Hertogen van Beieren

Graven en Hertogen van Beieren, uit het huis Wittelsbach

Het huis Wittelsbach is een zeer oud en belangrijk Duits vorstenhuis dat eeuwenlang de graven, hertogen en koningen van Beieren leverde.

 Wittelsbach

De naam is ontleend aan de burcht Wittelsbach bij Aichach in het westen van Beieren. In het jaar 1180 krijgt graaf Otto VI van Wittelsbach het Beierse hertogdom door keizer Frederik I Barbarossa in leen uit dank voor goede diensten tijdens de expedities naar Rome. Graaf Otto noemt zich vanaf dan hertog Otto I van Wittelsbach.

Wij vangen aan met:

1. Leopold van Beieren (± 855 – 907)
Hij was een zoon van Heinrich I van Babenberg en Ingeltrudis van Friuli.
Gehuwd met Kunigunde van Schwaben.

2. Arnulf I van Beieren van Babenberg (± 888-953)
Hij was een zoon van Leopold van Beieren en Kunigunde van Schwaben.
Hij was gehuwd met Judith van Sulichgau.


3. Berthold I van Wittelsbach (± 930-980).
Zoon van Arnulf I van Beieren van Babenberg en Judith van Sulichgau.
Gehuwd met Heliksuinda van Walbeck.

4. Hendrik I van Schweinfurt (± 960 – 1017).
Zoon van Berthold I van Wittelsbach en Heliksuinda van Walbeck.
Hij was gehuwd met Gerberga van Wetterau-Henneberg.

5. Hendrik II van Schweinfurt (± 1002 – ± 1043).
Zoon van Hendrik I van Schweinfurt en Gerberga van Wetterau-Henneberg.
Hij was gehuwd met Kunegund von Altorf.

6. Otto I van Scheiern (± 1030 – 1072).
Zoon van Hendrik II van Schweinfurt en Kunegund von Altorf.
Hij was gehuwd met Hadagunda van Diessen.

7. Eckhard I van Scheyern (overleden 20 juni vóór 1088),
Hij was een zoon van Otto I, graaf van Scheyern.
Hij was gehuwd met Richardis, een dochter van markgraaf Udalrich van Carniola-Orlamünde.

8. Otto I van Scheyern-Wittelsbach (geboren ± 1050- overleden na 1107).
Zoon van Eckhard I van Scheyern en Richardis van Carniola-Orlamünde.

Hij was gehuwd met Heilika van Langenfeld.


9. Otto IV van Wittelsbach
(ca. 1090 – 4 augustus 1156) was een zoon van Otto I van Scheyern-Wittelsbach en Heilika van Langenfeld.
Hij was graaf van Wittelsbach en Lengenfeld, en paltsgraaf van Beieren. Daarnaast was Otto voogd van Freising, de abdij van Sankt Ulrich en Afra in Augsburg, de Niedermünster in Regensburg, Kühbach en Mallerdsdorf. Hij erfde daarnaast het kasteel Habsberg bij Velburg. Otto stichtte de kloosters van Ensdorf in 1121 (als familieklooster) en het klooster van Indersdorfin 1124 (als boetedoening, in opdracht van paus Calixtus II). Omdat Otto het nieuwe kasteel Wittelsbach in gebruik nam, gaf hij het oude slot Scheyern ook in gebruik aan een klooster in 1123.

In 1150 voelde Otto zich beledigd door een tekst van bisschop Otto van Freising (een beroemd historicus) over zijn voorouders. Hij ging verhaal halen tijdens de hoogmis in de dom van Freising en misdroeg zich daarbij zodanig dat hij en zijn zonen werden geëxcommuniceerd. Als gevolg daarvan belegerde keizer Koenraad III van Hohenstaufen hem in 1151 in hun burcht Kelheim. Otto moest zich overgeven en zijn zonen als gijzelaar overdragen. In 1152 overleed Koenraad en zijn opvolger Frederik I van Hohenstaufen sloot vrede met Otto en herstelde hem in zijn rechten.

 

Otto I van Beieren

Otto I van Beieren

10. Otto I van Beieren (geboren Kelheim, 1117 – overleden Pfullendorf, 11 juli 1183), uit het huis Wittelsbach, was de eerste uit zijn geslacht die bekleed werd met de functie van hertog van Beieren. Hij en zijn nakomelingen zouden tot 1918 hertog en later koning van Beieren zijn.

Otto maakte aanvankelijk carrière als legeraanvoerder van keizer Frederik I van Hohenstaufen. In 1152 veroverde hij de “kluis van Verona”, een strategische bergpas die de weg van Duitsland naar Verona (en het Italiaanse laagland) controleerde. In 1154 was hij legeraanvoerder van Frederiks Italiaanse campagne. En in 1155 gaf hij met groot persoonlijk gevaar leiding aan de achterhoede toen Frederik in de Alpen in een hinderlaag was gelopen, waardoor Frederik zich in veiligheid kon stellen. Otto volgde in 1156 zijn vader op als paltsgraaf van Beieren. Hij was ook voogd van het bisdom Freising, de abdij van Weihenstephan in Freising, het klooster van Geisenfeld en het klooster van Ensdorf.

Otto nam in 1157 deel aan de rijksdag van Besançon. Daar kwam het tot een conflict tussen de pauselijke legaat (de latere paus Alexander III) en de keizer, over de vraag of de paus gezag had over de keizer. De emoties liepen zo hoog op dat Otto de legaat bijna heeft gedood. In 1159 was de legaat inmiddels tot paus gekozen en Otto organiseerde de verkiezing van de tegenpaus Victor IV (Octavianus) en gaf hem militaire steun. Paus Alexander was hierdoor gedwongen naar Frankrijk te vluchten. Na de dood van Victor werd die opgevolgd door tegenpaus Paschalis III en na diens dood had Otto weer de hand in de verkiezing van tegenpaus Calixtus III.

In Duitsland ontpopte Otto zich als een bekwaam bestuurder en politicus. Hij werkte voortdurend aan de versterking van zijn eigen positie terwijl hij een belangrijke bondgenoot was van keizer Frederik in diens politieke krachtmeting met Hendrik de Leeuw. Ook voerde hij voor Frederik een aantal diplomatieke missies uit in Italië en het Byzantijnse Rijk.

In 1180 nam Frederik het hertogdom Beieren af van Hendrik, en benoemde Otto tot hertog. In 1183 kocht Otto het graafschap Dachau. In dat jaar was hij ook aanwezig toen in Konstanz (stad) de vrede werd gesloten tussen de keizer en de Italiaanse steden. Otto was daarna nog aanwezig op een rijksdag in Regensburg, en overleed op weg naar huis. Hij werd begraven in het klooster van Scheyern, een vroeger kasteel van de familie.

Otto huwde (ca. 1157) met Agnes van Loon (ca. 1150 – 26 maart 1191), dochter van graaf Lodewijk I van Loon (Zie Graven van Loon nr. 4) en Agnes van Metz.
Kinderen:

  • vermoedelijk Otto (ovl. ca. 1178), begraven te Ensdorf
  • vermoedelijk Ulrich, jong overleden
  • vermoedelijk Agnes, jong overleden
  • Heilika (ovl. ca. 1200), die huwde met halgraaf Diederik van Wasserburg, vier kinderen
  • Agnes (ovl. ca. 1200), die huwde met graaf Hendrik van Plain (-1190), drie zoons
  • onbekende dochter, die huwde met graaf Adelbert III van Dillingen (-1214), begraven te Neresheim, zeven kinderen
  • Richardis (Volgt 11a)
  • Elisabeth (ovl. ca. 1190), die huwde met graaf Berthold III van Vohburg (-1204), begraven te Biburg, geen kinderen
  • Lodewijk I (1173-1231) (Volgt 11b)
  • Sophia (1171-1238), die huwde met landgraaf Herman I van Thüringen (1155-1217),

Na de dood van Otto trad Agnes van Loon op als regent voor Lodewijk. Zij werd later bij haar man begraven in Scheyern.

 

11a. Richardis van Beieren (geboren Kelheim, 1173 – overleden Roermond, 7 december 1231)
Dochter van Otto I van Beieren en Agnes van Loon.
Zij was gehuwd met Otto I van Gelre, (ca. 1150 – 25 augustus 1207)) was graaf van Gelre 1182 – 1207. Hij was een zoon van graaf Hendrik I van Gelre (Zie Graven van Gelre nr. 6) en Agnes van Arnstein.

Uit het huwelijk met Otto I zijn de volgende kinderen bekend:

  • Hendrik (ovl ca. 1198), mederegent, verloofd met Ada van Holland, dochter van Dirk VII), maar kort daarna overleden en begraven in de Abdij van Rijnsburg
  • Gerard III van Gelre, opvolger van zijn vader (Volgt Graven van Gelre nr. 8a)
  • Aleid (Volgt 12a), gehuwd met graaf Willem I van Holland (Zie Graven van Holland nr. 10).
  • Otto I, bisschop van Utrecht
  • Irmgard (ovl. na 1230), gehuwd met graaf Adolf I van der Mark
  • Margaretha (-1264), gehuwd met graaf Lotharius II van Ahr en Hochstädten, broer van aartsbisschop Koenraad van Keulen
  • Mechtildis, gehuwd met graaf Hendrik de Rijke van Nassau (Volgt Graven van Nassau nr. 2)

 

11b. Lodewijk I van Beieren
Bijgenaamd de Kelheimer.  Geboren te Kelheim op 23 december 1173, overleden aldaar op 15 september 1231. Oudste zoon van hertog Otto I van Beieren en Agnes van Loon.
Lodewijk was van 1183 tot 1231 hertog van Beieren en van 1214 tot 1231 paltsgraaf aan de Rijn. Hij behoorde tot het huis Wittelsbach.

In 1183 volgde hij zijn vader op als hertog van Beieren. Omdat hij nog minderjarig was, werd de regering uitgeoefend door zijn moeder en zijn oom.Kort na het begin van zijn regeerperiode legde Lodewijk I in 1192 zijn eed van trouw af in aanwezigheid van keizer Hendrik VI van het Heilige Roomse Rijk. Toen hij korte tijd later een conflict kreeg met de Beierse adel en hij zijn hertogdom dreigde te verliezen, kon Lodewijk I met de hulp van Hendrik VI zijn macht herstellen. Lodewijk I bleef daarna een loyale aanhanger van het huis Hohenstaufen en in 1194 nam hij deel aan de militaire expeditie naar Sicilië die Hendrik VI organiseerde. Toen er na de dood van Hendrik VI in 1198 een machtsstrijd uitbrak om het Heilige Roomse Rijk koos hij de zijde van Filips van Zwaben uit het huis Hohenstaufen.Via een slim beleid en strategische huwelijken slaagde Lodewijk erin om zijn macht en invloed steeds verder uit te bouwen en zorgde er hierdoor voor dat het huis Wittelsbach een van de meest belangrijke dynastieën in het Heilige Roomse Rijk werd. Ook kon hij zijn machtsuitbreiding ten koste van de machtige bisschoppen in zijn gebied doorzetten en stichtte hij meerdere steden.Toen Rooms-Duits koning Filips van Zwaben in 1208 vermoord werd, besloot Lodewijk Otto IV te steunen, die tot dan Rooms-Duits tegenkoning was. Lodewijk werd door Otto IV herbevestigd in zijn grondgebieden. In 1211 veranderde Lodewijk echter van zijde en begon hij Frederik II uit het huis Hohenstaufen te steunen. Na de dood van Hendrik VI van Brunswijk in 1214 werd Lodewijk I ook paltsgraaf aan de Rijn.In 1221 nam hij deel aan de Vijfde Kruistocht in Egypte, maar in augustus 1221 werd Lodewijk echter door sultan Al-Kamilgevangengenomen. Na het betalen van losgeld werd hij terug vrijgelaten. Daarna werd hij in 1226 op vraag van Frederik II regent voor diens zoon, Rooms-Duits koning Hendrik VII.Later verzuurden de relaties tussen Lodewijk en het huis Hohenstaufen echter. Zo had hij met keizer Frederik II een conflict over de te voeren kerkpolitiek. Nadat Lodewijk in 1229 met paus Gregorius IX intrigeerde tegen de Hohenstaufen, brak er zelfs een oorlog uit tussen Lodewijk I en Frederiks zoon Hendrik VII. Nadat hij verslagen werd, werd Lodewijk in 1230 verplicht om zich terug te trekken in de burcht van Kelheim.In 1231 werd Lodewijk op de brug van Kelheim vermoord. De onbekende daders van de moord werden onmiddellijk daarna omgebracht. Tot op vandaag zijn de redenen van de moord onopgehelderd, maar vermoedelijk gebeurde ze in opdracht van ofwel Frederik II of Hendrik VII. In ieder geval werd hij na zijn dood begraven in het klooster van Scheyern.
Eind oktober 1204 huwde hij in Kelheim met Ludmilla van Bohemen (1170-1240), weduwe van graaf Adalbert III van Bogen en dochter van hertog Frederik van Bohemen. Ze kregen een zoon:

  • Otto II (1206-1253), hertog van Beieren en paltsgraaf aan de Rijn (Volgt 12b).

 

 

12a. Aleid van Gelre (geboren ca. 1168 – overleden 1231).
Dochter van Richardis van Beieren en Otto I van Gelre.
Zij was gehuwd met Willem I van Holland. Hij was de tweede zoon van graaf Floris III (Zie Graven van Holland nr. 9a) en Ada van Schotland (Zie Koningen van Schotland nr. 12).
Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren:

  • Floris IV, opvolger van zijn vader (Volgt Graven van Holland nr. 11)
  • Otto, bisschop van Utrecht
  • Willem, 1238 overleden tijdens een toernooi
  • Ada, abdis van Rijnsburg
  • Ricardis (ovl. 3 januari 1262)

 

12b. Otto II van Beieren
Geboren te Kelheim op 7 april 1206, overleden te Landshut, op 29 november 1253. Zoon van hertog Lodewijk de Kelheimer van Beieren en Ludmilla van Bohemen.
Hij was van 1231 tot 1253 hertog van Beieren en paltsgraaf aan de Rijn. Hij behoorde tot het huis Wittelsbach.

In 1213, toen hij zes jaar oud was, werd hij door zijn vader uitgehuwelijkt aan Agnes van de Palts, dochter van Hendrik V van Brunswijk, tot in 1212 paltsgraaf aan de Rijn. Nadat zijn toekomstige schoonbroer, Hendrik VI van Brunswijk overleed, volgde zijn vader hem in 1214 op als paltsgraaf aan de Rijn, dat Otto II in leen van zijn vader kreeg.

Nadat zijn vader in 1231 vermoord werd, volgde Otto II hem op als paltsgraaf aan de Rijn en als hertog van Beieren. Onder zijn bewind kwamen de domeinen van de graven van Bogen (stad), Andechs en Ortenburg in handen van het hertogdom Beieren, omdat de plaatselijke dynastieën daar uitgestorven waren geraakt.

Na de dood van zijn vader had Otto II een jarenlang conflict met keizer Frederik II van het Heilig Roomse Rijk, die tot het huis Hohenstaufen behoorde. Na beiden zich in 1241 verzoenden, koos Otto II de zijde van het huis Hohenstaufen. Ook huwde hij zijn dochter Elisabeth uit aan de zoon van Frederik II, Koenraad IV. Omdat Frederik II echter in conflict was met paus Innocentius IV en Otto II door dit huwelijk een alliantie sloot met Frederik II, werd hij door de paus geëxcommuniceerd.

In 1253 overleed Otto II, waarna hij in het benedictijnenklooster van Scheyern begraven werd.

In mei 1222 trad Otto II in het huwelijk met Agnes van de Palts, dochter van paltsgraaf Hendrik V van Brunswijk aan de Rijn.
Ze kregen volgende kinderen:

  • Elisabeth (1227-1273), huwde in 1246 met Koenraad IV, Rooms-Duits koning en koning van Sicilië, en in 1258 met Meinhard II van Gorizia-Tirol, graaf van Gorizia-Tirol en hertog van Karinthië.
  • Lodewijk II (1229-1294), hertog van Beieren (Volgt 13)
  • Hendrik XIII (1235-1290), hertog van Beieren (1253-1255) en na de verdeling hertog van Neder-Beieren (1255-1290).
  • Sophia (1236-1289), huwde in 1258 met graaf Gebhard VI van Sulzbach-Hirschberg
  • Agnes (1240-1306), werd zuster in het klooster Seligenthal.

 

Lodewijk II van Beieren

13. Lodewijk II van Beieren
Bijgenaamd de Strenge.  Geboren te Heidelberg op 13 april1229, overleden aldaar op 2 februari 1294. Hij was de oudste zoon van hertog Otto II van Beieren en Agnes van de Palts.
Hij was van 1253 tot 1255 hertog van Beieren en van 1253 tot 1294 paltsgraaf aan de Rijn. Na de verdeling van Beieren was hij van 1255 tot 1294 hertog van Opper-Beieren. Hij behoorde tot het huis Wittelsbach. Hij regeerde Beieren vanaf de Residentie van München.

In zijn jonge jaren deed Lodewijk II al militaire ervaring op: zo vocht hij in 1246 aan de zijde van Rooms-Duits koning Koenraad IV in diens strijd tegen landgraaf Hendrik Raspe van Thüringen en in 1251 vocht hij opnieuw aan de zijde van Koenraad IV in diens conflict met bisschop Albrecht I van Regensburg.Na de dood van zijn vader in 1253 werden Lodewijk II en zijn jongere broer Hendrik XIII hertog van Beieren en paltsgraaf aan de Rijn. Op 28 maart 1255 verdeelden de broers hun gebieden onderling: Lodewijk II kreeg Opper-Beieren en het paltsgraaf aan de Rijn, terwijl Hendrik XIII Neder-Beieren kreeg. Lodewijk verhuisde zijn hofhouding naar een complex in München dat uitgebouwd werd tot de Residentie van München.Ook was Lodewijk II de voogd van zijn neef Konradijn, die hertog van Zwaben was. In 1267 begeleidde hij zijn neef bij zijn veldtocht in Italië. Na een tijd keerde hij echter terug naar Beieren, waardoor Lodewijk II de ondergang van zijn neef in Napels niet meemaakte. Na een nederlaag werd Konradijn namelijk gevangengenomen en een dag later voor verraad onthoofd. Omdat Lodewijk II als erfgenaam in het testament van Konradijn vermeld stond, erfde hij bezittingen in de Opper-Palts, in het zuidwesten van Beieren en in Zwaben en het grondgebied rond de stad Sulzbach.In 1273 ondersteunde Lodewijk II Rudolf I van Habsburg in de verkiezing voor Rooms-Duits koning. Toen Rudolf I effectief verkozen geraakte, werd Lodewijk II als dank bevestigd als machthebber in de gebieden die hij van zijn neef Konradijn geërfd had. Vanaf dan was hij een bondgenoot van het huis Habsburg en hij streed dan ook aan hun zijde in het conflict tussen Rudolf I en koning Ottokar II van Bohemen om de macht in het Heilig Roomse Rijk. In 1278 nam hij deel aan de slag bij Dürnkrut, waarbij Ottokar II verslagen werd en sneuvelde.Nadat Rudolf I van Habsburg in 1291 stierf, kon Lodewijk II de verkiezing van diens zoon Albrecht I tot Rooms-Duits koning niet doorzetten. Omdat Rudolf I ook de schoonvader van Lodewijk II was, erfde hij ook enkele gebieden. Daarna begon hij zijn hertogelijke macht sterk uit te bouwen.In februari 1294 overleed Lodewijk II. Hij werd begraven in de abdij van Fürstenfeldbruck. Zijn zonen Rudolf I en Lodewijk IV erfden zijn bezittingen.
In 1254 huwde hij in Landshut met Maria van Brabant (1226-1256), dochter van hertog Hendrik II van Brabant. Hun huwelijk bleef kinderloos. Eind 1255 trok Lodewijk naar zijn veraf gelegen gebied van de Rijnpalts om met geweld de orde te herstellen. Maria en haar gevolg reisden mee. Lodewijk rustte met zijn leger uit in Donauwörth, waar een burcht, genaamd Mangoldstein, de oversteek van de Donau controleerde. Lodewijk II en het leger trokken verder, terwijl Maria en de Beierse hofhouding bleven in Donauwörth.Volgens de verhalen zond Maria kort tijd nadien twee brieven naar haar man om hem te overtuigen terug te keren naar Donauwörth, omdat zij er zich verlaten voelde. Eén brief ging naar Lodewijk, de andere naar een ridder. De brieven werden verwisseld en Lodewijk meende dat Maria een affaire had. Woest keerde hij terug naar Donauwörth, waar hij zijn vrouw vermoordde door haar te onthoofden. Ook gooide hij haar twee hofdames over de kasteelmuren en liet de burggraaf doden die geweigerd had om Maria te onthoofden.Lodewijk kreeg daarop wroeging en vroeg paus Alexander IV om raad. De paus liet hem de keuze: ofwel op kruistocht gaan ofwel een klooster bouwen. Lodewijk koos voor het laatste en stichtte de Cisterciënzerabdij van Fürstenfeldbruck.Op 24 augustus 1260 hertrouwde Lodewijk II in Heidelberg met Anna van Glogau (1240-1271), dochter van hertog Koenraad I van Glogau. Ze kregen volgende kinderen:

  • Maria (geboren in 1261), werd zuster in de abdij Marienberg van Boppard
  • Agnes (1262-1269)
  • Hendrik (1267-1290), stierf tijdens een riddertoernooi in Neurenberg.

Na de dood van zijn tweede vrouw huwde Lodewijk II op 24 oktober 1273 in Aken met Mathilde van Habsburg (1251-1304), dochter van Rooms-Duits koning Rudolf I van Habsburg (Huis Habsburg nr. 10). Ze kregen volgende  kinderen:

  • Rudolf I (1274-1319), hertog van Opper-Beieren en paltsgraaf aan de Rijn.
  • Machteld (1275-1319), huwde in 1288 met hertog Otto II van Brunswijk-Lüneburg
  • Agnes (1276-1340), huwde in 1290 met Hendrik de Jongere, zoon van landgraaf Hendrik I van Hessen en tussen 1298 en 1303 met markgraaf Hendrik I van Brandenburg
  • Anna (geboren in 1280), werd zuster in het klooster van Ulm
  • Lodewijk de Beier (1282-1347) (Volgt 14)

 

14. Lodewijk de Beier
Geboren te München op 1 april 1282, overleden te Puch, 11 oktober 1347.
Hij stamde af uit het Huis Wittelsbach en was de jongste zoon van Lodewijk II de Strenge en diens laatste echtgenote Mathilde van Habsburg.

Hij volgde in 1294 zijn vader, onder de voogdijschap van zijn moeder, Mathilde van Habsburg, op. Hij werd in 1300 mederegent van zijn oudere broeder Rudolf en kreeg in 1311 bij de opdeling van Opper-Beieren de landstreek aan de linkeroever van de Isar. Na de dood van Hendrik VII werd Lodewijk in 1314 door vijf keurvorsten tot Rooms-Duits koning (als Lodewijk V) (feitelijk keizer) gekozen, terwijl de anderen voor hertog Frederik de Schonevan Oostenrijk (een neef van Lodewijk) stemden. Hierover werd acht jaar lang een burgeroorlog gevoerd. Lodewijk verdreef in 1317 zijn broer Rudolf van de Palts, die zich bij het kamp van Oostenrijk had aangesloten, uit de Palts, maar gaf dit land in 1329 aan diens zonen terug. Lodewijk versloeg Frederik de Schone in 1322 bij de Slag bij Mühldorf.Aan zijn oudste zoon Lodewijk gaf hij in 1322 de mark Brandenburg. In Italië ondersteunde hij de Visconti’s tegen paus Johannes XXII, die op dat moment te Avignon verbleef en hen in 1324 in de bandeed.In 1327 trok hij naar Italië, liet zich te Milaan tot koning van Italië en te Rome, nadat hij de Franciscaan Petrus van Corbière als (tegen)paus Nicolaas V had aangesteld, tot keizer kronen. Hij begon vervolgens, met een Siciliaanse vloot verenigd, de Florentijnen en de koning van Napels, Frederik II van Sicilië, te beoorlogen, maar moest in 1330 naar Duitsland terugkeren. Zijn belangrijkste raadgever was sinds 1329 Marsilius van Padua. Hij raakte ook nog in conflict met de Franse koning, maar verzoende zich met hem. Hij stichtte de abdij van Ettal in 1330.De invloed van de Franse koning op de thans te Avignon residerende pausen verhinderde een verzoening met paus Benedictus XII. De Duitse vorsten onthieven de keizer echter van de ban en stelden in de keurvereniging van Rhens (15 juli 1338) een rijkswet vast tegen de inmenging van de pausen bij de verkiezing van een Duits keizer. Vanaf 1340 was hij hertog van heel Beieren als Lodewijk IV.Nu bereidde Lodewijk zich voor om zijn macht definitief te bevestigen, niettegenstaande paus Clemens VI in 1346 een nieuwe ban over hem uitsprak en een deel van de Duitse keurvorsten (onder invloed van paus Clemens VI) Karel, de markgraaf van Moravië en graaf van Luxemburg, tot tegenkeizer (als Karel IV) verkozen.Lodewijk stierf op 11 oktober 1347 onverwachts door een ongelukkige val van zijn paard tijdens een berenjacht te Fürstenfeld bij München.
Lodewijks eerste echtgenote was Beatrix van Silezië-Glogau (1292-1322); zij kregen de volgende kinderen:

  • Mathilde (1313-1346), die in 1328 huwde met markgraaf Frederik II van Meißen
  • Doodgeboren kind (1314)
  • Lodewijk V van Beieren (1315-1361)
  • Anna (1316-1319)
  • Agnes (1318-13??)
  • Stefanus II van Beieren (1319-1375)

Lodewijks tweede echtgenote was Margaretha (1310-1356), dochter van graaf Willem de Goede van Holland (Zie Graven van Holland nr. 14) en Johanna van Valois (Zie Capetingers nr. 19). Margaretha was de zuster van Willem IV van Holland (daardoor kwam na diens dood het graafschap Holland onder het gezag van de Beierse hertogen). Zij trouwden op 25 februari 1324 en kregen tien kinderen:

  • Margaretha (1325-13??)
    • ∞ 1351 Stefanus van Kroatië, Dalmatië en Slovenië (1332-1353), zoon van koning Karel II Robert van Hongarije (Huis Anjou)
    • ∞ 1358 graaf Gerlach van Hohenlohe (13??-1387)
  • Anna (1326-1361)
    • ∞ 1339 hertog Johan I van Beieren (1329-1340)
  • Lodewijk VI van Beieren (1328-1365)
    • ∞ 1352 prinses Cunigonde van Polen (1334-1357)
    • ∞ 1360 prinses Ingeborg van Mecklenburg (1340-1395)
  • Elisabeth van Beieren (1329-1402) (Volgt 15)
    • ∞ Dirck van Cranenburgh (± 1295- ± 1355)
    • ∞ vorst Cangrande II van Verona (Huis della Scala) (1332 – 1359)
  • Willem V, graaf van Holland (1330-1389)
    • ∞ 1352 prinses Machteld van Derby en Lincoln (Huis Lancaster) (1339-1362)
  • Albrecht van Beieren, graaf van Holland (1336-1404)
    • ∞ 1353 prinses Margaretha van Brieg en Silezië (1336-1386)
    • ∞ 1394 prinses Margaretha van Kleef en Mark (1375-1412)
  • Beatrix (1344-1359)
  • Agnes (1345-1352)
  • Otto V van Beieren (1346-1379)
    • ∞ 1366 prinses Catharina (1342-1395), dochter van keizer Karel IV
  • Lodewijk (1347-1348)

 

15. Elisabeth van Beieren
Geboren 1329, overleden in 1402. Dochter van Margaretha van Beieren, gravin van Holland en Henegouwen en van keizer Lodewijk de Beier.
Zij huwde 1e met Dirck Engelbrechtsz van Cranenburg. Geboren omstreeks 1295, overleden in 1355. Zoon van Engelbert I van Cranenburg.
Zij huwde 2e  met vorst Cangrande II van Verona (Huis della Scala) (1332 – 1359)
Zoon uit het eerste huwelijk:

 

  facebook        

Terug naar:

Keizers, Koningen en Hertogen

21 december 2015

© 21 december 2015, bijgewerkt op 21 januari 2018

————————————————————————————————————————————————–

Verder waren er nog belangrijke leden uit het huis Wittelsbach in de Nederlanden:

—————————————————————————————————————————————————-