Nazaten Graven van Loon

Het Graafschap Loon (Frans: Comté de Looz) was een vorstendom van het Heilige Roomse Rijk dat bestond van 1040 tot 1366. De grafelijke burcht stond eerst in Looz (het huidige Borgloon) en daarna onder Gerard van Loon inKuringen, nu deelgemeente van Hasselt vlak bij de Abdij van Herkenrode.

Loon

Wanneer in de 9e eeuw het erfland van Karel de Grote af te rekenen krijgt met innerlijke twisten en invallen van de Noormannen verzwakte het koninklijk gezag. Doordat eigendomstitels en investituurdocumenten vaak werden vernietigd tijdens plunderingen, konden sommige graven zich als usurpator gedragen. Zij eigenden zich in deze verwarring onrechtmatig delen van oude graafschappen toe. In deze context verschijnen de graven van Loon rond het jaar 1040 plots ten tonele. Er is alleszins geen geschreven bewijs dat het graafschap vóór 1031 bestond.
Men vermoedt dat het graafschap Loon in 1040 een opgedragen leen van het Prinsbisdom Luik werd op het ogenblik dat het Graafschap Haspinga, waarvan het op zijn beurt een leen was, aan bisschop Nithard van Luik werd afgestaan.
Een graaf van Haspinga was Arnold, een broer van Giselbert, de eerste graaf van Loon. De leenrechtelijke band tussen hen beiden ontstond hoogstwaarschijnlijk bij de regeling van de erfopvolging door hun vader Rodolf. Arnold en Giselbert hadden een broer, bisschop Balderik II van Luik, die mogelijk een rol heeft gespeeld bij de afstand van het Graafschap Haspinga aan Luik. De graaf bezat ook gebieden in Waals Haspengouw en op de rechteroever van de Maas. Voor de rechtspraak was hij een vazal van de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Na Giselbert regeerde zijn zoon Emmo van Loon van 1046 tot 1079.

1. Emmo van Loon (na 1015 – voor 5 februari 1079?) was de derde graaf van het graafschap Loon.
Hij was zoon van Arnulf van Haspinga en hij volgde diens broer graaf Giselbert van Loon op.
Emmo’s jongere broer Otto II van Duras was abt in de abdij van Sint-Truiden. Tussen 1046 en 1078 werden Emmo en Otto samen als comites de Los vermeld, hetgeen doet vermoeden dat ze het graafschap samen bestuurden. Emmo trouwde met  Swanhilde (Zie Graven van Holland IV nr. IV.5), dochter van Dirk III van Holland. Ze kregen de volgende kinderen:

2. Arnold I van Loon (ca. 1050 – ca. 1126) was graaf van Loon.
Hij was een zoon van Emmo van Loon en Swanhilde van Holland.
Arnold volgde zijn vader Emmo van Loon op in 1079 of eerder. In 1086 werd hij ook voogd van de Sint-Pieter te Luik. In 1088 bemiddelde Arnold in een conflict over de opvolging van zijn oom Otto II van Duras als abt van abdij van Sint-Truiden. Hij hielp de Luikse prins-bisschop Hendrik I van Verdun om diens kandidaat aan de macht te brengen. Hiervoor kreeg hij in 1094 de functie vanvoogd van Sint-Truiden, voor de bezittingen in het bisdom Metz – ondanks fel verzet van Hendrik I van Limburg.
Arnold nam deel aan de Eerste Kruistocht, in het contingent van Godfried van Bouillon. In 1115 erfde hij van zijn schoonvader de functies van burggraaf van Mainz en graaf van Rieneck. Hij werd ook voogd van het stift St.-Peter & Alexander te Aschaffenburg. In 1119 steunde Arnold de kandidatuur van Frederik van Namen voor de functie van bisschop van Luik, die inderdaad werd gekozen.

Arnold huwde omstreeks 1100 Adelheid van Mainz. Zij was de enige dochter van Gerard, burggraaf van Mainz en graaf van Rieneck, en Hedwig van Blieskastel. Zij kregen de volgende kinderen:

3. Arnold II van Loon (geboren ca. 1085 – overleden 11 april 1138 of 1139) was graaf van Loon en Rieneck.
Arnold erfde Loon van zijn vader Arnold I van Loon (1126) en Rieneck van zijn moeder Adelheid van Mainz (1135). In 1135 stichtte Arnold op Loons allodiaal gebied de abdij van Averbode. Arnold had geen krijgshaftige instelling maar trad juist vaak op als bemiddelaar in lokale conflicten.

Arnold erfde Loon van zijn vader Arnold I van Loon (1126) en Rieneck van zijn moeder Adelheid van Mainz (1135). In 1135 stichtte Arnold op Loons allodiaalgebied de abdij van Averbode. Arnold had geen krijgshaftige instelling maar trad juist vaak op als bemiddelaar in lokale conflicten.

Arnold was getrouwd met Aleida van Diest, waarover verder niets bekend is. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Lodewijk I van Loon
  • Gerard van Reineck
  • Godschalk, alleen bekend uit een akte van ca. 1141
  • Imago, in 1174 abdis van de abdij van Susteren
  • Sophie van Loon Rieneck, gehuwd met Wouter Berthout heer van Mechelen en Grimbergen.
  • Jan van Ghoor

4. Lodewijk I van Loon, (geboren na 1107 – overleden 11 augustus 1171) was de vijfde graaf van Loon tussen 1139 en 1171.

Hij liet in Brustem een burcht bouwen. Van zijn broer Gerard erfde Lodewijk in 1155 het graafschap Rieneck. Lodewijk was voogd van de abdij van Averbode en de abdij schonk deBolderbergwinning in Bolderberg, nu bekend als domein Bovy.
Lodewijk was een zoon van Arnold II van Loon en Aleida van Diest. Lodewijk huwde Agnes van Metz (ca. 1114 – 1175/1180), dochter van Folmar V van Metz en Mathilde, erfdochter van Longwy. Agnes gaf Hendrik van Veldeke, die een tijd vertoefde in de grafelijke burcht van Borgloon, de opdracht om de Sint-Servaeslegende te schrijven. Door haar verwantschap was Lodewijk van 1159 tot 1162 burggraaf van Mainz. Ook maakte Lodewijk via Agnes aanspraak op het hertogdom Luxemburg, maar hij kon deze aanspraken niet realiseren.
Lodewijk liet de burcht van Brustem verstevigen in 1171. Dat was niet naar de zin van Edigius, de jonge graaf van Duras, die op 28 juli 1171, samen met de abt Wiric van Sint-Trudo en de Truienaren, Brustem aanviel en platbrandde. Het Loonse leger sloeg op de vlucht en Lodewijk trok zich terug in zijn kasteel in Loon, waar hij na een plotse aanval van koorts op 11 augustus 1171 stierf.
Lodewijk en zijn vrouw werden in de gasthuiskapel in Borgloon begraven. Hun graf is er nog steeds te zien.

Lodewijk en Agnes kregen de volgende kinderen:

  • Agnes, gehuwd met Otto I van Beieren.
  • Arnoud, jong overleden
  • Gerard (Volgt 5a)
  • Hugo, was getrouwd maar de namen van zijn vrouw en evt. kinderen zijn niet bekend.
  • Bonne (Volgt 5b), gehuwd met Wouter Berthout, heer van Mechelen uit het Grimbergse geslacht Berthout.
  • Imagina, gehuwd met Godfried III van Brabant
  • Laurette (ovl. voor 1184), gehuwd met Gilles van Duras (gescheiden 1174), hertrouwd met Theobald I van Bar
  • Sophia van Loon (1150 – 1185), gehuwd met Godfried van Heinsberg (Volgt heren van Valkenburg nr. 3 ), zoon van Gosewijn II van Valkenburg

5. Bonne (geboren ca. 1140 – overleden ca. 1195)
Dochter van Lodewijk I van Loon en Agnes van Metz
Zij was gehuwd met Wouter Berthout, heer van Mechelen uit het Grimbergse geslacht Berthout.

Zij kregen de volgende kinderen:

5a. Gerard van Loon (geboren ca. 1145 – 1191)
Hij was de zesde graaf van het graafschap Loon. Zijn ambtsperiode liep van 1171 tot 1194.

In 1179 verwoestten troepen van de prins-bisschop van Luik, Rudolf van Zähringen de grafelijke burcht. De graaf werd verplicht het Graafschap Durasaan de prins-bisschop af te staan. Gerard verkoos te verhuizen naar het grafelijk slot te Kuringen, het Prinsenhof dat centraler in zijn gebied lag. Hij stichtte rond 1182 in Kuringen vlak bij zijn residentie, de abdij van Herkenrode. Het grondgebied, in de 13e eeuw ongeveer 3000 ha groot, was eigendom van de graaf. Hij schonk het aan een zekere broeder Henricus met de voorwaarde er een klooster voor Cisterciënzerinnen te stichten. Het was het eerste en werd het grootste vrouwenklooster van die orde in de Nederlanden. De graaf liet in Kolmont bij Tongeren een tienhoekige toren met een diameter van 16 m bouwen.

Gerard van Loon nam deel aan de derde kruistocht genoemd de koningentocht. Deze ging door onder leiding van onder meer keizer Frederik Barbarossa, koning Filips-August van Frankrijk en koning Richard Leeuwenhart van Engeland. Gerard van Loon sneuvelde in 1194 na het beleg van Akko. Zijn gebeente werd teruggebracht naar de abdij van Herkenrode waar hij werd begraven. Meteen werd de abdijkerk het mausoleum van het Loonse grafelijk geslacht.

Gerard was gehuwd met Adelheid (ovl. na 1212), , dochter van Hendrik I van Gelre. Zij kregen de volgende kinderen:

6. Gerard van Loon (geboren 1165 – overleden 1216).
Hij was graaf van Rieneck en gehuwd met Kunigonde von Zimmern.
Kinderen:

Arnold IV van Loon

Arnold IV van Loon

7. Arnold IV van Loon (overleden 1273).
Hij was de elfde graaf van Loon van 1227 tot 1273. Hij was de opvolger van zijn broer Lodewijk III. Zijn regering – 46 jaar – is de langste uit de geschiedenis van het graafschap.
Arnold IV breidde zijn territoriale macht uit door in het huwelijk te treden met Johanna van Chiny, dochter van Lodewijk IV van Chiny (Zie Graven van Chiny nr. 9) en van Mathilde van Avesnes, erfgename van het graafschap Chiny (thans provincie Luxemburg). Na de dood van zijn schoonvader in 1226 werd Arnold graaf van Chiny. In 1235 verplaatste hij de zetel van dit graafschap van het arendsnest Chiny in de smalle vallei van de Semois naar de meer zuidelijk gelegen vesting van Montmédy.

Graaf Arnold IV was de vader van:

8. Adelheid van Loon
Zij was trouwde 1e met Dirk II van Valkenburg (geboren 1228 – overleden 1268), zoon van Dirk I en Beatrix van Kyrberg-Dhaun.
Dirk was eerst getrouwd geweest met Bertha van Limburg.
Uit het huwelijk van Dirk II en Adelheid:
– Aleidis (Ida) van Valkenburg († 11 december 1296), abdis van Munsterbilzen.
– dochter, gehuwd met Willem van Hatert.
– Maria (Volgt 9), gehuwd met Arnold van Stein-Elsloo.
Adelheid trouwde 2e met Albrecht van Voorne. Geboren vóór 1247, overleden 30 december 1287. Hij was heer van Voorne en burggraaf van Zeeland. Albrecht van Voorne was de zoon en opvolger van Hendrik van Voorne, burggraaf van Zeeland, ridder, overleden ca. 1260-1261 en Catharina van Cysoing.
Zij kregen een dochter:
– Mabelia  van Voorne 1273 – 1313 (Volgt Heren van Voorne nr. 8a).

9. Maria van Valkenburg
Geboren 1254, dochter van Dirk II van Valkenburg en Adelheid van Loon.
Zij was gehuwd met Arnold III van Steyn (geboren 1250 –  overleden 1323).
Hij was een zoon van Arnold II van Steyn en Margaretha van Grimbergen.
Uit huwelijk:
– Elisabeth van Steyn (Volgt Heren van Steyn nr.5).

2 december 2015

20 december 2015