Stamreeks Karel de Grote (IX)

Hoofdpagina: Karel de Grote

 

Stamreeks Karel de Grote via Arnulf van Karinthië (nr. 5)

 Van Karel de Grote tot Ooms
Karel de Grote 6

Karel de Grote

1. Karel de Grote, geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748.  Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte (Zie Karolingen nr. 5) en Bertrada van Laon (Zie Merovingen nr. 12), gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mainz; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9 oktober 768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28 juli 754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25 december 800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overleden te Aken 28 januari 814, begraven aldaar (Dom).
Hij had 4 echtgenotes en 6 concubines:

Hij trouwde 3e voor 30 april 771 Hildegard (Houdiard), geboren in 758, overleden Thionville (Moselle) 30 april 783, begraven in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankisch graaf [in de Vinzgouw] en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781.

lodewijk de vrome

Lodewijk de Vrome

2. Lodewijk I, De Vrome, geboren bij Poitiers tussen 16 april en de herfst van 778. Zoon van Karel de Grote en Hildegard van de Vinzgouw. Hij was de koning van Aquitanië vanaf 781, tot 811 (onder voogdijschap van Willem met de Hoorn, neef en paladijn van Karel de Grote. Willem met de Hoorn was een kleinzoon van Karel Martel. Tevens was hij de eerste graaf van Orange). Lodewijk was na de dood van zijn oudere broers Karel en Pippijn door zijn vader tot keizer gekroond en als mederegent aangesteld Aken 11.9.813; alleenheerser 28.1.814; doet zich door paus Stephanus IV opnieuw tot keizer kronen Reims 28.10.816; ontwerpt in Aken juli 817 een regeling van de toekomstige verdeling van zijn rijk (Ordinatio Imperii) welke hij echter in 829 wijzigt ten gunste van de uit zijn tweede huwelijk geboren zoon Karel hetgeen tot een reeks burgeroorlogen leidt; tot afstand gedwongen Çompiègne okt. 833 doch door zijn jongere zoons hersteld Saint-Denis 1.3.834; dit bevestigd door hernieuwde kroning Metz 28.2.835; overl. op een eiland in de Rijn bij Ingelheim 20.6.840, begr. Saint-Arnould bij Metz.
In zijn eerste huwelijk (795) was Lodewijk getrouwd met Irmingard. Ze hadden een goed huwelijk en Irmingard had een grote invloed op haar man.
Na het overlijden van Irmingard is Lodewijk op aandrang van zijn edelen hertrouwd. Na een soort schoonheidswedstrijd trouwde hij 1 februari 819 te Aken met Judith van Beieren.

In zijn eerste huwelijk (795) was Lodewijk getrouwd met Irmingard van Haspengouw. Ze hadden een goed huwelijk en Irmingard had een grote invloed op haar man. Zij kregen de volgende kinderen:

Na het overlijden van Irmingard op 3 oktober 818 is Lodewijk op aandrang van zijn edelen hertrouwd. Na een soort schoonheidswedstrijd trouwde hij 1 februari 819 te Aken met Judith van Beieren. Zij kregen de volgende kinderen:

Bij zijn minnares Theodelinde van Sens had hij de volgende kinderen:

  • Alpais, (ca. 794 – 852), getrouwd met Bego van Toulouse
  • Arnulf, (geb. 794), graaf van Sens en bondgenoot van Lotharius.
Lodewijk de Duitser

Lodewijk de Duitser

3.Lodewijk de Duitser (geboren 806 — Frankfurt am Main, overleden 28 september 876), ook bekend als Lodewijk II of Lodewijk de Beier, was een kleinzoon van Karel de Grote en de derde zoon van de opvolgende Frankische keizer Lodewijk de Vrome en zijn eerste vrouw, Ermengarde van Haspengouw.

Kort na zijn dood kreeg hij de benaming ‘Germanicus’ als erkenning voor het feit dat het grootste gedeelte van zijn grondgebied in het voormalige Germanië lag.Lodewijk II werd de hertog van Beieren in 817 omdat het de gewoonte was van keizer Karel de Grote om een lokaal koninkrijk te schenken aan een familielid die dan diende als een van zijn luitenanten en de lokale gouverneur. Toen zijn vader, Lodewijk I (de Vrome genaamd), het rijk verdeelde met de Ordinatio Imperii in 817 kreeg hij Beieren als grondgebied toegewezen. Na het overlijden van zijn vader in 840 werd hij in 843 met het Verdrag van Verdun koning van Oost-Francië, een regio die het stroomgebied van de Elbe overspande vanJutland zuidoostelijk door het Thüringer Woud tot in hedendaags Beieren.Lodewijk bracht zijn vroege jeugd door aan het hof van Karel de Grote en zou zijn lieveling zijn geweest. Op 11-jarige leeftijd werd hij benoemd tot koning van Beieren, waarbij de eigenlijke bestuursmacht werd uitgeoefend door de hoveling Egilof. In 824 nam hij deel aan een veldtocht van zijn vader tegen Bretagne. Een jaar later werd hij ook zelf uitvoerend koning van Beieren. Hij voerde datzelfde jaar oorlog tegen de Wenden en de Sorben en sloeg in 827 een aanval van de Bulgaren op Pannonië af.
In 830 kwam hij samen met zijn broers in opstand tegen hun vader omdat die hun halfbroer Karel de Kale ook een deel in de verdeling van het rijk wilde geven, en veroverde Allemanië. Lodewijk de Vrome verklaarde hem onterfd maar dat had geen effect. In 833 kwam het tot een verdeling van het rijk tussen Lodewijk en zijn broers Lotharius I en Pepijn I van Aquitanië. Lodewijk kreeg daarbij Beieren, Allemannië, Thüringen en Saksen. In 836 had Lodewijk de Vrome de macht herwonnen en werd Lodewijk (de Duitser) weer koning van Beieren. In 839 wilde Lodewijk de Vrome weer de verdeling van het rijk aanpassen ten gunste van Karel de Kale, waarna Lodewijk (de Duitser) weer in opstand kwam en Allemannië binnenviel. Ditmaal reageerde zijn vader adequaat en Lodewijk was gedwongen om naar Pannonië te vluchten.In 840 overleed Lodewijk de Vrome. Pepijn was al eerder overleden maar zijn aanspraken werden overgenomen door zijn zoon Pepijn II. Omdat er geen algemeen gedragen regeling voor de verdeling van het rijk was, ontstond een conflict tussen Lodewijk en Karel enerzijds en Lotharius en Pepijn anderzijds. Op 25 juni 841 troffen Lodewijk en Karel hun tegenstanders in de slag bij Fontenoy, waarbij beide partijen meer dan 150.000 manschappen in het veld brachten. In eerste instantie hadden Lotharius en Pepijn de overhand maar naarmate er gedurende de slag versterkingen voor Lodewijk en Karel kwamen, wisten zij toch de slag te winnen. 14 februari 842 hernieuwden Karel en Lodewijk hun verbond door de eed van Straatsburg. In juni van dat jaar troffen Lotharius, Karel en Lodewijk elkaar op een eiland in deSaône waar ieder daarbij 40 vertegenwoordigers voor de vredesonderhandelingen benoemde. Ook onderdrukte Lodewijk dat jaar een opstand in Saksen. 11 augustus 843 werd uiteindelijk het Verdrag van Verdun gesloten waarbij het rijk definitief werd verdeeld. Lodewijk werd koning van Oost-Francië: de hertogdommen Saksen, Franken, Thüringen, Allemannië (behalve de Elzas), Rhetië en alle oostelijke marken. Hij maakte Regensburg tot zijn hoofdstad. Lodewijk en Karel waren niet onderworpen aan hun broer Lotharius die de keizerstitel kreeg, Pepijn(II) bleef buiten de verdeling.In het begin van zijn regering als koning van Oost-Francië heeft Lodewijk nog geregeld met zijn broers overleg gevoerd: in 844 in Thionville en in 847 en 851 in Meerssen. Meer dan tien jaar zou er geen oorlog meer zijn tussen de Frankische koninkrijken.
In 845 plunderden de DenenHamburg. Afgezanten van Lodewijk bereikten met de Denen een overeenkomst dat ze de christelijke gevangenen zouden vrijlaten en een schadeloosstelling zouden betalen. In de herfst werd in Paderborn een vrede met de Denen gesloten die tientallen jaren zou standhouden. In 846 ondernam Lodewijk een veldtocht tegenMoravië. Een veldtocht tegen Moravië in 855 liep slecht af en Lodewijk kon zich met moeite in veiligheid brengen. In 858 sloot Lodewijks zoon Karloman vrede met Moravië. In 865 accepteerde Moravië het Frankische oppergezag, hoewel de Franken dat jaar geen beslissende overwinning wisten te behalen. In 869 werd de vorst Ratislav van Moravië (die als christen door Lodewijk aan de macht is geholpen) gevangengenomen omdat hij zich niet hield aan de Duitse kerkpolitiek. Hij werd wegens verraad ter dood veroordeeld maar Lodewijk zette de straf om in het uitsteken van de ogen.In 871 werd Lodewijk benoemd tot erfgenaam van keizer Lodewijk van Italië.In 852 stichtte Lodewijk het Salvator stift in Frankfurt. Hij steunde vertalingen van het evangelie in de volkstaal. Lodewijk is begraven in de abdij van Lorsch.De (naderende) dood van Lotharius (855) en de verdeling van zijn rijk tussen zijn drie zonen, liet Lodewijk en Karel de Kale over als de twee machtigste Frankische koningen. Een aantal conflicten was hiervan het gevolg.In 861 kwam Karloman in opstand tegen zijn vader en in 863 deed hij het nogmaals, nu met steun van zijn broers Lodewijk en Karel. In 864 benoemde Lodewijk Karloman tot koning van Beieren. Vermoedelijk om een gezamenlijke vijand te hebben volgde een nieuwe veldtocht tegen Moravië. In 865 maakte Lodewijk een verdeling van zijn rijk waarbij Lodewijk Saksen, Franken en Thüringen kreeg en Karel Allemannië.In 874 liet Lodewijk zijn zoon Karloman tot erfgenaam van Lodewijk II van Italië benoemen in afzonderlijke ontmoetingen in Trente met keizerin Engelberga en later met Lodewijk zelf nabij Verona.Lodewijk huwde in 827 te Regensburg met Emma, of Hemma, (80831 januari876). Zij was een dochter van graaf Welf I en tevens de zus van keizerin Judith, de tweede vrouw van zijn vader.Lodewijk en Emma hadden de volgende kinderen:

  • Hildegard (828 – 23 december 856), abdis van Schwarzach-am-Main en vanaf 853 van St Felix en Regula, Zürich.
  • Karloman(Volgt 4).
  • Irmengard (ovl. Frauenwörth 16 juli 866) abdis van Buchau am Federsee, vanaf 28 april 857 abdis van Chiemsee (Frauenwörth).
  • Gisela
  • Lodewijk de Jonge.
    Hij was van 876 tot 882 koning van Oost-Francië en van 880 tot 882 heerser van Beieren. Omdat hij geen mannelijke erfgenamen had, erfde zijn broer Karel de Dikke al zijn land.
  • Bertha, werd in 853 abdis van Schwarzach-am-Main en vanaf 856 van St Felix en Regula, Zürich.
  • Karel de Dikke.
    Hij was (als Karel III) koning van Oost-Francië en later (als Karel II) ook koning van West-Francië. Daarmee was hij de laatste heerser over het gehele Frankische Rijk. Tevens werd hij ook gekroond tot keizer van het Roomse Rijk. Zijn huwelijk met Richardis van Zwaben (dochter van een Elzasser graaf) was kinderloos gebleven, zodat hij geen wettige erfgenaam naliet.

4. Karloman van Beieren (Duits: Karlmann) (830 – 29 september 880) was de oudste zoon van Lodewijk de Duitser, koning van Oost-Francië, en Emma, dochter van graaf Welf. Hij was hertog van Beieren vanaf 876 en koning van Italië vanaf 877 tot hij invalide werd in 879 en stierf in 880.

Karloman was de oudste zoon van Lodewijk II de Duitser, koning van Oost-Francië, en Emma. In 853 vervulde hij een succesvolle diplomatieke missie naar Rastislav van Moravië en in 856 kreeg hij het bestuur over de oostelijke marken. In 861 en 863 kwam hij met zijn broers in opstand tegen hun vader, waarbij een groter aandeel in het bestuur de inzet was. Karloman eiste het bestuur van Beieren (tot aan de Inn). Hij werd gevangengenomen maar wist te vluchten naar de oostelijke marken. Lodewijk verzoende zich met zijn zoons maar veel edelen die hen hadden gesteund werden bestraft.In 865 was het nieuws dat Lodewijk II van Italië zou zijn overleden de aanleiding voor Lodewijk de Duitser voor een politieke koerswijziging. Omdat Lodewijk II van Italië zonder mannelijke erfgenamen was overleden besloot Lodewijk de Duitser zijn inspanningen op Italië te richten. Daarvoor was het nodig dat hij de geschillen met zijn zoons bijlegde om hen taken in het bestuur van Oost-Francië te geven. Karloman werd hertog van Beieren en de Oostmark. Zijn broer Karel III de Dikke werd hertog van Allemanië en Lodewijk III de Jonge werd hertog van Franken en Saksen. Het bericht van het overlijden van Lodewijk II van Italië bleek overigens een vals gerucht te zijn. In plaats van een expeditie naar Italië werd een oorlog gevoerd tegen Moravië. Hoewel Moravië niet militair werd verslagen accepteerde Rastislav het Frankische oppergezag.In 874 benoemde Lodewijk II van Italië door diplomatie van Lodewijk de Duitser, Karloman tot zijn opvolger. Toen Karel de Kale in 875 de Italiaanse kroon wist te verwerven was dat voor Karloman daarom reden om met een leger naar Italië te trekken. Zijn leger werd echter geplaagd door ziekte en hij moest zich terugtrekken. Karel de Kale betaalde een schadeloosstelling aan Karloman.Na het overlijden van Lodewijk de Duitser in 876 werd Oost-Francië vreedzaam verdeeld door Karloman en zijn broers, volgens de verdeling van 865. Ieder was koning in zijn eigen gebied, en Karloman werd als de oudste broer als de hoogste koning van Oost-Francië gezien. Zijn eigenlijke gebied omvatte Beieren, de oostelijke marken en het oppergezag over Pannonië, Bohemen en Moravië. Na het overlijden van Karel de Kale in 877 werd Karloman ook koning van Italië. In dat jaar stichtte hij het kapittel van Altötting en trok naar Italië. In Italië werd hij ziek en hij moest in een draagstoel teruggebracht worden naar Beieren. Hij zou nooit meer gezond worden. Twee jaar later werd hij in Verona getroffen door een beroerte die hem verlamde en waardoor hij ook niet meer kon spreken. Hij verdeelde zijn koninkrijk onder zijn broers: Lodewijk kreeg Beieren en Karel kreeg Italië. Zijn bastaardzoon Arnulf kreeg het markgraafschap Karinthië. Karloman had een relatie met Liutswind (ca. 830 – voor 9 maart 891), dochter van Ernst I van de Nordgau en Irmgard. Ernst verloor door zijn steun aan Karloman al zijn functies in 861. Karloman en Liutswind hadden een zoon: Arnulf (Volgt 5), die in 887 koning van Oost-Francië zou worden en in 896 ook koning van Italië en keizer werd.

Ten tijde van de geboorte van Arnulf waren Karloman en Liutswind niet getrouwd. Sommige bronnen speculeren dat ze op latere leeftijd nog wel zijn getrouwd.
Arnulf van Karinthië

Arnulf van Karinthië

5. Arnulf van Karinthië (ca. 845 – Regensburg, 8 december 899) was koning van Oost-Francië en Lotharingen, later ook (tegen)koning van Italië en (tegen)keizer. Hij was een onwettige zoon van Karloman van Oost-Francië.
Arnulf bracht zijn jeugd door op het hof te Moosburg. In 876 werd hij benoemd tot prefect van de oostelijke marken. Na de dood van zijn vader in 880 werd hij hertog van Karinthië. Twee jaar later steunde hij de opstandige graaf Engelschalk II tegen markgraaf Aribo van de Oostelijke mark, wat uiteindelijk leidde tot oorlog met Moravië. In 885 wist Arnulf echter op eigen gezag een vrede met Moravië tot stand te brengen.In november 887 leidde Arnulf een staatsgreep tegen Karel de Dikke, die onbekwaam werd geacht, en werd zelf koning van Oost-Francië. Hij liet Karel enkele hoven in Zwaben behouden om daar in vrede te leven. Arnulf bouwde voor zichzelf een palts in Regensburg. Doordat de broers en neven van Karel zonder wettige erfgenamen waren overleden was Karel, als laatste, koning van alle Frankische gebieden geweest. Arnulf besloot om niet te proberen deze positie te evenaren. In plaats daarvan beperkte hij zich tot Oost-Francië en Lotharingen, en steunde in de andere Frankische gebieden lokale edelen om koning te worden, die dan formeel het oppergezag van Arnulf moesten erkennen. In 888 werd Berengarius I van Friuli tot koning van Italië gekozen en Arnulf accepteerde hem als koning, toen Berengar hem huldigde als heer. Berengars positie werd echter betwist door Guido van Spoleto. In het westen steunde hij Odo I van Frankrijk, ook in ruil voor huldiging. In Bourgondië wasRudolf I van Bourgondië in 888 tot koning gekozen, en ook die huldigde Arnulf hoewel daar een dreiging met oorlog voor nodig was. Toen ook Ermengarde, regentes van de Provence, samen met haar zoon Lodewijk in 889 Arnulf als heer huldigde, had Arnulf deze fase van zijn politiek voltooid. Toen hem in 890 het koningschap van Italië werd aangeboden, ging hij daar niet op in.
In 889 liet Arnulf op een Rijksdag in Forchheim zijn bastaardzonen Zwentibolden Ratold als zijn gezamenlijke opvolgers erkennen, onder de voorwaarde dat als hij nog een wettige zoon zou krijgen dié koning zou worden. Zwentibold werd in 895 benoemd tot koning van Lotharingen, ongetwijfeld om Arnulf de gelegenheid te geven zich op Italië te concentreren.Arnulf had ervoor gekozen om Aribo in zijn positie in de Oostelijke mark te handhaven. Erchanger voelde zich achtergesteld en ontvoerde als tegenzet Ata, een onechte dochter van Arnulf, en trouwde met haar. Het paar moest naar Moravië vluchten.

In 893 kreeg Arnulf alsnog een wettelijke erfopvolger: Lodewijk IV van Oost-Francië, bijgenaamd het Kind.

In 891 versloegen de Vikingen een Frankisch leger in Lotharingen. Arnulf leidde een expeditie naar het noorden (een leger uit Zwaben zegde af, wegens ziekte) en versloeg de Vikingen in de Slag bij Leuven (891) aan de Dijle, en stichtte op die plaats een kasteel. Daarna hadden Oost-Francië en Lotharingen tijdens Arnulfs regering geen last meer van de Vikingen.

Van 892 tot 899 voerde Arnulf een aantal oorlogen tegen Moravië, waarbij hij meerdere malen een bondgenootschap met de Hongaren sloot. In 893 annexxeerde Arnulf het zuidelijke deel van Moravië. Bohemen werd in 895 met steun van Arnulf onafhankelijk van Moravië.
De paus vroeg in 893 aan Arnulf om hem te steunen tegen Guido van Spoleto en diens zoon Lambert. Arnulf stuurde Zwentibold met een Beiers leger naar Italië. Zwentibold en Berengar van Friuli wisten samen Guido en Lambert te verslaan maar lieten zich afkopen en trokken zich terug. Het jaar daarna kwam Arnulf zelf in actie en bezette het gebied tot aan de Po. Toen Guido van Spoleto overleed, staakte Arnulf zijn opmars om de ontwikkelingen af te wachten maar toen Berengar en Lambert zich tegen hem verbonden, besloot hij zich terug te trekken. Arnulf gebruikte de terugtocht voor een strafexpeditie in Bourgondië. Lambert nam ondertussen enige tijd de paus gevangen. In 895 vroeg de paus opnieuw aan Arnulf om hem te steunen tegen Lambert van Spoleto. Arnulf veroverde Pavia en nam de tijd om steun onder de adel van Toscane en Lombardije te verwerven. In februari 896 veroverde Arnulf uiteindelijk Rome op de moeder van Lambert. Paus Formosus kroonde Arnulf tot (tegen)keizer.

In West-Francië ontstond een machtsstrijd tussen Odo en Karel de Eenvoudige. Arnulf steunde Odo tot 893 maar koos er toen voor om Karel te steunen. Zwentibold koos er in 895 voor om Odo weer te steunen, en na de dood van Odo in 898 steunde Arnulf Karel weer.Nadat hij in 896 tot keizer was gekroond in Rome, trok Arnulf naar Spoleto om daar met zijn tegenstander Lambert af te rekenen. Onderweg kreeg Arnulf een beroerte. Arnulf keerde terug naar Regensburg waar zijn toestand geleidelijk verslechterde. Hij overleed daar op 8 december 899 en werd begraven in de abdij Sankt Emmeram.Arnulf was de onechte zoon van Karloman van Beieren en Liutswind (ca. 830 – voor 9 maart 891), vermoedelijk dochter van Ernst I van de Nordgau en Irmgard.
Arnulf had meerdere kinderen bij vrouwen waarmee hij niet officieel was getrouwd. Bekend zijn:

  • Zwentibold (ca. 870 – 13 augustus 900), zoon van Winburg (ovl. na 18 mei 898)
  • Ata (ovl. na 23 mei 914), dochter van NN van Ellinrath
  • Ratold (ovl. na 896), zoon van een onbekende moeder, in 896 benoemd tot onderkoning van Italië.
  • Bertha van Beieren(Volgt 6)

In 888 trouwde Arnulf met de achttien jaar jongere Konradijnse Oda, dochter van graaf Berengarius I van Hessengouw. Hun zoon was Lodewijk. Op 4 februari 900 werd hij op zesjarige leeftijd tot koning benoemd te Palts Forchheim als opvolger van zijn halfbroer Zwentibold in Oost-Francië. Hij stierf op 18-jarige leeftijd. Lodewijk IV “het kind” was de laatste Karolingische koning.

6. Bertha van Beieren (overleden ca. 936).
Dochter van Arnulf van Karinthië en Oda.
Zij was gehuwd met Lodewijk van Kleef, zoon van Eberhard II van Kleef.

7. Boudewijn II, graaf van Kleef ( geboren ± 905 – overleden 928).
Zoon van Lodewijk van Kleef en Bertha van Beieren.
Hij was gehuwd met Mechtilde van Saksen, dochter van Otto van Saksen en Edwige van Thüringen.
Zoon:
– Arnold van Kleef (Volgt 8).

8. Arnold I, graaf van Kleef
Zoon van Boudewijn II van Kleef en Mechtilde van Saksen.
Hij was gehuwd met Aleida van Zutphen.
Kind:
Adela van Kleef (Volgt 9).

9. Adela van Kleef (geboren ± 935 – overleden 980).
Dochter van Arnold I van Kleef en Aleida van Zutphen.
Zij was gehuwd met Godfried van Gelre de PONT (geboren 907- overleden 958).

10. Wichard II, Graaf van Gelre en Zutphen (geboren Zoon van Godfried van Gelre en Adela van Kleef.
Hij was gehuwd met een dochter van de graaf van Zutphen.
Zoon:
– Megingoz graaf van Avalgouw (Volgt 11).

11. Megingoz (± 920 – 998/1001) (bijgenaamd de Bruine), graaf van Avalgouw.
Hij speelde aan het einde van de 10e eeuw een rol in de geschiedenis van wat later het graafschap Gelderland ging heten. Rond 970 werd zijn dochter Adelheid in Geldern geboren.
Hij trouwde met Gerberga van Gulik. Zij was een dochter van Godfried van Gulik uit de familie van Matfrieden en Ermentrude, mogelijk de oudste dochter van koning Karel de Eenvoudige, die ook koning van Lotharingen was, maar in 923 werd afgezet. Van vaderskant was zij een kleindochter van Gerard I van de Metzgau en Oda van Saksen, dochter van hertog Otto I van Saksen, de man die de basis legde voor de macht der Ottonen.
Toen zijn zoon Godfried in 977 werd gedood tijdens een veldtocht van Otto II in Bohemen, trok Megingoz IV zich terug en bestuurde zijn bezittingen.
Gerberga, de echtgenote van Megingoz, stichtte de abdij van Vilich, ten noordoosten van Bonn. Zij stierf in 995. Megingoz stierf kort daarop, na 998.
Kinderen:
– Adelheid
– Godfried
– Ermentrude  (Volgt 12)

12. Ermentrude van Avalgouw (geboren ca. 957 – overleden 1020).
Zij was een dochter van Megingoz  van Avalgouw.
Zij was gehuwd met  Herbert I, Paltsgraaf van Gleiberg.
Moeder van:
– Irmintrud von Gleiberg (Volgt 13).
– Gebhard Gleiberg,
– Graaf van Gleibert
;
– Otto van Hammerstein, graaf van Zütphen
– Judith van Luxemburg
– Herman I van  Luxemburg
Gerberga

13.Irmentrude van Gleiberg (ook: Irmtrud; ca. 972; gestorven voor 1015) was de dochter van graaf Herbert I, Paltsgraaf van Gleiberg uit het geslacht van de Konradijnen en diens vrouw Irmentrude, dochter van graaf Megingoz. Zij was de erfgename van het graafschap Gleiberg en werd de stammoeder van het eerste, Luxemburgse grafelijke huis van Gleiberg, dat eind 11e eeuw in de mannelijke lijn uitstierf.

Ze trad in het huwelijk met graaf Frederik (ca. 965, 6 oktober 1019) uit het geslacht der Wigeriden, graaf in de Moezelgouw. Uit dit huwelijk ontsproten tenminste 10 kinderen:

  • Irmentrude (Imiza) (ca. 990; na 1055), huwde Welf II van Altdorf (gestorven 1030), graaf van Altdorf
  • Otgiva (ca. 995; 21 februari 1030), huwde rond 1012 graaf Boudewijn IV van Vlaanderen van Vlaanderen (980-1035)
  • Frederik (ca. 1005; 28 augustus 1065), in de periode 1046-65 als Frederik II hertog van Neder-Lotharingen
  • Hendrik (ca. 1005; 14 oktober 1047), als Heinrich VII. graaf van Luxemburg, in de periode 1042-47 hertog van Beieren
  • Giselbert (ca. 1005; 14 augustus 1056/59), 1036 graaf van Salm, vanaf 1047 graaf van Luxemburg
  • Gisela (ca. 1007, na 1058); huwde met Rodolf von Aalst
  • Adalbero (ca. 1010; 13 november 1072), 1047–1072 bisschop van Metz
  • Herman (ca. 1012/1015; na 1075), graaf van Gleiberg
  • Diederik, 1012/57 in oorkonden overgeleverd
  • Uda (ca. 1016), in oorkonden uit 1045 overgeleverd als abdis van Saint-Rémy in Lunéville

14.Frederik van Luxemburg (geboren 1003 – overleden 28 augustus 1065), was een zoon van graaf Frederik van Luxemburg en Irmentrude van de Wetterau. Hij was hertog van Neder-Lotharingen van 1046 tot 1065.

Frederik was graaf van de Moezelgau en van Malmedy, en voogd van Stavelot-Malmedy, Sint-Truidenen van Luik. Door zijn moeder was hij heer van het kasteel Gleiberg (in de huidige gemeenteWettenberg). Zijn benoeming tot hertog kwam voort uit het conflict van Godfried II van Lotharingenmet keizer Hendrik III. Godfried’s vader Gozelo I van Verdun was hertog van geheel Lotharingengeweest en Godfried eiste die positie ook op. Maar Hendrik vond het niet verstandig om Godfried zoveel macht te geven en maakte hem alleen hertog van Opper-Lotharingen en gaf Neder-Lotharingen aan Godfried’s zwakke (volgens sommige bronnen zwakzinnige) broer. Na een opstand van Godfried besloot Hendrik dat hij een krachtige hertog in Neder-Lotharingen nodig had, en benoemde in 1046 Frederik tot hertog van Neder-Lotharingen. In 1049 werd Frederik ook markgraaf van Antwerpen. Frederik wist zich te handhaven tegen Godfried en zijn bondgenoten, vooral door de hulp van zijn broer bisschop Adalbero III van Metz. Frederik bouwde het kasteel van Limburg. Hij overleed tijdens een oorlog tegen bisschop Anno II van Keulen. Frederik werd begraven in de abdij van Stavelot.

Frederik was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Gerberga van Boulogne, een dochter van Eustacius I, graaf van Boulogne en Mathilde van Leuven. Zij kregen een dochter Judith (Jutta)  (Volgt 4) die trouwde met Walram I van Limburg, ook kregen ze mogelijk een zoon Udo.

Na het overlijden van Gerberga huwde Frederik met Ida van Saksen (ovl. 31 juli 1102), een dochter van Bernhard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt. Zij kregen geen kinderen. Frederik ruilde Ida’s Saksische bezittingen tegen het graafschap La Roche. Ida hertrouwde met Albert III van Namen.

15.Jutta van Luxemburg (geboren ca. 1036 – overleden 1082).
Zij was een dochter van Frederik van Luxemburg en Gerberga van Boulogne.
Zij was gehuwd met Walram I van Limburg of Walram Udo (ca. 1030 – 1082). Hij was vanaf 1061 de eerste graaf van Limburg die met zekerheid genoemd kan worden. Tevens was hij graaf van Aarlenen voogd van de abdij van Sint-Truiden.
Kinderen:
–  Henry I Limburg,  graaf van Limburg
–  Koenraad van Merum, graaf van Merum (Volgt 5)
–  Henri d’Arlon, hertog van Neder-Lotharingen

16.Koenraad van Merum (geboren 1068 – overleden 1142)
Graaf van Merum. Hij was een zoon van Walram I van Limburg en Jutta van Luxemburg.
Hij was gehuwd met Heilwig van Roode, dochter van Arnoud Boudewijn van Heusden en Heilwig van Malsen.
Kinderen:
– Aleydis van Merum
– Rutger van Merum (Volgt 17).
– Alverade van Merum

17.Rutger van Merum (overleden 1212).
Zoon van Koenraad van Merum en Heilwig van Roode.
Hij was gehuwd met Aleydis van Horne, dochter van Walter van Bemelen.
Kind:
– Hadewich van Merum (Volgt 18)

18.Hadewich van Merum (geboren ca. 1171 – overleden 1235).
Dochter van Rutger van Merum en Aleydis van Horne.
Zij was gehuwd met Albert van Cuijk, burggraaf van Utrecht.
Kinderen:
– Hendrik III van Cuijk
– Willem van Cuijk
– Dirk van Cuijk(Volgt Heren van Cuijk nr.15)

19. Dirk van Cuijck, geboren omstreeks 1205, ridder (milites), door graaf Willem II aangesteld tot burggraaf van Leiden tussen 1240 en 1243 na het overlijden van burggraaf Jacob, overleden voor 1260, trouwde Leiden 1240 of 1241 met Christina/Kerstine van Leijden (van Oegstgeest), geboren Leiden omstreeks 1220 (dochter van Jacob, burggraaf van Leiden 1201-1241), erfdochter van het Leids burggraafschap en de ambacht Leiderdorp en Oegstgeest, overl. 1254.

20. Hendrick van Cuijck, geb. Leiden omstr. 1245, burggraaf van Leiden 1266-1319, heer van Leiderdorp en mogelijk van Oegstgeest, gaf heer Jacob van der Woude vroonland in Eslikerwoude in erfpacht 25 nov. 1284, ridder onder graaf Floris V (1285), vergezelde de Hollandse delegatie naar Engeland overzee 7 jan. 1298, overl. 12 jan. 1319, tr. omstr. 1275/80 Halewine van Egmond, geb. Egmond omstr. 1255 (dochter van Willem heer van Egmond 1248-1304) en Ada van Brederode), vermeld 1266-1276, vermeld filia heer Willem van Egmond bij akte 15 mei 1276.

21. Alveradis van Cuijck (van Leijden), geb. Leiden omstr. 1285, trouwde voor 1307 Dirck II van Wassenaer, geb. Voorschoten omstr. 1280 (zoon van Philips II, heer van Wassenaer, knape, zegelbewaarder en grafelijk raadgever onder Floris V en Jan I, en N.N. van de Wateringe), werd door graaf Jan II van Avesnes bevestigd in zijn lenen te Voorschoten en Wassenaar mei 1300, ambachtsheer van Voorburg 1307, zegelde met 3 wassende manen (‘wassenaers’) 1311, bewoner van kasteel Ter Horst onder Voorschoten, zwoer eed van trouw aan graaf Willem III 1314, werd met 79 man opgeroepen in het leger van de graaf in Vlaanderen 1315, overl. 1319.
Zoon:

Filips III van Wassenaer (Volgt 22).

Wapen Wassenaer

22. Filips III van Wassenaer, (geboren Voorschoten, 1307 – overleden voor 5 januari 1348) was een telg uit het adellijke geslacht van Wassenaer. Van Wassenaer nam in 1328 deel aan de Slag bij Kassel. In 1340 kocht hij van graaf Willem IV het burggraafschap van Leiden en werd als zodanig ambachtsheer van Valckenburg en Catwijck. Hij bewoonde vanaf 1340 het kasteel ‘t Zand dat gelegen was tussen Katwijk en Oegstgeest. Van Wassenaer was een zoon van Dirk II van Wassenaerburggraaf van Leiden en in 1307 ambachtsheer van Voorburg en Alverardis Bertha van Cuijk (Leiden, 1285 – ca. 1310) erfdochter van Leiden. Hij trouwde 1e. met Goedele van Benthem (ca. 1295 – ca.1320). Zij was zeer waarschijnlijk een dochter van Simon van Benthem (12601327 uit diens tweede huwelijk met Gertrude van Benthem (12701330). Simon was eerder gehuwd met Jacoba van Wassenaer (12601290, een dochter van Jacob van Wassenaer (12251272).

Hij trouwde  2e. ca. 1321 met Elisabeth / Liesbette van der Dussen (Dordrecht, 1305-1333). Zij was een telg uit het geslacht van der Dussen, de dochter van ridder Jan II van der Dussen van 1298 tot 1326 heer van Dussen en Heeraartswaarde en van Beatrix van der Sluijs (ca. 1280 – ).
3e.  ca. 1333 met Catharina Dudinck (ca. 1300 – ).
Uit zijn huwelijk met Goedele / Goudeline van Benthem werd geboren:
– Heilwig van Wassenaer (ca. 1317 – ). Zij trouwde met Willem van Duvenvoirde.
– Badeloch van Wassenaer (ca. 1319 – ). Zij trouwde met ene Hendrik Hendriksz.
– Elisabeth van Wassenaer (ca. 1320 – ). Zij trouwde met Gijsbert Uytterlier.

Uit zijn huwelijk met Elisabeth van der Dussen werd geboren:
Dirk III van Wassenaer (omstreeks 1325 – 1391 of 1392) (VOLGT 7.)

23. Dirk III van Wassenaer,  (geboren omstreeks 1325 – overleden1391 of 1392) was een zoon vanFilips III van Wassenaer en kleinzoon van Dirk II van Wassenaer. Hij was burggraaf van Leiden en bewoonde eind 14e eeuw het Kasteel Paddenpoel aldaar.
Hij huwde met Machteld Oem (dochter van Gilles Oem, heer van Barendrecht) en had de volgende kinderen:
– Philips IV van Wassenaer
– Gerrit van Wassenaer
– Willem van Wassenaer
– Dirk IV van Wassenaer
Dirk III had ook een buitenechtelijke dochter:
Katrijn van Wassenaer (VOLGT 8.b)

24. Katrijn van Wassenaer, (geboren ca. 1356) buitenechtelijke dochter van Dirk III van Wassenaer.
Gehuwd met Dirk Zaij Goeswijnsz van der Lee, (geboren ca. 1345 – overleden 1421) baljuw van Schiedam, schout in Katwijk, rentmeester in Wassenaar, leenman in Wassenaar en Kethel.
Uit dit huwelijk:
– Adriaena Dierc Zaijen van der Lee (VOLGT 9.b)

25.  Maria van der Meer, (geboren ca. 1398 Delft), dochter van Vranck van der Meer en Catharina van Foreest.
Gehuwd met Gerrit Willemsz Storm van Weena (geboren 1430 -overleden 1464) Schepen van Delft.
Uit dit huwelijk:
– Margriet Storm van Weena (VOLGT 10)

margaretha van Weena

26. Margriet Storm van Weena, ( geb. Delft omstr. 1440) dochter van Gerrit Willem Stormsz. van Weena, schepen en thesaurier van Delft, en Maria Vranck Lambrechtsdr van der Meer.
Zij was gehuwd met  Pieter IV van Roden (geboren ca. 1420 – overleden 28 juni 1509), zoon van Pieter III van Roden en Adriaena Dierc Zaijen van der Lee. Hij was beleend met een vijfde deel van de lenen van zijn vader 1 augustus 1455, met een twintigste deel 1465, koopt tweemaal een vierde deel 1471, 1474, uiteindelijk ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon 1483-1502, krijgt het onversterfelijk leenrecht 1481, zag zijn kasteel geplunderd en verbrand door de benden van jonker Frans van Brederode 1489, verkreeg de hoge heerlijkheid 1497, inpolderaar van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en JanCorneliszoonland.
Uit dit huwelijk:
– Pieter van Roden (VOLGT 11)

Wapen van Rhoon

27. Pieter V van Roden, (geboren ca.1460 – overleden 06.03.1549, begraven Rhoon) zoon van Pieter IV van Roden Margriet Storm van Weena.
Ambachtsheer van Rhoon (1502-34) en Pendrecht (1520-34), eigenaar van een huis aan het Westeinde te Den Haag, Hij trouwde op 07.06.1501 met Anna van Grave, geboren 05.01.1475, ; dochter van Raes van Grave, ridder, heer van Heverle (bij Leuven), heer van Malhevre, en Elisabeth van Sinte Guericx.
Uit dit Huwelijk:
Gerrit van Rhoon (VOLGT 12)

28. Gerrit/Gerard van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553, bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heemraad van Rhoon 1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. 1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een onwettige dochter omstr. 1543 bij Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren ’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor 1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.

29. Helena Gerritsdr. van Rhoon, geb. (ws) ‘s-Gravenhage omstr. 1544, biersteekster op het veer van Rhoon, werd bij testament gelegateerd van haar natuurlijk vader jonkheer van Rhoon voor het vruchtgebruik van 150 carolus guldens 3 okt. 1600, overl. aldaar voor 19 okt. 1623, tr. (2) voor 3 okt. 1600 Jacob Mathijssen, tr. (2) voor 1567 Philip Cornelisz. Vermaet, geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer, vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566, overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.

wapen vermaat

30. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr. 1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl. Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx Koedief, (dochter van Dirck Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.

31. Philip Philips (de jonge) Vermaat, ged. 4 mrt 1591 te Poortugaal, ovl. 20 feb 1655 te Spijkenisse, zoon van Philip Philips de oude Vermaet en Koedief Maartje Dirks
markschipper en biersteker te Spijkemisse.
Begraven in de kerk van Spijkenisse: Hier leyt begraven den jonqe Philips Philipsz. Vermaet sterf den 20 February anno 1655.
Gehuwd 26 jan 1614 te Spijkenisse met: Geertje Jans Bos, geb. te Spijkenisse, ovl. 17 nov 1658 te Spijkenisse, dochter van Jan Bos en Maertje Gerrits.

32. Jan Philipsz Vermaat, gedoopt op 18 juni 1634 te Spijkenisse. Zoon van Philip Philips Vermaat en Geertje Jans Bos.
Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam.
Gehuwd ± 1656 te Spijkenisse met: 
Claasje Pieters Landmeter. Geboren rond 1634 in Biert. Dochter van Pieter Jacobsz Landmeter en Bastiaantje Cornelisdr. Ketting.

33. Cornelus Jansze Vermaat, gedoopt op 1 jul 1663 te Spijkenisse, overleden op 14 feb 1727 te Spijkenisse, zoon van Jan Philipsz Vermaat en Claasje Pieters Landmeter.Marktschipper te Spijkenisse.
Gehuwd ± 1690 te Spijkenisse met Margriet Jans Barrevelt, gedoopt op 22 augustus 1666 te Strijen, overleden 24 december 1719 te Spijkenisse.

34. Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat, ged. 22 nov 1699 te Spijkenisse, ovl. 31 mei 1764 te Spijkenisse, zoon van Cornelus Jansze Vermaat en Maegriet Jans Barrevelt. Gehuwd 8 nov 1733 te Spijkenisse met: Jannetje Huibrechts Villerius, ged. 2 sep 1714 te Spijkenisse, ovl. 19 apr 1765 te Spijkenisse dochter van Huibrecht Villerius, vermogend boer op de Welplaat en Francijntje Ploeger.

35. Francina Vermaat, geb. 4 sep 1735 te Schiedam, ged. 11 sep 1735 te Spijkenisse. Zij is overleden op 19 maart 1822 in Hekelingen. Dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius.
Gehuwd met Pleun Bastiaan de Raat. Hij is geboren rond 1746 en hij is overleden op 28 februari 1827 in Hekelingen. Zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruimstraat.

de Raat

36. Jannetje Pleuntie de Raat, gedoopt op 23 juni 1782 te Hekelingen. Dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.
Zij trouwt te Hekelingen op 30-4-1808 met Maarten Braat, gedoopt te Hekelingen op 30-3-1777, overleden te Overschie op 18-1-1827. Zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.

Braat

37.   Pleun Braat, geboren te Overschie op 17-2-1809, van beroep bouwman en overleden te Hazerswoude op 1-9-1874. Hij trouwt te Overschie op 3-4-1842 met Neeltje van der Wilk, geboren te Capelle aan den IJssel op 5-5-1818, overleden te Hazerswoude op 2-8-1896. Zij is een dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.

38. Maarten Braat, geboren te Hazerswoude op 1-12-1842, van beroep bouwman en overleden te Haarlemmermeer op 24-12-1901. Hij trouwt op 17-11-1873 (scheiding tafel en bed op 5-12-1897) met Antje van der Akker, geboren te Hazerswoude op 21-3-1839 en overleden te Haarlemmermeer op 15-4-1907. Zij was een dochter van Dirk van der Akker en Neeltje Verduijn.

 

gerardus braat

39. Gerardus Braat, geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4-3-1967. Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend in de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen. Hij trouwt 1e met Mijntje Pruissen, geboren te Haarlemmermeer op 2-8-1883 en overleden te Gouda op 20-8-1960. Zij is een dochter van Wouter Pruissen (landbouwer te Nieuw-Vennep en overleden ± 1927) en Ariana Juditha Pruissen (nicht van Wouter, zij is geboren ± 1850 en overleden op 3-8-1918). Hij trouwt 2e met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e met Pietertje Visser.



Ariana juditha braat

40. Ariana Juditha Braat, dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen. Geboren te Zevenhuizen op 29 maart 1920, overleden aldaar op 27 augustus 2010.

Willem Pieter OomsGehuwd met Willem Pieter Ooms, geboren 1 juni 1924 te Zevenhuizen, van beroep meubelmaker en stoffeerder en overleden op 1 september 1998 te Gouda. Zoon van Catharinus Ooms en Jannigje Aartje van Vliet.

 

 

johnny

41. Johnny Ooms, zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat. Geboren te Zevenhuizen op 15 februari 1958.

 
handtekening 2015

14 augustus 2015