
Slot Kranenburg en het vroege Bleiswijk
Langs de kronkelende oevers van de Rotte, in het moerassige gebied dat later bekend zou staan als de Klappolder bij Bleiswijk, verrees in de 11e eeuw een indrukwekkend bouwwerk: slot Kranenburg. Het was Alewijn II van Leyden van Wassenaer, telg uit een van de oudste adellijke geslachten van Holland, die het initiatief nam om hier een ridderhofstad te stichten. In een tijd waarin het Hollandse landschap nog grotendeels bestond uit veen, kreken en ontginningsdorpen, vormde Kranenburg een strategisch en symbolisch baken van macht.
De ligging aan de Rotte was geen toeval. Deze rivier was eeuwenlang een levensader voor handel, transport en militaire bewegingen. Een versterkt huis op deze plek gaf controle over het omliggende land en bood bescherming aan de ontginningen die in volle gang waren. Rond Kranenburg ontwikkelde zich langzaam een nederzetting die zou uitgroeien tot het latere Bleiswijk.
Hoewel het slot in zijn tijd een markant centrum van adellijke invloed was, is het lot ervan in nevelen gehuld. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten — de felle machtsstrijd die Holland in de 14e en 15e eeuw verscheurde — zouden talloze kastelen, versterkingen en ridderhofsteden in vlammen opgaan. Kranenburg lijkt een van die slachtoffers te zijn geweest. Geen steen, geen fundament, geen tastbaar spoor is ooit teruggevonden. Alleen de naam en de verhalen herinneren nog aan zijn bestaan.
Toch bleef het gebied zich ontwikkelen. In 1267 duikt in schriftelijke bronnen voor het eerst een kerk in Bleiswijk op.
Dat is veelzeggend: een kerk werd pas gebouwd wanneer een gemeenschap voldoende omvang en betekenis had. Bleiswijk was op dat moment al een (hoge) Heerlijkheid, wat betekent dat het gebied een eigen bestuur kende, rechtspraak uitoefende en onder leiding stond van een heer met aanzienlijke privileges. De aanwezigheid van zowel een ridderhofstad als een kerk toont hoe dit veengebied zich in de middeleeuwen ontwikkelde tot een volwaardige, bestuurlijke kern in het landschap van Holland.
Zo vormt het verhaal van Kranenburg en Bleiswijk een fascinerend hoofdstuk in de geschiedenis van Holland: een verhaal van ontginning, adel, strijd en groei — waarvan de sporen soms verdwenen zijn, maar de echo’s nog altijd doorklinken in de namen en het landschap van vandaag.
____________________________________________________________________________________________________________
Het Verhaal van Bartholomeus van Cranenburch
en zijn nazaten
EERSTE GENERATIE
1. Bartholomeus van Cranenburch
Een leven tussen adel, land en kerk
In het midden van de 13e eeuw, een tijd waarin het graafschap Holland zich ontwikkelde tot een steeds machtiger gebied binnen de Lage Landen, werd Bartholomeus van Cranenburch geboren. Rond 1225 zag hij het levenslicht als zoon van Dirk I van Wassenaer en Bertha van Rijswijk, twee namen die behoorden tot de oude Hollandse adel.
De familie Van Wassenaer was al generaties lang verweven met de bestuurlijke en militaire elite van het graafschap, en Bartholomeus groeide op in een wereld waarin landbezit, leenverhoudingen en politieke loyaliteit de koers van een mensenleven bepaalden.
Heer van Cranenburg
Het zwaartepunt van zijn bestaan lag in Bleiswijk, waar de ridderhofstad Cranenburg stond — een versterkt huis aan de oevers van de Rotte, strategisch gelegen in een gebied dat toen nog volop in ontginning was. Op 30 augustus 1276 droeg zijn vader dit huis en de bijbehorende rechten officieel aan hem over. Daarmee werd Bartholomeus de nieuwe Heer van Cranenburg, een positie die niet alleen aanzien bracht, maar ook verantwoordelijkheden: bescherming van het land, rechtspraak binnen de heerlijkheid en het beheer van de lokale ontginningen.
Als onderdeel van zijn leenverhouding werd hij bovendien beleend met een rente van 2,5 pond Hollands, afkomstig uit de tienden van Zoetermeer. Dat betekende dat hij jaarlijks een deel van de opbrengst van de landbouw in dat gebied ontving — een belangrijke bron van inkomsten in een tijd waarin het veenlandschap steeds intensiever werd ontgonnen en in cultuur gebracht.
In 1286 duikt zijn naam opnieuw op in de bronnen, een teken dat hij actief deelnam aan het bestuurlijke en adellijke leven van zijn tijd.
Huwelijk en familiebanden
Bartholomeus versterkte zijn positie door een huwelijk met Godilt van Bleyswyck, geboren rond 1230 en dochter van Gijsbrecht I Bokel, heer van Bleiswijk. Zij stamde uit het Huis van Weena, een geslacht dat nauw verbonden was met de vroege machtsstructuren rond Rotterdam en Schieland. Het huwelijk verenigde twee invloedrijke families in een regio die volop in ontwikkeling was.
Samen kregen zij drie kinderen:
- Engelbert I van Cranenburg, die later zelf zes kinderen zou krijgen (Volgt 2)
- Kerstant van Cranenburg
- Hein van Cranenburg
Deze kinderen zetten de familielijn voort in een tijd waarin adellijke geslachten hun macht vooral ontleenden aan erfopvolging, huwelijken en het beheer van landerijen.
Van ridderhofstad naar kerkelijke waardigheid
Het leven van Bartholomeus nam een opmerkelijke wending na het overlijden van zijn vrouw Godilt in 1280.
Zoals vaker gebeurde bij weduwnaars uit de adel, vooral wanneer hun erfgenamen volwassen waren, koos hij voor een geestelijke loopbaan. Hij trad toe tot de kerk en bereikte een hoge positie: hij werd domproost van Utrecht, een van de belangrijkste functies binnen het kapittel van de Domkerk.
Sommige bronnen noemen hem zelfs domdecaan, wat zijn aanzien binnen de kerk nog verder zou onderstrepen.
Deze overgang van wereldlijke macht naar geestelijke waardigheid was niet ongebruikelijk in de 13e eeuw.
De kerk bood invloed, stabiliteit en een rol in het intellectuele en bestuurlijke centrum van het bisdom Utrecht, dat destijds een van de machtigste geestelijke vorstendommen van Noordwest-Europa was.
Het wapen van een oud geslacht
Het familiewapen van Bartholomeus weerspiegelt zijn afkomst en status: een zwart schild met drie zilveren wassenaars — wassende maansikkels, een oud symbool dat in meerdere takken van de familie Van Wassenaer voorkomt. Op de gekroonde helm prijkt de kop en hals van een brak, een jachthond met stompe snuit en rood getongd. Het wapen verbindt hem met een traditie die teruggaat tot de vroege middeleeuwen en die tot op de dag van vandaag herkenbaar is in heraldiek en regionale geschiedenis.
Einde van een tijdperk
Bartholomeus van Cranenburch overleed in 1308, op een moment waarop het middeleeuwse Holland zich snel ontwikkelde en de machtsverhoudingen tussen adel, steden en kerk begonnen te verschuiven. Zijn leven weerspiegelt de wereld van de 13e-eeuwse Hollandse edelman: geworteld in land en leen, verbonden door huwelijk en familie, en uiteindelijk opgenomen in de geestelijke elite van Utrecht.
Hoewel het slot Cranenburg zelf later zou verdwijnen — vermoedelijk tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten — leeft de naam voort in de geschiedenis van Bleiswijk en in de genealogieën van de Hollandse adel…
____________________________________________________________________________________________________________
TWEEDE GENERATIE
2. Engelbert I van Cranenburg
Een edelman tussen Bleiswijk en Den Haag
Rond 1255 werd in het veenrijke gebied van Bleiswijk een zoon geboren in een van de oudste adellijke families van Holland: Engelbert I van Cranenburg. Hij was het kind van Bartholomeus van Cranenburch, heer van de ridderhofstad Cranenburg, en Godilt van Bleyswyck, telg uit het Huis van Weena. Zijn geboorteplaats was vrijwel zeker het kasteel Cranenburch, gelegen aan de Rotte, een strategisch bolwerk in een tijd waarin het Hollandse landschap nog volop in ontginning was.
Een jeugd in een adellijk huis
Als zoon van een welgeboren heer groeide Engelbert op in een wereld waarin landbezit, leenrechten en familiebanden de fundamenten vormden van macht. De familie Van Cranenburg maakte deel uit van de regionale elite die het gebied tussen Rotterdam, Zoetermeer en Den Haag bestuurde. De jonge Engelbert leerde al vroeg wat het betekende om “welgeboren” te zijn: iemand van adellijke afkomst die riddermatig leefde, met alle plichten en verwachtingen die daarbij hoorden.
Ridder en landeigenaar
Tussen 1305 en 1308 wordt Engelbert in de bronnen vermeld als ridder, een titel die niet alleen militaire bekwaamheid vereiste, maar ook aanzien en financiële draagkracht. Zijn positie in de Hollandse ridderschap bevestigde zijn rol binnen de regionale machtstructuren.
Opmerkelijk is dat hij in 1334 wordt aangeslagen voor landhure op “die Gheest”, een gebied tussen de Loosduinse- en Scheveningseweg in het Haagambacht. Dit was een hoger gelegen zandige strook — een geest — waar zich een kapel bevond die waarschijnlijk de voorloper was van de latere Sint-Jacobskerk in Den Haag. De aanwezigheid van de familie Van Cranenburg in dit gebied wijst op een verschuiving van hun machtsbasis richting het groeiende Haagse centrum.
Verhuizing naar Eikenduinen
In de loop van zijn leven verliet Engelbert het Bleiswijkse kasteel van zijn voorouders. Hij vestigde zich in Eikenduinen, een gebied ten zuidwesten van Den Haag dat in de middeleeuwen bekend stond om zijn klooster, hofsteden en duinlandschap. Zijn zoons Willem, Jan en Dirc gingen met hem mee. Zijn broers Kerstant en Hein trokken naar een hofstede aan de Haagse Beek, deels gelegen in het huidige Segbroek. Zo verspreidde de familie zich over het gebied dat later de kern van Den Haag zou vormen.
Deze verhuizing weerspiegelt een bredere ontwikkeling in de 13e en 14e eeuw: de opkomst van Den Haag als bestuurlijk centrum rond het grafelijk hof, waardoor adellijke families zich steeds vaker in de omgeving vestigden.
Het wapen van Engelbert
Het persoonlijke wapen van Engelbert I van Cranenburg was opvallend en symbolisch geladen: een kraanvogel op een gouden veld, blauw van kleur, met rode poten en snavel, en in zijn rechterpoot een steen.
De kraanvogel met steen is een klassiek symbool van waakzaamheid: de vogel zou de steen laten vallen zodra hij in slaap dreigde te vallen, zodat hij onmiddellijk wakker werd. Voor een ridder en landeigenaar was dit een passend embleem — een teken van alertheid, trouw en verantwoordelijkheid.
Familie en nageslacht
Engelbert was gehuwd, al is de naam van zijn vrouw niet overgeleverd. Samen kregen zij een omvangrijk gezin, dat de familielijn verder zou verspreiden over Holland:
- Willem Engelbrechtsz van Cranenburch (± 1295 – …)
- Dirck Engelbrechtsz van Cranenburch (± 1295 – …) (Volgt 3)
Gehuwd met Elisabeth van Beieren, vader van vijf kinderen - Everardus Engelbrechtsz van Cranenburch (± 1297 – …)
- Jan Engelbrechtsz van Cranenburch (± 1300 – < 1367)
- Philips Engelbrechtsz van Cranenburch (± 1307 – …)
- Ghisebrecht Engelbrechtsz van Cranenburch (± 1308 – …)
Deze zonen vormden de basis voor meerdere takken van de familie, die zich in de 14e eeuw steeds meer richting Den Haag oriënteerden.
Einde van een leven in een veranderende wereld
Engelbert overleed in 1320, in een periode waarin het graafschap Holland zich snel ontwikkelde en de macht van steden en grafelijke instellingen toenam. Zijn leven vormt een schakel tussen het oude Bleiswijkse ridderdom van zijn voorouders en de opkomst van Den Haag als nieuw centrum van macht en adel.
Zijn naam leeft voort in de genealogieën van de Hollandse adel, in de geschiedenis van Bleiswijk en Den Haag, en in het wapen dat zijn waakzame kraanvogel toont — een passend symbool voor een man die zijn leven lang de brug vormde tussen land, familie en plicht…
____________________________________________________________________________________________________________
DERDE GENERATIE
3. Dirck Engelbrechtsz van Cranenburg
Een edelman in het hart van het Hollandse machtscentrum
Omstreeks 1295 werd in de omgeving van Bleiswijk of Den Haag een zoon geboren in een familie die al generaties lang tot de Hollandse adel behoorde: Dirck Engelbrechtsz van Cranenburg. Hij was een zoon van Engelbert I van Cranenburg, ridder en landeigenaar, en groeide op in een wereld waarin adellijke status, leenrechten en militaire plicht nauw met elkaar verweven waren. De familie Van Cranenburg had haar wortels bij het oude slot Cranenburg in Bleiswijk, maar in Dircks tijd verschoof het zwaartepunt van hun invloed naar het gebied rond Den Haag.
Een jeugd in Eikenduinen
Dirck bracht zijn jeugd door in Eikenduinen, een gebied ten zuidwesten van Den Haag dat in de middeleeuwen bekend stond om zijn hofsteden, duinen en het nabijgelegen klooster. Het was een regio waar steeds meer adellijke families zich vestigden, aangetrokken door de nabijheid van het grafelijk hof in Den Haag. Hier leerde Dirck de vaardigheden die van een jonge edelman werden verwacht: paardrijden, jagen, wapengebruik en het beheer van landerijen.
Zijn vader Engelbert leefde riddermatig en bezat aanzienlijke gebieden, en Dirck trad duidelijk in zijn voetsporen.
De bronnen noemen hem ridder, een titel die niet alleen militaire bekwaamheid vereiste, maar ook een zekere rijkdom en sociale status.
Een huwelijk dat de familie omhoogtilde
Dirck sloot een bijzonder prestigieus huwelijk. Hij trouwde met Elisabeth van Beieren, dochter van Margaretha van Beieren, gravin van Holland en Henegouwen, en van keizer Lodewijk van Beieren.
Elisabeth was bovendien de zuster van hertog Albrecht van Beieren, die later graaf van Holland werd.
Dit huwelijk plaatste Dirck in de directe nabijheid van de hoogste kringen van de Europese adel. Het was uitzonderlijk dat een Hollandse ridder uit een regionaal adellijk geslacht huwde binnen de familie van een keizer en een regerend grafelijk huis. Het bevestigt dat de Van Cranenburgs in deze periode aanzienlijke invloed hadden opgebouwd.
Een rol in de regionale politiek
Dirck verschijnt in de bronnen als een man die actief deelnam aan het bestuurlijke en juridische leven van zijn tijd. Op Victorsdag 1330 bezegelde hij samen met zijn broer Willem en andere edelen een verdrag tussen Heer Willem van Oudshoorn, heer van Aarlanderveen en Rijnenburg, en diens broer Dirck van Oudshoorn. Het feit dat Dirck als getuige en zegelaar optrad, toont zijn positie binnen de ridderschap en zijn betrokkenheid bij regionale machtsverhoudingen.
Jager en landeigenaar
Dirck wordt in de overlevering ook genoemd als jager, een rol die in de middeleeuwen nauw verbonden was met adellijke status. Jachtrechten waren voorbehouden aan de adel en gingen vaak samen met het bezit van grote landerijen. Dat Dirck als jager wordt genoemd én een omvangrijk gebied bezat, bevestigt dat hij een welgeboren man was die een riddermatig leven leidde — precies zoals zijn vader voor hem.
Het wapen van Dirck
Zijn wapen was een variatie op het oude familiewapen, maar met een eigen karakter: op een rood veld drie zilveren kraanvogels, links gekeerd, in de rangschikking 2-1, elk met een steen in de opgeheven rechterpoot.
De kraanvogel met steen is een klassiek symbool van waakzaamheid en discipline. Het dier zou de steen laten vallen zodra het in slaap dreigde te vallen, waardoor het onmiddellijk wakker werd. Voor een ridder die verantwoordelijk was voor land, mensen en rechtspraak was dit een passend embleem.
Nageslacht
Dirck en Elisabeth kregen meerdere kinderen, die de familielijn verderzetten:
- Dieric van Cranenburch
- Aechte van Cranenburg
- Engelbert II van Cranenburg († 1421), gehuwd met Lijsbeth Jan Mouwerijnsdr, jonkvrouwe van Burghersdijk; zij kregen één zoon (Volgt 4)
- Johanna van Cranenburch (± 1345 – …)
- Joannes van Cranenburch (± 1345 – …)
Met deze generatie verspreidde de familie zich verder over het gebied rond Den Haag, waar zij in de 14e en 15e eeuw een vaste plaats innam binnen de regionale adel.
Einde van een leven in een veranderend Holland
Dirck overleed in 1355, in een tijd waarin het graafschap Holland steeds centraler werd bestuurd en Den Haag zich ontwikkelde tot het politieke hart van de regio. Zijn leven vormt een schakel tussen de Bleiswijkse oorsprong van de familie en hun latere rol in het machtscentrum rond het grafelijk hof.
Hij was een ridder, landeigenaar, jager en echtgenoot van een vrouw uit een van de machtigste dynastieën van Europa — een combinatie die zijn plaats in de geschiedenis van de Hollandse adel stevig verankert…
____________________________________________________________________________________________________________
VIERDE GENERATIE
4. Engelbert II van Cranenburg
Een edelman tussen Bleiswijk en Eikenduinen
In de tweede helft van de 14e eeuw leefde Engelbert II van Cranenburg, een man die zowel door geboorte als door huwelijk stevig verankerd was in de hogere Hollandse adel. Hij was de zoon van Dirck Engelbrechtsz van Cranenburg, ridder en landeigenaar, en Elisabeth van Beieren, dochter van een keizerlijke en grafelijke dynastie. Via zijn moeder was Engelbert verwant aan het regerende huis van Holland, wat zijn positie binnen de regionale elite aanzienlijk versterkte.
Erfgenaam van Bleiswijk en Eikenduinen
Engelbert II erfde het oude familiebezit Cranenburg te Bleiswijk, een heerlijkheid die terugging tot de 11e eeuw en ooit het centrum vormde van de macht van de familie Van Cranenburg. Hoewel het oorspronkelijke slot in de loop der eeuwen verdwenen was, bleef het landbezit en de naam een belangrijk onderdeel van de familie-identiteit.
Daarnaast ontving Engelbert in 1367 een tweede belangrijk bezit: de hofstede Cranenburg te Eikenduinen, die hij erfde van zijn oom Willem van Cranenburg. Op 29 juni 1367 werd hij officieel met deze hofstede beleend. Eikenduinen, gelegen in het duingebied ten zuidwesten van Den Haag, was in de middeleeuwen een aantrekkelijk gebied voor adellijke families vanwege de nabijheid van het grafelijk hof en de vruchtbare gronden langs de Haagse Beek.
Deze combinatie van Bleiswijkse en Haagse bezittingen maakte Engelbert tot een aanzienlijk landeigenaar in een tijd waarin grondbezit de basis vormde van macht, inkomen en invloed.
Leenman van de Graaf van Holland
Engelbert II trad op als leenman van de Graaf van Holland, wat betekende dat hij zijn bezittingen hield in ruil voor trouw, militaire steun en bestuurlijke taken. In de 14e en 15e eeuw was het leenstelsel nog steeds een van de belangrijkste structuren binnen de Hollandse adel. Als leenman maakte Engelbert deel uit van het netwerk van edelen dat de graaf ondersteunde in bestuur, rechtspraak en oorlogvoering.
Huwelijk en familiebanden
Engelbert huwde met Lijsbeth Jan Mouwerijnsdr, jonkvrouwe van Burghersdijk. Zij was de dochter van Jan Diercxz Mouwerijn en Katelijne Willemsdr, en bracht via haar familie nieuwe verbindingen en bezittingen in. Lijsbeth was bovendien beleend met een goed in Maasland, wat de geografische spreiding van de familiebezittingen verder vergrootte.
Lijsbeth overleed in 1420, slechts een jaar voordat Engelbert zelf stierf.
Het recht op zwanen — een teken van status
Toen Engelbert in 1421 overleed, ging het leen van Eikenduinen over op zijn zoon Jan van Cranenburg.
Bij deze overdracht hoorde ook een bijzonder privilege: het recht om twee zwanen te houden op het Wijndaeler Meer.
Zwanenrechten waren in de middeleeuwen een exclusief adellijk voorrecht. Zwanen golden als statussymbolen en waren vaak verbonden aan jachtrechten of ceremoniële functies. Dat de familie Van Cranenburg dit recht bezat, onderstreept hun positie binnen de regionale elite.
Nageslacht
Engelbert II had één zoon:
- Jan van Cranenburg (1370–1447)
Gehuwd met Beatrix Gerritsdr, uit welk huwelijk één zoon werd geboren (Volgt 5)
Met Jan zette de familie haar aanwezigheid in het gebied rond Den Haag en Bleiswijk voort, in een tijd waarin de adel zich steeds meer richtte op bestuurlijke functies en stedelijke netwerken.
Einde van een tijdperk
Met de dood van Engelbert II in 1421 sloot zich een hoofdstuk in de geschiedenis van de familie Van Cranenburg. Hij was een schakel tussen de middeleeuwse ridderadel van de 13e eeuw en de meer bestuurlijk georiënteerde adel van de 15e eeuw. Zijn leven weerspiegelt de verschuiving van Bleiswijkse wortels naar de invloedssfeer van Den Haag, waar de familie zich blijvend zou vestigen…
____________________________________________________________________________________________________________
VIJFDE GENERATIE
5. Jan van Cranenburg
Een edelman in het Haagse duinlandschap
Rond 1370 werd Jan van Cranenburg geboren als zoon van Engelbert II van Cranenburg en Lijsbeth Jan Mouwerijnsdr. Hij groeide op in een familie die al eeuwenlang deel uitmaakte van de Hollandse adel en die haar wortels had in Bleiswijk, maar inmiddels stevig verankerd was in het gebied rond Den Haag. De Van Cranenburgs behoorden tot de regionale elite die nauw verbonden was met het grafelijk bestuur en het leenstelsel van het graafschap Holland.
Erfgenaam van Eikenduinen
Toen zijn vader in 1421 overleed, werd Jan officieel beleend met de hofstede Cranenburg te Eikenduinen. Deze hofstede, gelegen in het duingebied ten zuidwesten van Den Haag, was al generaties in handen van de familie. Het was een strategische locatie: dicht bij het grafelijk hof, bij de Haagse Beek en bij de vruchtbare gronden die het duinlandschap doorsneden.
Met de hofstede erfde Jan ook een bijzonder privilege: het recht om twee zwanen te houden op het Wijndaeler Meer.
Zwanenrechten waren in de middeleeuwen een exclusief adellijk voorrecht. Zwanen golden als statussymbolen en waren vaak verbonden aan jachtrechten of ceremoniële functies. Dat Jan dit recht bezat, onderstreept zijn positie binnen de regionale adel.
Een leven in een veranderend Holland
Jan leefde in een periode waarin het graafschap Holland sterk in beweging was. De 15e eeuw bracht politieke spanningen, economische groei en een toenemende invloed van steden zoals Delft, Leiden en Den Haag. De adel speelde nog steeds een belangrijke rol, maar moest zich steeds meer verhouden tot stedelijke elites en een centraliserend grafelijk bestuur.
Als leenman van de graaf en beheerder van de hofstede Cranenburg maakte Jan deel uit van deze veranderende wereld. Zijn positie was geworteld in traditie, maar zijn leven speelde zich af in een tijd waarin de middeleeuwen langzaam overgingen in een nieuwe fase van bestuur en samenleving.
Huwelijk en nageslacht
Jan was gehuwd met Beatrix Gerritsdr, over wie weinig bekend is, maar die waarschijnlijk afkomstig was uit een welgestelde of adellijke familie uit de regio.
Samen kregen zij één zoon:
- Floris Jansz van Cranenburg, gehuwd met een onbekende vrouw, vader van één zoon (Volgt 6)
Met Floris zette de familie haar lijn voort, al lijkt de omvang van de familie in deze generatie kleiner te zijn dan in de eeuwen ervoor. Dit past in een bredere trend: veel adellijke families zagen in de 15e eeuw hun bezittingen en invloed verschuiven of consolideren.
Einde van een lange levenslijn
Jan overleed in 1447, op een leeftijd die voor zijn tijd uitzonderlijk hoog was. Zijn leven overspant een periode waarin de wereld om hem heen veranderde, maar waarin de familie Van Cranenburg haar positie wist te behouden. Met hem eindigde een hoofdstuk dat terugging tot de vroege middeleeuwen, toen zijn voorouders het slot Cranenburg in Bleiswijk stichtten.
Zijn nalatenschap leefde voort in zijn zoon Floris en in de herinnering aan een familie die eeuwenlang een rol speelde in het landschap tussen Bleiswijk, Den Haag en de Hollandse duinen…
____________________________________________________________________________________________________________
ZESDE GENERATIE
6. Floris Jansz. van Cranenburg
Een edelman in een nieuwe tijd
In 1404 werd Floris Jansz van Cranenburg geboren, als zoon van Jan van Cranenburg en Beatrix Gerritsdr.
Hij groeide op in een familie die al eeuwenlang deel uitmaakte van de Hollandse adel en die haar wortels had in Bleiswijk, maar inmiddels stevig verankerd was in het gebied rond Den Haag en Eikenduinen. De Van Cranenburgs waren geen machtige hoge edelen, maar behoorden tot de oude ridderschap die haar status ontleende aan landbezit, leenrechten en een lange genealogische traditie.
Een jeugd in het duinlandschap
Floris groeide op in een periode waarin het graafschap Holland zich snel ontwikkelde. Den Haag was uitgegroeid tot het bestuurlijke centrum van de graven van Holland, en families zoals de Van Cranenburgs profiteerden van hun nabijheid tot dit machtscentrum. De hofstede Cranenburg in Eikenduinen, die zijn vader in 1421 erfde, vormde het hart van het familieleven.
Het duinlandschap rond Eikenduinen, met zijn hofsteden, waterlopen en jachtrechten, bood een omgeving waarin adellijke families hun traditionele levenswijze konden voortzetten, zelfs terwijl de wereld om hen heen veranderde.
Een leven in de schaduw van grote veranderingen
Floris leefde in een tijd waarin de middeleeuwse structuren begonnen te verschuiven. De 15e eeuw bracht:
- de groei van steden zoals Delft, Leiden en Gouda
- de opkomst van nieuwe bestuurlijke elites
- de toenemende invloed van Bourgondische hertogen in de Lage Landen
Voor families zoals de Van Cranenburgs betekende dit dat hun rol subtiel veranderde. Zij bleven leenmannen en landeigenaren, maar moesten zich steeds meer verhouden tot stedelijke macht en Bourgondische centralisatie.
Hoewel er weinig concrete bronnen over Floris’ activiteiten zijn, wijst zijn positie als erfgenaam van de hofstede Cranenburg erop dat hij verantwoordelijk was voor het beheer van land, pacht, rechtspraak en lokale verplichtingen binnen het leenstelsel.
Huwelijk en nageslacht
Floris huwde een vrouw van wie de naam niet is overgeleverd. Dit komt vaker voor in genealogieën van de lagere adel, waar vooral de mannelijke lijn werd vastgelegd. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren:
- Claes Florisz van Cranenborch (1442–1502) (Volgt 7)
Hij trouwde eveneens met een onbekende vrouw en kreeg één zoon.
Met Claes zette de familie haar lijn voort in een tijd waarin de Bourgondische Nederlanden steeds meer vorm kregen en de adel zich moest aanpassen aan nieuwe politieke structuren.
Einde van een lange levenslijn
Floris overleed in 1464, op een moment waarop de middeleeuwen langzaam overgingen in de vroegmoderne tijd. Zijn leven vormt een schakel tussen de oude ridderlijke tradities van zijn voorouders en de nieuwe wereld die zijn zoon en kleinzoon zouden betreden.
Hoewel hij geen grote politieke rol speelde, was Floris een belangrijke drager van de familietraditie: een edelman die het erfgoed van Bleiswijk en Eikenduinen voortzette en doorgegeven heeft aan de volgende generatie…
____________________________________________________________________________________________________________
ZEVENDE GENERATIE
7. Claes Florisz. van Cranenborch
Een edelman op de drempel van een nieuwe tijd
In 1442 werd Claes Florisz. van Cranenborch geboren, als zoon van Floris Jansz. van Cranenburg. Hij behoorde tot een familie die al sinds de 11e eeuw in de bronnen verschijnt en die haar wortels had in Bleiswijk, Eikenduinen en het duingebied rond Den Haag. De Van Cranenborchs waren geen hoge edelen, maar wel een oud riddermatig geslacht dat zijn status ontleende aan landbezit, leenrechten en een lange genealogische traditie.
Een leven in een veranderend Holland
Claes leefde in een periode van grote veranderingen. De 15e eeuw was de tijd van de Bourgondische hertogen, die het graafschap Holland steeds sterker centraliseerden. Steden als Delft, Leiden en Den Haag groeiden snel, en de traditionele adel moest zich aanpassen aan een wereld waarin stedelijke elites steeds meer invloed kregen.
Hoewel er weinig directe bronnen over Claes’ persoonlijke activiteiten zijn, is het aannemelijk dat hij, net als zijn voorouders, betrokken was bij het beheer van landerijen, pacht en lokale rechten. De familie bezat al generaties lang hofsteden en leengoederen in het gebied rond Den Haag en Bleiswijk, en Claes zal een rol hebben gespeeld in het behoud en beheer van dit erfgoed.
Huwelijk en gezin
Claes huwde een vrouw van wie de naam niet is overgeleverd. Dit komt vaker voor in genealogieën van de lagere adel, waar vooral de mannelijke lijn werd vastgelegd. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren:
- Joris Claes Florisz. van Cranenborch (± 1470–1530) (Volgt 8)
Hij was gehuwd met Catharina Pouwelsdr, met wie hij één zoon kreeg.
Met Joris zette de familie haar lijn voort in een tijd waarin Holland deel werd van het Habsburgse rijk en de overgang naar de vroegmoderne tijd zich duidelijk begon af te tekenen.
Het einde van een middeleeuwse levenslijn
Claes overleed in 1502, op het moment dat de middeleeuwen plaatsmaakten voor een nieuwe wereld. De Bourgondische periode liep ten einde, en de Habsburgers namen de macht over in de Lage Landen. De rol van de adel veranderde: van militaire en lokale machthebbers naar bestuurders, rentmeesters en leden van regionale raden.
Claes stond precies op die historische drempel. Zijn leven vormde een schakel tussen de oude ridderlijke tradities van zijn voorouders en de nieuwe bestuurlijke en maatschappelijke structuren waarin zijn zoon en kleinzoon zouden leven…
____________________________________________________________________________________________________________
ACHTSTE GENERATIE
8. Joris Claes Florisz van Cranenborch
Een edelman in de vroege 16e eeuw
Rond 1470 werd Joris Claes Florisz van Cranenborch geboren, als zoon van Claes Florisz van Cranenborch. Hij stamde uit een oud Hollands geslacht dat zijn oorsprong had in de ridderhofstad Cranenburg bij Bleiswijk en dat zich in de loop van de eeuwen had verplaatst naar het gebied rond Den Haag en later Vlaardingen. Hoewel de familie in de 16e eeuw niet langer tot de hoge adel behoorde, droeg zij nog steeds de kenmerken van een oud riddermatig geslacht: een herkenbare naam, een lange genealogische traditie en een sociale positie die hen onderscheidde van de gewone bevolking.
Een leven in een veranderende wereld
Joris leefde in een tijd van grote veranderingen. De 15e eeuw liep ten einde en de Nederlanden kwamen onder Habsburgs bestuur. De Bourgondische centralisatie had de macht van de adel al ingeperkt, en steden zoals Delft, Leiden en Rotterdam groeiden snel. De traditionele rol van de lagere adel verschoof: van militaire en bestuurlijke macht naar lokale invloed, landbeheer en deelname aan ambachtelijke of stedelijke structuren.
Voor families zoals de Van Cranenborchs betekende dit dat zij hun positie moesten herdefiniëren. Zij bleven herkenbaar als oude adel, maar hun rol werd subtieler en meer verweven met het dagelijks bestuur van ambachten en polders.
Huwelijk en gezin
Joris huwde Catharina Pouwelsdr, over wie weinig bekend is, maar die waarschijnlijk afkomstig was uit een welgestelde of lokaal invloedrijke familie. Samen kregen zij één zoon:
- Adriaan Jorisz van Cranenburch (geb. ca. 1525), die de familielijn voortzette (Volgt 9)
Dat de familie in deze periode nog steeds een duidelijke genealogische lijn wist te behouden, wijst op een zekere mate van stabiliteit en bezit, ondanks de maatschappelijke veranderingen.
De overgang naar de vroegmoderne tijd
Joris’ leven overspant een periode waarin de middeleeuwse wereld langzaam plaatsmaakte voor een nieuwe tijd. De Reformatie stond op het punt door te breken, de handel nam toe en de politieke structuren van de Nederlanden veranderden ingrijpend. Hoewel Joris zelf geen grote politieke rol speelde, leefde hij in de schaduw van deze ontwikkelingen en droeg hij de familietraditie door naar een nieuwe generatie.
Einde van een levenslijn, begin van een nieuwe fase
Joris overleed in 1530, op een moment waarop de Nederlanden zich voorbereidden op de turbulentie van de 16e eeuw. Zijn zoon Adriaan zou opgroeien in een wereld die snel veranderde, waarin oude adellijke families zich moesten aanpassen aan nieuwe economische en religieuze realiteiten.
Toch bleef de naam Van Cranenburch voortbestaan — een stille getuige van een geslacht dat al sinds de 11e eeuw zijn sporen naliet in het Hollandse landschap.
____________________________________________________________________________________________________________
NEGENDE GENERATIE
9. Adriaan Jorisz van Cranenburch
Een edelman in het Vlaardingse ambacht
Omstreeks 1525 werd Adriaan Jorisz van Cranenburch geboren, als zoon van Joris Claes Florisz van Cranenborch en kleinzoon van Claes Florisz. van Cranenborch. Hij stamde uit een oud Hollands geslacht dat zijn oorsprong had in de ridderhofstad Cranenburg bij Bleiswijk en dat zich in de loop van de eeuwen had verplaatst naar het gebied rond Den Haag, Eikenduinen en later Vlaardingen.
Hoewel de familie in de 16e eeuw niet langer tot de hoge adel behoorde, droeg zij nog steeds de kenmerken van een oud riddermatig geslacht: een herkenbare familienaam, een lange genealogische traditie en een sociale positie die hen onderscheidde van de gewone bevolking.
Van Haagse duinen naar Vlaardingen Ambacht
Adriaan woonde in Vlaardingen Ambacht, een gebied dat in de 16e eeuw bestond uit polders, boerderijen en kleine nederzettingen langs de Maas. Vlaardingen was toen al een belangrijk vissers- en handelscentrum, en het omliggende ambacht kende een mix van boeren, ambachtslieden en families met oude adellijke wortels die zich hadden aangepast aan een veranderende tijd.
De verhuizing van de familie naar Vlaardingen past in een bredere ontwikkeling: veel oude adellijke geslachten die hun riddermatige rol verloren, vonden in de 16e eeuw een nieuwe positie als landeigenaren, pachtheffers of bestuurders in lokale ambachten.
Een leven in een tijd van grote veranderingen
Adriaan leefde in een periode waarin Holland ingrijpend veranderde:
- De Bourgondische tijd was voorbij
- De Habsburgers bestuurden de Nederlanden
- De Reformatie begon zich te verspreiden
- De spanningen die zouden leiden tot de Tachtigjarige Oorlog namen toe
Hoewel er geen directe bronnen zijn over Adriaans rol in deze ontwikkelingen, is het aannemelijk dat hij, net als veel leden van de lagere adel, een leven leidde dat draaide om landbeheer, lokale verplichtingen en het behoud van de familienaam.
Huwelijk en nageslacht
Adriaan was gehuwd met een vrouw van wie de naam niet is overgeleverd. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren:
- Symon Adriaensz van Craenenburch
Hij trouwde eveneens trouwde met een onbekende vrouw en kreeg één zoon (Volgt 10)
Met Symon zette de familie haar lijn voort in een tijd waarin de oude adel zich steeds meer mengde met de opkomende burgerij en waarin familietradities zich aanpasten aan een nieuwe maatschappelijke orde.
Een schakel in een lange familielijn
Hoewel Adriaan zelf geen grote politieke of militaire rol speelde, vormt hij een belangrijke schakel in de eeuwenlange geschiedenis van de familie Van Cranenburch. Zijn leven markeert de overgang van een riddermatig geslacht naar een familie die haar plaats vond binnen de lokale structuren van het vroegmoderne Holland.
Zijn nalatenschap leefde voort in zijn zoon Symon en in de generaties die volgden, die de naam Van Cranenburch bleven dragen in een snel veranderende wereld.
____________________________________________________________________________________________________________
TIENDE GENERATIE
10. Symon Adriaensz van Craenenburch
In de schaduw van de grote omwentelingen
Rond 1550 werd Symon Adriaensz van Craenenburch geboren, als zoon van Adriaan Jorisz van Cranenburch.
Hij stamde uit een oud Hollands geslacht dat zijn oorsprong had in de ridderhofstad Cranenburg bij Bleiswijk en dat zich in de loop van de eeuwen had verplaatst naar het gebied rond Den Haag en later naar Vlaardingen. Hoewel de familie in de 16e eeuw geen hoge adel meer was, bleef zij herkenbaar als een oud geslacht met diepe wortels in het Hollandse landschap.
Een leven in Vlaardingen Ambacht
Symon woonde in Vlaardingen, een plaats die in de 16e eeuw een belangrijke rol speelde in de haringvisserij, handel en scheepvaart. Vlaardingen Ambacht bestond uit polders, boerderijen en kleine nederzettingen langs de Maas. Het was een gebied waar oude adellijke families, boeren en vissers naast elkaar leefden, ieder met hun eigen rol in de lokale gemeenschap.
Voor een familie als de Van Craenenburchs betekende dit dat zij zich hadden aangepast aan een nieuwe maatschappelijke orde. De ridderlijke rol van hun voorouders was verdwenen, maar hun naam en traditie bleven voortbestaan in een meer bescheiden, maar nog steeds gerespecteerde positie.
Een tijd van religieuze en politieke onrust
Symon leefde in een periode van grote spanningen. De Reformatie verspreidde zich snel door de Nederlanden, en de onvrede met het Habsburgse bestuur groeide. De Tachtigjarige Oorlog zou in 1568 uitbreken, precies in de tijd dat Symon volwassen werd. Hoewel er geen directe bronnen zijn over zijn rol in deze gebeurtenissen, is het aannemelijk dat hij, net als veel inwoners van Vlaardingen, de gevolgen van oorlog, belastingdruk en religieuze verdeeldheid van dichtbij meemaakte.
Huwelijk en gezin
Symon was gehuwd met een vrouw van wie de naam niet is overgeleverd. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren:
- Teunis Sijmons Craenenburg 1578 – 1680 (Volgt 11)
Deze zoon zou de familielijn voortzetten in een tijd waarin de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstond en Holland uitgroeide tot een van de meest welvarende regio’s van Europa.
Een schakel in een lange familietraditie
Hoewel Symon zelf geen grote politieke of bestuurlijke rol speelde, vormt hij een belangrijke schakel in de eeuwenlange geschiedenis van de familie Van Craenenburch. Zijn leven markeert de overgang van een riddermatig geslacht naar een familie die haar plaats vond binnen de lokale structuren van het vroegmoderne Holland.
Zijn nalatenschap leefde voort in zijn zoon Teunis en in de vele nakomelingen die uit diens grote gezin voortkwamen…
____________________________________________________________________________________________________________
ELFDE GENERATIE
11. Teunis Sijmons van Craenenburg
Bouwman tussen polder, traditie en nieuwe tijden
Rond 1578 werd in Kijfhoek, een kleine nederzetting in het ambacht Heerjansdam, Teunis Sijmons van Craenenburg geboren. Hij was de zoon van Symon Adriaensz van Craenenburg, telg uit een oud Hollands geslacht dat zijn oorsprong had in de ridderhofstad Cranenburg bij Bleiswijk. In de loop van de eeuwen was de familie afgezakt van riddermatige adel naar de stand van welgestelde boeren en landeigenaren, maar de naam en de traditie bleven herkenbaar.
Een leven in Kijfhoek
Kijfhoek was in de 16e en 17e eeuw een typisch Hollands poldergebied: uitgestrekte akkers, boerderijen, dijken en waterlopen bepaalden het landschap. Het was een regio waar hard werken, landbeheer en gemeenschapszin centraal stonden. Teunis groeide op in deze wereld en werd bouwman en landeigenaar, een beroep dat aanzien genoot in een tijd waarin landbouw de economische ruggengraat van Holland vormde.
Als landeigenaar had Teunis niet alleen verantwoordelijkheid voor zijn eigen bedrijf, maar ook voor pachtgronden, onderhoud van dijken en deelname aan het lokale bestuur van polder en ambacht. Zijn leven speelde zich af in een periode van grote veranderingen: de Tachtigjarige Oorlog, de opkomst van de Republiek en de economische bloei van de Gouden Eeuw.
Huwelijken en nageslacht
Teunis trad voor het eerst in het huwelijk met Aechjen Aertsdr.
Uit dit huwelijk werd één zoon geboren:
- Teunis Teunisz van Craenenburg (± 1610–1691) (Volgt 12)
Deze zoon zou later zelf een belangrijke rol spelen in het voortzetten van de familielijn.
Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwde Teunis in 1610 in Hendrik-Ido-Ambacht met Leentje Jacobsdr.
Dit huwelijk bracht een groot gezin voort, zoals gebruikelijk was in agrarische families van die tijd. De kinderen uit dit tweede huwelijk waren:
- Arij Teunisz Craenenburg
- Dammis Teunisz Craenenburg († 1664)
- Maike Teunisdr Craenenburg
- Pietertje Teunisdr Craenenburg
- Pleuntie Teunisdr Craenenburg
- Stijntgen Teunisdr Craenenburg
- Jacob Teunisz ’t Jong
- Cornelis Teunis Sijmonsz, ook genoemd Boterclomp
- Aert Teunisz, ook genoemd Capiteijn
De bijnamen Boterclomp en Capiteijn zijn veelzeggend: ze wijzen op karaktertrekken, beroepen of lokale reputaties die binnen de gemeenschap bekend waren. Zulke bijnamen waren in de 17e eeuw gebruikelijk en hielpen om verschillende takken van grote families van elkaar te onderscheiden.
Een uitzonderlijk lang leven
Teunis bereikte een opmerkelijk hoge leeftijd voor zijn tijd. Hij overleed op 19 januari 1680, ongeveer 102 jaar oud — een zeldzaamheid in de 17e eeuw. Zijn lange leven betekende dat hij drie generaties van zijn familie zag opgroeien en dat hij de volledige ontwikkeling van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden meemaakte.
Een schakel tussen adel en boerenstand
Hoewel Teunis zelf geen adellijke titel meer droeg, was hij een belangrijke schakel in de lange geschiedenis van de familie Van Craenenburg. Zijn voorouders waren ridders en leenmannen van de graaf van Holland; zijn nakomelingen zouden opgaan in de boerenstand, ambachtslieden en later stedelijke burgerij van Zuid-Holland.
Zijn leven weerspiegelt de sociale mobiliteit van de vroegmoderne tijd: van ridderhofstad naar polderboerderij, van adellijke privileges naar hard werk en landbeheer — maar altijd met behoud van naam, identiteit en familiebanden…
____________________________________________________________________________________________________________
TWAALFDE GENERATIE
12. Teunis Teunisz van Craenenburg
Grafmaker in de polders van Kijfhoek en Hendrik-Ido-Ambacht
Rond 1610 werd in Kijfhoek, een kleine nederzetting in het ambacht Heerjansdam, Teunis Teunisz van Craenenburg geboren. Hij was de zoon van Teunis Sijmons van Craenenburg, bouwman en landeigenaar, en Aechjen Aertsdr.
De familie stamde uit een eeuwenoude Hollandse lijn die ooit riddermatig was, maar zich in de loop van de 16e en 17e eeuw had ontwikkeld tot een boeren- en ambachtsfamilie met diepe wortels in de polders van Holland.
Een leven in de schaduw van kerk en polder
Teunis groeide op in een tijd waarin de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich snel ontwikkelde. De Tachtigjarige Oorlog liep ten einde, de handel bloeide en de dorpen langs de Maas en de Oude Maas werden steeds hechtere gemeenschappen. In deze wereld vond Teunis zijn plaats als grafmaker, een beroep dat meer verantwoordelijkheid droeg dan de naam doet vermoeden.
Een grafmaker was niet alleen degene die graven groef, maar ook een functionaris van de kerkelijke gemeente. Hij beheerde delen van het kerkhof, hield toezicht op begrafenisrituelen en werkte nauw samen met de koster en de predikant. In een tijd waarin de kerk het hart vormde van het dorpsleven, was dit een gerespecteerde en stabiele positie.
Huwelijk en gezin
Op 21 mei 1633 trad Teunis in het huwelijk met Stijntje Ariens in de kerk van Kijfhoek. Samen kregen zij een groot gezin, zoals gebruikelijk was in agrarische en ambachtelijke families van de 17e eeuw. Hun kinderen waren:
- Jacob Teunisz ’t Jong
- Cleijs Teunisz van Craenenburg (± 1633–1696)
- Aertie Teunis van Craenenburgh (1634–<1688)
- Sijmon Teunisz Craenenburg (± 1638–1714)
- Maeijke Theunis van Craenenburg (1639–…) (Volgt 13)
Zij was gehuwd met Cornelis Pleune Pruijmstraet, met wie zij twee kinderen kreeg - Arij Kranenburg (± 1640–…)
- Pieter Teunisz van Craenenburg (1641–…)
- Remborg Teunisdr van Craenenburg (1646–…)
Deze kinderen verspreidden zich later over de ambachten van de Zwijndrechtse Waard, Hendrik-Ido-Ambacht en omliggende polders, waardoor de naam Craenenburg in de regio stevig verankerd bleef.
Van Kijfhoek naar Hendrik-Ido-Ambacht
In de loop van zijn leven verhuisde Teunis naar Hendrik-Ido-Ambacht, een dorp dat in de 17e eeuw sterk groeide door landbouw, dijkwerk en handel. Hier zette hij zijn werk als grafmaker voort en maakte hij deel uit van een hechte gereformeerde gemeenschap waarin familiebanden, kerkelijke plichten en polderbestuur nauw met elkaar verweven waren.
Een lang leven in een veranderende wereld
Teunis overleed op 25 juli 1691, op een leeftijd die voor zijn tijd respectabel was. Hij had de volledige Gouden Eeuw meegemaakt: de opkomst van de Republiek, de groei van de handel, de bouw van nieuwe kerken en dijken, en de veranderingen in religie en bestuur die het dagelijks leven diepgaand beïnvloedden.
Zijn leven vormt een schakel tussen de oude adellijke oorsprong van de familie en de nuchtere, hardwerkende boeren- en ambachtswereld van de 17e eeuw. Door zijn kinderen en kleinkinderen leefde de naam Craenenburg voort in de polders van Holland…
____________________________________________________________________________________________________________
DERTIENDE GENERATIE
13. Maeijke Theunis van Craenenburg
Vrouw in het hart van de Ambachtse gemeenschap
Op 2 januari 1639 werd in Hendrik‑Ido‑Ambacht Maeijke Theunis van Craenenburg geboren, dochter van Teunis Teunisz van Craenenburg, grafmaker en dorpsfunctionaris, en Stijntje Ariens.
Zij groeide op in een hechte gereformeerde gemeenschap waar familiebanden, kerkelijke plichten en het ritme van het polderleven het dagelijks bestaan bepaalden.
De familie Van Craenenburg had diepe wortels in de regio. Hoewel hun adellijke oorsprong eeuwen teruglag, waren zij in de 17e eeuw vooral bekend als hardwerkende boeren, ambachtslieden en kerkelijke dienaren. Maeijke groeide op in een groot gezin, omringd door broers en zussen die verspreid zouden raken over de dorpen van de Zwijndrechtse Waard.
Huwelijk met Cornelis Pleune Pruijmstraet
Op 13 januari 1663 trad Maeijke in het huwelijk met Cornelis Pleune Pruijmstraet, eveneens afkomstig uit Hendrik‑Ido‑Ambacht. Cornelis was geboren in 1641, gedoopt op 7 april 1641. Zoon van Pleun Cornelis Pruijmstraet en Grietje Willems
De familie Pruijmstraet was een bekende naam in de regio, vaak verbonden aan landbouw, ambacht en lokale bestuurstaken. Het huwelijk tussen Maeijke en Cornelis verenigde twee families die al generaties lang deel uitmaakten van het sociale weefsel van Ambacht.
Cornelis leefde in ieder geval nog na 21 mei 1689, wat erop wijst dat hij een groot deel van de 17e eeuw meemaakte, inclusief de economische bloei én de spanningen van de Hollandse Oorlogen.
Kinderen en nageslacht
Maeijke en Cornelis kregen twee zonen die de familienaam Pruijmstraet voortzetten:
- Cornelis Pruijmstraet (1665–1707)
- Pleun Cornelisse Pruijmstraet (1671–>1737) (Volgt 14)
Hij was gehuwd met Maria Gerrits Hoogwerf. Zij kregen één dochter.
Met deze kinderen zette de familie haar aanwezigheid in Hendrik‑Ido‑Ambacht voort. Vooral Pleun leefde tot ver in de 18e eeuw en droeg de naam Pruijmstraet verder in een tijd waarin de Republiek veranderde van een machtige handelsnatie naar een samenleving in transitie.
Een leven in de Gouden Eeuw
Maeijke leefde in een periode waarin Holland op het hoogtepunt van zijn economische en culturele bloei stond. De polders rond Ambacht waren vruchtbaar, de handel via de Maas en de Oude Maas was levendig, en de gereformeerde kerk vormde het centrum van het dorpsleven. Vrouwen zoals Maeijke speelden een cruciale rol in het huishouden, de opvoeding, het beheer van boerderijen en het sociale netwerk van de gemeenschap.
Hoewel haar naam slechts in enkele kerkelijke en genealogische bronnen voorkomt, weerspiegelt haar leven dat van talloze vrouwen die de ruggengraat vormden van de Hollandse dorpssamenleving.
Een stille maar blijvende erfenis
Maeijke Theunis van Craenenburg staat in de genealogie als een verbindende figuur:
Zij was de dochter van een oude familie met middeleeuwse wortels, echtgenote binnen een gevestigde Ambachtse familie en moeder van twee zonen die de naam Pruijmstraet verder droegen.
Haar leven vormt een schakel in een lange keten van generaties die het landschap, de gemeenschap en de geschiedenis van Hendrik‑Ido‑Ambacht hebben gevormd…
____________________________________________________________________________________________________________
VEERTIENDE GENERATIE
14. Pleun Cornelisse Pruijmstraet
Ridderkerker in de overgang van de Gouden Eeuw naar de 18e eeuw
In 1671 werd in Ridderkerk Pleun Cornelisse Pruijmstraet geboren, zoon van Maeijke Theunis van Craenenburg en Cornelis Pleune Pruijmstraet. Hij werd gedoopt op 11 januari 1671, in een tijd waarin de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op het hoogtepunt van haar macht stond. Ridderkerk, gelegen aan de rivier de Noord, was een levendige gemeenschap van boeren, schippers, ambachtslieden en kleine landeigenaren.
De families Pruijmstraet en Van Craenenburg maakten al generaties lang deel uit van dit regionale netwerk.
Een jeugd in een welvarende maar veranderende regio
Pleun groeide op in een periode waarin de handel en scheepvaart in Holland floreerden. De nabijheid van Rotterdam, Dordrecht en de rivieren maakte Ridderkerk tot een plaats waar landbouw en handel elkaar versterkten. Families zoals de Pruijmstraets leefden midden in deze dynamiek: geworteld in de polder, maar verbonden met de economische stromen van de regio.
Zijn moeder, Maeijke Theunis van Craenenburg, bracht een lange familietraditie mee die terugging tot de middeleeuwse adel van Bleiswijk en Eikenduinen. Zijn vader stamde uit een gevestigde Ridderkerkse familie. Pleun groeide dus op in een omgeving waarin familienaam, arbeid en gemeenschap nauw met elkaar verweven waren.
Huwelijk en nagegeslacht
Op 1 december 1697 trad Pleun in Ridderkerk in het huwelijk met Maria Gerrits Hoogwerf, geboren in 1676 en dochter van Gerrit Wouters Hoogwerf en Neeltie Jans
De familie Hoogwerf was een bekende naam in Ridderkerk en omgeving, vaak verbonden aan landbouw, ambacht en lokale bestuurstaken. Het huwelijk tussen Pleun en Maria verenigde twee families die stevig verankerd waren in het sociale weefsel van de regio.
Maria overleed in 1735, twee jaar voordat Pleun voor het laatst in de bronnen verschijnt. Hij leefde in ieder geval nog na 4 september 1737, wat erop wijst dat hij een respectabele leeftijd bereikte.
Pleun en Maria kregen één dochter die de familielijn voortzette:
- Maaike Pleunen Pruijmstraet (1714–1793) (Volgt 15)
Zij was gehuwd met Bastiaan Cornelisz de Raet. Samen kregen zij zeven kinderen
Met Maaike begon een nieuwe tak van de familie, die zich verder verspreidde over Ridderkerk, Barendrecht en omliggende dorpen. De naam Pruijmstraet bleef in de regio nog generaties lang herkenbaar.
Een leven tussen traditie en nieuwe tijden
Pleun leefde in een periode waarin Holland langzaam veranderde. De Gouden Eeuw liep ten einde, de economie verschoof, en de 18e eeuw bracht nieuwe uitdagingen. Toch bleef het leven in Ridderkerk sterk bepaald door landbouw, kerkelijke gemeenschap en familiebanden.
Als lid van een gevestigde dorpsfamilie speelde Pleun een rol in het behoud van deze structuren. Zijn leven vormt een schakel tussen de welvaart van de 17e eeuw en de meer ingetogen, maar stabiele dorpscultuur van de 18e eeuw.
Een stille maar blijvende erfenis
Hoewel Pleun zelf geen grote bestuurlijke of maatschappelijke rol vervulde, leeft zijn naam voort in de genealogieën van Ridderkerk en in de vele nakomelingen die via zijn dochter Maaike de 18e eeuw binnentraden. Zijn leven weerspiegelt dat van talloze Hollandse dorpsbewoners: geworteld in traditie, verbonden met de gemeenschap en deel van een familiegeschiedenis die eeuwen overspant…
____________________________________________________________________________________________________________
VIJFTIENDE GENERATIE
15. Maaike Pleunen Pruijmstraet
Vrouw tussen Ridderkerk, Hekelingen en Spijkenisse
In 1714 werd in Ridderkerk Maaike Pleunen Pruijmstraet geboren, dochter van Pleun Cornelisse Pruijmstraet en Maria Gerrits Hoogwerf. Zij werd gedoopt op 2 december 1714, in een tijd waarin de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden nog altijd een belangrijke Europese macht was, maar waarin de economische bloei van de Gouden Eeuw langzaam plaatsmaakte voor een meer ingetogen 18e eeuw.
De families Pruijmstraet en Hoogwerf waren al generaties lang aanwezig in Ridderkerk en omgeving. Zij behoorden tot de gevestigde boeren‑ en ambachtsfamilies die het sociale en economische fundament vormden van de dorpsgemeenschap.
Huwelijk met Bastiaan Cornelisz de Raet
Op 22 oktober 1741 trad Maaike in Ridderkerk in het huwelijk met Bastiaan Cornelisz de Raet, geboren op 1 januari 1703 te Heenvliet. Bastiaan was de zoon van Cornelis Jacobsz de Raet en Maria van der Gijp.
Bastiaan had vóór zijn huwelijk met Maaike al een eerder huwelijk achter de rug met Grietje Jans Vermaat. Na haar overlijden hertrouwde hij met Maaike, waarmee twee regionale families — Ridderkerk en Heenvliet/Hekelingen — met elkaar verbonden werden.
Bastiaan overleed op 15 augustus 1782 in Hekelingen, waar het echtpaar een groot deel van hun leven doorbracht.
Een leven in de dorpen van Voorne-Putten
Na hun huwelijk vestigden Maaike en Bastiaan zich in Hekelingen, een dorp dat nauw verbonden was met Spijkenisse. Het was een agrarische gemeenschap, omringd door polders, kreken en dijken. Het leven werd bepaald door landbouw en veeteelt, kerkelijke rituelen, familiebanden en het ritme van de seizoenen.
Maaike leefde in een tijd waarin vrouwen een centrale rol speelden in het huishouden, de zorg voor kinderen en het beheer van boerderijen of ambachtelijke bedrijven. Hoewel hun namen vaak slechts in doop‑ en trouwregisters verschijnen, waren zij de spil van het dorpsleven.
Kinderen van Maaike en Bastiaan
Het echtpaar kreeg zeven kinderen, die de naam De Raet / De Raad / De Raat in de regio verder verspreidden:
- Maria Bastiaans de Raad
- Pleuntje Bastiaanse de Raadt
- Pleun Bastiaansz de Raat (Volgt 16)
Hij was gehuwd met Francina Vermaat. Zij kregen 15 kinderen, waarmee deze tak sterk uitbreidde - Jacob Bastiaansz de Raad
- Kaatje de Raet
- Catharina de Raad
- Rochus Bastiaanse de Raat
Deze kinderen en hun nakomelingen zouden zich verspreiden over Hekelingen, Spijkenisse, Geervliet, Heenvliet en omliggende dorpen, waardoor de familie De Raet een herkenbare naam werd in Voorne-Putten.
Laatste jaren en overlijden
Maaike overleed op 30 april 1793 in Spijkenisse, op een leeftijd van bijna 79 jaar. Zij werd begraven op 3 mei 1793 in Hekelingen, de plaats waar zij het grootste deel van haar volwassen leven had gewoond.
Haar leven overspant een periode van grote veranderingen: van de nadagen van de Republiek tot de vooravond van de Bataafse Revolutie. Toch bleef haar wereld geworteld in de dorpsgemeenschap, familie en geloof.
Een stille maar blijvende erfenis
Maaike Pleunen Pruijmstraet staat in de genealogie als een verbindende figuur als dochter van Ridderkerkse families, echtgenote binnen een gevestigde Voorne-Puttense familie, moeder van zeven kinderen en stammoeder van een omvangrijke De Raet‑tak
Haar leven weerspiegelt dat van talloze vrouwen die, vaak onzichtbaar in de officiële geschiedenis, de ruggengraat vormden van de Hollandse dorpssamenleving.
____________________________________________________________________________________________________________
ZESTIENDE GENERATIE
16. Pleun Bastiaans de Raat

Wapen De Raat
Schepen, dorpsman en stamvader van een grote Hekelingse familie
In 1745 werd in Hekelingen Pleun Bastiaans de Raat geboren, zoon van Maaiken Pleunen Pruimstraat en Bastiaan Cornelisz de Raet. Hij werd gedoopt op 9 mei 1745. Pleun groeide op in een periode waarin de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden nog bestond, maar waarin de economische bloei van de Gouden Eeuw al voorbij was. De dorpen op Voorne-Putten leefden vooral van landbouw, veeteelt en kleinschalige handel.
De familie De Raat was stevig geworteld in Hekelingen en Spijkenisse. Zij behoorden tot de gevestigde boeren‑ en ambachtsfamilies die het sociale fundament vormden van de dorpsgemeenschap.
Schepen van Hekelingen
Pleun was niet zomaar een dorpsbewoner: hij bekleedde de functie van schepen van Hekelingen.
Een schepen was lid van het dorpsbestuur, rechter in lokale civiele en kleine strafzaken, verantwoordelijk voor toezicht op pacht, dijken, wegen en openbare orde en hij was een vertegenwoordiger van de gemeenschap tegenover de ambachtsheer.
Dit was een functie die aanzien gaf. Het toont dat Pleun werd gezien als een betrouwbaar, gerespecteerd en invloedrijk lid van de gemeenschap.
Hij maakte de overgang mee van de oude Republiek naar de Bataafse tijd, de Franse overheersing en uiteindelijk het Koninkrijk der Nederlanden. Bestuurlijke structuren veranderden, maar lokale bestuurders zoals Pleun bleven cruciaal voor het functioneren van dorpen als Hekelingen.
Huwelijk en nageslacht
Op 31 maart 1775 trouwde Pleun in Spijkenisse met Francina Vermaat, geboren op 1 september 1754 in Spijkenisse. Zij was de dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius.
De families Vermaat en Villerius waren eveneens bekende namen in Spijkenisse en Hekelingen. Het huwelijk verenigde twee invloedrijke dorpsfamilies.
Francina overleed op 19 maart 1822 in Hekelingen, vijf jaar vóór haar echtgenoot.
Pleun en Francina kregen een groot gezin, zoals gebruikelijk was in agrarische dorpsgemeenschappen.
Hun kinderen waren:
- Maijke Pleune de Raat (1776–1830)
- Philip de Raat (1777–1867)
- Bastiaan Pleunsz de Raat (1778–1851)
- Jan Pleunen de Raad (1780–<1827)
- Jannetje Pleuntie de Raat (1782–1841) (Volgt 17)
Zij was gehuwd met Maarten Braat, met wie zij 11 kinderen kreeg - Maria de Raat (1784–1873)
- Lijdia de Raad (1786–1825)
- Janna de Raad (1786–1873)
- Cornelis de Raad (1788–<1790)
- Francina de Raad (1789–1871)
- Cornelis de Raadt (1790–1840)
- Kaatje de Raat (1792–1878)
- Huibrecht de Raat (1793–1831)
- Margrietje de Raat (1795–1877)
- Pleuntje de Raat (1797–>1827)
Met deze kinderen verspreidde de familie De Raat zich over Hekelingen, Spijkenisse, Geervliet, Heenvliet en omliggende dorpen. Vooral de takken van Philip, Bastiaan en Cornelis zouden in de 19e eeuw sterk uitbreiden.
Laatste jaren en overlijden
Pleun leefde tot op hoge leeftijd. Hij overleed op 28 februari 1827 in Hekelingen, 82 jaar oud. Hij maakte een uitzonderlijk turbulente periode mee:
De laatste jaren van de Republiek, de Bataafse Revolutie, de Franse tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden
Toch bleef zijn wereld geworteld in het dorpsleven van Hekelingen, waar hij als schepen een belangrijke rol speelde.
Een blijvende erfenis
Pleun Bastiaans de Raat staat in de genealogie als een bestuurder van Hekelingen, een verbinder van twee invloedrijke dorpsfamilies, een stamvader van een omvangrijke De Raat‑tak en een getuige van grote politieke veranderingen.
Zijn nakomelingen vormen tot op de dag van vandaag een herkenbare familielijn in Voorne-Putten en omstreken…
____________________________________________________________________________________________________________
ZEVENTIENDE GENERATIE
17. Jannetje Pleuntie de Raat
Van Hekelingen naar Overschie, een vrouw in een tijd van verandering
In 1782 werd in Hekelingen Jannetje Pleuntie de Raat geboren, dochter van Pleun Bastiaans de Raat, schepen van Hekelingen, en Francina Philips Vermaat. Zij werd gedoopt op 23 juni 1782. Jannetje groeide op in een groot, hecht gezin dat stevig verankerd was in de dorpsgemeenschap van Hekelingen. Haar vader was een gerespecteerd bestuurder, wat de familie een zekere status gaf binnen het dorp.
De familie De Raat behoorde tot de oude boeren‑ en ambachtsfamilies van Voorne-Putten, met diepe wortels in de polders en dijken van de regio. Jannetje groeide op in een wereld waarin landbouw, kerk en familie het ritme van het dagelijks leven bepaalden.
Huwelijk met Maarten Braat
Op 30 april 1808 trad Jannetje in Hekelingen in het huwelijk met Maarten Braat, gedoopt op 30 maart 1777, eveneens in Hekelingen. Maarten was de zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.
De familie Braat was een bekende naam in de regio, vaak verbonden aan landbouw, ambacht en later ook herbergen en kleine bedrijven. Het huwelijk tussen Jannetje en Maarten verenigde twee families die al generaties lang deel uitmaakten van het sociale weefsel van Hekelingen.
In de loop van hun huwelijk verhuisden Jannetje en Maarten naar Overschie, destijds een zelfstandige gemeente ten noorden van Rotterdam. Overschie was een levendige gemeenschap van boeren, schippers, ambachtslieden en herbergiers. De verhuizing wijst op economische kansen of familieverbindingen die hen naar deze nieuwe omgeving trokken.
Maarten overleed in Overschie op 18 januari 1827. Jannetje leefde hem nog veertien jaar na en overleed op 9 juli 1841, eveneens in Overschie.
Kinderen van Jannetje en Maarten
Het echtpaar kreeg een groot gezin, waarvan een deel jong overleed, zoals in die tijd helaas vaak voorkwam.
Hun kinderen waren:
- Klaas Braat (1808–1808)
- Pleun Braat (1809–1874) (Volgt 18)
Gehuwd met Neeltje van der Wilk. Zij kregen 7 kinderen - Japie Braat (1812–1836)
- Francina Braat (1812–1874)
Gehuwd op 5 april 1846 te Overschie met Cornelis Laay - Klaas Braat (1814–1826)
- Aaltje Braat (1815–1875)
1e huwelijk: Pieter Hoogerbrugge, bouwman
2e huwelijk: Johannes Hoogerbrugge, bouwman en broer van Pieter - Jan Braat (1815–1853)
Timmerman en herbergier. Gehuwd met Maria Jacoba van Leeuwen. Zij kregen 4 kinderen - Joost Braat (1818–1854)
Gehuwd met Antje van den Berg. Zij kregen 5 kinderen - Pleuntje Braat (1820–1912)
Gehuwd met Dirk van der Kooy, bouwman - Leendert Braat (1821–1885)
Agrariër. Gehuwd met Lijntje Hoogerwaard. Zij kregen 7 kinderen - Philip Braat (1823–1827)
In het overlijdensregister vermeld als Philip Braad
Met deze kinderen verspreidde de familie Braat zich over Overschie, Rotterdam, Schiebroek en omliggende dorpen. Vooral de takken van Pleun, Jan, Joost en Leendert zouden in de 19e eeuw sterk uitbreiden.
Een leven tussen twee werelden
Jannetje leefde in een tijd van grote veranderingen:
De laatste jaren van de Republiek, de Franse tijd, de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden en de opkomst van Rotterdam als handelsstad.
Toch bleef haar wereld geworteld in het dorpsleven: familie, kerk, arbeid en gemeenschap.
Haar kinderen en kleinkinderen zouden zich verspreiden over Zuid-Holland, maar de naam Braat bleef stevig verbonden met Overschie en omgeving.
Een stille maar blijvende erfenis
Jannetje Pleuntie de Raat staat in de genealogie als de dochter van een invloedrijke Hekelingse familie, echtgenote van een Overschiese dorpsman en moeder van een groot gezin waarvan vele takken tot ver in de 19e en 20e eeuw doorliepen
Haar leven weerspiegelt dat van talloze vrouwen die, vaak onzichtbaar in de officiële geschiedenis, de ruggengraat vormden van de Hollandse dorpsgemeenschappen…
____________________________________________________________________________________________________________
ACHTTIENDE GENERATIE
18. Pleun Braat
Timmerman, bouwman en stamvader in Hazerswoude
Op 17 februari 1809 werd in Overschie Pleun Braat geboren, zoon van Jannetje Pleuntie de Raat en Maarten Braat.
Hij werd gedoopt op 22 oktober 1809 in dezelfde plaats. Pleun groeide op in een groot gezin dat zich vanuit Hekelingen en Overschie verspreidde over de regio Rotterdam. Zijn familie behoorde tot de ambachtslieden en boeren die het fundament vormden van de dorpsgemeenschappen in de regio.
Van Overschie naar Hazerswoude
In de eerste helft van de 19e eeuw verhuisde Pleun naar Hazerswoude, een agrarisch dorp in Rijnland. Hier vond hij werk en bestaanszekerheid als timmerman en bouwman (boer/landbouwer).
Deze combinatie van beroepen was typisch voor dorpsbewoners in de 19e eeuw: men werkte op het land, maar had daarnaast een ambacht waarmee men extra inkomsten kon verdienen. Pleun moet een veelzijdige en praktische man zijn geweest, iemand die zowel met hout als met grond uit de voeten kon.
Huwelijk met Neeltje van der Wilk
Op 3 april 1842 trouwde Pleun in Overschie met Neeltje van der Wilk, geboren op 5 mei 1818 in Capelle aan den IJssel. Zij was de dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.
Neeltje bracht een achtergrond mee uit een familie van boeren en arbeiders uit de IJsselstreek. Het echtpaar vestigde zich in Hazerswoude, waar zij hun gezin stichtten en waar zij de rest van hun leven zouden blijven wonen.
Neeltje overleed op 2 augustus 1896, 22 jaar na haar man.
Kinderen van Pleun en Neeltje
Pleun en Neeltje kregen een groot gezin, dat zich later verspreidde over Hazerswoude, Benthuizen, Oudshoorn, Waddinxveen en de Haarlemmermeer. Hun kinderen waren:
- Maarten Braat (1842 – 1901) (Volg het Verhaal van Braat vanaf nr. 10)
Bouwman. Gehuwd met Antje van der Akker. Zij kregen 7 kinderen - Grietje Braat (1844 – 1893). Gehuwd met Gerrit de Kruijff
- Jannetje Braat (1845 – 1039). Gehuwd met Leendert Koetsier
- Neeltje Braat (1846 – 1931)Gehuwd met Arie Adriaan van der Velde
- Arie Braat (1854 – 1854)
- Jaapje Braat (1855 – 1878) Gehuwd met Paulus den Hertog
- Fransijntje Braat (1857 – 1899) 1e huwelijk: Leendert Goldberg. 2e huwelijk: Adriaan Hendrikus Goldberg (broer van Leendert). Adriaan hertrouwde later met Adriana van Velde
Laatste jaren en overlijden
Pleun Braat overleed op 1 september 1874 in Hazerswoude, 65 jaar oud.
Hij maakte een periode mee van grote veranderingen:
De Franse tijd en de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden, de opkomst van nieuwe landbouwmethoden, de groei van dorpen door betere infrastructuur en de eerste stappen richting industrialisatie
Toch bleef zijn wereld geworteld in het dorpsleven: het land, het ambacht, de kerk en de familie.
Een blijvende erfenis
Pleun Braat staat in de genealogie als een timmerman en bouwman die zijn gezin een stabiel bestaan gaf, hij was een verbinder van de families Braat, De Raat en Van der Wilk en de stamvader van meerdere grote takken in Hazerswoude, Benthuizen, Oudshoorn, de Haarlemmermeer en Zevenhuizen.
Zijn kinderen en kleinkinderen zouden zich in de 19e en 20e eeuw verspreiden over Zuid-Holland, maar de naam Braat bleef stevig verbonden in de regio…
Naar pagina’s met bronvermeldingen:
Heren van Cranenburg – JohnOoms.nl
Genealogie Pruijmstraet – JohnOoms.nl
Genealogie De Raat – JohnOoms.nl
Genealogie Braat JohnOoms.nl
Geslacht Ooms – JohnOoms.nl
Genealogieën – JohnOoms.nl
Familiedossier Ooms-Braat – JohnOoms.nl
Genealogische Bronnen – JohnOoms.nl
Verhalen zijn gegenereerd door ChatGPT (gecontroleerd op waarheidgehalte, bijgewerkt en herschreven).
De afbeeldingen die door ChatGPT gegenereerd zijn, zijn uitsluitend bedoeld als impressie.
___________________________________________________________________________________________________





