Stamreeks Karel de Grote (X)

Hoofdpagina: Karel de Grote

Via Bertha (nr.2) , dochter van Karel de Grote en Hildegard van de Vinzgouw.

Van Karel de Grote tot Ooms

Karel de Grote

Karel de Grote

1. Karel de Grote, geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748.  Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte (Zie Karolingen nr. 5) en Bertrada van Laon (Zie Merovingen nr. 12), gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mainz; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9 oktober 768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28 juli 754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25 december 800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overleden te Aken 28 januari 814, begraven aldaar (Dom).
Hij had 4 echtgenotes en 6 concubines:

Hij trouwde 3e voor 30 april 771 Hildegard (Houdiard), geboren in 758, overleden Thionville (Moselle) 30 april 783, begraven in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankische graaf van de Vinzgouw  en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781.
Een dochter van Karel de Grote en Hildegard:
– Bertha (volgt 2)


2. Bertha (geboren 779/780 – overleden na 14 januari 828),
Zij werd in 814 van het Hof verwezen, omdat zij  een verhouding had met Karels hofgeestelijke Angilbert.
Angilbert was een zeer veelzijdig man, diende Karel de Grote in verschillende hoedanigheden. Hij was onder meer diplomaat, abt, dichter en informeel door zijn relatie met Karels dochter, Bertrada, ook de schoonzoon van Karel de Grote.
Hij was van adellijke Frankische afkomst en werd opgeleid aan de paleisschool in Aken, die toen onder leiding van Alcuinus van York stond.
Zijn vader Nithard was een kleinzoon van Karel Martel.
Kinderen:
– Nithard  (Volgt 3).
– Hartnid (813)

3. Nithard (geboren 790 – overleden 844/45).
Hij was een Frankische historicus, lekenabt en diplomaat. Nithard was een zoon van Angilbert en Bertrada, een dochter van Karel de Grote.

Nithard werd voor de keizerskroning van Karel de Grote in december geboren. Hij werd vermoedelijk opgevoed in de Akener koningspalts, waar zijn moeder tot de dood van de keizer verbleef. Een andere optie is de abdij van Saint-Riquier, waar zijn vader lekenabt was. Hij volgde zijn opleiding hoogstwaarschijnlijk aan de keizerlijke schola, dit gezien het kwaliteitsonderwijs in zowel militaire als literaire zaken, waarvan bekend is dat hij dit heeft genoten.

Net als zijn vader werd Nithard later zelf lekenabt van St Riquier. Hij diende zijn neef Karel de Kale. In diens opdracht voerde hij tijdens de Karolingische burgeroorlog twee missies uit naar het hof van Lotharius. Hij nam in juni 841 deel aan de slag bij Fontenoy. Hij is waarschijnlijk gestorven aan de gevolgen van verwondingen die hij vermoedelijk op 14 juni 841 in de buurt van Angoulême opliep in een treffen met een groep Noormannen. De datum van zijn overlijden is lang een twistpunt geweest, maar er bestaat nu consensus voor de datum 4 juni, 844. In de 11e eeuw werd zijn lichaam, met de fatale wond nog zichtbaar, teruggevonden in het graf van zijn vader, Angilbert.
De naam van zijn vrouw is niet bekend. Een zoon:
– Helgaud de Montreuil (Volgt 4).

 

Montreuil

Montreuil

4. Helgaudus I de Montreuil (geboren 805 – overleden 864).
Hij was een zoon van Nithard.
Echtgenoot van Berthe van Pontieu en Oneca de Pamplona Iniguez.
Uit het huwelijk met  Oneca de Pamplona Iniguez de volgende kinderen:
– Berthe van Boulogne
– Herluin I de Montreuil (Volgt 5).
– Hildouin I de Ponthieu

 

5. Herluinus I van Montreuil (geboren 830 – overleden 878). Graaf van Ponthieu.
Zoon van Helgaudus I de Montreuil en Oneca de Pamplona Iniguez.
Hij was gehuwd met Helsinde de Ponthieu en was vader van:
– Helgaudus II de Montreuil (Volgt 6)
– Roger de Ponthieu

6. Helgaudus II van Montreuil (-926)
Hij was een zoon van Herluinus I van Ponthieu. Hij volgde in 878 zijn vader op als graaf van Ponthieu. Sinds Helgaudus worden de graven van Ponthieu in de kronieken meestal omschreven als graven van Montreuil.

Hij werd de vader van:

  • Herluinus II
  • Lambertus (-845)
  • Evrardus, heer van Ham.
  • Roger van Maine (Volgt 7)

Aan de oorsprong van de Franse provincie Maine ligt het oude Neustrische graafschap Maine, ontstaan uit het bisdom Le Mans met de steden Le Mans en Jublains.
Maine kwam achtereenvolgens onder Normandische en Franse controle.

Maine

Maine

7. Rogier van Maine (-900)
Hij was graaf van Maine. Hij was een zoon van Helgaudus II van Montreuil. Roger was gehuwd met Rothildis, dochter van Karel de Kale. Nadat Ragenold van Neustrië, graaf van Maine, gedood was door de Noormannen, duidde Karel de Kale zijn schoonzoon Roger aan als graaf van Maine. In 893 werd hij verdreven door Gauzlin II, maar Rogier greep weer de macht in 895. Rogier betoonde zich een wreed heerser tegenover zijn onderdanen en tegenover de geestelijkheid. Rogier was vader van:

  • Hugo I  (Volgt 8)
  • Judith, die in 914 huwde met Hugo de Grote
  • Rothildis, abdis van Bouxières.

8. Hugo I van Maine (ca. 880 – tussen 939 en 950)
Hij was een zoon van Rogier van Maine en van Rothildis der Franken. Hij volgde zijn vader rond 900 op als graaf van Maine en diende lange tijd strijd te leveren tegen Gauzlin II van Maine. Ten slotte sloten beiden vrede. Zijn zuster Judith huwde in 914 met Hugo de Grote. Toen Karel de Eenvoudige de rechten op de Abdij van Chelles aan Rothildis ontnam, ontketende dit een revolte, die ten slotte Robert I, de vader van Hugo de Grote, aan de macht bracht. Geleidelijk aan raakte Maine onderworpen aan de hertog der Franken, hetgeen bevestigd werd door Rudolf I van Frankrijk. Hugo was wel de eerste onder de vazallen van Hugo de Grote.

Uit zijn huwelijk, mogelijk met een dochter van Gauzlin, had hij de volgende kinderen:

  • Hugo II (Volgt 9)
  • Gauzlin
  • Hervé I van Mortagne.


9. 
Hugo II van Maine (geboren ca. 925 – overleden 992) was een zoon van Hugo I van Maine. Hij volgde in 945 zijn vader op als graaf van Maine en werd, zoals zijn vader, een der eerste vazallen van Hugo de Grote, maar toen die in 956 overleed, maakte Hugo van de gelegenheid gebruik om de onderworpenheid aan Frankrijk uit te hollen. Hij ging een alliantie aan met Odo I van Blois tegen het Capet.

Hugo was de vader van:

  • Hugo III (Volgt 10)
  • Fulco (ca. 960 – na 992)
  • Herbert Baco (ca. 965 – na 1 april 1046), regent voor Hugo IV van Maine maar na een conflict met de bisschop van Le Mans moest hij zijn functie neerleggen en monnik worden.
  • onbekende dochters, in aktes spreekt Hugo over zijn zoons en dochters, dus hij moet ten minste twee dochters hebben gehad.

 

10. Hugo III van Maine (960/975 – 1014/6 juli 1016) was de oudste zoon van Hugo II van Maine. Hij volgde zijn vader in 992 op als graaf van Maine. Als bondgenoot van Odo I van Blois, bevocht hij de Franse koningen, Hugo Capet en Robert II, en Fulco III van Anjou. Na de dood van Odo moest in 996 wel de onderworpenheid aan Anjou erkennen. Hij deed een schenking aan Saint Vincent te Le Mans.

In 1013 hernieuwde hij zijn bondgenootschap met Blois en viel samen met Odo II van Blois Normandië aan. Ze belegerden het kasteel van Tillières-sur-Avre maar werden door hertog Richard II verrast en verslagen. Hugo kon aan gevangenschap ontkomen door zich te verbergen in een schaapskooi en wist vermomd als schaapherder te ontsnappen. In 1014 deed hij een schenking aan de abdij van Mont Saint-Michel.

Hugo was getrouwd met een onbekende vrouw. Hij was vader van:

11. Herbert I van Maine, bijgenaamd de hondenwekker (geboren ca. 990 – overleden 1036)
Hij was een zoon van Hugo III van Maine. Zijn bijnaam kan verband houden met het feit dat hij ’s morgens vroeg opstond om te gaan jagen of op het feit dat hij voortdurend waakzaam moest zijn voor mogelijke aanvallen van Anjou.

Zijn vader, die een verbond had gesloten met de graaf van Blois, had de ondergeschiktheid aan Fulco III van Anjou moeten erkennen en vanaf het begin van zijn bestuur in 1015 was Herbert gedwongen Fulco te helpen in diens strijd tegen Odo II van Blois. In 1016 had Odo Fulco vrijwel verslagen in de slag van Pontlevoy maar werd Odo uiteindelijk toch verslagen toen Herbert Fulco te hulp kwam. Na deze belangrijke gebeurtenis deed Herbert een schenking aan Saint-Pierre-de-la-Cour te Le Mans (stad). Hierna begon Herbert aan een politiek om zijn positie te versterken. Hij sloeg een eigen munt, wees gronden toe aan zijn getrouwen en liet hen toe versterkingen op te trekken. Hij verving de bisschop van Le Mans door eigen neef Gervais van Château-du-Loir. Nadat de verdediging van Maine zo afdoende was georganiseerd, deed hij een beroep op de graven van Rennes en van Blois om op te trekken tegen Anjou en tegen Frankrijk. Tijdens een onderhoud in Saintes in 1025 werd Herbert echter gevangengenomen door Fulco van Anjou. Na twee jaar gevangenschap erkende hij Fulco als zijn heer en werd vrijgelaten.

Herbert was de vader van:

  • Hugo IV (-1051)
  • Gersenda (Volgt 12)
  • Paula, gehuwd met Jan van Beaugency, en zo de moeder van Eli van Beaugency.
  • Biota, gehuwd met graaf Wouter van Vexin en Amiens. Wouter en Biota werden in 1063 gevangengenomen door Willem de Veroveraar en stierven in gevangenschap door vergiftiging.

12. Gersenda van Maine (geboren 890 – overleden 939).
Zij was een dochter van Herbert I van Maine.  Zij was gehuwd met Theobald III van Blois en verstoten door Theobald en hertrouwd met Albert Azzo II van Este en werd zo de moeder van Hugo V van Este.
Zoon van Gersenda en Theobald III:

  • Stefanus II (1046-1102)
Stefanus II van Blois

Stefanus II van Blois

13. Stefanus II Hendrik van Blois (geboren 1045 – overleden Ramla, 19 mei 1102)
Hij was graaf van Blois, Chartres, Dunois en Meaux, en was één van de leiders van de Eerste Kruistocht.
Hij was de oudste zoon van Theobald III van Blois en zijn, vrij snel verstoten, eerste echtgenote Gersenda van Maine.

Als jonge man nam Stefanus deel aan de oorlog van Blois tegen Anjou in 1061. In 1074 kreeg hij van zijn vader het bestuur over Blois en Chartres. Hij trouwde in 1080 met Adela van Normandië, een zus van Robert van Normandië en dochter van Willem de Veroveraar. Stefanus nam in 1088 deel aan de mislukte opstand tegen koning Filips I van Frankrijk. Daarna onderwierp hij zich aan de koning. In 1089 volgde hij zijn vader op als graaf van Blois, Chartres, Dunois, Châteaudun, Sancerre en Meaux, en deed hij een schenking aan de abdij van Pontylevoy voor het zielenheil van zijn ouders. Stefanus onderdrukte voor de koning een opstand van graaf Bouchard van Corbeil. Ook verwierf hij door erfenis het graafschap van de Champagne.

Stefanus nam deel aan de Eerste Kruistocht en ontpopte zich als een van de leiders van de onderneming. Twee van zijn enthousiaste brieven aan zijn vrouw zijn bewaard gebleven. Stefanus was de leider van het beraad van de kruisvaarders tijdens het beleg van Nicea en een van de aanvoerders tijdens het Beleg van Antiochië. Stefanus begon eraan te twijfelen of de stad kon worden ingenomen en kreeg genoeg van de maandenlange ontberingen en gevaren van het beleg. Daarom verliet hij het beleg en keerde terug naar huis, twee dagen na zijn vertrek werd de stad door de kruisvaarders ingenomen. Stefanus kwam thuis met grote schatten maar kreeg al snel de reputatie van een lafaard. Toen hij in 1100 de kans kreeg om met de Kruisvaart van 1101 mee te gaan, stond zijn vrouw erop dat hij meeging. Deze kleine kruistocht wist nog Ankara te veroveren maar was daarna eigenlijk een mislukking. Stefanus wist na de nederlaag bij Mersivan (waar hij Raymond IV van Toulouse wist te redden) via Tarsus naar Antiochië te vluchten, in februari 1102 kwam hij met de overblijfselen van de kruisvaarders aan in Jeruzalem. Stefanus reisde af naar huis maar zijn schepen werden door een storm gedwongen terug te keren naar Jaffa. Daarop nam hij deel aan de Slag bij Ramla, tijdens deze slag werd Stefanus gedwongen om zich met andere ridders terug te trekken in een uitkijktoren. Tijdens de gevechten rond de toren werd Stefanus gedood voordat de hoofdmacht van de kruisvaarders de toren kon ontzetten.

Stefanus en Adela kregen de volgende kinderen:

  • mogelijk Humbert, graaf van Vertus
  • Willem I van Sully, graaf van Chartres en door zijn vrouw graaf van Sully. Dwong in 1103 de burgers van Chartres tot een eed dat zij de bisschop van Chartres zouden doden. Werd onterfd omdat hij onbekwaam zou zijn voor het bestuur en behield alleen het graafschap Sully.
  • Theobald IV (Volgt 14)
  • Odo
  • Mathilde (?-1120), in 1115 gehuwd met Richard van Avranches, graaf van Chester, verdronken bj het vergaan van het White Ship
  • mogelijk Agnes, gehuwd met Hugo III van Puiset (?-1132), burggraaf van Chartres
  • mogelijk Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes (?-1118), gescheiden in 1113
  • Eleonora, gehuwd met graaf Roeland I van Vermandois (?-1152)
  • Stefanus van Blois, koning van Engeland
  • mogelijk Alice, gehuwd met Reinout III van Joigny.
  • Hendrik (ovl. 1171), kapelaan van keizerin Mathilde van Engeland, in 1118 door keizer Hendrik V benoemd tot bisschop van Verdun maar dit stuitte op verzet van de paus. Toen de paus eindelijk akkoord ging verzette keizer Hendrik zich weer tegen de benoeming. Dit leidde tot gewapende conflicten en Hendrik kon ternauwernood uit Verdun ontsnappen door de Maas over te zwemmen. Hendrik werd monnik in Cluny en werd later abt van Bermondsey. In 1124 werd een vrede bereikt en werd Hendrik weer bisschop van Verdun. In 1126 werd hij ook abt van Glastonbury. Hendrik gaf in 1129 het bisdom van Verdun op, en werd bisschop van Winchester. In 1136 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Canterbury.

Stefanus zou voor zijn huwelijk nog een dochter hebben gehad: Emma, getrouwd met Herbert FitzHenry, kamerheer van de koning van Engeland

 

Theobald IV van Blois

Theobald IV van Blois

14. Theobald IV van Blois (geboren 2 april 1090 – overleden Lagny-sur-Marne, 10 januari 1152), bijgenaamd de Grote.
Hij was de tweede zoon van Stefanus II van Blois en van Adela van Engeland.

Omdat Theobalds oudere broer Willem door zijn moeder onbekwaam werd geacht, erfde Theobald in 1102 de graafschappen Blois, Châteaudun, Chartres, Sancerre, Provins en Meaux, van zijn vader. Zijn moeder regeerde als regentes tot 1107 en had ook daarna een grote invloed op het bestuur, tot zij in 1120 in het klooster trad.

Theobald steunde aanvankelijk koning Lodewijk VI van Frankrijk maar kwam met hem in conflict over het graafschap Corbeil, waar Theobald aanspraak op maakte toen de graaf zonder erfgenamen overleed. Vanaf 1115 was hij een bondgenoot van Hendrik I van Engeland, die ook hertog van Normandië was, tegen Lodewijk. De paus dwong Theobald echter zich in 1119 te verzoenen met Lodewijk. In 1124 steunde hij Lodewijk toen een inval van keizer Hendrik V in Frankrijk dreigde. In 1125 erfde Theobald het graafschap Champagne van zijn oom Hugo. Twee jaar later steunde Theobald de poging van kanselier Stephanus van Garlande om de macht te grijpen in Frankrijk. Als vergelding verwoestte Lodewijk Champagne.

Na de dood van Hendrik van Engeland, was zijn dochter Mathilde van Engeland de wettige erfgename. De Normandische adel steunde echter Theobald als kandidaat voor de koningstitel van Engeland. Theobalds broer Stefanus van Engeland was een van de machtigste en rijkste hovelingen van Engeland, en samen met hun derde broer bisschop Hendrik van Winchester greep hij zelf de macht in Engeland. Met een klein leger bezette Stephanus Dover, Canterbury en Londen terwijl Hendrik de koninklijke schatkist bemachtigde. Theobald kon nu niet anders meer doen dan Stephanus steunen als koning. In 1137 werd hij als dank door Stephanus benoemd tot regent van Normandië.

Vanaf 1141 kwam Theobald in conflict met de jonge koning Lodewijk VII van Frankrijk. Eerst over de benoeming van de bisschop van Bourges en daarna omdat Lodewijk zijn trouwe vazal Roeland I van Vermandois liet trouwen met zijn schoonzuster, waarvoor Roeland zijn toenmalige echtgenote, en nicht van Theobald, moest verstoten. Lodewijk viel Champagne binnen en de strijd bereikte een trieste climax toen zijn troepen de kerk van Vitry-en-Perthois in brand staken, waarbij meer dan duizend mensen die in de kerk waren gevlucht, de dood vonden. Lodwijk staakte daarop de vijandelijkheden. Theobald wist met steun van de paus op alle punten zijn zin te krijgen. Maar doordat Theobald zijn handen vol had in Champagne, kon hij zijn broer niet helpen in de strijd tegen Mathilde en haar tweede echtgenoot Godfried V van Anjou. Zo kon Godfried het hertogdom Normandië veroveren.

Theobald was bevriend met Bernard van Clairvaux en bood Petrus Abaelardus een toevluchtsoord. Hij stichtte onder meer de abdijen van Clairvaux, Trois-Fontaines-l’Abbaye en Pontigny. Theobald was zich bewust van het belang van de internationale handel en bevorderde de beurzen in Champagne, dat stilaan het zwaartepunt van zijn vorstendom werd.

Theobald was in 1123 gehuwd met Mathilde (ca. 1106 – Abdij van Fontevraud, 13 december 1160 of 1161), dochter van graaf Engelbert van Karinthië, en werd vader van:

  • Hendrik I van Champagne, graaf van Champagne (Volgt 15)
  • Maria (1128 – Abdij van Fontevraud, ca. 1090), in 1145 gehuwd met Odo II van Bourgondië, regentes voor haar zoon, 1165 non in de abdij van Fontevraud, 1174 abdis.
  • Theobald V, graaf van Blois
  • Elisabeth/Isabella, gehuwd met hertog Rogier III van Apulië (1118-1148) en met Willem IV van Montmiral
  • Stefanus I, graaf van Sancerre
  • Willem († 1202), bisschop van Chartres, aartsbisschop van Reims en van Sens, kardinaal
  • Hugo, abt van Cîteaux
  • Mathilde († 1184), gehuwd met graaf Rotrud IV van Perche († 1191)
  • Agnes, in 1155 gehuwd met graaf Reinout II van Bar († 1170)
  • Adelheid, in 1160 gehuwd met Lodewijk VII van Frankrijk als zijn derde vrouw
  • Margaretha, non in Fontevraud

Theobald had een buitenechtelijke zoon: Hugo, monnik in de abdij van Tiron, abt van St. Benet’s Abbey in Holme, Chertsey en Lagny-sur-Marne.

Theobald is begraven in de abdij van Lagny-sur-Marne. Na de dood van Theobald werd Mathilde non in de abdij van Fontevraud.

 

Hendrik I van Champagne

Hendrik I van Champagne

15. Hendrik I van Champagne (geboren 1126 – overleden Troyes, 16 maart 1181), bijgenaamd de Vrijgevige, was graaf van Champagne. Hendrik was de oudste zoon van Theobald IV van Blois en Mathilde van Sponheim-Karinthië. Hij nam deel aan de Tweede Kruistocht en kreeg van Bernardus van Clairvaux een aanbevelingsbrief voor keizer Alexios I Komnenos. In Constantinopel werd hij door Manuel I Komnenos tot ridder geslagen. Hij onderscheidde zich bij de oversteek van de Meander en nam op 24 juni 1148 deel aan het beraad van de edelen, waarin werd besloten om Damascus aan te vallen.

Bij de verdeling van de goederen van zijn overleden vader in 1152, koos Hendrik Champagne-Troyes, Bar, Nevers en Rethel. Zijn broers kregen de rijkere bezittingen in het midden van Frankrijk maar moesten Hendrik wel als hun heer erkennen. Hendrik was een uitstekend bestuurder die Champagne rust en welvaart bracht. De jaarmarkten van Champagne werden een begrip door heel Europa en Hendrik zorgde met een speciaal politiekorps voor de veiligheid van de markten en de reizende kooplieden. Hendrik liet meer dan 500 aktes na en een gedetailleerd register van zijn vazallen, hun rechten en plichten. Volgens dat register kon hij 2030 ridders mobiliseren en daarmee was Hendrik een van de machtigste feodale vorsten van zijn tijd.

Hij trouwde (1164) met Maria van Frankrijk (1145-1198), een dochter van koning Lodewijk VII van Frankrijk. Zij maakte van zijn hoofdstad Troyes een schitterend hof en begunstigde kunstenaars en wetenschappers. Hendrik benoemde de wetenschapper Stefanus van Alinerre tot zijn kanselier en stichtte zelf een bibliotheek in Troyes. Hendrik leefde op gespannen voet met de aartsbisschoppen van Reims totdat het hem lukte om zijn broer Willem op die positie te laten benoemen. Hij was een belangrijke en trouwe bondgenoot van de koning en huwelijkte zijn zuster Adelheid van Champagne aan hem uit als zijn derde vrouw (1160). Hendrik was een belangrijke diplomaat, zowel binnen Frankrijk als daarbuiten. In 1162 kreeg hij negen burchten als leen van keizer Frederik I van Hohenstaufen.

Hendrik stichtte lekenkloosters in Troyes, Bar-sur-Aube en Sézanne. Ook stichtte hij een ziekenhuis en de Stefanuskerk in Troyes. In 1179 bezocht Hendrik Jeruzalem. Op de terugweg werd hij gevangengenomen door sultan Kilij Arslan II. Nadat keizer Manuel I Komnenos een groot losgeld had betaald, werd hij vrijgelaten. Hendrik keerde terug naar Frankrijk, overleed twee jaar later en werd begraven in de Stefanuskerk te Troyes.

Hendrik was gehuwd met Maria van Frankrijk (1145-1198), dochter van Lodewijk VII. Zij kregen de volgende kinderen:

  • Hendrik, koning van Jeruzalem
  • Maria (Volgt 16)
  • Scholastica († 1229), gehuwd met graaf Willem IV van Mâcon
  • Theobald III van Champagne, opvolger van zijn broer als graaf van Champagne

16. Maria van Champagne (geboren 1174 – overleden Akko, 9 augustus 1204) was een dochter van Hendrik I van Champagne en van Maria, dochter van koning Lodewijk VII van Frankrijk. Op 13 januari 1186 trouwde zij met Boudewijn IX van Vlaanderen, en werd de moeder van:

  • Johanna van Constantinopel
  • Margaretha II van Vlaanderen. (Volgt 17)

Op 23 februari 1200 legde zij samen met haar man in Brugge de kruisvaardersgelofte af. Boudewijn nam deel aan de Vierde Kruistocht maar Maria was zwanger en bleef achter als regentes. Maria reisde in 1204 haar echtgenoot achterna en hoorde aangekomen in Akko dat haar man tot keizer van Constantinopel was gekozen. Ze werd echter ziek en overleed in Akko. Het nieuws van haar dood zou Boudewijn veel verdriet hebben gedaan.

 

margaretha van constantinopel

17. Margaretha II van Vlaanderen,  ook wel Margaretha van Constantinopel (ca. 2 juni 1202 – Gent, 10 februari 1280), was gravin van Vlaanderen van 1244 tot 1278 en alsMargaretha I gravin van Henegouwen van 1244 tot 1280. Zij was de tweede dochter van graaf Boudewijn IX van de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen (VI), en Maria van Champagne. Haar vader werd in mei 1204 ook keizer van Constantinopel. Na het overlijden van haar moeder (1204) en het verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips II  haar met haar zuster Johanna in 1208 naar het hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden in Vlaanderen. Gedurende haar tijd in Parijs werd ze samen met haar zuster bekendgemaakt met de Cisterien orde, mogelijk mede door de invloed van Blanca van Castilië, de toekomstige Koningin-partner van Frankrijk.

Bij haar terugkeer in 1212 werd Margaretha toevertrouwd aan de Henegouwse ridder Burchard van Avesnes, met wie zij in hetzelfde jaar op tienjarige leeftijd trouwde. Na een klacht van gravin Johanna veroordeelde paus Innocentius III het huwelijk (Vierde Lateraans Concilie, 1215), en dit op grond van het feit dat Burchard subdiaken was gewijd en dus tot de geestelijke stand behoorde. Maar de echtelieden scheidden voorlopig nog niet. Margaretha en Burchard kregen de volgende kinderen:
– Boudewijn (ovl. 1219)
– Jan van Avesnes, gehuwd met Aleid van Holland (VOLGT 18).
– Boudewijn (1219-1295), gehuwd met Felicitas van Coucy, dochter van Thomas van Coucy-Vervins.

Pas in 1222 verliet Margareta haar echtgenoot en trouwde in het najaar van 1223 met Willem van Dampierre, een ridder uit de Champagnestreek en een zoon van Gwijde II van Dampierre en Mathilde I van Bourbon, bij wie zij volgende kinderen had:
– Willem III van Dampierre
– Gwijde III van Dampierre
– Jan I van Dampierre
– Johanna (ovl. ca. 1245), gehuwd met Hugo III van Rethel (twee dochters) en daarna met Theobald II van Bar (geen kinderen), begraven in de de abdij van Val-d’Ornain.
– Maria (ovl. 21 december 1302), abdis van de abdij van Flines.

Het verhaal gaat dat Burchard in dienst trad van de paus. Toen Margaretha in 1244 gravin van Vlaanderen werd, zou hij zijn teruggekeerd naar Vlaanderen. Margaretha was inmiddels hertrouwd en liet Burchard in Rupelmonde onthoofden.

Toen Margareta haar kinderloze zuster Johanna in 1244 opvolgde als gravin van Vlaanderen en Henegouwen, benoemde zij haar zoon Willem tot enige erfgenaam (1246). Daarop begon een strijd tussen de kinderen uit Margaretha’s beide huwelijken, de Avesnes en de Dampierres: de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. De Franse koning, in 1246 met de arbitrage belast, wees Vlaanderen toe aan haar zoon Gwijde van Dampierre en Henegouwen aan haar zoon Jan van Avesnes, feitelijk later haar kleinzoon Jan II van Avesnes. Niettemin bleef de vete tussen de beide huizen voortwoeden, zelfs tot in de volgende eeuw. Margaretha zelf stond heel de tijd aan de zijde van de “Vlaamse” Dampierres. De “Henegouwse” Avesnes verbonden zich door het huwelijk van Jan van Avesnes metAleid van Holland met de Hollandse graven, die ongedaan wilden maken dat zij voorZeeland leenhulde verschuldigd waren aan Vlaanderen. Zij betwistten ook het bezit door de Dampierres van Rijks-Vlaanderen.

18. Jan van Avesnes,  (Houffalize, april 1218 – Valencijn, 24 december 1257) was (erf)graaf vanHenegouwen.
Jan was de oudste zoon van Burchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen. Dit huwelijk werd echter onder politieke druk onwettig verklaard en ontbonden. Zijn moeder hertrouwde met Willem II van Dampierre en erfde in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Zij benoemde de kinderen uit haar tweede huwelijk tot haar erfgenamen.

Jan en zijn broer Boudewijn begonnen een politieke campagne om hun aanspraken te doen gelden. In 1243 verkregen zij een beslissing van keizer Frederik II van Hohenstaufen dat zij wettige kinderen van hun ouders waren. Jan kwam in 1244 in opstand tegen zijn moeder en koning Lodewijk IX van Frankrijk wierp zich in 1246 op als arbiter. Ook hij erkende de wettigheid van Jan en Boudewijn, en hij besliste dat Margaretha’s oudste zoon uit haar eerste huwelijk Henegouwen zou erven, en de oudste zoon uit het tweede huwelijk Vlaanderen zou erven. Lodewijk bereikte daarmee op zijn beurt dat het grote Vlaams-Henegouwse machtsblok aan zijn noordgrens werd versplinterd. Margaretha reageerde door het bestuur van Vlaanderen over te dragen aan haar zoon Willem II van Vlaanderen, maar ze hield wel het bestuur over Henegouwen.

Jan begreep dat het conflict met zijn moeder nog niet voorbij was en vond nog in 1246 een krachtige bondgenoot in graaf Willem II van Holland en trouwde op 9 oktober 1246 met diens zuster Aleid van Holland (Zie ook: Graven van Holland nr.12). Toen Willem in 1248 tot Duits tegenkoning was gekozen, bevestigde hij Jan als heer van Henegouwen en Rijks-Vlaanderen. In datzelfde jaar 1248 vertrok Lodewijk IX om deel te nemen aan de kruistocht en Jan besloot om zijn moeder aan te vallen. In 1250 werd zijn wettige status bovendien erkend door de paus. In 1251 lukte het Jan om zijn halfbroer Willem II van Vlaanderen te laten vermoorden tijdens een toernooi. Hij werd opgevolgd door zijn broerGwijde van Dampierre. Nadat een aanval van Vlaanderen op Holland was mislukt (Slag bij Westkapelle, 4 juli 1253) was de Vlaamse macht gebroken. Margaretha besefte dat ze Henegouwen moest opgeven en in een laatste poging om Jan dwars te zitten schonk ze het graafschap aan Karel van Anjou, broer van de Franse koning. Karel probeerde Henegouwen te bezetten maar werd bij Valenciennes verslagen en kon ternauwernood ontsnappen. In 1254 keerde Lodewijk IX terug naar Frankrijk. Hij bevestigde zijn eerdere arbitrage en beval zijn broer om Henegouwen met rust te laten.
Zonder verder tastbaar resultaat overleed Jan in 1257, nog voor zijn moeder. Hij is begraven in Valenciennes.

Jan en Aleid kregen de volgende kinderen:
– Jan II van Avesnes, graaf van Henegouwen(1280) en van Holland (1299). (VOLGT 19)
– Boudewijn (leefde nog in 1299).
– Bouchard (26 mei 1251 – 29 november 1296), kanunnik in Kamerijk en Luik (1282), proost van Sint-Lambertus in Luik (1286), proost van Maastricht, aartsdeken van Leuven, bisschop van Metz (1283). Vader van Elisabeth, gehuwd met Steven van der Weyden.
– Gwijde, bisschop van Utrecht.
– Willem (1254-1296), bisschop van Kamerijk.
– Floris, stadhouder van Zeeland en prins van het vorstendom Achaea (1255-1297).
– Johanna (ovl. 1304), abdis van de Flines.

Jan kreeg nog een achtste kind Margaretha van Avesnes, gehuwd met Boudewijn van Péronne. Het is niet duidelijk of dit een kind is van Aleid of een buitenechtelijk kind.

Jan II van Avesnes

19. Jan II van Avesnes ( geboren 1247 – overleden Valencijn, 22 augustus 1304), was als Jan I graaf van Henegouwen van 1280 tot 1304 en als Jan II graaf van Holland en Zeeland van 1299 tot 1304.
Jan was de oudste zoon van Jan van Avesnes (zoon van Margaretha van Constantinopel) en Aleid van Holland (dochter van graaf Floris IV). Zijn vader Jan en Margaretha hadden een lange strijd gevoerd over de verdeling van de goederen van Margaretha. Daaruit volgde dat vader Jan Henegouwen zou erven, maar omdat hij voor Margaretha overleed ging dit recht over op Jan II. Jan II sloot voor alle zekerheid in 1272 een verbond met zijn neef Floris V van Holland, tegen Margaretha. Daarmee werd her verbond van hun vaders voortgezet. Koning Rudolf van het Heilige Roomse Rijk erkende Jans rechten in 1275. In 1277 wees Rudolf Jan bovendien aan als erfgenaam van Floris, indien die kinderloos zou overlijden. In februari 1280 volgde hij Margaretha op in Henegouwen, die het graafschap Vlaanderen reeds in 1278 had afgestaan aan haar zoon uit haar tweede huwelijk,Gwijde van Dampierre.
Jan trouwde in 1270 met Filippa van Luxemburg. Het echtpaar kreeg o.a. de volgende kinderen:

  • Jan, graaf van Oostervant, ook Jan zonder Genade genoemd, gesneuveld aan Franse zijde tijdens de Guldensporenslag op 11 juli 1302, verloofd met Blanche van Frankrijk (1278-1305).
  • Willem, opvolger van zijn vader in Henegouwen en Holland.
  • Jan van Beaumont,  ook bekend als Jan van Blois en Jan van Henegouwen (geboren ca.1288, overleden 11 maart 1356) Heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven. Getrouwd met Margaretha, gravin van Soissons.

Jan had daarnaast ook een aantal buitenechtelijke kinderen:

  • Simon (ovl. 1356), heer van Bruyelle
  • Willem Cuser (geboren 1290 in Schoten), gehuwd met Ida van Oosterwijk, vrouwe van Oosterwijk, en met Machteld van Heemstede. VOLGT 20a (IIA)
  • Hendrik
  • Aleid, getrouwd met Wolfert II van Borselen, daarna met Otto III van Buren uit het Huis Buren. En huwde als derde met Jan Herpertsz. van Foreest. VOLGT 20b (IIB)
  • Ida
    Cuser

    Cuser

    20a. Willem Cuser (geboren Schoten, ca. 1290, overleden 13 januari 1355) werd rond 1290 geboren als bastaardzoon vanJan II van Avesnes, de toenmalige Graaf van Henegouwen en Ymoete. Willem Cuser wordt in 1318 als slotvoogd van kasteelTollenburg in De Mars bij Rhenen genoemd, dat onder aanvoering van Dirk van Lienden werd verbrand tijdens een opstand van de Neder-Betuwers. In 1320 werd hij daarvoor schadeloos gesteld met hulp van de graaf van Holland. In 1331 trok Cuser in opdracht van Jan van Diest, de bisschop van Utrecht tegen een zekere Hendrik, kastelein van Hagestein. In 1336 is hij baljuw vanAmstelland en kastelein van het Muiderslot. Zijn status als bastaardzoon van de graaf van Holland werd zeker niet geheim gehouden. In een brief van de Hollandse graaf noemt hij Willem ‘onse neve’. Daarnaast was hij een belangrijk man, wat blijkt uit zijn bezittingen en zijn bestuurlijke functies. Hij woonde in het latere Huis te Kleef.

    Hij trouwde met Ida van Oosterwijk en werd vader van Meijne Cuser (overleden op 23 augustus 1350 te Delft, gehuwd met heer Claas van Swieten) en Koenraad Cuser (21a) , heer vanOosterwijkAmstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch.
    Hij trouwde voor de tweede keer met jonkvrouw Mechteld van Heemstede.

     

    20b. Aleid van Henegouwen is geboren omstreeks 1293 in Avesnes, buitenechtelijke dochter van Jan II van Avesnes (13), graaf van Holland en Henegouwen en Ymoete. Aleid is overleden na dinsdag 12-06-1351, ongeveer 58 jaar oud. Aleid:
    (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 1312 met Wolfert II van Borselle, 38 of 39 jaar oud.
    (2) trouwde, ongeveer 24 jaar oud, vóór zondag 21-10-1317 met Otto van Buren | van Arkel | van Asperen.
    (3) trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op zondag 02-01-1327 in Lijftocht met Jan Herpertsz van Foreest (geboren ca. 1289  Naalwijk, overleden omstreeks 1345), ambachtsheer van deRijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, en leenman van de “Baten” onder Koudekerk aan den Rijn. Jan van Foreest werd geboren als zoon van Herpert van Foreest (genoemd 1278 – overleden 1283) uit het geslacht Foreest. De naam van zijn moeder is onbekend.
    Een zoon uit het laatste huwelijk was Herpert van Foreest. VOLGT 21b.


    21a. Coenraad Cuser
    (geboren ca. 1327, overleden 1407), heer van OosterwijkAmstelveen,Sloten, Osdorp en SchoterboschBaljuw van Amstelland 1368/70, baljuw Rijnland 1380/83, 1397 houtvester van Holland, 1400 kastelein van Teilingen en raad van hertogAlbrecht, verbannen 1403. Zoon van Willem Cuser (14a.) en Ida van Oosterwijk)
    Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. “Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen – onder wie de graaf van Oostervant [de latereWillem VI, zoon van graaf Albrecht] – werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen.
    Hij was getrouwd met Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten en hadden een zoon Willem Cuser en een dochter Ida Cuser . VOLGT 22a.

     

    Foreest 2


    21b. Herpert van Foreest 
    (genoemd 1334, overleden Haarlem, 1367), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen te Haarlem en lid van de hoge vierschaar onder graaf Willem V van Holland. Zoon van Aleid van Henegouwen en Jan van Foreest. Hij was getrouwd met een onbekende vrouw. Uit dit huwelijk o.a.: Jan van Foreest. VOLGT 22b.

     


    22a. Ida Cuser
    (geboren ca. 1355, overleden ….), dochter van Coenraad Cuser (15a.) en Clementia Gerrit Bloelendr. van der Sloten. Zij trouwde ca. 1370 met Jan van Foreest (16b), heer van Middelburg, Foreest enz. 1367, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overl. (Haarlem?) 1413, zoon van Herpert van Foreest en NN. Kinderen:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem ,   overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 17.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433).


    22b. Jan van Foreest
    (genoemd 1367 – Haarlem, 1413), ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout vanOudewater en (hoog)heemraad van Rijnland.  In 1367 volgde hij zijn vader op in diens Rijnlandse heerlijkheid. Hij trouwde rond 1370 met Ida Cuser, dochter van Koenraad Cuser van Oosterwijken Clemeyns Gerrit Boelendochter, vrouwe van Sloten. Kinderen van Jan en Ida:
    – Herpert Heer van Foreest,   geboren 1372, Haarlem,
    – Willem Cuser van Foreest,   geboren 1374, Haarlem,    overleden 1410  (Leeftijd 36 jaren)
    – Adriaan van Foreest,   geboren 1376, Haarlem,   overleden 1428/1433  (Leeftijd 57 jaren)
    – Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren) VOLGT 23.
    – Herbaren Van Foreest,   geboren ~1380
    – Willem Cuser van FOREEST,  geboren ca.1374, Haarlem,   overleden 1410
    – Adriaan van FOREEST,   geboren (CA 1370),   overleden (1428-1433)

    Foreest 2

    23.  Catharina van Foreest,   geboren 1378, Haarlem , overleden 1428  (Leeftijd 50 jaren). Dochter van Jan van Foreest en Ida Cuser.
    Zij was gehuwd met Vranck Lambrechts van der MEER, schepen van Delft in 1434, 1436 en 1437, geboren circa 1374 te Haarlem, overleden na 1438, begraven te Delft. Hij was een zoon van Lambrecht van TOL(van der MEER) en Alijd van HODENPIJL.
    Uit dit huwelijk:
    – Arent Vrancken van der Meer, geboren circa 1397 te Delft.
    Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te DelftVOLGT 24.
    – Geertruida van der MEER, geboren circa 1400, overleden 1479-1485.  Gehuwd (1) voor 1442met Jacobs Claesz, overleden voor     1442. Gehuwd (2) 1442 met Symon Dammasz van Overvest, schepen van Delft (1440/1457/1464/1466), veertiggraad van Delft      hoofdman van het gilde St.Johan Evengelist (1453), geboren circa 1420, overleden 1479. Familiewapen in groen drie staande        zilveren schapen, zoon van  Dammas Sijmons van Overvest.

     

    Meer24. Maria van der Meer, geboren circa 1398 te Delft, begraven te Delft.
    Gehuwd met Gerrit Willems Storm, schepen (1452-1453) en thesaurier (1450) van Delft, overleden 1461-1464, zoon van               Willem Storm Gerrits enMachteld Vrancken van der Does. Kinderen:
    – Vranck Storm van Weena‏‎
    – Jan Roe Storm van Weena‏‎
    – Margaretha Storm van Weena VOLGT 25.

     

    margaretha van Weena25. Margaretha Storm van Weena‎, geboren ‎1440 te Delft.
    Zij stamde uit een beroemd Hollands geslacht, dat der Bokel’s (Beukel’s), de bezitters van het slot Weena. Zij hebben vrij zeker “de oudste kern” gelegd van Rotterdam, van de dijk, “Genaamd Vasteland, Schiedamschedijk, Korte Hoogstraat, Hoogstraat”. Hun slot moet gelegen hebben op de plek waar zich nu het station Hofplein bevindt. Na de Vlaamse oorlog, in het begin van de 14e eeuw, teruggekeerd op hun kasteel, kregen de Heren van Bokel ook het zogenaamde “Nieuwland” in hun bezit. Graaf Willem III wist in 1337 Heer Dirk Bokel diens deel van de Middeldam met het Nieuwland afhandig te maken en ’s jaars daarna kreeg Rotterdam stadsrechten (1338). De drie jaren van burgeroorlog 1425-1428, gedurende de regering van Jacoba van Beieren, brachten ook het einde van het slot Weena. Nog eeuwen lang bleven de bouwvallen ervan zichtbaar. Heer Jacob Bokel van Weena behield zijn Heerlijkheid van Beukelsdijk en bewoonde later het slot Giessenburg in de Alblasserwaard. Als goede vrienden van Filips van Bourgondie, bekleedden de Heren van Weena zelfs een plaats onder ’s hertogs raadslieden. Wat de Rhoonse belangen niet tot nadeel zal hebben gestrekt! ‘ Zij was gehuwd met Pieter IV van Roden , geboren ca.1420, beleend met een vijfde deel van de lenen van zijn vader (1455), met een twintigste deel (1465), koopt tweemaal een vierde deel (1471, 1474), uiteindelijk ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon (1483-1502), krijgt het onversterfelijk leenrecht (1481) en de hoge heerlijkheid (1497), inpolderaar van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en Jan Corneliszoonland, overleden 28.06.1509. Hun zoon:

    Wapen van de heren van Rhoon26. Pieter van Roden, geboren ca.1460, ambachtsheer van Rhoon (1502-34) en Pendrecht (1520-34), eigenaar van een huis aan het Westeinde te Den Haag, overleden 19.02.1534, begraven Rhoon; trouwt 07.06.1501: Anna van Grave, geboren 05.01.1475, overleden 06.03.1549, begraven Rhoon; dochter van Raes van Grave, ridder, heer van Heverle (bij Leuven), heer van Malhevre, en Elisabeth van Sinte Guericx. Zoon:

     

    27. Gerrit van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553, bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heemraad van Rhoon 1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. 1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een onwettige dochter omstr. 1543 bij Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren ’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor 1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.

     

    28. Helena Gerrits van Rhoon, dochter van Gerrit van Rhoon en Katrijna Clementsdr., geboren vermoedelijk ‘s-Gravenhage ca.1544, biersteekster op het veer van Rhoon, overleden Rhoon vóór 19.10.1623; trouwt 2e vóór 03.10.1600: Jacob (Mat)Thijsen, biersteker in Rhoon (1593); trouwt 1e vóór ca.1567:  Philip Cornelisz. Vermaet, geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer, vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566, overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.

    wapen vermaat

    29. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr. 1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl. Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx Koedief, (dochter van Dirck Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.

    30. Philip Philips (de jonge) Vermaat, ged. 4 mrt 1591 te Poortugaal, ovl. 20 feb 1655 te Spijkenisse, zoon van Philip Philips de oude Vermaet en Koedief Maartje Dirks
    markschipper en biersteker te Spijkemisse.
    Begraven in de kerk van Spijkenisse: Hier leyt begraven den jonqe Philips Philipsz. Vermaet sterf den 20 February anno 1655.
    Gehuwd 26 jan 1614 te Spijkenisse met: Geertje Jans Bos, geb. te Spijkenisse, ovl. 17 nov 1658 te Spijkenisse, dochter van Jan Bos en Maertje Gerrits.

     

    31. Jan Philipsz Vermaat, gedoopt op 18 juni 1634 te Spijkenisse. Zoon van Philip Philips Vermaat en Geertje Jans Bos.
    Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam.
    Gehuwd ± 1656 te Spijkenisse met: 
    Claasje Pieters Landmeter. Geboren rond 1634 in Biert. Dochter van Pieter Jacobsz Landmeter en Bastiaantje Cornelisdr. Ketting.

    32. Cornelus Jansze Vermaat, gedoopt op 1 jul 1663 te Spijkenisse, overleden op 14 feb 1727 te Spijkenisse, zoon van Jan Philipsz Vermaat en Claasje Pieters Landmeter.Marktschipper te Spijkenisse.
    Gehuwd ± 1690 te Spijkenisse met Margriet Jans Barrevelt, gedoopt op 22 augustus 1666 te Strijen, overleden 24 december 1719 te Spijkenisse.

     

    33. Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat, ged. 22 nov 1699 te Spijkenisse, ovl. 31 mei 1764 te Spijkenisse, zoon van Cornelus Jansze Vermaat en Maegriet Jans Barrevelt. Gehuwd 8 nov 1733 te Spijkenisse met: Jannetje Huibrechts Villerius, ged. 2 sep 1714 te Spijkenisse, ovl. 19 apr 1765 te Spijkenisse dochter van Huibrecht Villerius, vermogend boer op de Welplaat en Francijntje Ploeger.

     

    34. Francina Vermaat, geb. 4 sep 1735 te Schiedam, ged. 11 sep 1735 te Spijkenisse. Zij is overleden op 19 maart 1822 in Hekelingen. Dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius.
    Gehuwd met Pleun Bastiaan de Raat. Hij is geboren rond 1746 en hij is overleden op 28 februari 1827 in Hekelingen. Zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruimstraat.

     

    de Raat

    35. Jannetje Pleuntie de Raat, gedoopt op 23 juni 1782 te Hekelingen. Dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.

    Zij trouwt te Hekelingen op 30-4-1808 met Maarten Braat, gedoopt te Hekelingen op 30-3-1777, overleden te Overschie op 18-1-1827. Zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.

     

     

    Braat

    36.  Pleun Braat, geboren te Overschie op 17-2-1809, van beroep bouwman en overleden te Hazerswoude op 1-9-1874. Hij trouwt te Overschie op 3-4-1842 met Neeltje van der Wilk, geboren te Capelle aan den IJssel op 5-5-1818, overleden te Hazerswoude op 2-8-1896. Zij is een dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.

    37. Maarten Braat, geboren te Hazerswoude op 1-12-1842, van beroep bouwman en overleden te Haarlemmermeer op 24-12-1901. Hij trouwt op 17-11-1873 (scheiding tafel en bed op 5-12-1897) met Antje van der Akker, geboren te Hazerswoude op 21-3-1839 en overleden te Haarlemmermeer op 15-4-1907. Zij was een dochter van Dirk van der Akker en Neeltje Verduijn.

     

    gerardus braat

    38. Gerardus Braat, geboren te Haarlemmermeer op 16-9-1880, overleden te Rotterdam op 4-3-1967. Hij is van beroep landbouwer-taxateur Tarwe Centrale, wonend in de boerderij “t Land Kanaän” te Zevenhuizen. Hij trouwt 1e met Mijntje Pruissen, geboren te Haarlemmermeer op 2-8-1883 en overleden te Gouda op 20-8-1960. Zij is een dochter van Wouter Pruissen (landbouwer te Nieuw-Vennep en overleden ± 1927) en Ariana Juditha Pruissen (nicht van Wouter, zij is geboren ± 1850 en overleden op 3-8-1918). Hij trouwt 2e met Johanna Maria Cornelissen en trouwt 3e met Pietertje Visser.

     

    Ariana juditha braat

    39. Ariana Juditha Braat, dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen. Geboren te Zevenhuizen op 29 maart 1920, overleden aldaar op 27 augustus 2010.

    Willem Pieter Ooms

    Gehuwd met Willem Pieter Ooms, geboren 1 juni 1924 te Zevenhuizen, van beroep meubelmaker en stoffeerder en overleden op 1 september 1998 te Gouda. Zoon van Catharinus Ooms en Jannigje Aartje van Vliet.

     

     

     

    johnny

    40. Johnny Ooms, zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat. Geboren te Zevenhuizen op 15 februari 1958.

 

handtekening 2015