Nazaten Graven van Bentheim

 

Vervolg van de Graven van Holland

 

 

Bentheim of Benthem was een tot de Nederrijns-Westfaalse Kreits behorend graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk. De stad Benthem die er het centrum van was heet nu Bad Bentheim.

 

Waarschijnlijk in de tiende eeuw stichtten de graven van Bentheim de burcht Bentheim. Deze burcht werd in 1116 door de hertog van Saksen, Lotharius van Supplinburg verwoest. Na de wederopbouw tot 1148 kwam ze in de loop van de twaalfde eeuw aan Otto, een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland (zie Graven van Holland).

Kasteel Bentheim2

Kasteel Bentheim

In 1421 stierf deze tak van het Hollandse huis uit met graaf Bernhard I. Zijn zuster Hedwig was gehuwd met Everwijn van Götterswick en hun kleinzoon Everwijn van Götterswick werd de volgende graaf van Bentheim.

 

Bentheim

Wapen Bentheim

9. Otto van Holland,
Geboren ca. 1140 – overleden 1208/09. Hij was graaf van Bentheim. Hij was een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland (Zie Graven van Holland nr. 8) en Sophia van Rheineck. Van zijn grootmoeder van moederskant, Geertruid van Northeim, erfde hij het graafschap Bentheim.
Otto begeleidde zijn moeder naar het Heilige Land in 1173. In 1187 werd hij genoemd als burggraaf van Coevorden. Otto nam deel aan de derde kruistocht, samen met zijn broer Floris III van Holland. In 1196 streed hij tegen de burggraaf van Coevorden. Otto steunde zijn neef Willem I van Holland in diens geslaagde poging om de macht over Holland te verwerven, ten koste van Ada van Holland (gravin).
Otto was gehuwd met Alveradis van Arnsberg (ca. 1160 – 1230), erfdochter van Malsen, dochter van Godfried I van Cuijk (1100-1167). Zij kregen de volgende kinderen:
– Egbert, vermoord ca. 1210
– Boudewijn I van Bentheim, opvolger van zijn vader (Volgt 10a).
– Otto, 1203 bisschop van Münster
– Gertrud (ovl. 1240), kanunnikes te Freckenhorst, 1219 abdis van Metelen
– Marina (Volgt 10b).
– Agniese (Volgt 10c).

10a. Boudewijn I van Bentheim
Overleden 1247/48. Hij was een zoon van Otto van Holland, graaf van Bentheim en Alveradis van Arnsberg.
Hij  was van 1209 tot zijn dood graaf van Bentheim. Daarnaast was hij in dezelfde periode burggraaf van Utrecht. In 1219 neemt hij tijdens de vijfde kruistocht deel aan de verovering van Damiate. Na het overlijden van graaf Willem I van Holland in 1222 was hij enige maanden regent voor de minderjarige Floris IV.
Boudewijn was een zoon van Otto I van Bentheim en Alveradis van Cuijk-Arnsberg. Hij was gehuwd met Jutta van Limburg (geboren 1200 – overleden 1248). Zij was een  dochter van Walram III van Limburg en Cunigonde van Lotharingen
Kinderen uit dit huwelijk:
– Otto II, graaf van Bentheim (ca. 1205-1279).
– Egbert van Bentheim, overleden na 1284
– Elisabeth (Lysa) van Bentheim, overleden na 1244
– Bertha van Bentheim, overleden na 1271
– Catharina van Bentheim (Volgt 9a).

 

10b. Marina van Bentheim
Geboren rond 1180, overleden op 13 mei 1252. Zij was een dochter van Otto van Holland, graaf van Bentheim en Alveradis van Arnsberg.
Zij is rond 1220 in de kerk getrouwd met Ricolt I van Ochten. Hij is geboren rond 1190, overleden in 1241.
Kinderen:
– Boudewijn van Ochten  …. – < 1253
– Heinrich van Ochten  ± 1200-> 1252
– Bertha van Ochten (Volgt 9b).

10c. Agniese van Bentheim.
Overleden in 1203. Zij was een dochter van Otto van Holland, graaf van Bentheim en Alveradis van Arnsberg.
Zij was gehuwd met  Willem van Teylingen (vermeld 1174), heer van Teylingen en Brederode. Hij zou afstammen van de graven van Holland.
Kinderen van Willem en Agniese:
– Willem van Teijlingen (overleden  4 maart 1244), heer van Teylingen.
– Dirk van Teijlingen (Volgt Heren van Brederode nr. 2).
– Gerard van Teijlingen

11a. Catharina van Bentheim
Geboren ca. 1225. Dochter van Boudewijn I van Bentheim en Jutta van Limburg.
Zij was gehuwd met Engelbert van Horne (ca. 1195 – ca. 1265). Hij was een jongere zoon van Willem I van Horne (Zie Heren van Horne nr. 6) en Heilwig van Altena.
Na de dood van zijn oom Dirk II van Altena erfde Engelbert zijn bezittingen in de omgeving van Maarheeze. Engelbert liet daar het Kasteel Cranendonck bouwen tussen Maarheeze en Soerendonk. Hij verwierf de voogdij over de kerkelijke goederen te Budel van de abdij te Aken en wist deze rechten uit te breiden.
Hij was de stamvader van een zijtak van het geslacht Van Horne die Heer zou worden van Cranendonck en Eindhoven. Het wapen van Eindhoven toont dat van deze zijtak, namelijk drie witte hoorns op een rood veld. Engelberts zoon Willem I van Cranendonck was de eerste die zich Heer van Cranendunc noemde. Het geslacht werd daarom voortaan Van Cranendonck genoemd. Na enige tijd stierf het echter uit in de mannelijke lijn. Cranendonck en Eindhoven hebben de gehele verdere geschiedenis door dezelfde heren gehad. Nakomelingen in de vrouwelijke lijn gebruiken de naam (in verschillende spellingen) nog steeds.

Engelbert van Horne en  Catharina van Bentheim kregen ten minste één zoon:
– Willem I van Cranendonck  (Volgt Heren van Cranendonck nr. 8).

11b. Bertha van Ochten
Dochter van Ricolt van Ochten en Marina van Bentheim.
Zij was gehuwd met Jan I van Arkel bijgenaamd de Sterke (ca. 1233 – Gorinchem, 15 mei 1272) was uit de tweede generatie heer van Arkel  vanaf 1253 tot zijn dood. Verdere bezittingen waren Noordeloos, Bergenambacht, Heukelom, Hoog Blokland, Slingeland, Stolwijk en Willige Langerak.
Hij was een zoon van Herbaren II van der Lede, erfgenaam van Jan VII van Arkel, en Aleid (Alverade) van Heusden.
Kinderen:
– Jan II (Volgt  Heren van Arkel nr. 17)
– Arnoud, heer van Noordeloos
– Margretha (1312 †), huwde Hubrecht van Beusichem, heer van Culemborg.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Graven en Gravinnen

 

handtekening 2015

27 april 2015