloc (917 – na 969), na haar doop Adela genoemd, trouwde in 935 met Willem III van Aquitanië
Het huwelijk met Gisela, buitenechtelijke dochter van Karel de Eenvoudige, bleef kinderloos.

moord-op-Willem-Langzwaard

Moord op Willem Langzwaard

2. Willem I van Normandië (geboren ca. 907 – Picquigny, overleden 17 december 942), ook Willem Langzwaard genoemd (in het Frans Guillaume Longue-Epée, in het oudnoors Viljâlmr Langaspjôt), was heerser over Normandië van 927 tot 942.
Willem was zoon van Vikingkoning Rollo en Poppa van Bayeux, vermoedelijk dochter van markies Berengar van Neustrië, en christen. Willem volgde zijn vader al kort voor diens overlijden in 928 op, omdat die niet meer in staat was om te regeren, als jarl van de Vikingen aan de monding van de Seine. Als graaf van Normandië (Normandië werd pas later tot een hertogdom gemaakt) huldigde hij de koning van West-Francië. Hij steunde de Vikingen van de Loire tegen Bretagne, wat er uiteindelijk toe leidde dat Bretagne onder gezag van Normandië kwam te staan. Rond 931moest hij een opstand neerslaan van Noormannen die vonden dat Willem te veel was verfranst. In 935 sloot hij een politiek huwelijk met Liutgard van Vermandois, een dochter van Herbert II van Vermandois. Hij steunde in 936 de kroning van Lodewijk IV van Frankrijk maar koos al snel de kant van Hugo de Grote, en nam met hem deel aan de belegering van Reims en Laon. In 939 steunde Willem Herluinus II van Ponthieu die werd aangevallen door Arnulf I van Vlaanderen. Willem heroverde de strategisch gelegen stad Montreuil, die door Arnulf was bezet, en Herluinis huldigde Willem als zijn heer en stelde de Ponthieu onder zijn bescherming. Arnulf nodigde in december 942 Willem uit voor onderhandelingen te Picquigny. Daar aangekomen werd Willem echter door het gevolg van Arnulf vermoord, vermoedelijk door Arnulfs geadopteerde zoon (en onechte neef) Boudewijn van Cambrai.
Willem was volgens de more danico ook getrouwd met Sprota, een Bretonse, die hem zijn zoon Richard (VOLGT 3.) schonk. De “more danico” was het gewoonterecht van de Vikingen waardoor een man met meerdere vrouwen tegelijk getrouwd kon zijn, dit was dus geen kerkelijk huwelijk. Sprota hertrouwde met een rijke molenaar.
Het huwelijk met Liutgard van Vermandois bleef kinderloos.

Richard I van Normandië

Richard I van Normandië

3. Richard I van Normandië (geboren 28 augustus 933 – overleden Fécamp, 20 november 996), ook Richard zonder Vrees (Frans: Richard Sans Peur) genoemd, was de eerste hertog van Normandië, van 942 tot 996.
Richard was een zoon van Willem I van Normandië en diens vrouw Sprota. Zijn grootvader Rollo was de eerste heerser van Normandië. Toen zijn vader stierf in 942 was Richard te jong om hem op te volgen. Koning Lodewijk IV van Frankrijk veroverde Normandië en Richard werd overgebracht naar Laon, zogenaamd voor zijn opvoeding. Met hulp van Osmund de Centeville, Bernard de Senlis (een vriend van Rollo), Ivo de Bellême en Bernard de Deen, wist Richard echter te ontsnappen. Ondertussen benoemde Lodewijk in 943 Herluinus II van Ponthieu, graaf van Montreuil (Pas-de-Calais) tot gouverneur van Normandië. Zelf bezette Lodewijk de Normandische gebieden ten noorden van de Seine. Hugo de Grote maakte gebruik van de situatie en bezette Gacé, Évreux en belegerde Bayeux. Normandisch verzet met hulp van Vikingen had nog weinig effect. In 945 wist Bernard de Deen echter Lodewijk en Hugo de Grote tegen elkaar uit te spelen: hij beloofde Lodewijk de volledige onderwerping van Normandië en beloofde tegelijk aan Hugo de Normandische hulp tegen Lodewijk. Hugo liet zich overhalen om acties tegen Lodewijk te beginnen. Tegelijk viel een nieuwe hulptroep van Vikingen Normandië binnen. Lodewijk viel aan, zonder steun van Hugo, en werd op 13 juli 945 verslagen bij de rivier de Dives. De Normandiërs wisten Lodewijk IV gevangen te nemen en droegen hem over aan Hugo de Grote, Herluinus van Ponthieu werd in de veldslag gedood. Na de veldslag wist Richard de rijksgroten over te halen om zijn bestuur en de zelfstandigheid van Normandië te erkennen.
In 946 viel Lodewijk opnieuw Richard aan, met hulp van Otto I de Grote, Arnulf I van Vlaanderen, Koenraad van Bourgondië en Alain of Alan II van Bretagne. Het bondgenootschap belegerde Richard in Rouen. De Normandiërs verdedigden zich fel en Richards agenten probeerden met valse geruchten verdeeldheid te zaaien onder de aanvallers. Daardoor trok eerst Arnulf en daarna ook Otto zich terug van het beleg, en moesten Lodewijk en zijn resterende bondgenoten zich ook terugtrekken. Bij hun terugtocht werden ze tot aan Amiens aangevallen door kleine Normandische eenheden. Met hulp van Harald I van Denemarken wist Richard in 947 Normandië definitief onder zijn gezag te brengen. Hij sloot een bondgenootschap met Hugo de Grote en verloofde zich met diens dochter Emma.
Richard erkende in 968 Hugo Capet als zijn leenheer en wordt een van de belangrijkste krachten achter zijn verkiezing tot koning, die uiteindelijk pas bijna twintig jaar later zou plaatsvinden. Gesteund door Hugo voerde Richard nog aanvallen op Vlaanderen en Vermandois uit. Ook had Richard een conflict met Æthelred II van Engeland omdat de buit van Vikingplundertochten in Engeland op grote schaal in Normandië werd opgekocht.
Richard was in zijn eerste huwelijk (960) getrouwd met Emma, dochter van Hugo de Grote , dit huwelijk bleef kinderloos.
Onder de more danico (gewoonterecht van de Vikingen waardoor een man met meerdere vrouwen tegelijk getrouwd kon zijn) had Richard ook een relatie met Gunnora, een vrouw van Viking-afkomst. Zij hadden de volgende kinderen:
– Richard II van Normandië (VOLGT 4.).
– Robert de Deen
– Mauger (ovl. ca. 1035), graaf van Mortain en Corbeil (door de rechten van zijn vrouw)
– Emma van Normandië, koningin van Engeland door haar huwelijken met Æthelred II en Knoet de Grote.
– Havise (ook Hedwige genoemd, ovl. 21 februari 1034), gehuwd met Godfried I van Bretagne.
– Mathilde (ovl. ca. 1015), getrouwd met Odo II van Blois.
De more danico werd natuurlijk niet door de kerk erkend en als een heidense polygamie beschouwd. Richard en Gunnora zijn voor de kerk getrouwd om de benoeming (989) van hun zoon Robert tot aartsbisschop van Rouen mogelijk te maken. Bij die gelegenheid werden hun kinderen ge-echt.
Naast Gunnora had Richard nog één of meer andere vrouwen, die echter niet bekend zijn. Bij hen had Richard de volgende kinderen:
– Godfried van Brionne (ca. 953 – ca. 1015)
– Willem I van Eu, (978 – 1057).
– Robert van Avranches.
– Beatrix (ovl. 18 januari 1035- ), gehuwd met Ebles, burggraaf van Turenne. Volgens een legende heeft ze in de omgeving van Turenne op wonderlijke wijze een groep pelgrims bevrijd. Beatrix en Ebles scheidden en Beatrix werd abdis van de abdij van Montivilliers.
– onbekende dochter, gehuwd met Gilbert, lekenabt van Saint-Valery-en-Caux.

Richard de Goede

Richard de Goede

4. Richard II van Normandië(geboren 963 of 966 – Fécamp, 23 augustus 1026), bijgaamd de Goede, was de oudste zoon van Richard I van Normandië en van Gunnora van Normandië.
Richard volgde zijn vader op als graaf van Normandië in 996. Kort na zijn aantreden, in 996-997, diende hij het hoofd te bieden aan een boerenopstand. Zijn oom Rudolf van Ivry, sloeg de opstand genadeloos neer en liet de leiders van de rebellen de handen en voeten afhakken. Daarna steunde Richard koning Robert II van Frankrijk tegen de hertogen van Bourgondië.
Vikingen gebruikten het Cotentin-schiereiland als uitvalsbasis voor hun aanvallen op Engeland. In 1002 sloot Richard echter vrede met Engeland, en huwelijkte zijn zuster Emma uit aan koning Ethelred II van Engeland. In 1013 werd Ethelred verslagen door Sven Gaffelbaard en Richard bood hem, Emma en hun kinderen toevlucht in Normandië.
Nadat Boudewijn IV van Vlaanderen de Henegouwse stad Valencijn had ingenomen, maakte Richard deel uit van de coalitie onder leiding van keizer Hendrik II die Boudewijn – tevergeefs – bestreed. Hij zocht toenadering tot Odo II van Blois, aan wie hij zijn zuster Margaretha uithuwelijkte en de helft van Dreux als bruidsschat meegaf. Om het verlies van Dreux te compenseren liet hij de versterking Tillières oprichten, maar Odo II van Blois ging nog voor deze versterking afgewerkt was in de aanval. Een derde zuster trouwde met Godfried I van Bretagne, terwijl Richard met Godfrieds zuster trouwde.
In 1014 ontving hij Noorse en Zweedse Vikingen te Rennes en plunderde met hen de Atlantische kusten van Vlaanderen tot Spanje.
Richard organiseerde zijn graafschap en plaatste zijn eigen familie aan het hoofd van de graafschappen van Brionne, Ivry, Évreux, Mortain, Hiémois, Eu en de bisdommen Bayeux en Rouen en creëerde een aantal burggraafschappen. Hiermee had hij feitelijk een echt feodaal systeem opgezet. Een aanzienlijk aantal akten wijst ook op een functionerend administratief centrum. Richard nodigde de Italiaanse hervormer Willem van Volpiano met twaalf monniken uit om een abdij in Fécamp te stichten, waaruit snel andere abdijen werden gesticht. Richard werd begraven in de abdij van Fécamp.
Richard trouwde in het jaar 1000 in de abdij van Mont Saint-Michel met Judith van Bretagne (982 – 16 juni 1017), een zuster van Godfried I van Bretagne. Zij kregen de volgende kinderen:
– Adelheid (1000-1038), gehuwd met Reinout I van Bourgondië.
– Richard III.
– Robert de Duivel (VOLGT 5.), vader van Willem de Veroveraar.
– Eleonora, gehuwd met Boudewijn IV van Vlaanderen.
– Willem, monnik in Fécamp (ovl. 1025).
– Mathilde (ovl. 1033).
Vervolgens verloofde Richard zich met Astrid, dochter van Sven Gaffelbaard, maar deze verloving werd verbroken en zij trouwde met een Deense edelman in Engeland.
In zijn tweede huwelijk trouwde Richard met Popa. Zij kregen de volgende kinderen:
– Willem van Arques (ovverleden na 1054), graaf van Arques, ook graaf van Talou genoemd. Hij bouwde het kasteel van Arques-la-Bataille. Hij koos de zijde van koning Hendrik I van Frankrijk tegen, zijn neef, de minderjarige Willem de Veroveraar en was gedwongen om de rest van zijn leven in ballingschap door te brengen bij Eustaas I van Boulogne.
– Mauger (overleden  Guernsey, 1055), 1037 aartsbisschop van Rouen tot 1055 maar nooit gewijd. Afgezet door Willem de Veroveraar en verbannen naar Guernsey. Bronnen noemen verschillende redenen: steun aan zijn broer Willem, of zijn extravagante en weelderige levensstijl, of een conflict over de bloedverwantschap van Willem met zijn vrouw. Mauger stierf door verdrinking. Hij had een zoon Michel die na 1066 als edelman in Engeland wordt genoemd.

 

Robert de Duivel

Robert de Duivel

5. Robert de Duivel, ook de Schitterende genoemd (ca. 1000/1010Nicea (Turkije) 2 of 22 juli 1035) was hertog van Normandië en de vader van Willem de Veroveraar. Hij was de zoon van hertog Richard II van Normandië en Judith, dochter van Conan I van Bretagne. Na de dood van zijn vader volgde zijn oudere broer Richard hem op als hertog van Normandië terwijl Robert graaf van Hiémois werd. Richard stierf in 1027, hij werd vermoedelijk vergiftigd, en werd opgevolgd door Robert. De plotselinge dood van zijn broer terwijl hij zelf belanghebbende was als erfgenaam, maakte Robert wel verdacht en leverde hem de bijnaam “de Duivel” op. “Robert de Duivel” is ook een figuur uit sprookjes. Robert nam op grote schaal kerkelijke bezittingen in beslag om te verdelen onder zijn vazallen en zo hun trouw te verzekeren. Daardoor kwam hij in conflict met de bisschop van Bayeux en zijn oom Robert de Deen, aartsbisschop van Rouen, maar hij wist hun verzet te breken.
Robert steunde in 1028 Boudewijn IV van Vlaanderen tegen zijn opstandige zoon, Boudewijn V van Vlaanderen en verwoestte het kasteel van Chocques. In de strijd van de toenmalige koning Hendrik I van Frankrijk tegen diens broer en moeder steunde Robert in 1031 de koning, waarvoor deze hem beloonde met het grondgebied van Vexin. In dat jaar bood hij onderdak aan Eduard de Belijder die Engeland was ontvlucht. Een poging om Eduard met een vloot te helpen tegen de Denen in Engeland mislukte door een storm. Robert gebruikte toen de vloot om de hertog van Bretagne te onderwerpen, die probeerde om zich aan de Normandische invloed te onttrekken. Robert stichtte de abdij van Cerisy-la-Forêt, van Montivilliers en die van Sainte-Trinité te Rouen.
Nadat hij zijn zoon Willem tot zijn erfgenaam had aangesteld, ging hij op bedevaart naar Jeruzalem. Volgens de Gesta Normannorum Ducum reisde hij via Constantinopel en werd daar ontvangen door Michaël IV Paphlagon. Hij bereikte Jeruzalem en stierf op de terugreis in Nicea op 22 juli 1035. Robert werd daar begraven in de Maria-kerk. Sommige bronnen schrijven zijn dood toe aan vergif en dateren het op 2 juli. Zijn zoon Willem, acht jaar oud, volgde hem op.
Volgens de historicus William van Malmesbury verzond Willem rond 1086 een gezantschap naar Constantinopel en Nicaea om het lichaam van zijn vader terug te brengen naar Normandië om het daar te begraven. De toestemming om het lichaam mee te nemen werd verkregen, maar tijdens de terugtocht door Apulië (Italië) kwam het bericht dat Willem was overleden. De leden van missie besloten toen het lichaam van Robert in Italië te begraven.
Uit de verbintenis (niet-kerkelijk huwelijk volgens de “more Danico”, het gewoonterecht van de Vikingen) met Herleva van Falaise werden twee kinderen geboren:
– Willem de Veroveraar (Volgt 6a) (1028 – 1087)
– Adelheid (1026 – 1090) (Volgt 6b)

Willem de Veroveraar

Willem de Veroveraar

6a. Willem I (geboren Falaise, ca. 1028 – overleden 9 september 1087), ook bekend als Willem de Veroveraar (Guillaume le Conquérant), was de eerste Normandische Koning van Engeland van Kerstmis 1066 tot zijn dood. Hij was ook Hertog van Normandië van 3 juli 1035 tot zijn dood, onder de naam Willem II. Vóór zijn verovering van Engeland, stond hij bekend als Willem de Bastaard omdat hij een buitenechtelijk kind was. Om zijn aanspraken op de Engelse kroon kracht bij te zetten viel Willem in 1066 Engeland binnen. Hij leidde een leger van Normandiërs, Bretons, Vlamingen en Fransen (van Parijs en Île-de-France) naar de overwinning op de troepen van de Engelse Koning Harold II in de Slag bij Hastings. De daaropvolgende Engelse opstanden werden door hem onderdrukt in wat bekend is geworden als de Normandische verovering van Engeland.
Willem was de buitenechtelijke zoon van Robert de Duivel en Herleva, dochter van een leerlooier genaamd Fulbert. Hij werd geboren in het Normandische Falaise, zo’n 30 km ten zuiden van Caen. Zijn vader werd ervan verdacht aan de macht te zijn gekomen na zijn oudere broer te hebben vergiftigd. Vermoedelijk om die reden ging Robert in 1034 op een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Voor zijn vertrek liet hij de Normandische edelen hun trouw zweren aan Willem. Hoewel Willem buitenechtelijk was, was dit niet vreemd omdat in Normandië nog altijd het oude gewoonterecht van de Vikingen gold (de “more Danico”) waardoor een man meerdere vrouwen kon hebben, en hun kinderen wettige erfgenamen waren. Willems politieke tegenstanders zouden wel dit gegeven zijn leven lang tegen hem blijven gebruiken. Robert overleed tijdens zijn pelgrimstocht in 1035, en Willem volgde hem op als hertog van Normandië. Willem was toen nog geen tien jaar oud en de werkelijke macht lag bij zijn hovelingen, in het bijzonder bij zijn voogden. Er werd door de Normandische adel fel om deze posities gevochten en meerdere voogden sneuvelden of werden vermoord. Ook werden meerdere aanslagen op Willem zelf gepleegd.
In 1044/1045 steunde Normandië koning Hendrik I van Frankrijk tegen Godfried II van Anjou. Willem zal rond deze tijd meerderjarig zijn geworden (16 jaar oud). Hij werd in 1046 nog geconfronteerd met een gevaarlijke opstand van een deel van de Normandische adel die zijn neef Guy (zoon van zijn tante Adelheid van Normandië (1005-1038)) tot hertog wilden uitroepen. Willem vluchtte naar het hof van Hendrik. In 1047 keerde hij samen met Hendrik terug en versloeg zijn tegenstanders in een twee dagen durende veldslag bij Val-es-Dunes, aan de rivier de Orne bij Caen. Veel van zijn vluchtende tegenstanders werden gedood, het rad van een watermolen in de Orne zou door lijken zijn verstopt. Willem had nog drie jaar nodig om Guy en zijn aanhangers te onderwerpen. Hij gebruikte de Godsvredebeweging daarbij als een belangrijk hulpmiddel. Willem veroverde het opstandige Alençon en liet de handen van de burgers afhakken als straf omdat ze tijdens het beleg dierenhuiden aan de muren hadden gehangen, als verwijzing naar de nederige afkomst van Willems moeder die dochter van een leerlooier was. Nadat hij ook enkele veldtochten tegen Maine had gevoerd, was zijn positie als hertog verzekerd. Willem koos Caen als zijn hoofdstad en begon zijn regering als hertog.Als jonge hertog werkte Willem gestaag aan het versterken van zijn macht en onafhankelijkheid. In 1051 of 1052 bezocht hij in Londen zijn achterneef Eduard de Belijder, koning van Engeland, die als jonge man voor zijn eigen veiligheid een tijd aan het Normandische hof had geleefd. Eduard was toen in conflict met zijn machtigste earl, Godwin van Wessex. Willem beweerde later dat Eduard, die kinderloos was, hem bij deze gelegenheid de Engelse troon had beloofd.
In 1053 bevestigde Willem de goede banden met Vlaanderen door een huwelijk in de kathedraal van Eu (Seine-Maritime) met zijn achternicht Mathilde van Vlaanderen, verwant in de vijfde graad. Dit huwelijk was zowel voor de paus (wegens bloedverwantschap) als voor koning Hendrik (wegens het machtige verbond tussen Normandië en Vlaanderen) niet te accepteren. Hendrik probeerde in 1054 en in 1056 Willem met een leger te onderwerpen, maar werd beide keren door Willem verslagen. Toen de paus in 1059 alsnog instemde met het huwelijk en Willem in 1062 ook nog Maine wist te veroveren, was zijn succes compleet.
In 1064 leed Harold, zoon van Godwin van Wessex, schipbreuk op de kust van Ponthieu. Harold werd door de lokale heer gevangengenomen maar Willem zorgde voor zijn vrijlating en ontving Harold als zijn gast. Harold zou hebben deelgenomen aan een veldtocht van Willem en verloofde zich met Willems dochter Adelheid. Willem liet Harold zweren dat hij zijn aanspraken op de Engelse troon zou ondersteunen. Harold verklaarde later dat die eed onder dwang was afgelegd, en daarom niet geldig was. Na het overlijden van de kinderloze Eduard de Belijder (4 januari 1066), werd Harold door de witenagemot evenwel zelf tot koning uitgeroepen.
Engeland was een goed georganiseerd koninkrijk met goed werkende belastingheffingen. Vooral dat laatste maakte het voor Willem aantrekkelijk om zijn aanspraken op de troon door te zetten. De verschijning van de komeet van Halley in april 1066 zag hij als een goed voorteken. Hij kreeg hulp van edelen uit Bretagne, Vlaanderen en het hele westen van Frankrijk en verzamelde een vloot van bijna 700 schepen. Harold stationeerde een leger en een vloot in het zuiden van Engeland om deze dreiging het hoofd te kunnen bieden maar op 8 september moest hij, gedwongen door de wet, zijn leger ontbinden en zijn vloot op Londen terugtrekken. Harolds leger bestond vooral uit dienstplichtige boeren, die bij het aanbreken van de oogsttijd het recht hadden om het leger te verlaten. Willem was juist door slecht weer vertraagd: zijn expeditie was vertrokken uit de Divesmonding maar had enkele weken moeten schuilen in de Sommemonding. Daardoor landde hij pas op 28 september 1066 bij Pevensey op de Engelse kust, zonder tegenstand te ontmoeten. Willem bleef aan de kust en bouwde bij Hastings een kasteel dat hij in kant-en-klare onderdelen uit Normandië had meegenomen, als verdediging tegen een mogelijke aanval over zee.
Harold was toen met zijn kleine beroepsleger ver weg in York, waar hij Harald III van Noorwegen en zijn eigen broer Tostig Godwinson had verslagen in de slag van Stamford Bridge. Na het nieuws van de Willems landing trok hij in haast naar het zuiden, waarbij hij onderweg zo veel mogelijk troepen verzamelde. Op 14 oktober vond de slag bij Hastings plaats, waarbij na een dag van zware gevechten Harold werd gedood en Willem de overwinning behaalde.
De slag bij Hastings was nog lang niet de definitieve beslissing. De Engelsen kozen Edgar Ætheling als koning. Willem trok via Dover en Canterbury naar Londen. Hij probeerde via London Bridge de stad te veroveren maar deze aanval werd afgeslagen. Willem liet versterkingen uit Normandië komen en stak de Theems over. Een nieuwe aanval op Londen lukte wel. Op 25 december werd Willem in de Westminster Abbey tot koning gekroond. Zijn verovering is het onderwerp van het beroemde Tapijt van Bayeux.
Willem werd voortdurend met Engelse opstanden geconfronteerd, wat in 1068 uitliep op een grote opstand in Mercia en Northumbria onder leiding van Edgar. Edgar werd verslagen en vluchtte naar Schotland, waar zijn zuster trouwde met koning Malcom III. Northumberland kwam weer in opstand en York werd veroverd. De opstand werd gesteund door een inval uit Schotland en Denemarken (ook de Deense koning maakte aanspraken op de Engelse kroon). De opstandelingen kwamen tot Lincoln maar werden daar gestuit en uiteindelijk in Yorkshire verslagen. Willem begon toen een campagne van verschroeide aarde in het noorden van Engeland (de zogenaamde Harrying of the North) wat tot grote hongersnood en ontvolking leidde. De gevolgen daarvan waren 100 jaar later nog merkbaar en zelfs de paus zou Willem hebben vermaand over de behandeling van zijn onderdanen. De adel in het noorden werd op grote schaal vervangen door Willems volgelingen en de Denen werden afgekocht en gingen naar huis. In 1072 viel Willem Schotland binnen en sloot uiteindelijk een verdrag met Malcolm. Edgar gaf zich over in 1074. De laatste echte opstand in Engeland was vooral een opstand van Normandische edelen, hoewel de laatste Saksische earl Waltheof II van Northumbria ook aan de opstand deel nam en er weer steun was vanuit Denemarken. Willem was ten tijde van deze opstand in Normandië maar de opstand werd neergeslagen door zijn halfbroer Odo van Bayeux.
Willem introduceerde het feodale stelsel in Engeland, en benoemde veel Franse edelen in Engelse posities. Daarbij gaf hij ze bezittingen die over grote gebieden waren versnipperd zodat ze geen echte machtsbasis konden opbouwen. Hij bouwde ongeveer 80 kastelen, waaronder de Tower of London. In 1085 liet Willem het Domesday Book opstellen met een gedetailleerde inventarisatie van bezittingen in land en vee, voor een doelmatige belastingheffing en om de nieuwe bezitsverhoudingen permanent vast te leggen. Tegen deze tijd had de oorspronkelijke Angelsaksische adel en geestelijkheid nog maar 8% van het land in bezit. De Normandiërs drukten ook qua recht, cultuur en architectuur gedurende de volgende eeuwen een sterk stempel op Engeland.
Opmerkelijk aan de verovering van Engeland is dat deze trekken heeft van een commerciële onderneming. In de Normandische administratie werd vastgelegd wat ieders bijdrage in schepen aan Willems invasievloot was geweest. Er bestaat een zichtbaar verband tussen de grootte van deze investeringen en de grootte en het belang van de Engelse functies en bezittingen die deze investeerders na 1066 kregen toebedeeld.
In 1076 dreigde een oorlog tegen Bretagne maar onder druk van koning Filips I van Frankrijk werd een vrede bereikt die werd bezegeld door de verloving van Willems dochter Constance met Alan IV van Bretagne, de erfgenaam van de hertog van Bretagne.
Willems zoons kregen grote ruzie met elkaar in 1079. Robert, de oudste, werd door zijn broers in een modderpoel gegooid. De ruzie die hieruit voortvloeide leidde tot een complete oorlog waarin Willem aan de kant van zijn jongere zoons kwam te staan. Robert had een sterke positie in Normandië en Willem kon hem alleen maar bedwingen met hulp van koning Filips. Willem werd zelfs tijdens een veldslag door Robert uit zijn zadel geworpen en verwond, omdat Robert hem niet herkende. Willem moest zich terugtrekken in Rouen om te herstellen. Zijn vrouw Mathilde wist in 1080 een vrede te bemiddelen in de familie.
Willem liet in 1080 zijn halfbroers nog aanvallen uitvoeren op Schotland en Northumbria maar in 1082 zette hij zijn halfbroer Odo van Bayeux gevangen, en liet hem later weer vrij.
Van Willem is één bot bewaard gebleven. Op basis daarvan wordt geschat dat Willem ongeveer 1,75 m groot en sterk gespierd was. Daarmee was hij vrij lang voor zijn tijd maar zijn gespierde bouw was niet zo bijzonder: middeleeuwse ridders moesten heel sterk zijn om met succes in hun zware wapenrusting met hun zware wapens te kunnen vechten. Bekend is dat Willem vanaf zijn paard de boog kon hanteren en dat hij zijn hele leven een goede gezondheid had. Wel werd hij op latere leeftijd erg dik, zodat hij volgens de Franse koning wel op een zwangere vrouw leek.
In de zomer van 1087 viel Willem van zijn paard tijdens het beleg van Mantes en liep door de klap tegen zijn zadelknop inwendige verwondingen in zijn buik op. Na vijf weken van grote pijn bezweek hij. Op zijn doodsbed heeft hij zijn meeste tegenstanders begenadigd. Willems lichaam werd naar Caen vervoerd voor de begrafenis in de Stephanusabdij. Maar hij was behoorlijk dik en zijn lichaam was door de warmte bovendien opgezet. Bisschoppen probeerden zijn lichaam in de voor hem bestemde sarcofaag te proppen maar daarbij barstte zijn buik open en werd de kerk met een ondraaglijke stank vervuld. Bij Willems begrafenis bleek dat het land van het graf nog niet was betaald en de eigenaar eiste betaling van 60 schellingen voordat de begrafenis door kon gaan. Het bedrag werd ter plekke door zijn zonen voldaan.
Willem en Mathilde kregen de volgende kinderen:
– Robert Curthose, erft het hertogdom Normandië.
– Richard (ca. 1055 – 1075 of 1081), verongelukt tijdens de jacht in New Forest, begraven in de kathedraal van Winchester.
– Adelheid, verloofd met Harold Godwinson in 1064 maar niet met hem getrouwd, non in Préaux.
– Mathilde (ovl. ca. 1113), abdis van la Trinité te Caen.
– Cecilia (ovl. juli 1126/1127), abdis van la Trinité te Caen als opvolgster van Mathilde, begraven in Caen.
– Willem Rufus, erft het koninkrijk Engeland.
– Constance (ovl. 13 augustus 1090), getrouwd met Alan IV van Bretagne, begraven in een kerk bij Redon.
– Agatha.
– Adela(VOLGT 7.)
– Hendrik Beauclerc.

6b. Adelheid van Normandië (ca. 1026 – ca. 1090) was een buitenechtelijke dochter van Robert de Duivel, hertog van Normandië en Herleva van Falaise. Zij was een zuster van Willem de Veroveraar en suo jure (op eigen titel) gravin van Aumale.

Haar eerste huwelijk met Engelram II van Ponthieu, heer van Aumale, bezorgde haar broer hertog Willem van Normandië, de latere Willem de Veroveraar, een belangrijke bondgenoot in Normandië. Maar toen bij het Concilie van Reims in 1049 het huwelijk van Willem de Veroveraar met Mathilde van Vlaanderenwerd verboden wegens bloedverwantschap, werd ook het huwelijk van Adelheid met Engelram van Ponthieu geannuleerd. Voor haar werd een ander huwelijk gearrangeerd met Lambertus, graaf van Lens en van Boulogne, waardoor er een nieuwe huwelijksalliantie ontstond tussen Normandië en Boulogne.Lambertus van Lens sneuvelde in 1054 bij Lille, toen hij graaf Boudewijn V van Vlaanderen bijstond in zijn strijd tegenkeizer Hendrik III.[2] Als weduwe verbleef Adelheid in Aumale, een stad aan de rivier de Bresle in noord-oost Normandië. Willem de Veroveraar verhief haar tot gravin van Aumale, maar het is niet bekend wanneer dit gebeurde. Adelheid voerde als eerste de graventitel van Aumale, haar zoon Stephen was de tweede die de titel zou voeren. Als adellijke weduwe leefde Adelheid een teruggetrokken bestaan; ze was betrokken bij de kerk van Auchy, die zij bedacht met giften. In 1060 werd ze weer uitgehuwelijkt met de jongere graaf Odo II van Champagne, die echter van Willem de Veroveraar geen land of titels in Engeland kreeg toebedeeld. De landerijen rond Aumale bleven op naam van Adelheid staan.[1]

In 1086 staat Adelheid als de Comitissa de Albatnarla vermeld in het Domesday Book; zij wordt genoemd als de eigenaar van verschillende landerijen in Suffolk en Essex. Zij is in die tijd een van de weinige Normandische edelvrouwen die zelf grond bezaten in Engeland. Zij had ook het leen Holderness; na haar dood ging dit over op haar man die inmiddels zijn titel graaf van Champagne was kwijtgeraakt, en vervolgens op hun zoon. Adelheid stierf voor 1090.

Adelheid trouwde drie keer:

  • Engelram II van Ponthieu, heer van Aumale.
    Ze hadden drie kinderen:

    • Gwijde I van Ponthieu
    • Adelheid
    • Helissende
  • Lambertus van Boulogne, graaf van Lens.
    Zij hadden een dochter:

  • graaf Odo II van Champagne.
    Zij hadden een zoon:

    • Steven

Stamboom Britse Koningshuis vanaf Willem de Veroveraar

Adela van Engeland

Adela van Engeland

7. Adela van Engeland (geboren Normandië, circa 1062 – overleden Marcigny-sur-Loire, 8 maart 1137) was de jongste dochter van Willem de Veroveraar en huwde in 1081 te Breteuil met Stefanus II van Blois (Hendrik ‘de Wijze’).
Adela had in haar jeugd een goede opleiding gehad: ze beheerste Latijn en had een brede interesse. In de periode 1095-1098 was ze regentes van het grote feodale bezit van haar man, toen die deelnam aan de Eerste Kruistocht. Omdat Stefanus de kruistocht voortijdig had verlaten, zette Adela hem ertoe aan om deel te nemen aan de kruisvaart van 1101. Adela werd opnieuw regentes en Stefanus sneuvelde in het Heilige Land; Adela bleef tot 1107 regentes. Als regentes stuurde ze in 1101 honderd ridders om Filips I van Frankrijk te helpen bij het beleg van Montmorency (Val-d’Oise). In 1105 bemiddelde ze in een conflict tussen paus Paschalis II en haar broer Hendrik I van Engeland en in 1107 ontving ze de paus te Chartres. Ze onterfde haar zoon Willem omdat die onbekwaam was, en benoemde haar volgende zoon Theobald tot opvolger van zijn vader. Ook na haar aftreden als regentes bleef ze zich met intensief met het bestuur bemoeien. In 1113 en 1118 bemiddelde ze nog in conflicten tussen Hendrik en Theobald enerzijds, en Lodewijk VI van Frankrijk anderzijds. Adela trad als non in het klooster van Marcigny in 1120 en overleed daar 17 jaar later. Adela werd begraven in de abdij van Heilige Drie-eenheid te Caen.
Adela maakte een cultureel centrum van Chartres. Ze correspondeerde met Ivo van Chartres, Anselmus van Canterbury, Hildebert van Laverdin en Hugo van Fleury. De dichter Baudri van Bourgueil was een van haar bestuurders. Volgens zijn beschrijving had haar ontvangstkamer wandtapijten met scènes uit Genesis, de Griekse mythologie en een kleinere versie van het tapijt van Bayeux, was het plafond beschilderd met sterren en tekens van de dierenriem en was op de vloer een wereldkaart weergegeven. Zij betoonde zich zeer edelmoedig voor abdijen en kerken.
Adelheid en Stefanus kregen de volgende kinderen:
– mogelijk Humbert, graaf van Vertus.
– Willem I van Sully, graaf van Chartres en door zijn vrouw graaf van Sully. Dwong in 1103 de burgers van Chartres tot een eed dat zij de bisschop van Chartres zouden doden. Werd onterfd omdat hij onbekwaam zou zijn voor het bestuur en behield alleen het graafschap Sully.
– Theobald IV (?-1152)
– Odo
– Mathilde (?-1120), in 1115 gehuwd met Richard van Avranches, graaf van Chester, verdronken bj het vergaan van het White Ship.
– mogelijk Agnes, gehuwd met Hugo III van Puiset (?-1132), burggraaf van Chartres.
– mogelijk Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes (?-1118), gescheiden in 1113.
– Eleonora, gehuwd met graaf Roeland I van Vermandois (?-1152).
– Stefanus van Blois, koning van Engeland. (VOLGT 8)
– mogelijk Alice, gehuwd met Reinout III van Joigny.
– Hendrik (ovl. 1171), kapelaan van keizerin Mathilde van Engeland. Werd in 1118 door keizer Hendrik V benoemd tot bisschop van Verdun maar dit stuitte op verzet van de paus. Toen de paus eindelijk akkoord ging, verzette keizer Hendrik zich weer tegen de benoeming. Dit leidde tot gewapende conflicten en Hendrik kon ternauwernood uit Verdun ontsnappen door de Maas over te zwemmen. Hendrik werd monnik in Cluny en later abt van Bermondsey. In 1124 werd een vrede bereikt en werd Hendrik weer bisschop van Verdun. In 1126 werd hij ook abt van Glastonbury. Hendrik gaf in 1129 het bisdom van Verdun op, en werd bisschop van Winchester. In 1136 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Canterbury.

 

Stefanus van Engeland

Stefanus van Blois, Koning van Engeland

8. Stefanus van Blois (Engels: Stephen; Frans: Étienne) (geboren Blois (Frankrijk), 1096 – overleden Dover (Kent), 25 oktober 1154) was koning van Engeland van 1135 tot 1154. Hij was de laatste koning uit het Normandische Huis.
Stefanus werd in Frankrijk geboren als zoon van Stefanus II van Blois, graaf van Blois en Chartres, en Adela van Engeland, de dochter van Willem de Veroveraar. Hij stond in bijzondere gunst bij zijn oom, koning Hendrik I van Engeland, en verkreeg van hem in 1115 de graafschappen Lancashire, Mortain en werd heer van Eye. Hij verbleef vooral op zijn Normandische bezittingen en vocht meerdere conflicten uit met andere edelen. Voor 1125 trouwde Stefanus met Mathilde van Boulogne, de erfdochter van graaf Eustatius III van Boulogne. In 1127 organiseerde hij voor Hendrik een campagne tegen Willem Clito, de nieuwe graaf van Vlaanderen, en Lodewijk VI van Frankrijk. Hierdoor kon Willem, die een tegenstander van Hendrik was, zich niet handhaven als graaf van Vlaanderen. Na de dood van zijn schoonvader erfden Stefanus en Mathilde niet alleen het graafschap Boulogne maar ook zijn grote bezittingen in Normandië en het zuidoosten van Engeland. Stefanus was nu een van de rijkste edelen in Engeland en Frankrijk. Hij was een belangrijke hoveling in Engeland maar ook een regelmatige gast van Lodewijk VI aan zijn hof in Parijs.
Hendrik had geen mannelijke erfgenamen. Voor zijn overlijden had hij daarom zijn edelen, waaronder Stefanus, laten zweren om zijn dochterMathilde als vorstin te zullen steunen. Toen Hendrik in 1135 stierf, ontstond er een complexe situatie. Veel edelen en kerkvorsten konden niet zomaar een vrouw als koning accepteren, die bovendien getrouwd was met een niet Normandisch/Engelse edelman (Godfried V van Anjou). Er ontstond fel debat over de invulling van het koningschap en tegelijkertijd stelden de edelen uit Normandië Stefanus’ oudste broer Theobald IV van Blois kandidaat als koning.
Stefanus maakte gebruik van de impasse door zich in Londen tot koning uit te roepen. Met steun van zijn broer bisschop Hendrik van Winchester kreeg hij de steun van de koninklijke kanselier en schatbewaarder. Stefanus bezette met een klein leger Canterbury en Dover om een mogelijke invasie te kunnen afslaan. Stefanus kocht de steun van de kerk door te beloven de kerk in vrijheid bisschoppen te laten benoemen. En hij kocht de steun van de edelen en de steden door de belasting voor het Danegeld af te schaffen. Theobald gaf zijn aanspraken op in ruil voor het regentschap van het hertogdom Normandië. Mathilde gaf niet toe en daarmee begon een periode van strijd die de hele regering van Stefanus zou voortduren (Anarchie).
Omdat Stefanus’ vrouw ook Mathilde heette werden zij en de kandidaat-koningin van elkaar onderscheiden door de vrouw van Stefanus “koningin Mathilde” te noemen en de kandidaat-koningin “keizerin Mathilde”, omdat ze in haar eerste huwelijk met keizer Hendrik V getrouwd was geweest.

In de eerste jaren van Stefanus’ regering had hij nog een kans om zijn macht te vestigen en een stabiel bestuur op te bouwen. Keizerin Mathilde bezat niet echt de middelen om hem te bedreigen. Belangrijke edelen zagen echter hun kans om voordeel te halen uit de onzekere situatie. De eerste was koning David I van Schotland, die ook grote Engelse goederen in leen had. In 1136 viel hij met een Schots leger Engeland binnen maar toen Stefanus een groot leger op de been wist te brengen werd in Durham een vrede onderhandeld waarbij David en zijn zoons belangrijke goederen in het noorden van Engeland verwerven. Tijdens een rijksdag erkenden bijna alle edelen het koningschap van Stefanus en de enkele weigeraars werden snel onderworpen, maar Stefanus heeft ze slechts licht of helemaal niet bestraft.

Inmiddels had Godfried van Anjou Normandië aangevallen. In 1137 onderhandelde Stefanus met veel moeite een overeenkomst waarbij Godfried zich terug trok tegen een betaling van 2000 pond per jaar. De Schotten vielen in 1138 weer het noorden van Engeland binnen. Stefanus viel op zijn beurt Schotland binnen. Over en weer werden gebieden geplunderd en verwoest, totdat een lokaal Engels leger de Schotten wist te verslaan in de slag van de Standaard. Stefanus moest zich terug trekken uit Schotland omdat zijn neef Robert van Gloucester, bastaardzoon van Hendrik I van Engeland, ontevreden was geworden over de beperkte rol die Stefanus hem had gegeven in het bestuur, en besloot om keizerin Mathilde te steunen. Stefanus wist de meeste gebieden van Robert te veroveren maar zag af van een aanval op Bristol – Roberts belangrijkste machtsbasis. Omdat zijn adviseurs vonden dat hij te mild was voor opstandelingen, liet Stefanus het grootste deel van het garnizoen van Shreswbury vermoorden nadat ze zich hadden overgegeven.
Stefanus’ broer bisschop Hendrik werd rond deze tijd benoemd tot pauselijk legaat voor Engeland. Stefanus stichtte de abdij van Furness. Koningin Mathilde onderhandelde in 1139 een nieuwe overeenkomst met David van Schotland waarbij die de controle kreeg over Northumbria, inclusief de strategische kastelen van Newcastle upon Tyne en Bamburgh, maar wel Stefanus als koning erkende. In 1139 leek Stefanus, afgezien van enkele lokale problemen, duidelijk de macht in handen te hebben in Engeland en Normandië. Maar in dat jaar begonnen de problemen pas echt, voor een groot deel door Stefanus zelf veroorzaakt:
– Stefanus kreeg een ernstig conflict met zijn kanselier, de bisschop van Salisbury. Hierdoor koos diens familie de kant van keizerin Mathilde. Omdat Stefanus in reactie hierop steeds meer de benoeming van vertrouwelingen in kerkelijke ambten doordrukt, en daarmee zijn belofte van 1135 breekt, wordt de relatie met de kerk als geheel slechter.
– Keizerin Mathilde bezocht met Robert van Gloucester onverwacht haar moeder in Arundel. Stefanus was zo nobel om ze een vrijgeleide naar Bristol te geven, terwijl hij ze ook gevangen had kunnen nemen. Mathilde en Robert begonnen toen rondom Bristol een nieuwe machtsbasis op te bouwen.
Stefanus had nog de gelegenheid om in 1140 de abdij van Coggeshall te stichten. Hij belegerde het kasteel van Lincoln en werd daar op 2 februari 1141 door Robert van Gloucester aangevallen. Stefanus werd verslagen en gevangengenomen. Tegelijk was Stefanus’ broer Theobald verwikkeld in een conflict met de koning van Frankrijk. Daardoor kon hij niet voorkomen dat Godfried van Anjou Normandië veroverde. Keizerin Mathilde riep zichzelf uit tot “Heerseres van Engeland en Normandië” en begon voorbereidingen voor een kroning. Hendrik, de pauselijke legaat en broer van Stefanus, probeerde een vrijlating van Stefanus te onderhandelen en bood daarbij aan dat Stefanus van de koningstitel zou afzien. Keizerin Mathilde wilde daar niet op ingaan en Hendrik weigerde daarna mee te werken aan de kroning, waardoor die niet door kon gaan. Keizerin Mathilde werd door de boze bevolking uit Londen verjaagd. In september trok zij met een leger naar Winchester om Hendrik te dwingen aan een kroning mee te werken. Koningin Mathilde greep nu haar kans. Terwijl de troepen van de keizerin het kasteel van Winchester belegerden, omsingelden haar troepen de hele stad. Het leger van keizerin Mathilde sloeg op de vlucht en Robert van Gloucester werd gevangengenomen. Kort daarna werden Stefanus en Robert tegen elkaar geruild. Stefanus liet zich opnieuw kronen in Canterbury.
In 1142 werd keizerin Mathilde drie maanden lang belegerd in Oxford maar ze wist op gedurfde wijze te ontsnappen. Stefanus en Hendrik werden in 1143 verslagen door Robert van Gloucester. De paus nam Hendrik in dat jaar zijn functie als pauselijk legaat af. Stefanus had toen alleen nog controle over het noorden en oosten van Engeland en was niet bij machte om een campagne tegen keizerin Mathilde of naar Normandie te ondernemen. Hij had grote problemen om zijn vazallen onder controle te houden.
Na 1143 volgden enkele jaren van betrekkelijke rust. Dat veranderde toen Robert van Gloucester in 1147 overleed en Hendrik, de zoon van keizerin Mathilde de leiding van de strijd op zich nam. Hendrik was nog jong en wilde in actie komen. Hetzelfde jaar viel hij met een leger van huurlingen Stefanus aan maar de campagne mislukte. Hendrik sloot een overeenkomst met Stefanus waarbij Hendrik zich terugtrok maar Stefanus het achterstallige loon van zijn soldaten zou betalen. Later probeerde Hendrik nog om Stefanus vanuit Schotland aan te vallen maar hij moest vluchten toen Stefanus met een groot leger naar York trok. Hendrik werd gevangengenomen en uiteindelijk teruggestuurd naar Normandië. In 1151 wilde Hendrik Stefanus vanuit Normandië aanvallen, maar blies de onderneming af toen zijn vader overleed. Toen Hendrik in 1152 trouwde met Eleonora van Aquitanië beschikte hij over alle middelen die nodig waren om een grootscheepse invasie te ondernemen. In 1153 stak Hendrik met een leger over naar Engeland en viel Stefanus aan. De belangrijkste edelen in beide kampen wilden het echter niet op een grootschalige oorlog laten aankomen. Zij dwongen Stefanus en Hendrik tot onderhandelingen en er werd een overeenkomst bereikt: Stefanus bleef koning en benoemde Hendrik tot zijn opvolger, wat mogelijk was omdat Stefanus’ oudste zoon en kroonprins Eustaas IV van Boulogne kort daarvoor was overleden.
Stefanus overleed in 1154 in de priorij van Dover aan ingewandproblemen en inwendige bloedingen. Hij is begraven in de abdij van Faversham, waar zijn vrouw twee jaar eerder ook was begraven.
Stefanus en Mathilde kregen de volgende kinderen:
– Boudewijn, ca. 1136 op ongeveer 10-jarige leeftijd overleden te Londen en begraven in de priorij van Aldgate.
– Eustaas
– Willem
– Mathilde, als peuter met Pasen 1136 verloofd met Walram IV van Meulan maar ca. 1140 op ongeveer 6-jarige leeftijd overleden en begraven in de priorij van Aldgate.
– Maria (VOLGT 9).
Stefanus had een relatie met Dameta, een vrouw uit de lagere Normandische adel. Zij kregen de volgende kinderen:
– Gervais (ca. 1118 – 1160), ca. 1137 abt van Westminster Abbey en daar begraven
– mogelijk Amalrik
-mogelijk Rudolf
Bij een andere vrouw had Stefanus nog een buitenechtelijke dochter. Haar naam is niet bekend maar ze trouwde vermoedelijk met Hervé, burggraaf van het land van Léon.

Boulogne

Wapen Boulogne

9. Maria van Boulogne (ook nr. 9 bij Graven van Holland II)(geboren 1136 – overleden Montreuil, 1182) was een dochter van koning Stefanus van Engeland en Mathilde van Boulogne. Zij was gravin van Mortain en Boulogne.
Maria werd op jonge leeftijd door haar ouders in een klooster geplaatst. Later werd ze non in de abdij van Romsey en daar werd ze in 1155 tot abdis gekozen. Toen haar laatste broer in 1159 overleed, erfde ze het graafschap Boulogne en de grote bezittingen in Engeland die daarbij hoorden. Voor koning Hendrik II van Engeland was ze nu te belangrijk om in het klooster te laten en hij liet haar in 1160 trouwen met Mattheüs I van de Elzas, een zoon van de graaf van Vlaanderen, Diederik van de Elzas. Dit leidde tot een langdurig conflict met de paus waarin Maria en Mattheus uiteindelijk moesten toegeven. Het paar scheidde in 1170 en Maria werd non in het klooster van Saint-Austrebert (nabij Montreuil). Maria was de moeder van:
– Ida, erfgename van Boulogne.
– Mathilde van Boulogne (VOLGT 10)

 

II.10. Mathilde van Boulogne (geboren 1161/1165 – Leuven, 16 oktober 1210) (ook wel bekend als Mathilde van de Elzas of Mathilde van Lotharingen) was gehuwd met Hendrik I van Brabant, de hertog van Brabant, vóór 30 maart 1180. Mathilde was een dochter van Maria van Engeland, gravin van Boulogne (Marie de Blois) en Mattheüs I van de Elzas, door huwelijk graaf van Boulogne (Matthias I). Ze werd begraven in de Sint-Pieterskerk te Leuven. Mathilde en Hendrik kregen de volgende kinderen:

machteld van Brabant

Machteld van Brabant

II.11. Machteld van Brabant (geboren ±1200 – overleden 1267) was een dochter van hertog Hendrik I van Brabant en Mathilde van Boulogne. In 1212 trouwde zij met Hendrik VI van Brunswijk, de Welfische paltsgraaf van de Rijnpalts, die in 1214 overleed. Dit huwelijk was kinderloos. In 1224 trouwde zij met de Hollandse graaf Floris IV (11). Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:
– Willem II, opvolger van zijn vader, (tegen)koning van Duitsland.
– Floris de Voogd, regent van Holland.
– Aleid van Holland (VOLGT 12), gehuwd met Jan van Avesnes, regentes van Holland na overlijden van Floris.
– Margaretha, gehuwd met Herman I van Henneberg-Coburg (1224-1290).
Na de dood van Floris IV in 1234 kwam ze in conflict met haar zwager Willem over het regentschap. In 1235 werd met hulp van de aartsbisschop van Keulen een regeling getroffen waarbij Willem regent van Holland werd.
Na de meerderjarigheid van haar zoon Willem II trok zij zich terug op haar bezittingen in het Westland. Ze woonde in ‘s-Gravenzande en gaf die plaats stadsrechten. Ze stichtte daar ook een kerk en begijnhof. Machteld werd begraven in het cisterciënzer klooster in Loosduinen, dat zij in 1230 samen met haar man had gesticht. Dit ondanks dat ze in een akte van 1244 had aangegeven dat zij en haar dochters in de abdij van Affligem moesten worden begraven.

 

Aleid van Holland

Aleid van Holland

12. Aleid van Holland  (geboren 1228, overleden 1284), ook bekend als Aleid(a) van Avesnes, was gravin van Henegouwen. Aleid was een dochter van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant. Zij trouwde met Jan van Avesnes om het bondgenootschap van haar broer Willem II van Holland met Jan te bevestigen. Na de dood van Jan (1257) werd ze regentes van Henegouwen voor haar zoon Jan II van Avesnes. Na de dood van haar broer Floris de Voogd (1258, Willem was al overleden) werd ze ook regentes van Holland voor Floris V van Holland (tot 1263). Onder druk van tegenstanders moest ze in 1263 haar functie als regent van Holland neerleggen en het graafschap verlaten. Floris werd in 1266 twaalf jaar oud en volwassen verklaard, en hij stond Aleid in 1268 toe om terug te komen naar Holland. In 1272 kocht zij van Dirk II van Wassenaer al diens rechten te Schiedam. Zij was de stichtster van Huis te Riviere in Schiedam, het oudste en destijds op één na grootste slot in het Graafschap Holland. In 1991 werd in Schiedam een standbeeld, de vrouwe Aleida voor haar opgericht.
Aleid trouwde op 9 oktober 1246 met Jan van Avesnes. Er zijn zeven kinderen uit het huwelijk geboren:
– Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299). VOLGT 13.
– Boudewijn (leefde nog in 1299)
– Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdiaken van Leuven, bisschop van Metz (1283).
– Gwijde, bisschop van Utrecht.
-Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
– Floris, stadhouder van Zeeland en vorst van het vorstendom Achaea (1255-1297).
– Johanna (ovl. 1304), abdis van Flines.

Jan II van Avesnes

Jan II van Avesnes

13. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk, Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg. Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland.
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

  • Simon (ovl. 1356), heer van Bruyelle
  • Willem Cuser (geboren 1290 in Schoten), gehuwd met Ida van Oosterwijk, vrouwe van Oosterwijk, en met Machteld van Heemstede. VOLGT 14a (IIA)
  • Hendrik
  • Aleid, getrouwd met Wolfert II van Borselen, daarna met Otto III van Buren uit het Huis Buren. En huwde als derde met Jan Herpertsz. van Foreest. VOLGT 14b (IIB)
  • Ida
    Cuser

    Wapen van Willem Cuser

     

    14a. Willem Cuser (geboren Schoten, ca. 1290, overleden 13 januari 1355) werd rond 1290 geboren als bastaardzoon van Jan II van Avesnes, de toenmalige Graaf van Henegouwen en Ymoete. Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteel Tollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw van Amstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ‘onse neve’. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.

    Hij trouwde met Ida van Oosterwijk en werd vader van Meijne Cuser (overleden op 23 augustus 1350 te Delft, gehuwd met heer Claas van Swieten) en Koenraad Cuser (15a) , heer van OosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch.
    Hij trouwde voor de tweede keer met jonkvrouw Mechteld van Heemstede.

     

    14b. Aleid van Henegouwen is geboren omstreeks 1293 in Avesnes, buitenechtelijke dochter van Jan II van Avesnes (13), graaf van Holland en Henegouwen en Ymoete. Aleid is overleden na dinsdag 12-06-1351, ongeveer 58 jaar oud. Aleid:
    (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1312 met Wolfert II van Borselle, 38 of 39 jaar oud.
    (2) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, vóór zondag 21-10-1317 met Otto van Buren | van Arkel | van Asperen.
    (3) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op zondag 02-01-1327 in Lijftocht met Jan Herpertsz van Foreest (geboren ca. 1289  Naalwijk, overleden omstreeks 1345), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, en leenman van de “Baten” onder Koudekerk aan den Rijn. Jan van Foreest werd geboren als zoon van Herpert van Foreest (genoemd 1278 – overleden 1283) uit het geslacht Foreest. De naam van zijn moeder is onbekend.
    Een zoon uit het laatste huwelijk was Herpert van Foreest. VOLGT 15b.


    15a. Coenraad Cuser
    (geboren ca. 1327, overleden 1407), heer van OosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en SchoterboschBaljuw van Amstelland 1368/70, baljuw Rijnland 1380/83, 1397 houtvester van Holland, 1400 kastelein van Teilingen en raad van hertog Albrecht, verbannen 1403. Zoon van Willem Cuser (14a.) en Ida van Oosterwijk)
    Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. “Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen – onder wie de graaf van Oostervant [de latere Willem VI, zoon van graaf Albrecht] – werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen.
    Hij was getrouwd met Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten en hadden een zoon Willem Cuser en een dochter Ida Cuser . VOLGT 16a.

     

    Foreest 2

    Van Foreest


    15b. Herpert van Foreest 
    (genoemd 1334, overleden Haarlem, 1367), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen te Haarlem en lid van de hoge vierschaar onder graaf Willem V van Holland. Zoon van Aleid van Henegouwen en Jan van Foreest. Hij was getrouwd met een onbekende vrouw. Uit dit huwelijk o.a.: Jan van Foreest. VOLGT 16b.

     


    16a. Ida Cuser
    (geboren ca. 1355, overleden ….), dochter van Coenraad Cuser (15a.) en Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten. Zij trouwde ca. 1370 met Jan van Foreest (16b), heer van Middelburg, Foreest enz. 1367, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overl. (Haarlem?) 1413, zoon van Herpert van Foreest en NN. Kinderen:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem ,   overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433).


    16b. Jan van Foreest
    (genoemd 1367 – Haarlem, 1413), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout van Oudewater en (hoog)heemraad van Rijnland.  In 1367 volgde hij zijn vader op in diens Rijnlandse heerlijkheid. Hij trouwde rond 1370 met Ida Cuser, dochter van Koenraad Cuser van Oosterwijk en Clemeyns Gerrit Boelendochter, vrouwe van Sloten. Kinderen van Jan en Ida:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433)

    Foreest 2

    Van Foreest

    17.  Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren). Dochter van Jan van Foreest en Ida Cuser.
    Zij was gehuwd met Vranck Lambrechts van der MEER, schepen van Delft in 1434, 1436 en 1437, geboren circa 1374 te Haarlem, overleden na 1438, begraven te Delft. Hij was een zoon van Lambrecht van TOL (van der MEER) en Alijd van HODENPIJL.
    Uit dit huwelijk:
    – Arent Vrancken van der Meer, geboren circa 1397 te Delft.
    Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te DelftVOLGT 18.
    – Geertruida van der MEER, geboren circa 1400, overleden 1479-1485.  Gehuwd (1) voor 1442 met Jacobs Claesz, overleden voor     1442. Gehuwd (2) 1442 met Symon Dammasz van Overvest, schepen van Delft (1440/1457/1464/1466), veertiggraad van Delft      hoofdman van het gilde St.Johan Evengelist (1453), geboren circa 1420, overleden 1479. Familiewapen in groen drie staande        zilveren schapen, zoon van  Dammas Sijmons van Overvest.

     

    Meer18. Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te Delft.
    Gehuwd met Gerrit Willems Storm, schepen (1452-1453) en thesaurier (1450) van Delft, overleden 1461-1464, zoon van               Willem Storm Gerrits en Machteld Vrancken van der Does. Kinderen:
    – Vranck Storm van Weena‏‎
    – Jan Roe Storm van Weena‏‎
    – Margaretha Storm van Weena VOLGT 19.

     

    margaretha van Weena19. Margaretha Storm van Weena‎, geboren ‎1440 te Delft.
    Zij stamde uit een beroemd Hollands geslacht, dat der Bokel’s (Beukel’s), de bezitters van het slot Weena. Zij hebben vrij zeker “de oudste kern” gelegd van Rotterdam, van de dijk, “Genaamd Vasteland, Schiedamschedijk, Korte Hoogstraat, Hoogstraat”. Hun slot moet gelegen hebben op de plek waar zich nu het station Hofplein bevindt. Na de Vlaamse oorlog, in het begin van de 14e eeuw, teruggekeerd op hun kasteel, kregen de Heren van Bokel ook het zogenaamde “Nieuwland” in hun bezit. Graaf Willem III wist in 1337 Heer Dirk Bokel diens deel van de Middeldam met het Nieuwland afhandig te maken en ’s jaars daarna kreeg Rotterdam stadsrechten (1338). De drie jaren van burgeroorlog 1425-1428, gedurende de regering van Jacoba van Beieren, brachten ook het einde van het slot Weena. Nog eeuwen lang bleven de bouwvallen ervan zichtbaar. Heer Jacob Bokel van Weena behield zijn Heerlijkheid van Beukelsdijk en bewoonde later het slot Giessenburg in de Alblasserwaard. Als goede vrienden van Filips van Bourgondie, bekleedden de Heren van Weena zelfs een plaats onder ’s hertogs raadslieden. Wat de Rhoonse belangen niet tot nadeel zal hebben gestrekt! ‘ Zij was gehuwd met Pieter IV van Roden , geboren ca.1420, beleend met een vijfde deel van de lenen van zijn vader (1455), met een twintigste deel (1465), koopt tweemaal een vierde deel (1471, 1474), uiteindelijk ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon (1483-1502), krijgt het onversterfelijk leenrecht (1481) en de hoge heerlijkheid (1497), inpolderaar van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en Jan Corneliszoonland, overleden 28.06.1509. Hun zoon:

    Wapen van de heren van Rhoon20. Pieter van Roden, geboren ca.1460, ambachtsheer van Rhoon (1502-34) en Pendrecht (1520-34), eigenaar van een huis aan het Westeinde te Den Haag, overleden 19.02.1534, begraven Rhoon; trouwt 07.06.1501: Anna van Grave, geboren 05.01.1475, overleden 06.03.1549, begraven Rhoon; dochter van Raes van Grave, ridder, heer van Heverle (bij Leuven), heer van Malhevre, en Elisabeth van Sinte Guericx. Zoon:

     

    21. Gerrit van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553, bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heemraad van Rhoon 1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. 1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een onwettige dochter omstr. 1543 bij Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren ’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor 1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.

     

    22. Helena Gerrits van Rhoon, dochter van Gerrit van Rhoon en Katrijna Clementsdr., geboren vermoedelijk ‘s-Gravenhage ca.1544, biersteekster op het veer van Rhoon, overleden Rhoon vóór 19.10.1623; trouwt 2e vóór 03.10.1600: Jacob (Mat)Thijsen, biersteker in Rhoon (1593); trouwt 1e vóór ca.1567:  Philip Cornelisz. Vermaet, geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer, vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566, overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.

    wapen vermaat

    23. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr. 1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl. Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx Koedief, (dochter van Dirck Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.

    24. Philip Philips (de jonge) Vermaat, ged. 4 mrt 1591 te Poortugaal, ovl. 20 feb 1655 te Spijkenisse, zoon van Philip Philips de oude Vermaet en Koedief Maartje Dirks
    markschipper en biersteker te Spijkemisse.
    Begraven in de kerk van Spijkenisse: Hier leyt begraven den jonqe Philips Philipsz. Vermaet sterf den 20 February anno 1655.
    Gehuwd 26 jan 1614 te Spijkenisse met: Geertje Jans Bos, geb. te Spijkenisse, ovl. 17 nov 1658 te Spijkenisse, dochter van Jan Bos en Maertje Gerrits.

     

    25. Jan Philipsz Vermaat, gedoopt op 18 juni 1634 te Spijkenisse. Zoon van Philip Philips Vermaat en Geertje Jans Bos.
    Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam.
    Gehuwd ± 1656 te Spijkenisse met: 
    Claasje Pieters Landmeter. Geboren rond 1634 in Biert. Dochter van Pieter Jacobsz Landmeter en Bastiaantje Cornelisdr. Ketting.

    26. Cornelus Jansze Vermaat, gedoopt op 1 jul 1663 te Spijkenisse, overleden op 14 feb 1727 te Spijkenisse, zoon van Jan Philipsz Vermaat en Claasje Pieters Landmeter.Marktschipper te Spijkenisse.
    Gehuwd ± 1690 te Spijkenisse met Margriet Jans Barrevelt, gedoopt op 22 augustus 1666 te Strijen, overleden 24 december 1719 te Spijkenisse.

     

    27. Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat, ged. 22 nov 1699 te Spijkenisse, ovl. 31 mei 1764 te Spijkenisse, zoon van Cornelus Jansze Vermaat en Maegriet Jans Barrevelt. Gehuwd 8 nov 1733 te Spijkenisse met: Jannetje Huibrechts Villerius, ged. 2 sep 1714 te Spijkenisse, ovl. 19 apr 1765 te Spijkenisse dochter van Huibrecht Villerius, vermogend boer op de Welplaat en Francijntje Ploeger.

     

    28. Francina Vermaat, geb. 4 sep 1735 te Schiedam, ged. 11 sep 1735 te Spijkenisse. Zij is overleden op 19 maart 1822 in Hekelingen. Dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius.
    Gehuwd met Pleun Bastiaan de Raat. Hij is geboren rond 1746 en hij is overleden op 28 februari 1827 in Hekelingen. Zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruimstraat.

     

    de Raat

    29. Jannetje Pleuntie de Raat, gedoopt op 23 juni 1782 te Hekelingen. Dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.

    Zij trouwt te Hekelingen op 30-4-1808 met Maarten Braat, gedoopt te Hekelingen op 30-3-1777, overleden te Overschie op 18-1-1827. Zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.

     

     

    Braat

    30.  Pleun Braat, geboren te Overschie op 17-2-1809, van beroep bouwman en overleden te Hazerswoude op 1-9-1874. Hij trouwt te Overschie op 3-4-1842 met Neeltje van der Wilk, geboren te Capelle aan den IJssel op 5-5-1818, overleden te Hazerswoude op 2-8-1896. Zij is een dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.

    31. Maarten Braat, geboren te Hazerswoude op 1-12-1842, van beroep bouwman en overleden te Haarlemmermeer op 24-12-1901. Hij trouwt op 17-11-1873 (scheiding tafel en bed op 5-12-1897) met Antje van der Akker, geboren te Hazerswoude op 21-3-1839 en overleden te Haarlemmermeer op 15-4-1907. Zij was een dochter van Dirk van der Akker en Neeltje Verduijn.

     

    gerardus braat

    32. Gerardus Braat, geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4-3-1967. Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend in de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen. Hij trouwt 1e met Mijntje Pruissen, geboren te Haarlemmermeer op 2-8-1883 en overleden te Gouda op 20-8-1960. Zij is een dochter van Wouter Pruissen (landbouwer te Nieuw-Vennep en overleden ± 1927) en Ariana Juditha Pruissen (nicht van Wouter, zij is geboren ± 1850 en overleden op 3-8-1918). Hij trouwt 2e met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e met Pietertje Visser.

    Ariana juditha braat

    33. Ariana Juditha Braat, dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen. Geboren te Zevenhuizen op 29 maart 1920, overleden aldaar op 27 augustus 2010.

    Willem Pieter Ooms

    Gehuwd met Willem Pieter Ooms, geboren 1 juni 1924 te Zevenhuizen, van beroep meubelmaker en stoffeerder en overleden op 1 september 1998 te Gouda. Zoon van Catharinus Ooms en Jannigje Aartje van Vliet.

     

     

     

    johnny

    34.Johnny Ooms, zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat. Geboren te Zevenhuizen op 15 februari 1958.

 

 

 

Terug naar:

Keizers, Koningen en Hertogen