Heren van Arkel

Land van Arkel

Het Land van Arkel was een leenschap van de graven van Holland, tot aan 1412 beheerd door de Heren van Arkel. Het grondgebied strekte van de rivier de Merwede in het zuiden tot aan het hedendaagse Everdingen in het noorden, en van het riviertje de Linge in het oosten ongeveer tot de rivier de Lek in het westen. Hedendaagse plaatsen in het grondgebied zijn onder andere Leerdam, Leerbroek, Arkel, Heukelum, Asperen, Hagestein, Haastrecht en Gorinchem.

Bron: Wikipedia

Heren van Arkel

Wapen van Arkel

Arkel

Het geslacht van Arkel wordt voor het eerst vermeld in 1254, uit de tak van de heren van Ter Leede.
Deze heren stammen af van de oude tak  Van Arkel.

Periode           Naam                                      Opmerkingen

1234 – 1253    Herbaren II van der Lede      Krijgt het recht over de heerlijkheid Arkel (Arcelo, Arclo).

1253 – 1272   Jan I van Arkel                        Bijgenaamd De Sterke

 ? – 1297        Jan II van Arkel

? – 1324         Jan III van Arkel

1324-1327     Nicolaas van Oem Arkel         Zoon van Jan II; regent († 1345), verving zijn broer Jan III, omdat zijn zoon Jan IV nog niet oud genoeg was.                                                              

1326 – 1360   Jan IV van Arkel

1360 -1396    Otto van Arkel

1396 – 1412    Jan V van Arkel                        Bijgenaamd De Stadhouder. Tijdens zijn bewind ontstonden de Arkelse Oorlogen.

1385 -1417     Willem van Arkel                      Opvolger en zoon van Jan V; het leenschap was echter ingevorderd  door het graafschap Holland.                                                             

In 2007 gaf Ines van Bokhoven de jeugdroman Verraad! De wraak van de graaf uit, een roman over Willem van Arkel en de Arkelse Oorlog.

 Stamboom heren van Arkel

Eerste tak

 

Let wel! Bij de eerste zes generaties gaat het om legendarische personen. De vermelde data zijn schattingen.
Derhalve zijn deze generaties dan ook in het grijs vermeld.

1. Heijman van Arkel is geboren circa 770, is overleden in Pierepont.
Kind van Heijman uit onbekende relatie:

  • Jan van Arkel, geboren circa 800 (Volgt 2).

 

2. Jan van Arkel is geboren circa 800, zoon van Heijman van Arkel.
Zoon:

  • Heijman van Arkel (Volgt 3).

 

3. Heijman van Arkel
Geboren rond 840. Zoon van Jan van Arkel. Heiman was gehuwd met Tekla Wolbrand. Dochter van Wollebrand van Egmond.

Kind van Heiman en Tekla:

  • Jan van Arkel (Volgt 4).

 

4. Jan van Arkel is geboren rond 880. Zoon van Heiman van Arkel en Tekla Wolbrand. 
Kind van Jan uit onbekende relatie:

  • Heijman van Arkel (Volgt 5)

 

5.Heijman van Arkel is geboren rond 900, zoon van Jan van Arkel. Hij was ridder, eerst hoveling van keizer Lodewijk, daarna kamerheer van de Hertog van Lotharingen (Lorraine).
Heijman was gehuwd met Helena van Frankrijk. Kind van Heijman en Helena:

  • Fop van Arkel. (Volgt 6)

 

6. Fop van Arkel is geboren rond 920, zoon van Heijman van Arkel en Helena van Frankrijk.
Kind van Fop uit onbekende relatie:

  • Heijman van Arkel (Volgt 7)

 

7. Heijman van Arkel is geboren rond 940, zoon van Fop van Arkel. Heijman is overleden in 980, 39 of 40 jaar oud. Heijman trouwde met Silla Tielmans van Friesland. Silla is geboren in 925, dochter van Tieleman van Friesland.
Kreeg van Tieleman, landvoogd van Oost-Friesland onder keizer Otto I De Grote, het bestuur over Neder-Friesland, het huidige Friesland. Hij werd hofmeester onder Graaf Dirk II Van Holland en werd door de graven van Holland en Teisterbant beleend met enige landen aan de Linge, later verenigd onder de naam “het Land van Arkel”. Het dorp Arkel (Arclo) wordt al vroeg vermeld, in 641 werd er een kerk gesticht. Heijman zou zich hier gevestigd hebben.
Kinderen van Heijman en Silla:

  • Dodo van Arkel, geboren in 958.
    Hij vestigde zich in Leerdam. Hij was heer van Dalen, Kedichem, Zeventer en van Haeften.
  • Foppe van Arkel (Volgt 8)

 

8. Foppe van Arkel  is geboren rond 960 in Arkel, zoon van Heijman van Arkel en Silla Tielmans van Friesland. Foppe is overleden in 1008 in Arkel, 47 of 48 jaar oud.  Hij was de eerste heer van Arkel en grondlegger van het Kasteel van Arckelerdamme. Foppe was gehuwd met Maria van Oyen. Maria is geboren in 960.
Kind van Foppe en Maria:

  • Jan I van Arkel (Volgt 9)

 

9. Jan I van Arkel (geboren ca. 1000 – overleden 1034) was heer van Arkel en Heukelom uit het eerste huis Arkel.
Hij was een zoon van Foppe van Arkel  en Maria van Oyen. Jan I huwde met Elisabeth van Cuijk (ca. 1010 – ca. 1030), een dochter van Willem van Cuijk. Jan stichtte rond 1020 een kerk te Leerbroek. Jan I vertrok naar het Heilige land vermoedelijk op pelgrimstocht om Jeruzalem te bezoeken. Vervolgens zou hij in Byzantijnse dienst getreden zijn en was hij aanwezig bij verscheidene acties tegen de Seltsjoek-Turken. Hij overleed tijdens een hinderlaag in Syrië. Hij werd opgevolgd door zijn zoon:

  • Jan II van Arkel (Volgt 10)

 

10. Jan II van Arkel (geboren vóór 1035 – overleden IJsselmonde, 7 januari 1077 ) was heer van Arkel en Heukelum uit het eerste huis Arkel. Hij was een zoon van Jan I van Arkel en Elisabeth van Cuijk. Jan II huwde met Margaretha van Altena. Tijdens Jan II’s regeerperiode stichtte hij een kerk te Spijk en ook in Dalem. Trok in 1076, met Robrecht de Vries en diens schoonzoon Dirk V van Holland, op tegen Koenraad, de Bisschop van Utrecht, en hielp het slot te IJsselmonde belegeren. Hij kwam om het leven bij die opstand bij IJsselmonde, mogelijk kon dit ook de Slag bij IJsselmonde zijn geweest
Zijn zoon:

  • Jan III van Arkel volgde hem op. (Volgt 11)

 

11. Jan III van Arkel (geboren ca. 1080 –  overleden 1115/1118) was heer van Arkel van de eerste generatie van het Huis Arkel.
Hij was een zoon van Jan II van Arkel en Margaretha van Altena. Jan trok in het contingent van Robrecht II van Vlaanderen mee op de Eerste Kruistocht. Hij was toen nog een knaap en werd na het bereiken van Jeruzalem tot ridder geslagen door Godfried van Bouillon.
Een sage vertelt over een voorval van Jan van Arkel tijdens zijn reis naar het Heilige Land. Van Arkel kreeg het aan de stok met een Italiaanse edelman, die beweerde dezelfde wapentekens te dragen. Men mag ervan uitgaan dat het Huis Arkel voor 1215 ook al een soort wapen had, Van Arkel kon dit niet over zijn kant laten gaan en eiste een duel, dat eindigde in het voordeel van Van Arkel.
Thuis teruggekeerd uit Jeruzalem huwde hij met Aleid of Adelheid van Heusden (1060-1145), een dochter van Jan II van Heusden. Zijn vrouw was mogelijk al weduwe uit een vorig huwelijk, omdat er een groot leeftijdsverschil was. Samen kregen ze de volgende kinderen:
– Jan IV van Arkel, die Jan III opvolgde (Volgt 12a).
– Folpert van Arkel, oprichter van het huis van der Lede(Volgt 12b)

 

12a. Jan IV van Arkel (overleden 1143) was heer van Arkel uit de eerste generatie van het huis van Arkel. Hij was een zoon van Jan III van Arkel en Adelheid van Heusden. Er is maar weinig bekend over Jan IV’s regeerperiode. Hij neemt mogelijk deel aan de diverse acties tegen de Friezen in 1132 en 1133. Hij huwde met (Aleidis) van der Aare en hij kreeg de volgende kinderen:

  •  Jan V van Arkel (Volgt 13a)
  •  Jeanne van Arkel, gehuwd met Alewijn III van Leyden van Pendrecht (Volgt Heren van Beveren nr. 6a)

 

12b. Folpert (van Arkel) van der Lede (geboren ca.1115) was de eerste heer van der Lede.
Hij was een zoon van Jan III (de kruisvaarder) van Arkel en Adelheid (Aleid) van Heusden. Folpert erfde na de dood van zijn vader het gebied Van der Lede (hedendaags Leerdam) en stichtte het huis Van der Lede. In Gelderse almanakken komt Folpert naar voren als een bedrieglijk landheer. Folpert huwde met een nog onbekende vrouw, met wie hij een zoon en opvolger kreeg:

  • Herbaren I van der Lede (Volgt 13b)

 

13a. Jan V van Arkel (ca.1105 – ca.1170) was heer van Arkel uit de eerste generatie van het huis van Arkel.
Hij was een zoon van Jan IV van Arkel. In een charter boek in Jeruzalem is gevonden dat hij in 1124 de stad Jeruzalem met het Heilige graf heeft bezocht. Hij zou daar diversen keren zijn diensten hebben aangeboden in de strijd tegen de moslims, waarna hij door Boudewijn II van Jeruzalem tot ridder van het Heilige graf is geslagen. Trok na terugkomst mee met Dirk VI van Holland op tegen de Westfriesen, dit deed hij twee keer. Jan V sneuvelde bij de Slag bij drie fonteinen (dichtbij Brussel). Jan V huwde diverse keren, eerst met eene Petronella, hij huwde vervolgens met Geertruida van Loon, een dochter van Hendrik van Loon, waarmee hij (minstens) een zoon en opvolger  kreeg. En enkele jaren later met Adelheide van Loon en ook nog mogelijk met Christina van Steenvoorde.
Jan VI van Arkel (Volgt 14a)

 

13b. Herbaren I van der Lede (Latijn; Harbernus de Leda (Liethen)) (geboren Langerak, 1140 – overleden omstreeks 1200) was heer van Ter Leede. Herbaren I was de stamvader van het huis Ter Leede. Hij werd als getuige genoemd bij een samenkomst van Hardbertus, bisschop van Utrecht in 1143; mogelijk ging het hier om de doping van Herbaren. In een Hollandse kroniek wordt hij beschreven als Harbernus de Liethen, mogelijk gaat het over een vorm- of drukfout, want Liethen verwijst naar de oude benaming van Leiden. Onder zijn leiding werd mogelijk het Mottekasteel gebouwd dat bij het recht van ter Leede stond (enkele kilometers ten zuiden van Leerbroek). Wordt genoemd als ambachtsheer van Haastrecht. Herbaren huwde met Adelheid een dochter van Willem van Altena en zij kregen minstens twee zonen:

  • Floris Herbaren van der Lede (1170-1207) (Volgt 14b)
  • Folpert van der Lede (1175-1212) (Latijn: Walpertus of Volpertus de Leda) (ca. 1175 – 1212) was heer van der Lede (1207-1212) en heer van Asperen (1204-1212). Hij was een zoon van Herbaren I van der Lede. Folpert komt voor het eerst in geschrifte voor in 1204, waar in hij samen met zijn broer Floris Herbaren van der Lede (Florentinus de Leda) een kasteel te Asperen krijgt toegewezen. De gebroeders steunen vervolgens de gravin Ada van Holland tijdens de Loonse Oorlog, het kasteel in Asperen wordt tijdens deze oorlog verwoest. Als in 1207 de vrede wordt getekend, wordt Floris Herbaren alsnog door huurlingen omgebracht. Folpert neemt het regentschap vervolgens op zich. Hij koestert een wrok tegen de nieuwe graaf van Holland, en laat dit merken door diverse plundertochten te houden op Hollands grondgebied. Folpert wordt in 1212 opgepakt voor zijn wandaden en vervolgens onthoofd. Hij werd opgevolgd door zijn neef Herbaren II van der Lede.(Volgt 14b).

 

14a. Jan VI van Arkel (overl. 28 juni 1227) was heer van Arkel.
Hij was een zoon van Jan V van Arkel en Geertruida van Loon. Jan VI huwde met Margaretha van Nyvelle, een dochter van Boudewijn van Nyvelle, bij wie hij een opvolger verwekte. Hij ging in 1180 mee met Floris III van Holland op pelgrimstocht naar het Heilige land. Hij ging in het contingent van Willem I van Holland mee op de Vijfde Kruistocht, zijn zoon Jan VII zou hieraan ook deelgenomen hebben. Na het Beleg van Damiate (1215) verkregen de heren van Arkel uit dank voor hun deelname een symbolisch wapen, waar voortaan het huis Arkel aan verbonden zou zijn. In 1227 nam Jan deel aan de Slag bij Ane samen met zijn neef Herbaren II van Lede. Jan sneuvelde in de confrontatie met de noorderlingen.
Jan en Geertruida hadden een zoon:

  • Jan VII van Arkel(Volgt 15a).

 

14b. Floris Herbaren van der Lede (Latijn; Florentius de Leda) (ca.1170 – ca.1207) was heer van der Lede van 1200 tot zijn dood. Hij was een zoon van Herbaren I van der Lede en een dochter van Willem van Altena. Floris wordt genoemd in een charter van een Gelderse kroniek uit 1204, dat hij samen met zijn jongere broer Folpert (Walpertus) de heerschappij krijgt van een klein kasteel te Asperen. Ditzelfde kasteel werd tijdens de Loonse Oorlog vernietigd door Willem I van Holland. In 1207 ondertekent Floris een oorkonde tot overgave tezamen met Ada van Holland en Lodewijk II van Loon. Datzelfde jaar wordt Floris om het leven gebracht door huurlingen van de koning van Engeland en de graaf van Holland.
Floris huwde omstreeks 1200 met Jacomijn van Schoonhoven, een dochter van Hugo Botter, heer van Schoonhoven, ze kregen samen vier zonen en een dochter:

  • Herbaren II van der Lede (Volgt 15b)
  • Jan I van der Lede
  • Floris van der Lede
  • Willem van der Lede
  • Onbekende dochter, huwde de heer van Malberg.
    Floris had ook een buitenechtelijke zoon, Samson van der Lede genaamd. Na het overlijden van Floris nam zijn broer Folpert tussen 1207 en 1212 het regentschap over het gebied van der Lede over.

 

15a. Jan VII van Arkel (overleden 24 juni 1234) was heer van Arkel en laatste telg uit de eerste generatie van het huis Arkel. Hij was een zoon van Jan VI van Arkel en Margretha van Nyvelle. Jan VII huwde met Maria van Vernenburg, een kleinkind van graaf Otto I van Bentheim. Jan VII zou met zijn vader deel hebben genomen aan de Vijfde Kruistocht, en na het gevecht op Egyptische grond het symbolische stamwapen hebben verkregen waar het huis van Arkel aan verbonden werd. Jan VII trok als trouw vazal van Floris IV van Holland mee op tegen de Stadingers, een groepering die zich tegen de bisschop van Münster hadden gekeerd. Tijdens een veldslag nabij de rivier de Wezer sneuvelde van Arkel op 24 juni 1234. Jan VII overleed zonder enig rechtmatig nageslacht, waardoor de heerlijkheid Arkel werd geërfd door het huis van der Lede. Herbaren II van Lede betrok het landgoed en liet de heerlijkheid van der Lede aan zijn broer.

 

15b. Herbaren II van der Lede (geboren Langerak c.1205 – voor 1258) was heer van Ter Leede en vanaf 1234 heer van Arkel (Arcelo) en het omringende land. Hij wordt op de volgende manieren genoemd; Herbaren II van der Leede (Herbertus, Harbertus; De Leide, De Leda, De Ledhe, Van der Lede) in diversen kronieken.
Hij was een zoon van Floris Herbaren van der Lede (Zie 14b), die de heerlijkheid Lede bezat (nabij het hedendaagse Leerdam).
Nadat Jan VII van Arkel sneuvelde op 24 juni 1234 erfde hij de heerlijkheid Arkel, omdat hij uiteindelijk ook afstamde uit het huis van Arkel.
Herbaren ging zich tussen 1243 en 1253 heer van Arkel noemen en liet zijn domein Ter Leede na aan zijn jongere broer Jan. Hiermee werd Herbaren de stamvader van het huis Arkel. In 1227 wordt Herbaren geridderd (wordt genoemd onder de ‘Nobilis’), en neemt met de Utrechtse bisschop Otto van Lippe deel aan de Slag bij Ane, de slag verloopt dramatisch maar Herbaren weet te ontkomen. In 1230 krijgt hij het leengoed Heukelom toegewezen en werd hij ook genoemd als heer van Liesveld en Nieuwpoort. In 1251 is hij betrokken bij ontginningswerk in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard om het land van Arkel uit te breiden. Herbaren huwde met Aleida van Heusden dochter van Jan III van Heusden (Zie Heren van Heusden nr. 14) en zij kregen de volgende kinderen:

  • Jan van Arkel (ca. 1233 – Gorinchem, 15 mei 1272) heer van Arkel vanaf 1253 tot 1272. (Volgt 16a)
  • Herbaren, heer van den Berghe (1240-1280) (Volgt 16b)
  • Otto I van Arkel (1254-1283), heer van Heukelom en Asperen (Volgt Heren van Heukelom nr. 1)
  • Mabelia van Arkel, gehuwd met Godschalc van de Merwede (Volgt Heren van der Merwede nr. 4b)
  • Elisabeth van Arkel, gehuwd met Willem II van Strijen (Volgt Heren van Strijen nr. 4)

 

Tweede tak

Heren van Arkel

Arkel

Jan de Sterke

Jan de Sterke van Arkel

16a. Jan I van Arkel bijgenaamd de Sterke (ca. 1233 – Gorinchem, 15 mei 1272) was uit de tweede generatie heer van Arkel  vanaf 1253 tot zijn dood. Verdere bezittingen waren Noordeloos, Bergenambacht, Heukelom, Hoog Blokland, Slingelandt, Stolwijk en Willige Langerak.
Hij was een zoon van Herbaren II van der Lede, erfgenaam van Jan VII van Arkel, en Aleid (Alverade) van Heusden.
Jan wordt voor het eerst genoemd in een Latijnse kroniek uit 1253, daarin staat hij vermeld als Johannes miles dominus de Arkele (Jan, ridder, Heer van Arkel). Daarna wordt hij nog meerdere malen in aktes over beleningen genoemd. In 1253 komt hij samen met zijn broer Herbaren voor in een akte als getuige voor Jan I van der Lede. Op 25 juni 1254 is Jan getuige bij een verbond van Jan van der Lede en Hugo van Arkel om Floris van Dalem het bezit van Dalem te vergeven als leenbeheer. Hij nam deel aan de oorlogen tegen de opstandige Westfriezen, onder leiding van zijn leenheer Willem II van Holland. Krijgt rond 1260 het leengoed van den Berghe (hedendaagse Bergambacht) toegewezen van het Graafschap Holland, die hij in lening geeft aan zijn broer Herbaren. Op 29 oktober 1263 beleent Jan eene Otto met Slingelandt. Op 23 augustus 1264 verleent hij samen met Willem van Brederode het recht aan Hendrik van Alblas om een watergracht of kanaal te graven (Jan wordt dan voor het laatst vermeld in een document. Jan I werd bijgenaamd De Sterke, hij zou zich eens voor de grap aan de poort van Gorinchem opgetrokken hebben met zijn paard. In 1267 begon hij met de bouw van het kasteel van Gorinchem. Hij was gehuwd met Bertha van Ochten, dochter van Hendrik van Ochten (Zie Heren van Ochten nr. 4) en Jutta.
Jan kreeg drie kinderen:

  • Jan II (Volgt 17a)
  • Arnoud, heer van Noordeloos
  • Margretha (1312 †), huwde Hubrecht van Beusichem, heer van Culemborg.
  • Jan van Arkel werd met zijn vrouw bijgezet in een graftombe in de kerk van Gorinchem. In 1604 werden de beenderen verwijderd en ergens anders begraven.

16b.  Herbaren van Arkel, heer van den Berghe 
Geboren circa 1240, overleden 1280.
Hij huwde met Agniese van Brederode. Geboren circa 1245— overleden circa 1280. Dochter van Dirk I van Brederode en Aleid van Heusden.
Kinderen:

  • Arnold van Liesveld van den Berghe
  • Margriet van Arkel van den Berghe (Volgt 17b).

17a. Jan II van Arkel (geboren ca. 1255 – overleden Sint Pancras, 27 maart 1297) was heer van Arkel vanaf 1269 tot zijn dood. Hij was een zoon van Jan I van Arkel en Bertha van Ochten. Hij was vóór 1269 nog minderjarig, zodat het regentschap door zijn moeder werd waargenomen. Jan komt in meerdere akten voor. In 1273 kocht hij de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim (of geërfd?). In 1281 werd hij tot ridder geslagen door Floris V, de graaf van Holland. In 1288 nam hij aan Brabantse zijde deel aan de Slag bij Woeringen. In 1290 erkende hij Floris als zijn leenheer voor zijn kasteel in Gorinchem en kreeg daarvoor in ruil het recht om er tol te heffen. Jan was een van de ondertekenaars van een brief van de Hollandse adel aan koning Eduard I van Engeland. Floris leende in 1292 12.000 Hollandse ponden van Jan van Arkel, Richoud van Noordeloos (ongetwijfeld een achterneef van Jan) en Lambrecht de Vriese. Toen Floris in 1296 werd vermoord, nam Jan samen met de heren van Wassenaar en van Borsselen het bestuur van Holland tijdelijk op zich. In 1297 kwam hij om het leven bij de Slag van Vronen. Hij werd begraven in Gorinchem.
Jan huwde met Bertrouda van Sterkenborg, dochter van Gerard van Sterkenburg.
Kinderen:

  • Jan III (1280-1324) (Volgt 18a)
  • Mabilia (1284-1317)(Volgt 18b), trouwde met Zweder II van Zuylen van Abcoude (1307-1347), heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
  • Herbaren, heer van Slingeland (ca. 1275 – ca. 1325) (Volgt 18c).
  • Johanna van Arkel van Bockhoven. (Volgt 18d).
  • Nicolaas Oem van Arkel (1280/85-1345), heer van Emmikhoven.
    Hij was rentmeester van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, zijn neef. Hij was regent van Arkel, nadat zijn broer Jan III van Arkel in 1324 was overleden, totdat diens zoon Jan IV van Arkel oud genoeg was om Heer van Arkel te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar zijn bijnaam Oom van Arkel aan ontleend zijn.
    Hij sneuvelde bij de Slag bij Warns. Hij was gehuwd met Lijsbeth van Emmikhoven (1275-1320). (Zie Oem van Arkel).

17b. Margriet van Arkel
Dochter van Herbaren van Arkel, heer van den Berghe en Agniese van Brederode.
Zij was gehuwd met Antonis van Riede. Geboren ± 1240 – overleden 1290.
Zoon:

18a. Jan III van Arkel  (geboren ca. 1275 –  overleden 24 december 1324) was heer van Arkel vanaf 1297 tot zijn dood.
Hij was een zoon van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg. Hij volgde zijn vader op in 1297, nadat deze gesneuveld was bij de slag van Vronen. Jan III breidde het Arkelse grondbezit verder uit en kocht landerijen in Holland en Brabant en was raadsman van bisschop Gwijde van Avesnes van Utrecht. In 1304 kreeg hij het grondbezit van de heren van Ter Leede, omdat de familietak was uitgestorven en de van Arkels eerste in lijn waren.
Hij stond hoog in de gunst bij Willem III van Holland en werd in 1321 belast om als scheidsrechter uitspraak te doen in de geschillen tussen Willem III van Holland en Jan I van Brabant. In de volgende jaren is Jan III niet meer in de gunst. Mogelijk is hij op de achtergrond gedrongen door Willem van Duivenvoorde. Ook in 1321 benoemt hij zijn oudste zoon tot drossaard van Ter Leede. Deze gaat als Jan van der Lede door het leven tot 1324 (na het overlijden van Jan III) wanneer hij zich gewoon weer Van Arkel noemt.
Jan is begraven in Gorinchem, bij zijn eerste vrouw.

Jan had een zeer turbulent huwelijksleven:
Jan huwde in 1293 een eerste maal met Mabelia van Voorne (1273 – 26 februari 1313), dochter van Albrecht van Voorne (zie heren van Voorne II nr. 7 ) en Aleyd van Loon, met wie hij drie kinderen kreeg:

  • onbekend, jong overleden
  • Jan IV 1305-1360 (Volgt 19a).

Jan heeft Mabelia in 1305 verstoten, op 5 december 1305 gaf hij haar een inkomen uit de tienden van Leerdam.
Mabelia is begraven in Gorinchem.

In 1310 had Jan III nog twee onwettige huwelijken gesloten, uit een van die huwelijken kwam:

  • Dirk Alras van Arkel

Jan trouwde in 1314 voor de tweede keer, nu met Cunegonde van Virnenburg.Dochter van Robert II van Virneburg (Zie Graven van Virneburg nr. 8b) en Kunegonde van Cuijk.
Kinderen van Jan en Cunegonde:

  • Jan, bisschop van Utrecht en Luik, (1314-1378)
  • Robrecht, heer van den Berghe, (1320-1347) was bevelhebber tijdens het Beleg van Utrecht (1345).
  • Cunegonde (1321-1346), huwde met Jan, heer van Heusden.
  • Margaretha (overleden 13 juni 1368) (Volgt 19b).

Het huwelijk met Cunegonde vertoonde in 1323 grote scheuren, omdat ze met haar kinderen gevlucht was naar een klooster in Linschoten, waar ze in 1326 nog zat.

18b. Mabilia van Arkel (1284-1317)(Volgt 18b)
Dochter van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg.
Zij trouwde met Zweder II van Zuylen van Abcoude (1307-1347), heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Zonen:

18c. Herbaren van Arkel
Geboren circa 1275 –  overleden  circa 1325, zoon van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg.
Heer van verspreide bezittingen in de Groote of Hollandsche Waard, de Alblasserwaard, de Vijfherenlanden en het Land van Altena, bekend als Herbaren van Arkel, heer van Molenaarsgraaf en heer van Slingeland. Hij trouwde met Odilia van Cuijk (ca. 1295 – voor 1317), dochter van Albert Otto van Cuijk en Aleidis van Diest.
Dochter:

Elisabeth van Arkel, vrouwe van Slingelandt (geboren 1310 – overleden  ca. 1340). Gehuwd met Jan Janszoon van den Tempel (Volgt Heren van Slingeland nr. 19b).

18d.  Johanna van Arkel van Bockhoven
Zij huwt met Claes Oem. Overleden  na 1359. Zoon van Cleys Oem en Elisabeth Vrank van Dordrechtsdochter.
Hij was ambachtsheer van Dubbeldam. Schout van Dordrecht in 1325.
Hij mag niet verward worden met zijn tijdgenoot en zwager Nicolaas Oem van Arkel.
Kinderen:

19a. Jan IV van Arkel
Overleden 5 mei 1360. Zoon van Jan III van Arkel en Mabelia van Voorne.
Heer van Arkel vanaf 1326 tot zijn dood.

Jan IV werd kort na de dood van zijn vader vertrouweling en adviseur aan het hof vanHolland voor Willem IV. Toen zijn halfbroer Jan tot bisschop van Utrecht werd verkozen, trok hij zich terug uit het Hollands bestuur. Zijn macht bleef echter groeien door het verkrijgen van meer grondgebied.

Dat werd anders zodra graaf Willem IV omkwam bij de slag bij Warns in 1345. De tegenstelling met het geslacht Duivenvoorde werd verscherpt, toen Willem van Duivenvoorde een belangrijke plaats innam in het bestuur van Margaretha van Beieren. Jan IV sloot zich daarom aan bij Willem V van Holland. Hij steunde zijn halfbroer in het conflict met het Oversticht met een lening en steundeReinoud III, hertog van Gelre tijdens het Beleg van Tiel in 1350. De tegenstelling tussen moeder (Margretha) en zoon (Willem V) groeide meer en meer, waardoor Van Arkel hem ook verder in de strijd tegen Margaretha steunde. Hij kreeg daarbij de heerlijkheden van de Lek en Haastrecht toegewezen. Er werd een Kabeljauwse verbondsakte getekend, samen met drie andere Kabeljauwen, te weten Gerard III van Heemskerk, Gijsbrecht II van Nijenrode en Jan I van Egmont. Dit luidde de Hoekse en Kabeljauwse twisten in.

Zo krijgt Jan IV een belangrijk aandeel in de eerste strijd tussen Hoeken en Kabeljauwen. Hij nam deel aan den slag op de Maas (1351) en was opperbevelhebber bij het Beleg van Geertruidenberg (1351-1352). Zodra Willem V zich weer verzoende met de Hoeken in 1355 moest Jan IV weer wat landerijen inleveren, wat tot een conflict leidde dat pas in 1359 werd opgelost door middel van leengoederen.

Nadat Willem V wegens krankzinnigheid zijn regering moest neerleggen, stelde Jan IV zich tegenover Albrecht van Beieren op. Jan van Arkel zag liever dat hij en zijn aanhang het bestuur toevertrouwden aan Machteld van Lancaster (1358), vrouw van Willem V. De vrede kwam echter kort daarop tot stand.

Jan IV overleed in het voorjaar van 1360 en werd opgevolgd door zijn zoon Otto van Arkel.

Jan IV huwde in 1327 met Irmengarde van Kleef, dochter van Otto de graaf van Kleef (Zie Graven van Kleef nr. 11a). Dit huwelijk bracht flinke aanzien binnen het geslacht van Arkel en de graaf van Holland noemde hem Zijne lieve neve. Ze kregen vier kinderen samen:

  • Machteld (1330-1381), huwde Willem V van Horne, heer van Altena
  • Jan (1352†)
  • Otto van Arkel (Volgt 20)
  • Elizabeth (1365-1407), huwde Borre van Haamstede

Verder had hij vier bastaard kinderen:

  • Jan van Kervenem
  • Jan van der Donk
  • Jan van Wolferen
  • Goedeken van Arkel (De Hoghe) (Volgt Genealogie De Hoghe nr. 1).

 

19b. Margaretha van Arkel
Overleden 13 juni 1368. Dochter van Jan III van Arkel en Cunegonde van Virnenburg.
Zij huwde met Gijsbrecht III Both van der Eem, zoon van Gijsbert II Both van der Eem en Johanna van Steyn.
Hij was heer van Eem (Eemkerk, een tegenwoordig verdronken dorp in de Groote of Hollandsche Waard). Als weduwe was ze actief voor de zakelijke belangen van haar halfbroer Jan en stichtte (of herstichtte) ze het Minderbroederklooster (Utrecht). Ze is begraven in de Dom van Utrecht.
Dochter:

19c. Elisabeth van Arkel, vrouwe van Slingelandt
Geboren 1310 – overleden  ca. 1340. Dochter van Herbaren van Arkel en Odilia van Cuijk.
Zij was gehuwd met Jan Janszoon van den Tempel
Zoon:

  • Jan Jansz van den Tijmpel, gezegd van Slingelandt (ca. 1340 – ca. 1428)(Volgt Heren van Slingeland nr. 19b).

20. Otto van Arkel
Geboren ca.1330 – overleden 26 maart of 1 april 1396. Hij was heer van Arkel van 6 mei 1360 tot zijn dood.
Hij was een zoon van Jan IV van Arkel en Irmengarde van Kleef. Otto was oorspronkelijk tweede in lijn van opvolging, totdat zijn oudere broer Jan omkwam bij een paardentoernooi in Dordrecht 1352. Tijdens Otto’s bewind werden de landgoederen opnieuw uitgebreid. Zo werd de heerlijkheid Haastrecht opnieuw verkregen en werd Liesveld toegevoegd in 1379. Otto trad ook toe tot de adviseurs van Albrecht van Holland in 1381. Tevens maakte Otto aanspraak op het graafschap Kleef nadat Jan van Kleef, een oom van Otto’s moeder Irmengarde, overleed. Dit graafschap werd echter aan Adolf II van der Mark geschonken. Hierna zou er een grote vijandschap ontstaan tussen de Van Arkels en Van Kleefs.

In 1382 verleende Otto stadsrechten aan onder meer Gorinchem, Hagestein en Leerdam. Otto richtte zich de jaren daarna erop om van het kasteel Hagesteinen het dorp Gasperen een bolwerk te maken en tot stad te verheffen. Dit omdat hij voortdurend in conflict lag met de heren van Vianen, die hun gebied steeds meer naar het zuidwesten uitgebreid (Noordeloos, Meerkerk) hadden, waardoor verderop gelegen landerijen van Arkel geïsoleerd kwamen te liggen. Daarbij kwam nog dat de heren van Vianen voor de Hoekse-partij waren.

Otto van Arkel huwde in 1360 te Deventer met Elisabeth de Bar-Pierrepont (†1410), vrouwe van Pierrepont en erfdochter van Theobald van Bar-Pierrepont (Zie Graven van Bar nr. 10). Zij kregen samen een zoon en latere opvolger:

21. Jan V van Arkel
Geboren Gorinchem, 1362 – overleden Leerdam, 25 juli/augustus 1428. Hij was heer van Arkel, ambachtsheer van Haastrecht, Hagestein en stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland.

Hij was een zoon van Otto van Arkel en Elisabeth de Bar-Pierrepont. Jan V verkreeg in 1380 het ambachtsheerschap van Haastrecht en in 1382 dat van Hagestein. Na de dood van zijn vader in 1396 sloot hij zich aan bij de hofraad van de graaf van Holland.

Onder Albrecht van Beieren, graaf van Holland, werden er diverse schermutselingen omtrent de Hoekse en Kabeljauwse twisten uitgevochten. Jan V was een trouwe bondgenoot van Albrecht omdat beiden van de Kabeljauwse partij waren, maar tijdens een campagne tegen de Westfriezen kwam Jan V in conflict met Albrechts zoon Willem van Oostervant, daarbij speelde ook de affaire rond Aleid van Poelgeest een bijrol. Willem verkondigde aan zijn vader Albrecht dat Van Arkel geen trouw bondgenoot meer was, waarna Van Arkel zichzelf tot onafhankelijk heerser verklaarde. Jan van Arkel speelde daarna een belangrijke rol in de Arkelse oorlog (1401-1412). Hierbij leverde hij strijd met hoofdzakelijk de graaf van Holland. Uiteindelijk moesten de ‘Arkelsen’ het onderspit delven. Jan V van Arkel verloor zijn bezittingen, en moest de jaren 1415-1426 doorbrengen in gevangenschap. Enkele jaren later overleed hij (1428).

Jan van Arkel huwde op 18 oktober 1376 met Johanna van Gulik, dochter van hertog Willem II van Gulik (Zie Hertogen van Gulik nr. 13) en Maria van Gelre (Zie Hertogen van Gelre nr. 12),  erfgename van Gelre. Zij kregen samen twee kinderen:

  • Willem van Arkel (†Gorinchem, 1 december 1417)
  • Maria van Arkel (†IJsselstein, 1415) (Volgt 22) , die huwde met Jan II van Egmond (Zie Heren van Egmont nr. 18)

Voorts verwekte hij enkele bastaarden:

  • Otto († Utrecht, 1475), huwde met Jacobje van Arkel en had nakomelingen.
  • Henneke († 1420), die huwde met Jan van Egmond heer van Wateringen.
  • Dirk

Zijn vrouw was al vroeg gestorven, in 1394. Willem van Arkel, hun zoon, kwam om toen hij de stad Gorinchem, jarenlang Arkels bezit, probeerde te heroveren. Hij was toen naar schatting 30 tot 34 jaar oud. Aangezien Willem geen nakomelingen had – afgezien van vier bastaarddochters – kwam er een eind aan de Van Arkel-dynastie. Het Land van Arkel kwam grotendeels in handen van Holland en de hertog van Gelre.

22. Maria van Arkel
Overleden IJsselstein, 18 juli 1415.  Zij was een dochter van Jan V van Arkel en Johanna van Gulik.
Zij huwde met Jan II “met de Bellen” van Egmond (1385-1451), zoon van Arend van Egmont (Zie Heren van Egmont nr. 17a) en Jolanda van Leiningen (Zie Graven van Leiningen II nr. 7a).
Kinderen:

  • Arnold (-1473), was van 1423 tot 1465 en van 1471 tot zijn dood in 1473 hertog van Gelre en graaf van Zutphen.
  • Willem (1412-1483), stadhouder van Gelre (Volgt Heren van Egmont nr. 19)

Zie ook: 

Nazaten Heren van Arkel

 

Terug naar:

Heren en Vrouwen van…

© 31 augustus 2014 Verschillende malen bijgewerkt. Laatste keer op 7 juni 2017.