Leiden

 

Stad Leiden in 1649, door Joan Blaeu.

 

Leiden is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland.

Met 123.924 inwoners is Leiden, naar inwoneraantal gemeten, na Rotterdam, Den Haag en Zoetermeer de vierde gemeente van Zuid-Holland. Het aan elkaar vast gebouwde stedelijk gebied van Leiden (waar Oegstgeest, Voorschoten, Leiderdorp en Zoeterwoude bij gerekend worden) telt 206.647 inwoners. De door het CBS gedefinieerde stedelijke agglomeratie omvat bovendien Katwijk waarmee de Leidse agglomeratie 270.879 inwoners telt. Het stadsgewest Leiden omvat (CBS) ook Teylingen, Noordwijk en Noordwijkerhout waarmee het gehele stedelijk gebied van Leiden in totaal 348.868 inwoners heeft. Met 5646 inwoners per vierkante kilometer is de stad Leiden sinds 2014, na Den Haag, de dichtstbevolkte gemeente van Nederland.

De Sleutelstad, zoals de bijnaam van de stad, verwijzend naar het stadswapen, luidt, heeft de oudste universiteit van Nederland. Daarnaast is de stad bekend om de rijke geschiedenis en de oude binnenstad, met grachten, monumentale bouwwerken en hofjes.

De gemeente Leiden valt onder de Rechtbank Den Haag en de Regionale Eenheid Den Haag van de politie.

De naam Leithon komt voor het eerst voor in de goederenlijst van de Utrechtse Sint Maartenskerk die is opgesteld tussen 777 en 866. De oude spelling was Leyden. Een populaire maar onjuiste verklaring voor de naam Leiden is dat deze is afgeleid van de Romeinse nederzetting Lugdunum Batavorum. In werkelijkheid lag die nederzetting niet ter hoogte van Leiden, maar bij Katwijk. Deze verklaring gaat terug tot 1500, toen in de Renaissance een hernieuwde interesse ontstond voor de Romeinse Tijd.Later onderzoeking op taalkundig gebied bracht het inzicht dat de naam is afgeleid van een Oudnederlands sterk naamwoord leitha dat als gevolg van afslijting van inflexie lede werd in het Middelnederlands.De stad ontstond als dijkdorp aan de zuidzijde tegenover een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon genoemd. In de op deze heuvel gelegen burcht zetelde aanvankelijk een leenman van de bisschop van Utrecht, maar de burcht kwam omstreeks 1100 in handen van de graaf van Holland.
Het werd bestuurd door de Burggraven van Leiden.
De burcht van Leiden is een van de oudste nog bestaande voorbeelden van een burcht in Nederland. Het bouwwerk bevindt zich midden in Leiden, op de plek waar de twee armen van de Rijn samenvloeien. Het ronde bouwwerk bevindt zich op een motte, een kunstmatige heuvel, en kan worden betreden door een zandstenen poort.De gunstig gelegen nederzetting kreeg in 1266 bevestiging van de reeds eerder verleende stadsrechten en ontwikkelde zich met haar bloeiende lakennijverheid tot een van de grootste steden van het gewest Holland. In 1389, toen de bevolking tot ongeveer 4.000 was gegroeid, moest de stad worden uitgebreid met het stadsdeel tussen Rapenburg (tevoren de zuidrand van de stad) en de Witte Singel.In 1420 werd Leiden, in het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten veroverd door hertog Jan VI van Beieren. Op 1 maart 1512 stortte de ruim 100 meter hoge toren van de Pieterskerk bij een storm in. De toren, een van de hoogste van Nederland, werd nimmer herbouwd.

Te Leiden bevond zich ook Kasteel Paddenpoel.
De geschiedenis van het kasteel Paddenpoel (ook wel Poddikenpoel genoemd) is nauw verbonden met die van de Burcht van Leiden.  Dirk III van Wassenaar had als burggraaf de Burcht van Leiden in leen. Dat betekende echter niet dat hij ook daadwerkelijk in Leiden vertoefde. Vast staat dat de burchtgraaf eind veertiende eeuw verhuisde naar zijn kasteel Paddenpoel. Na zijn dood volgde zijn zoon Filips van Wassenaar hem op in deze functie.Deze Filips van Wassenaar werd in 1392 beschuldigd van de moord op Aleid van Poelgeest en haar metgezel Willem Cuser. Dit paar was goed bevriend met de graaf van Holland, Albrecht van Beieren. Graaf Albrecht liet in reactie op de moord beslag leggen op het burggrafelijke bezit en gaf bevel de huizen van de “moordenaars” plat te branden. Het is twijfelachtig of de burchtgraaf wel iets met de moord te maken heeft gehad, ook politieke motieven kunnen een grote rol hebben gespeeld. Ten tijde van de moord was dit deel van de Nederlanden namelijk verscheurd door de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Het lot van kasteel Paddenpoel was hoe dan ook bezegeld en het oordeel werd op 12 november 1393 voltrokken: het eerste burggrafelijke kasteel werd volledig verwoest.

Leidens ontzet 1574

In 1572 koos de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse landvoogd Requesens belegerde in 1574 de stad. Nadat dit beleg was afgeslagen – Leidens ontzet van 3 oktober 1574 – kreeg de stad in 1575 met de Universiteit Leiden de eerste universiteit van Nederland. De in vele bronnen gegeven verklaring dat stadhouder Willem van Oranje hiermee zijn erkentelijkheid aan de Leidenaren betuigde is enigszins twijfelachtig. Willem had namelijk een politiek/bestuurlijke reden voor de oprichting van een universiteit: de behoefte aan goed opgeleide getrouwen. De universiteit voert als motto Praesidium Libertatis, dat ‘bolwerk van de vrijheid’ betekent.

In de 17e eeuw kwam de stad tot grote bloei, dankzij de impuls die vluchtelingen uit Vlaanderen gaven aan de textielnijverheid. De stad, die voor het beleg van 1574 ongeveer 15.000 inwoners had geteld, waarvan tijdens het beleg ongeveer een derde deel het leven had verloren, was in 1622 tot 45.000 inwoners gegroeid en omstreeks 1670 werd zelfs een aantal van tegen de 70.000 bereikt. In de Gouden Eeuw was Leiden, na Amsterdam, de op één na grootste stad van Nederland. De bevolkingsgroei maakte een aanleg van nieuwe grachten en singels noodzakelijk. Het huidige centrum van Leiden, herkenbaar aan het singelpatroon, werd in 1659 voltooid.

In de 18e eeuw raakte de textielnijverheid in verval, door protectionistische maatregelen in Frankrijk en de lonen, die vanwege de kosten van levensonderhoud in het gewest Holland relatief hoog moesten zijn. Het gevolg was een gestadige daling van het inwonertal van Leiden, dat eind 18e eeuw tot 30.000 was gedaald en omstreeks 1815 een dieptepunt van 27.000 zou bereiken.

Buskruitramp te leiden in 1807.

Op 12 januari 1807 vond de Leidse buskruitramp plaats, waarbij ongeveer 150 burgers om het leven kwamen. Koning Lodewijk Napoleon bezocht persoonlijk de stad om de hulp aan de slachtoffers te coördineren. Op de plaats van de door de ontploffing veroorzaakte “ruïne” werden later het Van der Werfpark en het Kamerlingh Onnes Laboratorium aangelegd.

In 1842 werd de voor Leiden zeer belangrijke spoorlijn naar Haarlem in gebruik genomen.

In 1866 werd de stad getroffen door de laatste grote epidemie (cholera) die in 1868 leidde tot de start van de bouw van het nieuw Academisch Ziekenhuis.

In 1883 werd niet alleen Leiden, maar ook de rest van Nederland, opgeschrikt door het nieuws van de arrestatie van de Maria Swanenburg, bijgenaamd Goeie Mie, een gifmengster die in enkele jaren tijd minstens 27 slachtoffers had gemaakt.

Mede dankzij de spoorlijn was in de 19e eeuw enige verbetering opgetreden in de desolate sociaal-economische situatie, maar het aantal inwoners was omstreeks 1900 nog steeds niet ver boven de 50.000 opgeklommen. Pas in 1896 begon Leiden zich uit te breiden buiten de 17e-eeuwse singels.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Leiden zwaar getroffen door geallieerde bombardementen. De omgeving van het station en de Marewijk (tegenwoordig de omgeving van het Schuttersveld en de Schipholweg) werden vrijwel geheel met de grond gelijk gemaakt. Het historische centrum is gespaard gebleven.

Het huidige Leiden profileert zich vooral als een centrum van wetenschappelijke kennis en nieuwe technologie. Daarnaast speelt ook het toerisme een steeds belangrijkere rol in deze historische vestingstad.

Wapen van Leiden (1816 -1949)

Het wapen van Leiden werd op 16 juli 1816 bij koninklijk besluit verleend.

De officiële heraldische beschrijving luidt als volgt:

“Van zilver, beladen met 2 sleutels van keel, geplaatst en sautoir. Het wapen gedekt met eene kroon met 5 fleurons, alles van goud en vastgehouden door twee leeuwen van keel.”

 

Wapen van Leiden sinds 1950.

Het Leidse stadswapen sinds 1950 bestaat uit een wit of zilveren schild met twee gekruiste rode sleutels. De officiële heraldische beschrijving luidt:

“In zilver twee schuingekruiste sleutels van keel; het schild van achteren gehouden met de linkervoorklauw door een strijdbare leeuw van keel, in de rechter voorklauw opgeheven houdende in schuinslinkse stand een ontbloot zwaard van zilver met gouden gevest. Het geheel geplaatst op een vestingwal van steen in de natuurlijke kleur, waarin met Latijnse letters van sabel gebeiteld de wapenspreuk ‘Haec Libertatis Ergo’.”(Dit omwille van de vrijheid), dat verwijst naar de tijd van het Nederlandse verzet tegen de Spanjaarden in de zestiende eeuw. De linkerklauw van de leeuw rust op een zilveren schild met twee gekruiste, rode sleutels. In zijn rechterklauw bevindt zich een opgeheven, zilveren zwaard met gouden gevest.Het wapen verwijst naar Petrus, de schutspatroon van de stad en naamgever van de voornaamste kerk, de Pieterskerk. Petrus zou van Jezus de sleutels van de hemel hebben ontvangen en was daarmee in de opvatting van de Rooms-Katholieke Kerk de grondlegger van het pausdom, dat wil zeggen dat hij, na de hemelvaart van Jezus, diens plaatsvervanger was op aarde, evenals de daarop volgende pausen. Vandaar dat vergelijkbare sleutels als die van Leiden voorkomen in het wapenschild van het Vaticaan.
Bron: Wikipedia – Leiden

Voorouders van mij uit Leiden:

Burggraven van Leiden: 

  • Alewijn I  van Leyden van Wassenhoven (1050 – 1110)
  • Alewijn II van Leyden van Wassenaer (1080 – 1121)
  • Alewijn III van Leyden van Pendrecht (1110 – 1198)
  • Halewin van Leyden (1130 – 1198) 
  • Jacob van Leiden (1186 -1241)
  • Kerstine van Leiden (1220 – 1254), dochter van Jacob, burggraaf van Leiden 1201-1241, erfdochter van het Leids burggraafschap en de ambacht Leiderdorp en Oegstgeest. Zij trouwde te trouwde Leiden met:
  • Dirk van Cuijck (1205 – 1260). Hij werd door graaf Willem II aangesteld tot burggraaf van Leiden tussen 1240 en 1243 na het overlijden van burggraaf Jacob.
  • Hendrick van Cuijck . Geboren omstreeks 1245 te Leiden, overleden 12 januari 1319.  Burggraaf van Leiden 1266-1319.
    Alveradis van Cuijck (van Leijden) Geboren Leiden omstreeks 1285. Dochter van Hendrick van Cuijck en Halewine van Egmont. Zij trouwde voor 1307 met:
  • Dirck II  van Wassenaer (1280 – 1319).  Door huwelijk burggraaf van Leiden.
  • Filips III  van Wassenaer (1307 – 1348). Zoon van Dirck II van Wassenaer en Alveradis van Cuyck. Burggraaf van Leiden.
  • Dirk III  van Wassenaer. Zoon van Dirck II van Wassenaar en Elisabeth van der Dussen. Burrggraaf van Leiden.
  • Floris V van Holland
    Geboren Leiden op 24 juni 1254, overleden (vermoord) te Muiderberg op 27 juni 1296), bijgenaamd der keerlen god (god van de kerels, van de gewone man), was graaf van Holland en Zeeland en vanaf 1291 liet hij zich ‘heer van Friesland‘ noemen, ofschoon hij alleen in West-Friesland feitelijke macht uitoefende. Floris V was de zoon van graaf Willem II, die tevens rooms-koning was, en van Elisabeth van Brunswijk.

Terug naar:

Dorpen en Steden

  facebook        

© 27 januari 2018