Het ontstaan van Rhoon
Een verhaal in de stroom van de geschiedenis
Aan het einde van de twaalfde eeuw, toen de Lage Landen nog bestonden uit een lappendeken van moerassen, kreken en ongetemde rivieren, dreef in de brede bocht van de Oude Maas een zandplaat. Het was een plek die nog geen naam droeg, slechts een belofte: vruchtbare grond, als men het water kon bedwingen.
In 1199 kreeg de Zeeuwse jonker Biggo van Duyveland deze zandplaat in pacht van graaf Dirk VII van Holland. Biggo was een man van zijn tijd: ondernemend, vasthoudend en niet bang voor het water dat evenveel gaf als het nam. Hij zag in de zandplaat geen gevaar, maar toekomst.
Met arbeiders, houten palen en eindeloze hoeveelheden klei liet hij de plaat indijken. Het was een daad van durf, want elke dijk in die tijd was een weddenschap tegen de natuur. Maar Biggo won. Binnen de nieuwe dijken ontstond vaste grond, en op die grond liet hij een kasteel bouwen.
Zo werd de zandplaat een nederzetting, en de nederzetting een Heerlijkheid: Rhoon.
Een naam uit het bos
De naam Rhoon — vroeger vaak geschreven als Roon — is een samentrekking van Roden, wat “gerooid bos” betekent. Het vertelt iets over de omgeving: dit was land dat door mensenhanden uit het woud was gesneden.
In 1230 duikt de naam voor het eerst op in de bronnen als Ecclesia de Roden, de kerk van Roden. Tegen 1299 wordt het Roeden. De nederzetting groeide langzaam, maar gestaag, beschermd door dijken en het kasteel dat als een wachter over de Oude Maas stond.
De ramp die alles veranderde
Maar de middeleeuwen waren een tijd waarin water en land voortdurend met elkaar streden. In 1421 kwam de beruchte Sint-Elisabethsvloed, een van de grootste natuurrampen uit de Nederlandse geschiedenis.
De dijken braken. Het water steeg. Dorpen verdwenen. En ook het kasteel van Biggo’s nakomelingen werd door de golven verzwolgen.
Toch gaf Rhoon niet op. Op de resten van het oude kasteel verrees later een nieuw bouwwerk: het huidige Kasteel van Rhoon, dat nog altijd herinnert aan de veerkracht van de bewoners.
Een ridderhofstad met wisselende heren
Rhoon was officieel een ridderhofstad, een adellijk bezit dat aanzien en rechten met zich meebracht. Daardoor wisselde het regelmatig van eigenaar — soms door huwelijk, soms door verkoop, soms door politieke verschuivingen.
De familie Van Duyveland, die het dorp had gesticht, hield het bezit eeuwenlang vast. Maar in 1683 verkocht Heer Pieter van Duyvelant van Rooden de ridderhofstad. Daarmee eindigde de lijn van de familie die Rhoon had doen ontstaan.
Een erfenis in het landschap
Wie vandaag door Rhoon wandelt — tussen de Dorpsdijk, Oud-Rhoonsedijk en Werkersdijk — loopt in feite door het hart van Biggo’s oorspronkelijke Heerlijkheid. De dijken, het kasteel, de structuur van het dorp: ze dragen allemaal de echo van die eerste indijking in 1199.
Rhoon is daarmee niet zomaar een dorp, maar een tastbare herinnering aan de eeuwenlange strijd tegen het water, aan adellijke ambities, en aan de mensen die het land vormgaven met lef en doorzettingsvermogen…
__________________________________________________________________________________________________
Het verhaal van Kasteel van Rhoon
Een baken aan de rand van het water
In de eerste helft van de 15e eeuw, toen Holland nog worstelde met de gevolgen van stormvloeden, politieke twisten en de voortdurende strijd om land op het water te winnen, verrees in het jonge dorp Rhoon een nieuw symbool van macht en herstel. Het was 1432 toen de familie Van Duyvelant, leenheren van de Heerlijkheid Rhoon, besloot een versterkte donjon te bouwen op een plek die nog doordrongen was van verlies.
Elf jaar eerder had de Sint-Elizabethsvloed van 1421 het oude kasteel weggevaagd. De vloed had het hele gebied rond de Maas en de Grote Waard herschapen tot een drassige, onherbergzame wildernis. Waar ooit akkers lagen, klotste nu water. Waar huizen stonden, dreven wrakhout en herinneringen. Toch kozen de Van Duyvelants ervoor om juist hier opnieuw te bouwen — als een daad van vastberadenheid én als een signaal dat de Heerlijkheid Rhoon niet zou verdwijnen in de golven van de geschiedenis.

Het Kasteel van Rhoon
Een kasteel in de middeleeuwse dorpskom
Het nieuwe kasteel verrees in wat nu Rhoon-Noord is, midden in de oude dorpskern. De Dorpskerk stond er al, net als het Huis te Pendrecht, en samen vormden zij een kleine maar trotse nederzetting op een zandrug die net hoog genoeg lag om de vloed te overleven. Het kasteel werd het hart van deze gemeenschap — een plek waar recht werd gesproken, waar boeren hun pacht kwamen brengen en waar reizigers bescherming vonden.
Tuinarchitectuur door de eeuwen heen
Rond het kasteel groeide in de eeuwen daarna een landschap dat de smaak van opeenvolgende eigenaren weerspiegelde. De Engelse tuin, met zijn slingerpaden en romantische zichtlijnen, ademt de 18e- en 19e-eeuwse fascinatie voor natuurlijke landschappen. De Baroktuin daarentegen, met zijn strakke vormen en symmetrie, verwijst naar een tijd waarin orde en controle de idealen van de elite waren.
Het Kasteelbos vormt een groene mantel om het geheel heen, terwijl iets verderop het Rhoonse Bos werd aangelegd — een moderne herinterpretatie van het oude jachtgebied de Huyters, waar heren en gasten ooit te paard door het kreupelhout joegen op reeën en klein wild.
De Bentinck-periode: elegantie en vernieuwing
Toen het kasteel in handen kwam van de familie Bentinck, kreeg het een nieuwe façade. De voorzijde werd opgeknapt en voorzien van ramen in Empirestijl — een mode die vanuit Frankrijk overwaaide in de Napoleontische tijd. Strakke lijnen, grote glasvlakken en een ingetogen monumentaliteit gaven het kasteel een uitstraling die paste bij de nieuwe tijdgeest.
De achterzijde bleef echter trouw aan haar middeleeuwse wortels: trapgeveltjes, torentjes en een silhouet dat nog altijd doet denken aan de donjon die ooit de dijken en polders moest verdedigen.
Binnen: kunst, ambacht en verhalen
Wie het kasteel binnentreedt, merkt meteen dat de geschiedenis niet alleen in steen is vastgelegd, maar ook in kunst en ambacht. In de Oude Keuken staat een imposante schouw, rijk versierd met houtsnijwerk dat scènes uit het dagelijks leven en symbolische figuren toont. Het is het soort werk dat generaties ambachtslieden hun vakmanschap liet doorgeven.
De toegangshal wordt gedomineerd door een grote eikenhouten trap — breed, statig en gemaakt om indruk te maken op bezoekers. Langs de muren en in de zalen bevinden zich vrouwenfiguren en Arabesk-motieven, echo’s van kunststromingen die via handel, diplomatie en mode hun weg vonden naar Hollandse adellijke huizen.
Een levend monument
Zo staat het Kasteel van Rhoon vandaag de dag niet alleen als een bouwwerk uit 1432, maar als een gelaagd monument waarin elke eeuw zijn eigen sporen heeft achtergelaten. Het is een plek waar de strijd tegen het water, de macht van adellijke families, de veranderende smaak van tuinarchitecten en de stille schoonheid van ambachtelijk werk samenkomen.
Een kasteel dat begon als een daad van herstel na een ramp, en dat uitgroeide tot een blijvend ankerpunt in het landschap en de geschiedenis van Rhoon…
__________________________________________________________________________________________________
Het verhaal van Boudijn van Duyveland
en zijn nazaten
EERSTE GENERATIE
1. Boudijn van Duyveland
Een edelman in een tijd van ontginning en machtsspel
Boudijn van Duyveland leefde in de tweede helft van de 12e eeuw, een periode waarin het graafschap Holland nog volop in ontwikkeling was. De macht van de graven breidde zich uit over de delta van Maas en Rijn, terwijl lokale edelen — vaak afkomstig uit families die hun naam ontleenden aan eilanden, polders of ontginningen — een cruciale rol speelden bij het bestuur en de inrichting van het land.
Tot deze groep behoorde Boudijn van Duyveland, een lid van een familie die vermoedelijk haar oorsprong had op of rond het eiland Duiveland in Zeeland. Zijn naam duikt op in verband met de vroege geschiedenis van Pendrecht en Katendrecht, gebieden die toen nog bestonden uit veen, kreken, dijken en kleine nederzettingen.
–
Familiebanden en positie
Hoewel de bronnen schaars zijn, wordt aangenomen dat Boudijn de broeder was van Biggo van Duyveland, een edelman die op 21 januari 1199 een belangrijke aankoop deed bij de graaf van Holland. Biggo kocht toen, mede namens zijn neven, het land onder Pendrecht — inclusief:
- de tienden (kerkelijke belastingopbrengsten),
- het collatierecht (het recht om een pastoor te benoemen),
- het ambacht (het lokale bestuur),
- én het recht om een kasteel of slot te bouwen en dijken aan te leggen.
Dat Biggo deze aankoop deed “ten behoeve van hemzelf en zijn neven” wijst erop dat Boudijn reeds was overleden vóór deze datum. Zijn zoon of zonen behoorden tot de erfgenamen die Biggo vertegenwoordigde.
Deze transactie toont dat de familie Van Duyveland behoorde tot de regionale elite: zij waren nauw betrokken bij de ontginning, bescherming en bestuurlijke inrichting van het gebied dat later zou uitgroeien tot de polders rond Rotterdam.
–
Een leven in een veranderend landschap
Tijdens Boudijns leven was het gebied rond Pendrecht en Katendrecht nog grotendeels een grenszone tussen water en land. De 12e eeuw was een tijd van grootschalige ontginningen:
Veengebieden werden drooggelegd, dijken werden aangelegd, ambachten ontstonden als bestuurlijke eenheden en adellijke families kregen van de graaf rechten in ruil voor hun investeringen in landaanwinning en verdediging.
Boudijn maakte deel uit van deze generatie edelen die letterlijk en figuurlijk het land vormgaven. Zijn familie had zowel economische belangen (tienden, grondbezit) als bestuurlijke verantwoordelijkheden (collatierecht, ambachtelijke macht).
Hoewel er geen directe documenten van zijn hand bewaard zijn, is zijn positie af te leiden uit de rechten die zijn familie bezat en uit de rol die zijn broer Biggo speelde.
–
Huwelijk en nageslacht
Boudijn was gehuwd met een vrouw van wie de naam niet is overgeleverd — een veelvoorkomend verschijnsel in bronnen uit deze periode, waarin vrouwen vaak slechts zijdelings worden genoemd tenzij zij zelf erfgenamen waren.
Uit dit huwelijk werd in ieder geval één zoon geboren:
- Willem ute Duvelant (Volgt 2)
Zijn naam toont de voortzetting van de familienaam en duidt erop dat de lijn Van Duyveland zich in Holland verder ontwikkelde. Willem vertegenwoordigt de generatie die profiteerde van de aankoop van 1199 en die mogelijk betrokken was bij de verdere ontginning en versterking van het gebied rond Pendrecht.
–
Overlijden en nalatenschap
Boudijn overleed vóór 21 januari 1199, waarschijnlijk nog in de jaren 1190. Zijn dood markeert het moment waarop zijn broer Biggo de verantwoordelijkheid op zich nam om de familiebelangen veilig te stellen door de aankoop van Pendrecht en de bijbehorende rechten.
Hoewel Boudijn zelf slechts fragmentarisch in de bronnen verschijnt, vormt hij een belangrijke schakel in de vroege geschiedenis van de Van Duyvelands — een familie die een rol speelde in de vorming van het landschap en de bestuurlijke structuren van wat later het gebied rond Rotterdam zou worden.
Zijn nalatenschap leeft voort in de lijnen van zijn zoon Willem en in de geschiedenis van de ambachten Pendrecht en Katendrecht, waar zijn familie de basis legde voor eeuwen van bewoning, bestuur en landontwikkeling…
__________________________________________________________________________________________________
TWEEDE GENERATIE
2. Willem ute Duvelant
Een erfgenaam in een tijd van verandering
Willem ute Duvelant werd geboren omstreeks 1185, in een periode waarin het graafschap Holland zich snel ontwikkelde. De delta van Maas en Rijn was een gebied van voortdurende strijd tegen het water, maar ook van economische groei, ontginningen en de opkomst van lokale adellijke families die hun macht baseerden op landbezit, dijken en ambachten.
Willem was de zoon van Boudijn van Duyveland, een edelman die behoorde tot een familie met wortels in de regio rond Duiveland en die zich in de 12e eeuw had gevestigd in het gebied van Pendrecht en Katendrecht. Zijn jeugd viel in een tijd waarin het landschap nog grotendeels bestond uit veen, kreken en jonge dijken — een wereld waarin adellijke families letterlijk het land vormgaven.
Onmondig in 1199: een cruciaal moment
In 1199 was Willem nog onmondig, wat betekent dat hij jonger dan ongeveer 14 jaar was. Dit detail is historisch belangrijk, omdat het verklaart waarom zijn oom Biggo van Duyveland op 21 januari 1199 namens zichzelf én zijn neven een grote aankoop deed van de graaf van Holland:
Het land onder Pendrecht, de tienden, het collatierecht, het ambacht en het recht om er een kasteel of slot te bouwen en dijken aan te leggen.
Deze aankoop was niet alleen een investering, maar ook een daad van bescherming: Biggo borgde hiermee de familiebelangen totdat Willem en eventuele andere neven volwassen zouden worden. Het toont dat Willem behoorde tot een familie die een belangrijke rol speelde in de bestuurlijke en economische ontwikkeling van het gebied.
–
Een edelman in wording
Hoewel er geen directe documenten van Willem zelf bewaard zijn, kunnen we zijn positie goed reconstrueren:
- Hij was erfgenaam van een familie die actief betrokken was bij de ontginning van Pendrecht en Katendrecht.
- Hij groeide op in een omgeving waar dijken, waterbeheer en landrechten centraal stonden.
- Zijn volwassen leven viel in de vroege 13e eeuw, een tijd waarin de Hollandse graven hun macht uitbreidden en lokale edelen steeds meer verantwoordelijkheden kregen.
Het is aannemelijk dat Willem, eenmaal volwassen, een rol speelde in het beheer van de familiebezittingen en de uitvoering van de rechten die in 1199 waren verworven.
–
Huwelijk en nageslacht
Willem was gehuwd met een vrouw van wie de naam niet is overgeleverd — een veelvoorkomend verschijnsel in bronnen uit deze periode, waarin vrouwen vaak alleen worden genoemd wanneer zij erfgenamen waren.
Uit dit huwelijk werd in ieder geval één zoon geboren:
- Boudijn Willems Duvelant (± 1230 – > 1311) (Volgt 3)
Zijn naam volgt de middeleeuwse traditie waarin de voornaam van de vader als patroniem wordt gebruikt.
Dat hij de naam Boudijn draagt, wijst op een eerbetoon aan zijn grootvader en op de continuïteit van de familielijn.
Deze zoon vormt de volgende schakel in de ontwikkeling van de familie Van Duyveland in het gebied rond Pendrecht.
–
Nalatenschap
Hoewel Willem zelf slechts fragmentarisch in de bronnen verschijnt, is zijn historische betekenis duidelijk:
- Hij vertegenwoordigt de generatie die volwassen werd ná de grote aankoop van 1199.
- Hij erfde een positie die nauw verbonden was met landrechten, dijkbouw en lokale macht.
- Zijn zoon zette de familielijn voort in een regio die in de eeuwen daarna zou uitgroeien tot een van de dichtstbevolkte en economisch belangrijkste gebieden van Holland.
Willem ute Duvelant staat daarmee symbool voor de overgang van een pionierende generatie (zijn vader en oom) naar een generatie die de vruchten plukte van de ontginningen en bestuurlijke structuren die in de late 12e eeuw waren gelegd…
__________________________________________________________________________________________________
DERDE GENERATIE
3. Boudijn Willems ute Duvelant
Een edelman tussen water, land en macht
Boudijn Willems ute Duvelant, ook bekend als Boudijn van Roden, werd rond 1230 geboren in een periode waarin het graafschap Holland sterk in beweging was. De 13e eeuw stond in het teken van voortdurende ontginningen, de groei van ambachten en de consolidatie van adellijke families die hun macht baseerden op landrechten, dijken en bestuurlijke functies.
Als zoon van Willem ute Duvelant erfde Boudijn een positie binnen een familie die al generaties lang betrokken was bij het bestuur en de ontwikkeling van het gebied rond Pendrecht, Katendrecht en de eilanden in de delta.
–
De naam “van Roden”
Zijn alias “van Roden” wijst op het verblijf, bezit en bestuurlijke functie in en nabij het gebied Roden (een toponiem dat wat “gerooid bos” betekent, welke later Rhoon ging heten). Het was in deze periode gebruikelijk dat edelen meerdere herkomstnamen voerden, afhankelijk van hun bezittingen of bestuurlijke rollen.
–
1282: verwerving van een ambacht in Duveland
In 1282 verwierf Boudijn een ambacht in Duveland, ter grootte van 80 gemeten — een aanzienlijk stuk land.
Het land wat afkwam van zijn voorouders:
- Ambachten waren bestuurlijke eenheden met eigen rechtspraak en economische rechten.
- De omvang van 80 gemeten (ongeveer 28–30 hectare) wijst op een middelgrote tot grote ontginning.
- Het toont dat Boudijn behoorde tot de regionale elite die actief investeerde in landaanwinning en bestuur.
Deze verwerving past in de bredere ontwikkeling van Zeeland en Zuid-Holland, waar families als de Van Duvelands, Van Malsens en Van Putten een cruciale rol speelden in het droogleggen en beheren van nieuwe polders.
Ambachtsheer van Rhoon
In 1311 wordt Boudijn vermeld als ambachtsheer van Rhoon.
Dit is een sleutelpositie in de geschiedenis van het dorp:
- De ambachtsheer was verantwoordelijk voor lokale rechtspraak, dijkbeheer, benoemingen en economische rechten.
- Zijn functie toont dat de familie Van Duyveland — via Boudijn — een centrale rol speelde in de ontwikkeling van Rhoon in de vroege 14e eeuw.
- Het is waarschijnlijk dat hij betrokken was bij de versterking van dijken en de inrichting van het gebied dat later de kern van Rhoon zou vormen.
Zijn vermelding in 1311 is tevens het laatste bekende levensteken: hij overleed na 31 juli 1311.
–
Huwelijk en nageslacht
Boudijn was gehuwd met Machteld van Malsen, afkomstig uit een invloedrijke familie die bezittingen had in de regio rond Malsen (bij Geldermalsen).
Dit huwelijk was waarschijnlijk strategisch:
- Het verbond twee families die actief waren in landontginning en bestuur.
- Het versterkte de positie van de Van Duyvelands in zowel Holland als de grensgebieden met Gelre.
- Het zorgde voor een netwerk dat essentieel was voor het beheer van ambachten en dijken.
Uit het huwelijk werd in ieder geval één zoon geboren:
- Pieter van Ernemuiden (Volgt 4)
Zijn naam wijst op een sterke band met Arnemuiden (Ernemuiden), een Zeeuwse nederzetting die in de 13e en 14e eeuw een belangrijke rol speelde in handel en scheepvaart.
Het toont hoe de familie zich over meerdere regio’s verspreidde en haar invloed uitbreidde.
–
Nalatenschap
Boudijn Willems ute Duvelant staat op een kruispunt in de familiegeschiedenis:
- Hij consolideerde de bezittingen die zijn voorouders hadden opgebouwd.
- Hij breidde de invloed van de familie uit naar zowel Duveland als Rhoon.
- Hij verbond de familie via zijn huwelijk met de machtige Van Malsens.
- Zijn zoon zette de lijn voort in Zeeland, wat de geografische spreiding van de familie onderstreept.
Zijn leven weerspiegelt de dynamiek van de 13e en vroege 14e eeuw: een tijd waarin adellijke families het landschap vormden, dijken bouwden, ambachten bestuurden en de basis legden voor de dorpen en polders die we vandaag kennen…
__________________________________________________________________________________________________
VIERDE GENERATIE
4. Pieter van Roden
Ook bekend als Pieter van Ernemuiden

Van Rhoon
Een edelman op het kruispunt van Holland en Zeeland
Pieter I van Roden, geboren rond 1260, leefde in een periode waarin het graafschap Holland en de Zeeuwse eilanden sterk in ontwikkeling waren. De 13e eeuw was een tijd van ontginningen, dijkbouw en de groei van ambachten — bestuurlijke eenheden die de basis vormden voor lokaal gezag.
Pieter stamde uit een familie die al generaties lang actief was in dit grensgebied tussen water en land. Zijn vader, Boudijn Willems ute Duvelant, was zowel ambachtsheer van Rhoon als bezitter van een aanzienlijk ambacht op Duveland. Zijn moeder, Machteld van Malsen, bracht banden mee met een invloedrijke familie uit de Betuwe.
Pieter erfde dus een netwerk van macht, land en bestuurlijke rechten dat zich uitstrekte van Zuid-Holland tot Zeeland.
De dubbele naam: Van Roden en Van Ernemuiden
Dat Pieter zowel “van Roden” als “van Ernemuiden” wordt genoemd, is veelzeggend:
- Van Roden verwijst naar zijn Hollandse bezittingen of verblijfplaats, mogelijk een gebied of ambacht dat later in andere toponiemen is opgegaan.
- Van Ernemuiden wijst op een sterke band met Arnemuiden (Ernemuiden) in Zeeland, een opkomende handelsplaats in de 13e en 14e eeuw.
Het gebruik van meerdere herkomstnamen was typisch voor edelen die in verschillende regio’s land, rechten of bestuurlijke functies hadden.
–
Ambachtsheer van Rhoon
In 1311 wordt Pieter vermeld als ambachtsheer van Rhoon, waarmee hij de rol van zijn vader voortzette.
Als ambachtsheer had hij aanzienlijke verantwoordelijkheden:
- toezicht op de lokale rechtspraak,
- beheer van dijken en waterwerken,
- benoemingsrechten binnen de kerk (collatierecht),
- en inkomsten uit tienden en grondgebruik.
Zijn vermelding in 1311 is het laatste zekere levensteken, wat betekent dat hij na 31 juli 1311 nog in leven was.
–
Huwelijk en gezin
Pieter was gehuwd met een vrouw van wie de naam niet is overgeleverd — een veelvoorkomend verschijnsel in middeleeuwse bronnen, waarin vrouwen vaak alleen worden genoemd wanneer zij erfgenamen waren.
Uit dit huwelijk werd in ieder geval één zoon geboren:
- Boudijn van Roden (± 1260 – > 1311) (Volgt 5)
Deze zoon zou de volgende generatie vormen in de lijn die uiteindelijk leidde tot de latere heren van Rhoon en de families die het gebied eeuwenlang bestuurden.
–
Nalatenschap
Pieter I van Roden staat in de genealogie van de Van Duyveland‑lijn als een schakel tussen twee werelden:
- de Hollandse ambachten rond Rhoon,
- en de Zeeuwse handels- en ontginningsgebieden rond Arnemuiden.
Zijn leven weerspiegelt de mobiliteit en veelzijdigheid van de regionale adel in de late 13e en vroege 14e eeuw. Hij erfde de bestuurlijke macht van zijn vader, behield de banden met Zeeland, en droeg de familielijn verder in een tijd waarin het landschap van Zuid-Holland en Zeeland voortdurend veranderde door menselijk ingrijpen en de strijd tegen het water…
__________________________________________________________________________________________________
VIJFDE GENERATIE
5. Boudijn van Roden
Een edelman in een turbulente eeuw
Boudijn van Roden, geboren rond 1290, leefde in een tijd waarin het graafschap Holland werd gekenmerkt door politieke spanningen, lokale machtsstrijd en voortdurende uitdagingen rond waterbeheer. Hij stamde uit een gevestigde adellijke familie: de Van Rodens, ook bekend onder de oudere naam Van Duvelant, die al generaties lang ambachten bestuurden in Zuid-Holland en Zeeland.
Zijn vader, Pieter van Ernemuiden, had zowel Hollandse als Zeeuwse banden, en Boudijn erfde daarmee een netwerk van landrechten, bestuurlijke functies en regionale invloed.
–
1321: Ballingschap — een teken van conflict
In 1321 wordt Boudijn vermeld als balling. Ballingschap was in de middeleeuwen een zware maatregel, meestal opgelegd door de graaf of door een regionale rechtbank. Het kon voortkomen uit:
- politieke conflicten tussen adellijke families,
- betrokkenheid bij lokale twisten,
- of een misdrijf dat volgens het gewoonterecht tot verbanning leidde.
De vroege 14e eeuw was een periode van spanningen tussen de Hoeken en Kabeljauwen — facties die de Hollandse politiek decennialang zouden beheersen. Hoewel Boudijns ballingschap niet expliciet aan deze strijd wordt gekoppeld, past het wel in de bredere context van adellijke rivaliteit en machtsverschuivingen.
Opmerkelijk is dat zijn ballingschap hem niet blijvend uitsloot van macht.
–
Ambachtsheer van Rhoon (1321–1340)
Ondanks zijn verbanning in 1321 wordt Boudijn in hetzelfde jaar én in de daaropvolgende decennia vermeld als ambachtsheer van Rhoon. Dit toont dat:
Zijn ballingschap tijdelijk was, hij snel in genade werd aangenomen of dat zijn ambachtsheerlijke rechten zó stevig verankerd waren dat hij ze behield ondanks politieke tegenslag.
Als ambachtsheer had hij aanzienlijke verantwoordelijkheden:
Toezicht op rechtspraak en lokale orde, beheer van dijken en waterwerken, inkomsten uit tienden en grondgebruik en benoemingsrechten binnen de kerk (collatierecht).
Zijn bestuur viel in een periode waarin het gebied rond Rhoon steeds verder werd bedijkt en ingericht, en waarin de ambachtsheer een cruciale rol speelde in de bescherming tegen overstromingen.
–
Huwelijk en nageslacht
Boudijn trouwde met Alverade van Wendelnesse, dochter van Gilles van Wendelnesse.
De familie Van Wendelnesse was een invloedrijke regionale familie, waarschijnlijk met bezittingen in de omgeving van Voorne of Putten. Dit huwelijk was strategisch:
Het verbond twee families met bestuurlijke macht, het versterkte Boudijns positie na zijn ballingschap en het zorgde voor een bredere steunbasis in de regio.
Alverade overleefde haar echtgenoot aanzienlijk: zij wordt nog vermeld na 6 maart 1373, wat betekent dat zij bijna dertig jaar langer leefde dan Boudijn.
Uit het huwelijk met Alverade werd in ieder geval één zoon geboren:
- Pieter I van Roden (Volgt 6)
Hij zou de familielijn voortzetten en de volgende generatie vormen in de reeks ambachtsheren van Rhoon. Zijn naam bevestigt de continuïteit van de Van Roden‑lijn in het gebied.
–
Overlijden en nalatenschap
Boudijn overleed vóór 3 januari 1347, wanneer hij in bronnen als overleden wordt vermeld. Zijn dood markeert het einde van een periode waarin hij, ondanks politieke tegenslag, een centrale rol speelde in de ontwikkeling van Rhoon.
Boudijn van Roden is een sleutelpersoon in de geschiedenis van Rhoon:
Hij overbrugde een periode van politieke onrust, behield en versterkte de positie van zijn familie in het ambacht, verbond de Van Rodens met de Van Wendelnesses, wat hun regionale invloed vergrootte en zijn bestuur viel in een cruciale fase van dijkbouw en polderontwikkeling.
Zijn leven weerspiegelt de veerkracht van middeleeuwse edelen die, ondanks conflicten en ballingschap, hun macht wisten te behouden en door te geven aan de volgende generatie…
__________________________________________________________________________________________________
ZESDE GENERATIE
6. Pieter I van Roden
Een ambachtsheer in een tijd van groei en consolidatie
Pieter I van Roden werd rond 1320 geboren als zoon van Boudijn van Roden en Alverade van Wendelnesse, twee families die stevig verankerd waren in de bestuurlijke elite van Zuid-Holland. Zijn jeugd viel in een periode waarin het graafschap Holland zich herstelde van interne twisten en waarin de ambachten — zoals Rhoon — steeds belangrijker werden als bestuurlijke en economische eenheden.
De Van Rodens behoorden tot de families die al generaties lang betrokken waren bij dijkbouw, landbeheer en lokale rechtspraak. Pieter erfde daarmee een rol die zowel prestige als verantwoordelijkheid met zich meebracht.
–
Ambachtsheer van Rhoon
Tussen 1360 en 1369 wordt Pieter vermeld als ambachtsheer van Rhoon, waarmee hij de lijn van zijn vader en grootvader voortzette.
Als ambachtsheer had hij een centrale positie in het lokale bestuur:
Hij hield toezicht op de rechtspraak, beheerde de dijken en waterwerken, inde tienden en pachtgelden en had invloed op kerkelijke benoemingen via het collatierecht.
De jaren 1360 waren een tijd van groeiende stabiliteit in Holland, onder het bewind van graaf Willem V en later Albrecht van Beieren. In deze periode werden veel polders verder ontwikkeld en verstevigd, en de ambachtsheer speelde daarin een sleutelrol.
Pieter moet dus actief betrokken zijn geweest bij het beheer en de uitbreiding van het gebied dat later de kern van Rhoon zou vormen.
–
Beleend met veenland
In 1368 werd Pieter beleend met een stuk veenland. Dit is een belangrijk detail, want veenontginningen waren in de 14e eeuw een bron van aanzienlijke inkomsten én van bestuurlijke invloed.
Het bezit van veenland betekende:
Controle over turfwinning (een belangrijke brandstof), uitbreiding van het familiebezit en versterking van zijn positie binnen de regionale adel.
Het toont dat Pieter niet alleen een bestuurlijke rol had, maar ook actief investeerde in de economische ontwikkeling van het gebied.
–
Huwelijk en nageslacht
Pieter trouwde vóór 25 augustus 1360 met Belij, een vrouw van wie de achtergrond niet is overgeleverd. Dat haar naam wél bewaard is gebleven, is opvallend — veel vrouwen uit deze periode blijven anoniem in de bronnen.
Het huwelijk moet strategisch zijn geweest, zoals gebruikelijk in adellijke kringen:
Het versterkte familiebanden, zorgde voor continuïteit van de lijn en borgde de bestuurlijke positie van de Van Rodens.
Uit het huwelijk met Belij werd in ieder geval één zoon geboren:
- Boudijn van Roden (Volgt 7)
Hij zou de familielijn voortzetten en de volgende generatie vormen in de reeks ambachtsheren van Rhoon.
–
Overlijden en nalatenschap
Pieter overleed vóór 26 januari 1378, wanneer hij in de bronnen als overleden wordt vermeld. Zijn dood markeert het einde van een periode waarin de Van Rodens hun positie in Rhoon verder consolideerden.
Pieter I van Roden staat in de geschiedenis van Rhoon als een figuur die:
De bestuurlijke traditie van zijn familie voortzette, investeerde in land en veenontginning en het ambacht Rhoon door een relatief stabiele periode leidde.
Zijn leven weerspiegelt de rol van de regionale adel in de 14e eeuw: families die het landschap vormden, de dijken bewaakten en de basis legden voor de dorpen en polders die eeuwen later nog steeds herkenbaar zijn…
__________________________________________________________________________________________________
ZEVENDE GENERATIE
7. Boudijn van Roden
Een ambachtsheer in de nadagen van de middeleeuwen
Boudijn van Roden werd rond 1350 geboren als zoon van Pieter I van Roden en Belij, in een periode waarin het graafschap Holland zich langzaam herstelde van de pestgolven van de 14e eeuw en waarin de regionale adel een steeds grotere rol speelde in het beheer van polders, dijken en ambachten.
De familie Van Roden behoorde tot de gevestigde bestuurlijke elite van het eiland IJsselmonde. Al generaties lang waren zij betrokken bij het bestuur van Rhoon en bij de ontginning van omliggende polders. Boudijn groeide dus op in een omgeving waar landrechten, waterbeheer en lokale rechtspraak de kern vormden van adellijke macht.
–
Ambachtsheer van Rhoon
Tussen 1380 en 1399 wordt Boudijn vermeld als ambachtsheer van Rhoon, waarmee hij de traditie van zijn voorouders voortzette.
Zijn ambachtsheerschap viel in een periode van politieke spanning tussen de Hoeken en Kabeljauwen, maar ook van economische groei door turfwinning, landbouw en handel. Rhoon lag strategisch aan de Oude Maas, waardoor het ambacht een belangrijke rol speelde in regionale verbindingen.
–
Beleend met de polder Zwaardijk
In 1393 werd Boudijn beleend met de polder Zwaardijk, inclusief de tienden, de hoge en lage heerlijkheid en het dijkgraafschap.
Deze belening is veelzeggend. Het betekende dat Boudijn volledige rechtsmacht had over het gebied, verantwoordelijk was voor de dijken en waterveiligheid. En hij ontving aanzienlijke inkomsten uit landbouw en tienden.
De polder Zwaardijk vormde een belangrijk onderdeel van het middeleeuwse landschap rond Rhoon. De belening toont dat Boudijn niet alleen een bestuurlijke rol had, maar ook actief betrokken was bij de economische en infrastructurele ontwikkeling van het gebied.
–
Huwelijk en nageslacht
Boudijn trouwde met Willemina Vranc Dirc Zaijendr, dochter van Vranck Dirc Zaijsz, schout van Kethel en Lijsbeth Dircs van Matenesse, afkomstig uit een invloedrijke familie met wortels in het gebied rond Schiedam en Rotterdam.
Dit huwelijk versterkte de positie van de Van Rodens aanzienlijk, want het verbond hen met de bestuurlijke elite van Kethel én met de oude familie Van Matenesse, die al in de 13e eeuw een prominente rol speelde in de regio.
Het was een strategische alliantie die de invloed van de Van Rodens uitbreidde naar de noordelijke delen van het eiland IJsselmonde en de omgeving van Schiedam.
Uit het huwelijk met Willemina werd in ieder geval één zoon geboren:
- Pieter II van Roden (Volgt 8)
Hij zou de familielijn voortzetten en de volgende generatie vormen in de reeks ambachtsheren van Rhoon.
–
Overlijden en nalatenschap
Boudijn overleed vóór 28 oktober 1408, wanneer hij in de bronnen als overleden wordt vermeld. Zijn dood markeert het einde van een periode waarin de familie Van Roden haar macht in Rhoon en omgeving verder consolideerde.
Boudijn van Roden staat in de geschiedenis van Rhoon als een figuur die het ambacht door een periode van politieke onrust leidde, zijn familiebezit uitbreidde met de polder Zwaardijk en via zijn huwelijk de invloed van de Van Rodens verbond met Kethel en Matenesse.
Zijn leven weerspiegelt de rol van de regionale adel in de late middeleeuwen: families die het landschap vormden, de dijken bewaakten en de bestuurlijke structuren schiepen die eeuwenlang standhielden…
__________________________________________________________________________________________________
ACHTSTE GENERATIE
8. Pieter II van Roden
Alias: Pieter ute Duvelant
Een edelman tussen twee tijdperken
Pieter II van Roden werd rond 1380 geboren in een familie die al eeuwenlang een bestuurlijke rol vervulde in het gebied rond Rhoon, Pendrecht en de eilanden van de Maasdelta. Hij was de zoon van Boudijn van Roden en Willemina Vranc Dirc Zaijendr, en erfde daarmee een netwerk van landrechten, bestuurlijke functies en adellijke connecties die zich uitstrekten van IJsselmonde tot Kethel en Matenesse.
Zijn leven overspant een periode waarin Holland zich ontwikkelde van een middeleeuws graafschap naar een vroeg‑stedelijke samenleving met groeiende handelssteden zoals Dordrecht en Rotterdam. Pieter stond precies op dat kruispunt.
–
_-
Ambachtsheer van Rhoon
Vanaf 1411 wordt Pieter vermeld als ambachtsheer van Rhoon, een functie die hij tot 1437 bekleedde. Daarmee trad hij in de voetsporen van zijn vader, grootvader en overgrootvader.
Zijn ambachtsheerschap viel in een periode van politieke spanning tussen de Hoeken en Kabeljauwen, maar ook van economische groei door handel, turfwinning en landbouw. Rhoon lag strategisch aan de Oude Maas en speelde een rol in de verbinding tussen Dordrecht, Rotterdam en Zeeland.
–
Schepen van Dordrecht
In 1445 wordt Pieter vermeld als schepen van Dordrecht — een prestigieuze functie in de oudste stad van Holland.
Dit is veelzeggend, want Dordrecht was in de 15e eeuw het economische en juridische centrum van het graafschap.
Schepenen waren leden van het stadsbestuur en hadden aanzienlijke invloed op handel, rechtspraak en stedelijke politiek.
Dat een ambachtsheer van Rhoon deze functie bekleedde, toont de aanzienlijke status van de Van Rodens.
Het laat zien dat Pieter niet alleen een regionale edelman was, maar ook actief deelnam aan het stedelijke bestuur van Holland.
–
Huwelijk en nageslacht

Wapen Adriaene van der Lee
Pieter trouwde vóór 28 februari 1414 met Adriane Dierc Zaijendr van der Lee, dochter van Dirc Zaij Goeswijnsz van der Lede, baljuw van Schiedam en schout van Katwijk en Katrijn, bastaarddochter van Dirc van Wassenaer, lid van een van de oudste en invloedrijkste adellijke geslachten van Holland.
Dit huwelijk was strategisch én prestigieus:
Het verbond de Van Rodens met de bestuurlijke elite van Schiedam en Katwijk.
Via Katrijn werd de familie verbonden met de machtige Van Wassenaers, die al sinds de 12e eeuw een prominente rol speelden in Hollandse politiek en ridderschap.
Het versterkte de positie van de Van Rodens in zowel stedelijke als landelijke netwerken.
Uit het huwelijk met Adriane werden in ieder geval twee kinderen geboren:
- Wilhelmina Pietersdr van Rhoon
Leefde tot circa 1480. Hoewel er weinig over haar bekend is, wijst haar naam erop dat zij verbonden bleef met het ambacht Rhoon en mogelijk een rol speelde in de overdracht van familiebezit via huwelijk. - Pieter III van Roden
Opvolger van zijn vader als ambachtsheer van Rhoon. Hij trouwde met Margriet Gerritsdr Storms van Weena, afkomstig uit een familie met banden in het gebied rond Weena (bij Rotterdam).
Uit dit huwelijk werd één zoon geboren, waarmee de Van Roden‑lijn werd voortgezet in de 16e eeuw.
–
Overlijden en nalatenschap
Pieter II overleed vóór 26 september 1454, wanneer hij in de bronnen als overleden wordt vermeld. Zijn dood markeert het einde van een lange bestuurlijke carrière die zowel Rhoon als Dordrecht omvatte.
Pieter II van Roden is een sleutelpersoon in de geschiedenis van Rhoon en de Van Roden‑dynastie:
Hij leidde het ambacht door een periode van groei en politieke verandering, hij verbond de familie met de stedelijke elite van Dordrecht.
Via zijn huwelijk bracht hij de Van Rodens in contact met de machtige families Van der Lede en Van Wassenaer.
Hij vormde de brug tussen de middeleeuwse ambachtsheren en de meer vroeg‑moderne bestuurders van de 15e en 16e eeuw.
Zijn leven toont hoe regionale adel zich aanpaste aan een veranderende wereld — van dijkgraaf en landheer naar stedelijk bestuurder…
__________________________________________________________________________________________________
NEGENDE GENERATIE
9. Pieter III van Roden
Ambachtsheer, inpolderaar, overlever van oorlog en verwoesting
Een erfgenaam in een veranderende wereld
Pieter III van Roden werd rond 1420 geboren als zoon van Pieter II van Roden en Adriane Dierc Zaijendr van der Lee, twee families die diep verankerd waren in de bestuurlijke elite van Zuid-Holland. Hij groeide op in een tijd waarin het graafschap Holland steeds meer centraliseerde, steden machtiger werden en de adel zich moest aanpassen aan een veranderend politiek landschap.
De Van Rodens waren al eeuwenlang ambachtsheren van Rhoon, maar Pieter III zou de familie naar een nieuw niveau van macht en invloed brengen.
–
De opbouw van zijn macht
Pieter erfde niet in één keer de volledige heerlijkheid van zijn vader. In plaats daarvan bouwde hij zijn positie geleidelijk uit:
- 1455 – beleend met een vijfde deel van de vaderlijke lenen
- 1465 – beleend met een twintigste deel
- 1471 en 1474 – koopt tweemaal een vierde deel
Deze transacties tonen een man die actief investeerde in het consolideren van zijn familiebezit. In de 15e eeuw was het niet ongewoon dat heerlijkheden versnipperd raakten door vererving; Pieter III werkte doelbewust aan hereniging.
–
Het onversterfelijk leenrecht
In 1481 verkreeg Pieter het onversterfelijk leenrecht.
Dit was een enorme stap, want het maakte de heerlijkheid erfelijk in rechte lijn.
Het beschermde de familie tegen verlies van rechten bij overlijden en het bevestigde de Van Rodens als blijvende machthebbers in Rhoon.
Dit recht werd alleen toegekend aan families die zich bewezen hadden als loyale en capabele bestuurders.
–
Ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon
Vanaf 1483 was Pieter III de volledige ambachtsheer van Rhoon. Hij bestuurde het gebied in een tijd van economische groei, maar ook van politieke instabiliteit. Zijn bestuur viel samen met de nadagen van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, waarin lokale edelen vaak het slachtoffer werden van plunderingen en machtswisselingen.
–
De verwoesting van het kasteel van Rhoon
Een van de meest dramatische gebeurtenissen in zijn leven vond plaats in 1489, toen de benden van jonker Frans van Brederode — een Hoekse opstandeling — het kasteel van Rhoon plunderden en in brand staken.
Voor Pieter moet dit een traumatische gebeurtenis zijn geweest, het kasteel was het symbool van zijn macht.
Het was het centrum van bestuur, rechtspraak en familiegeschiedenis. De verwoesting betekende een enorme financiële en politieke klap.
Toch wist Pieter III zich te herstellen en zijn positie te behouden — een teken van zijn veerkracht en invloed.
–
De hoge heerlijkheid
In 1497 verkreeg Pieter de hoge heerlijkheid van Rhoon. Dit gaf hem volledige rechtsmacht, inclusief hoge jurisdictie, aanzienlijke inkomsten en een status die hem boven de meeste regionale edelen plaatste.
Vanaf dit moment was hij niet alleen ambachtsheer, maar ook een van de belangrijkste lokale machthebbers op IJsselmonde.
–
Inpolderaar en bouwer van het landschap
Pieter III speelde een cruciale rol in de vorming van het landschap rond Rhoon. Hij was verantwoordelijk voor de inpoldering van Gijsenland, Nijenland en JanCorneliszoonland.
Deze polders vormden de basis voor landbouw, bewoning en economische groei. Zijn werk als inpolderaar toont dat hij niet alleen een bestuurder was, maar ook een visionair die het land letterlijk vormgaf.
–
Huwelijk en familie

Wapen Margaretha van Weena
Pieter trouwde tussen 1460 en 23 mei 1474 met Margaretha Gerritsdr Storms van Weena, geboren rond 1440 in Delft. Zij was de dochter van Gerrit Willem Stormsz van Weena, schepen en thesaurier van Delft en van Maria Vranck Lambrechtsdr van der Meer, afkomstig uit een aanzienlijke Delftse familie.
Dit huwelijk verbond de Van Rodens met de stedelijke elite van Delft — een strategische alliantie die hun invloed verder uitbreidde.
Uit dit huwelijk kregen zij één zoon:
- Pieter IV van Roden (ca. 1460 – 1534) (Volgt 10)
Opvolger van zijn vader als ambachtsheer van Rhoon. Hij trouwde met Anna van Grave. Samen kregen zij minstens zes kinderen, waarmee de Van Roden‑dynastie stevig werd voortgezet in de 16e eeuw.
Overlijden en nalatenschap
Pieter III overleed op 28 juni 1509, op hoge leeftijd voor zijn tijd. Zijn dood markeert het einde van een lange en invloedrijke carrière waarin hij Rhoon door oorlog, wederopbouw en economische ontwikkeling leidde.
Pieter III van Roden was een van de belangrijkste bestuurders in de geschiedenis van Rhoon.
Hij bracht de heerlijkheid weer volledig in één hand en verkreeg het onversterfelijk leenrecht én de hoge heerlijkheid.
Hij overleefde de verwoesting van zijn kasteel en herstelde zijn macht. Bovendien vormde hij het landschap door nieuwe polders te creëren.
Zijn leven markeert de overgang van middeleeuwse naar vroegmoderne bestuursvormen, en zijn invloed is tot op de dag van vandaag zichtbaar in het landschap van Rhoon…
__________________________________________________________________________________________________
TIENDE GENERATIE
10. Pieter IV van Roden
Ambachtsheer van Rhoon en Pendrecht, bestuurder tussen middeleeuwen en vroegmoderne tijd
Een erfgenaam van een machtige lijn
Pieter IV van Roden werd rond 1460 geboren als zoon van Pieter III van Roden, de grote inpolderaar en hersteller van de heerlijkheid Rhoon en van Margriet Gerritsdr Storms van Weena, afkomstig uit de Delftse stedelijke elite.
Hij groeide op in een familie die al eeuwenlang het landschap, de dijken en de bestuurlijke structuren van Rhoon vormde.
Zijn jeugd viel in een periode van overgang: de Hoekse en Kabeljauwse twisten waren ten einde, het Bourgondische bestuur bracht centralisatie, en steden als Delft, Rotterdam en Dordrecht werden steeds invloedrijker. Pieter IV stond precies op het kruispunt van deze nieuwe tijd.
–
Ambachtsheer van Rhoon
Vanaf 1502 trad Pieter IV in de voetsporen van zijn vader als ambachtsheer van Rhoon, een functie die hij tot zijn dood in 1534 bekleedde.
Als ambachtsheer had hij de hoge en lage rechtspraak, het toezicht op dijken, sluizen en waterwerken, de inning van tienden en pachten en het voorzitterschap van lokale rechtszittingen en vergaderingen.
Hij bestuurde Rhoon in een tijd waarin het graafschap Holland onderdeel werd van het Habsburgse rijk onder Karel V. De bestuurlijke druk vanuit Brussel nam toe, maar lokale heren zoals Pieter bleven cruciale schakels in het dagelijks bestuur van de polders.
Ambachtsheer van Pendrecht
Vanaf 1520 werd Pieter ook ambachtsheer van Pendrecht, waarmee hij de historische band van zijn familie met dit gebied herstelde. De Van Duvelants — zijn verre voorouders — hadden al in de 12e eeuw rechten in Pendrecht verworven.
Met deze uitbreiding beheerste Pieter vrijwel het gehele zuidelijke deel van het eiland IJsselmonde.
–
Een huis aan het Westeinde in ’s‑Gravenhage
Pieter bezat een huis aan het Westeinde in Den Haag, een locatie die in de 16e eeuw vooral werd bewoond door edelen, bestuurders en leden van de hofhouding.
Dit bezit toont zijn betrokkenheid bij het centrale bestuur, zijn sociale status binnen de Hollandse adel en zijn verbinding met de bestuurlijke elite rond het Binnenhof.
Het maakte hem tot een figuur die zowel lokaal als regionaal invloed uitoefende.
–
Huwelijk en nageslacht

Wapen Anna van Grave
Op 7 juni 1501 trouwde Pieter met Anna van Grave, geboren in Leuven op 5 januari 1475.
Zij was de dochter van Raes van Grave, heer van Hevere en van Elisabeth van Sinte Guericx, afkomstig uit een aanzienlijke Brabantse familie.
Dit huwelijk verbond de Van Rodens met de hogere adel van Brabant, een strategische alliantie in een tijd waarin de Bourgondische en later Habsburgse Nederlanden steeds sterker geïntegreerd raakten.
Anna overleefde haar echtgenoot vijftien jaar en werd, net als Pieter, begraven in Rhoon — een teken van haar verbondenheid met het ambacht.
Het echtpaar kreeg een grote en invloedrijke kinderschare, die de Van Roden‑lijn de 16e eeuw binnenleidde:
- Pieter van Duvelant van Roon (± 1504 – 1559)
Droeg de oude familienaam “Van Duvelant” opnieuw, een verwijzing naar de 12e‑eeuwse oorsprong van de familie. - Baertgen van Roon (± 1506 – 1562)
Speelde waarschijnlijk een rol in huwelijksallianties binnen de regionale adel. - François van Roon (± 1506 – …)
Mogelijk tweelingbroer van Baertgen; verdere gegevens ontbreken, maar zijn naam wijst op Franse of Bourgondische invloed in de naamgeving. - Margriet van Roon (± 1516 – 1555)
Versterkte via huwelijk vermoedelijk de banden met omliggende ambachtsfamilies. - Boudewijn van Rhoon (1519–1579)
Droeg expliciet de naam van het ambacht; leefde in de turbulente tijd van de Reformatie en de aanloop naar de Opstand. - Gerrit Pieters van Rhoon (± 1521 – 1600) (Volgt 11)
Bereikte een uitzonderlijk hoge leeftijd voor zijn tijd; actief in het bestuur van de polders.
–
Overlijden en nalatenschap
Pieter IV overleed op 19 februari 1534 en werd begraven in Rhoon, waar zijn familie al generaties lang de kerk en het landschap mede vormgaf. Zijn dood markeert het einde van een lange periode van bestuurlijke stabiliteit en consolidatie.
Pieter IV van Roden was een sleutelfiguur in de overgang van middeleeuws naar vroegmodern bestuur:
- Hij consolideerde de macht van zijn familie in Rhoon en Pendrecht.
- Hij verbond de Van Rodens met de Brabantse adel via zijn huwelijk.
- Hij behield een positie in Den Haag, dicht bij het centrum van macht.
- Hij leidde het ambacht door de vroege Habsburgse periode, waarin centralisatie en nieuwe bestuurlijke structuren vorm kregen.
- Zijn kinderen verspreidden de invloed van de familie over de regio en de 16e eeuw.
Met Pieter IV bereikt de Van Roden‑dynastie een hoogtepunt van stabiliteit, prestige en bestuurlijke continuïteit…
__________________________________________________________________________________________________
ELFDE GENERATIE
11. Gerrit Pieters van Rhoon
Baljuw, heemraad, landeigenaar en spilfiguur in de late Van Roden‑dynastie
Afkomst en jeugd
Gerrit Pieters van Rhoon werd rond 1521 geboren als zoon van Pieter IV van Roden, ambachtsheer van Rhoon en Pendrecht, en Anna van Grave, afkomstig uit de Brabantse adel. Hij groeide op in een familie die al eeuwenlang het landschap, de dijken en de bestuurlijke structuren van Rhoon vormde.
Zijn jeugd viel in een periode van grote veranderingen: de Bourgondische Nederlanden waren overgegaan in Habsburgse handen, steden werden machtiger, en de eerste tekenen van religieuze onrust dienden zich aan.
Schildknaap en bewoner van het Huys te Rhoon
In 1553 wordt Gerrit vermeld als schildknaap, een adellijke rang die duidt op militaire of ceremoniële dienst aan een hogere heer. In hetzelfde jaar wordt hij genoemd als bewoner van het Huys te Rhoon, het familiekasteel dat eeuwenlang het centrum vormde van de heerlijkheid.
Dit toont dat Gerrit al vroeg een rol speelde in het bestuur en de representatie van de familie.
–
Baljuw van Rhoon
In 1557 werd Gerrit benoemd tot baljuw van Rhoon, een functie die hem verantwoordelijk maakte voor de handhaving van orde en recht, het voorzitten van rechtszittingen, het uitvoeren van grafelijke of landsheerlijke bevelen en het toezicht op lokale bestuurders.
De baljuw was de hoogste uitvoerende ambtenaar binnen een ambacht — een positie die aanzien en macht gaf.
–
Eigenaar van Slot Valckesteyn

Slot Vlackesteyn
Tussen 1578 en 1582 was Gerrit eigenaar van Slot Valckesteyn onder Poortugaal, een strategisch gelegen versterkt huis.
Deze periode valt midden in de Tachtigjarige Oorlog, waarin kastelen en versterkte huizen vaak een rol speelden in lokale machtsverhoudingen. Het bezit van Valckesteyn toont Gerrits vermogen om zijn invloed uit te breiden buiten Rhoon.
–
Heemraad van Rhoon
In 1589 wordt Gerrit vermeld als heemraad, een lid van het polderbestuur. Heemraden waren verantwoordelijk voor dijkbeheer, waterhuishouding, toezicht op polders en sluizen en het beoordelen van schade en onderhoud.
Deze functie bevestigt zijn rol als beheerder van het landschap — een traditie die al sinds de 12e eeuw in zijn familie bestond.
–
Doopgetuige van zijn achterkleinkinderen
Gerrit trad in 1591 en 1593 op als doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. Dit toont dat hij op hoge leeftijd nog steeds actief was binnen zijn familie en gemeenschap.
–
Baljuw van Putten en Geervliet & aankoop van Korendijk
In 1593 werd Gerrit benoemd tot baljuw van Putten en Geervliet, een aanzienlijke uitbreiding van zijn bestuurlijke invloed.
In hetzelfde jaar kocht hij het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen — een belangrijke polder op het eiland Hoeksche Waard. Deze aankoop toont zijn financiële slagkracht en zijn voortdurende interesse in landbeheer.
–
Huwelijk en gezin
Gerrit huwde Catharina van der Does, geboren in Leiden rond 1522 en overleden in 1607/08. Zij stamde uit een aanzienlijke Leidse familie, wat de band tussen de Van Rodens en de Hollandse steden versterkte.
Zij kregen samen één dochter:
- Françoise Gerritsdr van Rhoon (± 1545 – 1636)
Zij trouwde met Frans Jansz van Bodegom. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren. Françoise leefde tot diep in de 17e eeuw en maakte de overgang mee van Habsburgse heerschappij naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
–
Onwettige dochter
Gerrit verwekte een dochter bij Katrijna Clementsdr:
- Helena Gerritsdr van Rhoon (± 1544 – 1623) (Volgt 12)
Helena leidde een heel ander leven dan haar halfzus. Zij was biersteekster op het veer van Rhoon, een functie die zowel economisch als sociaal van belang was.
Zij was 1e gehuwd met Philip Cornelisz Vermaet, met wie zij twee kinderen kreeg.
Zij was 2e gehuwd met Jacob Mathijssen, zonder bekende kinderen.
Helena’s levensloop toont hoe ook buitenechtelijke kinderen van adellijke families een rol konden spelen in de lokale economie en gemeenschap.
Overlijden en nalatenschap
Gerrit Pieters van Rhoon overleed na 3 oktober 1600, op een uitzonderlijk hoge leeftijd voor zijn tijd.
Zijn lange leven overspande de Reformatie, de Beeldenstorm, het begin van de Tachtigjarige Oorlog en de opkomst van de Republiek.
Hij was een van de laatste leden van de Van Roden‑dynastie die nog volledig in de middeleeuwse heerlijkheidsstructuren was opgegroeid.
Gerrit Pieters van Rhoon was een veelzijdige en invloedrijke figuur.
Hij was baljuw van meerdere ambachten, eigenaar van kastelen en polders, bestuurder van dijken en waterwerken, patriarch van een omvangrijke familie, en een man die de overgang van middeleeuwse naar vroegmoderne bestuursvormen belichaamde.
Zijn kinderen en kleinkinderen verspreidden de invloed van de familie over de regio, maar met Gerrit eindigt ook de periode waarin de Van Rodens een directe rol speelden in het bestuur van Rhoon.
__________________________________________________________________________________________________
TWAALFDE GENERATIE
Helena Gerritsdr van Rhoon
Biersteekster, veervrouw, erfgename en spilfiguur in het Rhoonse dorpsleven
Afkomst en geboorte

Gegenereerd door ChatGPT
Helena Gerritsdr van Rhoon werd rond 1544 geboren, waarschijnlijk in ’s‑Gravenhage, als buitenechtelijke dochter van Gerrit Pieters van Rhoon, telg uit de adellijke familie Van Roden, baljuw en bestuurder in Rhoon en Putten en van Katrijna Clementsdr, vermoedelijk geboren rond 1520 in ’s‑Gravenhage, dochter van Clement Aertsz en Adriaentge Andriesdr, en overleden vóór 1559.
Hoewel buitenechtelijk, werd Helena erkend en gesteund door haar vader — een cruciale factor in haar latere economische zelfstandigheid.
Een vrouw met een positie: biersteekster op het veer van Rhoon
Helena wordt in de bronnen vermeld als biersteekster op het veer van Rhoon. Dat was geen eenvoudige bijbaan, maar een economisch belangrijke functie:
- Het veer tussen Rhoon en de overzijde van de Maas was een drukke verbinding.
- Biersteken betekende het tappen, verkopen en distribueren van bier aan reizigers, schippers en dorpsbewoners.
- Het was een gereguleerd ambacht, vaak in handen van families met lokale invloed.
Helena bekleedde dus een centrale rol in de dorpsgemeenschap, midden in het economische verkeer van het veer.
–
Legaat van haar vader
Op 3 oktober 1600 werd Helena in het testament van haar vader, jonkheer Gerrit van Rhoon, opgenomen. Zij ontving het vruchtgebruik van 150 carolusguldens — een aanzienlijk bedrag voor een vrouw van haar stand.
Dit legaat toont dat haar vader haar erkende en waardeerde, dat zij economisch werd beschermd en dat zij een blijvende band had met de adellijke familie Van Rhoon.
–
Huwelijken
Helena trouwde vóór 1567 met Philip Cornelisz Vermaet, geboren in Rotterdam rond 1537, later woonachtig in Rhoon en overleden in Poortugaal vóór 3 oktober 1600.
Philip was schepen van Rhoon in 1566 en zoon van Cornelis Philipsz Vermaet en Trijntje/Katrijn Jansdr Coning.
Het huwelijk verbond Helena met een gevestigde lokale bestuurdersfamilie, wat haar positie in het dorp verder versterkte.
Kinderen uit dit huwelijk:
- Philip Philips “de oude” Vermaet (ca. 1567 – > 1623)
Schipper en biersteker, net als zijn moeder actief in het veer- en drankbedrijf.
Gehuwd met Maertje Dircx Koedief. Zij kregen 7 kinderen, waarmee de lijn Vermaet stevig werd voortgezet. - Cornelis Philipsz Vermaet
Over hem zijn minder gegevens bekend, maar zijn naam bevestigt de continuïteit van de familie in Rhoon.
Na de dood van haar eerste echtgenoot trouwde Helena met Jacob Mathijssen, eveneens biersteker in Rhoon (vermeld 1593).
Dit huwelijk bevestigt haar blijvende rol in het veer- en bierbedrijf, toont dat zij economisch zelfstandig bleef, en dat zij binnen dezelfde beroepsgroep hertrouwde.
Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.
—
Overlijden en nalatenschap
Helena overleed vóór 19 oktober 1623 in Rhoon. Ze werd ruim 75 jaar oud — uitzonderlijk voor haar tijd.
Haar lange leven overspande de Reformatie, de Beeldenstorm, de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog, en de opkomst van de Republiek.
Ze maakte dus een van de meest turbulente perioden uit de Nederlandse geschiedenis mee, maar bleef gedurende haar hele leven stevig geworteld in de lokale gemeenschap van Rhoon.
Helena Gerritsdr van Rhoon is een bijzonder figuur in de genealogie van Rhoon, zij was een buitenechtelijk kind dat toch een erkende plaats kreeg binnen een adellijke familie. Zij was een economisch zelfstandige vrouw in een tijd waarin dat zeldzaam was, een spilfiguur in het veerbedrijf, een van de belangrijkste economische motoren van het dorp.
Helena was moeder en grootmoeder van families die tot diep in de 17e eeuw een rol speelden in Rhoon.
Haar leven laat zien hoe vrouwen — zelfs buiten het huwelijk geboren — een cruciale rol konden spelen in de lokale economie en gemeenschap…
__________________________________________________________________________________________________
DERTIENDE GENERATIE
13. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet
Schipper, biersteker en stamvader van een omvangrijke Vermaet‑tak
Afkomst en jeugd
Philips Philipsz. Vermaet, ook wel “de Oude” genoemd, werd circa 1567 geboren in Rhoon.
Hij was de zoon van Helena Gerritsdr van Rhoon, buitenechtelijke dochter van jonkheer Gerrit Pieters van Rhoon en van Philips Cornelisz Vermaet, schepen van Rhoon en lid van een invloedrijke lokale familie.
Door zijn moeder had Philips een adellijke achtergrond, door zijn vader een bestuurlijke en ambachtelijke. Deze dubbele afkomst gaf hem een stevige positie in de dorpsgemeenschappen van Rhoon, Poortugaal en later Spijkenisse.
—
Schipper en biersteker: een leven op en rond het water
Philips woonde eerst in Poortugaal, later in Spijkenisse, twee dorpen die sterk afhankelijk waren van de Maas en de regionale waterwegen. Hij werkte als schipper en biersteker (bierhandelaar en taphouder).
Deze beroepen waren economisch cruciaal:
Schippers verzorgden het vervoer van goederen tussen Rotterdam, Dordrecht, Zeeland en de eilanden.
Bierstekers voorzagen reizigers, schippers en dorpsbewoners van bier — een basisproduct in de 16e eeuw.
Philips stond dus midden in het economische leven van de regio.
–
Huwelijk en nageslacht
Voor 4 maart 1591 trouwde Philips met Maertje Dircx Koedief, dochter van Dirck Cornelisz Kuedieff en Maertje Aryensdr.
Maertje overleed in Spijkenisse op 20 mei 1640, wat betekent dat zij haar man waarschijnlijk vele jaren overleefde.
Het huwelijk verbond Philips met een familie die actief was in de lokale handel en ambachten, passend bij zijn eigen beroepsleven.
Het echtpaar kreeg een grote kinderschare, die zich verspreidde over Spijkenisse, Rhoon en omliggende dorpen. Hun kinderen vormden de basis van meerdere Vermaet‑takken die tot ver in de 17e eeuw een rol speelden in handel, scheepvaart en lokale besturen.
Hun kinderen waren:
- Philip Philipsz (de Jonge) Vermaat (1591–1655) (Volgt )
Marktschipper en biersteker te Spijkenisse. Gehuwd met Geertje Jans Bos. Zij kregen 7 kinderen. - Maerten Philipsz Vermaet (1593 – …)
Over hem zijn minder gegevens bekend, maar zijn naam duikt op in regionale registers, wat wijst op een leven in of rond Spijkenisse. - Dirkje Philipsdr Vermaet (1595 – …)
Waarschijnlijk gehuwd binnen de lokale gemeenschap; vrouwen uit deze families speelden vaak een rol in veerrechten, herbergen of handel. - Trijntje Philipsdr Vermaet (ca. 1599 – < 1686)
Bereikte een hoge leeftijd en leefde tot in de tweede helft van de 17e eeuw, een periode van grote economische bloei in Holland. - 5. Annetje Philipsdr Vermaet (ca. 1603 – …)
Mogelijk gehuwd in Spijkenisse of Poortugaal; verdere gegevens ontbreken. - Cornelis Philipsz Vermaet (1607–1662)
Een van de best gedocumenteerde kinderen. Hij leefde tot 1662 en was actief in de regio, waarschijnlijk in handel of scheepvaart. - Maertje Philipsdr Vermaet (1609–1672)
Overleed in 1672, het Rampjaar — een dramatisch moment in de Nederlandse geschiedenis.
–
Overlijden en nalatenschap
Philips overleed na 19 oktober 1623 in Spijkenisse, waar hij zijn laatste jaren doorbracht. Hij werd minstens midden in de vijftig, mogelijk ouder dan zestig — een respectabele leeftijd in een tijd van oorlog, epidemieën en economische onzekerheid.
Philips Philipsz. Vermaet staat in de genealogie van Rhoon, Poortugaal en Spijkenisse als een brugfiguur tussen adellijke afkomst en ambachtelijke handel, een schipper die de waterwegen van de delta beheerste, een biersteker die midden in het sociale leven van zijn gemeenschap stond en als stamvader van meerdere Vermaet‑takken die tot ver in de 17e eeuw invloedrijk bleven.
Zijn kinderen en kleinkinderen verspreidden zich over de eilanden en de Maasoevers, en zijn naam leeft voort in talloze genealogieën van Hollandse families…
__________________________________________________________________________________________________
VEERTIENDE GENERATIE
14. Philip Philips (de Jonge) Vermaat
Marktschipper, biersteker en spilfiguur in het economische leven van Spijkenisse
Geboorte en afkomst

Vermaat
Philip Philipsz Vermaat, bijgenaamd “de Jonge” om hem te onderscheiden van zijn vader, werd gedoopt op 4 maart 1591 in Poortugaal. Hij was de zoon van Philip Philipsz (de Oude) Vermaet, schipper en biersteker en van Maartje Dirks Koedief, afkomstig uit een familie die actief was in handel en ambachten.
Philip groeide op in een regio waar waterwegen het ritme van het leven bepaalden. De Maas, de kreken en de havens van Poortugaal, Rhoon en Spijkenisse vormden de slagaders van handel, vervoer en communicatie. Zijn familie was al generaties lang actief in het schippers‑ en bierstekerbedrijf, waardoor hij van jongs af aan vertrouwd was met het leven op en rond het water.
Marktschipper en biersteker te Spijkenisse
Philip vestigde zich in Spijkenisse, waar hij uitgroeide tot een belangrijke lokale figuur. Hij werkte als Marktschipper.
Marktschippers vervoerden goederen, vee, landbouwproducten en reizigers tussen Spijkenisse, Rotterdam, Dordrecht en de omliggende eilanden. Zij waren onmisbare schakels in de regionale economie. Philip onderhield de verbinding Spijkenisse–Rotterdam, een drukke route die essentieel was voor handel en marktbevoorrading.
Als biersteker verkocht en distribueerde hij bier — een basisproduct in de 17e eeuw, veiliger dan water en onmisbaar voor zowel huishoudens als reizigers. Bierstekers hadden vaak een vergunning of pachtcontract, wat hun positie in de gemeenschap versterkte.
Philip stond dus midden in het economische en sociale leven van Spijkenisse.
–
Huwelijk en nageslacht
Op 26 januari 1614 trouwde Philip in Spijkenisse met Geertje Jans Bos. Geboren te Spijkenisse, overleden op 17 november 1658. Zij was een dochter van Jan Bos en Maertje Gerrits.
Geertje stamde uit een gevestigde Spijkenisser familie, wat het huwelijk stevig verankerde binnen de lokale gemeenschap. Samen kregen zij een grote kinderschare die de Vermaat‑naam in de regio verder verspreidde.
Kinderen van Philip Philipsz (de Jonge) Vermaat en Geertje Jans Bos:
- Maerten Philipsz Vermaat (1615 – …)
Vernoemd naar zijn grootmoeder Maartje; verdere gegevens ontbreken. - Pieter Philipsz Vermaat (… – 1702)
Bereikte een uitzonderlijk hoge leeftijd en leefde tot in de vroege 18e eeuw. - Arij Philipsz Vermaat (1619 – …)
Naam wijst op een familietraditie; mogelijk actief in handel of scheepvaart. - Philip Philipsz Vermaat (1621 – …)
De derde generatie met dezelfde naam; verdere gegevens ontbreken. - Maerten Philipsz Vermaat (1623 – …)
Tweede zoon met de naam Maerten — mogelijk omdat de eerste jong overleed. - Maertje Philipsdr Vermaat (ca. 1630 – …)
Weinig over haar bekend. - Jan Philips Vermaat (1634 – …) (Volgt 15)
Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam, net als zijn vader. Gehuwd met Claasje Pieters Landmeter. Zij kregen één zoon. Jan zette dus de schipperslijn voort en onderhield de belangrijke verbinding tussen Spijkenisse en Rotterdam.
–
Overlijden en nalatenschap
Philip overleed op 20 februari 1655 in Spijkenisse. Hij werd begraven in de kerk van Spijkenisse, een eer die was voorbehouden aan mensen met aanzien. Zijn grafsteen droeg de tekst:
“Hier leyt begraven den jonqe Philips Philipsz. Vermaet sterf den 20 February anno 1655.”
Deze inscriptie bevestigt zijn status binnen de gemeenschap en zijn rol als een van de centrale figuren in het dorpsleven.
Philip Philips (de Jonge) Vermaat was een belangrijke schakel in de geschiedenis van Spijkenisse.
Hij zette de schippers‑ en bierstekerstraditie van zijn familie voort en verbond Spijkenisse met Rotterdam via de marktschipperij.
Hij liet een omvangrijke familie na die tot ver in de 17e eeuw een rol speelde in handel, scheepvaart en lokale besturen.
Met hem wordt de Vermaat‑lijn stevig verankerd in de geschiedenis van Voorne‑Putten en de Maasdelta…
__________________________________________________________________________________________________
VIJFTIENDE GENERATIE
15. Jan Philipsz Vermaat
Marktschipper tussen Spijkenisse en Rotterdam, erfgenaam van een schippersdynastie
Geboorte en afkomst
Jan Philipsz Vermaat werd gedoopt op 18 juni 1634 in Spijkenisse. Hij was de zoon van Philip Philipsz (de Jonge) Vermaat, marktschipper en biersteker en van Geertje Jans Bos, afkomstig uit een gevestigde Spijkenisser familie.
Jan groeide op in een omgeving waar het leven werd bepaald door de rivier. De Maas vormde de slagader van handel, vervoer en communicatie, en de familie Vermaat was al generaties lang actief in het schippersbedrijf. Jan erfde dus zowel de kennis als het netwerk dat nodig was om in deze wereld te floreren.

Marktschipper uit de 17e eeuw Afbeelding gegenereerd door ChatGPT
Marktschipper van Spijkenisse op Rotterdam
Jan volgde het beroep van zijn vader en werd marktschipper op de route Spijkenisse–Rotterdam.
Marktschippers waren onmisbare schakels in de regionale economie. Zij kenden de getijden, de vaargeulen, de sluizen en de handelspatronen. Jan moet een vertrouwd gezicht zijn geweest op de Maas en in de havens van Spijkenisse en Rotterdam.
–
Huwelijk en nageslacht
Rond 1656 trouwde Jan in Spijkenisse met Claasje Pieters Landmeter.
Geboren circa 1634 te Biert. Zij was een dochter van Pieter Jacobsz Landmeter en Bastiaantje Cornelisdr Ketting.
De familie Landmeter was actief in de dorpen rond Geervliet en Biert, en het huwelijk verbond twee families die stevig geworteld waren in de regionale handel en landbouw.
Uit het huwelijk van Jan en Claasje:
- Philip Jansz Vermaat (1656 -1723)
Boer te Spijkenisse Gehuwd met Teuntie (Ariensdr) Bos. Zij kregen 1 dochter. - Cornelus Jansze Vermaat (1663–1727) (Volgt 16)
Hij trouwde met Margriet Jans Barrevelt, en samen kregen zij vier kinderen. - Maartje (Jansdr) Vermaat (±1680 – 1728)
Zij huwde 1e met Gabriël (Stevenszn) van Luijck. Zij huwde 2e met Leendert (Crijnszn) Vrijland.
Overlijden en Nalatenschap
Jan Philipsz Vermaat is overleden te Spijkenisse op 18 september 1695.
Hij staat in de genealogie van Spijkenisse en Voorne‑Putten als een derde generatie marktschipper, een erfgenaam van een familie die het economische leven van de Maasdelta mede vormde.
Hij was een schakel tussen de 17e‑eeuwse schipperscultuur en de 18e‑eeuwse handelsnetwerken en de stamvader van de Vermaat‑tak die via zijn zoon Cornelus tot ver in de 18e eeuw doorloopt.
Zijn leven weerspiegelt de kracht van families die generaties lang verbonden bleven met het water — de bron van handel, inkomen en identiteit in de delta…
__________________________________________________________________________________________________
ZESTIENDE GENERATIE
16. Cornelus Jansze Vermaat
Marktschipper, dorpsbewoner en voortzetter van een eeuwenoude schipperslijn
Geboorte en afkomst
Cornelus Jansze Vermaat werd geboren in 1663 en gedoopt op 1 juli 1663 in Spijkenisse.
Hij was de zoon van Jan Philipsz Vermaat, marktschipper op de route Spijkenisse–Rotterdam en van Claasje Pieters Landmeter, afkomstig uit Biert en verbonden met families die actief waren in handel en landbouw.
Cornelus groeide op in een familie die al generaties lang het water als levensader kende. De Vermaat‑lijn was stevig verankerd in de schipperscultuur van Voorne‑Putten, waar handel, vervoer en marktschipperij het dagelijks leven bepaalden.
–
Marktschipper te Spijkenisse
Cornelus volgde het beroep van zijn vader en grootvader en werd marktschipper te Spijkenisse.
Marktschippers waren onmisbare schakels in de regionale economie.
Het beroep vereiste kennis van getijden, vaargeulen, sluizen en handelspatronen. Cornelus moet een vertrouwd gezicht zijn geweest op de Maas en in de havens van Spijkenisse en Rotterdam.
Huwelijk en nageslacht
Rond 1690 trouwde Cornelus in Spijkenisse met Margriet Jans Barrevelt.
Gedoopt op 22 augustus 1666 te Strijen, overleden op 24 december 1719 te Spijkenisse.
Zij was een dochter van Jan Jansz Barreveld en Leentje Hendriksdr van der Linden.
Het huwelijk verbond twee families die actief waren in de regionale handel en landbouw. Margriet bracht bovendien banden mee met Strijen, een gebied dat nauw verbonden was met de handel over het water.
Samen kregen zij vier kinderen die de Vermaat‑naam stevig voortzetten in de 18e eeuw:
- Jan Cornelisz Vermaat (1691–1739)
De oudste zoon, die de naam van zijn grootvader droeg. Hij leefde tot 1739 en zette de familielijn voort in Spijkenisse. - Helena Cornelisdr Vermaat (1693–1768)
Bereikte een hoge leeftijd en leefde tot diep in de 18e eeuw, een periode van economische bloei in de Republiek. - Philip Cornelisz Vermaat (1699–1764) (Volgt 17)
Gehuwd met Jannetje Huibrechts Villerius. Samen kregen zij negen kinderen, waarmee deze tak van de familie bijzonder omvangrijk werd. - Margarietje Cornelisdr Vermaat (1704 – <1768)
Overleed vóór 1768. Haar naam wijst op een vernoeming naar haar moeder.
Overlijden en nalatenschap
Cornelus overleed op 14 februari 1727 in Spijkenisse, op 63‑jarige leeftijd. Hij maakte de overgang mee van de late Gouden Eeuw naar een periode van economische stabilisatie en veranderende handelsstromen. Zijn leven weerspiegelt de continuïteit van families die generaties lang verbonden bleven met het water en de regionale handel.
Cornelus Jansze Vermaat staat in de genealogie van Spijkenisse als een vierde generatie marktschipper, een erfgenaam van een schippersdynastie die teruggaat tot de 16e eeuw.
Hij was een man die de Vermaat‑naam stevig verankerde in de 18e eeuw en de vader van kinderen die de familie verspreidden over Spijkenisse, Strijen en omliggende dorpen.
Zijn leven vormt een belangrijke schakel in de lange lijn van Vermaat‑voorouders…
__________________________________________________________________________________________________
ZEVENTIENDE GENERATIE
Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat
Schakel tussen schippersfamilie en welgestelde boerenstand van de Welplaat
Geboorte en afkomst
Philip Cornelisz Vermaat, vaak Fulp genoemd (een regionale variant van Philip), werd gedoopt op 22 november 1699 te Spijkenisse. Hij was de zoon van Cornelus Jansze Vermaat, marktschipper te Spijkenisse en van Margriet Jans Barrevelt, afkomstig uit Strijen.
Philip groeide op in een familie die al generaties lang verbonden was met de waterwegen van Voorne‑Putten. Zijn vader en grootvader waren marktschippers, maar via zijn huwelijk zou Philip zich verbinden met een aanzienlijk boerenbedrijf op de Welplaat.
Huwelijk en nageslacht

Villerius
Op 8 november 1733 trouwde Philip in Spijkenisse met Jannetje Huibrechts Villerius.
Gedoopt op 2 september 1714 te Spijkenisse, overleden op 19 april 1765 te Spijkenisse.
Zij was een dochter van Huibrecht Rochusz Villerius, een vermogend boer op de Welplaat en Francijntje Cornelisse Ploeger.
De familie Villerius bezat aanzienlijke landbouwgronden en veeteeltbedrijven op de Welplaat. Door dit huwelijk verbond Philip zich met een welgestelde agrarische familie, wat zijn sociale positie binnen Spijkenisse versterkte.
Kinderen van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en Jannetje Huibrechts Villerius:
- Fransina Vermaat (1735 – <1754)
Overleed jong. - Margrietje Vermaat (1737 – <1737)
Overleed als zuigeling. - Huibrecht Philipsz Vermaat (1739–1797)
Vernoemd naar zijn grootvader Huibrecht Villerius. Bereikte een respectabele leeftijd. - Cornelis Philipsz Vermaat (1741–1812)
Leefde tot in de Franse tijd; een belangrijke stamvader van latere Vermaat‑takken. - Roc(h)us Philipsz Vermaat (1743–1825)
Vernoemd naar zijn overgrootvader Rochus Villerius. Een van de langstlevende kinderen. - Jan Philipsz Vermaat (1746–1806)
Vernoemd naar zijn overgrootvader Jan Vermaat. - Frans Philipsz Vermaat (1749–1819)
Bereikte eveneens een hoge leeftijd. - Francina Vermaat (1754–1822) (Volgt 18)
Gehuwd met Pleun Bastiaan de Raat. Samen kregen zij vijftien kinderen — een indrukwekkende en invloedrijke tak binnen de regio. - Philip (Fulp) Vermaat (1757 – <1758)
Overleed als baby.
Leven in Spijkenisse
Philip leefde zijn hele leven in Spijkenisse, waar hij deel uitmaakte van een gemeenschap die draaide op landbouw en veeteelt, handel over water, lokale ambachten en familiebedrijven die generaties lang werden voortgezet.
Hoewel zijn vader marktschipper was, lijkt Philip zelf meer verbonden te zijn geweest met het dorps‑ en boerenleven, mede door zijn huwelijk met Jannetje Villerius.
Hij leefde in een periode van relatieve rust en economische stabiliteit in de Republiek, waarin families als de Vermaats en Villeriussen zich stevig vestigden in de lokale samenleving.
–
Overlijden en nalatenschap
Philip overleed op 31 mei 1764 te Spijkenisse, 64 jaar oud. Zijn vrouw Jannetje volgde hem een jaar later, op 19 april 1765.
Samen lieten zij een omvangrijke familie achter die zich in de 18e en 19e eeuw verder zou vertakken.
Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat staat in de genealogie van Spijkenisse als een verbinder van twee werelden: de schippersfamilie Vermaat en de welgestelde boerenfamilie Villerius.
Hij was een patriarch van een grote 18e‑eeuwse familie, de stamvader van meerdere takken die zich verspreidden over Spijkenisse, de Welplaat en omliggende dorpen.
Zijn kinderen en kleinkinderen leefden tot ver in de 19e eeuw en vormden een belangrijk deel van de regionale geschiedenis…
__________________________________________________________________________________________________
ACHTTIENDE GENERATIE
18. Francina Vermaat
Moeder van een grote Hekelingse familie, erfgename van de Vermaat‑ en Villerius‑lijnen
Geboorte en afkomst
Francina Vermaat werd geboren op 1 september 1754 in Spijkenisse.
Zij was de dochter van Philip (Fulp) Cornelisz Vermaat en van Jannetje Huibrechts Villerius.
Via haar vader stamde zij af van een eeuwenoude schippersfamilie uit Spijkenisse en Poortugaal. Via haar moeder behoorde zij tot de Villerius‑familie, welgestelde boeren op de Welplaat, een vruchtbaar gebied tussen Spijkenisse en de Oude Maas.
Francina groeide dus op in een omgeving waar landbouw, veeteelt en handel over water samenkwamen.
–
Huwelijk en nageslacht

Het dorp Hekelingen in 1793 Nederlandsche Stad- en Dorp- Beschrijver
Francina trouwde met Pleun Bastiaan de Raat.
Geboren 1745, gedoopt 9 mei 1745 te Hekelingen, overleden 28 februari 1827 aldaar.
Hij was de zoon van Bastiaan Cornelisz de Raet en Maaiken Pleunen Pruijmstraet.
De familie De Raat was al generaties lang aanwezig in Hekelingen en omgeving, actief in landbouw, ambachten en lokale bestuurstaken. Het huwelijk tussen Francina en Pleun verbond twee sterke regionale families.
Samen vestigden zij zich in Hekelingen, waar zij een groot gezin stichtten dat een belangrijke rol zou spelen in de dorpsgemeenschap.
Het echtpaar kreeg een indrukwekkend grote kinderschare — 15 kinderen — waarvan velen volwassen werden en grote families stichtten. Zij vormen de basis van talloze De Raat‑takken in Voorne‑Putten en de Hoeksche Waard.
Kinderen van Francina Vermaat en Pleun Bastiaan de Raat:
- Maijke Pleune de Raat (1776–1830)
- Philip de Raat (1777–1867)
Bereikte een uitzonderlijk hoge leeftijd van 90 jaar. - Bastiaan Pleunsz de Raat (1778–1851)
- Jan Pleunen de Raad (1780 – <1827)
- Jannetje Pleuntie de Raat (1782–1841) (Volgt 19)
Gehuwd met Maarten Braat. Uit dit huwelijk 11 kinderen — een zeer omvangrijke tak. - Maria de Raat (1784–1873)
Leefde tot op hoge leeftijd. - Lijdia de Raad (1786–1825)
- Janna de Raad (1786–1873)
Waarschijnlijk tweeling met Lijdia. - Cornelis de Raad (1788 – <1790)
Overleed jong. - Francina de Raad (1789–1871)
Vernoemd naar haar moeder. - Cornelis de Raadt (1790–1840)
Vernoemd naar de eerder overleden Cornelis. - Kaatje de Raat (1792–1878)
Bereikte een zeer hoge leeftijd. - Huibrecht de Raat (1793–1831)
Vernoemd naar grootvader Huibrecht Villerius. - Margrietje de Raat (1795–1877)
Leefde tot in de late 19e eeuw. - Pleuntje de Raat (1797 – >1827)
Vernoemd naar haar vader Pleun.
Overlijden en nalatenschap
Francina overleed op 19 maart 1822 in Hekelingen, 67 jaar oud. Zij maakte de overgang mee van de late Republiek, via de Franse tijd, naar het vroege Koninkrijk der Nederlanden.
Pleun overleefde haar vijf jaar en overleed in 1827.
Francina Vermaat verbond de Vermaat‑lijn (schippers en handelaren) met de Villerius‑lijn (welgestelde boeren).
Via haar huwelijk met Pleun de Raat werd zij de moeder van een van de grootste De Raat‑families in de regio.
Haar kinderen en kleinkinderen verspreidden zich over Hekelingen, Spijkenisse, Zuidland en de Hoeksche Waard.
Francina staat daarmee als een stevige pijler in de familiegeschiedenis…
__________________________________________________________________________________________________
ACHTTIENDE GENERATIE
18. Jannetje Pleuntie de Raat
Hekelingse boerendochter, Overschiese matriarch en moeder van een omvangrijke Braat‑familie
Geboorte en afkomst

Wapen De Raat
Jannetje Pleuntie de Raat werd gedoopt op 23 juni 1782 in Hekelingen.
Zij was de dochter van Pleun Bastiaan de Raat en Francina Philips Vermaat.
Via haar moeder stamde zij af van de Vermaat‑familie, een oude schippers‑ en boerenfamilie uit Spijkenisse. Via haar vader behoorde zij tot de De Raat‑familie, die al generaties lang in Hekelingen actief was in landbouw en ambachten.
Jannetje groeide op in een agrarische gemeenschap waar grote gezinnen, familiebedrijven en lokale verbondenheid centraal stonden.
Huwelijk en nageslacht
Op 30 april 1808 trouwde Jannetje in Hekelingen met Maarten Braat.
Gedoopt op 30 maart 1777 te Hekelingen, overleden 18 januari 1827 te Overschie.
Hij was een zoon van Klaas Braat en Jaapje van Driel.
De familie Braat was een bekende boeren‑ en ambachtsfamilie in Voorne‑Putten en later in Overschie. Na hun huwelijk verhuisden Jannetje en Maarten naar Overschie, waar zij een groot gezin stichtten en waar Maarten actief was in het agrarische en ambachtelijke dorpsleven.
Het echtpaar kreeg een grote kinderschare. Veel van hun kinderen bereikten volwassen leeftijd en stichtten omvangrijke families in Overschie, Delfshaven, Schiebroek en omliggende dorpen.
Kinderen van Jannetje Pleuntie de Raat en Maarten Braat:
- Klaas Braat (1808–1808)
Overleed als zuigeling. - Pleun Braat (1809–1874) (Volgt 19)
Gehuwd met Neeltje van der Wilk. Uit dit huwelijk 7 kinderen. Deze tak werd stevig verankerd in Overschie. - Japie Braat (1812–1836)
Overleed jong, 24 jaar oud. - Francina Braat (1812–1874)
Tweelingzus van Japie. Gehuwd op 5 april 1846 te Overschie met Cornelis Laay. - Klaas Braat (1814–1826)
Overleed op 12‑jarige leeftijd. - Aaltje Braat (1815–1875)
Gehuwd 1e met Pieter Hoogerbrugge, bouwman.
Na zijn overlijden 2e gehuwd met Johannes Hoogerbrugge, zijn broer. Een typisch voorbeeld van 19e‑eeuwse familie‑allianties binnen agrarische gemeenschappen. - Jan Braat (1815–1853)
Timmerman en herbergier. Gehuwd met Maria Jacoba van Leeuwen. Samen kregen zij 4 kinderen. - Joost Braat (1818–1854)
Gehuwd met Antje van den Berg. Samen 5 kinderen. - Pleuntje Braat (1820–1912)
Bereikte de uitzonderlijke leeftijd van 92 jaar. Gehuwd met Dirk van der Kooy, bouwman. - Leendert Braat (1821–1885)
Agrariër. Gehuwd met Lijntje Hoogerwaard. Samen 7 kinderen. - Philip Braat (1823–1827)
In het overlijdensregister vermeld als Philip Braad. Overleed op 4‑jarige leeftijd.
Overlijden en Nalatenschap
Jannetje overleed op 9 juli 1841 in Overschie, 59 jaar oud. Zij maakte de overgang mee van de late Republiek naar het Koninkrijk der Nederlanden en leefde in een periode van grote veranderingen in landbouw, bestuur en dorpsleven.
Jannetje Pleuntie de Raat was een verbinder van twee grote families: De Raat en Braat.
Zij was de moeder van een omvangrijke en invloedrijke Braat‑generatie, een stammoeder van talloze nakomelingen die zich verspreidden over Overschie, Delfshaven, Schiebroek en Rotterdam.
Haar kinderen en kleinkinderen vormden een belangrijk deel van de 19e‑eeuwse dorpsgemeenschappen in de regio…
__________________________________________________________________________________________________
NEGENTIENDE GENERATIE
19. Pleun Braat
Timmerman, bouwman en stamvader van een grote Hazerswoudse familie
Geboorte en afkomst
Pleun Braat werd geboren op 17 februari 1809 in Overschie en gedoopt op 22 oktober 1809 in dezelfde plaats. Hij was de zoon van: Maarten Braat en Jannetje Pleuntie de Raat.
Via zijn moeder stamde Pleun af van de families De Raat en Vermaat, bekende boeren‑ en schippersfamilies uit Hekelingen en Spijkenisse. Via zijn vader behoorde hij tot de Braat‑familie, die al generaties lang actief was in landbouw en ambachten.
Beroep: timmerman en bouwman
Pleun werkte als timmerman en bouwman (boer/landbouwer).
Deze combinatie kwam veel voor in de 19e eeuw: timmerwerk bood zekerheid in de wintermaanden, terwijl landbouw en veeteelt het gezinsinkomen aanvulden. Zijn verhuizing van Overschie naar Hazerswoude past in een bredere beweging van families die in de 19e eeuw nieuwe landbouwgebieden opzochten in de Rijnstreek en de droogmakerijen.
Huwelijk en nageslacht
Op 3 april 1842 trouwde Pleun in Overschie met Neeltje van der Wilk.
Geboren 5 mei 1818 te Capelle aan den IJssel, overleden 2 augustus 1896 te Hazerswoud.
Zij was een dochter van Ary van der Wilk en Grietje Boom.
De familie Van der Wilk was een bekende naam in Capelle en omgeving, vaak verbonden met landbouw en ambachten. Het echtpaar vestigde zich in Hazerswoude, waar zij een groot gezin stichtten.
Kinderen van Pleun Braat en Neeltje van der Wilk:
- Maarten Braat (1842–1901) (Volg Het Verhaal van Braat vanaf nr. 10)
Geboren 1 december 1842. Beroep: bouwman. Overleden 24 december 1901 te Haarlemmermeer. Gehuwd met Antje van der Akker. Uit dit huwelijk 6 kinderen. - Grietje Braat (1844-1893)
Geboren 19 januari 1844 te Hazerswoude. Overleden 14 oktober 1893 aldaar. Gehuwd met Gerrit de Kruijff. - Jannetje Braat (1845–1939)
Geboren 17 februari 1845 te Hazerswoude. Overleden 10 januari 1939 te Waddinxveen. Gehuwd met Leendert Koetsier. - Neeltje Braat (1846–1931)
Geboren 25 april 1846 te Hazerswoude. Overleden 20 februari 1931 te Benthuizen. Gehuwd met Arie Adriaan van der Velde. - Arie Braat (1854–1854)
Geboren 15 maart 1854, overleden 1 december 1854 te Hazerswoude. - Jaapje Braat (1855–1878)
Geboren 20 februari 1855 te Hazerswoude. Overleden 22 november 1878 te Oudshoorn. Gehuwd met Paulus den Hertog. - Fransijntje Braat (1857–1899) Geboren 17 november 1857 te Hazerswoude. Overleden 16 december 1899 aldaar. Gehuwd 1e met Leendert Goldberg. Na zijn overlijden 2e gehuwd met Adriaan Hendrikus Goldberg, broer van Leendert. Adriaan hertrouwde later met Adriana van Velde.
Overlijden en nalatenschap
Pleun overleed op 1 september 1874 in Hazerswoude, 65 jaar oud. Neeltje overleefde hem ruim twintig jaar en overleed in 1896.
Pleun Braat was een verbinder van Overschie en Hazerswoude, een timmerman en bouwman die zijn gezin een stabiele basis gaf.
Hij was de stamvader van meerdere Braat‑takken in Hazerswoude, Benthuizen, Oudshoorn, Waddinxveen, Haarlemmermeer en Zevenhuizen.
Zijn kinderen en kleinkinderen verspreidden zich en speelden een belangrijke rol in de agrarische en ambachtelijke gemeenschappen van de 19e eeuw…
Volg verder Het Verhaal van Braat vanaf nr.10
Pagina’s met bronvermeldingen:
Heren van Rhoon – JohnOoms.nl
Genealogie Vermaat – JohnOoms.nl
Genealogie De Raat – JohnOoms.nl
Genealogie Braat – JohnOoms.nl
__________________________________________________________________________________________________






