Schieland

Hoogheemraadschap Schieland door Stampioen 1684

 

 

Het hoogheemraadschap van Schieland is ontstaan in 1273, toen het op 14 mei door Floris V met een privilege werd bekrachtigd. Het waterschap lag (globaal) tussen Rotterdam, langs de Hollandse IJssel met de Schielands Hoge Zeedijk, naar Gouda, langs de Gouwe naar Zoetermeer en dan terug naar Rotterdam. Het bevatte (onder andere) de poldersZuidplaspolder en Oostpolder.

Omstreeks dezelfde tijd werden het baljuwschap Schieland en het decanaat Schielandgesticht.

Na samenvoegen met het waterschap van de Krimpenerwaard op 1 januari 2005 is het onderdeel van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

De in 1273 (grotendeels al) ingedijkte vele verschillende gebiedjes werden door Floris V daarmee samengevoegd en onder één gezag gesteld. De gebieden waren op dat moment nog lang niet geheel ontwaterd en droog. Het doel van het privilege was om de dijkplicht van de inwoners te controleren en zo nodig af te kunnen dwingen. Deze werd na verkoop van stukken gebied nogal eens verwaarloosd. De bescherming tegen het water van buiten was één zaak, maar evenzeer was ook de zorg voor het afvloeien van het overtollige water van de velden en akkers een tweede.

Dorpen en steden in Schieland:  Overschie, Schiebroek, Hillegersberg, Charlois, Bergschenhoek,  Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk,  WaddinxveenZevenhuizenMoerkapelle, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJsselCapelle aan den IJssel en Rotterdam.

Het gebied stond in het begin, rond 1273, bekend als “liggende tussen Schie en Gouwe”. Pas later na ontginning kreeg het de aanduiding van “land” en werd het bekend als “Schieland”.
Er is een driedeling te onderscheiden in de taken van het college van baljuw en heemraden, later dijkgraaf en hoogheemraden genoemd. Het
college vaardigde keuren en verordeningen uit voor het onderhoud van waterstaatszaken, er werd toegezien op de naleving van deze wetten door
middel van de schouw die vier keer per jaar werd uitgevoerd en het college sprak recht als er sprake was van overtreding van de keuren.
Zowel de dijkgraaf als de hoogheemraden waren van adel. Tegen het eind van de 14de eeuw werd het aantal hoogheemraden bepaald op vijf.


Bron: Wikipedia – Schieland

Het wapen van Hoogheemraadschap Schieland  werd op 8 september 1819 door de Hoge Raad van Adel bevestigd.
De blazoenering van het wapen luidde als volgt:
“Een schild van goud, beladen met een roode klimmenden leeuw, het schild gedekt met een keizerlijken kroon en rustende tegen een arend.”

Het wapen is een combinatie van de leeuw van Holland met de Keizerlijke adelaar. Het wapen is als zodanig in gebruik sinds het midden van de 17e eeuw, daarvoor voerde het waterschap een ander wapen.De oudste bemoeienis van een graaf van Holland met het waterschap dateert uit 1299, waarin Jan I van Holland verklaart de hoogheemraden in bescherming te nemen. Het waterschap op zich dateert uit 1273.

Het waterschap voerde tot het midden van de 16e eeuw geen eigen wapen of zegel. De hoogheemraden en dijkgraven zegelden met hun persoonlijk zegel. In 1568 wordt voor het eerst melding gemaakt van een wapen van het waterschap zelf. Het wapen is niet overgeleverd, maar het wordt vermeld al het landsheerlijke wapen, in 1568 officieel nog Filips II van Spanje. Na de afzwering van Filips II werd gekozen voor een nieuw wapen, namelijk het wapen van Hertog Albrecht van Beieren. Hertog Albrecht had een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van het waterschap en had ook enkele privileges verleend. Het wapen van Hertog Albrecht als graaf van Holland is een gevierendeeld schild, met in I en IV de ruiten van Beieren, en in II en III de gevierendeelde Hollandse en Henegouwse leeuwen.
Bron: NGW – Schieland

 

 

Terug naar:

Waterschappen

  facebook        

© zondag 22 oktober 2017