Stamreeks Karel de Grote (II)

Karel de Grote 6

Hoofdpagina: Karel de Grote

Van Karel de Grote tot Ooms

1. Karel de Grote, geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748.  Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte (Zie Karolingen nr. 5) en Bertrada van Laon (Zie Merovingen nr. 12), gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mainz; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9 oktober 768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28 juli 754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25 december 800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overleden te Aken 28 januari 814, begraven aldaar (Dom).
Hij had 4 echtgenotes en 6 concubines:

Hij trouwde 3e voor 30 april 771 Hildegard (Houdiard), geboren in 758, overleden Thionville (Moselle) 30 april 783, begraven in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankisch graaf [in de Vinzgouw] en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781.

Pepijn van Italie

Pepijn van Italië

2. Pepijn van Italië, bij geboorte oorspr. Karloman, (april 7778 juli 810) was de tweede zoon van Karel de Grote met zijn vrouw Hildegard (na Karelde Jongere en bastaardzoon Pepijn met de Bult). Hij was koning (bestuurder en militair bevelhebber) van Italië binnen het rijk van zijn vader.
In 781 bezocht Karel Italië, officieel als bedevaartganger, maar mede om er orde op zaken te stellen en het land beter onder Karolingisch gezag te brengen. Hij benoemde er op 15 april zijn zoon Karloman (Pepijn) als koning. Hij brak met opzet met de traditie door hem tot koning van Italië te maken en niet van het nog maar net veroverde Lombardije, hoewel Karloman zich wel vestigde in de oude hoofdstad van de
Longobarden, Pavia. Deze benoeming maakte deel uit van de politiek van Karel om het bestuur en de militaire organisatie van zijn rijk te decentraliseren, zodat ook tijdens zijn afwezigheid het rijk adequaat kon worden verdedigd. Karloman was bij zijn benoeming 8 jaar oud en zijn taken werden uitgevoerd door belangrijke hovelingen, zoals abt Adelard van Corbie en hertog Erik van Friuli. Na de mislukte opstand van Karlomans halfbroer Pepijn met de Bult in 792, viel die in ongenade. Karloman werd door de paus opnieuw gedoopt met de naam Pepijn.

Mogelijk is Pepijn huwelijken aangegaan. Een eerste echtgenote zou Bertha van Toulouse zijn, mogelijk een dochter van Willem van Gellone. Een tweede partner was mogelijk Chrothais, via vader Bernhard een kleindochter van Karel Martel. Wel had hij (onwettige?) kinderen:
– Bernhard van Italië, (797 – Aken, 14 april 818). Opvolger van zijn vader als koning van Italië. Na zijn verzet tegen Lodewijk de Vrome afgezet en (onbedoeld) gedood. (VOLGT 3.)
– Aeda, (geb. 798), gehuwd met de Saksische edelman Billung, ouders van Oda, de vrouw van Liudolf van Saksen (VOLGT Duitse Koningen en Keizers).
– Adelheid/Adèle, echtgenote van Lambert I, graaf van Nantes en hertog Spoleto

Er zijn veel speculaties over de identiteit van de minnares(sen) van Pepijn, maar geen van deze speculaties heeft echter historische gronden.

3. Bernhard van Italië(geboren 797 –  overleden 17 april 818) was een onwettige zoon van koning Pepijn van Italië en volgde zijn vader op als koning van Italië in 813.
Bernhard werd in zijn jeugd opgevoed in de abdij van Fulda. In 812 werd hij meerderjarig en werd hij benoemd tot gouverneur van Italië, begeleid door abt Adelhard van Corbie, adviseur en neef van Karel de Grote. Een jaar later werd hij in Aken tot koning van Italië gekroond, als opvolger van zijn vader – wat bijzonder is omdat hij een onwettige zoon was. In de eerste jaren van zijn bestuur was hij een trouwe vazal van Karel de Grote en Lodewijk de Vrome. In 815 onderzocht hij de moorden in een conflict tussen paus Leo III en diens tegenstanders uit adellijke Romeinse families.
In 817 stelde Lodewijk de Vrome de Ordinatio Imperii op. Bernhard werd daarin niet expliciet als koning van Italië genoemd en was daardoor bang dat hij zijn positie zou verliezen. Daarop werden er aan zijn hof plannen gemaakt voor het uitroepen van een onafhankelijk koninkrijk. Bernhard bezette de Alpenpassen. Lodewijk de Vrome trok met een leger naar Chalon-sur-Saône en Bernhard begreep dat zijn positie onhoudbaar was, zeker toen enkele van zijn aanhangers hem verlieten. Bernhard kreeg bericht dat Lodewijk hem wilde begenadigen. Bernhard ging naar Lodewijk in Chalons en daar bleek dat hij geen keuze had dan zich met zijn aanhangers over te geven. In 818 werd Bernhard te Aken ter dood veroordeeld maar de straf werd verzacht tot het uitsteken van de ogen (met een roodgloeiend mes). Twee dagen na de straf bezweek Bernhard alsnog na een ondragelijk lijden.
Bernhard was getrouwd met Kunigonde van Laon. Zij stichtte het nonnenklooster van San Allessandro in Parma.Zij was de dochter zijn van Heribert de Gellone, zoon van Willem van Gellonne (Willem met de Hoorn, hertog van Aquitanië, graaf van Orange, neef en paladijn van Karel de Grote).
Bernard en Kunigonde waren ouders van Pepijn van Vermandois. (VOLGT 4.)

Pepijn van Vermandois

Pepijn van Vermandois

4. Pepijn van Vermandois, (geboren ca. 818 – overleden na 850) was een zoon van Bernard van Italië en van Cunigonde van Laon. Hij is de eerste van de graven van de Vermandois die twee eeuwen lang tot de belangrijkste feodale vorsten van Frankrijk hoorden. In 834 bevrijdde hij samen met andere Italiaanse edelen keizerin Judith van Beieren uit het klooster van Cortona waar ze was opgesloten door haar opstandige stiefzoons en bracht haar naar Lodewijk de Vrome in Aken. Als beloning werd hij in 836 benoemd tot graaf van St. Quentin, Senlis en Peronne. Net als veel andere getrouwen van Lodewijk de Vrome steunde hij na diens dood in 840 zijn jongste zoon Karel de Kale maar toen Lotharius I optrok naar Parijs koos Pepijn diens kant. Na het verdrag van Verdun werd hij blijkbaar weer zonder problemen vazal van Karel en behield zijn functies.
Pepijn was getrouwd met een onbekende vrouw. Op grond van het gegeven dat zijn kinderen goederen in de Vexin erfden wordt verondersteld dat zij dochter was van een edelman Theoderic uit de Vexin, die achterkleinzoon was van Childebrand. Theoderics vader en grootvader heetten beiden Nibelung. Pepijn en zijn vrouw kregen de volgende kinderen:
– Bernard  (845 – 28 januari893) was de oudste zoon van Pepijn van Vermandois en werd graaf van Laon in opvolging van zijn vader. Er is zeer weinig over hem bekend.
–  Pepijn van Senlis (geboren 845 – overleden 28 januari 893) was een zoon van Pepijn van Vermandois. Samen met zijn broer Herbert, vertoefde Pepijn in de directe omgeving van Karel de Kale. 
– Herbert I van Vermandois (VOLGT 5)
– mogelijk een dochter met de naam Cunigonde
– mogelijk een onbekende dochter die in haar eerste huwelijk was getrouwd met Berengar van Bayeux en in haar tweede huwelijk met Wido van Senlis.

Vermandois

Vermandois

5. Herbert I van Vermandois, (ca. 850 – 6 november tussen 900 en 907), ook Heribert, was via zijn vader Pepijn van Vermandois en zijn grootvader Bernhard van Italië (die een onecht kind was), een directe afstammeling in mannelijke lijn van Karel de Grote. Door een succesvol bestuur en een handige politiek in de strijd rond de koningstitel van West-Francië werd Herbert één van de machtigste edelen in het noorden van Frankrijk.
In 886 versloeg Herbert de Vikingen bij Parijs en werd hij graaf van Soissons en lekenabt van Saint-Crépin in Soissons. In 888 werd hij graaf van Meaux en Madrie, en gaf leiding aan de verdediging van de Seine en de Oise tegen de Vikingen. Hij was, samen met aartsbisschop Fulco van Reims en zijn broer Peppijn, één van de leiders van de oppositie tegen de nieuwe koning Odo van Parijs, die in 888-898 de eerste Capetinger op de Franse troon was. In deze periode herbouwde Herbert het kasteel van Château-Thierry. Op 28 januari 893, de verjaardag van het overlijden van Karel de Grote, kroonden Herbert, Peppijn en Fulco, Karel III de Eenvoudige tot tegenkoning. Odo wist echter gaandeweg de aanhangers van Karel voor zich te winnen, en Herbert moest in 895 naar Bourgondië vluchten. Het volgende jaar verzoende Herbert zich met Odo en kreeg daarbij het graafschap Vermandois toegewezen. De verzoening werd bezegeld door het huwelijk van hun kinderen. Daarop werd de Vermandois echter veroverd door Rudolf van Cambrai, broer van Boudewijn II van Vlaanderen, die meende zelf recht op het graafschap te hebben. Herbert wist hem echter te verslaan en doodde Rudolf op 28 juni 896. Vervolgens breidde Herbert zijn gezag uit en werd heer van Beauvais, Vexin,Chartres en Senlis, en lekenabt van St. Medardus te Soissons, Péronne en Saint Quentin. In 900 viel Boudewijn II van Vlaanderen Herbert nog een keer aan, maar zonder succes. Het lukte Boudewijn later wel om Herbert en Fulco van Reims te laten vermoorden. De datum van de dood van Herbert was 6 november van een onbekend jaartal (ergens tussen 900 en 907).
Herbert was vermoedelijk gehuwd met Bertha van Morvois (862-907), en werd vader van:
–  Herbert II (ca. 880-943), was graaf van Vermandois en werd één van de machtigste edelen in het noorden en midden van Frankrijk. Herbert volgde in 902 zijn vader op als graaf van Vermandois. In 907 trouwde hij met een dochter van Robert van Bourgondië en werd daardoor lekenabt van de Sint-Medardusabdij te Soissons en graaf van Meaux. In 918 werd hij ook graaf van Mézeray en Vexin. Herbert hielp in 922 de aartsbisschop van Reims om diens vazallen te onderwerpen.
Eén van zijn kinderen was: Adelheid (ca. 915-960), in 934 gehuwd met Arnulf I van Vlaanderen (890-964) (Zie: Graven van Vlaanderen nr. 3)
–  Beatrix (880/883 – na 26 maart 931) (VOLGT 6), gehuwd in 895 met Robert I van Frankrijk.
– een dochter (Adela?), gehuwd met graaf Gebhard van de Ufgau.
– een dochter (Cunigonde?), gehuwd met graaf Udo van de Wetterau, zoon van Gebhard van Franconië, hertog van Lotharingen.

6.Beatrix van Vermandois (geboren 880/883 – overleden na 26 maart 931) was koningin van West-Francië.
Beatrix was een dochter van Herbert I van Vermandois en van Bertha van Morvois. Zij trouwde ca. 895 met koning Robert I van Frankrijk en werd de moeder van:
– Emma, gehuwd met Rudolf van Bourgondië
– Hugo de Grote (VOLGT  7)

 

Hugo de Grote

Hugo de Grote

7. Hugo de Grote, (geboren Fontaines-en-Sologne, 897 –overleden Dourdan, 16 juni 956) was in zijn tijd de machtigste edelman in Frankrijk. Hij weigerde tot driemaal toe om koning te worden maar gaf er de voorkeur aan om zwakkere koningen op de troon te plaatsen en direct zijn eigen belangen te kunnen behartigen.
Hugo was de zoon van Robert I van Frankrijk en Beatrix van Vermandois. Na het overlijden van zijn vader in de Slag bij Soissons in 923, werd hem de kroon aangeboden. Hij weigerde echter, en zijn zwager Rudolf I van Frankrijk werd toen tot koning gekozen. Hugo was toen markgraaf van Bretagne, graaf van Parijs, Troyes, Orléans, en lekenabt van Saint-Denis, Saint-Germain-des-Prés, Marmoutier, Saint-Martin te Tours, Carmery, Villeloin. In de volgende jaren werd hij hertog van Neustrië en verwierf hij ook nog de graafschappen Autun, Auxerre, Nevers, Sens,Chalon en Mâcon. Na het kinderloos overlijden van Rudolf in 936 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar vroeg Lodewijk IV van Frankrijk, die als kind door zijn moeder in Engeland in veiligheid was gebracht, om koning te worden. Hugo bedong voor zichzelf natuurlijk een positie van uitzonderlijke macht en invloed, onder de nieuwe koning. In 938 werd hij benoemd tot mede-hertog van Bourgondië.
Daarna kwam Hugo in conflict met Lodewijk, die probeerde een zelfstandige positie als koning te verwerven. Hugo sloot in 940 met Herbert II van Vermandois en met Willem I van Normandië een bondgenootschap tegen Lodewijk IV. Ze belegerden Reims en versloegen de koning toen die probeerde om de stad te ontzetten. In plaats van Lodewijk erkenden ze Otto I de Grote als koning. Uiteindelijk werd er in 942 te Wezet een vrede bemiddeld door Otto en zijn zuster Gerberga van Saksen, die met Lodewijk was getrouwd. Toen de Normandiërs Lodewijk in 945 gevangennamen, droegen ze hem over aan Hugo. En die liet Lodewijk pas in 946 vrij toen die de stadLaon aan hem had afgestaan. In dat jaar gebruikte Hugo de dood van Herbert II van Vermandois om diens erfenis te versnipperen over diens kinderen, zodat geen van hen nog zo machtig zou kunnen worden als hun vader. De Universele Synode van Ingelheim dreigde Hugo in 948 met excommunicatie als hij Lodewijk niet zou compenseren. De excommunicatie is ook een korte tijd daadwerkelijk uitgesproken maar Lodewijk kreeg Laon terug en geleidelijk verzoenden Hugo en Lodewijk zich met elkaar. Na het overlijden van Lodewijk in 954 weigerde Hugo opnieuw de kroon maar steunde het regentschap van Gerberga. In ruil daarvoor werd Hugo tot hertog van Bourgondië en Aquitanië benoemd. Een expeditie naar Aquitanië om zijn gezag als hertog te vestigen mislukte, maar Bourgondië erkende hem wel als hertog.
Hij werd begraven in de Kathedraal van Saint-Denis.

Hugo was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Judith, dochter van Rogier van Maine. In zijn tweede huwelijk was hij getrouwd met Eadhild, een zuster van koning Athelstan van Engeland. Als derde vrouw trouwde hij 14 september 937 met Hedwig van Saksen, dochter van de Duitse koning Hendrik de Vogelaar en zuster van de Rooms-Duitse keizer Otto I van Duitsland.
Zij kregen de volgende kinderen:
– Beatrix, geboren rond 938, huwde met Frederik I van Lotharingen.
– Hugo, geboren rond 940, die later onder de naam Hugo Capet Koning van Frankrijk zal worden. (VOLGT 8)
– Emma (ovl. na 968), getrouwd met Richard I van Normandië.
– Otto, geboren in 945, wordt hertog van Bourgondië en graaf van Auxerre.
– Odo, geboren in 948, noemt zich ook wel Hendrik.
Bij een minnares kreeg hij nog een zoon Herbert, die werd benoemd tot bisschop van Auxerre.

Hugo Capet

Hugo Capet

8. Hugo Capet  (geboren Parijs, overleden ca. 940 – Les Juifs bij Chartres, 24 oktober 996) was koning van Frankrijk van 987 tot 996. Zijn bijnaam Capet betekent “een mantel dragend” en werd hem waarschijnlijk gegeven ter onderscheid van zijn vader Hugo de Grote.
Hugo de Grote was in zijn tijd de machtigste man van Frankrijk, zelfs machtiger dan de koning. Bij de dood van zijn vader erfde Hugo Capet de meeste van zijn bezittingen en titels: Hugo werd hertog van de Franken (Neustrië), graaf van Parijs, Orléans, Poitou, Tours, etc., en lekenabt van o.a. Saint-Martin te Tours, Saint-Germain te Auxerre, St. Aignan te Orléans, Saint-Quentin en Sint-Vaast. Zijn broer Otto werd bovendien hertog van Bourgondië. De paus noemde hem de “glorierijke prins van de Franken”. Omdat Hugo nog minderjarig was traden zijn moeder Hedwig van Saksen en zijn oom Bruno, aartsbisschop van Keulen, op als regent. Zij waren zuster en broer van keizer Otto I de Grote.
De machtige Franse edelen maakten gebruik van Hugo’s minderjarigheid door hun positie ten koste van hem te versterken, bv: Willem III van Aquitanië die de Poitou tegen Hugo wist te behouden, Theobald I van Blois die Chartres en Châteaudun verwierf, en Fulco II van Anjou die de omgeving van Nantes in handen kreeg.
Ca. 968 verbeterde Hugo zijn betrekkingen met Willem IV van Aquitanië door met diens zuster te trouwen. In 978 beschermde Hugo koning Lotharius van Frankrijk in Étampes en verdedigde Parijs tegen Otto II, nadat Lotharius een riskante plundertocht naar Aken had ondernomen.
Hugo was een bondgenoot van aartsbisschop Adalbero van Reims, die bang was dat Frankrijk een vazalstaat van Duitsland zou worden.
In 981 veroverde Hugo Montrieul, ook bezocht hij in dat jaar Otto II in Rome. In 986 klaagde Lotharius Adalbero aan wegens hoogverraad. Hugo bestormde de rechtszitting en de koning kwam daarbij om het leven. Dit bleef zonder gevolgen voor Hugo.
Na de onverwachte dood van Lotharius’ zoon Lodewijk de Doeniet in 987, hij stierf kinderloos na een jachtongeval, werd Hugo op 3 juli 987 te Senlis tot koning gekozen. Adalbero steunde hem met de volgende argumentatie: Het koningschap krijgt men niet op grond van erfrecht; men moet slechts hem op de troon verheffen, die zich zowel door zijn lichamelijke welgeschapenheid als door zijn geestelijke wijsheid onderscheidt, die door het geloof gesterkt en door grootmoedigheid gesteund wordt... Hugo werd in Noyon of Reims gekroond en liet nog op 30 december 987 zijn zoon Robert II tot medekoning kronen, een poging om zijn opvolging te verzekeren.

Hij was gehuwd met Adelheid van Aquitanië (945/952-1004), dochter van Adelheid van Normandië en van Willem III van Aquitanië graaf van Poitiers van 934 tot 963, en hertog van Aquitanië van 928 tot 963. Zij hadden vier kinderen:
– Gisela (ca. 969), gehuwd met Hugo, zoon van Hilduinus III van Montreuil. Hugo Capet gaf het echtpaar Abbeville (Somme), Ancre en Domart, uit het bezit van de abdij van Saint-Riquieren maakte Hugo lekenabt van die abdij. Deze bezittingen vormden later het graafschap Ponthieu en Hugo werd bekend als Hugo I van Ponthieu.
– Hedwig (ca. 970 – na 1013), gehuwd met Reinier IV van Henegouwen.
– Robert II (972 – 1031), die zijn vader  opvolgt. (VOLGT 9.)
– Adelheid (ca. 973 – na 1063)
Mogelijk had Hugo nog een buitenechtelijke zoon Gauzelin (ovl. 1030), abt van de abdij van Fleury en door Robert II benoemd tot aartsbisschop van Bourges.

Robert II de Vrome

Robert II de Vrome

9. Robert II de Vrome, (geboren Orléans, 27 maart 972 – overleden Melun, 20 juli 1031) was koning van Frankrijk van 996 tot aan zijn dood.
Robert was zoon van koning Hugo Capet. Hij kreeg een voor die tijd bijzonder goede opvoeding, zijn leraar was Gerbert van Aurillac, de latere paus Silvester II. Daardoor had Robert een voorliefde voor muziek, dichtkunst en religie. Doordat hij tijdens zijn regering bovendien streng optrad tegen ketters, kreeg hij de bijnaam “de Vrome”. In 987 werd Robert gekroond tot medekoning naast zijn vader, om zijn kansen voor de opvolging zo groot mogelijk te maken. Robert wilde trouwen met Bertha van Bourgondië maar omdat ze verwant waren in de zesde graad, was dit tegen de wetten van de kerk en Hugo weigerde daarom in dit huwelijk in te stemmen. In plaats daarvan probeerde Hugo om Robert met een Byzantijnse te laten trouwen en toen dat niet lukte arrangeerde hij in 989 een huwelijk met de ongeveer 20 jaar oudere Suzanna van Italië. Zij was weduwe van Arnulf II van Vlaanderen en moeder van de minderjarige Boudewijn IV van Vlaanderen. Door dit huwelijk kreeg de kroon een sterke invloed in een van de grote graafschappen van het koninkrijk, bovendien bracht zij Montreuil (Pas-de-Calais) en Ponthieu in als bruidsschat. Als kroonprins speelde Robert een actieve rol. Hij nam deel aan de gevechten tegen Karel van Neder-Lotharingen om Laon. In 991 verhinderde hij Franse bisschoppen om deel te nemen aan een synode in Mousson, dat toen in Duitsland lag. In 991 en 994 was hij voorzitter van concilies in Frankrijk. In 996 overleed zijn vader en werd Robert koning. Robert scheidde direct van Suzanna om te kunnen trouwen met Bertha, die inmiddels weduwe was van Odo I van Blois. Wel behield hij de bruidsschat van Suzanna, zo genaamd om die voor haar te beheren. Wegens de bloedverwantschap met Bertha en de onwettige scheiding van Suzanna, stond Robert onder grote druk van de kerk om zijn huwelijk met Bertha te ontbinden. Toen hij bleef weigeren, werd het echtpaar uiteindelijk geëxcommuniceerd door paus Gregorius V.
Robert volhardde zijn verzet tegen de kerk en bleef getrouwd met Bertha tot 1003. Toen wilde hij het hertogdom Bourgondië rechtstreeks aan de kroon brengen en was de excommunicatie een te grote politieke handicap. Na onderhandelingen met paus Silvester II, zijn oude leermeester, scheidde hij van Bertha en trouwde met Constance van Arles. De excommunicatie werd ongedaan gemaakt. Zijn politieke en militaire pogingen om de macht in Frans Bourgondië direct in handen te krijgen, mislukten echter door de tegenstand van de lokale adel en bisschoppen. Robert zette naast zijn huwelijk zijn relatie met Bertha gewoon voort. Het hof werd daardoor verdeeld en twee vijandige kampen. Het huwelijk met Constance zorgde wel voor erfgenamen maar was verder een grote mislukking.

In 1005 veroverde Robert Auxerre, in 1015 volgde Sens en in 1016 had Robert eindelijk het hertogdom Bourgondië in handen. In deze periode trok Robert samen met Bertha naar Rome, om hun zaak bij de paus te bepleiten maar die wilde niet toestemmen in een hernieuwd huwelijk. In 1020 overleed Steven I van Champagne en probeerde Robert om diens graafschappen aan de kroon te laten vervallen. Robert kwam daardoor in conflict met Stevens erfgenaam (en Bertha’s zoon) Odo II van Blois. In 1023 moest Robert uiteindelijk toestaan dat Odo Stevens graafschappen in bezit nam. Robert sloot daarop direct een bondgenootschap met keizer Hendrik II om Odo’s macht te beteugelen. Dit had enig succes want Odo moest Reims opgeven aan de bisschop en hij moest Dreux overdragen aan Robert. Na de dood van Hendrik kwam Robert in 1024 tot een vergelijk met Odo en steunde hij de tegenstanders van Koenraad II de Saliër. Een poging om Metz te veroveren mislukte. Een aanbod om koning van Italië te worden sloeg hij af.In de laatste jaren van zijn leven was Robert in open oorlog met zijn zonen Hendrik en Robert, die door hun moeder werden gesteund. Tijdens de burgeroorlog tegen zijn eigen zonen stierf Robert II op 20 juli 1031 bij Melun. Hij werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis en uiteindelijk werd hij opgevolgd door zijn zoon Hendrik I.

Robert II trouwde driemaal:
– 989 Suzanna, dit huwelijk was kinderloos.
– 996 Bertha, dit huwelijk was kinderloos.
– 1003 Constance Taillefer d’Arles.
Robert en Constance hadden de volgende kinderen:
– mogelijk Constance, gehuwd met Manasses van Dammartin-en-Goële.
– Hedwig (ca. 1003 – 5 juni na 1063), gehuwd met Reinoud I van Nevers, ze kreeg Auxerre als bruidsschat.
– Hugo – (1007-28 augustus 1025). In 1017 gekroond tot medekoning en later in opstand om een volwaardige functie op te eisen maar verzoende zich later met zijn vader. Begraven te Compiègne.
– Hendrik  (geboren 4 mei 1008 – overleden Vitry-en-Brie, 4 augustus 1060) was koning van Frankrijk van 1031 tot zijn dood.
– Robert I van Bourgondië (geboren ca. 1011 – Fleurey-sur-Ouche, 21 maart 1076), bijgenaamd de Oude, hertog van Bourgondië.
– Odo (ca. 1013 – ca. 1058), steunde zijn broer Robert tegen zijn broer Hendrik maar werd in 1041 verslagen en gevangengenomen. Hij vocht later voor Hendrik tegen Normandië maar werd in 1054 verslagen.
– Adela  (1009 – 8 januari 1079), huwde met hertog Richard III van Normandië en met graaf Boudewijn V van Vlaanderen.

Hendrik I van Frankrijk

Hendrik I van Frankrijk

10. Hendrik I (geboren 4 mei 1008 – overleden Vitry-en-Brie, 4 augustus 1060) was koning van Frankrijk van 1031 tot zijn dood.Hendrik werd in 1016, nog als kind, door zijn vader Robert II van Frankrijk benoemd tot hertog van Bourgondië. Toen zijn oudste broer Hugo in 1025 was overleden en Hendrik kroonprins werd, was hij ontevreden omdat hij van zijn vader geen wezenlijke rol in het bestuur kreeg. Hendrik kwam daarom samen met zijn broer Robert, en met steun van hun moeder, in 1025 in opstand tegen zijn vader. Hendrik wist Dreux, Beaune enAvallon te veroveren. Uiteindelijk werd een compromis bereikt en staakten de broers hun opstand, Hendrik werd op 14 mei 1027 te Reims tot medekoning gekroond.
Na het overlijden van zijn vader werd Hendrik koning van Frankrijk. Hij kreeg direct te maken met een opstand van zijn broer Robert en zijn moeder. Met de steun van keizer Koenraad II de Saliër en hertog Robert de Duivel van Normandië wist hij echter zijn positie te behouden. In 1032 gaf Robert zijn aanspraken op de troon op, in ruil voor het hertogdom Bourgondië. Hendrik had in 1033 een bespreking met Koenraad teDeville. Daarbij gaf Hendrik zijn aanspraken op het koninkrijk Bourgondië op ten gunste van die van Koenraad. Ook verloofde Hendrik zich met Koenraads dochter Mathilde. Later in dat jaar steunde Hendrik Koenraad daadwerkelijk tegen Odo II van Blois die probeerde om koning van Bourgondië te worden. In 1034 overleed Mathilde onverwacht op jonge leeftijd. Datzelfde jaar trouwde Hendrik met een andere Mathilde, dochter van Koenraads stiefzoon Liudolf van Brunswijk.
Hendriks verdere regering werd bepaald door de opkomende macht van Normandië en diplomatie met Duitsland. In 1043 was een eerste bespreking met keizer Hendrik III te Carignan (Ardennes), over diens huwelijk met Agnes van Poitou. In 1048 was er een tweede bespreking met Hendrik te Carignan. Een jaar later kwam Hendrik in conflict met de paus. Hendrik verbood zijn bisschoppen om een concilie te Reims bij te wonen maar de bisschoppen die hem gehoorzaamden werden afgezet of geëxcommuniceerd. In 1056 had Hendrik een derde bespreking met keizer Hendrik te Carignan. Hierbij maakte Hendrik aanspraken op hertogdom Lotharingen en daagde de keizer zelfs uit tot een tweegevecht om de kwestie te beslissen. Keizer Hendrik vertrok echter bij nacht in het geheim uit Carignan, en bleef gewoon leenheer van Lotharingen.
Hendrik steunde in 1047 nog de jonge Willem de Veroveraar, zoon van zijn oude bondgenoot Robert, tegen zijn opstandige vazallen in de slag bij Val-ès-Dunes bij Caen. Hierdoor wist Willem definitief het gezag over zijn hertogdom te vestigen. Na zijn huwelijk met Mathilde van Vlaanderen, werd Willems positie echter zo sterk, dat hij een bedreiging werd voor Hendrik. In 1054 trok Hendrik op tegen Normandië, maar werd verslagen toen de Normandiërs bij nacht het Franse kamp bij Mortemer (Seine-Maritime) overvielen. In 1057 deed Hendrik een tweede poging om Willem te onderwerpen, maar bij Varaville werd Hendrik door Willem verslagen, doordat die handig gebruik wist te maken van de rivier en het moeras in het landschap.
In 1059 liet Hendrik zijn zoon Filips tot medekoning kronen. In 1060 stichtte hij een kapittel van Sint Maarten in Parijs. Hendrik stierf op 4 augustus1060 in Vitry-en-Brie. Hij werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis. Hendrik werd opgevolgd door zijn zoon Filips, die toen 8 jaar oud was. Hendriks weduwe, Anna van Kiev, was zes jaar lang regent.

Hendrik was tweemaal getrouwd:
– In 1034 met Mathilde van Friesland. Dit huwelijk was kinderloos.
– Op 19 mei 1051 met prinses Anna van Kiev (1024-1075) (Zie Grootvorsten van Kiev nr.6).
Kinderen van Hendrik en Anna;
– Filips I van Frankrijk (23 mei 1052 – 30 juli 1108). (VOLGT 11.)
– Hugo I van Vermandois (1057 – 1102).
– Robert (ca. 1055 – ca.1060)
– Emma

Filips I van Frankrijk

Filips I van Frankrijk

 11. Filips I van Frankrijk,  (geboren Champagne-et-Fontaine, 23 mei 1052 – Melun, 29 juli 1108) was koning van Frankrijk van 4 augustus 1060 tot 1108. Hij was de zoon van Hendrik I van Frankrijk (1008-1060) en Anna van Kiev (1024-1075).
Filips werd in 1059 al tot koning van Frankrijk gewijd en op 4 augustus 1060 (8 jaar oud) gekroond. Zijn moeder en Boudewijn V, graaf van Vlaanderen, waren gezamenlijk regent. Toen Anna in 1061 hertrouwde met Rudolf van Valois werd haar positie aan het hof onmogelijk en moest ze haar positie opgeven. In 1066 werd Filips meerderjarig verklaard en kon zijn zelfstandig regeren beginnen. Tijdens de eerste 25 jaar van zijn bewind was Filips volop bezig om zijn binnenlandse positie te versterken, ten koste van de grote leenmannen in het noorden van Frankrijk.
Hij trouwde in 1072 met Bertha van Holland, stiefdochter van Robrecht I de Fries, graaf van Vlaanderen en dochter van Floris I van Holland.
Na 1090 werd Filips’ bewind beheerst door zijn huwelijksverwikkelingen en de conflicten met de kerk die daaruit voortkwamen: Filips begeerde Bertrada, de mooie en jonge vijfde vrouw van zijn oude vazal Fulco IV van Anjou. Tegelijk vond Filips dat koningin Bertha dik en onaantrekkelijk was geworden. Dus scheidde hij op 15 mei 1092 van haar en verbande ze van het hof. Daarna trouwde Filips met Bertrada. Bertrada was toen nog niet gescheiden van Fulco.
Niet alle bisschoppen konden dit accepteren en er kwam verzet tegen deze gang van zaken. In 1094 excommuniceerde de aartsbisschop van Lyon het nieuwe paar. Dit werd in 1095 door de paus bevestigd. Onder druk van de excommunicatie verliet Filips Bertrada, waarop de excommunicatie werd opgeheven; Filips en Bertrada gingen echter weer samenwonen en werden opnieuw geëxcommuniceerd. Dit herhaalde zich enkele malen tot 1104. Toen legden Filips en Bertrada een plechtige eed af om te zullen scheiden, en werd de excommunicatie opgeheven. Natuurlijk braken ze hun eed en bleven bij elkaar maar de excommunicatie werd niet opnieuw ingesteld. Als dank gaf Filips tijdens een ontmoeting in Saint-Denis steun aan paus Paschalis II tegen keizer Hendrik V.
Koning Filips I overleed in zijn kasteel in Melun op 29 juli 1108. Hij werd begraven bij het klooster van Saint-Benoît-sur-Loire omdat hij vond dat hij niet waardig was om bij zijn voorvaderen in de kathedraal van Saint-Denis te worden bijgezet.
Hij werd opgevolgd door zijn zoon Lodewijk VI de Dikke.
Filips zou verloofd zijn geweest met Judith Maria van Zwaben maar dit huwelijk ging om onbekende redenen niet door.
Hij was getrouwd met Bertha van Holland, maar verstootte haar omdat hij haar te dik vond worden. Zij kregen drie kinderen:
– Constance (1078- 14 september 1126).
– Lodewijk VI (1 december 1081 – 1 augustus 1137), opvolger als koning. (VOLGT 12.)
– Hendrik (geboren in 1083, jong gestorven)
Filips kreeg met Bertrade drie kinderen:
– Filips (ca. 1093- na 1133), trouwde met Elisabeth, erfdochter van Montlhéry, heer van Mehun-sur-Yèvre en graaf van Mantes; steunde een opstand van zijn oom Amalrik III van Montforten moest als straf daarvoor zijn kastelen afstaan.
– Floris (1095-1118), trouwde met de erfdochter van Nangis, vader van twee dochters.
– Cecilia (1097-1145), eerst gehuwd met Tancred, prins van Galilea (oomzegger van Bohemond van Antiochië), later met Pons, graaf van Tripoli. Met Pons kreeg ze twee zoons en een dochter.
– Eustatia, gehuwd met Jan van Etampes, stichteres van de abdij van Yerres.
Filips had een zoon bij een onbekende minnares: Odo

Lodewijk VI van Frankrijk

Lodewijk VI van Frankrijk

12. Lodewijk VI, volledig: Lodewijk Theobald, de Dikke, (Parijs, eind 1081 – overleden Château de la Douye te Béthisy-Saint-Pierre, 1 augustus 1137) was koning van Frankrijk van 29 juli 1108 tot 1137. Zijn bijnaam was letterlijk bedoeld, Lodewijk was dik en werd bij zijn leven al “de Dikke” genoemd. Lodewijk werd geboren in Parijs als zoon van Filips I van Frankrijk en Bertha van Holland (1055-1094).
Lodewijk werd opgevoed in de abdij van Saint-Denis, samen met zijn latere raadsman Suger. In 1092 werd hij benoemd tot graaf van de Vexin en de steden Mantes-la-Ville en Pontoise. Dit plaatste hem in het front tegen Normandië/Engeland. Zijn vader verstootte zijn moeder om te kunnen trouwen met Bertrada van Montfort, wat leidde tot een politieke crisis in Frankrijk. De jonge Lodewijk bleef zo veel mogelijk weg van het hof. In 1097 neemt hij deel aan de verdediging van de Vexin tegen Willem II van Engeland en in 1098 werd hij tot ridder geslagen.
Ondanks de pogingen van zijn stiefmoeder om haar zoons koning te laten worden, werd Lodewijk in 1100 door zijn vader als erfgenaam aangewezen. In dat jaar maakte hij een reis naar Londen. Een poging van Bertrada om hem daar gevangen te laten nemen mislukte. Op de terugweg werd een aanslag op Lodewijk door een geestelijke verijdeld. In 1101 werd Lodewijk benoemd tot graaf van de Vermandois. Zijn vader was toen al zo verzwakt dat Lodewijk in feite al als koning regeerde. Hij werd in 1101 vergiftigd maar werd genezen door een joodse arts.
In 1104 verzoende Lodewijk zich met Betrada. En hij verloofde zich met Lucienne de Rochefort, een verwante van Bertrada. In 1107 zou Lodewijk de verloving laten verbreken, met een te nauwe bloedverwantschap als excuus. In 1106 accepteerde Lodewijk dat Hendrik I van Engeland Normandië veroverde, waardoor Engeland en Normandië weer een verenigd rijk werden.
Filips overleed op 29 juli 1108. Lodewijk was formeel zijn erfgenaam maar zijn positie werd bedreigd door zijn stiefbroers.Lodewijk werd op 3 augustus 1108 in grote haast te Orléans tot koning gekroond. De kroning kon niet in Reims (de gebruikelijke plaats voor de kroning van Franse koningen) plaatsvinden omdat die stad door een conflict over de bisschopsfunctie onder een interdict viel. Bovendien werd de stad gecontroleerd door Lodewijks halfbroer Filips en diens ondgenoot Theobald IV van Blois. Er waren nauwelijks grote vazallen of kerkvorsten aanwezig bij de kroning.
De geldigheid van de kroning werd tevergeefs aangevochten door zijn halfbroers. Betrada besloot daarna om zich terug te trekken in een klooster. Guy van Rochefort (de vader van Lucienne) kwam echter in opstand. Lodewijk veroverde zijn kasteel in Gournay-sur-Marne. Guy stierf en zijn partij werd nu aangevoerd door Hugo van Crécy, die zich weer verbond met Hugo van le Puiset. En omdat Hugo van le Puiset de fout maakte om de gebieden rond Chartres te plunderen, koos Theobald van Blois de kant van Lodewijk. Met de steun van Theobald kon Lodewijk zich handhaven, maar het gebied dat hij daadwerkelijk onder controle had was niet groter dan de regio rond Parijs, Orléans en Senlis. De rest van Frankrijk werd geregeerd door edelen die feitelijk onafhankelijk waren. Lodewijk was bijna 30 jaar koning en al die tijd was hij verwikkeld in conflicten met Normandië/Engeland en lokale opstandige edelen en roofridders binnen zijn eigen domeinen. Vlaanderen en Vermandois waren meestal zijn bondgenoot, Blois en Anjou wisselden regelmatig van kant.
Lodewijk trouwde op 28 maart 1115 in de Notre-Dame van Parijs met Adelheid van Maurienne, wat al aangaf dat zijn ambities tot in het zuiden van Frankrijk reikten. In 1119 steunde hij de keuze van paus Calixtus II en kwam daarmee in conflict met keizer Hendrik V. In 1124 trok Hendrik V met een leger naar Frankrijk. Het lukte Lodewijk met de steun van Theobald van Blois en de hertog van Aquitanië om een groot leger op de been te brengen. De legers ontmoetten elkaar bij Metz en vanwege de onverwachte sterkte van het Franse leger besloot Hendrik om van strijd af te zien en zich terug te trekken.
Lodewijk werd door alle tijdgenoten beschreven als een vriendelijke en vrolijke man. Maar hij was ook een krachtdadige koning die van groot belang was voor de vestiging van de koninklijke macht in Frankrijk. Onder zijn bewind bloeiden de economie en de steden in de gebieden die onder zijn bewind stonden. Vanaf 1110 heeft hij steden stadsrechten gegeven. Bij zijn dood was Parijs de grootste stad van Frankrijk geworden. Lodewijk stichtte daar de abdijen van Sint-Vicor en Saint-Lazare, en een vrouwenklooster op de Montmartre. Hij stelde een jaarmarkt in te Parijs en liet de oude Romeinse brug door een nieuwe stenen brug vervangen. Lodewijk rekruteerde zijn medewerkers uit de lagere adel en geestelijkheid om zo de macht van de grote adellijke families in te perken. Hij dwong zijn directe vazallen om zijn wetten te hanteren en geen eigen wetten te maken. Lodewijk stelde een koninklijke raad in. In 1137 werd hij door de stervende hertog Willem X van Aquitanië belast met de taak om een goede echtgenoot voor zijn erfdochter Eleonora van Aquitanië te vinden. Lodewijk liet deze kans om de positie van de Franse kroon te versterken niet voorbij gaan en verloofde haar direct met zijn zoon en kroonprins Lodewijk VII van Frankrijk.
Lodewijk en Adelheid kregen de volgende kinderen:
– Filips (1116-1131).
– Lodewijk VII (1120-1180). (VOLGT 13.)
– Hendrik (1121-1175), aartsbisschop van Reims.
– Robert I van Dreux (ca. 1123-1188).
– Constance (ca.1124-1176), gehuwd met Eustaas IV van Boulogne, daarna met Raymond V van Toulouse.
– Peter (1126 – 1183), Heer van Courtenay.
– Filips (1131-1161) , bisschop van Parijs.
Lodewijk had ook nog een dochter bij Marie de Breuillet: Isabelle (circa 1105 – vóór 1175), zij trouwde rond 1119 met Willem van Chaumont, vermoedelijk de zoon van Hugo I van Vermandois.

Lodewijk VII de Jongere

Lodewijk VII

13. Lodewijk VII de Jongere (geboren 1120 – Parijs, 18 september 1180) was koning van Frankrijk van 1137 tot 1180.
Lodewijk was de tweede zoon van Lodewijk VI van Frankrijk en Adelheid van Maurienne. Hij was daarom voorbestemd voor een geestelijk ambt en werd opgevoed door de abt Suger van St. Denis, de belangrijkste adviseur van zijn vader. In 1131 overleed zijn oudere broer door een ruiterongeluk en nu werd Lodewijk de kroonprins. Hij werd op 15 oktober 1131 gezalfd en tot medekoning gekroond. Er was nog een complot om Lodewijk te vervangen door zijn jongere broer Robert maar dat werd verijdeld.
In 1137 overleed hertog Willem X van Aquitanië zonder mannelijke erfgenamen. Hij benoemde zijn oudste dochter Eleonora van Aquitanië tot zijn opvolger en verzocht Lodewijk VI om haar belangen te beschermen en een goede huwelijkskandidaat voor haar te vinden. Voor Lodewijk VI was dit een politiek wonder: het hertogdom Aquitanië met de bijbehorende graafschappen en steden was de grootste, rijkste en machtigste feodale staat van Frankrijk. Controle over Aquitanië zou de koning de kans geven om geheel Frankrijk werkelijk aan zijn gezag te onderwerpen – Lodewijk VI en zijn voorouders hadden alleen werkelijk macht over het gebied rond Parijs en Orléans gehad en de grote feodale vorsten vonden zichzelf gelijkwaardig aan de koning.
Lodewijk VI besloot binnen een dag dat Eleonora met Lodewijk zouden moeten trouwen. Lodewijk trok samen met Suger, Theobald IV van Bloisen Roeland I van Vermandois, met een gevolg van 500 ridders, naar Bordeaux. Op 25 juli trouwden Lodewijk en Eleonora daar in de kathedraal. Bij het huwelijk werd echter overeengekomen dat Lodewijk geen macht over Aquitanië zou krijgen maar dat alleen Eleonora hertogin van Aquitanië zou zijn. Pas een eventuele zoon zou de functies van hertog van Aquitanië en koning van Frankrijk werkelijk verenigen.
Kort na het huwelijk overleed Lodewijk VI en volgde Lodewijk hem op. Eerst kreeg hij te maken met opstanden in Orléans en Poitiers. Daarna kwam hij in conflict met de paus over de benoeming van de bisschoppen van Laon (1138) en Bourges (1141) en Poitiers. Dit leidde ertoe dat de paus een interdict uitsprak over de bezittingen van Lodewijk. Lodewijk werkte zichzelf verder in de problemen door Roeland van Vermandois te belonen met een huwelijk met Petronella, de zuster van Eleonora. Roeland moest daarvoor wel zijn eerste echtgenote verstoten, en dat was de zuster van Theobald van Blois die hierin een reden zag om de koning de oorlog te verklaren. Lodewijk en Roeland waren in staat om Theobald in de Champagne te verslaan.Godfried V van Anjou veroverde Normandië, dat onder controle van Theobald stond, en Lodewijk kreeg als dank daarvoor de helft van de Vexin.
Deze ontwikkelingen kwamen tot een abrupt einde toen Lodewijk in 1144 de stad Vitry-le-François veroverde. Een grote groep inwoners had zijn toevlucht gezocht in de kerk. Toen de troepen van Lodewijk de kerk in brand staken kwamen meer dan duizend mensen in de vlammen om. Verteerd door schuldgevoelens trok Lodewijk zich terug en sloot vrede met de paus en met Theobald. In 1145 maakte Lodewijk bekend om op kruistocht te gaan, als boetedoening.

Lodewijk nam deel aan de Tweede Kruistocht. Eleonora stond erop om als soevereine hertogin van Aquitanië ook deel te nemen aan de kruistocht en haar eigen troepen aan te voeren. Op de heenreis bezocht Lodewijk koning Géza II van Hongarije en werd peetoom van diens zoon Stefanus III van Hongarije. In Constantinopel had hij een bespreking met keizer Manuel I Komnenos. Militair was de kruistocht echter een mislukking. In Klein-Azië werd het leger van Lodewijk verslagen in een hinderlaag, waarbij Lodewijk alleen maar aan de dood kon ontsnappen doordat hij als een gewone ridder was gekleed en niet herkenbaar was als de koning. Een van de oorzaken van de nederlaag was dat de Aquitaanse voorhoede onder bevel van Eleonora te snel vooruit was getrokken waardoor de hoofdmacht kwetsbaar werd.
Aangekomen in het Vorstendom Antiochië kwamen Eleonora en Lodewijk lijnrecht tegenover elkaar te staan. Eleonora wilde de plannen van haar jonge oom Raymond van Antiochiësteunen om eerst enkele steden in de omgeving van Antiochië te veroveren. Lodewijk wilde echter verder trekken naar het Heilige Land. Uiteindelijk zette Lodewijk zijn zin door en zette hij Eleonora gevangen. Lodewijk nam deel aan de volledig mislukte expeditie naar Damascus, en besloot daarna om snel terug te keren naar Frankrijk.
Het huwelijk van Eleonora en Lodewijk was stukgelopen, en ze hadden nog geen mannelijke erfgenaam geproduceerd. De oude abt Suger verzette zich echter uit alle macht tegen een scheiding. Toen die in 1152 overleed, werd de scheiding al snel uitgesproken (11 maart 1152) op grond van te nauwe bloedverwantschap (in die tijd het gangbare excuus voor een scheiding). Eleonora wist heelhuids Poitiers te bereiken en deed direct een voorstel aan de twaalf jaar jongere Hendrik II van Engeland, toen nog hertog van Normandië en graaf van Anjou. Hendrik accepteerde het voorstel en het paar trouwde zo snel mogelijk (18 mei 1152) – vanwege de grote haast was het een eenvoudige plechtigheid. Ook nu werd afgesproken dat Eleonora zelfstandig hertogin van Aquitanië zou blijven.
Lodewijk was volledig verrast door deze politieke zet waardoor Hendrik en Eleonora tezamen de helft van Frankrijk controleerden. Lodewijk begon een oorlog tegen Hendrik met als excuus dat hij als leenman toestemming voor zijn huwelijk had moeten vragen. Hendrik wist Lodewijk eenvoudig te verslaan en Lodewijk moest zich ziek naar Parijs terugtrekken. Met de hulpmiddelen van Aquitanië kon Hendrik ook de Engelse burgeroorlog in zijn voordeel beslissen en in 1154 werden Hendrik en Eleonora koning en koningin van Engeland. Hendrik zou in 1156 Lodewijk nog huldigen als leenheer voor zijn Franse bezittingen maar Lodewijk had in werkelijkheid helemaal niets meer te vertellen over zijn halve koninkrijk.
Na 1156 stelt Lodewijk zich voorzichtig op. Het is duidelijk dat hij zijn beperkingen kende en daar het beste van probeerde te maken, vooral door zijn tegenstanders tegen elkaar uit te spelen.
In 1157 bezocht Lodewijk Santiago de Compostella. Het volgende jaar wist hij een toenadering te bereiken met Hendrik en Eleonora door een verloving te arrangeren tussen hun zoon Hendrik II van Maine en zijn dochter uit zijn tweede huwelijk Marguerite, die allebei nog kleuters waren. Zij kreeg de Vexin en Gisors als bruidsschat. In 1159 zette hij Hendrik echter alweer de voet dwars toen die Toulouse belegerde. Lodewijk bezocht de stad met een klein gevolg en Hendrik kon volgens de feodale regels niet een stad aanvallen waar zijn leenheer verbleef, en moest het beleg toen opgeven.
Lodewijk steunde paus Alexander III tegen keizer Frederik I van Hohenstaufen en bood hem onderdak. De paus legde in 1163 de eerste steen voor de huidige Notre-Dame van Parijs. Ook gaf Lodewijk onderdak aan Thomas Becket die voor Hendrik was gevlucht. Ondertussen ging Lodewijk gestaag door om zijn relatie met de zonen van Hendrik en Eleonora te verbeteren, en ze tegen hun vader op te zetten. In 1169 verloofde hij zijn dochter Alys met Richard I van Engeland. Toen Lodewijk na jaren van intensieve diplomatie in 1171 een goede verstandhouding met keizer Frederik bereikte, had hij zijn rug gedekt en was hij in staat om Hendrik aan te pakken. Lodewijk vormde een bondgenootschap met zijn schoonzoon Hendrik (Maine), met Richard (Poitou) en met de koning van Schotland, en ze vielen gezamenlijk Hendrik en Eleonora aan. Lodewijk en Hendrik van Maine belegerden in 1173 Rouen. Maar het lukte Hendrik om Schotland snel te verslaan en daarna trok hij naar Normandië en ontzette Rouen. Lodewijk moest zich terugtrekken naar Parijs. Door onderlinge twisten van Hendrik en Richard viel het bondgenootschap vervolgens uiteen.
In 1177 bemiddelde de paus een vrede tussen Lodewijk en Hendrik.
Lodewijk werd in 1179 getroffen door een beroerte. Hij wees Filips van de Elzas, de Vlaamse graaf aan tot eerste raadgever en begeleider van de op dat ogenblik veertienjarige kroonprins Filips. Daarna was hij niet meer in staat om te regeren. Zijn zoon werd in Reims gekroond maar Lodewijk was verlamd en al zo zwak dat hij de ceremonie niet kon bijwonen. Een jaar later overleed hij. Lodewijk werd begraven in de abdij Notre-Dame-de-Barbeaux bij Fontainebleau. In 1817 werd hij herbegraven in de Kathedraal van Saint-Denis.

Eerste huwelijk met Eleonora van Aquitanië, gescheiden in 1152. Ze kregen twee dochters:
– Maria (VOLGT 14.), gehuwd met Hendrik I van Champagne.
– Alix, gehuwd met Theobald V van Blois.
Tweede huwelijk (1154) met Constance van Castilië. Ze kregen twee dochters:
– Marguerite, getrouwd met Hendrik van Maine.
– Alys, verloofd met Richard Leeuwenhart, vermoedelijk maîtresse van Hendrik II van Engeland, verloofd met Jan zonder Land maar uiteindelijk getrouwd met Willem II van Ponthieu.
Derde huwelijk met Adelheid van Champagne. Zij kregen de volgende kinderen:
– Filips II, opvolger van zijn vader.
– Agnes, getrouwd (1180) met de jonge keizer Alexios II Komnenos, daarna (1183) met de usurpator Andronikos I Komnenos, later minnares van Theodorus Branas (commandant vanAdrianopel) en in 1204 met hem getrouwd.

14. Maria van Frankrijk (geboren ca. 1145 – Fontaines-les-Nones (bij Meaux),  overleden 11 maart 1198) was gravin van de Champagne.
Zij was de oudste dochter van Lodewijk VII van Frankrijk en van diens eerste echtgenote Eleonora van Aquitanië. Maria trouwde in 1164 met Hendrik I van Champagne. Zijn rijkdom stelde haar in staat om in navolging van haar moeder een schitterende hofhouding te voeren en tal van schrijvers en wetenschappers te begunstigen.
Maria was regentes tijdens de reis van Hendrik naar Jeruzalem (1179/1180) en regentes na zijn overlijden. Ze verloofde zich in 1183 met Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, maar die verloving werd korte tijd later verbroken. In 1187 nam haar zoon Hendrik het bestuur over maar in 1190 trok hij naar het Heilige Land en werd Maria opnieuw regentes, tot haar zoon Theobald III van Champagne in 1197 meerderjarig werd. Daarna trok Maria zich terug in een het klooster van Fontaines-les-Nones waar ze een jaar later overleed. Ze werd begraven in de kathedraal van Meaux.

Maria en Hendrik kregen de volgende kinderen:
– Hendrik, koning van Jeruzalem
– Maria (VOLGT 15), gehuwd met graaf Boudewijn IX van Vlaanderen, keizer van het Latijnse Keizerrijk
– Scholastica (ovl. 1229), gehuwd met graaf Willem IV van Mâcon
– Theobald III van Champagne, opvolger van zijn broer als graaf van de Champagne

15. Maria van Champagne (geboren 1174 – overleden Akko, 9 augustus 1204) was een dochter van Hendrik I van Champagne en van Maria, dochter van koning Lodewijk VII van Frankrijk. Op 13 januari 1186 trouwde zij met Boudewijn IX van Vlaanderen.
Op 23 februari 1200 legde zij samen met haar man in Brugge de kruisvaardersgelofte af. Boudewijn nam deel aan de Vierde Kruistocht maar Maria was zwanger en bleef achter als regentes. Maria reisde in 1204 haar echtgenoot achterna en hoorde aangekomen in Akko dat haar man tot keizer vanConstantinopel was gekozen. Ze werd echter ziek en overleed in Akko. Het nieuws van haar dood zou Boudewijn veel verdriet hebben gedaan.
Kinderen van Maria en Boudewijn:
– Johanna van Constantinopel.
– Margaretha II van Vlaanderen. (VOLGT 16.)

margaretha van constantinopel

Margaretha van Constantinopel

16. Margaretha II van Vlaanderenook wel Margaretha van Constantinopel (geboren ca. 2 juni 1202 – Gent, 10 februari 1280), was gravin van Vlaanderen van 1244 tot 1278 en als Margaretha I gravin van Henegouwen van 1244 tot 1280. Zij was de tweede dochter van graaf Boudewijn IX van het graafschap Vlaanderen en Henegouwen (VI), en Maria van Champagne. Haar vader werd in mei 1204 ook keizer van Constantinopel. Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips Augustus haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Gedurende haar tijd in Parijs werd ze samen met haar zuster bekendgemaakt met de Cisterien orde, mogelijk mede door de invloed van Blanca van Castilië, de toekomstige Koningin-partner van Frankrijk.
Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in hetzelfde jaar op tienjarige leeftijd trouwde. Na een klacht van gravin Johanna veroordeelde paus Innocentius III het huwelijk (Vierde Lateraans Concilie, 1215), en dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtelieden scheidden voorlopig nog niet. Margaretha en Burchard kregen de volgende kinderen:
– Boudewijn (ovl. 1219)
– Jan I van Avesnes. (VOLGT 17.)
– Boudewijn (1219-1295), gehuwd met Felicitas van Coucy, dochter van Thomas van Coucy-Vervins.
Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre en Mathilde I van Bourbon, bij wie zij vijf kinderen had.
Het verhaal gaat dat Burchard in dienst trad van de paus. Toen Margaretha in 1244 gravin van Vlaanderen werd, zou hij zijn teruggekeerd naar Vlaanderen. Margaretha was inmiddels hertrouwd en liet Burchard in Rupelmonde onthoofden.
Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, benoemde zij haar zoon Willem van Dampierre tot enige erfgenaam (1246). Daarop begon een strijd tussen de kinderen uit Margaretha’s beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres: de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan I van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan II van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw.

 

17. Jan I van Avesnes(geboren Houffalize, april 1218 – Valencijn, 24 december 1257) was (erf)graaf van Henegouwen.
Jan was de oudste zoon van Burchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen. Dit huwelijk werd echter onder politieke druk onwettig verklaard en ontbonden. Zijn moeder hertrouwde met Willem II van Dampierre en erfde in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Zij benoemde de kinderen uit haar tweede huwelijk tot haar erfgenamen.
Jan en zijn broer Boudewijn begonnen een politieke campagne om hun aanspraken te doen gelden. In 1243 verkregen zij een beslissing van keizer Frederik II van Hohenstaufen dat zij wettige kinderen van hun ouders waren. Jan kwam in 1244 in opstand tegen zijn moeder en koning Lodewijk IX van Frankrijk wierp zich in 1246 op als arbiter. Ook hij erkende de wettigheid van Jan en Boudewijn, en hij besliste dat Margaretha’s oudste zoon uit haar eerste huwelijk Henegouwen zou erven, en de oudste zoon uit het tweede huwelijk Vlaanderen zou erven. Lodewijk bereikte daarmee op zijn beurt dat het grote Vlaams-Henegouwse machtsblok aan zijn noordgrens werd versplinterd. Margaretha reageerde door het bestuur van Vlaanderen over te dragen aan haar zoon Willem II van Vlaanderen, maar ze hield wel het bestuur over Henegouwen. Jan begreep dat het conflict met zijn moeder nog niet voorbij was en vond nog in 1246 een krachtige bondgenoot in graaf Willem II van Holland en trouwde op 9 oktober 1246 met diens zuster Aleid van Holland (I.13) Toen Willem in 1248 tot Duits tegenkoning was gekozen, bevestigde hij Jan als heer van Henegouwen en Rijks-Vlaanderen. In datzelfde jaar 1248 vertrok Lodewijk IX om deel te nemen aan de kruistocht en Jan besloot om zijn moeder aan te vallen. In 1250 werd zijn wettige status bovendien erkend door de paus. In 1251 lukte het Jan om zijn halfbroer Willem II van Vlaanderen te laten vermoorden tijdens een toernooi. Hij werd opgevolgd door zijn broer Gwijde van Dampierre. Nadat een aanval van Vlaanderen op Holland was mislukt (Slag bij Westkapelle, 4 juli 1253) was de Vlaamse macht gebroken. Margaretha besefte dat ze Henegouwen moest opgeven en in een laatste poging om Jan dwars te zitten schonk ze het graafschap aan Karel van Anjou, broer van de Franse koning. Karel probeerde Henegouwen te bezetten maar werd bij Valenciennes verslagen en kon ternauwernood ontsnappen. In 1254 keerde Lodewijk IX terug naar Frankrijk. Hij bevestigde zijn eerdere arbitrage en beval zijn broer om Henegouwen met rust te laten. Zonder verder tastbaar resultaat overleed Jan in 1257, nog voor zijn moeder. Hij is begraven in Valenciennes.

Jan en Aleid kregen de volgende kinderen:
– Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299). VOLGT 18.
– Boudewijn (leefde nog in 1299).
– Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdeken van Leuven, bisschop van Metz (1283). Vader van Elisabeth, gehuwd met Steven van der Weyden.
– Gwijde, bisschop van Utrecht.
– Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
– Floris, stadhouder van Zeeland en prins van het vorstendom Achaea (1255-1297).
– Johanna (ovl. 1304), abdis van de Flines
Jan kreeg nog een achtste kind Margaretha van Avesnes, gehuwd met Boudewijn van Péronne. Het is niet duidelijk of dit een kind is van Aleid of een buitenechtelijk kind.

 

Jan II van Avesnes

18. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk,Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg. Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland.
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

  • Simon (ovl. 1356), heer van Bruyelle
  • Willem Cuser (geboren 1290 in Schoten), gehuwd met Ida van Oosterwijk, vrouwe van Oosterwijk, en met Machteld van Heemstede. VOLGT 19a (IIA)
  • Hendrik
  • Aleid, getrouwd met Wolfert II van Borselen, daarna met Otto III van Buren uit het Huis Buren. En huwde als derde met Jan Herpertsz. van Foreest. VOLGT 19b (IIB)
  • Ida
    Cuser

    Wapen Willem Cuser

    19a. Willem Cuser (geboren Schoten, ca. 1290, overleden 13 januari 1355) werd rond 1290 geboren als bastaardzoon vanJan II van Avesnes, de toenmalige Graaf van Henegouwen en Ymoete. Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteelTollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw vanAmstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ‘onse neve’. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.Hij trouwde met Ida van Oosterwijk en werd vader van Meijne Cuser (overleden op 23 augustus 1350 te Delft, gehuwd met heer Claas van Swieten) en Koenraad Cuser (20a) , heer vanOosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch.
    Hij trouwde voor de tweede keer met jonkvrouw Mechteld van Heemstede.

    19b. Aleid van Henegouwen is geboren omstreeks 1293 in Avesnes, buitenechtelijke dochter van Jan II van Avesnes (13), graaf van Holland en Henegouwen en Ymoete. Aleid is overleden na dinsdag 12-06-1351, ongeveer 58 jaar oud. Aleid:
    (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1312 met Wolfert II van Borselle, 38 of 39 jaar oud.
    (2) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, vóór zondag 21-10-1317 met Otto van Buren | van Arkel | van Asperen.
    (3) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op zondag 02-01-1327 in Lijftocht met Jan Herpertsz van Foreest (geboren ca. 1289  Naalwijk, overleden omstreeks 1345), ambachtsheer van deRijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, en leenman van de “Baten” onder Koudekerk aan den Rijn. Jan van Foreest werd geboren als zoon van Herpert van Foreest (genoemd 1278 – overleden 1283) uit het geslacht Foreest. De naam van zijn moeder is onbekend.
    Een zoon uit het laatste huwelijk was Herpert van Foreest. VOLGT 20b.


    20a. Coenraad Cuser
    (geboren ca. 1327, overleden 1407), heer van OosterwijkAmstelveen,Sloten, Osdorp en SchoterboschBaljuw van Amstelland 1368/70, baljuw Rijnland 1380/83, 1397 houtvester van Holland, 1400 kastelein van Teilingen en raad van hertogAlbrecht, verbannen 1403. Zoon van Willem Cuser (14a.) en Ida van Oosterwijk)
    Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. “Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen – onder wie de graaf van Oostervant [de latereWillem VI, zoon van graaf Albrecht] – werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen.
    Hij was getrouwd met Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten en hadden een zoon Willem Cuser en een dochter Ida Cuser . VOLGT 21a.

     

    Foreest 2

    Van Foreest

     


    20b. Herpert van Foreest 
    (genoemd 1334, overleden Haarlem, 1367), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen te Haarlem en lid van de hoge vierschaar onder graaf Willem V van Holland. Zoon van Aleid van Henegouwen en Jan van Foreest. Hij was getrouwd met een onbekende vrouw. Uit dit huwelijk o.a.: Jan van Foreest. VOLGT 21b.

     


    21a. Ida Cuser
    (geboren ca. 1355, overleden ….), dochter van Coenraad Cuser (15a.) en Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten. Zij trouwde ca. 1370 met Jan van Foreest (16b), heer van Middelburg, Foreest enz. 1367, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overl. (Haarlem?) 1413, zoon van Herpert van Foreest en NN. Kinderen:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem ,   overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) (VOLGT 22).
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433).


    21b. Jan van Foreest
    (genoemd 1367 – Haarlem, 1413), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout vanOudewater en (hoog)heemraad van Rijnland.  In 1367 volgde hij zijn vader op in diens Rijnlandse heerlijkheid. Hij trouwde rond 1370 met Ida Cuser, dochter van Koenraad Cuser van Oosterwijken Clemeyns Gerrit Boelendochter, vrouwe van Sloten. Kinderen van Jan en Ida:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) (VOLGT 22).
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433)

    Foreest 2

    Van Foreest

     

    22.  Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren). Dochter van Jan van Foreest en Ida Cuser.
    Zij was gehuwd met Vranck Lambrechts van der MEER, schepen van Delft in 1434, 1436 en 1437, geboren circa 1374 te Haarlem, overledenna 1438, begraven te Delft. Hij was een zoon van Lambrecht van TOL(van der MEER) en Alijd van HODENPIJL.
    Uit dit huwelijk:
    – Arent Vrancken van der Meer, geboren circa 1397 te Delft.
    Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te Delft. (VOLGT 23).
    – Geertruida van der MEER, geboren circa 1400, overleden 1479-1485.  Gehuwd (1) voor 1442met Jacobs Claesz, overleden voor     1442. Gehuwd (2) 1442 met Symon Dammasz van Overvest, schepen van Delft (1440/1457/1464/1466), veertiggraad van Delft      hoofdman van het gilde St.Johan Evengelist (1453), geboren circa 1420, overleden 1479. Familiewapen in groen drie staande        zilveren schapen, zoon van  Dammas Sijmons van Overvest.

     

    Meer23. Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te Delft.
    Gehuwd met Gerrit Willems Storm, schepen (1452-1453) en thesaurier (1450) van Delft, overleden 1461-1464, zoon van               Willem Storm Gerrits enMachteld Vrancken van der Does. Kinderen:
    – Vranck Storm van Weena‏‎
    – Jan Roe Storm van Weena‏‎
    – Margaretha Storm van Weena (VOLGT 24)

     

    margaretha van Weena24. Margaretha Storm van Weena‎, geboren ‎1440 te Delft.
    Zij stamde uit een beroemd Hollands geslacht, dat der Bokel’s (Beukel’s), de bezitters van het slot Weena. Zij hebben vrij zeker “de oudste kern” gelegd van Rotterdam, van de dijk, “Genaamd Vasteland, Schiedamschedijk, Korte Hoogstraat, Hoogstraat”. Hun slot moet gelegen hebben op de plek waar zich nu het station Hofplein bevindt. Na de Vlaamse oorlog, in het begin van de 14e eeuw, teruggekeerd op hun kasteel, kregen de Heren van Bokel ook het zogenaamde “Nieuwland” in hun bezit. Graaf Willem III wist in 1337 Heer Dirk Bokel diens deel van de Middeldam met het Nieuwland afhandig te maken en ‘s jaars daarna kreeg Rotterdam stadsrechten (1338). De drie jaren van burgeroorlog 1425-1428, gedurende de regering van Jacoba van Beieren, brachten ook het einde van het slot Weena. Nog eeuwen lang bleven de bouwvallen ervan zichtbaar. Heer Jacob Bokel van Weena behield zijn Heerlijkheid van Beukelsdijk en bewoonde later het slot Giessenburg in de Alblasserwaard. Als goede vrienden van Filips van Bourgondie, bekleedden de Heren van Weena zelfs een plaats onder ‘s hertogs raadslieden. Wat de Rhoonse belangen niet tot nadeel zal hebben gestrekt! ‘ Zij was gehuwd met Pieter IV van Roden , geboren ca.1420, beleend met een vijfde deel van de lenen van zijn vader (1455), met een twintigste deel (1465), koopt tweemaal een vierde deel (1471, 1474), uiteindelijk ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon (1483-1502), krijgt het onversterfelijk leenrecht (1481) en de hoge heerlijkheid (1497), inpolderaar van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en Jan Corneliszoonland, overleden 28.06.1509. Hun zoon:

    Wapen van de heren van Rhoon25. Pieter van Roden, geboren ca.1460, ambachtsheer van Rhoon (1502-34) en Pendrecht (1520-34), eigenaar van een huis aan het Westeinde te Den Haag, overleden 19.02.1534, begraven Rhoon; trouwt 07.06.1501: Anna van Grave, geboren 05.01.1475, overleden 06.03.1549, begraven Rhoon; dochter van Raes van Grave, ridder, heer van Heverle (bij Leuven), heer van Malhevre, en Elisabeth van Sinte Guericx. Zoon:

     

    26. Gerrit van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553, bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heemraad van Rhoon 1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. 1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een onwettige dochter omstr. 1543 bij Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren ’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor 1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.

     

    27. Helena Gerrits van Rhoon, dochter van Gerrit van Rhoon en Katrijna Clementsdr., geboren vermoedelijk ‘s-Gravenhage ca.1544, biersteekster op het veer van Rhoon, overleden Rhoon vóór 19.10.1623; trouwt 2e vóór 03.10.1600: Jacob (Mat)Thijsen, biersteker in Rhoon (1593); trouwt 1e vóór ca.1567:  Philip Cornelisz. Vermaet, geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer, vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566, overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.

    wapen vermaat

    28. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr. 1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl. Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx Koedief, (dochter van Dirck Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.

    29. Philip Philips (de jonge) Vermaat, ged. 4 mrt 1591 te Poortugaal, ovl. 20 feb 1655 te Spijkenisse, zoon van Philip Philips de oude Vermaet en Koedief Maartje Dirks
    markschipper en biersteker te Spijkemisse.
    Begraven in de kerk van Spijkenisse: Hier leyt begraven den jonqe Philips Philipsz. Vermaet sterf den 20 February anno 1655.
    Gehuwd 26 jan 1614 te Spijkenisse met: Geertje Jans Bos, geb. te Spijkenisse, ovl. 17 nov 1658 te Spijkenisse, dochter van Jan Bos en Maertje Gerrits.

     

    30. Jan Philipsz Vermaat, gedoopt op 18 juni 1634 te Spijkenisse. Zoon van Philip Philips Vermaat en Geertje Jans Bos.
    Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam.
    Gehuwd ± 1656 te Spijkenisse met: 
    Claasje Pieters Landmeter. Geboren rond 1634 in Biert. Dochter van Pieter Jacobsz Landmeter en Bastiaantje Cornelisdr. Ketting.

    31. Cornelus Jansze Vermaat, gedoopt op 1 jul 1663 te Spijkenisse, overleden op 14 feb 1727 te Spijkenisse, zoon van Jan Philipsz Vermaat en Claasje Pieters Landmeter.Marktschipper te Spijkenisse.
    Gehuwd ± 1690 te Spijkenisse met Margriet Jans Barrevelt, gedoopt op 22 augustus 1666 te Strijen, overleden 24 december 1719 te Spijkenisse.

     

    32. Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat, ged. 22 nov 1699 te Spijkenisse, ovl. 31 mei 1764 te Spijkenisse, zoon van Cornelus Jansze Vermaat en Maegriet Jans Barrevelt. Gehuwd 8 nov 1733 te Spijkenisse met: Jannetje Huibrechts Villerius, ged. 2 sep 1714 te Spijkenisse, ovl. 19 apr 1765 te Spijkenisse dochter van Huibrecht Villerius, vermogend boer op de Welplaat en Francijntje Ploeger.

     

    33. Francina Vermaat, geb. 4 sep 1735 te Schiedam, ged. 11 sep 1735 te Spijkenisse. Zij is overleden op 19 maart 1822 in Hekelingen. Dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius.
    Gehuwd met Pleun Bastiaan de Raat. Hij is geboren rond 1746 en hij is overleden op 28 februari 1827 in Hekelingen. Zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruimstraat.

     

    de Raat

    34. Jannetje Pleuntie de Raat, gedoopt op 23 juni 1782 te Hekelingen. Dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.

    Zij trouwt te Hekelingen op 30-4-1808 met Maarten Braat, gedoopt te Hekelingen op 30-3-1777, overleden te Overschie op 18-1-1827. Zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.

     

     

    Braat

    35.  Pleun Braat, geboren te Overschie op 17-2-1809, van beroep bouwman en overleden te Hazerswoude op 1-9-1874. Hij trouwt te Overschie op 3-4-1842 met Neeltje van der Wilk, geboren te Capelle aan den IJssel op 5-5-1818, overleden te Hazerswoude op 2-8-1896. Zij is een dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.

    36. Maarten Braat, geboren te Hazerswoude op 1-12-1842, van beroep bouwman en overleden te Haarlemmermeer op 24-12-1901. Hij trouwt op 17-11-1873 (scheiding tafel en bed op 5-12-1897) met Antje van der Akker, geboren te Hazerswoude op 21-3-1839 en overleden te Haarlemmermeer op 15-4-1907. Zij was een dochter van Dirk van der Akker en Neeltje Verduijn.

     

    gerardus braat

    37. Gerardus Braat, geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4-3-1967. Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend in de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen. Hij trouwt 1e met Mijntje Pruissen, geboren te Haarlemmermeer op 2-8-1883 en overleden te Gouda op 20-8-1960. Zij is een dochter van Wouter Pruissen (landbouwer te Nieuw-Vennep en overleden ± 1927) en Ariana Juditha Pruissen (nicht van Wouter, zij is geboren ± 1850 en overleden op 3-8-1918). Hij trouwt 2e met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e met Pietertje Visser.

     

    Ariana juditha braat

    38. Ariana Juditha Braat, dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen. Geboren te Zevenhuizen op 29 maart 1920, overleden aldaar op 27 augustus 2010.

    Willem Pieter Ooms

    Gehuwd met Willem Pieter Ooms, geboren 1 juni 1924 te Zevenhuizen, van beroep meubelmaker en stoffeerder en overleden op 1 september 1998 te Gouda. Zoon van Catharinus Ooms en Jannigje Aartje van Vliet.

     

     

     

    johnny

    39.Johnny Ooms, zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat. Geboren te Zevenhuizen op 15 februari 1958.

 

 

 

 

 

Zie ook:

Stamreeks Karel de Grote (XXIII)

 

 

26 februari 2015

26 februari 2015